Technische vragen commissiebehandeling EU-schoon
Tekst van het document
Technische vragen commissiebehandeling EU-arbeidsmigranten Vraag 1: Wat is volgens het college de juridische status van de term ‘niet-rechthebbende’ EU-burgers en/ of EU-arbeidsmigranten? Op welke (juridische) bronnen is dit gebaseerd? Antwoord De term doelt op EU-burgers die geen aanspraak kunnen maken op sociale voorzieningen omdat er geen verblijfsrecht (meer) is in Nederland. (De term is een niet-juridische term) Dit is gebaseerd op de EU-richtlijn 2004/38, de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit en wetgeving in het sociale domein zoals de Wmo2015. Vraag 2: Onder welke voorwaarden kunnen EU-burgers op dit moment aanspraak maken op Wmovoorzieningen? Onder welke voorwaarden heeft een EU-burger volgens het college geen recht op aanspraak op Wmo-voorzieningen? Antwoord Wanneer er sprake is van duurzaam verblijfsrecht en wanneer er in de periode daarvoor sprake is van rechtmatig verblijf in Nederland heeft een EU-burger recht op Wmo ondersteuning mits ze daarvoor in aanmerking komen. Een burger heeft geen recht op sociale voorzieningen zoals de Wmo voorzieningen als er geen sprake is van rechtmatig verblijf. Het verblijfsrecht wordt vastgesteld door de IND.
Vraag 3: Welke ‘rechtenopbouw’ is op dit moment van toepassing op EU-burgers bij de aanspraak op Wmovoorzieningen? Maakt het college onderscheid tussen verschillende typen(doelgroepen) EU-burgers? Zo ja, welke typen? Antwoord Een EU-burger kan een aanspraak doen op een (tijdelijke) Wmo voorziening als er sprake is van rechtmatig verblijf. Duurzaam verblijfsrecht kan na vijf jaar rechtmatig verblijf zijn opgebouwd. Als er geen duurzaam verblijfsrecht is opgebouwd dat vastgesteld is door de IND, dan biedt de gemeente begeleiding, waarbij de inzet is dat de EU-burger weer aan het werk komt dan wel terugkeert. Ook wordt gekeken wat er nodig is om de basis op orde te krijgen. De gemeente heeft afspraken met diverse veldorganisaties om (dakloze) EU-burgers toe te leiden naar werk of terugkeer. Daarbij werken ze samen met de gemeente om te bepalen voor welke voorzieningen de EU-burger in aanmerking komt. Een aanvraag voor Wmo ondersteuning wordt bij een EU-burger met rechtmatig verblijf net zo getoetst als een aanvraag van een Rotterdammer. In het landelijke ‘plan van aanpak kwetsbare dakloze EU-burgers' worden drie verschillende typen (doelgroepen) beschreven die allen een andere aanpak vereisen. Deze typeringen zijn ontstaan vanuit de wenselijkheid om specifiek beleid in te zetten voor de verschillende typen EU-burgers: 1.
Kwetsbare dakloze EU-burgers die minder dan een halfjaar geleden een vorm van betaalde arbeid verrichtten in Nederland 2. Kwetsbare dakloze EU-burgers die langer dan halfjaar geleden een vorm van betaalde arbeid verrichtten in Nederland 3. Kwetsbare dakloze EU-burgers zonder recent arbeidsverleden met multi-problematiek
Vraag 4: Op welke Europese, landelijke en lokale wetten en richtlijnen baseert het college zich bij de ‘rechtenopbouw’ van EU-burgers i.h.k.v. de Wmo?
Antwoord Zie het antwoord op vraag 1. Vraag 5: Beoordeelt het college het verblijfsrecht van EU-burgers zelf? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? Antwoord Nee dat doet de gemeente niet aangezien het hier een rijkstaak- en bevoegdheid betreft. De IND is de bevoegde instantie en bepaalt het verblijfsrecht van burgers op basis van de Vreemdelingenwet 2000 en het bijbehorende Vreemdelingenbesluit. Vraag 6: Wordt er samengewerkt met het IND om het verblijfsrecht van EU-burgers vast te stellen? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? Antwoord Ja, de gemeente werkt samen met de IND om het verblijfsrecht te kunnen laten toetsen. Helaas zijn de doorlooptijden bij de IND, na een melding vanuit de gemeente, erg lang. De verblijfscodevermelding in de BRP is daarom van cruciaal belang voor de informatie die aan het college ter beschikking staat. Vraag 7: Hoe beoordeelt het college of een EU-burger de status ‘werknemer’ heeft? Op basis van welke bewijsstukken? Welke definitie van werknemer hanteert het college? Hoe verhoudt dit zich tot EUwetgeving? Hoe lang behoudt een EU-burger deze status? Antwoord Op basis van bewijsstukken die de EU-burger aanlevert, zoals een arbeidsovereenkomst en, indien de EU-burger werkloos is geraakt, op basis van de verplichte inschrijving als werkzoekende bij het UWV. Ook wordt SUWinet als bron gebruikt.
Het landelijk plan van aanpak kwetsbare dakloze EU-burgers wordt gevolgd bij de omschrijving van een werknemer. De Richtlijn vrij verkeer van EU-burgers 2004/38/EG is richtinggevend bij het bepalen of iemand werknemer is dan wel de status van werknemer nog heeft. Vraag 8: Beoordeelt het college ‘regiobinding’ in het kader van de Wmo bij EU-burgers? Zo ja, hoe en op basis van welke criteria? Wat zijn de criteria van ‘zelfredzaam’ en hoe wordt dit beoordeeld? Hoe vaak worden aanvragers geweigerd gebaseerd op de criteria ‘regiobinding’ en ‘zelfredzaamheid’? Antwoord De regiobinding wordt bij EU-burgers op dezelfde wijze toegepast als bij NL burgers namelijk op basis van het laatste verblijfadres. Zelfredzaamheid is op grond van de Wmo: het niet in staat zijn zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving Voor EU-burgers komt daar, in de periode voordat er sprake is van duurzaam verblijfsrecht, bij dat zij rechtmatig verblijf cq verblijfsrecht in Nederland hebben wanneer zij in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Bij een aanvraag voor Wmo-voorzieningen door een EU-burger dient eerst het verblijfsrecht positief te worden vastgesteld, en vervolgens wordt er getoetst aan de criteria van de Wmo2015.
Het college houdt niet voor EU-burgers bij hoe vaak een Wmo ondersteuningsaanvraag is afgewezen op grond van regiobinding en/of zelfredzaamheid. Vraag 9: Welke bewijsstukken accepteert het college bij de toegang van EU-burgers tot de Wmo? Welke bewijsstukken accepteert het college bij het ontbreken van een registratie in de BRP van de gemeente Rotterdam? Antwoord Als een burger duurzaam verblijfsrecht heeft en een aanvraag voor Wmo ondersteuning doet, wordt dat op dezelfde manier getoetst als bij een NL-burger. We hebben geen andere procedure en bewijsstukken voor EU-burgers. Voor inschrijving in de BRP bij de gemeente kan een getekende huurovereenkomst als bewijs dienen dat diegene in Rotterdam verblijft. Zie ook de antwoorden bij de vragen 10 en 11. Vraag 10: Onder welke voorwaarden kan een dakloze EU-burger een postadres aanvragen in de gemeente Rotterdam? Antwoord Iedereen die langer dan 4 maanden in Nederland verblijft dient zich in te schrijven in de BRP op het adres waar hij/zij verblijft. Als het niet lukt om op een woonadres in te schrijven kan de gemeente een gemeentelijk briefadres verstrekken. Er zijn voorwaarden verbonden aan het verstrekken van een gemeentelijk briefadres.
Vraag 11: Kan een dakloze EU-burger zichzelf inschrijven in de BRP als er geen sprake is van een postadres in de gemeente Rotterdam? Zo ja, onder welke voorwaarden? Zo nee, waarom niet? Antwoord Iedere burger kan zich inschrijven in de gemeente waar hij woont. Een briefadres geldt ook als inschrijving BRP. Zie ook het antwoord op vraag 10. Vraag 12: Hoeveel boetes zijn er in 2022 en 2023 uitgedeeld aan dakloze Rotterdammers? Hoeveel boetes zijn er in 2022 en 2023 uitgedeeld voor slapen op straat? Antwoord Het beboeten van daklozen gebeurt alleen bij ernstige overlast of overtredingen die zijn vastgesteld door politie of gemeentelijke handhavers. Politie en handhavers registreren naast overtredingen niet of er sprake is van dakloosheid. Gelet hierop, zijn er geen bekende cijfers van het aantal boetes dat specifiek is opgelegd aan daklozen. In 2022 zijn er door Handhaving voor slapen op de weg 317 bekeuringen uitgedeeld en tot op heden in 2023 698 bekeuringen.
Vraag 13: In hoeveel gevallen heeft dossieropbouw (bijv. n.a.v. een stapeling van boetes) geleid tot het uitzetten van EU-burgers in 2022 en 2023? Antwoord
In 2022 hebben er 74 gedwongen terugkeertrajecten plaatsgevonden. In 2023 (tot en met oktober) zijn er 74 gedwongen teruggekeerd op basis van een besluit door IND. Daar ligt altijd een opgebouwd dossier aan ten grondslag. Vraag 14: Hoeveel dakloze EU-burgers zijn er in 2022 en 2023 begeleid naar werk? Hoeveel dakloze EU-burgers zijn er in 2022 en 2023 vrijwillig begeleid naar het land van herkomst? Antwoord In 2022 zijn via de stichtingen Ontmoeting en Barka 221 dakloze EU-burgers aan het werk geholpen, 249 dakloze EU-burgers zijn vrijwillig teruggekeerd naar het land van herkomst. In 2023 zijn er tot en met oktober 170 aan werk geholpen, 192 vrijwillig teruggekeerd. Vraag 15: Hoeveel dakloze EU-burgers verblijven er volgens het college op dit moment in Rotterdam? Hoeveel aanvragen voor nachtopvang (bij centraal onthaal) zijn er in 2022 en 2023 gedaan? Antwoord Op basis van de overzichten van de veldwerkers van de Stichting Ontmoeting hebben we in oktober 2023 ruim 100 EU-burgers buiten op straat aangetroffen. Bij de aanvragen voor opvang bij Centraal Onthaal worden de EU-burgers niet apart geregistreerd.