CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitkomsten Conferentie Lokale democratie 30 januari

zzz Commissie Veiligheid en Bestuur (2018-2022) 15 april 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 1.06 Planning828 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitkomsten Conferentie Lokale democratie 30 januari 2021 1. UITKOMSTEN PER THEMA Thema 1: Hebben bewoners de afgelopen vier jaar meer te zeggen gekregen over hun wijk? Belangrijkste lessen: - Communiceer veel beter over wie de wijk- en gebiedsvertegenwoordigers zijn en vooral waarvoor je bij ze terecht kunt. - Zorg dat de basis op orde is: er kan pas sprake zijn van participatie als de informatievoorziening op orde is. Thema 2: Kan de wijkraad bijdragen aan meer betrokkenheid van bewoners? Belangrijkste lessen: - ‘Hoe ‘dieper’ je gaat, hoe dichter je bij bewoners komt; organiseer de vertegenwoordiging dicht bij de bewoner, - Realiseert de gemeente zich dat participatie, met goede informatie vooraf, essentieel is voor het gezag van de gemeente en de wijkraad? - Leg van tevoren uit waarom je doet wat je doet en waar de grenzen van de participatie liggen: bewoners hoeven niet altijd gelijk te krijgen, maar het moet wel duidelijk zijn waarom gebeurt wat gebeurt en wie waarvoor verantwoordelijk is. - Participatie moet op wijkniveau plaatsvinden en ook gaan over de realiteit van bewoners. Niet ‘meepraten over de energietransitie in de komende 30 jaar’, maar andersom: redeneren vanuit de wijkproblematiek en hoe die zich verhoudt tot de grote vraagstukken. Thema 3: zijn gebiedscommissies reuzen op lemen voeten? Belangrijkste lessen: - De beeldvorming over gebiedscommissies klopt niet.

De vraag is vooral: neem je als college en gemeenteraad de gebiedscommissies voldoende serieus? Geef je hen de ruimte en mogelijkheden om creatief om te gaan met de inbreng van bewoners? Als je de ruimte krijgt, kun je de participatie ook goed vormgeven. - Ook bij dit thema, net als bij thema 1 en 2: aandacht gevraagd voor goede communicatie bij het vormgeven van participatie. Je moet participatie VORM geven. Thema 4: is loten een alternatief voor kiezen? Belangrijkste les: - Randvoorwaarde voor loten is niet alleen dat de gelote zelf bekwaam moet zijn, maar ook of je voldoende ruimte en ondersteuning krijgt om je rol te pakken. (Vooral) ook vanuit de ambtelijke ondersteuning. Thema 5: Staat politiek samenwerking op lokaal niveau in de weg? Belangrijkste lessen: - Bij alle deelnemers viel op hoe zeer voor hen de belangen van het gebied en haar bewoners voorop staat. En dat is natuurlijk ook de bedoeling. Koester dit. - Gooi dus ook niet het kind met het badwater weg: iedereen zet zich met hart en ziel in voor zijn omgeving en het model ontwikkelt zich. - Gemeenteraad en college, sta open voor de adviezen en geluiden uit de gebieden. - In lijn met het EUR-advies: zorg voor goede professionele ambtelijke ondersteuning. - Geef voorzitters meer een rol met bijpassende bevoegdheden om de gebiedscommissie meer een team te maken; de kracht van het collectief. 2.

REFLECTIES EN AANVULLINGEN Arwin van Buuren (onderzoeker EUR) Uitkomsten uit de conferentie die overeenkomen met de aanbevelingen uit de EUR-evaluatie:

- Er is meer ambtelijke slagkracht nodig: wijkmanagers moeten minder afhankelijk zijn van clusters en meer ‘zelf voor elkaar kunnen krijgen’; - Zorg voor continuïteit: niet elke vier jaar het bestuursmodel ‘overhoop halen’, maar verbeteren wat er is; - Organiseer vertegenwoordiging zo nabij mogelijk; op het niveau van de wijk. Verschillen tussen de EUR-evaluatie, uitkomsten uit de conferentie en bouwstenen van het college: - De EUR adviseert een personenstelsel. Daarbij mogen ook best personen met een politiek profiel deelnemen, maar de vertegenwoordiging moet wel breder zijn. - De EUR adviseert organen in te stellen op wijkniveau die toezicht houden op de participatie en ook een vuist kunnen maken als het niet werkt. Het College kiest in haar bouwstenen voor een minder formele positie. Maar in een democratie moet je tegenspraak organiseren. De gemeente kadert de participatie in (onderwerp, scope, moment, mate waarin inbreng meeweegt) en er moet een orgaan zijn dat dit kan bevragen. Elke Loeffler (politiek analist Universiteit Glasgow) - Rotterdam is goed bezig in de zin dat er geëxperimenteerd wordt. Geef daar op enig moment wel richting aan. - Organiseer participatie van binnen uit. Dus niet de klassieke manier, waarbij je mensen laat meepraten over door de overheid gedefinieerde problemen.

Juist andersom: wat organiseren bewoners al in hun wijk? Wat willen zij? Stel dat centraal. De grote uitdaging daarbij is om de juiste mensen met complementaire talenten bij elkaar te brengen, zodat er synergy ontstaat en wijk-ontwikkelingen elkaar gaan versterken. - Bouw als gemeente je kennis over participatie ook vanuit die wijkontwikkelingen op. Theo Coskun (lid wijkraad Agniesebuurt en initiatiefnemer conferentie) - De grondhouding moet zijn om uit te gaan van het wijkniveau. Zoals ook benoemd door Elke Loeffler en bij thema 2: als je mensen vraagt mee te denken over zoiets als fijnstofproblematiek, haken zij af. Redeneer vanuit de wijkproblematiek. Neem ook voor stedelijke programma’s als uitgangspunt wat wijkbewoners al doen, kunnen en willen (en niet andersom). Die kentering is al lang gewenst, maar nog niet gerealiseerd. - We willen allemaal dat bewoners deelnemen en meedenken, maar bewoners geven vaak aan dat zij niet worden gehoord. Vergelijking met het objectieve en subjectieve deel van de veiligheidsindex: we hebben allerlei ‘participatiesystemen’, zoals bewonersavonden en adviestrajecten, maar hebben mensen ook het gevoel dat ze betrokken worden?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=d60a6da0-691c-471f-a2dd-c8511efc8b0d