CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Initiatiefnotitie CDA- onbekommerd parkeren in de wijk- kwijtschelding parkeerbelasting

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 1.5 Mededelingen.1.692 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onbekommerd parkeren in de wijk Initiatiefnotitie kwijtschelding parkeerbelasting

René Segers-Hoogendoorn

29 april 2021

Inleiding In veel zones wordt betaald parkeren ingevoerd vanwege parkeerdruk. Dit is in principe een oplossing voor wijkbewoners die autobezitters zijn en soms hun auto niet kwijt kunnen in de wijk. Dit neemt helaas niet weg dat er ook genoeg autobezitters met een heel laag inkomen en vermogen zijn, die hun auto wel nodig hebben. Voor deze bewoners is een bewonersparkeervergunning een flinke kostenpost. Omdat we juist voor de invoering van betaald parkeren zoveel mogelijk draagvlak van de inwoners nodig hebben, moeten we ervoor zorgen dat inkomen geen belemmering is. Daarom komt het CDA Rotterdam, ingediend door René Segers-Hoogendoorn, met een initiatiefnotitie tot het (gedeeltelijk) kwijtschelden van parkeerbelasting voor minima. Het voorstel is om de bewonersparkeervergunning, welke een vorm van parkeerbelasting en dus een gemeentelijke belasting is, gedeeltelijk kwijt te kunnen schelden voor degene die kwijtschelding van gemeentelijke belastingen aan kunnen vragen.

Huidig beleid Overal in Rotterdam kost een bewonersparkeervergunning op straat €115,20 per jaar. 1 De kosten van een bewonersparkeervergunning zijn parkeerbelasting. Parkeerbelasting valt onder de gemeentelijke belastingen. 2 Veel gemeenten, waaronder de gemeente Rotterdam hebben kwijtscheldingsbeleid voor bepaalde gemeentelijke belastingen. In Rotterdam betreft dit de afvalstoffenheffing en/of onroerende zaakbelasting (OZB). 3 Hierbij kan maximaal 76,5% kwijtgescholden worden. 4 Het college heeft gezegd dat kwijtschelding voor bewonersparkeervergunningen niet mogelijk is, omdat gemeentelijke belastingen niet gebaseerd mogen worden op inkomen, winst of vermogen van een persoon. Hierbij wordt naar artikel 219, lid 2 gerefereerd, zoals hieronder: Gemeentewet Artikel 219 5 1. Behalve de gemeentelijke belastingen waarvan de heffing krachtens andere wetten dan deze geschiedt, worden geen andere belastingen geheven dan die bedoeld in de tweede en derde paragraaf van dit hoofdstuk. 2. Behoudens het bepaalde in andere wetten dan deze en in de tweede en derde paragraaf van dit hoofdstuk kunnen de gemeentelijke belastingen worden geheven naar in de belastingverordening te bepalen heffingsmaatstaven, met dien verstande dat het bedrag van een gemeentelijke belasting niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen.

1 https://www.rotterdam.nl/loket/parkeervergunning-bewoner/ 2 https://vng.nl/artikelen/parkeerbelastingen

3 https://www.rotterdam.nl/loket/kwijtschelding/

4 http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Actueel/Rotterdam/CVDR647205.html 5 https://maxius.nl/gemeentewet/artikel219

1

Voorstel Het CDA Rotterdam ziet graag een breed draagvlak voor betaald parkeren in een woonwijk en stelt daarom voor dat de parkeerbelasting wordt meegenomen in de mogelijkheid tot kwijtschelding als gemeentelijke belasting. Bij invoering van betaald parkeren in wijken komt er dikwijls (on)gevraagd advies van de betreffende wijken waaruit zorgen blijken voor het effect hiervan op de minima. Zij zijn namelijk bang dat zij zich geen vergunning kunnen veroorloven, terwijl voor veel mensen een auto noodzakelijk is om bijvoorbeeld naar het werk of familie te gaan. Tevens zijn er zorgen voor voornamelijk de oudere inwoners met een laag inkomen en vermogen die zich geen vergunning kunnen veroorloven. Zij zijn namelijk bang dat naast dat mantelzorgers en familie minder bij hen langs zullen komen, zij nu ook minder langs kunnen bij familie en vrienden zonder een auto meer te bezitten. De gemeentewet stelt met artikel 255 namelijk dat kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wel mogelijk is, gebaseerd op het inkomen. Hierbij kunnen de minima dus een gedeeltelijke kwijtschelding van gemeentelijke belastingen aanvragen, maar wordt de belastinghoogte niet bepaald door iemands inkomen. Gemeentewet Artikel 255 6 1.

De in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 bedoelde kwijtschelding wordt met betrekking tot gemeentelijke belastingen verleend door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, bedoelde gemeenteambtenaar. 2. Met betrekking tot het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding zijn de krachtens artikel 26 van de Invorderingswet 1990 door Onze Minister van Financiën bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing. 3. De raad kan bepalen dat, in afwijking van de in het tweede lid bedoelde regels, in het geheel geen dan wel gedeeltelijk kwijtschelding wordt verleend. 4. Met inachtneming van door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, te stellen regels kan de raad met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan en de wijze waarop het vermogen in aanmerking worden genomen afwijkende regels stellen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. 5. Het college kan de belasting geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren. Het daartoe strekkende besluit ontheft de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen van de verplichting verdere pogingen tot invordering te doen. Uit dit artikel kan men dus opmaken dat gemeentelijke belastingen kwijtgescholden mogen worden en dat gemeenten hier zelf invulling aan mogen geven.

Het CDA Rotterdam stelt dus voor dat bewoners van Rotterdam kwijtschelding aan kunnen 6 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/2014-11-29/#TiteldeelIV_HoofdstukXV

2

vragen voor maximaal 76,5% van de bewonersparkeervergunning. De uitvoering kan hetzelfde worden gedaan als bij de kwijtschelding van de afvalstoffenheffing en de OZB. Ook zullen dezelfde regels voor wie er in aanmerking komt gehanteerd worden. Artikelen 149 en 225 van de gemeentewet zijn ook van toepassing op onze initiatiefnotitie. Artikel 149 betreft de bevoegdheid van de raad om verordeningen aan te passen. Artikel 225 betreft de mogelijkheid om parkeerbelasting te heffen. Voor de leesbaarheid zijn deze twee artikelen opgenomen in de bijlagen.

Financieel kader Een bewonersparkeervergunning kost €115,20 per jaar. De maximale kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is vastgesteld op 76,5%. In 2020 is de gemeente Rotterdam ervan uitgegaan dat 45.000 aanvragen voor kwijtschelding worden goedgekeurd. Omdat men voor twee belastingen kwijtschelding aan kan vragen is dit waarschijnlijk niet het aantal personen wat kwijtschelding toegekend krijgt. 33.521 Rotterdammers ontvangen een bijstandsuitkering (cijfers van net voor de coronacrisis). 7 De eisen voor kwijtschelding en bijstand zijn niet gelijk. Zo mag een alleenstaande in de bijstand maximaal €6.295,- eigen vermogen hebben en een alleenstaande die kwijtschelding aanvraagt maximaal €1.500,-. 8 9 Niet iedereen in de bijstand zal dus in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Ook zal niet elk persoon in de bijstand een auto en een bewonersparkeervergunning bezitten. Daarom zijn er twee verschillende scenario’s berekend: één met het verwachte aantal totale goedkeuringen voor kwijtschelding in 2020 voor OZB en afvalstoffenheffing en één met het scenario dat elke Rotterdammer in de bijstand een goedkeuring voor kwijtschelding zal ontvangen. Ook is er uitgegaan van de maximale kwijtschelding, oftewel 76,5% van de parkeerbelasting. Dit zou een parkeervergunning van €115,20 per jaar nu €27,07 per jaar maken.

Scenario 1: Bij 45.000 goedgekeurde aanvragen = (115,20 x 0,765) x 45.000 = €3.965.760,Scenario 2: Bij 33.521 goedgekeurde aanvragen = (115,20 x 0,765) x 33.521 = €2.954.138,69

Vervolgstappen Door het indienen van onze initiatiefnotitie willen we in gesprek gaan met het college over de uitvoerbaarheid van ons voorstel. Vervolgens willen we graag in de commissie de initiatiefnotitie uitleggen en hierover vervolgens in discussie gaan met de rest van de commissie.

7 https://www.ad.nl/rotterdam/snelle-daling-van-mensen-in-de-bijstand-als-je-mensen-echt-kent-

vinden-ze-sneller-een-baan~ab021fe3/ 8 https://www.rotterdam.nl/loket/bijstandsuitkering/ 9 https://www.rotterdam.nl/loket/kwijtschelding/

3

Bijlage 110 Gemeentewet Artikel 149 De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt.

10 https://maxius.nl/gemeentewet/artikel149

4

Bijlage 211 Gemeentewet Artikel 225 1. In het kader van de parkeerregulering kunnen de volgende belastingen worden geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder parkeren verstaan het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden. 3. De belasting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd. 4. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt degene die de belasting voldoet dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen. 5.

Zolang geen voldoening van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde belasting heeft plaatsgevonden wordt de houder van het voertuig aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. Met betrekking tot een motorrijtuig dat is ingeschreven in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 , wordt als houder aangemerkt degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven. De tweede volzin vindt geen toepassing indien: a. blijkt dat het motorrijtuig ten tijde van het parkeren op de naam van een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, in welk geval die ander wordt aangemerkt als degene die het motorrijtuig heeft geparkeerd; b. een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorrijtuig was, in welk geval

11 https://maxius.nl/gemeentewet/artikel225

5

de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorrijtuig heeft geparkeerd. 6. De belasting wordt niet geheven van degene die ingevolge het vijfde lid is aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 7. De belasting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. 8. Het tarief van de in het eerste lid bedoelde belastingen kan afhankelijk worden gesteld van de parkeerduur, van de parkeertijd, van de ingenomen oppervlakte en van de ligging van de terreinen of weggedeelten.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=3a25ddd4-65c5-4aba-8621-397cdfbfd53d