10-2 Bijlage 2 bij RIB Beleidsregels eenmalige energietoeslag: Toelichting
Tekst van het document
Toelichting Algemene toelichting
Uit jurisprudentie van de Rechtbank Nijmegen van 5 augustus 2022 (ECLI:NL:RBGEL:2022:4263) blijkt, dat studenten niet uitgesloten mogen worden van het ontvangen van de Energietoeslag. Er wordt volgens de Rechtbank een ongerechtvaardigd onderscheid gemaakt door het college tussen personen die in dezelfde financiële omstandigheden verkeren, te weten studenten en niet-studenten. Om deze reden is besloten om de huidige Beleidsregels Energietoeslag 2022 te wijzigen en studenten toegang te geven tot het ontvangen van de energietoeslag. De Rechtbank heeft ruimte gegeven om een rechtvaardige regeling te treffen die recht doet aan studenten (en de woonsituatie van studenten). Inwerkingtreding Om recht te doen aan studenten die over de periode vanaf 1 april 2022 (inwerkingtreding Beleidsregels Energietoeslag 2022) een aanvraag Energietoeslag hebben ingediend en waarvan de aanvraag is afgewezen, treedt deze wijziging in per 1 apri l 2022. Op deze manier kan er opnieuw gekeken worden of eerdere afwijzingen onder deze wijziging toch recht kunnen hebben op de Energietoeslag. Normbedrag WSF Voor de vaststelling van het inkomen gaan we bij studenten uit van het normbedrag zoals vastgesteld onder artikel 3.18 Wet Studiefinanciering 2000. Onder dit normbedrag valt de verstrekking en/of de lening bij het DUO en de ouderlijke bijdrage die een student van zijn ouders/verzorgers krijgt.
Normbedragen op grond van artikel 3:18 WSF, vastgesteld per 1 januari 2023. Beroepsonderwijs uitwonend Hoger onderwijs uitwonend
€ 786,59 € 957,87
Servicekosten Servicekosten zijn de extra kosten die een student moet betalen boven op zijn huur. Deze servicekosten moeten gespecificeerd zijn in het huurcontract. Bij een all-in kamerprijs die studenten vaak moeten betalen, zitten de energiekosten verdisconteerd in de servicekosten
Artikelsgewijze toelichting Artikel 2b: Voorwaarden studenten Er is gekozen om voor studenten aanvullende voorwaarden op te stellen, boven op de voorwaarden die voor reguliere huishoudens gelden. De reden hiervoor is de specifieke woonsituatie van studenten, waarin ze vaak een kamer huren met een all-in contract zonder eigen energiecontract. De gemeente Rozendaal kiest ervoor om bij studenten niet alleen huishoudens met een eigen
energiecontract een energietoeslag toe te kennen, maar ook studenten die kunnen aantonen dat hun
servicekosten significant (tenminste € 80,00) gestegen zijn ten opzichte van het vorige huurcontract. De
reden dat studenten met een all-in contract de stijging van kosten moeten aantonen en studenten met een eigen energiecontract niet, is dat deze studenten de kosten van energie al verdelen onder meerdere
huisgenoten en de huisbaas in principe verantwoordelijk is. Pas als blijkt dat de huisbaas de verhoging ook daadwerkelijk doorberekent aan zijn huurders, kan gesteld worden dat deze studenten er ook
i
daadwerkelijk financieel erop achteruitgaan door de gestegen huurprijzen. De gemeente wil deze
studenten graag kunnen compenseren voor deze stijging, daar dit in de bedoeling en past in de lijn van deze regeling. Artikel 2b lid 1b: Als er sprake is van een energiecontract op naam, is duidelijk dat er recht is op de energietoeslag. Als daar geen sprake van is, moet in de huurovereenkomst gespecificeerd staan wat de energiekosten zijn. De student moet kunnen aantonen dat er sprake is van een significante verhoging van deze kosten. Artikel 4 lid 4: aanvraag De eenmalige energietoeslag voor studenten kan tot maximaal 3 maanden na inwerkingtreding van deze beleidsregels aangevraagd worden. Het inkomen wordt vastgesteld op het moment van aanvraag. Voor studenten die eerder in het jaar (2022) een aanvraag hebben ingediend, maar waarbij de energietoeslag op dat moment is afgewezen kan het inkomen beoordeeld worden op datum van oude aanvraag.
ii