Beantwoording technische vragen Voortgangsrapportage Woonvisie
Tekst van het document
Ambtelijke reactie op schriftelijk ontvangen technische vragen, naar aanleiding van de technische sessie over ‘Werking Woningmarkt, Rotterdamse bijdrage Regioakkoord en Voortgangsrapportage Woonvisie’ van de commissie BWB op 5 oktober 2022. Van vier fracties zijn vragen ontvangen: Partij voor de Dieren, 50PLUS, Partij van de Arbeid, en ChristenUnie.
Partij voor de Dieren 1. Hoeveel sociaalbasiswoningen zijn er op dit moment in corporatievoorraad? Hoe groot is de vermindering uiterlijk 2030 van het aantal sociaalbasiswoningen dat met de Bestuurlijke Overeenkomst ‘Wijken in Balans’ tussen gemeente en corporaties is afgesproken (getal uitgedrukt in aantal woningen)? Op 1 januari 2021 hadden de bij Maaskoepel aangesloten corporaties in Rotterdam 109.110 woningen in het segment sociaal basis, zo blijkt uit de monitor van het Regioakkoord. Omdat niet alle corporaties in Rotterdam bij Maaskoepel zijn aangesloten, zal het werkelijke aantal iets hoger liggen. De Maaskoepel corporaties zijn goed voor ruim 97% van alle sociale corporatiewoningen in Rotterdam. De Bestuurlijke Overeenkomst ‘Wijken in Balans’ sluit aan bij het Addendum op de woonvisie. Daarin staat, dat de corporatievoorraad in het segment sociaal basis van corporaties kan afnemen tot 96.400 woningen in 2030. 2. Worden studenten meegerekend in de sociale doelgroep bij groottebepaling in 2021? Institutionele huishoudens? Statushouders? Worden studentenkamers meegeteld in de omvang van de sociale voorraad in 2021? In de feitenkaart Aandachtsgroepen Volkshuisvestingsbeleid, die OBI jaarlijks uitbrengt, worden alleen zelfstandige huishoudens gerekend. Institutionele en studentenhuishoudens staan niet in de feitenkaart.
Voor de regionale behoefteraming zijn deze huishoudens wel meegerekend. De feitenkaart 2019 is hier te vinden: https://onderzoek010.nl/handlers/ballroom.ashx?function=download&id=727 Studentenwoningen worden alleen meegeteld in de sociale voorraad, indien het zelfstandige woningen zijn. Gaat het om kamers met gedeelde voorzieningen, zoals een keuken of badkamer, dan worden deze niet meegeteld. 3. Welk deel van de nieuwbouwproductie in het sociale segment in 2021 bestaat uit vernieuwbouw? In 2021 was bij 245 gestarte woningen sprake van vernieuwbouw. Zie pagina 21 van de Voortgangsrapportage woonvisie. 4. Zijn er bij de nieuwbouwproductie van huurwoningen in het sociale segment in 2021 in sommige gevallen bepalingen opgenomen (bijvoorbeeld in anterieure overeenkomsten met ontwikkelaars/corporaties) dat de woningen na eerste verhuismutatie doorschuiven naar het middensegment? In 2021 is gestart met 97 woningen in Parkstad Blok S (Tweebosbuurt) en 50 woningen in Smeetsland Noord, waarbij dergelijke afspraken zijn gemaakt.
1
5. Zijn er voor de nieuwbouwproductie van huurwoningen in het sociale segment afspraken met ontwikkelaars gemaakt over de hoogte van de servicekosten, op basis van het Besluit servicekosten? Zo ja, maximeert de gemeente de servicekosten voor Er zijn geen afspraken gemaakt over de hoogte van servicekosten. 6. Kunt u een overzicht geven van alle straten waar toepassing artikel 9 van de Rotterdamwet van toepassing is? Dit overzicht is terug te vinden in de bijlage van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021. Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 (overheid.nl) Bijlage 1 deel 3. 7. Ten tijde van de oorspronkelijke Woonvisie uit 2016 werkten we met de primaire doelgroep, destijds bestaande uit zo’n 125.000 huishoudens. Deze doelgroep komt in aanmerking voor een woning tot de aftoppingsgrenzen. Hoe groot is de primaire doelgroep nu? Op bladzijde 95 gaan de cijfers tot 2018. Hoe heeft de primaire doelgroep zich ontwikkeld sinds 2018? Inkomensgegevens komen altijd met vertraging beschikbaar. Het meest recente inzicht in de omvang van de primaire en secundaire doelgroep, evenals een meerjarige tijdreeks, is te vinden in figuur 9 op pagina 19 van de Voortgangsrapportage woonvisie. 8. Sociale huurwoningen gaan tot de liberalisatiegrens, nu €763.
Maar dat geldt als aanvangshuur en inkomensafhankelijke huurverhoging leidt tot indexatie die zo’n huurwoning feitelijk buiten de voorraad plaatst. Weet u hoeveel gereguleerde huurwoningen met een maandelijkse huursom van boven de liberalisatiegrens onderdeel uitmaken van de sociale voorraad? De aanvangshuur is bepalend voor het wel of niet mogen vragen van inkomensafhankelijke huur. Wanneer een huurder te maken krijgt met inkomensafhankelijke huurverhoging, is de formele grondslag daarvoor, dat de woning tot de sociale voorraad wordt gerekend. Zo'n verhoging is ook geen verplichting voor een verhuurder, maar een mogelijkheid. Er zijn ons geen aantallen bekend. 9. Hoe wordt de voorraad van sociale koop gemeten? Dit gebeurt op basis van WOZ waardering. 10. Een sociale koopwoning is sinds 1 januari 2022 tot een koopprijs van €210.000; een stijging van €29.000 ten opzichte van 1 januari 2021. Hoe is de nieuwe prijsgrens tot stand gekomen? De prijsgrens is vastgesteld door de samenwerkende regiogemeenten en is bepaald met behulp van een NIBUD rekentool. De grens is het maximale leenvermogen van een meerpersoonshuishouden in de EU doelgroep. Dat zijn huishoudens met een bruto jaarinkomen tot 45.014 euro. Er is bij de berekening uitgegaan van 1,75% rente. 11. Welk inkomen moet worden verdiend om een hypotheek van €210.000 te verkrijgen? Zie het antwoord op vraag 10. 12.
Wat zijn de maandlasten voor een lineaire hypotheek van €210.000 en een hypotheekrente die op 1 januari 2022 is afgesloten? Daar is geen exact antwoord op te geven. De maandlasten zijn afhankelijk van de hypotheekaanbieder, rentevaste periode en persoonlijke omstandigheden.
2
13. OBI monitort of corporaties zich houden aan de norm ten minste 95% van de sociaalbasiswoningen toe te wijzen aan de primaire doelgroep. Houden de corporaties zich hieraan? 14. Kan er gehandhaafd worden op de 95%-aanwijzingsnorm van sociaalbasiswoningen aan de primaire doelgroep door corporaties? Zo ja, wie is het bevoegd gezag? De norm van 95% toewijzen aan primaire doelgroep is passend toewijzen, en is vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving. Passend toewijzen zorgt ervoor dat er voldoende huishoudens met recht op huurtoeslag in goedkope huurwoningen kunnen wonen. Iedere corporatie moet jaarlijks tenminste 95% norm halen. De Autoriteit woningcorporaties (Aw) ziet er op toe dat corporaties zich aan deze 95% houden. De Aw kan sancties opleggen aan woningcorporaties. De gemeente heeft geen rol in het toezicht op de passendheidsnorm. Het percentage wordt wel in beeld gebracht in de OBI monitor woonruimteverdeling. Alle Rotterdamse corporaties halen deze norm.
50PLUS Pagina 3 1. Wat wordt verstaan onder 'realisatie'? Realisatie in de context van de betreffende paragraaf doelt op ‘wat is gebeurd’. 2. Is dat het besluit tot bouw of oplevering? Zie het antwoord op vraag 1. Aanvullend: waar in de rapportage over voorraadontwikkeling wordt gesproken, gaat het om bestaande woningen (dan moet ‘nieuwbouw’ worden gelezen als ‘opgeleverde nieuwbouw’). Waar in de rapportage over bouwproductie wordt gesproken, gaat het om daadwerkelijk starten van de bouw. Saldo van buitenlandse migratie was sterk positief, met 8489 personen erbij in 2021. 3. Was dat het aantal dat werd ingeschreven bij de gemeente? Dit is het netto saldo van gevestigde en vertrokken personen. De verhuisstromen zelf zijn aanzienlijk groter. 4. Hoe groot schat u het aantal dat zich niet inschreef? Hierop kunnen wij geen antwoord geven. Pagina 4 Omvang en ontwikkeling sociale voorraad. "De groei is bescheiden, mede door (administratieve) achterstand in gereed melding van nieuwbouwwoningen". 5. Leidt dat tot verlate WOZ-aanslagen of het niet verzenden daarvan? Hierop kunnen wij nu geen antwoord geven. “De sociale voorraad telde op 1 januari 2021 bijna 184.700 woningen”. 6.
50PLUS ziet graag onderscheid in sociale huur corporaties, sociale huur particulier en sociale koop, bewoond door eigenaar-bewoner? Dit onderscheid is gemaakt in figuur 6 op pagina 17 van de Voortgangsrapportage woonvisie. "bij corporaties en particuliere verhuurders was afname respectievelijk -/- 800 en -/-2200”. 7. Waaruit blijkt dit uit? Is dat - voor wat betreft de particuliere verhuur - gebaseerd op een stijging van de WOZ-waarde? 3
Monitoring van de sociale voorraad (huur en koop) gebeurt door een extern bureau, in opdracht van de samenwerkende regiogemeenten. De gebruikte bronnen staan genoemd op pagina 17 van de Voortgangsrapportage woonvisie. 8. Tot welk niveau loopt de WOZ-waarde voor een particuliere sociale huurwoning? Particuliere sociale huur wordt niet ingedeeld aan de hand van WOZ waardering, maar op basis van de huurprijs. Voor sociale huur geldt ook bij de particuliere sector de liberalisatiegrens (752 euro in 2021, 763 euro in 2022). De exacte huurprijs van particuliere huurwoningen is niet bekend, het is een modelmatige schatting. Over de betrouwbaarheid van die schattingen bestaan twijfels, zoals ook beschreven in de Voortgangsrapportage woonvisie. Er wordt gewerkt aan verbeterde methodieken. 9. En tot welk niveau geldt dat voor het middensegment? Ook het middensegment wordt niet ingedeeld aan de hand van WOZ waardering, maar op basis van de huurprijs. Het middensegment huur loopt van de liberalisatiegrens tot 1075 euro (in 2022). Voorbeeld: Een particulier verhuurt een appartement met een WOZ-waarde van 180.000 euro, de gemeente weet niet voor welk bedrag het is verhuurd. 10. Wordt dit appartement dan op basis van die WOZ-waarde als sociaal beschouwd? Zie het antwoord op vraag 8. Aanvullend: er is in Nederland geen registratie van huurprijzen van particuliere huurwoningen.
Cijfers over de omvang van de particuliere huursector in een segment zijn daarom gebaseerd op modelmatige schattingen. Die schattingen doen geen uitspraken over afzonderlijke woningen. 11. Waar ligt de grens met het middensegment? Zie het antwoord op vraag 9. 12. En waar ligt de grens tussen midden-, hoger- en topsegment? Op pagina 45 van de Voortgangsrapportage staan de prijsgrenzen van de segmenten die Rotterdam hanteert, uitgesplitst tussen huur en koop. Dit alles voor een reeks van jaren. 13. Is de grens van een sociale nieuwbouwwoning 210.000 euro? Voor sociale koop is dat inderdaad de bovengrens in 2022. 14. Zo nee, hoeveel is dat dan wel? Zie het antwoord op de vorige vraag. "58,1 % van de woningen in Rotterdam is sociaal". 15. Wat is er sociaal aan slecht onderhouden woningen met omvangrijke gebreken? Dit beschouwen wij als een politieke vraag. "In 2021 is gestart met 4.735 woningen, waarvan 73% nieuwbouw, 22% functieverandering en 5% vernieuwbouw”. 16. Hoeveel van die 4735 was sociaal? In 2021 is gestart met 343 woningen in het segment sociaal basis en 586 woningen in het segment sociaal. Bij elkaar zijn dat 929 sociale woningen. Zie figuur 13 op pagina 23 van de Voortgangsrapportage woonvisie. 17. Hoeveel van die 4735 was middensegment? In 2021 is gestart met 1248 woningen in het middensegment. Zie figuur 13 op pagina 23 van de Voortgangsrapportage woonvisie.
Deze getallen zijn op basis van de bij startbouw 4
bekende gegevens. Ofwel huurprijzen worden later definitief vastgesteld en zo nodig gecorrigeerd. Hierdoor kunnen aantallen per segment naderhand verschuiven. 18. Kan - zoals als eerder is gedaan in de beantwoording van Schriftelijke Vragen, kenmerk 20bb016643 - een overzicht worden verstrekt van de gestarte projecten? Dit is mogelijk. Het overzicht zal worden nagezonden. 19. Ditmaal niet alleen de projecten in de categorie sociaal. Maar ook die in midden-, hoger en topsegment? Zie het antwoord op vraag 18. 20. Kan in aanvulling ook een overzicht worden verstrekt van de opgeleverde woningen in de vier segmenten? Dat is mogelijk, maar aangezien dit veel uitzoekwerk betreft niet op korte termijn. Pagina 5 "Eind 2021 lag de verkoopprijs van appartementen en eengezinswoningen respectievelijk 8,7 en 7,4% boven vraagprijs". 21. Waar komt die info vandaan? Gaarne inzage daarin. Dit is informatie van het bedrijf Calcasa. Zie de cursieve tekst bovenaan pagina 27 van de Voortgangsrapportage. "prijsstijgingen ten opzichte van 2020 varieerden van +8% (Stadscentrum) tot +19% (Charlois)" 22. Hoeveel woningen zijn door beleggers gekocht in Charlois? In 2021 waren er bijna 1200 woningtransacties in de buurten Oud-Charlois, Carnisse en Tarwewijk (drie buurten uit de aanpak Goed Huren en verhuren). 63% van deze transacties is naar een particuliere verhuurder is gegaan.
Er wordt niet apart bijgehouden, welk aandeel van verhuurder naar verhuurder gaat, maar wel welke verschuiving in de eigendomsverhoudingen er plaats vindt door deze transacties. Per saldo is het aantal particuliere verhuurde adressen door deze transacties met 129 toegenomen. In de eerste maanden van 2022 is in de genoemde buurten een afname zichtbaar van het aandeel particuliere verhuurders. Dit is waarschijnlijk (mede) als gevolg van de invoering van de opkoopbescherming. De eerstvolgende Voortgangsrapportage Goed huren en verhuren zal hier nader op ingaan. 23. Is aannemelijk dat deze woningen nu worden verhuurd boven de liberalisatiegrens? Er is geen onvoldoende zicht op de huurprijzen in de particuliere huursector, om hierover uitspraken te doen. 24. Hoeveel woningen zijn de afgelopen jaren gekocht door beleggers, cq particulieren met winstoogmerk? Gaarne zo ver mogelijk terug in de tijd.
Deze gegevens zijn niet direct beschikbaar. Onder verwijzing naar het antwoord op vraag 22 is echter te verwachten, dat het verleden geen graadmeter (meer) is voor de toekomstige ontwikkeling van het aantal aankopen door beleggers. Pagina 6 "toewijzen aan beroepsgroepen bij nieuwbouw vindt plaats bij het project OurDomain (Bright)" 25. Gaarne opheldering op basis van wat voor afspraken dit gebeurt?
5
Bij uitgifte van de grond waren geen specifieke afspraken over toewijzing gemaakt. De belegger/verhuurder Greystar heeft aangegeven, om als pilot wel bereid te zijn, een deel van de woningen toe te wijzen aan de maatschappelijke beroepsgroepen uit het Actieplan Middenhuur. Deze specifieke beroepsgroepen hebben eind juli 2021 de mogelijkheid gekregen, om twee weken eerder dan de overige gegadigden een woning te selecteren. Zij kregen dus een voorsprong. Na die periode kwamen de nog niet verhuurde woningen beschikbaar voor iedereen. 26. Wordt bij OurDomain nog steeds 100 euro gevraagd voor een aanmelding? De verhuurder vraagt nog steeds 100 euro inschrijfkosten. Het is een drempel, om te voorkomen dat woningzoekenden te lichtzinnig een optie nemen. Als er een huurcontract wordt gesloten, krijgt de huurder de 100 euro volledig gerestitueerd. De minister komt binnenkort met een definitie voor sociale huurwoningen. 27. Welke definitie zou het makkelijkst te hanteren zijn? Wij wachten de definitie van de minister af. 28. Hoe kunnen flexwoningen worden gecategoriseerd, ervan uitgaande dat ze NIET onder sociaal vallen? Wij wachten de definitie van de minister af. 29. Ontbreekt het momenteel aan een goede definitie voor woningen in midden-, hoger en topsegment? De minister komt ook met een afbakening van het middensegment. Segmenten daarboven worden niet van rijkswege nader afgebakend.
Partij van de Arbeid 3.1.1 Bescheiden groei van het aantal woningen 1. Is er sinds de invoering van de vergunning voor kamerverhuur een stijging te zien in het aantal vergunningen dat is aangevraagd voor woningsplitsing? Wij interpreteren de vraag als volgt: is er sinds de aanscherping van de vergunning voor kamerverhuur per 1 juli 2021 een stijging te zien in het aantal vergunningen dat is aangevraagd voor woningvorming? Op basis van de verleende vergunningen tot en met maart 2022 (recenter informatie is zo snel niet beschikbaar), is het antwoord op die vraag “Nee”. Het aantal aangevraagde vergunningen woningvorming na 1 juli 2021 (tot 1 maart 2022) komt overeen met het aantal aanvragen dat verwacht mocht worden voor die periode gebaseerd op het aantal aanvragen dat in 2020 en in de eerste helft van 2021 was aangevraagd. Het aantal verleende vergunningen per jaar is: 2019: 68 2020: 83 2021: 82 Van 1 juli 2021 tot 1 maart 2022 zijn 52 vergunningen verleend. Dat aantal in 8 maanden komt neer op 78 vergunningen in een jaar. Dit komt overeen met het niveau dat voor 2020 en 2021 als geheel jaar gold.
6
4.4 Meer huur- dan koopwoningen 2. Met hoeveel marktpartijen die in het sociaal segment bouwden zijn afspraken gemaakt over hoe lang de woningen ook echt sociaal moeten blijven? Bij geen van de gestarte projecten met sociale huurwoningen door marktpartijen zijn daarover afspraken gemaakt. 3. Welke definitie hanteert de gemeente in deze gevallen voor sociale woningen? Zie het antwoord op vraag 2. 4. Waarom is het eigendom van 227 woningen onbekend? Het gaat in dergelijke gevallen om kleine transformaties (bijvoorbeeld van een winkel naar een woning). Daarvan is niet bekend of de te realiseren woning in huur of koop wordt aangeboden. Vanaf 2022 wordt “onbekend” vaker toegepast in projectregistraties. Voornemen is, om aantallen sociaal- of middensegment alleen nog maar op te nemen, als gemeente een afspraak heeft gemaakt met een ontwikkelende partij, of als we de definitieve verhuur- of verkooplijsten van partij ontvangen, of kunnen verifiëren op een openbare verkoopsite. Daarmee willen we de foutmarge nog verder verkleinen 4.5 We werken aan een toegankelijk Rotterdam 5. Is er zicht of deze woningen ook daadwerkelijk worden toegewezen aan de doelgroep? Voor zover het specifiek voor ouderenwoningen bestemde betreft, is dit bekend. In vier jaar gaat het om 262 gestarte woningen, zo staat op pagina 24 van de Voortgangsrapportage woonvisie. 6.
Er wordt gesproken over toegankelijke woningen, maar hoeveel aangepaste woningen zijn er in Rotterdam? Op 1 januari 2021 hadden in Rotterdam 73.533 appartementen een liftontsluiting. Dat is 23% van alle woningen in de stad. De totale woningvoorraad is als volgt opgebouwd. Eengezins woning eengezinswoning portiek- / galerijwoning met lift
Meergezin swoning met lift
Meergezin swoning zonder lift
Overige meergezin swoning
Type onbekend
81.503 73.533
portiekwoning zonder lift
62.798
galerijwoning zonder lift
11.967
benedenwoning
34.327
vrije bovenwoning
21.925
etagewoning
20.351
beletage / souterrain
2.319
zz onbekend
9.222
Bron: https://onderzoek010.nl/jive?workspace_guid=918ca422-c6d7-427f-a98a40c8b9b35be1 5.1 Krapte door weinig aanbod en veel transacties
7
7. Kan de gemeente uitleggen welke aanpassing er is gedaan in de manier waarop data wordt verzameld en waarom dit zorgt voor een stijging van het aantal koopwoningen? Informatie over (het aantal) te koop staande woningen verzamelt het bureau Calcasa door met software diverse aanbod-websites te ‘scrapen'. Aanbieders kunnen echter barrières opwerpen en gegevens afschermen. Verbeterde code van de ‘scraper’ kan deze barrières beter omzeilen, wat leidt tot meer data. Door dergelijke verbeteringen zijn in één keer meer te koop aangeboden woningen in beeld gekomen. Informatie over transacties wordt overigens niet op deze manier verzameld, maar krijgt Calcasa rechtstreeks van het Kadaster. 5.3 Overbieden met steeds grotere bedragen 8. Heeft de gemeente inzicht in wat voor partijen vooral overbieden? Zijn dit ‘gewoon’ consumenten of zien we hier ook de invloed van investeerders terug? Daarover is ons nadere geen informatie bekend. Aannemelijk is, dat het om beide categorieën kopers gaat. 7.3.1 Pilots beroepsgroepen 9. Wat is de huidige stand van zaken? Ligt er een communicatieplan klaar of moet dit nog uitgerold worden? Er wordt op dit moment algemeen gecommuniceerd over de pilots voor maatschappelijke beroepsgroepen. Dit gebeurt via de reguliere kanalen, zoals de gemeentelijke website.
(https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/maatschappelijke-beroepen/) Daarnaast wordt er specifiek gecommuniceerd rondom bepaalde nieuwbouwprojecten, bijvoorbeeld bij Our Domain. Gezien de pilotfase van de projecten, is er echter geen groot communicatieplan.
ChristenUnie 1. Hoe is de achterstand in gereed gemelde woningen ontstaan? Wat heeft de administratieve inhaalslag tot nu toe opgeleverd? De achterstand komt door drukte bij de afdeling Bouw- en Woningtoezicht. Prioriteit gaat uit naar vergunningverlening en controle in de uitvoering. De administratieve inhaalslag van gereedmeldingen nog plaatsvinden. 2. Hoe is het met de 700 flexwoningen? De eerste zouden eind 2021 bewoond gaan worden… Het college heeft op 12 april 2022 een afdoeningsvoorstel gestuurd over de motie “Haal druk van de ketel en versnel tijdelijke woningbouw”. In die brief (met kenmerk BS21/00812 – 22bb2922) staat de planning van de verschillende locaties beschreven, evenals de redenen voor vertraging bij planvorming. 3. Waarop baseert college dat het goed is om aandeel middensegment verder omhoog te brengen naar ten minste 35%? Welke onzekerheidsmarge zit daarin? Via waardeontwikkeling wordt al ontzettend veel middensegment gecreëerd. Dit beschouwen wij als een politieke vraag. 4. Is op basis van GBA een inschatting te maken van het aantal woningen dat mogelijk bewoond wordt door drie of meer personen die niet tot hetzelfde huishouden behoren? Volgens inschatting van OBI komt dat voor bij 9.500 zelfstandige woningen. 8
Bij 70 procent van deze woningen zou het gaan om drie of meer 1-persoonshuishoudens zonder anderen (6.600 woningen). Bij de overige 30 procent (2.900 woningen) om combinaties van twee of meer huishoudens (denk bijvoorbeeld aan een eenpersoonshuishouden plus een tweepersoonshuishouden). 5. Actieplan beschikbaarheid lijkt vruchten af te werpen. Is er iets meer over te zeggen? Welke maatregelen uit actieplan lijken meest effect te sorteren? Of is er sprake van andere ontwikkelingen die het aantal verhuren sterk beïnvloedt? De verbetering in de beschikbaarheid is niet te herleiden naar één specifieke maatregel die het meest effect heeft, de maatregelen worden niet individueel gemonitord. Het betreft een mix aan maatregelen die ervoor zorgen dat er meer aanbod is gekomen. Daarnaast heeft het verhuurproces van corporaties in 2020 vertraging opgelopen door corona, dit kan de stijging in 2021 mede/deels hebben veroorzaakt. We zien echter dat de (licht) stijgende lijn zich ook in 2022 voortzet waardoor het niet alleen corona-effecten zijn.
9