Leeswijzer participatie omgevingsvisie MPOF 25 maart
Tekst van het document
Leeswijzer tbv commissiebespreking
De gemeenteraad heeft eind 2016 per motie het college verzocht te starten met de omgevingsvisie. De inzet is gericht op het maken van een integraal en strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De aanleiding voor de omgevingsvisie ligt zowel in de komst van Omgevingswet als ook de behoefte aan een opvolger van de Stadsvisie 2030 (uit 2007). De omgevingsvisie heeft betrekking op alle terreinen van de leefomgeving. Een omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De vastgestelde omgevingsvisie geeft richting aan sectoraal beleid en De aanpak voor de omgevingsvisie heeft de afgelopen jaren een aantal fasen met bijbehorende producten opgeleverd; Verkenning Omgevingsvisie, De Veranderstad, op weg naar de eerste Rotterdamse Omgevingsvisie, Participatieplan Omgevingsvisie, de Nota Reikwijdte en Detailniveau voor de het ROER (Plan.m.e.r.) en tot slot de input uit gesprekken met belanghebbenden. Alle fasen en producten samen leiden dit jaar tot een (concept) Omgevingsvisie Rotterdam. Het proces van het toewerken naar een eerste Rotterdamse omgevingsvisie komt in de laatste fase. In meerdere technische sessies en politieke besprekingen wordt toegewerkt naar uiteindelijke vaststelling.
De planning is erop gericht om in Q4 tot vaststelling door de gemeenteraad te komen. Het afgelopen jaar is gebruikt om omvangrijk en breed te participeren met diverse stakeholders en daarbij het gesprek aan te gaan over de belangrijke onderwerpen in een omgevingsvisie. Conform de toezegging van wethouder Kurvers in de commissie MPOF van 3 september 2020 bespreken we in deze commissie de resultaten van het participatieproces dat het afgelopen jaar is georganiseerd.
Deze commissiebespreking van de resultaten van het participatieproces omgevingsvisie Rotterdam richt zich op een aantal vragen: a. Opzet van het participatieproces op basis van de uitgangspunten die voor dit proces zijn vastgelegd; b. Reflectie op de inhoudelijke resultaten van dit participatieproces; c. Richting meegeven aan de uitwerking in een eerste ontwerp omgevingsvisie Rotterdam.
In de opzet van de bespreking in de commissie en in uw reactie op de voorliggende stukken kunnen deze drie vragen behulpzaam zijn als aan te houden structuur. In de brief van het college aan uw gemeenteraad wordt een vijftal inhoudelijke hoofdboodschappen uit het participatieproces benoemd. Dit betreft: 1. De opgaven waar de stad voor staat worden herkend. De urgentie om te komen tot een omgevingsvisie wordt benadrukt. 2. Er is brede bevestiging en steun voor de 5 perspectieven; 3. De kernpunten uit de Veranderstad worden herkend als belangrijke keuzes in de omgevingsvisie. Er zijn enkele aanbevelingen en aanvullingen naar voren gekomen; 4. Essentieel is het vinden van de juiste balans tussen de perspectieven en kernpunten. Dit leidt tot goede groei en biedt houvast voor de koers van de omgevingsvisie; 5. Stakeholders roepen de gemeente op om met de omgevingsvisie koers te bepalen en keuzes te maken. De bespreking in deze commissie MPOF geeft de mogelijkheden om voor de uitwerking van deze hoofdboodschappen richting aan het college mee te geven. In de brief van het college worden in het onderdeel “e. keuzes en afwegingen” meerdere vraagstukken benoemd die om afwegingen in het fysieke domein vragen. Zo wordt ingegaan op de relatie tussen verstedelijking en vergroening, ruimte voor wonen en werken en het belang van voorzieningen.
Dit onderdeel in de collegebrief biedt handvatten om richting mee te geven aan de uitwerking van de koers die in de omgevingsvisie wordt beschreven. Na deze commissiebehandeling wordt door het college een concept Omgevingsvisie Rotterdam en bijbehorende omgevingseffectrapportage (ROER) Rotterdam uitgewerkt. De planning is erop gericht om deze voor het zomerreces voor de zienswijzen-procedure (en adviesronde voor gebiedscommissies) vrij te geven. Alle belanghebbenden, waaronder de stakeholders die aan het afgelopen participatieproces hebben deelgenomen, krijgen de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Deze concept omgevingsvisie wordt ook aan de gemeenteraad toegestuurd. Na verwerking van de zienswijzen en adviezen wordt via het college de Rotterdamse omgevingsvisie voor vaststelling aangeboden. In het besluitvormingstraject wordt rekening gehouden met 1 á 2 technische sessies waarbij toelichting en uitwisseling mogelijk is over onder meer de relevantie en toepassing van de omgevingsvisie op onderwerpen uit het sociaal domein (verzoek commissie ZOCS) en de opbouw van de concept omgevingsvisie en het ROER.
Met de eerste omgevingsvisie wordt geprobeerd zoveel mogelijk onderwerpen een plek te geven. Dit zal zeker niet voor alle onderwerpen (al) mogelijk blijken. Na vaststelling is het periodiek bediscussiëren en opnieuw vaststellen van de omgevingsvisie raadzaam. Dit kan afhangen van nieuwe opgaven of voortschrijdend inzicht vanuit het werken met de omgevingsvisie.