Inspreekbijdrage Sandro Setola
Tekst van het document
De beste kunst is verweven met het leven zelf aldus Anthony Gormley afgelopen zondagavond in een tv-documentaire waarin hij de oorsprong van kunst in het prehistorisch tijdperk tracht te achterhalen. In dat verre verleden al, trachtte de mens meer grip te krijgen op zijn omgeving en liet de vorm van zijn hand achter op een rotsmuur als bewijs van zijn aanwezigheid in dat grote ontzagwekkende geheel. 40.000 jaar later … En daar sta ik dan. beeldend kunstenaar, initiator van de Groot Rotterdamse Atelier Enquete, voorzitter van het (momenteel dakloze) Kunstenaarsinitiatief Kaus Australis, extern deskundige van de klankbordgroep evaluatie Broedplaatsbeleid, en betrokken inwoner van Rotterdam. Niet om u als verre nazaat van die holbewoner te overtuigen van mijn bestaan maar om nogmaals het broedplaatsbeleid voor hedendaagse kunstenaars in deze stad te bepleiten. Eigenlijk zou er naast een broedplaatsbeleid voor 4 jaar ook een beleid voor minstens 40 jaar moeten worden gemaakt. Het betreft hier namelijk een structureel huisvestingsprobleem dat eenzelfde lange termijnvisie verdient als de andere woon-en-bedrijfshuisvestingsvraagstukken van onze tijd. Maar dat er snel goed en nieuw beleid moet komen is een feit want anders staan we in no time met lege handen.
Er is veel goeds bereikt de afgelopen 4 jaar; De SKAR verdrievoudigde haar atelierbestand en voorziet daarmee vele kunstenaars en andere creatieven van een betaalbare bedrijfsruimte. Ruimte die hard nodig is in een stad waar de ruimte steeds meer onder druk komt te staan. In die zin zou je het hele broedplaatsbeleid van de afgelopen 4 jaar zo kunnen copy-pasten naar de volgende 4 jaar want de redenen en bedreigingen voor creatieve ruimte van toen gelden nog steeds. Ze zijn alleen schrikbarend snel meegegroeid met de stad. Ik ga nu niet in op de succesverhalen van de afgelopen 4 jaar, die mag de wethouder straks zelf ten gehore brengen, ik ga in op wat er niet is gelukt (want niet alles is gelukt) en wat mijns inziens het grootste structurele probleem daarbij is. Voor dit en andere problemen overigens heeft de klankbordgroep uitgebreide aanbevelingen gedaan waarvan we hopen dat die een plek krijgen in het nieuwe beleid. Wij kijken daar zeer naar uit en helpen graag mee om er verder vorm aan te geven. Probleem nummer 1 is (jawel) tijdelijkheid. In het oorspronkelijke beleid wordt tijdelijkheid bijna als een positieve eigenschap benoemd van en voor het bestaan van creatieve ruimtes maar geloof me, daar denken die creatieven zelf heel anders over.
20% van de respondenten van de Groot Rotterdamse Atelier Enquete zit in een snel slinkende voorraad antikraak panden en ook de Collectieve Huur Overeenkomst met de SKAR bevat vele panden waarvan het maar de vraag is of ze over 10 jaar nog steeds in eigendom of beheer van de SKAR zullen zijn. Ruim een derde van de Enquete respondenten zoekt een ruimte omdat hun huidige ruimte op de tocht staat. Met andere woorden: ze moeten eruit omdat het pand wordt verkocht of gesloopt. Huurders (en daarmee valt antikraak al af) van gemeentelijk vastgoed krijgen volgens de gemeente de eerste mogelijkheid tot koop maar daar heb je als huurder niet veel aan als de taxatiewaarde van het pand hun biedingsruimte ver overschrijdt. Dat, of iemand anders gaat er alsnog mee vandoor om totaal onduidelijke redenen.
Eén van de niet gelukte beleidsdoelen; het realiseren van woon-werkruimte combinaties om de creatieven ook duurzaam aan de stad te binden, is niet van de grond gekomen. SKAR deed zijn best maar een jurist zei nee. Ik kan u op een presenteerblaadje een plan en een groep kunstenaars reiken die 1 miljoen aan eigen vermogen wil steken in een broedplaatsproject met woon-werkruimtes en een levendig programma van activiteiten voor de buurt; het droomplaatje uit het vorige beleidsplan. Er is zelfs een plek voor, maar dan moet er door ambtenaren wel worden meegewerkt of meegedacht over zaken als erfpacht afkoop of een bestemmingswijziging, in plaats van te zeggen: “computer says no “. Kunst en leven zijn in het beste geval met elkaar verweven. Een belangrijke aanbeveling van de klankbordgroep is dan ook om de kunstenaars zelf meer ruimte te geven in het vormgeven van de broedplaatsen en daarmee hun plek in de stad. Niets ten nadele van de SKAR want zij doen hun stinkende best om er ook wat moois van te maken maar niet alle ideeën passen binnen een SKAR-visie.. plus: De SKAR kan best wat hulp gebruiken.. Geef die andere ideeën en mensen ook de ruimte.
Richt daarvoor een Broedplaatsloket in binnen de gemeente: Een plek waar makers met hun ideeën aan kunnen kloppen, geholpen kunnen worden door externe experts en met een broedplaatsscout aan het hoofd die als een verbinder tussen de verschillende afdelingen van de gemeente kan schakelen. Laat dat dan ook iemand zijn met mandaat om panden te verwerven. Zo ontstaat ruimte om cultureel vastgoed te verwerven buiten het starre biedingsproces om. Want daar zit de echte duurzame meerwaarde voor de stad voor de lange termijn. Zodoende worden creatieven ook eigenaar, kunnen ze lange termijn-financieringen aangaan en daarmee direct hun investeringskracht verdubbelen en niet te vergeten; hun onzekere inkomenspositie verbeteren. En als het dan toch tijdelijk is, ga dan in plaats van met louche antikraakbedrijven een overeenkomst aan met makers zelf. Zij kunnen een stichting opzetten om het tijdelijk leegstaande gemeentelijk vastgoed te beheren. Ze deden dat al toen het nog kraken heette. Daaruit zijn destijds veel mooie kunstenaarsinitiatieven ontstaan die nu helaas allen verdwenen zijn of bedreigd worden door de herbestemming van panden.
Tijdelijkheid ondermijnt een basis voor broedplaatsbeleid op de lange termijn; zolang er geen duidelijk tijdskader, toezegging of mogelijkheid tot verwerving of langdurig beheer is, en er binnen de gemeente niemand is die zich daarvoor inzet is er geen reden om als maker je toch al kostbare energie te investeren in zo’n tijdrovend proces. En dat is heel jammer want juist die creativiteit zou veel beter kunnen worden benut om deze stad op de kaart te zetten als plek voor innovatie, durf en daadkracht. Ik wens de commissie en de wethouder veel wijsheid en vooral creativiteit om deze en andere aanbevelingen om te zetten in een broedplaatsbeleid 2.0! Dank u wel.