Initiatiefvoorstel Cultuurfinanciering VVD e.a.
Tekst van het document
SEPTEMBER 2023
Cultuurfinanciering Initiatiefvoorstel
Voorgesteld door Diederik van Dommelen De Rotterdamse VVD
Joan Nunnely D66 Rotterdam
Co Engberts PvdA Rotterdam
Inhoudsopgave 3
Inleiding
5
Deel 1 - Verdienvermogen culturele sector vergroten
7
Aanbevelingen (deel 1)
8
Deel 2 - Inzetten op andere verdeling rijkscultuurgelden
10
Aanbevelingen (deel 2)
11
Kader: Museum Boijmans van Beuning uitgelicht
*Afbeelding op de vorige pagina is het Nieuwe Instituut, instelling voor architectuur, design en digitale cultuur, met tentoonstellingen, onderzoeken, lezingen, fellowships en publicaties. Foto door Ossip van Duivenbode.
“De burgerwacht voor het stadhuis”, 1665, van Ludolf de Jongh (1616-1679). Te vinden in het Stadsarchief Rotterdam.
INITIATIEFVOORSTEL
Inleiding Over de brede maatschappelijke betekenis en de waarde van cultuur voor het leefklimaat en de economie van een stad is al veel gezegd en geschreven. “Voor Rotterdam geldt dat de culturele en creatieve industrie een van de belangrijkste smaakmakers en stuwende krachten is van de recente positieve ontwikkeling van de stad. Tegelijkertijd maakt cultuur Rotterdam en haar inwoners veerkrachtiger, juist op die plaatsen waar het allemaal niet vanzelf gaat. Daar mag de stad trots op zijn,” schrijft de Denktank New Deal Cultuur Rotterdam onder leiding van Mariëtte Hamer in een advies uit mei 2021. En “Kunst en Cultuur is niet zomaar een van de economische sectoren in onze stad. Ze is cruciaal voor het functioneren van andere sectoren, een onlosmakelijk deel van het stedelijk weefsel.” De Gemeente Rotterdam ziet het belang van cultuur voor de stad in. De financiële bijdrage aan de culturele sector van de gemeente Rotterdam ten opzichte van de andere grote steden in Nederland is relatief groot. Ondanks deze hoge bijdrage blijkt iedere 4 jaar bij het vaststellen van het cultuurplan opnieuw dat de financiële ruimte voor de culturele sector tekort komt, met onvrede en frustraties bij veel partijen tot gevolg. De discussie gaat dan over de grote instellingen die te veel zouden krijgen ten koste van de kleine cultuurmakers, grassroots en nieuwkomers die te weinig krijgen.
Deze discussie heeft ons inziens geen enkele toegevoegde waarde. De gemeente Rotterdam kan zich niet permitteren om haar cultureel erfgoed te verkwanselen en zal grote instellingen derhalve altijd moeten blijven ondersteunen. Vergeten moet ook niet worden dat grote instellingen veel mensen aan het werk houden. Bovendien dragen grote instellingen relatief veel subsidiegeld weer af in de vorm van huurbijdragen. In sommige gevallen staat er tegenover de subsidie een prestatie (het beheren en onderhouden van een gemeentelijke collectie bijvoorbeeld). Dit is dan in feite geen subsidie maar een prestatievergoeding. Kortom, onderling navelstaren heeft geen zin, de culturele sector in Rotterdam is er in zijn geheel bij gebaat dat de totale financiële ruimte wordt versterkt. En - misschien nog wel belangrijker - ook de Rotterdammer heeft er alle belang bij. De maatschappelijke en sociale waarde van kunst en cultuur - in alle lagen van onze samenleving - is groot, de impact van kunst en cultuur op het individueel welzijn, de 1 sociale cohesie, de levenskwaliteit etc. is talloze malen onderzocht en bewezen.
Centrum: Street art kunstwerk van Calvin Sprague in de Delftsestraat. Foto door Eric Fecken.
De Rotterdamse VVD
3
INITIATIEFVOORSTEL
De indieners van dit initiatiefvoorstel hebben verschillende suggesties waarmee we de financiële ruimte van de culturele sector in Rotterdam kunnen vergroten en adviseren om hierbij alle stakeholders in de culturele sector te betrekken. In dit initiatiefvoorstel willen de indieners het College en de sector uitdagen om andere verdienmodellen binnen de culturele sector te onderzoeken (deel 1) en daarmee te experimenteren. Hierin vragen we veel van de culturele sector maar daar staat tegenover dat we als Gemeente de verantwoordelijkheid zouden moeten willen nemen om een fair share uit de landelijke subsidiepot in Rotterdam te laten vallen. In deel 2 doen we een aantal suggesties om er voor te zorgen dat de financiële bijdrage van het Rijk aan de cultuur in Rotterdam te vergroten (deel 2). Noot 1. Zie bijvoorbeeld het advies van de Denktank New Deal Cultuur Rotterdam uit 2021 onder leiding van Mariëtte Hamer en het Rapport “In de schijnwerpers” van Berenschot van 13 juni 2023, een onderzoek in opdracht van de Vaste Commissie OCW van de Tweede Kamer.
Street art op de zijkant van café de Witte Aap, Eendrachtsstraat gemaakt door OX-Alien en Mark Goss. Foto door Iris van den Broek.
De Rotterdamse VVD
4
INITIATIEFVOORSTEL
Deel 1 - Verdienvermogen culturele sector vergroten Het cultuurmecenaat in Rotterdam heeft een lange historie. Collecties van grote musea als het Museum Boijmans van Beuningen, het Wereldmuseum en het Maritiem Museum zijn voor een groot deel ontstaan door donaties van filantropen als Boijmans, Burger, Van Beuningen, Van der Vorm, Van Rijckevorsel en meer recentelijk Nefkens en Schoufour. Stichtingen als Volkskracht en Droom&Daad dragen ruimhartig bij aan de culturele sector in Rotterdam. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest heeft een rijke historie van donerende vrienden. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen. Er heeft altijd een cultuur van geven bestaan in deze stad. [Noot 2] Maar deze cultuur van geven is geen vanzelfsprekendheid. De invloed van de overheid op de culturele sector is in de loop der jaren steeds groter geworden en de rol van de particuliere donateurs daarmee minder vanzelfsprekend. Deze financiële afhankelijkheid van de culturele sector aan de overheid heeft de culturele sector in Rotterdam minder weerbaar gemaakt. De indieners van dit voorstel willen dat de geefcultuur in Rotterdam weer in brede zin wordt gedragen, dat doneren weer gewoon wordt. En dat betekent een (nog) grote(re) inspanning vanuit de culturele sector. Commerciële processen en ondernemerschap werken in de culturele sector niet anders dan in andere sectoren.
Het vergroten van het verdienmodel gaat over relatiemanagement, (digitale) marketing, de band met en benadering van sponsors en fondsen, het verhogen van de bezoekersfrequentie. Het vergroten van het eigen verdienmodel en het ontwikkelen van een strategie hiertoe is wat ons betreft een verantwoordelijkheid van iedere instelling en cultuurmaker. Een Amerikaanse fundraiser heeft ons ooit meegenomen in de dynamiek van particuliere fundraising in de Verenigde Staten. De bereidheid om bij te dragen is meestal afhankelijk van de relatie die de potentiële sponsor heeft met de culturele instelling, de stad, de soort cultuur. Iemand die heeft gestudeerd in Rotterdam en/of iets heeft met dans of met een specifieke instelling als Scapino Ballet of Conny Jansen Danst, zal volgens deze Amerikaanse fundraiser een verzoek tot sponsoring van een dansinstelling in Rotterdam al snel in overweging nemen. En, vertelde zij, mensen zijn vaak vereerd als ze benaderd worden, soms zelfs beledigd als ze niet benaderd worden. Haar slotstatement was: Durf potentiële sponsors te benaderen, stap er op af. De vaste kosten van culturele instellingen verminderen zien wij als een andere manier om het verdienvermogen te vergroten.
Een gedachte is om een platform in te richten waar culturele instellingen hun back office activiteiten, zoals administratieve werkzaamheden, personeelszaken, contractenbeheer, boekhouding, secretariaat, marketing en IT-support, kunnen delen. Zo’n organisatie kan ook de rol als expertisecentrum voor fundraising oppakken. Dit soort werkzaamheden is nu een grote last voor veel culturele instellingen, zowel qua kosten als arbeid. Door een gedeeld platform op te zetten kunnen deze administratieve kosten worden gedrukt en kunnen culturele instellingen zich bezig houden met hun kerntaak: het maken van cultuur. In Den Haag is er ervaring met een dergelijk platform, één van de ‘lessons learned’ in Den Haag is dat vrijwillige deelname het succes uiteindelijk in de weg stond. Zo’n zogenaamd shared service center is wat ons betreft dan ook niet vrijblijvend, de gemeente mag deelname hieraan voorwaardelijk maken voor (de hoogte van) de subsidie tenzij de culturele instelling gemotiveerd kan aangeven waarom deelname niet zinvol is. 2
De Rotterdamse VVD
5
INITIATIEFVOORSTEL
Noot 2. Zie ook het rapport van RRKC “De warme hand - Cultuurmecenaat in Rotterdam” uit juni 2009.
Kunst in het Depot van Boijmans van Beuningen. Foto door Iris van den Broek.
De Rotterdamse VVD
6
INITIATIEFVOORSTEL
Aanbevelingen (deel 1)
Scène uit Casablanca van Scapino Ballet Rotterdam. Foto door Bas Czerwinski.
Wat de indieners betreft gaan we aan de slag om het eigen verdienvermogen van instellingen in de Culturele Sector substantieel te vergroten. Wij vragen het college van Burgemeester en Wethouders de regie te nemen om dit voor elkaar te krijgen. In dit kader vragen wij het College om in elk geval de volgende aanbevelingen op te pakken. Dit lijstje is niet limitatief. Wij vragen het College nadrukkelijk om ook zelf een aantal ideeën en suggesties toe te voegen. 1. Onderzoek aan de hand van een of meerdere pilots hoe een gedeelte van de subsidie aan de culturele instellingen kan worden aangewend voor de werving van fundraisers om op deze wijze het eigen verdienvermogen van de culturele instellingen verder te vergroten. Dit zou met name voor middelgrote instellingen kunnen gelden. 2. Onderzoek in de breedste zin aan de hand van een of meerdere pilots hoe culturele instellingen op het gebied van fundraising innovatiever en ondernemender kunnen worden. Maak daarbij gebruik van bestaande netwerken en initiatieven. Gedacht zou hierbij kunnen worden aan het (deels) afhankelijk laten zijn van de hoogte van de subsidies aan het eigen verdienvermogen (een systeem van cofinanciering gerelateerd aan de eigen directe fondsenwerving). Een andere gedachte is om voorwaarden te stellen aan de marketing van de cultuurinstellingen (bijdragen afhankelijk van merkkracht). 3.
Zet de wetenschap in om tot ideeën te komen hoe de totale financiële pot te vergroten. Stimuleer cultuurmakers om deel te nemen aan programma’s/opleidingsmodules over cultureel ondernemerschap aan de Erasmus Universiteit en/of andere onderwijsinstellingen. 4. Zet in samenwerking met de culturele sector een platform op waarin zogenaamde back office activiteiten voor culturele instellingen kunnen worden gedeeld. Denk daarbij aan administratieve werkzaamheden, personeelszaken, contractenbeheer, secretariaat, marketing en IT-support. Zo’n organisatie kan ook de rol als expertisecentrum voor fundraising oppakken. Maak deelname aan dit platform voorwaardelijk voor (de hoogte van) de subsidie, tenzij de culturele instelling gemotiveerd kan aangeven waarom deelname niet zinvol is. De Rotterdamse VVD
7
INITIATIEFVOORSTEL
Deel 2 - Inzetten op andere verdeling rijkscultuurgelden “Put arts and culture in the mix of the emerging next economy”.3 Dit was een van de aanbevelingen van de IAB Rotterdam tijdens de call to action in 2015. Rotterdam is een stad die ruimte biedt aan jonge, creatieve start-ups en vrije ondernemers, juist ook op het gebied van kunst en cultuur. Juist de kruisbestuiving tussen economie, ondernemen en kunst en cultuur leidt tot verrassende innovaties. De Raad voor Cultuur heeft zich in eerdere jaren positief geuit over de inspanningen, ontwikkelingen en bereikte resultaten in Rotterdam. Dat dit niet leidt tot meer geld voor Rotterdam als geheel, is het gevolg van de kaders die de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen de Raad meegeeft. Daar zit onze grote zorg. Weliswaar krijgt Rotterdam de credits die de stad verdient, maar we constateren ook dat de ambities van de Rotterdamse culturele sector om de vernieuwingen te concretiseren en de kwaliteit op dat hoge, internationaal gewaardeerde niveau te handhaven en versterken, maar gedeeltelijk waargemaakt kunnen worden. Dat heeft alles te maken met de landelijke systematiek van de subsidieverdeling die met name gericht is op Rijksinstellingen en qua vereisten weinig ruimte geeft voor vernieuwende makers en instellingen.
Rotterdam kent een voorhoede van makers en instellingen die passen bij een jonge, hybride en superdiverse stad. Het landelijke systeem van verdeling van de cultuursubsidies verhoudt zich daar slecht toe, alleen al omdat Rotterdam nu eenmaal over minder Rijksinstellingen beschikt. Dat pleit voor het doorbreken van het bestaande systeem. Een systeem waarvan Rotterdam al vele jaren de nadelige gevolgen ondervindt, zoals iedere keer weer blijkt uit de verdeling van de rijksmiddelen voor Cultuur over de vier grote steden. Vanuit de lokale overheid wordt in Rotterdam relatief veel bijgedragen aan kunst –en cultuur, terwijl in verhouding de Rijksoverheid hier weinig aan bijdraagt. 4 en 5 Dat is niet alleen slecht voor de stad, maar leidt ook tot niet-efficiënte inzet van de Rijksmiddelen bij cultuur. Wij pleiten voor een systeem van cofinanciering, waarbij het Rijk in de uitgaven rekening houdt met de lokale bijdrage. Op deze wijze kunnen de Rijksmiddelen voor cultuur veel efficiënter worden ingezet. 6
Street art kunstwerk van Ian Kirk Patrick nabij de Kruiskade. Foto door Eric Fecken.
De Rotterdamse VVD
8
INITIATIEFVOORSTEL
De lobby vanuit Rotterdam bij de besluitvormers bij de Rijksoverheid en de Rijksculuurfondsen lijkt onvoldoende sterk te zijn. Voor een goede lobby heb je een sterk netwerk nodig. Het opbouwen van een netwerk is echter niet iets incidenteels. Als je voorafgaande aan een nieuwe cultuurplanperiode je netwerk nog moet opbouwen, ben je te laat. Een netwerk bouw je op over de tijd en daar dien je structureel aan te werken. Ons netwerk bij de juiste instanties zou derhalve structureel verbeterd moeten worden. Denk daarbij aan het Ministerie van OCW (op ambtelijk en bestuurlijk niveau), de Raad voor Cultuur, de woordvoerders cultuur in de 2e Kamer, de provincie, de (nationale) cultuurfondsen, etc. Daar kan breed aan meegewerkt worden, door de burgemeester en de (verantwoordelijke) wethouders, door de raadsleden (bij hun eigen woordvoerders) en door de ambtelijke staf. Maar ook de sector zelf en zeker de grotere instellingen hebben hier een rol en verantwoordelijkheid in. Doel is om onze fair share te verkrijgen uit het landelijke cultuurbudget. Hier past wel een goede regie bij en die ligt wat ons betreft bij de wethouder Cultuur. Dit netwerk hoeft zich niet te beperken tot het Ministerie van OCW. Cultuur is essentieel voor een goed woon- en leefklimaat in onze stad. Toch wordt Cultuur beleidsmatig veelal geïsoleerd benaderd.
Wat ons betreft zou Cultuur verbonden mogen worden aan brede maatschappelijke vraagstukken. Denk daarbij aan onderwijs, economie, gebiedsontwikkeling, welzijn. Onze lobby zou zich dan ook moeten verbreden tot andere Ministeries zoals bijvoorbeeld het Ministerie van Binnenlandse Zaken en het Ministerie van Volksgezondheid, EZK, Welzijn en Sport. Noot 3. Rapport van IABx uit 2017 onder leiding van Jan Peter Balkenende - “Rotterdam, stay close to what you are! Becoming an international cultural hotspot, starts with authenticity - Recommendations of the Expert Edition of the International Advisory Board.” Noot 4. Uit cijfers uit Advies Raad van Cultuur 2017-2020 voor de Culturele Basis, mei 2016 blijkt dat van de grote steden Rotterdam per inwoner aan cultuur het meeste besteedt. In vergelijking met Amsterdam, Den Haag en Utrecht staat Rotterdam met 133 euro ver boven aan. De andere drie zitten tussen de 102 euro en 108 euro per inwoner per jaar. Ook in eerdere perioden stond Rotterdam ver bovenaan. Heel anders is de besteding van de landelijke cultuursubsidies. Amsterdam staat hierbij op eenzame hoogte met 161 euro, terwijl Rotterdam het met een vijfde van dit bedrag moet doen. In de periode 2009-2012 was de gemeente Rotterdam verantwoordelijk voor 80% van de cultuurbijdragen aan haar eigen instellingen, in de periode 2013-2016 is dit gestegen naar 82%. Noot 5.
Uit het rapport Cultuur in Beeld van het Ministerie van OCW uit november 2017 zijn de cijfers afwijkend maar het beeld is niet significant anders, Rotterdam besteedt volgens dit rapport in 2017 euro 120 miljoen uit aan Cultuur, 190 euro per inwoner tegenover een bedrag van 125 miljoen in Amsterdam, 148 euro per persoon. Noot 6. Bovenstaande passage is gebaseerd op aanbevelingen van Werkgroep Vestigingsklimaat, samengesteld uit vertegenwoordigers van Havenbedrijf Rotterdam NV, Rotterdam Economic Council, VNONCW Rotterdam, Gemeente Rotterdam, MKB Rotterdam en Deltalinqs van 1 januari 2017
De Rotterdamse VVD
9
INITIATIEFVOORSTEL
Aanbevelingen (deel 2) Wat de indieners betreft gaan we aan de slag om de financiële bijdrage voor de culturele sector vanuit het Rijk substantieel te vergroten. Wij vragen het college van Burgemeester en Wethouders de regie te nemen om dit voor elkaar te krijgen en om in elk geval om de volgende aanbevelingen op te pakken. Dit lijstje is niet limitatief. Wij vragen het college nadrukkelijk om ook zelf een aantal ideeën en suggesties toe te voegen. 1. Ontwikkel een strategie hoe wij op structurele basis ons netwerk vanuit Rotterdam kunnen vergroten bij de juiste instanties en betrek daarbij het gehele culturele ecosysteem, met als doel om ten minste een fair share te krijgen uit het landelijk cultuurbudget. Dit netwerk zou meerdere Ministeries (OCW, VWS, EZK, etc.), 2e Kamer, Provincie ZH, cultuurfondsen, etc. moeten dekken. 2. Zet bij het Rijk in op een systeem van cofinanciering, waarbij het Rijk in de uitgaven rekening houdt met de lokale bijdrage. Op deze wijze kunnen de Rijksmiddelen voor cultuur veel efficiënter worden ingezet. In geval er bij het Rijk geen draagvlak is voor een systeem van cofinanciering, onderzoek en bespreek in dat geval met de betrokken instanties hoe de bijdrage vanuit het Rijk aan de Rotterdamse cultuurinstellingen substantieel kan worden vergroot. 3.
Ga met het Rijk het gesprek aan hoe het Museum Boijmans van Beuningen van een jaarlijkse substantiële Rijksbijdrage - en in elk geval van een substantiële Rijksbijdrage aan de renovatie van het Museum - kan worden voorzien.
Kind voor het Depot. Foto door Ossip van Duivenbode.
De Rotterdamse VVD
10
INITIATIEFVOORSTEL
Kader: Museum Boijmans van Beuning uitgelicht
Rotterdam heeft met Museum Boijmans van Beuningen een museum waarvan de collectie misschien wel tot de top 50 van de wereld behoort. Museum Boijmans van Beuningen is een gemeentelijk museum en wordt volledig gefinancierd door de Gemeente Rotterdam. Musea als het Rijksmuseum of het Mauritshuis zijn rijksmusea en worden gefinancierd uit de rijksbegroting. Een Rotterdammer betaalt mee aan het Rijksmuseum en het Mauritshuis, een Amsterdammer of Hagenees betaalt geen euro aan Museum Boijmans van Beuningen. Het blijft bijzonder dat het Rijk niet meefinanciert aan het Museum Boijmans van Beuningen. Eens te meer omdat het Museum voor wat betreft de financiering te groot lijkt voor de Gemeente Rotterdam. Indieners realiseren zich dat het principe van een Rijksmuseum gekoppeld is aan een rijkscollectie. Dit is een historisch gegroeide situatie, een principe dat - wat ons betreft - heroverwogen zou mogen worden. Logischerwijs zou het belang van het Museum Boijmans van Beuningen als instituut en haar internationaal gereputeerde connectie de status van Rijksmuseum verdienen. Uit de gesprekken die wij gevoerd hebben lijkt het dat een dergelijke status politiek bestuurlijk niet haalbaar is. Bovendien gaan we natuurlijk niet de collectie overdragen aan het Rijk.
Dat laat onverlet dat de Rijksoverheid een bijdrage zou kunnen/moeten leveren voor het in stand houden van het instituut en collectie die nationaal en internationaal een belangrijke positie inneemt in het cultuurveld. Dit geldt eens te meer nu - naast het Van der Steurgebouw - ook de Bodon-zalen en het tuin-paviljoen van Henket als rijksmonument zijn aangemerkt. 7 en 8
Noot 7: Melle Daamen in een interview met het Financieele Dagblad van 29 september 2022 over de financiering van cultuur door het mecenaat: “Bovendien vind ik niet dat je aan Rotterdam, dat al zó veel besteedt aan cultuur, kun vragen om dergelijke bedragen neer te leggen, De gemeente heeft nu euro 236 miljoen uitgetrokken voor de renovatie van Boijmans. Dat zou het Rijk moeten ondersteunen”. Noot 8: Dezelfde Melle Daamen in het NRC van 7 januari 2021. “Rijk, financier de renovatie en nieuwbouw van Boijmans mee, Het benodigde budget gaat de kracht van een gemeente te boven. Het belang van Museum Boijmans van Beuningen voor ons land overstijgt het belang voor Rotterdam.” *Foto op de laatste pagina is van een optreden van Someday We’ll Find Us door het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Foto door Harold de Smet. De Rotterdamse VVD
11
INITIATIEFVOORSTEL
<Afsluiting van het initiatiefvoorstel met een concept Raadsbesluit> Ontwerpbesluit De Raad van de gemeente Rotterdam, Gelezen het initiatiefvoorstel ‘Cultuurfinanciering’ van de fracties van de Rotterdamse VVD, D66 en PvdA; Besluit: Het College van B&W opdracht te geven om: 1.1. middels een experiment te onderzoeken of een gedeelte van de subsidie aan middelgrote en grote culturele instellingen kan worden aangewend voor de werving van fundraisers om zo het eigen verdienvermogen te vergroten; 1. in dit experiment innovatieve nieuwe manieren van fundraising mee te nemen en de opgedane kennis hierover breedt met het veld te delen; 2. hierbij mee te nemen hoe culturele instellingen bewogen kunnen worden meer van fundraising gebruik te maken, bijvoorbeeld door een deel van de gemeentelijke subsidie in de vorm van cofinanciering te verstrekken; 1.2. met de Erasmus Universiteit en/of met andere onderwijsinstellingen het gesprek aan te gaan over de mogelijkheden om een programma/opleidingsmodule “Ondernemerschap Cultuur” in te richten; 1.3. een onderzoek in te richten voor het inrichten van een gezamenlijk platform waarin zogenaamde back office activiteiten van culturele instellingen kunnen worden gedeeld; 1.4. andere ideeën aan te dragen en te onderzoeken met als doel het verdienvermogen van de gehele culturele sector in Rotterdam te vergroten. 2.1.
een structureel en gericht netwerk op te bouwen bij de relevante organisaties die invloed hebben op de bijdrage van de Rijksoverheid aan het culturele veld in Rotterdam met als doel deze structureel te vergroten, waaronder in ieder geval de volgende organisaties: 1. het Ministerie van Onderwijs, Cultuur, en Wetenschap; 2. de Raad voor Cultuur; 3. de Tweede Kamer; 4. en de nationale cultuurfondsen; 2.2. bij het Rijk in te zetten op een systeem van cofinanciering, waarbij het Rijk in de uitgaven rekening houdt met de lokale bijdrage. Op deze wijze kunnen de Rijksmiddelen voor cultuur veel efficiënter worden ingezet 2.3. met het Rijk het gesprek aan te gaan hoe het Museum Boijmans van Beuningen van een jaarlijkse substantiële Rijksbijdrage - en in elk geval van een substantiële Rijksbijdrage aan de renovatie van het Museum - kan worden voorzien.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van xx augustus 2023, De griffier,
de voorzitter,
Initiatiefvoorstel Cultuurfinanciering