Reclamant 22 - schriftelijke toelichting
Tekst van het document
1
Vijf minuten spreektijd. Het komt mij bekend voor. In de jaren ’90 mocht ik een bijdrage leveren in het lokale bestuur van de deelgemeente Hoek van Holland. Het begrip “spreektijd” was daar gelukkig nog niet ingevoerd. Er was toen nog op deelgemeenteniveau de ambitie om als lokaal bestuur aandacht te hebben voor de inbreng van betrokken burgers, kritiek was toen nog een gratis advies en deskundigheid werd niet als bedreigend gezien. Helaas is deze cultuur dramatisch veranderd. De cultuur bij de ambtelijke organisatie van de gemeente Rotterdam – en dan met name de gemeentelijke vastgoedafdeling – is echter hetzelfde gebleven. Reeds in de jaren ’90 van de vorige eeuw werd gesproken over “een staat in de staat” en de problemen met de controle op en de aanstuurbaarheid van het toenmalige Grondbedrijf Rotterdam. Dit is niet veranderd sinds deze club is opgegaan in het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam en nu het gemeentelijke cluster Stadsontwikkeling. Politici komen en gaan, maar deze zieke cultuur is blijven bestaan. Ook het taboe om dit bespreekbaar te maken bestaat nog steeds. Vijf minuten spreektijd. Op 13 september 2006 kreeg ik vijf minuten spreektijd bij de vergadering van de toenmalige raadscommissie Fysieke Infrastructuur om mijn zorgen te verwoorden over het verlies aan bestuurlijke regie bij het integrale gebiedsontwikkelingsproces in de Bonnenpolder.
Er bleek sprake te zijn van een dubbele agenda bij de Erven van Rijckevorsel. Er werden sussende woorden gesproken en het gevaar werd ontkend. Op 7 februari 2007 werd de boerderij op het perceel Bonnenweg 50 ontruimd en deze wordt sindsdien antikraak bewoond en daarmee uitgewoond. Het bestuurlijke besluit van 21 december 2005 inzake het gewenste scenario voor de ontwikkeling van de Bonnenpolder én het bestuurlijke besluit van 21 september 2006 inzake het Gebiedsontwikkelingsplan De Bonnen werden vooralsnog niet uitgevoerd. De pijn werd niet gevoeld in de ambtelijke torens aan het Marconiplein en het stadhuis aan de Coolsingel. De verantwoordelijkheid voor het falen werd bij andere partijen neergelegd. Vijf minuten spreektijd. Op 14 december 2011 kreeg ik vijf minuten spreektijd bij de toenmalige raadscommissie Fysieke Infrastructuur & Buitenruimte om mijn zorgen te verwoorden over de stagnatie bij de uitvoering van eerdergenoemd Gebiedsontwikkelingsplan De Bonnen. Er werden bestuurlijk sussende woorden gesproken en de raadscommissie werd “het bos ingestuurd” met een aantal discutabele verklaringen. Zoals gewoonlijk werd de verantwoordelijke wethouder gesteund door haar eigen partij- en coalitiegenoten waardoor voorlopig “het gevaar” geweken was. Natuurlijk zegt het veel over een bestuurs- en organisatiecultuur als een boodschapper van slecht nieuws als een gevaar wordt gezien.
Het vereist bestuurlijk intellectueel overzicht om allerlei (ambtelijke) spelletjes te doorzien en moreel overwicht om deze te bestrijden. Uiteindelijk kreeg de gemeenteraad van Rotterdam het gevoel lang genoeg aan het lijntje te zijn gehouden v.w.b. de ontwikkelingen in het buitengebied van Hoek van Holland en in oktober 2013 kwam er een unaniem (!) verzoek aan de Rekenkamer Rotterdam om een onderzoek te verrichten naar het uitblijven van het bereiken van de ooit gestelde publieke doelen en te behalen maatschappelijke resultaten in de Groenzone Maasmond.
2
Dat niet iedereen even enthousiast was over dit rekenkameronderzoek bleek toen er in het voorjaar van 2014 een intimiderende inbraak plaatsvond op mijn toenmalige verblijfsadres in de Oranjebuitenpolder. Tevens werden er bij collega Weterings jonge lammetjes gestolen. Een aantal daarvan werd later levend begraven teruggevonden en dit was niet het werk van vossen zoals men ons graag liet geloven. Tot onze verbijstering werd ook het onderzoeksteam van de Rekenkamer Rotterdam vervangen. Een bevredigende verklaring ontbreekt nog steeds. Uiteindelijk verscheen in november 2014 het rekenkamerrapport met de veelzeggende titel “Gemodder in de polder”. Inmiddels was er ambtelijk een actie gestart om mij uit de polders te verjagen nadat ik niet was gezwicht voor fysiek geweld. Met leugenachtige verklaringen werd de indruk gewekt dat er sprake zou zijn van het kraken van een gemeentelijke loods, terwijl ik daar na het vertrek van de boerderij in de Bonnenpolder mijn intrek had genomen met instemming van de bestuurders van de deelgemeente Hoek van Holland. Men bleek echter niet in staat te zijn om de ambtelijke weerstand te breken om dit formeel te regelen met een fatsoenlijke bruikleenovereenkomst. Het illustreert de bestuurlijke onmacht. Uiteindelijk werd ik met juridisch geweld uit de polders verwijderd.
Er werd door de rechterlijke macht meer waarde toegekend aan de verklaring van een ambtenaar dan aan de verklaring van een burger. Het bereikte resultaat kunt u aanschouwen op de desbetreffende locatie. In aanloop naar de commissie- en raadsbehandeling van het rekenkamerrapport “Gemodder in de polder” heb ik de raadsleden verzocht eerst een werkbezoek te brengen aan onze polders om te aanschouwen wat de daadwerkelijke feiten zijn. Hier bleek geen behoefte aan te bestaan en er kwam op 26 maart 2015 een promotietour welke werd gevolgd door een besloten bijeenkomst waardoor ondermeer ondergetekende werd uitgesloten van een inbreng. Vijf minuten spreektijd. Op 15 april 2015 mocht ik bij de vergadering van de raadscommissie Bouwen, Wonen & Buitenruimte inspreken bij de behandeling van het rekenkamerrapport “Gemodder in de polder”. Er werden bestuurlijk sussende woorden gesproken, alle aanbevelingen van de Rekenkamer Rotterdam werden overgenomen en er werd beloofd dat het bij het project Oranjebonnen allemaal beter zou gaan. Inmiddels weten we beter. Vijf minuten spreektijd. Op 8 juni 2016 kreeg ik 5 minuten spreektijd bij de behandeling van de voortgang van het project Oranjebonnen in de vergadering van de commissie Bouwen, Wonen & Buitenruimte. Er is toen niet inhoudelijk gereageerd en evenmin is er een antwoord gegeven op de gestelde vragen.
De verantwoordelijke wethouder werd zoals gewoonlijk gesteund door zijn partij- en coalitiegenoten. Het “gemodder in de polder” kon gewoon doorgaan. Stap voor stap werden partijen meegenomen op een ambtelijk bedachte route waarbij een verantwoordelijke wethouder als buikspreekpop c.q. marionet werd gebruikt. De beeld-, opinie- en besluitvorming werd door ambtelijke spindoctors en mineurs gemanoeuvreerd c.q. gemanipuleerd in een richting die de Erven van Rijckevorsel een meerwaarde zou geven bij hun agrarische vastgoedbezit in en rond de Bonnenpolders.
3
Vijf minuten spreektijd. Op 23 januari 2019 kreeg ik bij de behandeling van de voortgangsrapportage Oranjebonnen in de raadscommissie Bouwen, Wonen & Buitenruimte 5 minuten spreektijd. Ik heb gemeld dat eventuele vragen op ter plekke in de polders beantwoord zouden worden. Een werkbezoek om met eigen ogen te aanschouwen welke voortgang er gemaakt is zou verhelderend werken. Er kwam echter geen echt werkbezoek, maar wederom een promotietour voor genodigden. Het was wederom ambtelijk gelukt om met een wethouder - die men vanaf het begin “in het pak had genaaid” - dat wat vooral ambtelijk als gevaarlijk werd beschouwd onschadelijk te maken. Politici willen nog wel eens wijzen op de externe gevaren die onze democratie bedreigen, maar zijn helaas vervolgens blind voor het interne gevaar van “civil servants” die een erosie veroorzaken inzake het noodzakelijk vertrouwen in de overheid. Het zijn daarbij de druppels die de steen uithollen. Iedere afzonderlijke druppel kan men als een incident beschouwen, maar dan is men blind voor het patroon. Inmiddels is het 31 augustus 2021 en wordt van u een oordeel gevraagd over een enkele stap zonder oog te hebben voor de route die is afgelegd. Het is echter de route en de keuzes die daarbij worden gemaakt welke de bestemming bepalen.
Het is voor betrokkenen duidelijk dat deze bestemming niet werd beoogd bij de aanvang van dit traject en niet in overeenstemming is met de aanbevelingen van de Rekenkamer Rotterdam en het raadsbesluit van 23 april 2015. Het is acceptabel gevonden dat beschikbare ambtelijke informatie niet tijdig, volledig en juist werd aangeleverd en er werd bestuurlijk blindelings vertrouwd op de ambtelijk voorgewende deskundigheid. Er werd ambtelijk op vertrouwd dat een verantwoordelijk wethouder aan zijn of haar partij- en coalitiegenoten om loyaliteit zou vragen. Het in het rekenkamerrapport reeds geconstateerde “gebrek aan prioriteit” kan met zich meebrengen dat men dit dossier van ondergeschikt belang vindt waarbij waarheidsvinding niet echt noodzakelijk wordt gevonden. Loyaliteit aan personen i.p.v. loyaliteit aan principes kan vervelende consequenties hebben. Zoals eerder is gebeurd worden deze vervelende consequenties afgewenteld op anderen. Het dossier Oranjebonnen heeft tot op heden laten zien dat raadsleden en wethouders bereid zijn om hun principes te verloochenen. Het heeft in de afgelopen decennia niet uitgemaakt welk coalitieprogramma ten grondslag lag aan het bestuurlijke handelen inzake de polders van Hoek van Holland. Het bleek dat men niet goed bij zijn hoofd was als men respect had voor wetten, regels, voorschriften en bepalingen.
Opleiding, vakmanschap, ondernemerschap en maatschappelijke opstelling bleken geen relevante succesfactoren in het contact met de lokale overheid. Er kon geen waarde worden toegekend aan bestuurlijke besluiten, bestuurlijk gedane toezeggingen, bestuurlijk gewekte verwachtingen, bestuurlijk gemaakte afspraken en bestuurlijk uitgesproken intenties als er niet tevens sprake was van een ambtelijk gunfactor. Ik nodig u nogmaals uit om met eigen ogen de situatie in onze polders te aanschouwen en met de echte gebiedsdeskundigen het gesprek aan te gaan alvorens u een besluit wenst te nemen over het ontwerpbestemmingsplan Oranjebonnen. Het is onverstandig en onfatsoenlijk om zich een oordeel aan te matigen over een gebied dat u niet echt kent, over bewoners die u niet gesproken heeft en over een dossier dat door u tot op heden niet volledig wordt overzien. U kunt nu mijn vijf minuten spreektijd afvinken. Vragen beantwoord ik slechts in de polders.