Bijlage Opvang en ondersteuning aan dakloze EU-burgers (11)
Tekst van het document
Opvang en ondersteuning aan dakloze EU-burgers Het (beleidsmatig) kader voor de gemeente Rotterdam voor de opvang en ondersteuning van dakloze EU-burgers is de regelgeving die daar ten grondslag aan ligt, namelijk de EU-richtlijn 2004/38, (de implementatie daarvan in) de Vreemdelingenwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Participatiewet. Ter verder invulling daarvan is het landelijk plan van aanpak kwetsbare dakloze EU-burgers relevant. Ontvangst bij Centraal Onthaal Iedere dakloze in de stad kan zich melden bij Centraal Onthaal. Centraal Onthaal dient op basis van de Wmo2015 de identiteit vast te stellen van de persoon op basis van een: - Geldig identificatiebewijs - Bij derdelanders het vreemdelingen document - Voor EU burgers geschiedenis Inschrijving in de BRP Immers, voor de Wmo is het zijn van ingezetene (van de gemeente, en voor beschermd wonen en opvang van Nederland) een voorwaarde. Daarbovenop is de basisregel artikel 10 van de Vreemdelingenwet: de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft, kan geen aanspraak maken op toekenning van verstrekkingen. Verder toetst de gemeente of en hoelang iemand rechtmatig in NL is en dus mogelijk recht heeft opgebouwd op ondersteuning. De bewijslast hiervoor ligt bij de burger.
Op basis van het Vreemdelingenbesluit artikel 8.12 lid 1: Voor EU burgers uit andere lidstaten geldt dat deze (langer dan 3 maanden na inreis) rechtmatig verblijf heeft als hij: - Werknemer is (lopend arbeidscontract) - Of aantoonbaar werkzoekend en een reële kans op werk heeft - Beschikt over voldoende middelen van bestaan - En over een verzekering die de ziektekosten in Nederland volledig dekt (zorgverzekering) Als er twijfels of onduidelijkheden zijn, doet de gemeente nader onderzoek. De gemeente checkt de verblijfscodes en kan een melding bij de IND doen of een advies bij de IND vragen als er vragen zijn over de verblijfsstatus. Ook kan de gemeente voor een aanvraag in het kader van de Participatiewet het arbeidsverleden nagaan in Suwinet en de inschrijving UWV checken. Wet en regelgeving Het verblijfsrecht is voorwaardelijk aan het recht op Wmo ondersteuning. Hierbij maken we op basis van de EU-richtlijn en de Vreemdelingenwetgeving onderscheid tussen 3 verschillende groepen: 1. EU-burgers die korter dan 3 maanden in NL zijn en geen aanspraak kunnen maken op sociale voorzieningen. 2. EU-burgers die tijdens hun verblijf in Nederland tijdelijk rechten hebben opgebouwd op sociale voorzieningen, bijvoorbeeld omdat ze een aantoonbaar arbeidsverleden hebben.
Vreemdelingenbesluit artikel 8.12 lid 2: rechtmatig verblijf eindigt niet als iemand: • tijdelijk arbeidsongeschikt is door ziekte of ongeval • na een jaar gewerkt te hebben, onvrijwillig werkloos is geworden én als werkzoekende staat ingeschreven bij het UWV • voor tenminste 6 maanden onvrijwillig werkloos wordt na afloop van een arbeidsovereenkomst korter dan een jaar indien (=voorwaarde) hij bij het UWV als werkzoekende is ingeschreven.
3. EU-burgers die permanent verblijfsrecht (dat wil zeggen minimaal 5 jaar rechtmatig verblijvend) hebben en daarmee ook dezelfde aanspraak kunnen maken op sociale voorzieningen als NL-burgers. In de Wmo2015 is geregeld (in artikel 1.2.2 lid 2) dat, bij rechtmatig verblijf, géén aanspraak is op opvang (met uitzondering van op opvang ivm huiselijk geweld) tijdens de eerste drie maanden van verblijf én aan degenen die binnen zijn gekomen om werk te zoeken. De Richtlijn 2004/38, (artikel 14 lid 2 juncto 24 lid 2) waar dit op is gebaseerd verwoordt dat het gastland niet verplicht is een recht op sociale bijstand toe kennen in de eerste drie maanden en aan werkzoekenden. EU-burgers kunnen niet worden verwijderd zolang zij kunnen bewijzen werk te zoeken en een reële kans op werk te hebben. Gemeentelijke aanpak per subgroep 1: EU-burgers die korter dan 3 maanden in Nederland zijn • Zij hebben geen recht op opvang op basis van de Wmo. • Zij kunnen gebruik maken van kortdurende opvang bij dakloosheid als ze meewerken aan een traject gericht op terugkeer naar werk of land van herkomst. • Ze kunnen gebruik maken van de Winterkoudeopvang. • Er is een inloop voor EU-migranten van Stichting Ontmoeting aan de ’s Gravendijkwal waar ze overdag terecht kunnen voor ondersteuning (algemene voorziening).
• Barka ondersteunt de groep in het werken aan perspectief naar werk/terugkeer (algemene voorziening). • Veldwerk/SDT ondersteunt de groep buitenslaper naar zorg/tijdelijke opvang. • Er is recht op medisch noodzakelijke zorg volgens de geldende CAK regeling. 2: EU-burgers met tijdelijke rechten Als een EU-burger tijdelijk rechten heeft opgebouwd op sociale voorzieningen (vanwege een arbeidsverleden) dan kan hij/zij ook in aanmerking komen voor ondersteuning vanuit de Wmo. Als het (tijdelijk) recht is vastgesteld/aannemelijk is, dan start de toetsing op grond van de Wmo waarbij wordt onderzocht of iemand recht heeft op opvang en/of ondersteuning. Als dat wordt vastgesteld, krijgt die persoon opvang en ondersteuning voor een beperkte duur. De duur van de opvang en/of ondersteuning is gekoppeld aan de duur van het opgebouwde recht op sociale voorzieningen. Als een EU-burger op grond van de Wmo tijdelijk is toegelaten tot de reguliere (nacht)opvang, zal als onderdeel van de ondersteuning in de opvang worden gewerkt aan de basis op orde, zoals een juiste inschrijving in de BRP, aanvragen van een (WW) uitkering. De insteek van de ondersteuning is, naast de basis op orde, terugkeer naar werk of naar land van herkomst.
3: EU-burgers met permanent (verblijfs)recht EU-burgers met een permanent verblijfsrecht hebben recht op opvang en ondersteuning vanuit de Wmo als ze daarvoor in aanmerking komen. Er is geen onderscheid tussen een NLburger en EU-burger met permanent verblijfsrecht. Tot die tijd is het uitgangspunt dat het verblijfsrecht behouden blijft zolang er geen onredelijke belasting is van het sociale bijstandsstelsel.