Advies m.b.t tot een bezwaarschrift inzake Voorkeursrecht- 2
Tekst van het document
A.B.2022.3.2848, 2850, 2851, 6352, 6372/GPdO Advies met betrekking tot een bezwaarschrift inzake Voorkeursrecht. Rotterdam, 23 december 2021. Aan de Gemeenteraad, Voor het uitbrengen van advies hebben wij ons beraden over een bezwaarschrift dat is gericht tegen uw besluit d.d. 22 september 2020 met kenmerk 20BB011014 waarin werd besloten het voorkeursrecht, zoals bedoeld in de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: Wvg), te vestigen op een gebied in de gemeente Rotterdam. Deze vestiging heeft betrekking op de gronden tussen de Gruttostraat, Roerdomplaan, Tapuitstraat en de Korhaanstraat in Rotterdam (Fazantstraat 47 A t/m 149 C oneven, 60 A t/m 116 C even en 124A t/m 162C even, Gruttostraat 8 t/m 16 even, Tapuitstraat 2ABC, 4ABC, 22 A t/m 30C even, 56 ABC, 58 ABC, 66 ABC en 68 ABC, Korhaanstraat 41 ABC, 43 ABC, 61A t/m 71C oneven, 107 ABC en 109 ABC, Roodborststraat 10, 14 en 18, Wielewaalstraat 8 t/m 18 even en Roerdomplaan 149). Bij het besluit hoorde een kadastrale tekening waarop alle percelen zijn aangegeven met de daarbij behorende lijst van eigenaren en zakelijk gerechtigden. Het voorlopige voorkeursrecht werd gevestigd voor een periode van drie maanden1. Om het voorkeursrecht te laten voortduren moet de gemeenteraad binnen de gestelde drie maanden een besluit tot bestendiging van het voorkeursrecht nemen.
Bij besluit van 17 december 2020 heeft de gemeenteraad2 het voorkeursrecht verlengd ten behoeve van de uitvoering van het Programma Samenvoegen en vergroten. Het besluit is op 21 december 2020 gepubliceerd in het gemeenteblad en daarmee op 22 december 2020 in werking getreden. Een verschil tussen het collegebesluit en het raadsbesluit is dat het voorkeursrecht van het college voor een gedeelte werd aangewezen ten behoeve van sloop/nieuwbouw terwijl in het raadsbesluit voor alle aangewezen woningen en percelen het Programma samenvoegen en vergroten geldt. Met de inwerkingtreding van het besluit van de gemeenteraad, is het besluit tot vestiging van het voorlopig voorkeursrecht Fazantstraat vervallen. De bezwaren tegen het collegebesluit worden geacht mede te zijn gericht tegen de definitieve vestiging van het voorkeursrecht Fazantstraat.
1 Op grond van artikel 6 Wet voorkeursrecht gemeenten 2
Op grond van artikel 5 juncto 2 Wet voorkeursrecht gemeenten
blad: 2/2
Overwegingen Aan een inhoudelijke beoordeling van de bezwaren zijn wij om de volgende reden niet toegekomen. Het bezwaarschrift is ingediend krachtens artikel 7:1, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:5, lid 1, sub d van de Awb bepaalt dat het bezwaarschrift gemotiveerd moet zijn. Het bezwaarschrift van bezwaarmaker is niet gemotiveerd. Bezwaarmaker is daarom, gezien het gestelde in artikel 6:6 van de Awb, in de aangetekende brief d.d. 1 november 2021 in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen. Op deze brief is niet gereageerd. Bezwaarma(a)k(st)er heeft het verzuim niet hersteld, zodat wij u thans adviseren het bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren. Conclusie Nu artikel 7:3 van de Awb de mogelijkheid biedt om het horen van bezwaarmakers achterwege te laten bij kennelijke niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift, geven wij u in overweging bezwaarma(a)k(st)er niet in zijn bezwaren te ontvangen, zonder hem/haar in de gelegenheid te stellen zich te doen horen, zulks door vaststelling van het bijgevoegde ontwerpbesluit. De Algemene Bezwaarschriftencommissie, kamer III, De secretaris,
De voorzitter,
mevrouw E.J.H.M. van Baal-Merks
mevrouw mr. A.J.A. de Bie