12c. Voortgangsnotitie Programma Duurzaamheid 2026-2030 Rozendaal
Tekst van het document
Voortgangsnotitie
Programma Duurzaamheid 2026-2030
Inhoudsopgave 1
Aanleiding
1
2
Participatie
1
3
Prioritering en afbakening
3
4
Strategie Programma Duurzaamheid
5
5
Onderdeel Omgevingsvisie
5
6
Planning
5
Pagina 2
1
Aanleiding
Als samenleving staan we voor grote duurzaamheidsopgaven. Ook in Rozendaal merken we nu al de gevolgen van de opwarming van de aarde, de achteruitgang van insecten- en plantensoorten en de schaarste van grondstoffen. Om voorbereid te zijn op een leefbare toekomst moeten we werken aan het herstel van de biodiversiteit, efficiënt omgaan met grondstoffen, de gevolgen verminderen van extreme neerslag, hitte en verdroging en meer woningen verduurzamen om van het aardgas af te kunnen gaan. Sinds 2019 werken we met onze ‘Uitvoeringsagenda Rozendaal Energieneutraal 2050’ aan energieneutraliteit. De looptijd van het tweede Meerjarenagenda Energieneutraal Rozendaal eindigt op 31 december in 2025. Hierin is beschreven hoe we de overstap van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen stimuleren vanuit onze rol als lokale overheid. Daarbij ligt onze focus op energiebesparing bij woningen, het stimuleren van zonne-energie en de voorbereiding op de overstap naar aardgasvrij wonen. Bredere context Een duurzaam Rozendaal draait echter om veel meer dan alleen de energietransitie. Duurzaamheid gaat om het evenwicht tussen milieu, economie en samenleving, zodat toekomstige generaties ook in hun behoeften kunnen voorzien. Daarom werken we voor de planperiode 2026-2030 aan een (meerjaren) Programma Duurzaamheid, die de energietransitie in een bredere duurzame context plaatst.
Dit past in de koers van het Coalitieakkoord: samen met inwoners werken aan een sterk, duurzaam, sociaal en veilig Rozendaal. Doelstelling Met het nieuwe Programma Duurzaamheid 2026-2030 geven we richting aan het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid en beschrijven we een samenhangend pakket aan maatregelen om onze doelen tot en met 2030 te bereiken.
2
Participatie
Duurzaamheid is een collectief vraagstuk, dat iedereen raakt. Daarom vormt participatie een integraal onderdeel van de totstandkoming én de uitvoering van het Programma Duurzaamheid. Participatie heeft een verschillende betekenis in de verschillende fasen. Opstellen van het Programma Duurzaamheid (fase van beleidsvoorbereiding) In de fase van het opstellen van het Programma Duurzaamheid betrekken we mensen en/of organisaties, individueel of georganiseerd, actief. We scheppen ruime gelegenheid voor belanghebbenden en belangstellenden om in een zo vroeg mogelijke fase invloed uit te oefenen op het meerjarenprogramma. We bevragen en betrekken hen bij de reikwijdte, afbakening, prioriteitsstelling en ambities. Gedurende de ontwikkeling van het nieuwe meerjarenprogramma hebben we hier invulling aan gegeven via de brede startbijeenkomst duurzaamheid met inwoners (19 september 2024) en de terugkerende bijeenkomsten met de Werkgroep Duurzaam Rozendaal (ongeveer elke twee maanden). In termen van de
Pagina 1
participatieladder1 gaat het in deze fase om burgerparticipatie op het niveau van ‘meedenken’: inwoners en organisaties worden in een vroege fase gevraagd om mee te denken over het nieuwe meerjarenplan. Dit wordt ook wel aangeduid met de term ‘beginspraak’2. (Zie figuur 1.)
Figuur 1: Participatieladder (Pröpper, 2013)
Doel van de participatie in deze fase is om te komen tot een inhoudelijk compleet, doordacht en zo breed mogelijk gedragen meerjarenprogramma: een programma dat qua reikwijdte en ambities past bij de gemeente en gemeenschap, een programma dat is afgestemd op de behoefte van de betrokkenen en een programma dat daarmee kan rekenen op steun voor en betrokkenheid bij de uitvoering. Naast deze inwonerparticipatie hebben we in de fase van de beleidsvoorbereiding gesproken met leden van de raadscommissie (raadsinformatieavond 25 februari 2025) en met de betrokken medewerkers van de gemeentelijke organisatie (1 april 2025). Ook dit helpt om te komen tot een inhoudelijk compleet, doordacht en gedragen programma.
1 ‘De participatieladder’ bestaat niet. Het denken over (burger)participatie in termen van een ‘ladder’ is afkomstig van de beleidswetenschapper
Arnstein die al in 1969 een artikel hierover publiceerde. Traditioneel gaat het dan over vijf niveaus, van informeren (gemeente informeert inwoners over een al genomen beslissing; de laagste trede) tot aan het niveau van meebeslissen (inwoners hebben invloed over het uiteindelijke besluit, al dan niet binnen de kaders die de gemeenteraad daaraan stelt; de hoogste trede). In de decennia daarna zijn tientallen varianten op de participatieladder ontstaan. De ladder die wij hier hanteren (zie figuur 1), is de doorontwikkelde variant die de afgelopen tien jaar het meest wordt gebruikt (overigens met verschillende termen eraan gekoppeld en verschillende auteurs). 2 Beginspraak verwijst naar het vroegtijdig betrekken van inwoners bij beleid of plannen, voordat de overheid al (bijna) een besluit heeft genomen. Het staat tegenover ‘eindspraak’, waarbij inwoners/belanghebbenden pas laat in het proces nog worden geconsulteerd op een (al bijna gereed) plan of beleid, of de fase waarin inwoners/organisaties bij de politieke behandeling van een plan in de raad(scommissie) hun zienswijze kenbaar maken, bijvoorbeeld via het spreekrecht.
Pagina 2
Uitvoering van het Programma Duurzaamheid (fase van beleidsuitvoering) In de fase van de uitvoering van het Programma Duurzaamheid werken we samen met mensen en/of organisaties, individueel of georganiseerd. We scheppen als gemeentebestuur de voorwaarden waaronder we met inwoners en andere stakeholders gericht tot uitvoering komen. Vanuit de steun voor en betrokkenheid bij het beleid in de eerste fase, ontstaat ‘medeverantwoordelijkheid’: we doen het samen: inwoners, organisaties en gemeente zijn elkaars samenwerkingspartners – binnen de kaders zoals vastgelegd in het programma en de bijbehorende jaarplannen. Op onderdelen kunnen we nog een stap verder gaan dan de samenwerkende bestuursstijl: daar waar (een groep) inwoners kansen zie voor (eigen) initiatieven die onze ecologische voetafdruk verkleinen, kunnen wij ons als gemeente(bestuur) ervoor inspannen om deze initiatieven te faciliteren. Zie voor een verdere uitwerking van de samenwerking paragraaf 4, die gaat over de uitvoeringsstrategie en de verschillende rollen die dat van de gemeente vraagt.
3
Prioritering en afbakening
Met ‘duurzaamheid’ wordt het evenwicht bedoeld tussen People (sociale rechtvaardigheid), Planet (beschermen van het milieu) en Profit (waarbij winstgevendheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid samen gaan). Onder deze brede definitie vallen veel uiteenlopende onderwerpen. Binnen de gemeentelijke organisatie zijn echter onvoldoende personele capaciteit en financiële middelen aanwezig om te werken aan álle duurzaamheidsonderwerpen. We moeten dus keuzes maken in onze prioriteiten en de rol die we als gemeente op ons nemen. Resultaten verkenning Zoals aangegeven in de paragraaf Participatie hebben in de afgelopen maanden al verschillende bijeenkomsten en gesprekken plaatsgevonden. Hieruit bleek dat voor inwoners deze onderwerpen belangrijk zijn: Biodiversiteit & Klimaatadaptatie, Duurzame levensstijl & Voeding, Wonen & Lonkend Perspectief, Mobiliteit & Gezondheid. Verder zijn de opgaven, de doelen en (wettelijke) verplichtingen op het gebied van duurzaamheid geïnventariseerd en is in kaart gebracht wat er speelt in de regio. Daaruit zijn twee andere thema’s naar voren gekomen: verduurzamen van de eigen bedrijfsvoering en circulariteit (waaronder de afvalinzameling, circulair bouwen en circulaire grond-, weg- en waterbouw). Inwoners Op het gebied van duurzaamheid wordt van inwoners een ingrijpende gedragsverandering gevraagd.
We willen bewoners ondersteunen bij duurzaam leven, werken en wonen. Om aan te kunnen sluiten op hun behoeften is het belangrijk om te weten er bij hen speelt. De eerste stap hierin was de brede bewonersbijeenkomst over duurzaamheid, die we samen met de Werkgroep Duurzaam Rozendaal hebben georganiseerd op 19 september 2024. In het verlengde van deze bijeenkomst en in het kader van het nieuwe Warmteprogramma gaan we - conform de Jaarkalender Energieneutraal Rozendaal 2025 verder in gesprek met bewoners om hun ondersteuningsbehoefte op het gebied van duurzaamheid verder te leren kennen. Consultatie Werkgroep Duurzaam Rozendaal De Werkgroep Duurzaam Rozendaal bestaat uit betrokken bewoners die actief zijn op het gebied van duurzaam wonen (energietransitie) en duurzaam groen (biodiversiteit, klimaatadaptatie). Samen met de
Pagina 3
Werkgroep Duurzaam Rozendaal staan we aan de lat voor dit gemeenschappelijk proces voor de planvorming over duurzaamheid. Ongeveer elke twee maanden hebben we een overleg met de Werkgroep. De Werkgroep adviseert ons inhoudelijk, speelt een belangrijke rol in de contacten met inwoners en fungeert in de praktijk als een ‘adviesraad’ van bewoners die gevraagd en ongevraagd adviezen geven. Ambtelijke sessie Tijdens de integrale sessie met de ambtenaren die betrokken zijn bij de fysieke leefomgeving is gesproken over de samenhang tussen duurzaamheid, het beleid op groen en afval en de nog vast te stellen Omgevingsvisie. Hier werd duidelijk dat de grootste prioriteit moet komen te liggen bij de thema’s klimaatadaptatie, biodiversiteit energietransitie en in veel mindere mate op mobiliteit en gezondheid. Verder zijn de mogelijkheden verkend om de gemeentelijke bedrijfsvoering verder te verduurzamen, maar hier blijken geen nieuwe kansen meer te zijn. Tot slot kwam de oproep om onze rol als gemeente goed te definiëren en na te denken waarbij inwoners ondersteuning door de gemeente nodig hebben. Stakeholders Regelmatig zijn we in gesprek met de woningbouwvereniging, netbeheerder Liander, buurgemeenten, de provincie en met betrokken partijen, zoals uitvoerende lokale partijen en kennis/onderwijs HAN. Zo horen we wat er speelt.
Deze informatie nemen we zoveel mogelijk mee in het nieuwe duurzaamheidsbeleid. Vijf geprioriteerde thema’s We kiezen ervoor om ons met het nieuwe programma Duurzaamheid te focussen op de bescherming van het milieu (Planet) aan de hand van deze vijf thema’s: 1. Energietransitie 2. Klimaatadaptatie 3. Biodiversiteit 4. Mobiliteit 5. Circulariteit Selectiecriteria Deze thema’s zijn op basis van deze criteria geprioriteerd uit de diverse onderwerpen die tijdens uit de verkenning naar voren kwamen: • We hebben invloed vanuit onze rol als lokale overheid; • Er liggen kansen om het milieu te beschermen; • Als we niet ingrijpen zijn de directe gevolgen groot (er is sprake van onvermijdelijkheid); • Er is een duidelijke meerwaarde ten opzichte van wat al gebeurt of is vastgelegd in andere plannen. Globale schets inhoud In het Programma Duurzaamheid beschrijven we niet alleen onze visie en strategie, maar ook per thema voor welke opgaven we staan, wat de huidige situatie is (waar mogelijk met indicatoren), welke wettelijke kaders gelden, welke doelen realistisch en passend zijn, welke maatregelen we willen uitvoeren in de periode 2026 tot en met 2030 en wat de personele en financiële consequenties zijn. Het programma bevat tevens een Jaarplan voor de uitvoering van het eerste jaar (2026).
Pagina 4
4
Strategie Programma Duurzaamheid
In het nieuwe programma werken we onze strategie binnen het duurzaamheidsbeleid verder uit. De hoofdlijnen hiervan zijn: • We doen het samen o Met bewoners (‘Samen redzaam’) o Met andere organisaties • We bieden ruimte voor lokale initiatieven en actieve betrokkenheid van inwoners • We maken zoveel mogelijk gebruik van beschikbare subsidies • We geven in onze eigen activiteiten zelf het duurzame voorbeeld (‘practise what you preach’) • We geven prioriteit aan de maatregelen die de snelheid van opwarming van de aarde beperken Onze rol als gemeente Als lokale overheid zien we voor onszelf een rol weggelegd als: • Voorlichten van inwoners en ondernemers over duurzaamheid • Inspireren van inwoners en ondernemers over duurzaam gedrag • Ondersteunen en faciliteren van initiatieven die onze ecologische voetafdruk verkleinen • Verbinden met andere stakeholders zoals overheden, instellingen, het bedrijfsleven en bewoners • Mogelijk maken van duurzame oplossingen via bijvoorbeeld het ruimtelijk beleid
5
Onderdeel Omgevingsvisie
Door het Programma Duurzaamheid een (vrijwillig) programma te maken in het kader van de Omgevingswet koppelen we het duurzaamheidsbeleid aan onze langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving. Bovendien krijgt ons duurzaamheidsbeleid zo een formele status. Dit zorgt voor meer borging en rechtszekerheid van onze beleidsmatige ambities. Een Omgevingsprogramma geeft juridisch gewicht, waardoor het beleid niet vrijblijvend is maar daadwerkelijk uitvoerbaar én handhaafbaar is.
6
Planning
In de periode van april tot en met juni 2025 wordt het Programma Duurzaamheid opgesteld. Daarna krijgt de Werkgroep Duurzaamheid de kans om te reageren op het conceptprogramma. Onder de Omgevingswet is het College van B&W het bevoegde bestuursorgaan voor vaststelling van het Programma. Vaststelling gebeurt naar verwachting in september 2025. Conform artikel 20.2 van de Omgevingswet informeert het college de gemeenteraad over de vaststelling. Dit doet het college via bijvoorbeeld een raadsinformatiebrief.
Pagina 5