CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 28 februari 2024, gemeente Rotterdam25.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bundel - Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ van 28 februari 2024 1

Procedurevergadering [24bb000789] Agenda procedurevergadering WIOSSAN 280224 1.01 Opening en mededelingen 1.02 Besluitenlijst openbare procedurevergadering van 31 januari 2024 Ter vaststelling [24bb000790] Besluitenlijst WIOSSAN procedurevergadering 310124 1.03 Ingekomen stukken Ter bespreking van de behandelwijze 1.03. Algemeen 01 Er zijn geen stukken ontvangen voor deze agenda. 1.03. Werk en Inkomen 02 [24bb000852] Wethoudersbrief Versnel over stand van zaken Met Inkomenszekerheid naar Werk (MinW) 1.03. Onderwijs 03 [24bb000599] Beantwoording vragen Van der Elst over Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid [24bb000889] Collegebrief over Subsidieregeling Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid 2024-2025 [24bb000890] Bijlage behorende bij 24bb000889 over Subsidieregeling Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid 2024-2025 1.03. Samenleven 04 [24bb000618] Brief VNG over spreidingswet en Oekraïne opvang 1.03. Armoedebestrijding 05 Er zijn geen stukken ontvangen voor deze agenda. 1.03.

Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) 06 1.04 Lijst van openstaande toezeggingen, schriftelijke vragen en moties Ter bespreking Voorgesteld wordt de lijst met toezeggingen die een afdoeningsvoorstel hebben ontvangen als afgedaan te beschouwen [24bb000956] Lijst met openstaande moties WIOSSAN 280224 [24bb000957] Lijst met openstaande schriftelijke vragen WIOSSAN 280224 [24bb000958] Lijst met openstaande toezeggingen WIOSSAN 280224 [24bb000959] Lijst met openstaande toezeggingen met een afdoeningsvoorstel WIOSSAN 280224 1.05 Commissieplanning en lange termijn agenda raad Ter bespreking [24bb000960] Planning commissie WIOSSAN 280224 [24bb001071] Lange Termijn Agenda raad commissies 28 en 29 februari 2024 1.05. Regeling van werkzaamheden 01 1.06 Sluiting

Agenda procedurevergadering commissie: WIOSSAN Datum: Tijd: Locatie: Voorzitter: Commissiegriffier: Commissiesecretaris: Toelichting:

28 februari 2024 9:30-13:00 Raadzaal J.M.D. (Joey) de Waard V.A.M. (Vincent) Lorijn M. (Marcel) van den Akker-Markusse Neem voor meer informatie contact op met de griffie: 010-2673400/ info@griffie.rotterdam.nl

1.

Procedurevergadering

1.01

Opening en mededelingen

1.02 Besluitenlijst procedurevergadering 31 januari 2024 Ter vaststelling 1.03 Ingekomen stukken Ter bespreking van de behandelwijze De volgende stukken zijn eveneens terug te vinden in de verschillende overzichten van het Raadsinformatiesysteem. Algemeen Er zijn geen stukken ontvangen voor deze agenda. Werk en Inkomen Overzicht: Nummer: Onderwerp: Datum: Afzender: Advies: Samenleven Overzicht: Nummer: Onderwerp: Datum: Afzender: Advies: Onderwijs Overzicht: Nummer: Onderwerp: Datum: Afzender:

Brieven B&W 24bb000852 Wethoudersbrief Versnel over stand van zaken Met Inkomenszekerheid naar Werk (MinW) 12-02-2024 College van B&W Betrekken bij bespreking Monitor W&I Overige documenten t.b.v. de raad 24bb000618 Brief VNG over spreidingswet en Oekraïne opvang 31-01-2024 VNG Betrekken bij volgende bespreking Opvang en begeleiding asielzoekers, statushouders en Oekraïners Brieven B&W 24bb000599 Beantwoording vragen Van der Elst over Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid 30-01-2024 College B&W

Advies:

Betrekken bij bespreking subsidieregelingen NROB in een komende overlegvergadering

Overzicht: Nummer: Onderwerp:

Brieven B&W 24bb000889 met bijlage 24bb000890 Collegebrief over Subsidieregeling Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid 2024-2025 13-02-2024 College van B&W Agenderen in overlegvergadering van 27 maart 2024

Datum: Afzender: Advies:

Armoede en Schuldhulpverlening Er zijn geen stukken ontvangen voor deze agenda. Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) Er zijn geen stukken ontvangen voor deze agenda. 1.04 Lijsten van openstaande toezeggingen, schriftelijke vragen en moties Ter bespreking 1.05 Commissieplanning en Lange Termijn Agenda Raad Ter bespreking 1.06 Regeling(en) van Werkzaamheden Er zijn geen Regelingen van Werkzaamheden ontvangen. 1.07

Sluiting

2

Agenda procedurevergadering commissie: WIOSSAN Datum Voorzitter Aanwezig

Afwezig z.k.: Afwezig m.k.: Commissiegriffier: Commissiesecretaris:

1.

31 januari 2024 J.D. (Joey) de Waard S. (Simon) Ceulemans (Leefbaar Rotterdam); S.J.C. (Simon) Becker (VVD); L.S. (Larissa) Vlieger (GL); A.J.A. (Agnes) Maasen (D66); S. (Sarah) Reitema (PvdA); T. Kind (vertrokken om 12:03); T.J. (Tjalling) Vonk (CU); T.S.J. (Theo) Çoskun (SP); S. L. (Sigrid) Oosterwegel (GroenLinks); S. (Safa) Sodirijo (DENK); Z.P. (Pinar) Çoskun (PvdD); A.B.B. (Tom) Breedveld (SP); D.A. (Dieke) Van Groningen (VVD); D. (Duygu) Yilidrim (PvdA); G.J. (Co) Engberts (PvdA); S. (Sabrina) van de Peppel (PvdD); P.J.H.D. (Ellen) Verkoelen (50Plus); R.J. (Roy) Tissen (CDA); S.J.J. (Sam) Mak (CDA); J. M. (Joan) Nunnely (D66); V.A.M. (Vincent) Lorijn M. (Marcel) van den Akker-Markusse

Procedurevergadering

1.01 Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 9:32. De voorzitter meldt dat hij een bericht van verlating van mevrouw Nunnely heeft ontvangen. 1.02 Besluitenlijst procedurevergadering 17 januari 2024 De besluitenlijst wordt ongewijzigd vastgesteld. 1.03 Ingekomen stukken De voorgestelde behandelwijze van de volgende ingekomen stukken is besproken. Algemeen Er zijn geen stukken ontvangen voor deze agenda. Werk en Inkomen Overzicht: Nummer: Onderwerp: Datum: Afzender: Besluit: Onderwijs Overzicht: Nummer: Onderwerp: Datum: Afzender: Besluit: Overzicht: Nummer: Onderwerp: Datum: Afzender: Besluit:

Brieven B&W 24bb000380 Afdoeningsvoorstel toezeggingen wethouder Versnel over inkomen 24 januari 24 T.B. Versnel Betrekken bij bespreking tertaalrapportage in de overlegvergadering van 27 maart 2024 Brieven B&W 24bb000198 met 2 bijlagen Collegebrief over Aanmeldbeleid scholen 16 januari 2024 College van B&W Agendering nader inplannen n.a.v. besluit om IHP Onderwijs 7 februari 2024 te agenderen. Raadsvoorstellen 24bb000364 met 3 bijlagen Raadsvoorstel herbenoeming algemeen bestuurslid stichting BOOR 24 januari 2024 College van B&W Doorgeleiden naar de raad van 15 februari 2024.

Overzicht: Nummer: Onderwerp: Datum: Afzender: Besluit: Samenleving Overzicht: Nummer: Onderwerp: Datum: Afzender: Besluit: Overzicht: Nummer: Onderwerp: Datum: Afzender: Besluit:

Raadsvoorstellen 24bb000382 met 1 bijlage Raadsvoorstel Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024 - 2027 24 januari 2024 College van B&W Agenderen in de overlegvergadering van 7 februari 2024. Brieven B&W 24bb000194 Beantwoording vragen Ceulemans over Overlast door asielboot Sint Jobshaven 16 januari 2024 College van B&W Betrekken bij bespreking stand van zaken asielzoekers, statushouders en Oekrainers in aansluitende vergadering Brieven B&W 24bb000374 Collegebrief over Ontwikkelingen opvang en huisvesting Statushouders, asielzoekers en Vluchtelingen Oekraïne 23 januari 2024 College van B&W Agenderen in de aansluitende overlegvergadering

Armoede en Schuldhulpverlening Overzicht: Overige documenten t.b.v. de raad Nummer: 24bb000394 met 1 bijlage Onderwerp: Statement Rotterdamse Alliantie ‘Blijvend Geraakt’ (toeslagenschandaal) Datum: 25 januari 2024 Afzender: Ombudsman Rotterdam Rijnmond (ORR) Besluit: Betrekken bij 2e termijn debat over 6e voortgangsrapportage toeslagenschandaal. De heer Coskun vraagt om voor de behandeling inzichtelijk te maken wat de consequenties hiervan zijn voor het Rotterdamse beleid. Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) Er zijn geen stukken ontvangen voor deze agenda. De commissie besluit om het IHP onderwijs te agenderen op 7 februari. De deadline voor het stellen van technische vragen wordt vastgesteld op vrijdag 2 februari. Mevr. Maassen vraagt om de technische sessie die gepland was voor 7 februari dan wel op 28 februari te doen. Mevr. Reitema verzoekt om een datum in te plannen voor 2e termijn debat toeslagenschandaal en voor de bespreking van afdoeningsvoorstel motie Reitema e.a. over Huishoudboekje op orde ook voor beleidskader armoede. Mevr. Vlieger verzoekt om voorafgaand aan de 2e termijn debat toeslagenschandaal een gesloten inspreeksessie te houden met de insprekers die zich voor de overlegvergadering van 17 januari hadden afgemeld.

1.04 Lijsten van openstaande toezeggingen, schriftelijke vragen en moties De commissie stemt in met de afdoening van de lijst van openstaande toezeggingen waarvoor een afdoeningsvoorstel is ontvangen.

2

24bb000279 24bb000278 24bb000277 24bb000276 24bb000275 23bb007107

Onderzoeksresultaten vereenvoudiging inkomensondersteunende regelingen Deadline raadsbehandeling AOW- en Jeugdtegoed Inkomensgrenzen AOW en Jeugdtegoed Onderbouwing voorstel 350 euro RET-tegoed Dekking RET-tegoed jongeren Aanpak overlast gevende scholieren

De commissie heeft verder geen vragen over openstaande Toezeggingen, Schriftelijke Vragen en Moties. 1.05 Commissieplanning en Lange Termijn Agenda Raad De griffie zal de commissieplanning aanpassen n.a.v. het besluit om het IHP Onderwijs op 7 februari te behandelen. 1.06 Sluiting De voorzitter sluit de procedurevergadering om 09:50 uur.

3

Werk en Inkomen Werk, Inkomen, Nationaal Programma Rotterdam Zuid en EU-arbeidsmigranten Tim Versnel MSc Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: Martijn Camfferman Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl

Aan de commissie Werk en Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening, Armoedebestrijding en NPRZ

Ons kenmerk: M2401-5162 - 24bo003133 Onderwerp: Stand van zaken MinW Datum: 12 februari 2024

Beste commissieleden,

Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? Het project ‘Met Inkomenszekerheid naar Werk’ (MinW) is in 2023 opgestart en is bedoeld om meer zicht te krijgen op de belemmeringen die uitkeringsgerechtigden ervaren bij het aanvaarden van (meer) parttime werk. Met deze brief informeer ik uw commissie over de stand van zaken. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: o Beleidskader Participatie 2023-2026 ‘Werk is geweldig!’ o Toezegging ‘Evaluatie MinW-traject apps als WerkloonT (23bb000932) Toelichting Uitkeringsgerechtigden kunnen verschillende drempels ervaren om de stap naar (parttime) werk te zetten of deze werkzaamheden uit te breiden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van angst voor inkomstenschommelingen door de systematiek van inkomstenkorting of onzekerheid over de financiële situatie na uitstroom. Ook andere belemmeringen, zoals vragen over het regelen van kinderopvang en de angst voor extra administratieve belasting kunnen een reden zijn om de stap naar (deeltijd)werk of meer (deeltijd) werk, niet te maken. Binnen het project MinW wordt onderzocht welke belemmeringen de burger ervaart rondom werk; en op welke wijze kan worden bijgedragen aan het wegnemen van die belemmeringen.

Zo vergroten we de economische zelfstandigheid en zelfontplooiing van Rotterdammers met een bijstandsuitkering op weg naar onafhankelijkheid van uitkering. In dit project ligt de focus op volwassenen van 27 jaar of ouder, woonachtig in NPRZgebied die minimaal twee jaar een bijstandsuitkering ontvangen. Deelnemers aan het project zijn al parttime werkend; of in staat om betaald werk te verrichten. De doelstelling is om met het project MINW in de komende drie jaren in ieder geval 100 werkzoekenden duurzaam uit de bijstand naar werk te laten stromen.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/3 12 februari 2024 M2401-5162

Voortgang MinW De aanpak binnen dit project richt zich op 3 pijlers: 1. Het verkennen van de belemmeringen in de stap naar werk of urenuitbreiding 2. Het verkennen van de mogelijkheden voor het bieden van een financiële buffer; 3. Het onderzoeken van de bruikbaarheid van de rekentool WerkloonT. Deze drie pijlers worden hierna achtereenvolgens toegelicht. Ad. 1. Het verkennen van de belemmeringen in de stap naar werk of urenuitbreiding Door het voeren van gesprekken met burgers uit de doelgroep, wordt inzicht opgedaan in de belemmeringen die worden ervaren om de stap naar (meer) werk te zetten. Waar mogelijk worden eventuele belemmeringen meteen aangepakt. De gesprekken worden gezamenlijk voorbereid en gevoerd door een inkomensconsulent en werkcoach. In 2023 betrof dit 3 werkcoaches en 3 inkomensconsulenten. In 2024 schalen we op naar 4,5 FTE aan werkcoaches en 4,5 FTE aan inkomensconsulenten. Door het voeren van deze gesprekken krijgen wij inzicht in mogelijke belemmeringen, die de volle breedte van onze dienstverlening kunnen raken. Achteraf bekijken we de situatie multidisciplinair binnen de projectgroep en bepalen we gezamenlijk wat een volgende stap zou kunnen zijn om de bijstandsgerechtigde aan (meer) werk te helpen. In totaal hebben er 27 kandidaten deelgenomen aan deze gesprekken, waarvan 8 kandidaten inmiddels volledig zijn uitgestroomd naar werk.

Momenteel zijn we met 14 kandidaten actief aan de slag. In een enkel geval is actieve ondersteuning op dit moment niet haalbaar. Waar mogelijk worden er met deze kandidaten vervolgafspraken gemaakt voor de langere termijn. Door de diversiteit in de casussen en het nog beperkte aantal bijstandsgerechtigden dat is gesproken, kunnen nog geen brede conclusies worden getrokken over het soort belemmeringen waarmee de bijstandsgerechtigde kampt, en welke algemene interventies hierop denkbaar zijn. De volgende belemmeringen zijn onder meer in de gesprekken benoemd: o o o o o

Onzekerheid over de financiële consequenties van werkaanvaarding; Kinderopvang met diverse achtergronden: geen recht op kinderopvangtoeslag, wachtlijst, terughoudendheid om kind te laten opvangen; Mentale belemmeringen; Fysieke belemmeringen; en Gebrek aan motivatie.

Ad. 2. Het verkennen van de mogelijkheden voor het bieden van een financiële buffer binnen Allegro Eén van de doelstellingen van het project MINW is dat wordt onderzocht of de inkomenszekerheid kan worden vergroot door het aanbieden van een financiële buffer. Wanneer een uitkeringsgerechtigde parttime werkt, kan dat inkomensschommelingen veroorzaken. Deze schommelingen ontstaan omdat dergelijke inkomsten vaak pas achteraf kunnen worden gekort of moeten worden gecorrigeerd. Deze schommelingen creëren financiële onzekerheid en kunnen de kans op problemen vergroten met bijvoorbeeld de betaling van vaste lasten. Met deze buffer willen wij deze onzekerheid grotendeels wegnemen. Bij deelname aan de buffer wordt gebruik gemaakt van een derdenrekening waarop het salaris en de uitkering worden gestort. Vanuit deze derdenrekening ontvangt de bijstandsgerechtigde elke maand een gegarandeerd inkomen.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

3/3 12 februari 2024 M2401-5162

Om een pilot met een financiële buffer te kunnen starten, gebruiken we het systeem Allegro, dat momenteel gebruikt wordt door de Kredietbank Rotterdam (KBR). Het streven is om in het 1e kwartaal van 2024 alle voorbereidingen klaar te hebben om met een beperkt aantal deelnemers een pilot te kunnen starten in het tweede kwartaal 2024. Ad. 3. Het onderzoeken van de bruikbaarheid van de rekentool WerkloonT. Bij het aanvaarden van werk of bij urenuitbreiding verandert het inkomen, maar ook de hoogte van de toeslagen en de gemeentelijke regelingen. Dit kan een financiële onzekerheid opleveren die de stap naar werk kan belemmeren. De rekentool WerkloonT van Stimulansz kan helpen om dit inzicht in de financiële consequenties van de stap naar werk of urenuitbreiding te verkrijgen. Op basis van het geschatte inkomen uit arbeid, wordt inzicht verschaft in de gevolgen voor het inkomen uit landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Na een eerste kleinschalige testfase, waarin de werking van de applicatie op basis van fictieve situaties is getoetst en aangepast op de Rotterdamse situatie, is december 2023 gestart met een pilot met deze rekentool. Een aantal medewerkers is getraind in het gebruik van deze rekentool en gaat Werkloont in de komende periode gebruiken ter ondersteuning van het gesprek met bijstandsgerechtigden.

Het gebruik van de applicatie wordt na de zomer geëvalueerd en deze evaluatie wordt in het derde kwartaal met uw commissie gedeeld in de volgende update. Tot slot Ik hoop uw commissie hiermee voldoende te hebben geïnformeerd over het verloop van het project Met Inkomenszekerheid Naar Werk. In het derde kwartaal 2024 wordt uw commissie opnieuw geïnformeerd over de voortgang van dit project. Met vriendelijke groet,

Tim Versnel MSc Wethouder Werk, Inkomen, Nationaal Programma Rotterdam Zuid en EUarbeidsmigranten

Gemeente Rotterdam

Maatschappelijke Ontwikkeling Onderwijs, Cultuur, Evenementen Said Kasmi Van: Linda Verboom Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 23bb008345 + 23bb008249 Ons kenmerk: M2312-1200 - 24b0002831 Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen BIJl Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid

Aan de gemeenteraad

(NROB) inzake 'evidence based' Datum: B&W 30 januari 2024

Op 6 december 2023 stelde raadslid A.G. van der Elst (BIJ1) ons schriftelijke vragen over het Nieuwe Rotterdams Onderwijsbeleid (NROB). Inleidend wordt gesteld: Afgelopen donderdag 30 november 2023 is het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid in de raadsvergadering besproken. Rotterdam BIJ1 heeft hierover een amendement ingediend. In het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid wordt namelijk genoemd dat één van de uitgangspunten van het beleid is dat er 'evidence based' en 'evidence informed' gewerkt zal worden. Rotterdam BIJ1 staat volledig achter een werkwijze met transparantie als uitgangspunt, maar wij zien deze transparantie nog niet direct terug in dit plan. Wij missen in dit beleidsplan namelijk de verwijzing naar de beleidsontwikkelingen voorafgaand aan dit nieuwe plan. Oftewel, wij missen de verwijzing naar desbetreffend 'evidence' uit het hiervoor genoemde 'evidence based and evidence informed' werken. Want hoe kunnen wij als gemeenteraad tenslotte evidence informed te werk gaan als wij hierover niet geïnformeerd zijn. Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording: Vraag 1: Wat is het generieke effect geweest van het voorgaande onderwijsbeleid? Antwoord: In het vorige onderwijsbeleidsplan 'gelijke kansen voor elk talent' zaten diverse beleidsindicatoren en collegetargets waar uw commissie door middel van een jaarlijkse voortgangsrapportage over geinformeerd werd.

De generieke effecten van het totale beleid zijn moeilijk vast te stellen.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/4 30 januari 2024 M2312-1200

Dit heeft twee hoofdredenen: • Er zijn veel factoren die invloed hebben gehad op de doelen van het vorige beleid, bijvoorbeeld onderwijsresultaten, denk aan diverse vormen van armoede, een verandering in de woon- en leefsituatie van kinderen en jongeren, opvoeding, woonsegregatie, algemene toename van krapte op de arbeidsmarkt, mondiale ontwikkelingen zoals de COVID-19 pandemie, klimaatveranderingen en oorlogen etc. • Wij als gemeente hebben een beperkte rol in het Nederlands onderwijssysteem en zijn afhankelijk van partners. Om deze redenen is er in het nieuwe Rotterdams Onderwijsbeleid gekozen voor beleidsindicatoren en een collegetarget waar wij als gemeente meetbaarder invloed op hebben. Vraag 2: Hoe zijn deze effecten uit voorgaand onderwijsbeleid verwerkt in het nieuwe onderwijsbeleidsplan? Antwoord: Op basis van onze eigen monitoring, via rapporten zoals Staat van het Onderwijs, en signalen vanuit het veld zijn wij gekomen tot deze selectie van speerpunten, beleidsindicatoren en maatregelen. Een aantal succesvolle onderdelen hebben we overgenomen in het nieuwe beleid. Zo is bijvoorbeeld de aanpak van het personeelstekort in het onderwijs grotendeels gelijk gebleven. Daarnaast hebben we als college een aantal andere keuzes gemaakt ten opzichte van het vorige beleidsplan.

In het NROB is bijvoorbeeld meer aandacht voor het jonge kind en zetten we als gemeente meer in op de voorschoolse educatie. De basis hiervoor zijn wetenschappelijke inzichten en gesprekken met het onderwijsveld. Vraag 3: Hoe is het college tot de middelen uit de vier speerpunten gekomen en welk resultaat verwacht zij hiermee te behalen? Antwoord: Per speerpunt is er een aantal beleidsindicatoren opgenomen in het NROB. Op basis van die beleidsindicatoren zijn er maatregelen ontwikkeld. Deze maatregelen zijn voortgekomen uit successen van het oude beleid, uit onderzoek of uit het onderwijsveld. Vervolgens is er gekeken naar de kosten van deze maatregelen. Deze kosten zijn de basis van het budget per speerpunt. Vraag 4: Welke monitoring krijgt het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid? Antwoord: In het hoofdstuk monitoring in het NROB beschrijft het college de beleidsindicatoren en hoe deze gemonitord gaan worden. Uw raad zal jaarlijks via een dashboard geinformeerd worden over de voortgang van deze beleidsindicatoren. Vraag 5: Hoe wordt invulling gegeven aan de 'extra aandacht voor het jonge kind' als uitgangspunt van het NROB?

Blad: Datum: Ons kenmerk:

3/4 30 januari 2024 M2312-1200

Antwoord: Onderzoek heeft aangetoond dat kinderen met achterstanden die deelnemen aan kwalitatief goede voorschoolse educatie (VE) beter voorbereid starten in het basisonderwijs. Om deze reden zet het college er op in om zo veel mogelijk kinderen die hier baat bij hebben deel te laten nemen aan voorschoolse educatie. We zetten daarom extra in, naast de reguliere taken die we al uitvoeren, op het vergroten van deze groep door bijvoorbeeld: • In NPRZ gebied vanaf 2024 VE gratis te maken voor doelgroeppeuters extra spelen en leren, waarvan de ouders een inkomen hebben tot 130% van het wettelijk sociaal minimum. • Met een actiegerichte wijkaanpak meer doelgroeppeuters te bereiken. Denk hierbij aan acties als: informatie/communicatiecampagnes, inzetten sleutelpersonen, verbeteren samenwerking in de wijken etc. • De huidige processen te verbeteren die moeten zorgen voor de toeleiding van doelgroeppeuters naar de VE. Hierin nemen we ook eventuele administratieve belemmeringen die door ouders worden ervaren mee. • Te lobbyen richting het Rijk om het stelsel te wijzigen vanuit het perspectief dat kinderopvang/VE een basisvoorziening dient te zijn voor elk kind. Dit helpt het wegnemen van drempels bij ouders om kinderen naar de VE te laten gaan.

• Integrale Kind Centra (IKC) te stimuleren en de mogelijkheid te onderzoeken om het CJG in IKC's te vestigen, om de toeleiding naar de VE gemakkelijker te laten verlopen. Vraag 6: Hoe wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt "vanuit gescheiden verantwoordelijkheden van onderwijs/kinderopvang besturen en gemeente, werken we aan het gemeenschappelijk doel: het beste onderwijs voor Rotterdam."? Antwoord: In het Nederlandse onderwijssysteem hebben de verschillende spelers (i.e. rijksoverheid, gemeente, schoolbesturen, samenwerkingsverbanden) allemaal eigen verantwoordelijkheden. Schoolbesturen zijn in principe verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. De Onderwijsinspectie ziet hierop toe. De gemeente heeft een beperkt aantal wettelijke taken zoals onderwijshuisvesting, voldoende en adequate huisvesting voor bewegingsonderwijs en het tegengaan van voortijdig schoolverlaten (een volledig overzicht van deze wettelijke taken kunt u vinden in bijlage 1 van het NROB). Daarnaast heeft het college een aantal stedelijke ambities geformuleerd in het NROB in de vorm van de vier speerpunten en het collegetarget 'Schil om de School'. De beleidsindicatoren en de onderliggende maatregelen zijn gebaseerd op de rol die de gemeente heeft ten opzichte van de bovengenoemde andere spelers.

Vraag 7: Welke gemeentebrede inzet op onderwijs en kinderopvang vanuit het 'Schil om de School' uitgangspunt zal het college hanteren?

Blad: Datum: Ons kenmerk:

4/4 30 januari 2024 M2312-1200

Antwoord: Het uitgangspunt van Schil om de School is om leraren en onderwijspersoneel te ontzorgen. In een school met een schil bevinden zich activiteiten, projecten, en professionals die ondersteunend zijn aan de kerntaken van het onderwijs. Inzet ervan draagt bij aan het verminderen van de werkdruk van leerkrachten en pedagogisch medewerkers. Voorbeelden hiervan zijn de interventies uit het collegetarget: u kunt hier denken aan de schoolzorgteams en jongerenwerk op school. Vraag 8: Hoe wordt tot slot invulling gegeven aan de transparantie over onderwijsresultaten, 'evidence based en evidence informed werken'? Antwoord: In het NROB heeft het college de ambitie uitgesproken om in de kwaliteitssubsidie aan po- en vo scholen de voorwaarde te verbinden dat scholen in de aanvraag uitleggen op basis van welke (wetenschappelijke) overwegingen ze het subsidiegeld gebruiken. Dit kunnen 'evidence-based', 'evidence-informed' of innovatieve interventies zijn. In het jaarlijkse dashboard zal uw raad hierover geïnformeerd worden. Daarnaast kunt u overzichten vinden van de Rotterdamse onderwijsresultaten in het jaarlijkse online overzicht Staat van het Onderwijs. 1

Burgemeester en wethouders van Rotterdam,

De secretaris,

J.H. Meijer, l.s.

1

Staat van het Onderwijs- Rotterdam (onderzoek010.nl)

meester,

Gemeente Rotterdam

Maatschappelijke Ontwikkeling Onderwijs, Cultuur, Evenementen Said Kasmi

Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam

Website: www.rotterdam.nl Van: N. van Son Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl

Aan de gemeenteraad

Ons kensmerk: M2401-7255 - 24b0003028 Onderwerp: Subsidieregeling Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid 2024-2025

Bijlage: Subsidieregeling Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid 2024-2025

Datum: B&W 13 februari 2024

Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd?

Het college heeft de Subsidieregeling Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid 2024-2025 vastgesteld. Het college wenst uw raad te informeren over deze subsidieregeling. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen:

Met de middelen die beschikbaar worden gesteld via de subsidieregeling, wordt het Rotterdams onderwijs ondersteund in het realiseren van de ambities van het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid, dat op 30 november 2023 door uw raad is vastgesteld. Toelichting:

Het beschikbaar stellen van subsidie is één van de manieren waarmee de gemeente de ambities van het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid realiseert. Via de Subsidieregeling Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid 2024-2025 wordt het beschikbaar stellen van deze subsidie geregeld voor het komende schooljaar. De subsidies in de regeling worden ingezet voor concrete interventies die bijdragen aan gelijke kansen voor alle Rotterdamse kinderen zoals beschreven in het onderwijsbeleid. In de subsidieregeling wordt dit vormgegeven door subsidies te verstrekken o.a. voor kwaliteit, leraren, aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt, educatief partnerschap, dag programmering en veiligheid. De inzet van de subsidie kwaliteit is gericht op het verbeteren van de onderwijsresultaten op het gebied van taal, lezen en rekenen. Financiële en juridische consequenties/aspecten:

Via deze subsidieregeling wordt in het schooljaar 2024-2025 € 47.850.000 beschikbaar gesteld voor het onderwijs in Rotterdam.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/2 13 februari 2024 M2401-7255

Deze middelen zijn beschikbaar in de begroting van het programma Onderwijs en worden mede gedekt door inzet van rijksmiddelen Onderwijsachterstandbeleid, Regio Deal Rotterdam Zuid en Kansrijke Wijken.

Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De secretaris,

De burgemeester,

J.H. Meijer, L.s.

Bijlage: Subsidieregeling Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid 2024-2025

Subsidieregeling Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid 2024-2025 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van de concerndirecteur Maatschappelijke Ontwikkeling van 13 februari 2024, gelet op de artikelen 3, 4, 6, 7, 13 en 14 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 (SVR 2014); overwegende, dat het wenselijk is een subsidieregeling vast te stellen voor het schooljaar 2024-2025, ter uitvoering van het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid; besluit: Paragraaf 1 Algemeen deel Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: achterstandsscore: achterstandsscore als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022; Ad PEP: Associate degree Pedagogisch Educatief Professional; Children's Zone: wijken Afrikaanderwijk, Bloemhof, Carnisse, Hillesluis, Feijenoord, Oud-Charlois en Tarwewijk; evidence based: de aanpak en methodologie van de interventies zijn onderbouwd door beschikbare wetenschappelijke literatuur; evidence informed: de aanpak en methodologie van de interventies zijn onderbouwd op basis van de best beschikbare kennis en expertise, met inbegrip van praktijkervaringen en deskundig advies; ho: hoger onderwijs; ko: houders als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang, die kinderopvang aanbieden en geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang, met uitzondering van

gastouderopvang en gastouderbureaus; leerlingenaantal: aantal leerlingen of deelnemers dat in de administratie van de Dienst Uitvoering Onderwijs staat ingeschreven op een school op 1oktober van het jaar voorafgaand aan het te subsidiëren schooljaar; lwoo: leerwegondersteunend onderwijs; mbo: middelbaar beroepsonderwijs; NPRZ: Nationaal Programma Rotterdam Zuid; NROB: Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid, het beleidsplan van de gemeente Rotterdam voor onderwijs voor de periode 2024 tot en met 2027 zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 30 november 2023; po: primair onderwijs; school: alle op grond van de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en de Wet voortgezet onderwijs 2020 erkende scholen en de instellingen op grond van de Wet educatie en

beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; schoolbestuur: het bevoegd gezag binnen de onderwijsorganisatie dat die organisatie bestuurt, waarbij het besturen de hoofdtaak is en het gezag zich bevindt in een eindyerantwoordelijke positie; schooljaar: periode van 1 augustus tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar; schoolleider: een directeur, adjunct-directeur, locatiedirecteur in dienst van een schoolbestuur in het po, so of vso of een rector, directeur, adjunct-directeur, locatie directeur of teamleider in dienst van een schoolbestuur in het vo; sectorkamer: het overlegorgaan voor lokaal onderwijsbeleid zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Procedure Overleg lokaal onderwijsbeleid van de gemeente Rotterdam; ve: voorschoolse educatie, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang; vmbo: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs; vo: voortgezet onderwijs; (v)so: (voortgezet) speciaal onderwijs. Artikel 2 Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor het schooljaar 2024-2025 voor de in artikel 3 bedoelde interventies. Artikel 3 Interventies en doelgroepen 1. Subsidies kunnen uitsluitend worden verstrekt voor interventies in het kader van de volgende onderdelen: a. Kwaliteit; b. Educatief Partnerschap; c.

Zij-instroom en opsctioling onderwijsassistenten; d. Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs; e. Anders organiseren, innoveren en ruimte directies; f. Rotterdamse lerarenbeurs; g. Rotterdamse schoolleidersbeurs; h. Aansluiting onderwijs naar arbeidsmarkt; i. Schakelklassen primair onderwijs; j. Dagprogrammering primair onderwijs; k. Dagprogrammering voortgezet onderwijs; I. Veiligheid op school. 2. In bijlage 1 is bepaald welke doelgroep voor welk onderdeel subsidie kan aanvragen. Artikel 4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1. Voor subsidie komen in aanmerking de redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van interventies als bedoeld in artikel 3 en de gemaakte accountantskosten ten behoeve van de verantwoording van op grond van deze regeling ontvangen· subsidie.

2.

Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten met betrekking tot reguliere activiteiten waarvoor uit andere bronnen financiële middelen ter beschikking gesteld kunnen worden, reguliere loonkosten en overhead.

Artikel 5 Berekening van uurtarieven Bij het hanteren van uurtarieven in de subsidieaanvraag kunnen de volgende standaardberekeningswijzen worden toegepast: a. berekening op basis van werkelijke kosten, inclusief werkgeverslasten; b. berekening op basis van de laatst vastgestelde genormeerde gemiddelde personeelslast voor het po, vo, (v)so; of c. een berekening die vooraf door het college is goedgekeurd. Artikel 6 Subsidieplafond Voor de toepassing van deze subsidieregeling geldt voor de hieronder genoemde subsidies voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 juli 2025 een subsidieplafond van in totaal€ 47.850.000. Dit bedrag is onder voorbehoud van de jaarlijkse goedkeuring van de begroting door de gemeenteraad van Rotterdam en onder voorbehoud van verkrijging van middelen van het Rijk. Het subsidieplafond bestaat uit de volgende deel plafonds: a.

kwaliteit

b.

educatief partnerschap

c.

zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten

d.

werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs

e.

anders organiseren, innoveren en ruimte directies

f.

Rotterdamse lerarenbeurs

g.

Rotterdamse schoolleidersbeurs

h.

aansluiting onderwijs naar arbeidsmarkt

i.

dagprogrammering primair onderwijs

j.

dagprogrammering voortgezet onderwijs

€ 16.100.000 € 6.000.000 € 1.300.000 € 2.000.000 € 1.500.000 € 850.000 € 250.000 € 1.000.000 € 17.000.000 € 1.850.000

Artikel 7 Wijze van verdeling en hoogte van de subsidie De subsidies worden verdeeld overeenkomstig bijlage 2. Aanvullend is voor de subsidie Kwaliteit de verdeling nader toegelicht in bijlage 3. Artikel 8 Aanvraag subsidie 1. De subsidieaanvraag wordt ingediend met behulp van de door hef college vastgestelde subsidieaanvraagformulieren. 2. De subsidieaanvraagformulieren worden online ingevuld in de webapplicatie voor de subsidies. De subsidieaanvraag wordt vervolgens ingediend via www.rotterdam.nl/subsidies. 3. Alleen volledige aanvragen worden in behandeling genomen. Een aanvraag is volledig indien: a. de aanvrager gebruik maakt van de in het eerste lid bedoelde aanvraagformulieren; b. de aanvraagformulieren door de aanvrager volledig en naar waarheid zijn ingevuld; c. alle gevraagde gegevens en bescheiden zijn bijgevoegd.

Artikel 9 Aanvang beslistermijn aanvraag subsidie 1. De subsidieaanvraag wordt uiterlijk op 1 mei 2024 ingediend. 2. Het college beslist binnen acht weken na de datum genoemd in het eerste lid, welke termijn met ten hoogste twaalf weken kan worden verlengd. Artikel 10 Subsidieverantwoording 1. Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend met behulp van de door het college vastgestelde subsidieverantwoordingsformulieren. 2. De subsidieverantwoordingsformulieren worden online ingevuld in de webapplicatie voor NROB-subsidies. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt vervolgens uiterlijk op 1 december na afloop van het schooljaar ingediend via www.rotterdam.nl/subsidies. 3. Voor het subsidieonderdeel Veiligheid op school wordt bij de aanvraag tot subsidievaststelling tevens het audit-rapport overgelegd, wat volgt uit een (re-)audit als bedoeld in artikel 21, eerste lid. Artikel 11 Algemene verplichtingen Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd: a. de subsidieontvanger werkt mee aan een door of namens het college uitgevoerd onderzoek en evaluatie van de interventies en verstrekt de daarvoor relevante gegevens of informatie;

b. de subsidieontvanger geeft in de sectorkamer jaarlijks duiding aan de voortgang van de speerpunten van het NROB. Paragraaf 2 Specifieke subsidies Artikel 12 Kwaliteit 1. De subsidie Kwaliteit kan uitsluitend worden verstrekt voor effectief bewezen of innovatieve interventies die bijdragen aan het verbeteren van onderwijsresultaten op het gebied van taal, lezen of rekenen. 2. Een effectief bewezen interventie is evidence based of evidence informed. 3. Bij een subsidieaanvraag voor een innovatieve interventie wordt een onderbouwing overgelegd waaruit blijkt op welke wijze de innovatieve interventie een verwachte bijdrage levert aan het verbeteren van de onderwijsresultaten op het gebied van taal, lezen of rekenen. 4. De subsidie wordt door het schoolbestuur besteed op de school of scholen naar keuze conform de ingediende subsidieaanvraag. 5. De subsidies berekend ten behoeve van een bepaalde sector in po, vo, (v)so worden uitsluitend in die sector ingezet. Artikel 13 Educatief Partnerschap 1. De subsidie Educatief Partnerschap kan uitsluitend worden verstrekt om de samenwerking tussen ouders en scholen te stimuleren; ter bevordering van de ontwikkeling van leerlingen.

2.

3.

De subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor interventies die bijdragen aan ten minste één van de volgende doelstellingen; a. het kennen van de thuisomgeving van leerlingen; b. het op orde hebben van de organisatie van het contact tussen school en ouders; c. het realiseren van een wederkerige relatie tussen school en ouders; , d. het realiseren van pedagogische samenwerking rond de ontwikkeling van leerlingen; e. het op maat faciliteren van ouders in een situatie die risicovol is voor de ontwikkeling van de leerling. De subsidie kan ook ingezet worden om de betrokkenheid van ouders in de ve te ondersteunen bij het uitvoeren van de oudercomponent van het programma van de ve.

Artikel 14 Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten 1. De subsidie Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten kan uitsluitend worden verstrekt voor het stimuleren van zij-instroom en opscholen van onderwijsassistenten om de druk op de Rotterdamse arbeidsmarkt te verlichten en de diversiteit binnen teams te vergroten. 2. De subsidie kan worden aangevraagd voor: a. zij-instroom in beroepstraject; b.

3.

4.

zij-instromers die een deeltijdopleiding of een duale opleiding

aan de pabo of lerarenopleiding volgen; c. onderwijsassistenten of leraar ondersteuners die instromen in de lerarenopleiding of de pabo; d. onderwijsassistenten die de Ad PEP of Level Up opleiding volgen. Voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor interventies in het kader van zij-instroom gelden de volgende verplichtingen: a. de zij-instromer volgt onderwijs om zijn bevoegdheid als docent in het po of (v)so te behalen; b. de zij-instromer wordt ingezet op een Rotterdamse schoollocatie en heeft hiervoor een getekende overeenkomst bij het schoolbestuur of een intermediair; en c. de zij-instromer in beroep ontvangt salaris gedurende de opleiding. Voor de subsidieontvanger die een subsidie ontvangt voor interventies in het kader van opscholing onderwijsassistenten of leraar ondersteuners gelden de volgende verplichtingen: a. de onderwijsassistent volgt onderwijs om de bevoegdheid als docent in het po of (v)so te halen of volgt de opleiding Ad PEP of Level Up, de leraar ondersteuner volgt onderwijs om de bevoegdheid als docent in het po of (v)so te halen; b. de onderwijsassistent of de leraar ondersteuner is werkzaam op een Rotterdamse schoollocatie; c. de onderwijsassistent of de leraar ondersteuner wordt in tijd gefaciliteerd door het schoolbestuur om de opleiding te volgen; en

d.

de onderwijsassistent of de leraar ondersteuner volgt de opleiding in principe in Rotterdam, tenzij anders vermeld en nader toegelicht in de subsidieaanvraag.

Artikel 15 Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs 1. De subsidie Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs kan uitsluitend worden verstrekt voor ondersteuning van initiatieven ten behoeve van werkdrukvermindering en het ontzorgen van teams of ten behoeve van begeleiding en binding van startende docenten of stagiairs. 2. De interventies voldoen aan de volgende criteria: a. de interventies hebben direct effect op vermindering van de ervaren werkdruk en het ontzorgen van teams, zorgen voor efficiëntere inzet van startende docenten of maken de begeleiding van startende docenten en stagiairs mogelijk; en b. de interventies zijn duurzaam van aard. 3. De extra middelen die beschikbaar zijn voor NPRZ worden alleen op schoollocaties in NPRZ-gebied ingezet. Artikel 16 Anders organiseren, innoveren en ruimte directies 1. De subsidie Anders organiseren, innoveren en ruimte directies kan uitsluitend worden verstrekt ter ondersteuning van maatregelen die bijdragen aan vermindering van het lerarentekort in Rotterdam en maatregelen die bijdragen aan het behouden of verbeteren van de kwaliteit van het beroep van leraar. 2. De subsidie kan ingezet worden voor een andere opbouw van de organisatie of initiatieven die het beroep van leraar duurzaam aantrekkelijk maken. 3.

De subsidie kan ingezet worden ter ondersteuning van de ontwikkeling en uitvoering van projecten in het kader van het plan 'Slim organiseren po en so Rotterdam', een actieplan voor de aanpak van het lerarentekort. Artikel 17 Rotterdamse lerarenbeurs 1. De subsidie Rotterdamse lerarenbeurs kan uitsluitend worden verstrekt om medewerkers die bij de uitoefening van hun beroep direct bijdragen aan de bevordering van het leer- en ontwikkelproces van kinderen en jongeren, te ondersteunen in hun ontwikkeling bij het uitoefenen van hun vak in Rotterdam. 2. De subsidie komt tegemoet aan de persoonlijke scholingsbehoefte van de medewerkers voor wie de subsidie aangevraagd wordt. 3. De interventies voldoen aan de volgende criteria: a. de interventie draagt bij aan de bekwaamheid of specialisatie van de medewerkers die werkzaam zijn in het onderwijs zoals opgenomen in het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel, of die werkzaam zijn bij een ka-instelling en die bij de uitoefening van hun beroep direct bijdragen aan het leerproces van jonge kinderen, leerlingen en studenten; b. medewerkers ten behoeve waarvan de Rotterdamse lerarenbeurs wordt aangevraagd hebben een vaste aanstelling van ten minste 0,5 fte.

4.

5.

Uitsluitend de volgende kosten komen in aanmerking voor subsidie: a. opleidingskosten, inclusief studiemateriaal; b. kosten voor meerjarige professionaliseringsactiviteiten die al aangevangen en nog niet afgerond zijn. Niet subsidiabel zijn de kosten voor: a. de primaire scholing of vakopleiding; b. het behalen van een hogere of tweede bevoegdheid; c. professionaliseringsactiviteiten of teamtrainingen die de aanvrager in groepsverband kan organiseren in het kader van scholing; d. coaching of individuele begeleiding; e. scholing voor directies of teamleider gericht op managementvaardigheden; en f. reis- en verblijfkosten en kosten voor vervangingsuren.

Artikel 18 Rotterdamse schoolleidersbeurs 1. De subsidie Rotterdamse schoolleidersbeurs kan uitsluitend worden verstrekt ter ondersteuning van schoolleiders in hun professionele ontwikkeling door deelname aan opleidingen, trainingen, conferenties, workshops en andere relevante professionele ontwikkelingsactiviteiten op het gebied van leiderschapsvaardigheden. 2. De subsidie komt tegemoet aan de persoonlijke scholingsbehoefte van de schoolleider voor wie de subsidie aangevraagd wordt. 3. Schoolleiders voor wie de subsidie wordt aangevraagd hebben een vaste aanstelling bij de aanvrager van ten minste 0,6 fte. 4. Uitsluitend de volgende kosten komen in aanmerking voor subsidie: a. opleidingskosten, inclusief studiemateriaal; b. verblijf, indien het integraal onderdeel uitmaakt van de opleiding of training; c. kosten voor meerjarige professionaliseringsactiviteiten die al aangevangen en nog niet afgerond zijn. 5. Niet subsidiabel zijn de kosten voor: a. het behalen van een hogere of tweede bevoegdheid; b. professionaliseringsactiviteiten of teamtrainingen die de aanvrager in groepsverband kan organiseren in het kader van scholing. 6. Per schoollocatie kan er voor maximaal twee schoolleiders subsidie aangevraagd worden. 7. Per schoolleider kan eenmaal subsidie worden aangevraagd. Artikel 19 Aansluiting onderwijs naar arbeidsmarkt 1.

De subsidie Aansluiting onderwijs naar arbeidsmarkt kan uitsluitend worden verstrekt voor interventies die de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt optimaliseren. 2. De interventies voldoen aan ten minste één van de volgende criteria: a. de interventies bevorderen een nauwere en effectievere samenwerking tussen onderwijsinstellingen en/of het bedrijfsleven op het gebied van loopbaanoriëntatie en begeleiding om jongeren beter voor te bereiden op een

weloverwogen studiekeuze, waarbij voor het praktijkonderwijs en vso ook aandacht wordt besteed aan een uitstroomperspectief richting de arbeidsmarkt; b. de interventies zijn gericht op het bevorderen van de doorstroming van jongeren naar vervolgonderwijs in kansrijke sectoren, met speciale aandacht voor sectoren met een aantoonbare groei en vraag op de arbeidsmarkt; c. de interventies zijn erop gericht om onderwijsprofessionals te faciliteren en informeren over de diverse sectorale loopbaanpaden zodat zij beter in staat zijn om jongeren tijdens het loopbaanoriëntatie- en begeleidingsproces grondig voor te lichten over carrière- en opleidingsmogelijkheden; d. de interventies zijn gericht op het tot stand brengen van actief contact tussen jongeren en het bedrijfsleven als integraal onderdeel van loopbaanoriëntatie en -begeleidingsactiviteiten om de arbeidsparticipatie te bevorderen en praktijkervaring te verschaffen aan jongeren die zich bezighouden met het maken van een studiekeuze; e. de interventies dragen aantoonbaar bij aan het vergroten van het aantal studenten dat kiest voor de beroepsbegeleidende leerweg in het mbo; f. de interventies dragen aantoonbaar bij aan een verbetering van het aantal instroommomenten in het vervolgonderwijs; g. de interventies zijn gericht op aanpassingen in de onderwijsinrichting die de aansluiting op de arbeidsmarkt optimaliseren.

Artikel 20 Schakelklassen primair onderwijs 1. De subsidie Schakelklassen primair onderwijs kan uitsluitend worden verstrekt voor de eerste opvang van nieuwkomers in het po, waarin kinderen die minder dan twee jaar in Nederland zijn, 12 maanden de gelegenheid wordt geboden de Nederlandse taal te leren om daarna in te stromen in het reguliere onderwijs. 2. De interventies dienen te voldoen aan de volgende criteria a. een schakelklas eerste opvang heeft ten minste 8 leerlingen en ten hoogste 15 leerlingen uit de groepen drie tot en met acht; b. continuïteit van de schakelklassen eerste opvang nieuwkomers geldt als prioriteit; en c. expertise op het gebied van opvang nieuwkomers is aanwezig. 3. De subsidieontvanger stelt minstens twee keer per jaar een plaatsingsoverzicht aan het college beschikbaar, in september en februari. 4. Een schakelklas kan aangevraagd worden als op de teldatum 1 oktober, 1 januari, 1 april en 1 juli 16 leerlingen aanwezig zijn, mits de bestaande schakelklassen met 15 leerlingen gevuld zijn. Met behulp van vier telmomenten stelt het college vast of uitbreiding of overheveling van klassen nodig is. 5. De 1 januari telling, voorafgaande aan de subsidieverlening, is richtinggevend voor de verlening van de subsidie Schakelklassen primair onderwijs.

6.

Uitsluitend de besturen van de onderstaande scholen kunnen de subsidie Schakelklassen primair onderwijs aanvragen: lnstellingscode

Bestuur

School

18GY00

BOOR

OBS de Kameleon

18QZ00/01

BOOR BOOR

De Catamaran De Notenkraker

18WX00

Over de Slinge

19DQ00

BOOR

13LW00

BOOR

OBS Dakpark

13BC00

BOOR

OBS Kasteel Spangen

172100

RVKO

Emmausschool

05JC00

RVKO

Stephanus

03NB00

RVKO

Rozenhorst

16UW00

CBS de Sleutel

13YZ00

PCBO PCBO PCBO

Da Costa

05SR00

K&O

Talmaschool

16YB00

De Schakel (voorheen Pniëlschool)

11BY00

K&O

Cornelis Haakschool (was Talmaschool)

24PB00

ICBO

De Wissel (schakelklas Beverwaard)

Artikel 21 Veiligheid op school 1. De subsidie Veiligheid op school kan uitsluitend worden verstrekt voor een initiële audit of een re-audit ten behoeve van het certificaat Veilig op school. 2. De certificering vindt plaats conform het Rotterdams certificeringskader. Paragraaf 3 Subsidies NPRZ Artikel 22 Dagprogrammering primair onderwijs 1. De subsidie Dagprogrammering primair onderwijs kan uitsluitend worden verstrekt voor dagprogrammering op alle basisscholen in de Children's Zone en geselecteerde basisscholen buiten de Children's Zone, die zijn gehuisvest in het werkgebied van NPRZ. 2. De Dagprogrammering heeft tot doel de onderwijsresultaten en de sociaal-emotionele vaardigheden van de kinderen te verbeteren en de wereld van leerlingen te vergroten door bij te dragen aan minimaal één van de volgende doelstellingen: a. meer inzet op de cognitieve vakken; b. meer aandacht voor de motorisch en sociaal emotionele ontwikkeling; c. verbreden van culturele ontwikkeling; d. belangstelling voor techniek wekken; e. gevoel voor democratisch burgerschap kweken; f. een oriëntatie op het beroepsleven bieden. 3. Dagprogrammering is de uitbreiding van de onderwijstijd op basisscholen met tien lesuren per leerling per week (400 uur per leerling per schooljaar). 4.

Voor de groepen één en twee kan de subsidie naar rato geheel of gedeeltelijk worden ingezet om onderwijskundig personeel in te

5.

6.

7.

zetten. Met naar rato wordt bedoeld een evenredige verdeling van de subsidie over de groepen. Interventies die gesubsidieerd worden via het programma leder Kind een Instrument (IKEI) maken deel uit van de dagprogrammering voor scholen die hieraan deelnemen. IKEI voorziet wekelijks in een half uur dagprogrammering voor groepen 1 tot en met 2, en 45 minuten voor groepen 3 tot en met 6. Hierdoor blijft er voor groepen 1 tot en met 2 een resterende dagprogrammering van negenenhalf uur over, waarvoor de dagprogrammeringssubsidie wordt verleend. Voor groepen 3 tot en met 6 is er een resterende dagprogrammering van negen uur en een kwartier, waarvoor eveneens de dagprogrammeringssubsidie wordt toegekend. Onverminderd artikel 12 van de SVR 2014, gelden voor de subsidieontvanger de verplichtingen zoals opgenomen in het Programma van eisen Dagprogrammering schooljaar 2024-2025. Uitsluitend de besturen van de onderstaande scholen kunnen de subsidie Dagprogrammering aanvragen: lnstellingscode ·

09TP00 12WTO0 13RP00 13YZ00 13YZ01 14HU00 14XB00 16SM00 16WZ00 16WZ00a 16YB00 16YU00 17AP00 17DF00 17DP00 17FCO0 18EE00 18GY00 18OR00 18PX00 18UM00 18VF00 18VR00 18WG00 19AF00 20RD00 23GW00 27MA01 31JX00 18TM00 19BU00 20RV00 17ES00 20FK00

Bestuur

PCBO PCBO PCBO PCBO PCBO PCBO PCBO RVKO PCBO PCBO PCBO PCBO RVKO RVKO RVKO RVKO BOOR BOOR BOOR BOOR BOOR BOOR BOOR BOOR BOOR BOOR SIPOR SIOZ SIPOR BOOR BOOR BOOR RVKO BOOR

School

Wilhelmi naschool De Klaver, loc. Carnisse Oranjeschool voor Basisonderwijs Da Costaschool v BSO De Nieuwe Haven Johan Bogermanschool voor Basisonderwijs Heldringschool SBO Laurens-Cupertino Christelijk Basisschool De Akker Elout Van Soeterwoudeschool Christelijke Basisschool De Sleutel Christelijke Basisschool Willem van Oranje Agnessch v Kath BSO Theresiasch v KBSO Sterrenschool De Globetrotter (Afrikaanderplein) Elisabeth school Globe De Kameleon Charlois Openbare Basisschool De Triangel Pantarijn Bloemhof De Gouden Griffel Blijvliet Nelson Mandela School voor Speciaal Basisonderwijs Sonnevanck Islamitische Basisschool lbn I Sina Basisschool Wereldwijs Risala De Akkers Kindcentrum IJsselmonde SBO Kindcentrum IJsselmonde Christophoorschool De Barkentijn

Artikel 23 Dagprogrammering voortgezet onderwijs 1. De subsidie Dagprogrammering voortgezet onderwijs kan uitsluitend worden verstrekt voor dagprogrammering op scholen voor vo in het werkgebied van NPRZ. 2. De Dagprogrammering heeft tot doel de onderwijsresultaten en de sociaal-emotionele vaardigheden van de kinderen te verbeteren en de wereld van leerlingen te vergroten door in te zetten op één of meer van de volgende doelstellingen: a. meer inzet op de cognitieve vakken; b. meer aandacht voor de motorisch en sociaal emotionele ontwikkeling; c. verbreden van culturele ontwikkeling; d. belangstelling voor techniek wekken; e. gevoel voor democratisch burgerschap kweken; f. een oriëntatie op het beroepsleven bieden. 3. Dagprogrammering is de uitbreiding van de onderwijstijd op scholen voor vo met zes lesuren per leerling per week (240 uur per leerling per schooljaar). Het extra programma is bedoeld voor 37% van de leerlingen. 4. Voor de subsidieontvanger gelden de verplichtingen zoals opgenomen in het Programma van eisen Dagprogrammering schooljaar 2024-2025. 5. Uitsluitend de besturen van de onderstaande scholen kunnen subsidie Dagprogrammering voortgezet onderwijs aanvragen: lnstellingscode 02LB08

Bestuur BOOR VO

31RY00

16PK10

cvo cvo cvo cvo

Partus CBSplus

30WH00

IVOR, St.

Avicenna College

16PK00 16PK07

School Hugo de Groot Zuider Gymnasium Partus Meridiem Partus Juliana

23YU00

LMC VO te Rotterdam, St.

Veenoord

23YU01

LMC VO te Rotterdam, St.

Zuidrand

Paragraaf 4 Slotbepalingen Artikel 24 Inwerkingtreding en werkingsduur Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1augustus 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze subsidieregeling zijn verstrekt.

Artikel 25 Citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid 2024-2025.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 13 februari 2024.

De secretaris,

De burgemeester,

J.H. Meijer, L.s.

A. Aboutaleb

Bijlage 1 Interventies en doelgroepen als bedoeld in artikel 3, tweede lid In onderstaande tabel wordt uitgewerkt door welke sectoren de diverse subsidies kunnen worden aangevraagd. ko

po

VO

so

vso

/

✓

/

✓

Educatief partnerschap

✓

✓

✓

/

Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten

✓

✓

✓

Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs

✓

/

✓

[Anders organiseren, innoveren en ruimte directies

/

✓

✓

Specifieke subsidies

mbo ho

,

Kwaliteit

Rotterdamse lerarenbeurs Rotterdamse schoolleidersbeurs

✓

/

✓

/

✓

/

/

/

/

Aansluiting onderwijs naar arbeidsmarkt Schakelklassen primair onderwijs

/

✓

/

✓

✓

/

✓

Subsidies NPRZ

Dagprogrammering voortgezet onderwijs

✓

✓

[Veiligheid op school

Dagprogrammering primair onderwijs

✓

✓ /

/

Bijlage 2 Wijze van verdeling en hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 7 Subsidieonderdeel

Wijze van verdelen

Maximale hoogte van de subsidie

Specifieke subsidies Kwaliteit

Educatief Partnerschap

Zij-instroom en opscholing onderwijsassistenten

Werkdruk, ontzorgen, starters en stagiairs

Het totaal beschikbare bedrag voor deze subsidie wordt vooraf verdeeld per schoolbestuur. Na aftrek van de subsidie voor het (v)so wordt voor het po en het vo het totaal beschikbare bedrag voor deze subsidie vooraf verdeeld volgens de methodiek beschreven in bijlage 3 Berekening subsidie Kwaliteit. Het totaal beschikbare bedrag voor deze subsidie wordt vooraf verdeeld per schoolbestuur naar rato van de gecumuleerde achterstandsscores van de scholen. Het beschikbare bedrag per schoolbestuur is opgenomen in het subsidieaanvraagformulier en kan zowel op bestuursniveau als op schoolniveau inaezet worden. Het totaal beschikbare bedrag Maximaal€ 5.000 per zij voor deze subsidie wordt vooraf instromer, maximaal 2 verdeeld per schoolbestuur op jaar achtereenvolgens basis van vaste voet en aan te vragen. leerlingenaantal. De vaste voet Maximaal€ 5.000 per bedraagt€ 5.000 per bestuur voor onderwijsassistent, het po en € 10.000 per bestuur maximaal 4 jaar voor het (v)so. Het restant bedrag achtereenvolgens aan wordt naar rato van het te vragen. leerlingenaantal verdeeld. De totaalbedragen per bestuur worden afgerond op een veelvoud van€ 5.000. Het totaal beschikbare bedrag voor deze subsidie wordt vooraf verdeeld op basis van een vaste voet en leerlingenaantal. De vaste voet bedraagt€ 15.000 per bestuur voor het (v)so. De vaste voet bedraagt€ 8.000 per bestuur voor het po en vo.

Voor het mbo wordt voor de vaste voet per bestuur de volgende staffel gebruikt: • 100 - 1000 II € 5.000 • 1000 - 2000 II € 10.000 • 2000 - 4000 II € 20.000 € 30.000 • 4000 + II Binnen het totale subsidieplafond is€ 1.000.000 voor scholen po en (v)so in NPRZ-gebied. Dit bedrag wordt naar rato van leerlingaantal van deze scholen in NPRZ-gebied verdeeld. Leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs tellen achtmaal mee in de berekening.

Subsidieonderdeel

Wijze van verdelen

Maximale hoogte van de subsidie

Het bedrag dat overblijft na aftrek van de vaste voet en€ 1.000.000 voor NPRZ-gebied, wordt naar rato van leerlingaantallen verdeeld over de besturen po, vo en (v)so. Het beschikbare bedrag per schoolbestuur is opgenomen in het subsidieaanvraagformulier. Anders organiseren, innoveren en ruimte directies

Het totaal beschikbare bedrag voor deze subsidie wordt voor het po en (v)so vooraf verdeeld naar rato van leerlingenaantal per schoolbestuur. Leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs tellen zesmaal mee in de berekening. Het beschikbare bedrag per instelling is opgenomen in het vastgestelde subsidieaanvraagformulier.

Rotterdamse lerarenbeurs

De toekenning geschiedt op basis van inhoudelijke toetsing aan artikel 17. Bij het bereiken van het subsidieplafond worden de volgende verdeelregels toegepast: 1. ten eerste wordt voorrang verleend aan aanvragen ten behoeve van medewerkers die in schooljaar 2023-2024 geen Rotterdamse lerarenbeurs hebben ontvangen of gebruikt; 2. a. indien na toepassing van het eerste criterium het subsidieplafond nog steeds wordt bereikt, wordt voorrang verleend aan medewerkers die werkzaam zijn in het sbo, so, vso en praktijkonderwijs; b. indien na toepassing van het eerste criterium het subsidieplafond nog niet is bereikt, wordt voor het overige te verdelen subsidiebedrag tot aan bereiken van het subsidieplafond voorrang verleend aan medewerkers die werkzaam zijn in het sbo, so, vso en het praktijkonderwijs; 3. a. indien na toepassing van het tweede criterium nog altijd sprake is van bereiken van het subsidieplafond, wordt een loting toegepast op de aanvragen van het sbo, so, vso en het praktijkonderwijs; b. indien na toepassing van

Maximaal € 1.500 per medewerker.

Subsidieonderdeel

Rotterdamse schoolleidersbeurs

!Aansluiting onderwijs naar arbeidsmarkt

Schakelklassen primair onderwijs

Veiligheid op school

Wijze van verdelen

Maximale hoogte van de subsidie

het tweede criterium het subsidieplafond nog niet is bereikt, wordt voor het overige te verdelen subsidiebedrag tot aan het bereiken van het subsidieplafond een loting toegepast op de resterende aanvragen van de ko, en het po, vo (uitgezonderd praktijkonderwijs) en mbo. De toekenning geschiedt op basis Maximaal€ 5.000 per van inhoudelijke toetsing aan schoolleider. artikel 18. Indien er meer subsidie wordt aangevraagd dan er budget beschikbaar is wordt er een loting toegepast. Op basis van de loting wordt de subsidie dan verleend totdat het deelplafond is bereikt. De loting geschiedt op 'schoolleidersbeurs-niveau'. De toekenning geschiedt op basis van inhoudelijke toetsing aan artikel 19. Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het deelplafond is bereikt. Voor elk criterium waaraan is voldaan wordt één punt toegewezen. De subsidie wordt op volgorde van het aantal toegekende punten verleend waarbij de subsidie als eerste wordt verleend aan de aanvraag met het hoogste puntenaantal. Indien aan twee of meer aanvragen hetzelfde puntentotaal is toegekend, en het budget ontoereikend is, wordt er een loting toegepast.

Toekenning geschiedt op basis Per schakelklas, waarin van continuering en op basis van 940 uur per schooljaar inhoudelijke toetsing aan de wordt lesgegeven, is een verplichtingen zoals bedoeld in bedrag van maximaal artikel 20. € 40.000 beschikbaar. Toekenning van subsidie voor een Subsidie bedraagt (re-)audit geschiedt als voldaan maximaal€ 3.000 per wordt aan de verplichtingen, (re-) audit. bedoeld in paragraaf 2, artikel 21.

Subsidies NPRZ Dagprogrammering primair onderwijs De middelen worden vooraf verdeeld op basis van het leerlingenaantal en een uurtarief. Het uurtarief voor schooljaar 20242025 bedraagt€ 5, 10. Dagprogrammering voortgezet De middelen worden vooraf onderwijs verdeeld op basis van het leerlingenaantal en een uurtarief. Het uurtarief voor schooljaar 20242025 bedraagt € 5,10.

Bijlage 3: Berekening verdeling en hoogte van de subsidie Kwaliteit als bedoeld in artikel 7 Gebruikte bronbestanden Basisbestanden van Dienst Uitvoering Onderwijs: data.duo.nl Primair onderwijs, leerlingen 01. Leerlingen po per onderwijssoort, cluster en leeftijd; 02. Leerlingen bo naar gewicht, samenwerkingsverband, impulsgebied en schoolgewicht. Voortgezet onderwijs, leerlingen 01. Leerlingen per vestiging naar onderwijstype, lwoo-indicatie, sector, afdeling, en opleiding; 02. Leerlingen per vestiging naar postcode leerling en leerjaar. Overige bestanden Wetten.overheid.nl: Van de Regeling Leerplusarrangement vo, Nieuwkomers vo en eerste opvang Vreemdelingen 2009 de meest recente bijlage 5: Lijst met postcodes van de armoedeprobleemcumulatiegebieden. Inzet van het beschikbare bedrag Het beschikbare bedrag van € 16.100.000 wordt voor het kwaliteitsbudget gesplitst naar po, vo en (v)so en ingezet conform de in deze bijlage verder beschreven systematiek. Algemene uitgangspunten voor berekening In de berekeningen wordt voor het begrip school steeds uitgegaan van officiële vestigingen geregistreerd bij DUO, de hoofd- of nevenvestigingen (aangeduid met de 4-cijferige instellirigscode plus het 2-cijferige volgnummer). Zes-cijferig brin-nummer. Voor de bestanden van DUO moet het brin-nummer en vestigingsnummer eerst samengevoegd worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=2c59c5d3-d9b1-4698-89e5-1f3d427f2cd8