CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke bijdrage mevr. Schuster over Het kleine groen in de grote stad

zzz Commissie Zorg, Onderwijs, Cultuur en Sport (2018-2022) 3 februari 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: Inspreek- en schriftelijke bijdragen o.a. vanuit inspreekmoment 27 januari 20211.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Het kleine groen in de grote stad

Er zijn heel veel verschillende perspectieven om naar het groen in de stad te kijken. Je kan dat bijvoorbeeld doen vanuit je eigen perspectief als gebruiker. Of vanuit het perspectief van de stad waar al de verschillende deeltjes groen en grijs bijdragen aan het werken van het groter geheel waarin wij ons dagelijks bewegen. Als je verder uitzoomt is ook de stad weer onderdeel van een groter systeem, en dat systeem staat deze dagen centraal op de klimaattop in Amsterdam. “De opwarming van de aarde gaan wij zo niet verslaan” is een van krantenkoppen in de NRC van deze week. Je denkt dat inmiddels iedereen zo’n beetje door heeft waar het op aankomt, maar dat blijkt toch niet altijd zo te zijn. Valt het nog op dat het inmiddels al een hele tijd geleden is dat het nieuws in januari vooral ging over de vraag of het ijs voor de Elfstedentocht al dik genoeg was. Het valt wel op dat je in de laatste jaren steeds meer van die dagen hebt waar je ’s middags wegens de hitte je huis niet meer uit durft, en ventilatoren zijn uitverkocht. Dan is zo’n klimaattop een moment om stil te staan dat het tijd is om vanuit een ander perspectief naar de ruimte om ons heen te kijken dan normaal, en zich ervan bewust te worden dat de keuzes die wij vandaag maken bijdragen aan hoe wij onze steden in toekomst nog kunnen gebruiken.

Hoe gaan we om met de resources en ruimtes die wij hebben, en wat is de waarde ervan in de toekomst? Deze vragen spelen zowel op het mondiale schaalniveau van een klimaattop als op het kleine schaalniveau een lokale stadswijk.

Een mooi voorbeeld van hoe het kleine met het grote te maken heeft en de verschillende perspectieven hoe je daarnaar kunt kijken wil ik even illustreren aan de hand van de strijd om een klein stukje grond in Rotterdam-West. Hier is de gemeente van plan om een deel van een volkstuincomplex te vervangen door voetbalvelden. Je zou kunnen zeggen dat het gaat om het verruilen van een paar percelen van individueel vertier voor een voorziening die bijdraagt aan gezondheid en beweging voor velen. En dan is de keuze snel gemaakt.

Maar wat als je even stilstaat en wat nauwkeuriger kijkt naar dit kleine stukje grond in het stedelijke gefrommeld van de Schie, spoorlijnen en hoofdwegen? Ik wil dat hier graag doen; vanuit twee verschillende perspectieven als gebruiker en vanuit een vakmatig perspectief als

stedenbouwkundige op het niveau van stad en op het niveau van het mondiaal systeem waar wij allen onderdeel van zijn.

Het is al meer dan 15 jaar geleden dat ik zelf eigenaar was van zo een tuintje, eerst had ik er een in mijn eentje maar dat bleek met mijn baan en kinderen te veel werk voor mij alleen (mijn partner houdt meer van voetbal dan van tuineren). Daarom ging ik aanschuiven op de tuin van een kennis. Toen wij een huis met riante tuin in onze buurt konden bemachtigen ben ik gestopt met de volkstuin. Toch bleef ik vaak de tuin bezoeken om kennissen te zien. Het is een leuk uitje wat heel dicht bij huis is. Als je daar bent merk je dat een eigen perceel, op een volkstuin, toch heel iets anders is dan het stukje grond achter je huis waar iedereen uit het blok op uitkijkt.

Zo’n volkstuin, zeker als die midden in de stad ligt, is als een kleine groene enclave in het geroesemoes van de stad. Als je door de poort van een volkstuin loopt kom je in een andere wereld terecht. Je ruikt de seizoenen, hoort de vogels en duikt in een ruimte van vooral groen. Het lawaai van de snelwegen en de geuren van asfalt en beton raken op de achtergrond. Anders dan in een park word je overgenomen van het groen dat net zo divers en rijk is als de mensen die hiervoor zorgen. Je wordt onderdeel van het groen, en als je wilt ook van de gemeenschap. Je zorgt zelf voor je eigen stukje en samen voor het geheel. Het verplichte gemeenschappelijk werk is altijd een beetje een last maar tegelijk ook leuk om te doen. Als je samen in een perk staat te schoffelen is het even helemaal niet belangrijk wie je bent of waar je vandaan komt. Je zorgt samen ervoor dat de tuin een mooi stukje groen in de stad blijft.

Als moeder van twee jongens heb ik in de laatste 15 jaar misschien wel bijna even veel tijd doorgebracht langs de lijn van een voetbalveld dan op een volkstuin. Als je voetballende kinderen hebt ontkom je er niet aan om je over te geven aan het gebeuren op al de verschillende sportcomplexen en clubculturen rond hetzelfde groene plastic matje. Inmiddels heb je daarvoor zelfs geen grond meer nodig en kun je op de A4 voetballen tussen de boomtoppen. Ik heb ervaren hoe belangrijk deze sport is voor jongeren. Ze bewegen buiten, kunnen hun teveel aan energie kwijt, hebben plezier, ze leren samenspelen, zich aan regels houden en je komt er echt van alles tegen. Het competitie-element houdt het

spannend en daagt ze uit. Bij de gratie van talloze vrijwilligers wordt ervoor gezorgd dat er bij wind en weer getraind en gevoetbald kan worden. Naast de taak om de jongens en inmiddels ook veel meisjes in het gerei te houden, heb je het ook te maken met de ouders die soms niet bijzonder subtiel langs de lijn staan te schreeuwen of te schelden. Met de tijd heb je door bij welke clubs je beter meegaat, puur om daarvoor te zorgen dat je kinderen niet van de ouders van de tegenstanders afgeblaft worden. Daar sta je dan in de regen, wind of knallende zon om ze bij te staan of om te vlaggen (wat mijn partner deed), en om desnoods te voorkomen dat dingen uit de hand lopen. Als voetbalvereniging moet je het van je vrijwilligers hebben en die worden steeds schaarser. Soms is overduidelijk te zien dat fanatisme voor voetbal niet direct ook betekend dat je weet wat te doen om een hoop stuiterende jongetjes, dwarse pubers of fanatieke ouders in toom te houden waar deze (voetbal)wereld rijk aan is.

Als ik kijk vanuit mijn perspectief als stedenbouwkundige zie ik dat het planologisch gezien weinig verschil maakt of het gaat om een volkstuin of een voetbalveld. Beide zijn recreatieve voorzieningen waarbij de volkstuinen altijd ook een soort tijdelijk reservegebied voor de stad zijn geweest. Een stukje grond wat even niet nodig is voor belangrijker stedelijke zaken en daarom in de tussentijd vrijgegeven wordt voor particulier initiatief en beheer.

Door mijn werk als coördinator van een opleiding die stedenbouwkundige opleidt ben ik niet alleen tijdens een klimaattop onderdeel van de actuele discussies die hier en elders op de wereld worden gevoerd. Deze discussies gaan over de toekomst van de steden waarin wij leven, over hoe wij omgaan met de ruimtes die wij hebben. En hoe deze ruimtes onderdeel zijn van een complex systeem van klimaat, energie, water, resources, economie en maatschappij. Bij onze studenten die naast hun studie ook werken bij bureaus en overheden, merk ik dat er een toenemend bewustzijn is voor de vragen die er op dit gebied spelen. Ze zijn zich bewust van de opgaven waar wij in toekomst aan moeten werken, want het is hun toekomst. De thema’s inclusiviteit, klimaat en water zijn daarin leidend en onlosmakelijk met elkaar verbonden. En deze thema’s raken ook direct het eigen gebruik van de gezamenlijke ruimte in de stad. Zo heeft iedereen van ons in de laatste jaren de toename van extreme weersituatie kunnen ervaren. Enorme plensbuien waar je bij het fietsen inmiddels niet alleen maar van boven, maar ook van onder nat wordt, omdat al het

water in de straten niet meer weg kan. Stikhete zomers waar je de zon die je eigenlijk zo graag ziet alleen maar probeert te ontwijken en snakt naar plekjes die verkoeling bieden. Dan merk je dat ondanks dat wij hier in Rotterdam omgeven zijn van water, maar er nauwelijks een kans is voor een duik in verkoelend en schoon water. Het gras in de parken ligt er dan uitgedroogd bij en als het een keer regent dan is de grond te droog om überhaupt nog water op te kunnen nemen. Iets wat je kent als je ooit te lang bent vergeten om je plantjes water te geven.

Kijk je vanuit dit perspectief naar elk stukje groen in de stad, dan kijk je ook anders naar de waarde van een plek. Wat is dan de waarde van een plek, voor de individuele gebruiker, de wijk, de gemeenschap en de stad? Wat is überhaupt de bijdrage van elk klein stukje groen hier in de stad aan het klimaat, niet alleen fysiek maar ook sociaal? Het gaat daarbij om meer als de vraag of het waarde heeft voor de gemeenschap dat je op zaterdag met elkaar staat te schoffelen of samen de benen uit het lijf loopt om de tegenstander te verslaan.

Als je zo ver uitzoomt, dan zie je het belang van elk stukje groen dat deze stad rijk is, en de bijdrage ervan aan het groter systeem waarin wij leven, en dat ook in toekomst goed willen blijven doen. De vraag is welke afwegingen je daarvoor moet maken. Worden deze afwegingen op mondiaal niveau gemaakt, dan kan dat maar eens in de paar jaar op een klimaattop. Op niveau van de stad en in ons dagelijks handelen is er iedere dag een kans om de juiste afweging te maken. Dan is het mooi als je bewust wordt van de veelvoudige waarde van dat kleine stukje groen. Het werkt een als klimaatspons en als je er bent dan word je overgenomen van het groen dat net zo divers en rijk is als de mensen die ervoor zorgen, midden in de grote stad.

Margit Schuster, Bewoner Essenburgsingel

Rotterdam 26 januari 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c1db246f-fd9d-4991-a38f-b305a01a112e