Beantwoording technische vragen Groen Links
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Groen Links 1. Op pagina 2 van de brief staat dat er 'de afgelopen jaren al behoorlijke stappen zijn gezet' [zodat de inwoners en ondernemers die zich eigenaar voelen van hun eigen leefomgeving de overheid en politiek ervaren als partner in crime]. Welke stappen bedoelt het college? Kunt u hiervan een aantal concrete voorbeelden beschrijven op het gebied van de organisatie van 'de Coolsingel'? Antwoord: Sinds begin van deze bestuursperiode is het gebieds- en wijkgericht werken organisatorisch versterkt. Zo zijn er voor de wijken wijkmanagers aangesteld, die samen met de wijknetwerkers de verbinding in de wijk tussen bewoners, ondernemers, de gebiedsorganisatie en de gemeentelijke organisatie heeft versterkt. Voor de langere termijn zijn wijkagenda’s opgesteld die zijn uitgewerkt in wijkactieplannen per jaar. Ook wordt er steeds meer integraal gewerkt in de wijken op de opgaven die spelen. Een voorbeeld hiervan is de winter- en zomerprogrammering en de terrasvlonders waarbij verschillende afdelingen hebben samengewerkt om te kijken wat er mogelijk was in het kader van ‘Rotterdam Sterker Door’. Andere voorbeelden van genoemde stappen zijn onder andere: •
• • •
Verschillende integrale teams en aanpakken, waaronder o De integrale plannen voor de wijkwinkelgebieden o De aanpak verkamering / Studentenoverlast Kralingen o Gebiedsaanpak Reyeroord Het uitvoeringsprogramma Betrokken Stad, waar sterk is ingezet op vernieuwende vormen van participatie Een sterker ambtelijk mandaat voor wijkmanagers en rayondirecteuren, zodat concrete vragen vanuit de wijk of het gebied sneller opgelost worden Trainingen voor ambtenaren, onder andere naar aanleiding van de aanbevelingen van de Rekenkamer
2. De verfijning van de beoogde wijkvertegenwoordiging zelf wordt beschreven in de brief en het uiteindelijke ontwerpbesluit. Hoe ziet concreet de verfijning van de ambtelijke organisatie eruit? Welke verschuivingen/veranderingen/aanpassingen in het ambtelijk apparaat worden beoogd? Is het mogelijk om bijvoorbeeld een organogram te schetsen van de huidige situatie en de uiteindelijk gewenste situatie? (Er wordt in de brief de term Yin en Yang genoemd; hoe ziet dat er concreet uit?) Antwoord: De organisatie past zich aan met als doelen: • Zichtbare resultaten in de stad en in de wijken, waarbij Rotterdammers het verschil merken • Maatwerk leveren waar nodig. Met de menselijke maat. Verschil mag en moet er zijn. • Bewoners en ondernemers hebben weer meer het gevoel dat de overheid er voor hen is • Bewuste, professionele en innovatieve wijze van samenwerken met de stad • Tevreden medewerkers die slagvaardig zijn en plezier hebben in hun werk De organisatie kantelt op twee manieren: - Beleid, programma’s en projecten zijn dienstbaar aan de behoeften van de stad, de wijk en haar bewoners. Daarbij hoort vroegtijdige en brede participatie, zodat we met de buitenwereld in beeld brengen wat nodig is. Zo ontstaat beleid, programma’s, projecten vanuit de praktijk en niet alleen vanaf de tekentafel.
- De opgaven (stedelijk en in de wijk) staan centraal, hieraan werken we gezamenlijk, de kokers laten we zoveel mogelijk los.
We intensiveren de organisatieaanpassing door: - Het versnellen van het werken in wijken door ambtenaren vanuit verschillende clusters én; - De sturing van de organisatie aan te passen zodat deze past bij de wens om flexibel, snel, daadkrachtig en vanuit een faciliterende rol te opereren. Het versnellen van het versterken in de wijken doen we door: - Het organiseren van aparte ondersteuning voor de gekozen vertegenwoordigers (niet meer door de wijkmanager). Een passende ondersteuning is gerealiseerd in het eerste kwartaal van 2022; - Zorgen voor wijkmanagers met meer ‘eigen’ geld en mandaat, dit is gerealiseerd in het eerste kwartaal van 2022; - Het verder aanpassen van werkwijzen, houding en gedrag in de clusters waarbij de wijk het uitgangspunt is. Dit geldt bijvoorbeeld voor de wijze waarop beleid tot stand komt, we programma’s en projecten opstellen. We gaan hiermee dit jaar nog experimenteren, leren en daarna breder toepassen in de organisatie; - Opgavengericht werken (op stedelijk en op wijkniveau) verder vormgeven. Clusters (en indien relevant externe partners) gaan structureel capaciteit leveren voor de wijkopgaveteams. Deze opgaveteams gaan de wijkopgaven realiseren die benoemd zijn in de participatief vormgegeven wijkplannen (onderdeel van het wijkakkoord).
De wijkmanager stuurt deze wijkopgaveteams functioneel aan; - Wijkmanagers krijgen de beschikking over een dedicated team. Dit team kent een vaste kern en een flexibel deel. De vaste kern bestaat uit experts die werkzaam zijn in de wijk. Bijvoorbeeld de cultuurscout, gebiedsadviseur Jeugd, wijkregisseur (voor zaken over schoon en heel), participatieadviseur en een communicatiemedewerker. Daarnaast kunnen experts afhankelijk van wat speelt in de wijk ingezet worden. Bijvoorbeeld: bij een vraagstuk op gebied woonoverlast een woonoverlast coördinator. Voor al deze experts geldt (vast en flexibel) dat zij voor een langere periode gekoppeld zijn aan de wijk waardoor zij de wijk op hun duimpje kennen en weten wat er speelt. Hoe de precieze invulling van het dedicated team eruit gaat zien, is onderdeel van de uitwerking en bekend derde kwartaal 2021. - Op verschillende manieren willen we de organisatie en de medewerkers meer herkenbaar en benaderbaar maken in de wijken. Onder andere met 35 wijkhubs. - Budgetten voor de wijk, dit is een van de uitwerkingsvraagstukken waaraan wordt gewerkt. Momenteel beschikken de rayondirecteuren al over handgeld. - Ambtenaren die werken in de wijken krijgen passende training en opleiding, zodat hun rugzak goed gevuld is als ze gaan werken in de wijken.
Het gaat om training over samenwerken, opgavegericht werken, contact met de wijk, participatie en persoonlijk leiderschap. Per doelgroep bepalen we wat verplicht en facultatief is. En per persoon kijken wat er daarnaast nog nodig is om te zorgen dat iemand kan leveren wat er gevraagd wordt. Later dit jaar stellen we nieuwe sturing en inrichtingsprincipes vast voor de organisatie. Deze zomer is er een analyse en diagnose van de huidige situatie, waar het knelt en met daarbij een eerste conceptvoorstel voor sturing en inrichtingsprincipes. Dit traject is een samenwerking met EUR en NSOB.
3. De brief stelt dat het voorstel budgetneutraal kan worden uitgevoerd. Wat is het huidige totale budget voor gebieden en wijken? Uit welke onderdelen is dit budget opgebouwd? Verder, wat is de huidige verdeling van dat totale budget per gebied of wijk? Hoe zou dat er uit zien indien er wordt gekozen voor de voorgestelde 35 wijken? Hoe is en wordt de verdeling van budgetten (tussen wijken en binnen de wijken zelf) inzichtelijk gemaakt aan de wijkvertegenwoordigers en aan de gemeenteraad? Is het mogelijk om sowieso de financiële paragraaf bij dit voorstel uitgebreider en explicieter te omschrijven? Indien mogelijk in vergelijking met de huidige situatie?
Antwoord: Met budgetneutraal wordt bedoeld dat het huidige budget voor de gebieden volledig beschikbaar blijft voor de gebieden. Dat budget voor gebieden bestaat vooral uit het budget bewonersinitiatieven, dat samen met het budget voor representatie als participatiebudget aangemerkt is. Dit bedrag is jaarlijks ongeveer 5,5 mln. voor de hele stad. Daarnaast zijn er vergoedingen voor de leden van de bestuurscommissies (ongeveer 2,4 mln. per jaar). De huidige verdeling van het participatiebudget over de gebieden en wijken is conform het door het college vastgestelde verdeelmodel met ingang van 2020. Dat gaat uit van 32 bestuurscommissies. In het nieuwe model worden dit er 35. Het totale budget verandert in het voorstel niet, per wijk zal er sprake zijn van een verschuiving. De wijze van toekenning van geld voor bewonersinitiatieven verandert in het voorstel. Daar is het niet de wijkvertegenwoordiging die akkoord geeft op de bewonersinitiatieven, maar bewoners in de wijk zelf via een digitaal platform (mede naar aanleiding van de aanbevelingen van de Rekenkamer). Naast het participatiebudget en de vergoedingen voor vertegenwoordigers, wordt er door alle clusters en afdelingen geld uitgegeven in de wijk. Eén van de uitgangspunten van Wijk aan Zet is het creëren van meer flexibele (vrije) ruimte binnen de Rotterdamse begroting.
Hiervoor zijn verschillende ideeën opgehaald die nu nader worden uitgewerkt. Een voorbeeld hiervan is een deel van het budget voor welzijn. Over het inzichtelijk maken van de hele Rotterdamse begroting per wijk, bent u geïnformeerd in wethoudersbrief 20bb15118. De volledige cijfermatige berekening en de financiële gevolgen zijn afhankelijk van de keuzes van de raad over de inrichting van het model. Onder andere aanpassingen aan het type verkiezingen, het aantal wijken, het aantal leden per wijkraad en de hoogte van de vergoeding per wijkraadslid hebben financiële gevolgen. Onderdeel Verkiezingen Vergoedingen leden
Huidige situatie 1,7mln 2,4mln
Totale participatiebudget incl. representatie en participatie (bewonersinitiatieven)
5,5mln (door vertegenwoordigers zoals bewonersinitiatieven)
Wijk aan Zet 500K (digitaal 35 wijkraden) 1,5mln (hoogte vergoeding afhankelijk van de raad, in voorstel hoger dan in huidig model per persoon, echter minder vertegenwoordigers) 5,5mln (door bewoners zelf via digitaal platform verdelen bewonersinitiatieven
4. Op pagina 3 gaat het over de praktische ondersteuning van wijk en wijkraad. Er wordt gesproken over o.a. 'wijkraadbuddy's' praktische ondersteuners, wijkmanagers en een 'dedicated team'. Hoe ziet dit er concreet uit? Hoeveel FTE per wijk wordt beoogd? Is hier een organogram van te schetsen? Er wordt gesproken over dagelijks contact met het wijknetwerk. Betekent dit dat zo'n team voor iedere wijk fulltime beschikbaar en bereikbaar is? Hoe wordt dat organisatorisch geborgd? Welke mogelijkheden, beperkingen en consequenties zijn er indien de beoogde en gekozen wijkvertegenwoordigers ook zouden worden ondersteund door de griffie(r) (of een andere onafhankelijke ondersteuning)? Antwoord: Wijkmanagers krijgen de beschikking over een ‘dedicated’ team. Dit team kent een vaste kern en een flexibel deel. De vaste kern bestaat uit experts die werkzaam zijn in de wijk. Bijvoorbeeld de cultuurscout, gebiedsadviseur Jeugd, wijkregisseur (voor zaken over schoon en heel),
participatieadviseur en een communicatiemedewerker. Daarnaast kunnen experts afhankelijk van wat er speelt in de wijk ingezet worden. Bijvoorbeeld: bij een vraagstuk op gebied woonoverlast een woonoverlast coördinator. Voor al deze experts geldt (vast en flexibel) dat zij voor een langere periode gekoppeld zijn aan de wijk. Met het wijknetwerk wordt bedoeld: bewoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen, bedrijven, politie, corporatie etc. in een wijk. Ambtenaren die werken in de wijk staan dagelijks in contact met dit wijknetwerk. In samenwerking met het wijknetwerk wordt gewerkt aan de opgave van de wijk, ieder in zijn of haar rol. Het is de bedoeling van dit voorstel om als gemeente laagdrempeliger en toegankelijker te zijn in de wijken en in verbinding te staan met de wijk en haar netwerk om opgave en zaken die spelen gerichter op te pakken, wijkinformatie op te halen of wijknetwerk faciliteren om mee te kunnen doen en denken via initiatieven of participatie. Voorbeelden hiervan zijn de ontwikkeling van de fysieke wijkhubs, de directere vormen van participatie via een generiek participatie platform., Het is de bedoeling dat de wijkvertegenwoordiging een eigen onafhankelijke ondersteuning krijgt.
Deze onafhankelijke ondersteuning bestaat deels uit de praktische ondersteuning, die secretaristaken zoals het in formats zetten van een adviezen, het verzenden van vergaderverzoeken, het opstellen van de agenda en het bijhouden en bewaken van gemaakte afspraken op zich neemt. Daarnaast is de ‘wijkbuddy’ bedoeld als coach en adviseur om de vertegenwoordigers te helpen in hun ontwikkeling en te reflecteren op vraagstukken. Deze buddy helpt bijvoorbeeld ook bij het vinden van de weg binnen de gemeente. De precieze taken en benodigde omvang (fte’s) worden momenteel uitgewerkt. Een passende ondersteuning voor de vertegenwoordigers is gerealiseerd in het eerste kwartaal van 2022. In dit voorstel verzorgt het college de ondersteuning, niet de griffie. Dit past wat het college betreft beter bij de wettelijke taak van het college. Het staat de raad natuurlijk altijd vrij om hier met de griffie contact over te zoeken.
5. Op pagina 3 wordt de omgevingswet genoemd. In hoeverre past dit voorstel in de (toekomstige) omgevingswet en het vormgeven van omgevingsvisie(s)? Welke elementen uit de omgevingswet bieden aanknopingspunten wat betreft de uitvoering van het voorstel Wijk aan zet? Antwoord: De nieuwe beoogde ingangsdatum van de Omgevingswet is 1 juli 2022. In de omgevingswet is participatie een belangrijke pijler en de wet beoogt meer zeggenschap van bewoners in hun eigen leefomgeving. De uitvoering van de Omgevingsvisie en Omgevingsplan passen daarom in de visie van Wijk aan zet: de wijkbewoners zelf laten meedenken en meebeslissen over de toekomst van hun leefomgeving.
6. Op pagina 3 stelt het college dat er indien dit voorstel uitgevoerd wordt er fysieke 'wijkhubs' zijn in elke wijk. Hoe ziet dit er concreet uit? Wie heeft de verantwoordelijkheid over het toegankelijk en beschikbaar houden van deze locaties? Is er al een overzicht van de beoogde 35 locaties? Antwoord: Een wijkhub is een locatie in de wijk die ruimte biedt voor een paar werkplekken, een ‘keukentafel’ en een of meerdere spreekkamers. De wijkhub is een laagdrempelige locatie waar iedereen kan binnenlopen. Bijvoorbeeld omdat een Rotterdammer niet weet waar hij/zij moet zijn, of zorgen heeft over de wijk of iets wil melden over buitenruimte of veiligheid. Wij staan de Rotterdammer te woord en helpen direct of zorgen dat hij/zij op een ander moment, mogelijk op een andere plek, door een collega verder geholpen wordt. De locaties zijn duidelijk aangegeven, herkenbaar voor de bewoners. De wijkhubs worden ook gebruikt als
uitvalsbasis voor medewerkers van de gemeente Rotterdam en de partners in de wijk. Ze worden gebruikt voor ontmoeting en afstemming, maar vooral om daarna de wijk in te gaan. De verwachting is dat in 2023 het grootste deel van de 35 wijkhubs is gerealiseerd. Het aantal hubs is daarmee niet direct gekoppeld aan het bestel, of de schaal waarop we de vertegenwoordiging organiseren (dat is aan de gemeenteraad). Het aantal van 35 wijkhubs is gekozen omdat de inschatting nu is dat dit aantal past bij de identiteit van de buurten en past bij de logica van de bewoners. Het college heeft deze logica als uitgangspunt genomen voor haar voorstel voor de schaalgrootte en daarmee de schaal waarop zij voorstelt de vertegenwoordiging te organiseren. Hieronder voorbeelden van wijkhubs (niet uitputtend) • • • • • • • • •
Bloemhof/Hillesluis -> Hillevliet 90 – locatie is open Carnisse/Tarwewijk -> Wolphaertsbocht 356-362 – locatie is open Hoogvliet – Lampreibuurt – tijdelijk spreekuur in De Flamingo, wordt onderhandeld over andere locatie Crooswijk -> Boezemstraat 187 – locatie open Bospolder Tussendijken -> Rosener Manzstraat 57 - diverse aanpassingen nodig. Schiebroek Zuid -> Petuniahof 2 - is aangehuurd moet nog worden ingericht Rozenburg -> Jan van Goyenstraat 1 - zijn diverse aanpassingen nodig Oude Westen - onderhandelingen over een locatie lopen In Oud-Mathenesse / Witte Dorp, Spaanse Polder, Ommoord / Zevenkamp, Reyeroord, en Beverwaard - zijn o.a. wijken waar op dit moment wordt gezocht naar geschikte locaties.
Naast deze locaties wordt creatief gekeken hoe we bestaande locaties in wijken snel kunnen inzetten als wijkhub en dan vooral gericht op de zichtbare overheid en een plek waar de Rotterdammer terecht kan. Denk daarbij aan locaties van de stadsmariniers, maar ook een gebiedskantoor. Integraal wordt er binnen de gemeente hard gewerkt aan het beschikbaar en toegankelijk maken en houden van deze locaties. 7. Op pagina 4 wordt het digitale wijkplatform geïntroduceerd. Bestaat dit platform al? Zijn hier ervaringen mee opgedaan binnen de gemeente en/of elders? Welke functionaliteiten kent dit platform? Sluit dit digitale platform aan op de diversiteit van onze wijken (en bewoners?). Is toegankelijkheid en veiligheid van het digitale platform gegarandeerd voor iedereen in de wijk? Is er binnen de gemeentelijke organisatie (ook technische) ondersteuning beschikbaar om dit digitale platform te laten werken? Antwoord: Het digitale wijkplatform is een doorontwikkeling van het Platform sterker door nieuwe ideeën, waar in de zomer van 2020 een succesvolle proef mee is uitgevoerd in de kleine kernen. Hierbij konden bewoners laagdrempelig een initiatief indienen en stemmen welke gehonoreerd werden. Het platform wordt op dit moment functioneel uitgebreid om aan te sluiten op de behoefte directe zeggenschap vorm te geven.
Het platform zal verschillende modules bevatten, zoals bijvoorbeeld voor het aanmaken van een profiel, waarbij een bewoner of ondernemer een keuze kan maken in interessegebieden en participatiebehoefte. Er worden momenteel modules gebouwd om meer met het platform te kunnen doen zoals initiatieven indienen en meedenken over wijkopgaven en het wijkakkoord. Als de gemeenteraad het voorstel “Wijk aan Zet!” aanneemt, kunnen bewoners zich via dit platform ook aanmelden als aspirant-wijkraadslid en hun stem uitbrengen. Dit platform zal doorontwikkeld worden tot dé ingang voor meedenken, doen en beslissen, zoals ook de ombudsman en rekenkamer aanbevelen. Door verschillende instrumenten vanuit de gemeente waar bewoners kunnen meedenken en meedoen samen te voegen op dit platform bereiken we dit effect, dit proces vraagt echter nog wat uitwerking en verfijning. Mensen kunnen veel modules anoniem gebruiken, maar waar het gaat over echt beslissen of geld verdelen, moeten mensen
inloggen via DigiD. Dit waarborgt de veiligheid en onderzoek wijst uit dat inmiddels de overgrote meerderheid van de inwoners van Nederland beschikt over en gebruik maakt van hun DigiD. Bij de ontwikkeling van dit platform is speciale aandacht voor de digitale veiligheid, privacy en toegankelijkheid (voor mensen die minder digitaal vaardig zijn) en voldoet dan ook aan alle vereisten vanuit wet- en regelgeving op dat gebied. 8. De verkiezingen van de wijkvertegenwoordigers zullen volgens dit voorstel digitaal plaatsvinden. Op welke wijze en op basis van welke wet/verordening/regel wordt dit georganiseerd? Hoe garandeert de gemeente dat deze verkiezingen voor eenieder toegankelijk, eerlijk en veilig verlopen? Wie mogen er voor de wijkraad gebruik maken van het stemrecht? Antwoord: Het voorstel is om de bewoners van de betreffende wijk stemrecht te geven voor hun eigen wijkraadsleden via het systeem van DigiD, en deze via het eerder genoemde digitale platform te kiezen. Alle wijkbewoners van 16 jaar en ouder mogen stemmen en zich verkiesbaar stellen voor de wijkraad in de wijk waar zij woonachtig zijn. Bewoners die geen DigiD hebben, geen toegang hebben tot internet of hulp nodig hebben, kunnen op van tevoren bekendgemaakte tijden en locaties terecht voor ondersteuning. Dat geldt zowel voor het aanmelden als aspirant wijkraad lid als het stemmen zelf.
De instellende bestuursorganen zijn behoudens een paar lichte beperkingen vrij de samenstelling van commissies zelf te regelen. Al dan niet gebruik makend van de procedurele voorschriften van de Kieswet. Bij de deelgemeenten was dit verplicht omdat hier sprake was van een algemeen vertegenwoordigend orgaan, maar dat is sinds de afschaffing van de deelgemeente niet meer het geval. 9. Er wordt voorgesteld om de gemeente in te delen in de 35 wijken zoals getekend in de bijlage. Waar is deze beoogde indeling op gebaseerd? Welke criteria zijn hiervoor gesteld? Zijn er naast dit voorstel andere indelingen overwogen? Zijn de huidige gebieden en wijken hierover geraadpleegd? Is er een duidelijk overzicht van de huidige indeling in gebieden en wijken naast de beoogde indeling beschikbaar (zodat verschillen en overeenkomsten in één oogopslag duidelijk zijn)?
Antwoord: Conform het CBS kennen wij in Rotterdam iets meer dan 20 cbs-wijken (die noemen wij gebieden). Hier vallen ook de haven- en industriegebieden onder. Rotterdam kent meer dan 90 cbs-buurten (die noemen wij wijken). In het huidige stelsel zijn de gebiedscommissies dus op de schaal van gebieden vormgegeven. De gebieden zijn combinaties van CBS-buurten. De huidige wijkraden en wijkcomités zijn op CBS-buurtniveau georganiseerd. Deze indeling wordt gebruikt door ons als gemeente voor het bijhouden van statistische gegevens, maar ook door partners zoals corporaties, politie en zelfs makelaars. Het voorstel “Wijk aan Zet!” en de bijbehorende indeling is gebaseerd op het advies van de EUR dat de wijk een hele goede herkenbare en benaderbare schaal is voor Rotterdammers. Ook past de wijk bij de schaal waarop de gemeente idealiter opereert, zo dichtbij een laagdrempelig mogelijk. De wijken in het voorstel zijn (combinaties van) bestaande CBS buurten. We stellen niet voor om CBS buurten op te knippen. Dit ook om historische data en trends (wijkprofielen) te kunnen blijven benutten. Verder gehanteerde criteria zijn: • • • •
De bewoners ervaren een gezamenlijke identiteit Het is een geografisch logisch/afgebakend/aansluitend gebied Er is sprake van historische gelijkluidende opgaven en uitdagingen. De te combineren wijken hebben gelijksoortige opgaven, kansen en toekomstige ontwikkelingen
•
Resulteren in een behapbaar aantal te verkiezen en ondersteunen aantal wijkraden
Hieronder vindt u het overzicht uit welke CBS buurten elke wijkraad bestaat. Op volgorde van de gehanteerde nummering. Voor de zogenaamde buitengebieden is gekozen om de huidige gebiedsgrenzen over te nemen. 1 Pernis (gebied) 2
Overschie (gebied)
Pernis Overschie, Kleinpolder, Landzicht, Zestienhoven en Schieveen
3 Rozenburg (gebied)
Rozenburg
4 Hoek van Holland (gebied)
Dorp, Strand en Duin en Rijnpoort
5 Lombardijen
Lombardijen
6 Oud IJsselmonde en Beverwaard
Beverwaard en Oud-IIsselmonde
7 Groot IJsselmonde
Groot-IJsselmonde
8 Vreewijk
Vreewijk
9 Hillesluis en Bloemhof Noordereiland. Kop van Zuid Entrepot en 10 Feijneoord Afrikaanderwijk, Katendrecht en Kop van Zuid 11 (Wilhelminapier
Bloemhof en Hillesluis
12
Bergpolder, Blijdorp en Liskwartier
Noordereiland. Kop van Zuid Entrepot en Feijneoord Afrikaanderwijk, Katendrecht en Kop van Zuid (Wilhelminapier Bergpolder, Blijdorp, Liskwartier, Blijdorpse Polder
13 Provenierswijk, Agniesbuurt
Agniesebuurt en Provenierswijk
14 Oude noorden
Oude Noorden
Kralingen
Kralingen oost, Kralingen west, Kralingse bos , De Esch, Struisenburg
16 Crooswijk
Nieuw Crooswijk, Oud Crooswijk en Rubroek
15
17
Hillegersberg
Hillegersberg Noord, Hillegersberg zuid, Terbregge, Molenlaankwartier
18 Pendrecht en Zuidwijk
Pendrecht, Zuidwijk, Charlois Zuidrand
19 Carnisse, Zuidplein en Zuiderpark
Carnisse, Zuidplein en Zuiderpark
20 Heijplaat Oud Mathenesse, nieuw Mathenesse, witte 21 dorp
Heijplaat
22 Schiemond, Delfshaven
Delfshaven en Schiemond
23 Nieuwe westen, Middelland.
Nieuwe Westen, Middelland
24 Ommoord
Ommoord.
25 Lage land, Prinsenland, s Graveland
Lage land, Prinsenland, ‘s Graveland
26 Kralingse veer
Kralingseveer
27 Oude westen Stadsdriehoek, CS-kwartier, Cool, Nieuwe 28 Werk (scheepvaartskwartier)
Oude Westen en Dijkzigt
29 Bospolder, Tussendijken, Spangen
Bospolder, Tussendijken, Spangen
30 Hoogvliet (gebied)
Hoogvliet-Noord en Hoogvliet-Zuid
31 Schiebroek
Schiebroek
Oud Mathenesse, Nieuw Mathenesse, Witte dorp
Stadsdriehoek, CS-kwartier, Cool, Nieuwe Werk (scheepvaartskwartier)
32 Zevenkamp
Zevenkamp
33 Tarwewijk, Oud Charlois en Wielewaal
Tarwewijk, Oud Charlois, en Wielewaal
34 Nesselande
Nesselande
35 Oosterflank
Oosterflank
10. Er wordt voorgesteld om de wijkraad uit 7 (of 5 of 9) leden te laten bestaan. Op basis van welke gedachte(n) is dit aantal gekozen? Er wordt niet gesproken over (een eventueel) voorzitterschap binnen de wijkraad. Welke mogelijkheden, beperkingen en consequenties zijn er om een voorzittersrol te faciliteren? Antwoord: In het EUR-onderzoek staat de aanbeveling om meer leden toe te laten bij de wijkraden zodat er een betere verdeling van taken kan plaatsvinden. Het college heeft het uitgangspunt dat iedere wijk gelijk is. En dat elke wijk recht heeft op hetzelfde aantal leden. Het geval kan zich voordoen dat kleinere wijken minder kandidaten vinden, dan is een bijstelling naar 5 logisch, voor grotere wijken geldt eenzelfde redenering. Bij meer kandidaten is een bijstelling naar 9 dan mogelijk. Daarnaast verschilt de grootte van de wijken en ook is de opgave verschillend. De rol van de voorzitter moet nog worden uitgewerkt. Het ligt in de verwachting dat die hetzelfde zal zijn als bij de huidige wijkraden. 11. Er wordt een vergoeding voor wijkvertegenwoordigers voorgesteld van 500 euro per vergadering (maximaal 12 keer per jaar). Welke wettelijke mogelijkheden en/of beperkingen zijn er om de hoogte van dit bedrag te bepalen.
Wat zijn de gevolgen voor zowel de gemeentebegroting als voor een individuele wijkvertegenwoordiger indien dit bedrag hoger dan wel lager zou worden? Welke 'secundaire arbeidsvoorwaarden' zijn er (mogelijk) voor de beoogde gekozen wijkvertegenwoordigers? Leden van een commissie hebben op basis van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers recht op presentievergoeding bij vergaderingen. Het minimumbedrag hiervoor is in dit rechtspositiebesluit vastgesteld op 173 euro. Uw raad heeft de bevoegdheid om dit bedrag per vergadering hoger vast te stellen. Op basis van enerzijds beroepsmatige deskundigheid of anderzijds tijdsbesteding. In het huidig stelsel is dit 450 euro per vergadering. Vergoeding is op basis van presentie. Vaste vergoedingen kunnen alleen gegeven worden aan leden van een dagelijks bestuur van een commissie. Dat is voor de wijkraden niet voorzien om mee te werken. Daarnaast biedt gemeentewet/rechtspositiebesluit de mogelijkheid om commissieleden een reiskostenvergoeding te geven en zijn ook veel voorzieningen die voor leden van uw raad gelden van mogelijke overeenkomstige toepassing. Dit gaat bijvoorbeeld om scholing, communicatiemiddelen, en uitkeringen in het geval van een beroepsongeval. Zie hiervoor de bepalingen in het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
In het huidige voorstel is uitgegaan van budgetneutraliteit ten opzichte van het huidige model (zie vraag 3). 12. Op pagina 5 wordt aangegeven: 'dat vraagt van onze organisatie herbezinning op sturing, systemen, cultuur en gedrag'. Hoe krijgt deze herbezinning concreet vorm? Welk tijdspad wordt hiervoor voorgesteld? Welke concrete resultaten worden beoogd te behalen voorafgaand aan de nieuwe periode en gedurende de komende periode? Aansluitend wordt de nieuwe rol en taak van de betrokken ambtenaren in de wijken geschetst. In hoeverre worden ambtenaren concreet en praktisch hierop voorbereid en getraind? Is er een profielschets beschikbaar of in voorbereiding voor de diverse nieuwe(ambtelijke) functies in de wijken zoals gesteld in de brief? Antwoord: Voor de vraag over de herbezinning op sturing, systemen, cultuur en gedrag verwijzen wij u naar vraag 2.
Voor de functie van een ‘sterke’ wijkmanager is een profielschets in voorbereiding. De verdere uitwerking van de dedicated teams en opgaveteams zal inzicht geven in de verandering in rollen en taken van collega’s uit de clusters. Ook zijn gesprekken gaande over de invulling/profiel van de eigen professionele ondersteuning voor de wijkvertegenwoordiging. Voor de ambtenaren die werken in de wijken komt passende training en opleiding beschikbaar onder de noemer ‘Leiderschap in de wijk’ thema’s hierbij zijn o.a. samenwerken, opgavegericht werken, contact met bewoners en ondernemers, persoonlijk leiderschap en participatie/zeggenschap. Dit is was ook een van de aanbevelingen van de Rekenkamer in 2020. 13. In het ontwerpbesluit wordt voorgesteld: 'periodiek overleg met het college of een afgevaardigde daarvan'.
Hoe ziet zo'n periodiek overleg er concreet uit? Welke mogelijkheden en/of beperkingen biedt de (gemeente)wet wat betreft status van zo'n overleg? Wat is het maximaal aantal mogelijke periodieke overleggen? Wie is verantwoordelijk voor de organisatie, voorzitterschap, verslaglegging en opvolging van deze overleggen? Welke rol krijgt de griffie (of andere onafhankelijke ondersteuning) hier eventueel in? Antwoord: Het periodieke overleg met het college of afvaardiging ervan is bedoeld om meer positie te geven en structureel de relatie te organiseren tussen de wijkvertegenwoordigers en het college. Dit geeft direct de mogelijkheid om zaken die vastlopen in de wijk te bespreken. Een overleg met het college kan als spelregel bijvoorbeeld in de verordening opgenomen worden. Idee is om bijvoorbeeld een adoptiewethouder dit overleg namens het college te laten voeren. Hiervoor is geen wettelijke basis nodig, maar het kan als formeel recht voor de wijkraden in de verordening worden vastgelegd. De onafhankelijke ondersteuning van het betreffende bestuursorgaan kan de invulling en verslaglegging hiervan verzorgen zodat eventuele afspraken direct vastgelegd en gemonitord kunnen worden. Dit soort overleggen valt natuurlijk altijd binnen het controlerecht van uw raad. En het is aan een nieuw college om hier een goede invulling aan te geven. 14.
Welke mogelijkheden zijn er wettelijk gezien om deze raadsperiode een besluit te nemen en/of voor te sorteren over de werkwijze (onder andere geborgd door middel van een reglement van orde) van de nieuwe gemeenteraad en van een volgend college in de nieuwe raadsperiode (2022-2026)? Antwoord: Een besluit is een vastgelegde afspraak die doorwerkt. Zeker als dit wordt vastgelegd in een verordening die geldt bij het aantreden van een nieuwe raad. Tenzij er een tijdigheid is opgenomen (dus dat de verordening vanaf een bepaald moment niet meer geldt) werkt dit gewoon door in een volgende periode. Wel is er bijvoorbeeld altijd de mores dat grote wijzigingen in bijvoorbeeld het reglement van orde, die voortvloeien uit uw besluitvorming, aan het begin van een bestuursperiode worden vastgesteld. En het staat een nieuwe raad en of college altijd vrij om een ander besluit te nemen op dat moment. 15. Wat gebeurt er met het bestuurscommissiestelsel, indien de raad geen besluit neemt? Hoe ziet het stelsel er dan concreet uit in de gebieden (en wijken) wat betreft de volksvertegenwoordiging? Welke elementen uit de gewenste organisatorische veranderingen (lees; 'op de Coolsingel') - los van de vorm - kunnen worden voortgezet.
Welke zullen dan niet kunnen worden doorgezet? Antwoord: Als de raad geen besluit neemt geldt de verordening op de gebiedscommissies alsmede bijhorend kiesreglement en verordening vergoedingen gebiedscommissieleden. Dit betekent dat de 14 gebiedscommissies als enige blijven bestaan. De experimenten (dus wijkraden en wijkcomités) kennen immers een looptijd die in de regeling is vastgelegd. Die looptijd is tot en met de dag van de verkiezing van de gebiedscommissies. Mocht uw raad dit hoofdlijnenbesluit niet aannemen vallen wij
terug op de 14 gebiedscommissies. Dus ook voor de gebieden Noord en Feijenoord. Die zijn immers nog opgenomen in de verordening. Het college stelt voor de hoofdmoot van de besluitvorming voor het zomerreces te laten plaatsvinden zodat er tijdig duidelijkheid is voor alle betrokkenen over de toekomst van het model. Technisch gezien kan er ook later nog besloten worden door uw raad maar dit zal in de uitvoering tot mogelijk onwerkbare termijnen gaan leiden met voorbereiding van de formele regelingen en de uitvoering, bijvoorbeeld bij de voorbereiding van de verkiezing, vooral wat het de werving en campagnevoering betreft.