Inspreekbijdrage de heer De Klerk over Stichting ZuiderLokaal
Tekst van het document
Aan de leden van de gemeenteraadscommissie ZOCS, van de gemeente Rotterdam Datum: 3 oktober 2021 Betreft: Enkele opmerkingen en vragen aan wethouder Kasmi naar aanleiding van het op 23 september door de wethouder bekendgemaakte plan voor de inzet van studenten in het basisonderwijs. Tevens een reactie op de brief die de wethouder ons op 29 september stuurde naar aanleiding van onze mail van 13 juli jl. A. N.a.v. het plan waarover de gemeente op 23 september heeft gepubliceerd: 1. Aanpak (zoals door ons begrepen) - Gestart wordt met 50 tutors die 200 kinderen extra rekenles geven, later wordt daar taalles aan toegevoegd. Per 2 kinderen 1 tutor. Uitgaand van 3 keer per week, gaat het om 3 keer 2 lesuren per tutor; per kind gaat het om 3 keer 1 uur extra les per week. Het betekent dus dat per week 200 kinderen 3 uur extra les krijgen. Tutors ontvangen daarvoor € 20,- per uur (bruto); per week dus € 120,Daarbij komen nog werkgeverslasten, kosten voor leiding, organisatie, coördinatie en materiaal. - In een van de publicaties over het plan van de gemeente staat te lezen: Een deel van het geld dat het Rijk beschikbaar heeft gesteld “gaat direct naar de scholen, een deel zet de gemeente in. Kern van de maatregelen van de gemeente is dat zorg, welzijn, sport en cultuur dichter bij school worden georganiseerd.“ 2.
Impact - Er is voor gekozen om de extra lessen op de basisschool zelf te geven, binnen de normale schooluren. Eigenlijk is er dus geen sprake van extra lestijd, maar extra aandacht. Tijdens het “tutor”-uur, neemt het kind niet deel aan de activiteit van de klas op dat moment; het kind loopt dat uur dus mis. - De tutors zijn student. Ook zij hebben door corona achterstanden in hun studie opgelopen. Zij kunnen overdag alleen worden ingezet als ze zelf geen les hoeven te volgen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met reistijd. De organisatie, met studenten afkomstig van diverse opleidingen, waar de lesroosters iedere 8 weken veranderen, die moeten worden ingedeeld bij een groot aantal basisscholen, op verschillende tijdstippen en waarbij rekening moet worden gehouden met reisafstanden, zal op zijn zachts gezegd lastig zijn en veel inzet/menskracht vergen. - De hoogte van het aangeboden salaris schept een precedent. Dat de Rijksoverheid een enorm bedrag van ruim 8 miljard binnen 2 jaar incidenteel in het onderwijs wil pompen rechtvaardigt nog niet salarissen te bieden die hoger liggen dan gebruikelijk.
Hoe gaat men in 2023 als het bedrag is verbruikt weer terug naar normale verhoudingen? - In een van de publicaties over het plan van de gemeente staat te lezen: Een deel van het geld dat het Rijk beschikbaar heeft gesteld “gaat direct naar de scholen, een deel zet de gemeente in. Kern van de maatregelen van de gemeente is dat zorg, welzijn, sport en cultuur dichter bij school worden georganiseerd.“ 3. De olifant in de kamer - Anders dan bij andere belangrijke collectieve voorzieningen zoals het openbaar vervoer, de politie, de zorg, is het onderwijs niet gewend aan dienstverlening buiten de gangbare schoolopeningstijden. Ook nu wordt de gelegenheid niet te baat genomen om buiten de gebaande paden te treden. 1
4. Mogelijke implicaties voor ZuiderLokaal - Bij Zuiderlokaal krijgen in principe in de Hef ongeveer 250 basisschoolleerlingen 3 uur per week extra taal- en rekenles. In Veenoord is dat 1,5 uur per week en moet het aantal kinderen de komende tijd groeien naar maximaal 120. We maken voor de begeleiding van de basisschoolleerlingen gebruik van dezelfde studenten: HBO’ers en studenten van de MBO-opleiding voor Onderwijsassistent. Zij begeleiden ieder, in een klas met 21 kinderen, een groepje van 7 kinderen en ontvangen bij ons een vrijwilligersvergoeding van € 15 per avond (aanwezigheid van 2 uur, netto lestijd 1,5 uur). - Ook al noemt de gemeente de begeleiders tutors, ze hebben dezelfde achtergrond als onze begeleiders en doen hetzelfde werk (extra les geven in taal en rekenen). Een begeleider bij de gemeente verdient echter een salaris van € 15 à 20 per uur (ik neem aan bruto) en houdt dus meer over. - En dan al het organisatiewerk: bij ZuiderLokaal wordt dat gedaan door vrijwilligers, bij de gemeente door betaalde krachten bij de hogescholen. Er is dus een enorm verschil in kosten, terwijl het aantal daadwerkelijke lesuren in het plan van de gemeente niet groter wordt. Bij ZuiderLokaal gaat het wel om 3 uur extra les t.o.v. het aantal lesuren per week.
- Op dit moment is nog niet duidelijk welke invloed dit gemeente-initiatief zal hebben op de beschikbaarheid van begeleiders bij ZuiderLokaal en of we ons werk kunnen voortzetten. Extra les in taal en rekenen, bovenop wat zij op school krijgen, dreigt mogelijk te komen vervallen. - Wij vragen ons ook af waarom het deel van het Rijksgeld dat de gemeente inzet wel wordt besteed aan het “dichter bij school” organiseren van o.a. zorg en welzijn, maar niet wordt besteed aan leerondersteuning, zeker nu onze huidige subsidiekaders juist onze inzet vereisen voor het in samenwerking met de gemeente aanbieden van activiteiten op die terreinen (Zie hieronder bij de subsidievoorwaarden van Couleur Locale).
B. Dan de brief van de wethouder van 29 september jl.: Die brief is een reactie op onze mail van 13 juli. - We vroegen daarin onder meer wie onze nieuwe contactpersoon namens de gemeente zou worden. De brief geeft daarover geen uitsluitsel. We weten dus nog steeds niet wie onze gesprekspartner namens de gemeente is. Dat is lastig communiceren! - Nadat we ons werk een aantal schooljaren hadden kunnen voortzetten dankzij subsidies uit Opzoomergeld van de wijken waaruit de meeste van onze kinderen komen, werd die weg eind 2019 afgesloten. Wijkraden mogen die gelden niet inzetten voor structurele activiteiten. Eénmalig ontvingen we ook een bijdrage van CiytLab010. - Om ons toch ter wille te zijn, konden we gebruik gaan maken van een subsidie genaamd Couleur Locale. Door het samenvoegen van potjes voor taal, armoedebestrijding en opvoedondersteuning was er een bedrag beschikbaar gekomen, waar ook wij gebruik van zouden kunnen maken. Daaraan was wel de voorwaarde verbonden dat er extra activiteiten zouden gaan plaats vinden op onze lesavonden. De contacten met de betreffende organisaties werden gelegd door onze contactpersoon bij de gemeente. Deze partijen worden ook uitgenodigd en gecontracteerd door de gemeente. Hun inzet bij ons zou voor ons weinig extra werk opleveren. In de praktijk bleek dat overigens anders te zijn.
Andere opties waren er niet, dus we stemden met deze vorm van financiering in om ons werk met de kinderen voort te kunnen zetten. En inderdaad, onder ouders bestaat de 2
behoefte aan advies en training/cursussen, waaraan men kan deelnemen terwijl de kinderen les krijgen. - Over de wijze waarop de Couleur Locale-pilot zou worden geëvalueerd zijn (nog) geen afspraken gemaakt, ook niet in de subsidievoorwaarden. - Het bleek ons op een later moment dat het subsidiebedrag geoormerkt is per deelgemeente. Onze kinderen komen uit alle wijken op Zuid. Op basis van de spreiding over de wijken hadden we met osg Hugo de Groot afgesproken om bij hen bij de start van dit schooljaar een tweede vestiging te openen. Omdat het geld voor Charlois al op was, kon dat niet doorgaan. Er was nog wel geld beschikbaar voor IJsselmonde, waar we op basis van onze inschatting pas later in de toekomst de derde en laatste vestiging op Zuid zouden willen starten. Omdat Charlois niet mogelijk was, zijn we dit schooljaar gestart in Veenoord. Daar hebben we echter nog niet de bekendheid die we westelijk van de spoorlijn wel al hebben.
C. Naar aanleiding van het bovenstaande hebben we het volgende verzoek aan de wethouder: 1. De subsidie waarvan we nu gebruik maken en die met een jaar wordt verlengd, geldt voor een kalenderjaar. Wij stellen voor deze te laten gelden voor een schooljaar (dus tot juli 2023 i.p.v. december 2022). Immers, onze begroting beslaat een schooljaar, en met de huidige systematiek dreigen we midden in een schooljaar onze activiteiten te moeten beëindigen en mogelijk een paar honderd ouders en kinderen teleur te moeten stellen. Evaluatie tijdens het schooljaar 2022-2023 biedt bovendien mogelijkheid de resultaten mee te nemen bij de opstelling van de gemeentebegroting 2024. 2. Wat gaat de wethouder doen aan het verschil in voorwaarden en beloning tussen ons initiatief en het eigen initiatief van de gemeente? Waarom zorgt hij niet voor een gelijke behandeling? 3. De wethouder gebruikt het deel van het NPO- Rijksgeld dat door de gemeente kan worden besteed aan het dichterbij de school organiseren van zorg en welzijn. Is hij bereid Leerondersteuning daaraan toe te voegen? 4. Wie wordt de komende tijd onze contactpersoon bij de gemeente? 5. Kunnen we ervan uitgaan dat die contactpersoon de contacten legt en contracten sluit (of weer activeert) met organisaties die in het kader van de pilot op onze vestiging(en) activiteiten aanbieden op het terrein van cursussen m.b.t.
beheer huishoudbudget, opvoedvraagstukken, sociaal emotionele vaardigheden, taallessen voor volwassenen etc.? 6. Kunnen we ervan uitgaan dat we met die persoon afspraken kunnen maken over de wijze waarop de evaluatie van de pilot gaat plaats vinden? En zouden daarin dan in ieder geval het oordeel van ouders en kinderen over de activiteiten van ZuiderLokaal kunnen worden vastgesteld en meegenomen?
Aan de leden van de commissie ZOCS vragen we of zij ons verzoek aan de wethouder willen ondersteunen.
Namens het bestuur van Stichting ZuiderLokaal
Peter de Klerk (voorzitter)
3