CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijdrage Pieter Verkaik

zzz Commissie Majeure projecten, Organisatie en Financiën (2018-2022) 19 juni 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: Insprekerslijst + Inspreekbijdragen1.159 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rotterdam, 19 juni 2021 Onderwerp: Feyenoord City-modellen zijn een abstractie van de werkelijkheid

Geachte gemeenteraad van Rotterdam, Ik spreek hier als Feyenoordsupporter. Ik ben bezorgd over de toekomst van mijn club. Ook als inwoner van Rotterdam maak ik me zorgen. Dat doe ik over de wijze waarop de gemeenteraad zichzelf op een soort van objectieve afstand plaatst van de hele discussie rondom Feyenoord City. Dat er van objectiviteit geen sprake is, zal ik proberen zo goed als mogelijk onder woorden te brengen. In mei 2017 ging u akkoord met een groot financieel steunpakket aan Feyenoord City. Hier was een jaar lang intensief debat aan voorafgegaan en pas nadat er op bepaalde onderdelen “objectieve” rapporten waren gemaakt, ik denk dan aan de MKBA van het Sociaal Economisch Programma (SEP), gingen jullie overstag. Want wat bleek uit die MKBA: de baten zouden hoger worden dan de lasten. Oftewel: de investering zou zichzelf al snel terugverdienen. Ja, dan kan je natuurlijk niet meer tegen zijn! Maar een MKBA is niets meer dan een theoretisch model dat gevuld wordt met aannames. Met cijfers dus. Net zoals de beruchte business case ook een model is dat gevuld wordt met aannames. Dat we modellen gebruiken vind ik heel logisch. Ze zijn heel bruikbaar bij het ontwikkelen van beleid. Maar we moeten ons wel bewust zijn en blijven dat modellen altijd slechts een abstractie zijn van de werkelijkheid. Dat de input op die modellen, de cijfers dus, een subjectieve keuze kunnen zijn.

Ik neem het SEP hier even als voorbeeld. Modellen worden gevuld met cijfers Waar het mij dus om gaat: modellen worden gevuld met cijfers. In de eerste plannen zouden er door Feyenoord City structureel 32.500 wekelijkse sporters bijkomen in Rotterdam. Later is dat door adviesbureau Twynstra Gudde teruggebracht tot het aantal van 15.000. Op basis waarvan dat aantal een realistische verwachting is, wordt niet uitgelegd, net zoals Feyenoord dat oorspronkelijk niet kon uitleggen over die 32.500. Ik heb ooit navraag gedaan hiernaar en geen antwoord gekregen. Wat wél duidelijk is: dat er per sporter een bepaald bedrag in euro’s tegenover wordt gezet en dat dat leidt tot de maatschappelijke opbrengst. Om daarmee u als gemeenteraad in 2016 en 2017 te overtuigen dat uw investering de moeite waard is. De cijfers die ik noem, zijn daadwerkelijk gebruikt. Het is input op het “objectieve” model. Maar is die input wel objectief? Hoe is men aan die cijfers gekomen? We weten het niet. Het is gebruikt om u te overtuigen. En nu we wat jaren verder zijn, zien we dat de gebruikte cijfers totaal uit verhouding waren. We moeten beseffen dat modellen vaak een onvolledige en subjectieve samenvatting zijn van de werkelijkheid, en dat modellen fouten kunnen en zullen bevatten. Een volgend cijfer uit de MKBA.

In tien jaar tijd zou de Multisportclub Feyenoord 100.000 leden hebben, waarvan 10.000 actief aan het sporten. Ligt dit op koers? Nee. Gaat dit ooit bereikt worden? Nee. Wederom blijkt: het is een model, het is niet de werkelijkheid zelf. Wees dus altijd scherp op de input bij modellen. Modellen beschrijven namelijk wel de werkelijkheid, maar de werkelijkheid – en zeker de economische en sociale werkelijkheid – is buitengewoon complex. Al helemaal wanneer ook menselijk gedrag er onderdeel van uitmaakt. In het geval van Feyenoord City is menselijk gedrag misschien wel de grootste factor in het model: niet alleen het complete sociaaleconomisch programma gaat over menselijk gedrag. Ook de supporters van Feyenoord dienen

zich anders te gaan gedragen. Zowel qua vervoer als uitgavenpatroon. Let wel: wanneer zij dit niet doen, klopt de input op het model, de cijfers die dus gebruikt worden om u te overtuigen, simpelweg niet meer. De werkelijkheid zal dan dus anders zijn dan het theoretische model. Ik weet niet wat alle insprekers komende dagen aan u gaan vertellen, maar ik gok dat het toch wel veel met de input op de business case te maken zal hebben. Modellen overtuigen u van de wenselijkheid In het model dat Feyenoord City gebruikt lijken geen onzekerheden ingebouwd, terwijl we die in het echte leven wél zien. Eén van de onzekerheden die wat mij betreft een veel grotere plek hoort te krijgen is de aanname dat er ruim 50.000 supporters iedere wedstrijd gaan komen. Dit aantal is een variabele, het is input in een model, de business case in dit geval. Maar op basis waarvan dit betrouwbare input voor de business case is? Ik weet het niet. Het aantal van 50.000 gemiddeld is zelfs niet bereikt toen Feyenoord in 1970 de Europacup 1 en de Wereldbeker won, terwijl er toen in De Kuip toch echt nog plaats was voor 65.000 toeschouwers. Ook in de vijftig jaar daarna is dat gemiddelde van 50.000 betalende toeschouwers per wedstrijd nooit gehaald. Misschien dat de eerste twee jaar mensen nieuwsgierig zijn en dus veel nieuw publiek aangetrokken wordt straks.

Maar de wrange werkelijkheid zal ook zijn dat de vaste supporters langer onderweg zijn naar het stadion, vanwege alle eisen van de gemeente m.b.t. het vervoer. Denkt u dat deze variabele over menselijk gedrag, een negatieve variabele in dit geval, ook is meegenomen als input op het “objectieve” model? We moeten beseffen dat modellen vaak een onvolledige en subjectieve samenvatting zijn van de werkelijkheid, en dat modellen fouten kunnen en zullen bevatten. Pas wanneer u zich dit realiseert zal duidelijk worden dat een niet-modelgedreven discussie over Feyenoord City noodzakelijk is. Haal alstublieft het technocratische uit het debat Het lijkt er namelijk op dat Feyenoord City voor de meeste gemeenteraadsleden een puur modelmatige, technocratische exercitie is waarvan met een overdaad aan cijfers en rapporten haar waarde bewezen moet worden. De postion paper is heilig en veel rapporten moeten bewijzen dat de voorwaarden uit die position paper behaald worden. Maar helaas voor u, durven zelfs de onafhankelijke adviseurs van Deloitte hun hand voor een aantal van die voorwaarden niet in het vuur te steken. Dat de werkelijkheid veel moeilijker in elkaar zit dan wat modellen en rapporten, blijkt ook wel uit het feit dat u na 4 jaar nog steeds niet overtuigd bent.

Dus ook al proberen we het hier te objectiveren en neutraal naar alle cijfers te kijken: u bent als gemeenteraad nog steeds onvoldoende overtuigd. En dat is begrijpelijk. U bent helemaal niet als volksvertegenwoordiger gekozen om neutraal en technocratisch naar maatschappelijke vraagstukken te kijken. Omdat u dit desondanks toch probeert, wil ik u daarbij één ding meegeven. En dat is het volgende. We moeten beseffen dat modellen vaak een onvolledige en subjectieve samenvatting zijn van de werkelijkheid, en dat modellen fouten kunnen en zullen bevatten. Ik ga afronden en heb alleen nog een kleine gewetensvraag op het einde. Ik hoop dat u hem nu direct voor mij durft te beantwoorden. De vraag gaat over een specifiek cijfer, wederom: input op het model. Op de maatschappelijke business case. Verwacht u dat de Multisportclub Feyenoord over tien jaar daadwerkelijk 100.000 leden heeft? Pieter Verkaik

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=5892d70b-7819-4323-bb5b-b0eb410233be