CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag hoorzitting subcommissie bestemmingsplannen van 1 februari 2022

zzz Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2018-2022) 16 februari 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: 1.04.01 Daarbij betrekken:30.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting Ontwerpbestemmingsplan BP Hoofdweg 480-490 Hoorzitting Ontwerpbestemmingsplan BP RottaNova

1.

Voorzitter

:

A. Kockelkoren

Aanwezig

:

mevrouw M. van der Ploeg, de heer P. Holm (mede namens de heer D. Stenfert), de heer R. Backer, mevrouw M. de Jong, de heer A. Wijnmaalen, de heer J. Bax, mevrouw mr. E. van Leeuwen (namens Poffertjessalon Seth), mevrouw mr. M. Jonkman (namens mevrouw O. Yildiz-Aktas en de heer H. Ghiraw)

Tevens aanwezig

:

G.G. van Dijk (CU-SGP), J.W. van Putten (Leefbaar Rotterdam), J.G. Rozema (Partij voor de Dieren), J.W. Verheij (VVD), R.C.J. de Roon (D66) tot 20.30 uur

Ambtelijke ondersteuning:

de heer Y. Akkulak, mevrouw B. van den Broek, de heer R. Out, mevrouw M. Bleeker, mevrouw E. Schotborg

Griffie

M.R.D. Binda (commissiegriffier), M. Nanlohy (commissiesecretaris), DemiSec

:

Opening en agenda

De voorzitter opent de openbare hoorzitting van de subcommissie bestemmingsplannen om 18.00 uur en heet de aanwezigen welkom. Zij geeft aan welke commissieleden aanwezig zijn. Zij bedankt de indieners van de zienswijzen voor hun reactie en meldt dat degenen die zich hebben aangemeld voor de hoorzitting de gelegenheid krijgen hierop een toelichting te geven en de vragen van de commissieleden te beantwoorden. Vervolgens krijgen de commissieleden de gelegenheid vragen te stellen aan de insprekers en aan de ambtelijke vertegenwoordigers. Het raadsvoorstel met de reacties op de ingediende zienswijzen zijn opgesteld door het college en deze commissie zal onafhankelijk een advies uitbrengen over de ingediende zienswijzen aan de raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte, die vervolgens adviseert aan de gemeenteraad.

pagina 1

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

2.

Bestemmingsplan BP Hoofdweg 480-490 (raadsvoorstel 21bb15168)

Ontvangen schriftelijke reacties: Er zijn enkel schriftelijke reacties ontvangen. Deze zijn op de agenda geplaatst. De voorzitter geeft aan dat reclamant 10 zich helaas heeft moeten afmelden. Zij geeft het woord aan mevrouw Van der Ploeg, die zienswijze 4 heeft ingediend. Reclamant 4: Mevrouw Van der Ploeg geeft aan dat ze woonachtig is aan de Vallettastraat, achter de Djeddalaan, achter de Hoofdweg waarover vanavond gesproken wordt. Ze geeft aan dat ze zeven jaar geleden aan de Vallettastraat is komen wonen en daar een woning gekozen heeft waar ze erg enthousiast over was, vanwege de grote tuin in een groene omgeving, dicht bij de snelwegen cetera. Ze schrok toen ze hoorde dat er aan het eind van de straat een complex gaat komen met twee torens van 70 meter hoog. Uit onderzoek bleek dat het niet paste bij het bestemmingsplan en de bestemmingsplannen bij de Alexanderknoop daar wel toereikend in zijn. Mevrouw zal haar zienswijze ook nog mailen naar de commissie. Afgelopen weken is in het nieuws geweest dat 8,5% van de dure woningen in Rotterdam leegstaat. Het complex dat nu voorgesteld staat om gebruikt te worden aan het einde van de straat, heeft 71 woningen in het topsegment, 104 huurwoningen in het hoge segment en 178 huurwoningen in het middensegment.

De gemeente geeft als argument in een reactie op de zienswijze dat alle woningen betaalbaar moeten zijn en dat daarom hier hoog gebouwd moet worden, terwijl hier 50% hoger of duurder segment is. Daarnaast wordt in de reactie op de zienswijze beargumenteerd dat dit vooral te maken heeft met het aanpassen van het bestemmingsplan, en wordt niet gesproken over de context van de plek van dit gebouw. Aan de overkant van de Hoofdweg mag juist wel hoger gebouwd worden op verschillende locaties: bij de Hoofdweg, de Ster en Alexandrium, de Grote Beer. Echter is er daar gekozen om gebouwen te plaatsen van 158 stuks, 196 stuks, 220 stuks. Bij dit bestemmingsplan is het idee om 353 woningen te realiseren in een wijk met veel laagbouw. Mevrouw geeft aan dat ze in een groenstedelijke omgeving woont. De kenmerken daarvan zijn: veel privétuinen, veel groen, gezinnen en veel eigenwoningbezit en eengezinswoningen. Het privégebied van de spreekster wordt nu ingeperkt met dit plan en er is minder zonneschijn. De bewoners begrijpen de noodzaak van de bouw van nieuwe woningen, maar hopen dat de raadsleden rekening willen houden met de inbreng van de bewoners en de locatie bij de afweging mee te nemen en te kijken of andere locaties daar geschikter voor zijn. De voorzitter dankt mevrouw Van der Ploeg voor de bijdrage.

De commissieleden stellen de navolgende vragen: De heer Rozema merkt op dat mevrouw Van der Ploeg zich uitspreekt tegen de stedenbouwkundige keuzes die gemaakt zijn om hier een gebouw van deze omvang te plaatsen, terwijl aan de overkant van de Hoofdweg die toestemming er al is. Hij vraagt of mevrouw enig idee heeft waarom de ontwikkelaar dan wel de gemeente Rotterdam juist voor deze plot heeft gekozen, misschien via participatieavonden.

pagina 2

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

De heer Van Putten vraagt wie volgens mevrouw Van der Ploeg in die 50% hoger en topsegment huurwoningen, dus 175 van 353, komen te wonen. Mevrouw Van der Ploeg geeft aan dat uit onderzoek is gebleken dat de projectontwikkelaar de grond heel duur heeft gekocht. Ze begrijpt dat hij dan de hoogte in moet omdat hij de winst uit de grond moet kunnen halen. In de reactie van de gemeente op de zienswijze wordt aangegeven dat de bouw nabij het verdichtingsgebied is. Nabij is niet in, is de mening van de spreekster. Dat is de reden waarom men nu hier is vanwege de bestemmingsplanwijziging. Tegelijkertijd heeft de gebiedscommissie geadviseerd om juist niet zo enorm de hoogte in te gaan, maar juist meer een afbouw te realiseren die past bij wat bij de Alexanderknoop gebeurt. Ze heeft opgezocht bij ‘Rotterdam bouwt aan’ hoeveel mensen in het hogere segment wonen. Dat zou 50% zijn in deze 353 woningen, dus dat is 175. Dat zijn dan woningen van boven de € 1.053 huur. Ze denkt dat menig Rotterdammer dat niet gemakkelijk kan betalen. Vragen aan ambtelijke ondersteuning De heer De Roon wil weten waarom gekozen is voor de hoogte van 70 meter op deze plek. Is dat een financiële of politieke afweging of zijn er nog andere redenen? De heer Van Putten heeft in het bestemmingsplan gelezen dat er gebouwd zou moeten worden naar behoefte. Dat wordt daar ook specifiek zo in uitgelegd.

Aan de behoefte aan middeldure koop of aan dure koop schijnt hier niet voldaan te gaan worden. Voor wie wordt dit project eigenlijk gebouwd, los van de hoogte? Het is a) te hoog en b) met de verkeerde woningen. De voorzitter merkt op dat dat eigenlijk een politieke vraag is. Wellicht kan de ambtelijke ondersteuning daar een technisch antwoord op geven, anders wordt de vraag meegenomen naar de politieke behandeling in de commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte. Mevrouw Schotborg gaat in op de vragen: waarom deze hoogte en waarom op deze locatie? Zij geeft aan dat het geen grond van de gemeente betreft. Er is een ontwikkelaar met een stuk grond die bij de gemeente aangeeft dat hij daar graag woningen met een dergelijke hoogte wil bouwen. De gemeente kijkt vervolgens naar dat verzoek. In de reactie op de zienswijze staat dat het duidelijk is dat een hoogte op deze locatie impact heeft. Daarom is ook extra zorgvuldig gekeken naar het zo goed mogelijk inpassen van deze hoogte in deze omgeving. De stedenbouwkundigen zijn daar nauw bij betrokken geweest. Op twee hoeken is een hoogteaccent van 70 meter, er is een deel lager, er zijn daktuinen en een gezondheidscentrum in het gebouw waarmee iets wordt teruggedaan naar de omgeving. De spreekster weet niet of er aan de overzijde van de Hoofdweg eigenaren zijn die ontwikkelingsideeën hebben of dat dat grond van de gemeente is.

Op dit moment is alleen deze ontwikkeling bij de gemeente ingediend. En er is behoefte aan woningen. De gemeente kijkt dan of zij daaraan mee kan werken. Er zijn ook locaties waarvan men zegt dat die impact van 70 meter te groot is, gezien de omgeving. Maar in dit geval is de belangenafweging anders uitgevallen.

pagina 3

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

De heer Out geeft aan dat het hier een private ontwikkeling betreft van een Belgische belegger die de panden die er nu staan medio 2020 heeft gekocht. De gemeente heeft de aanvraag getoetst aan het beleid dat toen gold. Daarbij kwam het actieplan middeldure huur als manifest naar boven. Daarom zit er 50% middeldure huur in het plan. Er golden destijds geen andere randvoorwaarden. De voorzitter dankt mevrouw Van der Ploeg en geeft het woord aan de volgende inspreker, de heer Holm, om zijn zienswijze nummer 6 toe te lichten. Zijn bijdrage is ook in pdf aan de agenda toegevoegd. De heer Holm spreekt mede namens de heer D. Stenfert, de indiener van zienswijze 1, in. Reclamant 6: De heer Holm geeft aan dat er inderdaad een groot tekort aan woningen, vooral betaalbaar, is, maar hij is van mening dat dat eerder ingezien had moeten worden door de overheid en ook door de gemeente. Hij vindt dat dit tekort aan woningen geen excuus moet zijn om nieuwbouwprojecten door te drukken, zeker als die nieuwbouw niet passend is voor de locatie waar die gepland wordt, waarbij de belangen van de bewoners totaal worden genegeerd. Dit laatste verwacht de inspreker niet van de overheid.

De gemeente had volgens hem in overleg met omwonenden en andere belanghebbenden kaders moeten scheppen, waaraan nieuwbouw moet voldoen, bijvoorbeeld door vast te stellen wat de minimale en de maximale hoogte van een plan of gebied mag zijn. Dit alles voordat projectontwikkelaars plannen maken, liefst ook voordat zij de grond aankopen. Hiermee is men de speculatie voor, wat de prijs van een woning niet onnodig hoog maakt en de nieuwbouw ook niet onnodig groot en kolossaal. De spreker loopt in zijn zienswijze de punten van de vaststelling van het bestemmingsplan na. Punt A1, alternatieven buiten plangebied: Er zijn alternatieven om woningbouw te plegen. De spreker mist hier goed beleid van de gemeente. Hij noemt als voorbeeld het voormalige manegeterrein in Prinsenland, waar ongeveer 82 woningen gerealiseerd zijn en pas sinds kort verkocht zijn, terwijl ze een jaar te koop hebben gestaan. Daar had veel hoger gebouwd kunnen worden. Het past in de omgeving om daar hoog te bouwen, het staat ook heel goed en men krijgt meer woningen. Ook gebouw De Ster is een voorbeeld daarvan. In de Alexanderknoop mag tot 150 meter hoog gebouwd worden. Vlakbij metrostation Prins Alexander en de ontsluiting is ook perfect, veel passender dan op de Hoofdweg 480-490.

De inspreker hoopt dat de commissie in zijn zienswijze, maar ook in de stukken die hij daarna heeft aangeleverd heeft kunnen zien dat deze woontoren totaal niet in verhouding is tot omgeving waarin die volgens de plannen wordt neergezet. Hij verwijst naar de foto's die boekdelen spreken. Het betreft een kolos die daar niet past. De gebiedscommissie Prins Alexander adviseert om het ontwerp aan te passen, zodat er een meer vloeiende lijn, dus geen abrupte overgang, ontstaat met de bestaande bebouwing naar de Grote Beer. Bij A3, bouwen in de uitbreidingswijken, geeft de spreker aan dat het dempen van watergangen om meerdere redenen geen groen toevoegt aan de omgeving, zeker niet volgens de omschrijving van groenstedelijke woonmilieu, waar een singel ook als groen wordt aangemerkt. Het probleem wanneer het als groen wordt aangemerkt, zoals in artikel 4 gebeurt, is dat er een gebouw mag overhangen, er parkeerplaatsen mogen komen, en er rijpaden mogen komen voor fietsers. Dat is een verstedelijking en geen groen. Het staat het toe, dat wil

pagina 4

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

niet zeggen dat het gebeurt. Vandaar dat de bewoners zeggen om het water te laten. Er is bovendien een probleem met vleermuizen. De spreker geeft aan dat B, aantasting woongenot, het zwaarste punt is. In het hoofdstuk is een afbeelding bijgeplaatst. Hij geeft aan dat daarop te zien is dat de woonwijk over het algemeen uit laagbouw bestaat, waar een kolos van 70 meter zeker niet past, zeker wanneer men bedenkt dat men met het kavel qua bebouwing tot de grenzen gaat van het kavel. Het gebouw mag zelfs over de te dempen singel heen hangen. Aan het Akkabapad moeten vijf bomen gerooid worden. De spreker roept op om ze te laten staan, ze ontnemen de bewoners aan het Akkabapad op zijn minst het zicht op beton, steen en glas, want dat komt ervoor in de plaats. Aan de tekeningen is te zien hoe dit gebouw op 21 juni, de langste dag van het jaar, een schaduw werpt over de balkons, de tuinen en de huizen. De gemeente kiest andere data, één in het voorjaar en één in het najaar, maar bewoners zitten graag in de zomer in de tuin, niet in de schaduw maar in de zon. Veel mensen die in de Vallettastraat en de Djeddalaan aan de singel wonen, hebben een mooie schuifpui achter en zij krijgen inkijk achter in het huis en in de tuin.

De spreker zegt dat de gebiedscommissie Prins Alexander nergens in de stukken aangeeft akkoord te zijn met het bestemmingsplan, maar adviezen geeft die het tegendeel aantonen: meewegen belangen omwoners, aanpassen ontwerp met een meer vloeiend aflopende lijn vanaf de Grote Beer, participatie vooraf, hoogte in context van de omgeving, voorkomen van grondspeculatie door vooraf duidelijkheid te geven, kwaliteit leefomgeving staat blijkbaar op een tweede plan, aanpassen van het ontwerp Alexanderpark en nog eens goed te kijken naar het proces van ontwerp en vergunningenproces. De heer Holm verwijst verder naar zijn zienswijze. De voorzitter vraagt of er vragen zijn bij de commissieleden. De heer Van Dijk merkt op dat de heer Holm in zijn zienswijze ook veel aandacht besteed aan de verkeerssituatie op het moment dat het plan gerealiseerd zou worden. Hij vraagt of de heer Holm dat punt nog kort voor de commissie kan samenvatten. De heer Holm geeft aan dat op één van de foto's te zien is waar de uitrit komt van de ongeveer 80 parkeerplaatsen van de woningen en commerciële ruimten. In het rekenmodel van de gemeente staat dat uitgegaan wordt van 1200 extra voertuigbewegingen per etmaal en dat dat minder is dan één per minuut. Dat spreker wijst erop dat dat gedeeld is door het aantal minuten in een volle dag en dat niet realistisch is.

Als bijlage zijn twee documenten bijgevoegd: van Mees Ruimte & Milieu en DCMR Milieudienst Rijnmond, die op grotere aantallen verkeersbewegingen uitkomen. Zij geven ook aan dat er ook nog nieuwbouw wordt gepleegd aan de Grote Beer en ook die mensen zullen voor een groot gedeelte gebruik gaan maken van de Hoofdweg. Zo zullen er bij het ontwikkelen van de Alexanderknoop nog veel meer voertuigen zijn. Vragen aan ambtelijke ondersteuning De heer Rozema vraagt hoeveel bomen gerooid moeten worden voor realisering van dit plan en of die ook in het plangebied terug zullen komen, waar de herplantplicht geldt. Door de inspreker wordt artikel 4 van de bestemmingsregels

pagina 5

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

aangehaald, dat over groen gaat. Het klopt wat de inspreker zegt dat er bijvoorbeeld een parkeerplaats in de bestemming groen gerealiseerd mag worden. De heer Rozema noemt subartikel 4.2. Er worden ook bouwwerken toegestaan in het groen, geen gebouwen zijnde of gebouwen tot een hoogte van twee meter. Hij vraagt aan wat voor gebouwen hij dan moet denken. De heer Van Dijk vraagt hoe er naar de verkeersstudie van zoveel auto's per minuut wordt gekeken en hoort graag waarom dit dan wel de juiste aanpak is in tegenstelling tot wat de inspreker zegt. Mevrouw Schotborg geeft aan dat de kapvergunning buiten de scope van het bestemmingsplan valt. Er was een gecoördineerde procedure waarbij de ontwerpbeschikkingen die het plan mogelijk maken, ook ter inzage hebben gelegen. Daar zat ook een aanvraag kappen bij en dus ook een ontwerpvergunning kappen. Het gaat over vijf bomen, die gekapt moeten worden in verband met het bouwen van dit plan en niet zozeer dat ze op de locatie komen. In de directe omgeving moeten de bomen terug geplant worden. Dat staat ook in de ontwerpbeschikking. Mevrouw Schotborg geeft aan dat er geen enkele reden is om die gewijzigd vast te stellen uiteindelijk als dit plan wordt goedgekeurd. Artikel 4 van de bestemmingsplanregels betreft de bestemming groen. Daar mogen inderdaad uitstekende delen van gebouwen zijn, zoals onder andere balkons.

Dit is een standaard bepaling zodat balkons en dergelijk mogelijk gemaakt worden, maar op de begane grond, dus op het buitengebied, blijft het ongewijzigd en blijft het groen. Bouwwerken geen gebouwen zijnde en met een hoogte van twee meter zijn over het algemeen schuttingen en afscheidingen. Soms kan het bijvoorbeeld straatmeubilair zijn. Mevrouw Bleeker geeft antwoord op de vraag van de heer Van Dijk over de verkeersbewegingen. Ze geeft aan dat het klopt dat er een aantal verschillende uitgangspunten in het bestemmingsplan staan. In de bestemmingsplanprocedure wordt gekeken naar de maximale impact van het plan en daar worden de onderzoeken op ingericht. Daarom zijn luchtkwaliteit en stikstofdepositie best hoog ingezet en is besloten omdat dat goed ging, de onderzoeken niet aan te passen. De verkeersanalyse is tijdens de verdere uitwerking van het plan nader uitgewerkt en gedetailleerd en op basis daarvan blijkt dat de ordegrootte van 1200 motorvoertuigenbewegingen per etmaal het effect is van de gehele ontwikkeling. Als dan gekeken wordt hoe zich dat verdeelt over de dag en wat het maatgevende moment is, dan is dat tijdens de spitsuren en dan komt de ordegrootte wel uit op een aantal motorvoertuigbewegingen van één per minuut, omdat het gaat om een verkeersaantrekkende werking van 88 tot 114 motorvoertuigbewegingen tijdens een spitsuur.

Op basis van een analyse van blijkt dat dat niet leidt tot belemmeringen en het plan wat dat betreft goed inpasbaar is. De heer Rozema vraagt of in de locatie die straks met de bestemming groen te maken gaat hebben, nu al bijvoorbeeld parkeerplaatsen te vinden zijn. De ambtelijke ondersteuning liet zich ontvallen dat het misschien kan doorgaan als een standaard artikel. In ieder geval de mogelijkheden die voorzien zijn met de bestemming groen treft men vaker aan. Is het gangbaar dat parkeerplaatsen ook in de bestemming groen bijvoorbeeld een plek krijgen?

pagina 6

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

Mevrouw Schotborg licht toe dat het niet altijd zo is dat parkeerplaatsen in de bestemming groen gerealiseerd mogen worden. In dit plan is dat wel zo opgenomen. Dat had ook anders gekund; de gemeente is al verder in de planvorming voor dit plan. Het betreft een gecoördineerde procedure. Dat betekent ook dat er ook al een plan is voor de buitenruimte waar alleen parkeerplaatsen worden gerealiseerd aan de voorzijde van de Hoofdweg voor het gezondheidscentrum en de ingang daar naartoe. Voor het overige zijn geen parkeerplaatsen ingepland. De voorzitter dankt de heer Holm voor zijn bijdrage en geeft het woord aan de volgende inspreker, de heer Backer van zienswijze 7. Reclamant 7: De heer Backer overhandigt zijn zienswijze aan de commissie. Hij geeft aan dat hij eind vorig jaar ook een zienswijze heeft ingediend tegen dit plan. In het ontwerpraadsbesluit zag hij dat eigenlijk alle zienswijzen waren afgewezen. Het leek hem daarom nodig om nogmaals langs te komen. Zijn belangrijkste punt gaat over de parkeernormering. Het gaat om de beleidsregel voor parkeren. Voor ov-haltes kan aftrek plaatsvinden qua het aantal plekken dat in een plan opgenomen wordt. In dit plan wordt volgens de spreker de beleidsregel niet goed gevolgd. Volgens de beleidsnota mag er voor het punt ov geen aftrek plaatsvinden, omdat het dicht bij het ov-knooppunt Alexander is, voor de afstand nul tot twaalf meter.

Dat is in het plan niet meegenomen en dat zou betekenen dat er nog ongeveer veertig parkeerplekken in het nieuwe plan moeten komen. Het feit dat in de beleidsnota geen aftrek wordt toegezegd, is begrijpelijk gezien de ligging van de locatie aan de Hoofdweg vlak bij het Alexandrium en het ovknooppunt Alexander, waar ook veel geparkeerd wordt op zaterdag- of zondagmiddag. De voorzitter vraagt of er vragen zijn bij de commissieleden. De heer Van Dijk merkt op dat de heer Backer in zijn brief iets over deelauto's schrijft en de korting die daarvoor wordt opgevoerd. Hij begrijpt niet hoe de inspreker ertoe komt om te zeggen dat ook dat aspect niet meegenomen mag worden. De heer Backer geeft aan dat het punt van de deelauto's zijn persoonlijke mening betreft. Als dat conform de beleidsnota is, moet men zich daarbij neerleggen. Hij geeft aan dat het belangrijkste punt in zijn zienswijze is de hoeveelheid die afgetrokken mag worden in de nabijheid van het ov-knooppunt Alexander: er staat duidelijk dat dat nul is. Vragen aan ambtelijke ondersteuning De heer Verheij vraagt of de raadscommissie de rekensom van de parkeerplaatsen netjes uitgewerkt kan krijgen. De heer Rozema sluit zich daarbij aan. Hij hoopt dat wordt meegenomen hoe bijvoorbeeld de mobility services-korting is toegepast en hoe wordt gestapeld met de nabijheid van de ov-knooppunt, zodat de commissie zelf kan nagaan welke

pagina 7

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

stappen zijn genomen om te komen tot de uiteindelijke invulling van de parkeernorm. Mevrouw Schotborg merkt op dat de heer Backer aangeeft dat er een korting is toegepast op basis van de nabijheid van ov Alexanderpolder. Echter is een korting toegepast in nabijheid ov op basis van het feit dat de ontwikkeling binnen 800 meter van de metrohalte Oosterflank ligt. Het betreft een gecoördineerde besluitvormingsprocedure. Dat betekent dat de ontwerpomgevingsvergunning ook ter inzage heeft gelegen. In die ontwerpomgevingsvergunning wordt precies uitgeschreven wat de parkeereis is als het gaat om fietsen en auto's en ook hoe de kortingen zijn toegepast en wat dan de uiteindelijke parkeereis moet zijn. Daarbij wordt inderdaad heel veel ruimte geboden, overeenkomstig het parkeerbeleid dat door de raad is vastgesteld, aan deelmobiliteit, fietsers en ov om dat te stimuleren. De spreekster kan dat aan de commissie doen toekomen. De voorzitter constateert dat de toezegging is gedaan dat de commissie de rekensom van de parkeerplaatsen krijgt toegestuurd in de veegbrief van de wethouder. De heer Van Dijk merkt op dat de Backer in zijn brief stelt dat hij niet begrijpt waarom Alexander niet gebruikt wordt en juist wel Oosterflank terwijl die wijk verder weg ligt. Dat aspect komt niet terug in de beantwoording van mevrouw Schotborg.

Waarom mag het wel om een station dat verder weg ligt te gebruiken in de compensatie? Mevrouw Schotborg geeft aan dat in het parkeerbeleid staat per metrostation, en Alexanderpolder is daar een bijzondere in, hoeveel meter afstand er mag zijn, of die meegenomen mag worden of niet voor de korting. Wat die exacte aantallen zijn per metrostation heeft ze nu niet paraat. De voorzitter constateert dat dit punt wordt toegelicht in de veegbrief van de wethouder. Dit punt wordt ook meegenomen in de politieke behandeling in de commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte. Ze bedankt de heer Backer voor zijn komst en geeft het woord aan mevrouw De Jong over zienswijze 8 en 11. Reclamant 8 en 11: Mevrouw De Jong heeft haar schriftelijke inspraak gegeven, waarin zij op een aantal punten in het raadsvoorstel reageert. Ze geeft een toelichting op een aantal punten. Allereerst op het project in het algemeen. Dat er op deze locatie nu een gebouw komt, vindt ze prima. Dit geldt ook voor de functies wonen en gezondheidscentrum. Over de omvang en massa van het bouwplan is al veel gezegd. Dat geldt ook voor de te verwachten parkeeroverlast. Ze gaat haar bezwaren daarom niet meer herhalen. In haar zienswijze heeft ze gevraagd de oppervlakte van de woningen overeenkomstig het Rotterdamse kwaliteitsbeleid wonen in het bestemmingsplan als kader voor het bouwplan op te nemen.

Hierin is niet tegemoet gekomen. Waarom wil het college het gemeentelijk woonbeleid niet uitvoeren door het te vertalen in het bestemmingsplan? Nu de gemeente voor dit bouwplan het bestemmingsplan wil wijzigen, heeft de spreekster gevraagd een paar kleine aanpassingen in de regels van het bestemmingsplan aan te brengen, zodat ze als buurvrouw meer rechtszekerheid krijgt. Ten eerste

pagina 8

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

gaat het om de windhinder. Uit onderzoek blijkt dat de windhinder rondom het gebouw zal toenemen. Het kruispunt Hoofdweg/Djeddalaan/Watermanweg is nu ook al een verraderlijk punt als het hard waait. Voetgangers en fietsers kunnen zich bij het verkeerslicht moeilijk overeind houden. Mevrouw wijst erop dat verslechtering van windhinder eenvoudig voorkomen kan worden door maatregelen te treffen en dat ook uit het rapport blijkt. De gemeente suggereert dat deze maatregelen overtroffen gaan worden, maar daarvoor geeft het bestemmingsplan geen enkele garantie en de gemeente zelf ook niet in de stukken. Waarom wordt dit niet als regel opgenomen, zodat omwonenden meer zekerheid hebben dat dit ook geregeld wordt? Ten tweede gaat het om behoud en versterken van het groen. De heer Holm heeft er net al iets over gezegd. De gemeente geeft zelf aan dat er met het project meer groen gerealiseerd zal worden. Echter is ook dat in het bestemmingsplan niet geregeld. De spreekster heeft gevraagd in het bestemmingsplan op te nemen dat minimaal 60% van het dakterras groen moet worden uitgevoerd. En ook heeft ze gevraagd om de groenstrook aan de westzijde van het project daadwerkelijk een groene invulling te geven. De huidige singel kan op grond van het bestemmingsplan helemaal veranderd worden.

Mevrouw geeft aan dat met een kleine aanpassing in de regels het bestemmingsplan wel de groene invulling kan garanderen. In het raadsvoorstel staat dat de te kappen bomen op dezelfde plek terugkomen. In de kapvergunning staat: in de directe nabijheid. Maar wat is directe nabijheid? Ten derde gaat het de inspreekster om de horeca. In het plan is voorgesorteerd op de aanpassing van het horecabeleid. Er is ook een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor deze horecavoorziening. Deze horecavoorziening willen de ontwikkelaar en de gemeente realiseren aan de kant van het park. Maar waarom moet dan de hele locatie horecabestemming krijgen? Dat kan ook beperkt worden tot dat deel van het bouwplan, geeft mevrouw aan. Op de informatieavonden is gezegd dat de horecavoorziening in de Plint een kleinschalige voorziening wordt voor de buurt. Het ging dan om een restaurant of lunchroom. Dat vindt de spreekster prima. Maar ze vraagt waarom er dan categorie 2-horeca toegelaten moet worden met openingstijden tot 02.00 uur. Ze geeft aan dat het ook voor de toekomstige bewoners boven de horeca niet fijn is als hier een situatie à la Stadhuisplein gaat ontstaan. Ze vraagt waarom hier een kansspelautomatenhal, een shisha lounge of een seksclub mogelijk moet worden gemaakt, als dat niet de bedoeling is. Een beperking tot horeca 1 kan volgens haar gemakkelijk.

De gemeente zegt zelf dat het kan en de ontwikkelaar zegt het ook, maar voor haar als buurvrouw maakt dat een wereld van verschil. Ze hoopt dat de raad haar voorgestelde aanpassingen van het bestemmingsplan overneemt. De voorzitter vraagt of er vragen zijn bij de leden van de commissie. Ze constateert dat er geen vragen zijn voor mevrouw De Jong, maar wel voor de ambtelijke ondersteuning. Vragen aan ambtelijke ondersteuning De heer Verheij merkt op dat de inspreekster terechte vragen stelt. Waarom worden de hoeveelheid groen op de dakterrassen en de omvang van de omvang van de woningen eigenlijk niet geregeld in het bestemmingsplan? Hij is benieuwd wat de afweging is geweest om dat niet te doen.

pagina 9

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

De heer Van Dijk sluit zich daarbij aan. Hij geeft aan dat mevrouw De Jong een duidelijk verhaal gehouden heeft. Uit het betoog van mevrouw begrijpt hij dat zowel de gemeente als de ontwikkelaar het erover eens zijn dat daar geen categorie 2-horeca thuishoort. Waarom zou dat dan niet in het bestemmingsplan geregeld worden? Mevrouw Schotborg licht toe dat de omvang van de woningen in dit kaderstellende bestemmingsplan niet is vastgelegd. Ze geeft aan dat daar geen speciale reden voor is geweest. De omvang van de woningen ligt wel vast in de aanvraag omgevingsvergunning die er nu ligt en de ontwerpbeschikking. Men zou inderdaad een minimum of maximum oppervlakte kunnen opnemen in het bestemmingsplan, maar dat wordt in de meeste bestemmingsplannen niet gedaan. In welke mate er groen op de dakterrassen terugkomt, daarop kan ze ongeveer hetzelfde antwoord geven. Het is geen groenbestemming, dus de gemeente kan inderdaad niet verplichten dat er groen op de dakterrassen komt. Met de ontwikkelaar is besproken dat het wenselijk is en ook de ontwikkelaar zelf vindt dat wenselijk, want dat is een deel van het leefgebied ook voor de bewoners in die woontoren. De ontwikkelaar is duidelijk gericht op het vergroenen van de omgeving, de aansluiting zoeken bij het park, de groene dakterrassen, en dat soort dingen. De gemeente gaat ervan uit dat dat conform afspraken goed komt.

In het bestemmingsplan is horeca categorie 2 opgenomen. Dat leek de gemeente prima geschikt en ook qua ruimte zijn er dan nog mogelijkheden voor een aanbieder. De gemeente vond categorie 2 in deze omgeving geschikt qua overlast en dergelijke. De horeca moet ook aansluiten bij de omgeving, namelijk dat er niet veel andere horeca is, dat het een soort daghoreca is waar dagjesmensen komen die ook willen genieten van het park. De spreekster geeft aan dat er geen parkeervoorzieningen in het groen gepland zijn, maar wel een terras, omdat eventueel horeca ook een terras zou moeten kunnen hebben aan die zijde. Dat is juist om de levendigheid aan die zijde te vergroten, aldus mevrouw Schotborg. De heer Out heeft een aanvulling over het punt van de horeca. Hij geeft aan dat het horecagebiedsplan, dat in september door de gebiedscommissie is vastgesteld, daar een rol in speelt en begin dit jaar door het college. Daarin staat voor deze plek dat gekoppeld aan horeca categorie 2, het terras om 23.00 uur dicht moet zijn. Dus het is niet zo dat een terras tot 02.00 uur door kan gaan. De voorzitter constateert dat dit aanvullende vragen oproept. Als het een verduidelijkende vraag is, staat ze die toe. De heer Rozema merkt op dat de ambtelijke ondersteuning uitlegde wat er in het bestemmingsplan staat over het groen van de tuinen.

Eigenlijk is niet de vraag behandeld waarom er niet is overgegaan tot juridische borging van het aantal vierkante meters groen in het bestemmingsplan. De ambtelijke ondersteuning liet zich ontvallen dat er conform afspraken met de ontwikkelaar wordt gestuurd op groen in het gebouw. Welke afspraken zijn dat? Zijn die juridisch bindend, of is het een voornemen dat is uitgesproken of een inspanningsverplichting? Of worden de afspraken nog gemaakt en is er een anterieure overeenkomst gesloten? De spreker heeft ook een vraag over de horeca. Het kan zijn dat er een horecagebiedsplan bepaalde voorbehouden biedt over het kunnen uitbaten

pagina 10

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

van een horeca-inrichting op een bepaalde plek, maar die worden om de twee jaar herzien. Dus de grootste houvast die bewoners hebben, is het bestemmingsplan. Het is dan toch veel beter om in het bestemmingsplan zo laag mogelijk in te zetten om rechtszekerheid te scheppen voor de bewoners, in plaats van terug te vallen op andere instrumenten buiten het bestemmingsplan? De heer Van Dijk merkt op dat mevrouw De Jong ook windhinder naar voren gebracht heeft, maar dat in de beantwoording niet terugkwam. Mevrouw Schotborg geeft aan dat de afspraken met de ontwikkelaar niet in een overeenkomst zijn vastgelegd en niet juridisch bindend zijn. De heer Out geeft aan dat het noch de bedoeling van de ambtelijke ondersteuning noch de bedoeling van de ontwikkelaar is om hier een horecavoorziening te zien uitbaten die het terras langer open heeft dan tot 23.00 uur. Als er een betere manier is om dat naast het horecagebiedsplan te borgen, zal de ambtelijke ondersteuning daarover na moeten denken. De heer Verheij heeft een technische vraag. Vorig jaar of het jaar ervoor heeft de raad een bestemmingsplan met een flinke discussie over horeca gehad in Park Zestienhoven, waar het nadrukkelijk ging over de relatie tussen bestemmingsplan en het horecagebiedsplan. Dat bestemmingsplan kwam er uiteindelijk niet, terwijl de gemeenteraad zei dat het er wel moest komen op die manier.

Hij zou graag willen weten hoe dat hier wordt opgelost. De heer Out zegt dat de ambtelijke ondersteuning die doelstelling met de raad deelt. Hij onderstreept daarom opnieuw dat geen horecavoorziening met een terras na 23.00 uur de bedoeling is. Hij neemt deze vragen mee en kijkt wat de ambtelijke ondersteuning daarmee kan richting de commissie. De voorzitter noteert dat als toezegging voor in de wethoudersbrief die richting commissie komt. Mevrouw Bleeker geeft aan dat uit het windhinderonderzoek volgt dat er ook na realisatie van het plan sprake is van een goed tot lokaal matig windklimaat. Op een paar punten is een beperkte verslechtering te zien. Ze legt uit dat er twee toetsingscriteria zijn: enerzijds is er het comfortcriterium en anderzijds het gevaarcriterium. Ondanks de beperkte verslechtering is er nog steeds geen sprake van een windgevaar, dus daarmee is de ontwikkeling goed inpasbaar. Daarbij wordt nog geen rekening gehouden met eventuele groenvoorzieningen en dergelijke, die wel degelijk worden gerealiseerd, wat ook een gunstig effect heeft op het windklimaat ter plaatse. De voorzitter merkt dat er nog steeds vragen zijn bij de commissieleden. Die zullen meegenomen worden naar de vergadering van de commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte.

De heer Van Dijk merkt op dat mevrouw De Jong heeft gezegd dat er maatregelen genomen kunnen worden, die ervoor zorgen dat de windhinder beperkt wordt en minder effect heeft. De vraag is waarom dat niet heel expliciet

pagina 11

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

in het bestemmingsplan beschreven is. Hij zou graag een toelichting willen in de veegbrief, zodat daarover in de commissie het politieke gesprek kan gevoerd worden. De voorzitter constateert dat de vraag in de wethoudersbrief zal worden beantwoord. Ze dankt mevrouw De Jong voor haar komst en heldere inbreng. Advisering De heer Van Putten merkt naar aanleiding van onderwerp A2 op dat hij niet conform het advies van het college adviseert. Het gaat erom dat de hoogte en een aantal waarborgen die niet zijn opgenomen, zoals inzake de daktuin, vervanging van bomen, windhinder beperken, de invulling van het type woning en ook de grootte daarvan wordt ook niet bepaald. Hij is het er niet mee eens dat het voor 50% dure huurwoningen worden. Hij heeft het gevoel dat het project erdoorheen wordt gedrukt terwijl het aan geen enkele behoefte voldoet. Voor wie zijn de 353 appartementen die in het gebouw komen? De heer Rozema geeft naar aanleiding van onderwerp A3 aan dat in de reactie van het college de vuistregels rekkelijk zijn binnen de harde kaders van het bestemmingsplan. Dat noopt volgens de spreker tot een goed debat in de commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte. De heer Van Putten sluit zich bij het voorgaande aan.

De heer Van Dijk zou een aantal punten die de laatste inspreker, mevrouw De Jong, inbracht, open willen laten, omdat daar toezeggingen liggen om over na te denken: horeca en windhinder. Al eerder is iets toegezegd over parkeren, dus dat onderwerp is ook lastig om nu af te vinken. Themagewijs A Stedenbouw A1 Alternatieven buiten plangebied. Reclamanten 1, 3, 4 en 6. Voorstel van het college: ongegrond. De commissie gaat akkoord. A2 Stedenbouwkundige inpassing (hoogte en omvang). Reclamanten 3, 4, 6, 9, 10, 12 en 13. Voorstel van het college: ongegrond. Geen advies, doorgeleiden naar de commissie. A3 Vuistregels "bouwen in de uitbreidingswijken". Reclamanten 8 en 11. Voorstel van het college: ongegrond. Geen advies, doorgeleiden naar de commissie. A4 Programma / flexibiliteit. Reclamanten 8 en 11. Voorstel van het college: ongegrond. Geen advies, doorgeleiden naar de commissie. B Aantasting woongenot. Reclamanten 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 12 en 13. Voorstel van het college: ongegrond. Geen advies, doorgeleiden naar de commissie. C Milieuaspecten C1 Geluidsoverlast. Reclamanten 1, 2, 3, 5, 6, 8,10 en 13.

pagina 12

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

Voorstel van het college: ongegrond. De commissie gaat akkoord. C2 Luchtkwaliteit/stikstof. Reclamanten 2, 3, 6, 9 en 10. Voorstel van het college: ongegrond. De commissie gaat akkoord. C3 Windhinder. Reclamanten 8 en 11. Voorstel van het college: ongegrond. Geen advies, doorgeleiden naar de commissie. C4 Groen en oppervlaktewater. Reclamanten 1, 2, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 12 en 13. Voorstel van het college: ongegrond. Geen advies, doorgeleiden naar de commissie. C5 Vleermuizen. Reclamanten 1, 6, 8 en 11. Voorstel van het college: ongegrond. De commissie gaat akkoord. D Verkeer en parkeren D1 Verkeer. Reclamanten 2, 3, 4, 6, 9, 10, 11, 12 en 13. Voorstel van het college: ongegrond. Geen advies, doorgeleiden naar de commissie. D2 Parkeren, in geheel beoordeeld, maar reactie is onderverdeeld naar: D2.1 Parkeren op eigen terrein. Reclamanten 8 en 11. D2.2 Parkeernormen. Reclamanten 1, 2, 3, 4, 6, 7, 9, 10, 12 en 13. Voorstel van het college: ongegrond. Geen advies, doorgeleiden naar de commissie. E Horeca. Reclamanten 6, 8, 9, 10, 11, 12 en 13. Voorstel van het college: ongegrond. Geen advies, doorgeleiden naar de commissie. F Overige aspecten F1 Prijs bouwgrond. Reclamanten 1, 4, 6 en 9. Voorstel van het college: ongegrond. De commissie gaat akkoord. F2 Waardevermindering/planschade. Reclamanten 1, 2, 3, 4, 6, 10 en 13. Voorstel van het college: ongegrond.

De commissie gaat akkoord. F3 Participatie. Reclamanten 1, 8 en 11. Voorstel van het college: ongegrond. De commissie gaat akkoord. F4 Gebiedsvisie en MER-beoordeling. Reclamanten 8 en 11. Voorstel van het college: ongegrond. De commissie gaat akkoord. F5 Afwijkingsregel 10%. Reclamanten 8 en 11. Voorstel van het college: ongegrond. De commissie gaat akkoord. F6 Gezondheidscentrum. Reclamant 12. Voorstel van het college: ongegrond. De commissie gaat akkoord. De voorzitter concludeert dat er toezeggingen zijn gedaan voor een veegbrief van de wethouder, over de rekensom voor het parkeren, horeca en de maatregelen tegen windhinder. 3.

Bestemmingsplan BP RottaNova (raadsvoorstel 21bb14364)

Ontvangen schriftelijke reacties: Er zijn enkel schriftelijke reacties ontvangen. Deze zijn op de agenda geplaatst. Reclamant 3 en reclamant 14 hebben zich helaas moeten afmelden. De voorzitter geeft het woord aan de heer Wijnmaalen om zijn zienswijze toe te lichten.

pagina 13

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

Reclamant 9: De heer Wijnmaalen geeft aan dat de discussie rond de veranderende bouwhoogte van RottaNova het hete hangijzer is. Het oorspronkelijke bestemmingsplan had een bouwhoogte van 25 tot 35 meter en de afstand tot de Markthal van 40 meter. De spreker zegt dat er nu een nieuw bestemmingsplan wordt doorgedrukt met twee torens van bijna 70 meter hoog en een afstand tot de Markthal van slechts 32,8 meter, omwille van economische belangen alleen: meer volume verkopen. Volgens de spreker wordt aan een aantal belangrijke punten voorbijgegaan. Door de bouw van de RottaNova verdwijnen twee iconische gebouwen: Markthal en Laurenskerk. Letterlijk en figuurlijk komen ze in de schaduw te staan van dit lelijke gebouw, zo geeft de inspreker aan. De hoogte wordt 70 meter, veel meer dan de 25 meter. De afstand is geen 40 meter meer, maar 32,8, wat de Markthal nog meer in de verdrukking brengt. Er wordt met een U-vorm gewerkt met twee torens, waardoor het zicht vanuit de Markthal op de Laurenskerk zoveel mogelijk behouden zou moeten blijven. Echter, de bewoners tot de zevende verdieping van de Markthal, dat is ook te zien in het onderzoek van Peutz, kijken tegen een muur aan en zien niets anders meer dan de huiskamers van RottaNova. Van de hoger gelegen appartementen is het uitzicht op de Laurenskerk minimaal.

Ten aanzien van het windlastonderzoek, gedaan door Peutz, zegt de inspreker het volgende. Het stuk lezend moet hij concluderen dat het eerder een aanname van Peutz is dan een gedegen onderzoek, zoals het oorspronkelijke windlastonderzoek, gedaan op 1,75 meter hoogte. De spreker geeft aan dat hij op de elfde verdieping woont, waar altijd wind is. De wind wordt vervelend als deze uit het noordwesten tot het noordoosten komt. Uit onderzoeken blijkt dat de wind venturi-effect heeft op bijzondere gebouwvormen en de omgeving, en dat er sprake is van windversnellingen en valwinden. Dit is ook goed waar te nemen bij de Lee Towers op het Marconiplein, ook op een niet zo windsterke dag. De onderzoeker noemt de venturi-pijp, maar dat is iets anders dan het venturi-effect. De wind tegenhouden, zoals gesteld, zal alleen optreden bij een hoog gebouw zonder torens of uitsteeksels. Bij wind uit het zuiden zal een terugkaatsing plaatsvinden via de RottaNova. De spreker is het met de stelling van Peutz niet eens en eist een gedegen en onderbouwd onderzoek. Door de bouw en de ligging van de RottaNova zullen er hinderlijke zonreflecties optreden in de woningen van de Markthal, omdat het hele gebouw op de zuidzijde staat. Ook hier refereert de spreker aan hetzelfde onderzoek van Peutz.

Gezien de vele ramen, de hoogte en de ligging van de RottaNova ten opzichte van de Markthal, zullen nagenoeg de hele dag zonreflecties optreden gedurende een groot deel van het jaar. Met de stelling van Peutz is de spreker het niet eens en hij denkt dat verder onderzoek noodzakelijk is. Met het verdwijnen van het grasveld voor de Markthal en de bouw van de RottaNova zal er veel hittestress in het centrum bij komen. Hittestress treedt niet alleen op door stenen en gebouwen, maar ook door eerdergenoemde zonreflecties. Ook hier is onderzoek naar gevraagd, het enige antwoord dat de spreker kan vinden, is dat de gemeente stelt dat er geen wettelijke bepalingen zijn om iets aan hittestress te hoeven doen. Door de verstening van de stadsdriehoek zal wel degelijk hittestress optreden, en een bloedhete zomer is het resultaat, geeft de spreker aan. Hij zegt dat Rotterdam groot geworden is door moedige mensen met visie en dit de historische kans is van de gemeente om een alternatief plan voor RottaNova te brengen. Hij roept op om het bestemmingsplan te veranderen en een echt groen hart te realiseren: een iconische oase op deze plek, goed voor het milieu, het welbevinden van de

pagina 14

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

inwoners, bezoekers aan de stad zullen nog meer in vervoering raken en zorgen voor nog meer toeristische impulsen. Rotterdam heeft de mond vol van klimaatdoelstellingen en klimaatadaptatie, de Rotterdamse klimaataanpak en het Rotterdams klimaatakkoord. Op 19 januari is door het college vol trots gepresenteerd het actieprogramma 'Rotterdam gaat voor groen', dat in vier jaar tijd 21,5 hectare groen in de stad belooft. De spreker zou dat graag wat meer in het centrum willen zien. Mogelijk kan de gemeente voor het realiseren van dit plan de Eneco-gelden aanwenden. Anders is de spreker bang dat er een eerste stap wordt gezet met het terugdraaien van alle mooie plannen om Rotterdam echt groener en leefbaarder te maken. De spreker roept de raad op om zich niet in het nauw te laten drijven door een allesoverheersende vastgoedmagnaat die half Rotterdam in zijn greep heeft en alleen maar meer wil. Hij geeft aan dat het plan zeker impact gaat hebben op de waarde van de woningen. Woningen nu in de verkoop brengen volgens de verkopers minder op en krijgen minder bezichtigingen, vanwege onzekerheid over de RottaNova. Mensen willen op die iconische plek niet tegen een lelijk en te hoog gebouw aankijken. De spreker geeft aan dat een aantal van zijn buren dit kunnen staven. De voorzitter kijkt rond of er vragen zijn bij de commissie.

De heer De Roon is benieuwd of de heer Wijnmaalen tegenover het plan woont, hoelang hij daar woont en hoelang de plannen bij hem bekend zijn. De heer Rozema vraagt of de inspreker wat kan vertellen over de leefomgeving rondom de Markthal, wat bijvoorbeeld hittestress aangaat, in de huidige situatie. De heer Wijnmaalen licht toe dat hij de woning gekocht heeft in december 2014 toen de Markthal was opgeleverd. Er stonden toen nog veel woningen te koop. Er was op dat moment een woningcrisis. Hij wist dat er iets zou komen op het grasveld voor de Markthal, maar niet wat. Hij had gehoord van plannen voor een gebouw van 25 tot 35 meter hoog en recenter ook dat de RottaNova uit het bestemmingsplan was gehaald. De tekeningen op de hekken waren al weg op het moment dat hij het huis kocht. Hij is pas gaan bezichtigen nadat Koningin Máxima de Markthal had geopend. Op de vraag over de huidige situatie rondom hittestress zegt de spreker dat het grasveld op een mooie dag vol licht met mensen. Het waait en is relatief koel. Hij woont op een mooie plek aan de noordzijde en heeft niet de zon volop in huis. Op de Binnenrotte staat een hoog gebouw en daar is te zien als de zon naar het westen draait, dat er behoorlijke zonreflecties komen aan het begin van de avond. Die schijnen bij hem in de woonkamer. Als er een gebouw voor komt te staan, dan gaan die spiegelingen de hele dag door.

De spreker denkt dat de gemeente moet vergroenen. Als er een gebouw wordt neergezet, dan treedt een soort accueffect op: de hitte accumuleert zich en blijft vastzitten. Het grasveld ligt er al sinds 2008 en is een mooie plek om open te houden, aldus de spreker. Vragen aan ambtelijke ondersteuning De heer Verheij kan zich voorstellen dat het voor de politieke behandeling in de commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte handig is om even kort de historie te schetsen, want hij denkt dat niet iedereen die helder heeft. De RottaNova is inderdaad uit het bestemmingsplan gehaald in 2014, 2015, maar het gaat ook om

pagina 15

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

hetgeen daaraan vooraf ging sinds 2008. Is dit plan bekend ook met deze bouwhoogten en vormen? De heer Rozema vraagt zich af hoe het Rotterdams Weerwoord, het klimaatadaptatieprogramma van de gemeente Rotterdam als onderlegger is gebruikt om te komen tot dit bestemmingsplan, met name waar het hittestress betreft, een thema dat voorkomt in de bijdrage van de inspreker. Op de kaart van Rotterdams Weerwoord is te zien dat die plek, het Laurenskwartier, als zeer hoog qua hittestress wordt aangemerkt. Plus daaraan gekoppeld dat er een relatief groot aantal ouderen woont. Hoe zijn die factoren meegewogen in het komen tot dit voorliggende plan? De heer Akkulak geeft aan dat in het raadsvoorstel onder A12 de historie uitgebreid weergegeven is, en vraagt of de heer Verweij aan de hand daarvan nog een overzicht wil of dat dat voldoende is. Mevrouw Van den Broek licht toe dat het Rotterdams weerwoord redelijk nieuw beleid is, dat vrij recent is vastgesteld. In die hoedanigheid is dat beleid nog niet meegenomen in dit bestemmingsplan. Er zijn wel klimaatmaatregelen in dit bestemmingsplan vastgelegd over groen op en aan de bebouwing. Tegelijkertijd is het zo dat op andere plekken in de omgeving van de RottaNova groen wordt aangelegd, ook ter compensatie van het groen dat nu verdwijnt, dat tijdelijk was aangelegd.

Dat gaat gebeuren op het Meentplein aan de noordelijke uitloper van het Binnenrotteplein. De heer Verheij noemt het punt van het destijds buiten het bestemmingsplan laten van de RottaNova. Er is destijds gewerkt met een witte vlek in het bestemmingsplan van die omgeving en dat leest hij niet in het raadsvoorstel. Hij denkt dat het goed is om dat punt in de veegbrief nog goed toe te lichten: wat de aanleiding was om dat te doen en hoe dat technisch werkte. De voorzitter constateert dat de heer Akkulak dat punt noteert voor de veegbrief. De heer Akkulak licht toe dat op dat moment de plannen voor RottaNova nog niet helemaal uitgewerkt waren, hoewel de gemeente wel begonnen was aan het bestemmingsplan voor de rest van het Laurenskwartier. Er is toen voor gekozen om dat deel eruit te laten totdat de plannen voor RottaNova helemaal bekend waren en voor RottaNova zelf een projectbestemmingsplan opgesteld kon worden. Op zich is dat gebruikelijk in Rotterdam als de plannen niet helemaal concreet zijn. De gemeente had toen een actualiseringsplicht. Door de invoering van de Wet ruimtelijke ordening moesten alle bestemmingsplannen geactualiseerd worden. Er is toen voor gekozen om alle ontwikkelingen die niet helemaal concreet waren buiten de bestemmingsplannen te laten, zodat op tijd alle bestemmingsplannen van het Rotterdamse gebied geactualiseerd konden worden.

De voorzitter dankt de heer Wijnmaalen voor zijn komst. Zij geeft het woord aan de heer Bax voor zijn toelichting op zienswijze 13.

pagina 16

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

Reclamant 13: De heer Bax geeft aan hij sinds de oplevering in de Markthal woont. Een van zijn beweegreden was om op die locatie te gaan wonen, is de mooie plek in het Laurenskwartier met daarbij het zicht op de Laurenskerk. Op het moment dat hij de woning ging bezichtigen, is hem door de makelaar verteld dat daar de RotteNova gebouwd zou worden. Hij heeft daar medio 2014 inlichtingen over ingewonnen. In de plannen werd een aantal keren gesproken over 20, 25 meter, 30 meter. Hij woont op de zevende verdieping, dan zou hij nog redelijk zicht houden op hetgeen voor de woning waarvoor hij op die plek in de stad is gaan wonen. Tot zijn grote verbazing is het plan ineens drastisch gewijzigd en zal in de huidige situatie, ten opzichte van wat bij de oplevering in de stukken stond, voor 80% zijn zicht op de stad ontnomen worden door RottaNova op de plek waar hij woont. In de stukken bij de zitting van vandaag is op de aanzichten te zien dat het erop neerkomt dat alleen de negende en tiende verdieping nog een puntje van de Laurenskerk blijven zien. Omdat hij nu in het centrum woont, heeft hij al met meer zaken te maken gehad. Een van de dingen waarop hij gewezen is, is dat de gemeente Rotterdam er meerdere malen op gewezen is dat er veel gedaan moet worden aan de leefbaarheid van de mensen die in de stad wonen.

Hij vraagt de raad om nog eens goed naar de plannen te kijken, want hij denkt dat die een groot probleem met zich mee zullen brengen en mensen weg zal jagen uit de stad. Tijdens de onlinepresentatie van de plannen is ook gesproken over de parkeergelegenheden. Hij heeft daar de opmerking bij geplaatst dat de ingang van de parkeergarage een punt is. Ook in de huidige stukken die ten grondslag liggen wordt gesteld dat dat eigenlijk een doorgang is via de parkeergarage van de Markthal. Echter, liggen daar op dit moment dingen onder en is er een VvE-besluit dat dat weerspreekt. Na zijn opmerking werd door de projectontwikkelaar en de gemeente tegen hem gezegd dat dat een privaatrechtelijke kwestie betrof. Hij heeft het punt in de huidige stukken niet terug zien komen. Volgens de spreker zou het erop neerkomen dat wanneer het recht van overpad dat hiervoor afgestemd moet worden, er niet komt, dat een redelijk probleem geeft binnen de uitvoering van het plan zoals het er nu ligt. Hij is door de afdeling stadsontwikkeling niet meer gecontacteerd over dit feit, terwijl dat tijdens de online bijeenkomst wel gezegd werd. De voorzitter vraagt of er vragen zijn naar aanleiding van de bijdrage van de heer Bax. Ze constateert dat er alleen vragen zijn voor de ambtelijke ondersteuning.

Vragen aan ambtelijke ondersteuning De heer Rozema merkt op dat de inspreker zich goed heeft laten voorlichten bij het betrekken van het appartement op deze plek. Hij vraagt zich af hoe bekend het masterplan Hoogkwartier West van eind 2007 bekend was bij kandidaatkopers van een woning in de Markthal. Stond het bijvoorbeeld vermeld in het destijds vigerend bestemmingsplan? In het raadsvoorstel staat bijvoorbeeld wel dat in het masterplan stond dat de torens tot 70 meter hoog kunnen zijn en een zo groot mogelijk setback-punt kennen. Misschien kan op de tweede vraag van de inspreker meteen antwoord gegeven worden door de ambtelijke ondersteuning. De heer Akkulak begint met de tweede vraag. Hij weet niet zeker of er op dit moment een recht van overpad is voor het gebruik van de bewoners van de

pagina 17

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

RottaNova. De gemeente is wel eigenaar van die parkeergarage onder de Markthal. Hij gaat ervan uit dat de gemeente samen met de VvE eruit komt om daar recht van overpad op te vestigen. Het is inderdaad een privaatrechtelijke kwestie en hoort op dit moment niet thuis in het bestemmingsplan. Over de vindbaarheid van het masterplan 2008 moet de heer Akkulak zeggen dat hij niet weet waar die stukken toen gepubliceerd zijn. Mevrouw Van den Broek geeft aan dat het masterplan uit 2008 destijds is vastgesteld door het college, en het in die zin een beleidsstuk is dat bekend zou kunnen zijn. Daarin werd RottaNova al genoemd, dus de makelaar heeft de inspreker juist voorgelicht dat bekend was dat RottaNova er zou komen. Hij heeft alleen niet duidelijk gezegd hoe hoog het gebouw zou worden. De hoogte werd ook al in het masterplan genoemd. Men zal enig zoekwerk hebben moet verrichten om het masterplan te vinden. Of de gemeente het in het vigerend bestemmingsplan van destijds heeft opgenomen, zal de ambtelijke ondersteuning moeten nakijken en aan de commissie melden. De voorzitter merkt op dat de inbreng wordt meegenomen door de leden van de commissie naar de raads- en commissiebehandeling. Ze bedankt de heer Bax voor zijn komst. Na een korte schorsing geeft zij het woord aan mevrouw van Leeuwen voor het geven van een toelichting op zienswijze 6. Reclamant 6: Mevrouw mr.

Van Leeuwen namens Poffertjessalon Seth geeft aan dat haar cliënt sinds 1983 twee keer van locatie verplaatst is. Dat heeft beide keren te maken gehad met verschillende ontwikkelingen binnen de gemeente, dus eigenlijk zijn dat gedwongen verplaatsingen geweest. Dit is de derde verplaatsing waarmee haar cliënt van doen heeft. De RottaNova zal op zeer korte afstand van de poffertjessalon worden gesitueerd en zal ervoor zorgen dat vrijwel alle zonlicht van zijn terras zal verdwijnen. In de zienswijze van Seth is al toegelicht dat de realisatie van de RottaNova grote gevolgen zal hebben voor de bezonning op de gevel en het terras voor de poffertjessalon. Het terras is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering van Seth. Daar waar het voorgaande plan voorzag in een toren van 35 meter, zal nu een toren van 70 meter worden gerealiseerd. De RottaNova zal op minder dan vijftien meter ten zuiden van het terras van de poffertjessalon worden gerealiseerd en het is duidelijk dat daarmee de zon vrijwel geheel van het terras zal verdwijnen. Het college heeft in het raadsvoorstel heel kort aangegeven dat ten gevolge van de bouw van de RottaNova geen verslechtering zal optreden van de bezonning van de Hoogstraat. Ook is gezegd dat in het bezonningsonderzoek zowel getoetst is aan TNO-norm als aan de nota van uitgangspunten. Die redenatie is voor haar cliënt niet goed navolgbaar.

Het is evident dat een bouwhoogte van 35 meter andere gevolgen zal hebben voor de bezonning op het terras dan bouwhoogte van 70 meter. De TNO-normen schrijven voor dat de bruikbaarheid van bijvoorbeeld een terras niet onaanvaardbaar mag afnemen. In het bezonningsonderzoek zijn de gevolgen van de RottaNova voor het terras niet in kaart gebracht. Dit gebrek is ook met de reactie in het raadsvoorstel niet weggenomen. De inspreekster verzoekt de raad met klem daar nog een keer naar te kijken. Wat haar en haar cliënt betreft kan het bestemmingsplan niet worden vastgesteld zolang dat gebrek niet is gerepareerd. Dan komt ze op het punt van de windhinder. De RottaNova zal

pagina 18

Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie Bestemmingsplannen op 1 februari 2022 Hoorzitting diverse bestemmingsplannen

vermoedelijk ook voor een toename van windhinder op de Hoogstraat zorgen. In het windklimaatonderzoek van Peutz is gesignaleerd dat op de hoek van de RottaNova een slecht windklimaat te verwachten is. Dat zorgt voor wind op laag niveau die de Hoogstraat in zal stromen. Peutz stelt voor om de windhinder in de Hoogstraat te beperken door het plaatsen van begroeiing, maar daarbij wordt tegelijkertijd niet de zekerheid gegeven dat de windhinder in de Hoogstraat daardoor inderdaad ook wordt beperkt. Het college gaat in het raadsvoorstel op vrij simpele wijze voorbij aan deze citaten van Peutz en stelt dat het windklimaat op de Hoogstraat gunstiger zal zijn volgens Peutz dan onder het huidige bebouwingsklimaat. Die citaten heeft de inspreekster in die zin niet teruggevonden in het onderzoek van Peutz en ze geeft aan dat het geen recht doet aan hetgeen ze hiervoor citeerde. Ze wijst erop dat nergens is vastgesteld dat het terras aan de Hoogstraat geen toename van de windhinder zal ondervinden. Dus ook hier zijn de gevolgen voor haar cliënt onvoldoende in kaart gebracht en onvoldoende onderzocht, wat in principe in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder met name het zorgvuldigheidbeginsel dat hier van belang is.

Ze geeft aan dat met name omdat de gevolgen voor haar cliënt zo belangrijk zijn, het van belang is dat dit op een juiste manier in kaart wordt gebracht. Het bestemmingsplan kan volgens de inspreekster, gelet op wat ze net vertelde, niet op deze wijze worden vastgesteld en kan de omgevingsvergunning daarom niet worden verleend. Daarom verzoekt ze de raad namens haar cliënt om af te zien van het nemen van die besluiten. De voorzitter kijkt rond of er vragen zijn bij de commissieleden. De heer Rozema merkt op dat de TNO-norm voorschrijft dat bij een ruimtelijke ingreep, of waar bebouwing in een gebouwde omgeving wordt toegevoegd, dat de functie van het terras niet te veel mag afwijken van wat het eerst was. Dat brengt de inspreekster ook te berde in de zienswijze A6. In de reactie van het college waar het de Hoogstraat aangaat en waar de poffertjessalon is gevestigd, wordt ook die TNO-norm aangehaald. Hij vraagt aan de inspreekster wat hier dan niet klopt, als de gemeente zegt dat getoetst is op de TNO-norm. Is dat niet goed gedaan of is daar een verschil van inzicht over hoe dat had moeten gebeuren. De heer De Roon merkt op dat mevrouw Van Leeuwen zegt dat het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden is.

Kan zij in een paar zinnen toelichten waarom zij dat vindt? Mevrouw Van Leeuwen geeft aan dat de TNO-normen voorschrijven dat de bruikbaarheid van een terras of andere functies niet onaanvaardbaar mogen afnemen ten gevolge van een ontwikkeling. Dat is wat hier aan de hand is. Zoals net al toegelicht, is het terras van haar cliënt van wezenlijk belang voor zijn bedrijfsvoering. Door de komst van deze hoge torens kan het gebruik voor 75% of meer ingeperkt worden. Dat is fors, dus gezegd kan worden dat het gebruik daarvan op onaanvaardbare wijze afneemt. In het bezonningsonderzoek van Peutz zijn eigenlijk alleen de gevolgen voor de woningen in de omliggende omgeving in kaart gebracht, zowel aan de Hoogstraat als de Markthal als de andere zijde, maar niet het terras op de bodem. Het zorgvuldigheidbeginsel hangt samen met wat de inspreekster net aangaf, namelijk dat bij algemene besluitvorming het bestuursorgaan, hier de raad en ook het college van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=0b98fe5b-6cd5-4d9a-9d41-7fdde6ac4b83