Inspreekbijdrage RRKC over stadsmuseale functie
Tekst van het document
Datum Betreft kenmerk
9 december 2021 Schriftelijke versie inspreekbijdrage RRKC n.a.v. het advies over het rapport 'Ook van jou!' di0233
Griffie Gemeente Rotterdam Mevrouw A. Burger, Commissiesecretaris Postbus 70012 3000 KP Rotterdam
Geachte mevrouw Burger, Hierbij treft u voor uw archief de inspreektekst aan van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) van 8 december 2021. Inspreektekst RRKC naar aanleiding van het advies over het rapport 'Ook van jou!' Voorzitter, beste leden van de gemeenteraad, en aanwezigen thuis en online, dank u voor de gelegenheid om ons advies over het rapport 'Ook van jou!' kort toe te lichten. De centrale boodschap die wij vandaag mee willen geven is dat de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur van mening is dat samenwerking tussen verschillende musea en erfgoedorganisaties nodig is om de grote ambities voor de Nieuwe stadsmuseale functie waar te maken. Daarvoor moet de nadruk niet direct komen te liggen op een iconisch gebouw, maar allereerst op de stappen om tot een goede organisatie te komen die kan zorgen voor aansprekende museale activiteiten voor een breed publiek. In mijn bijdrage wil ik de hoofdpunten uit ons advies samenvatten en een aandachtspunt meegeven voor het verdere proces om tot de Nieuwe stadsmuseale functie te komen. Om te beginnen wil ik onze waardering uitspreken voor het werk van de kwartiermaker en programmamaker. Zij hebben in een relatief korte periode met veel mensen in het veld gesproken, een beeld van de sector beschreven en een kader ontwikkeld voor onder meer de experimenteerfase en huisvestingsscenario's.
De kwartiermaker en programmaker volgen voor een belangrijk deel de eerdere advisering die de RRKC in mei deed, bijvoorbeeld als gaat om de noodzaak van een gemeenschappelijke aanpak in de erfgoedsector rond dit onderwerp. Ook delen zij met de Raad de mening dat de loskoppeling van de Nieuwe stadsmuseale functie van de renovatie van de Bibliotheek Rotterdam een goed besluit is. In ons advies benoemden wij vier kernpunten die naar onze mening cruciaal zijn voor de uitwerking van dit proces. Ten eerste vinden wij dat er te snel wordt gericht op de huisvesting in een iconisch gebouw. Dit betekent niet dat wij tegen een gebouw zijn, maar we vinden het te vroeg om in de experimenteerfase deze weg al in te slaan. Er ontbreekt een afweging over ándere mogelijkheden om de Nieuwe Stadsmuseale functie tot zijn recht te laten komen. De RRKC adviseert dan ook eerst te beginnen met wat de footloose variant genoemd wordt. Hierbij gaat het om activiteiten in de stad in plaats van een vaste locatie, met het museum in een netwerk van samenwerkende organisaties. Deze benadering biedt gelegenheid om het publiek, gemeenschappen en makers in de stad op te zoeken om nieuwe verhalen en presentatievormen te ontwikkelen en te putten uit collecties die ertoe doen. Ten tweede stellen wij dat samenwerking essentieel is om de ambities waar te maken.
De RRKC adviseert dan ook om te beginnen met een kopgroep van vijf musea en erfgoedinstellingen: Museum Rotterdam, Maritiem Museum Rotterdam, Wereldmuseum, Verhalenhuis Belvedère en DIG IT UP. Als de verschillende erfgoedorganisaties hun collectieve verantwoordelijkheid nemen ontstaat er een groot potentieel om een breed publiek aan te spreken en de rijke collectie Rotterdam in samenhang te tonen - zowel in de stad als online. Uiteraard sluit de kopgroep deelname van andere organisaties niet uit. De RRKC juicht het toe als er
verbindingen worden gelegd met andere erfgoedorganisaties en relevante instellingen, in het bijzonder het stadsarchief is daarbij belangrijk. Om de samenwerking mogelijk te maken adviseren wij ten derde om de verantwoordelijkheid bij een nieuwe stichting te leggen en te zorgen dat primair de kopgroep van vijf sturingskracht krijgt. Onder leiderschap van de stadscurator moet gezorgd worden dat de Nieuwe stadsmuseale functie gezamenlijk wordt vormgeven. Ten slotte adviseerde de RRKC legitimering van de uitwerking door middel van een bestuurlijke opdracht van het college aan de stichting en een toereikend budget, voor zowel activiteiten als voor de nieuwe organisatie. Het stadsbestuur moet voor de Nieuwe stadsmuseale functie gáán door bestuurlijke dekking te geven aan de stadscurator Ik wil mijn bijdrage eindigen met een laatste aandachtspunt om te zorgen dat deze adviezen goed landen. Er is een groot risico dat de Nieuwe stadsmuseale functie wordt belegd bij een relatief klein kernteam dat in een vragende positie terecht komt ten opzichte van de bestaande erfgoedinstellingen. Een te kleine organisatie biedt een onvoldoende krachtig alternatief voor de ‘versplintering’ in het erfgoedveld. De afzonderlijke Rotterdamse erfgoedinstellingen hebben veel expertise en prachtige collecties. De bundeling van hun krachten is essentieel om de Nieuwe stadsmuseale functie te realiseren.
Met vriendelijk groet,
Rento Zoutman directeur RRKC/RKS