Inspreekbijdrage mevr. N. Ootjes
Tekst van het document
15 jaar geleden trok mijn vriend in deze flat. Hij was toen hard aan het werk met het opstarten van zijn eigen bedrijf. De huur was terugkijkend eigenlijk te hoog voor hem alleen, maar overtuigd van zijn eigen kunnen wist hij dat hij met hard werken dit wel recht kon trekken met een paar jaar. 10 jaar geleden kwam ik voor het eerst bij hem thuis, in deze flat. Het duurde niet heel lang voordat ik hier kwam wonen. De huur kon gedeeld worden, en na het afronden van mijn studie begon de moeizame weg van financiële onafhankelijkheid in een loopbaan als kunstenaar. Pas sinds enkele jaren verdiende ik genoeg zodat ik kon beginnen met wat geld opzij zetten. Ook het bedrijf van mijn vriend begon een beetje te lopen en hij was voor het eerst in zijn leven redelijk financieel stabiel. Dan “fast forward” naar nu. Het corona monster heeft onze spaarcenten opgegeten omdat er geen werk was voor mij. Maar ons hoofd is nog boven water en we hebben alle ingrediënten om na deze moeilijke tijd weer terug te krabbelen. We hebben een goede basis want we wonen goed, we hebben onze flat. En we krijgen ook wat, een kindje. Ons eerste kindje. En nu zal het net zo zijn dat in deze ontzettend mooie maar ook spannende tijd we te horen krijgen dat we weggestuurd worden. Dat we gedwongen moeten verhuizen. Maar, we mogen weer terug.
Dat is ons toch immers beloofd? Maar hoe kunnen we terug, als de appartementen kleiner worden? We beginnen pas met onze gezinsuitbreiding! Dit project duurt 10 jaar. Tegen die tijd zit mijn kind al lang op school en hebben we wie weet nog wel een tweede erbij. Iets waar op de Pompenburg dan geen plek meer voor is. Een project van 10 jaar. Ik wil dat u daar even stil bij staat met de wetenschap dat een groot percentage van de bewoners hier boven de 70 is. Dat een groot percentage hier al woont met meerdere kinderen in het gezin. Deze mensen kunnen het niet veroorloven te wachten tot we eindelijk weer terug mogen, of deze mensen kunnen simpelweg niet meer terug omdat er geen ruimte is voor het hele gezin. Kortom wordt er tegen ons gezegd dat wij ons woongeluk niet mogen kiezen. Wij moeten dankbaar zijn met wat er maar naar ons gegooid wordt. Als wij het niet kunnen rooien om terug te verhuizen is dat toch ons probleem? Want wie weet hoeveel van mijn medebewoners het zich überhaupt kunnen veroorloven om heen en weer te verhuizen? De jonge gezinnen met kinderen die van scholen moeten wisselen, of de ouderen die hier al tientallen jaren wonen en die straks niet meer fysiek in staat zijn om weer een stressvolle en vermoeiende verhuizing te doorstaan. Tegen mij en mijn vriend en al deze medebewoners wordt gezegd dat er voor ons geen ruimte meer is in de stad.
Wij moeten naar een vinex hier of een uithoek daar. Weet U, soms zijn zaken gewoon echt heel erg simpel. Is iets zwart of wit. Een perfect bewoonbare flat slopen, die vorig jaar nog een compleet nieuw luchtventilatiesysteem heeft gekregen, en honderden mensen hun woning uitschoppen terwijl we middenin de grootste wooncrisis zitten die ons land en stad ooit heeft meegemaakt, kan niet en mag niet. Op dit moment zijn er schrikbarend veel woningzoekende, en ik prees mijzelf altijd gelukkig dat ik daar niet toebehoorde. Tenminste, nog niet dus. 10 jaar lang kan deze ellende duren, 10 jaar lang heb ik hier een leven opgebouwd. Het dochtertje van mijn buurman die straks op de kleine zou kunnen passen, mijn goede vriend die om de hoek woont waar ik altijd even langs kan als ik steun nodig heb, de buurvrouw die op mij kan rekenen als haar man gevallen is en het niet meer lukt om op te staan. Ik weiger het woongeluk van mijzelf en mijn medebewoners zomaar op te geven.