[26bb003579] COR vragen wethouder Lansink-Bastemeijer jaarrekening 2025
Tekst van het document
Onderwerp:
Commissie tot Onderzoek van de Rekening (COR), verantwoordingsgesprek met wethouder Lansink-Bastemeijer (Buitenruimte) inzake jaarrekening 2025
Betreft: Kenmerk:
Vragenlijst ter voorbereiding van het verantwoordingsgesprek 19 mei 2026 26bb003579
Afzender: Naam: E-mail:
Griffie Rotterdam Evert Peterse ep.peterse@griffie.rotterdam.nl
Datum:
12 mei 2026
Verantwoordinggesprek met wethouder Lansink – Bastemeijer inzake de jaarrekening 2025. Wethouder Lansink – Bastemeijer is binnen het college verantwoordelijk voor de portefeuilles Handhaving, Buitenruimte en Mobiliteit. De verwachting is, dat dit verantwoordingsgesprek ongeveer een uur zal duren. Doel van dit verantwoordingsgesprek is om een aanvullend beeld te krijgen over de zaken die door FA en/of door de accountant zijn gecontroleerd. We lichten daarom enkele onderwerpen uit uw portefeuille, dit jaar vooral vanuit het thema risicomanagement, dit ook in relatie tot de Beleidsnota Weerstandsvermogen en risicobeheersing Rotterdam 2022. Dit om een gevoel te krijgen hoe u stuurt. De uitkomsten van dit gesprek krijgen een plek in het advies van de COR aan de gemeenteraad van Rotterdam ten aanzien van het vast kunnen stellen van de jaarrekening 2025. Vragen 1- Wilt u voorafgaand aan dit gesprek nog iets kwijt? Algemeen 2- Hoe kijkt u terug op het financiële jaar 2025? Thema Risico’s en acceptatie In de voorbereiding vragen wij u kennis te nemen van de paragraaf “weerstandsvermogen en risicobeheersing” zoals gepresenteerd in de P&C-cyclus van 2025. Risicobeheersing komt in de P&C-cyclus voor een raadslid al snel neer op het weerstandsvermogen. Hierbij wordt de benodigde weerstandscapaciteit afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit.
Bij de beschikbare weerstandscapaciteit wordt gerekend met de onderstaande bestanddelen: • De algemene reserve; • De risicoreserves die zijn gevormd om een specifiek financieel risico af te dekken; • De wettelijk verplichte stelpost voor onvoorziene lasten (kortweg aangeduid als: stelpost onvoorzien). De gemeente heeft ook voor bepaalde situatie verzekeringen afgesloten. In de begroting willen we met elkaar zo goed mogelijk alle middelen inzetten voor allerlei zaken. Daarbij is het zaak wel rekening te houden met tegenvallers. Kapitaalgoederen staan in de Buitenruimte, niet alle kapitaalgoederen vallen binnen uw portefeuille, maar een heel groot deel wel.
Blad: Datum:
2/4 12 mei 2026
In het voorlopig rekeningresultaat 26bb001951 lezen we: “Als gevolg van aanvaringen is er schade ontstaan aan de hydraulische installaties en draaipunten van de Hogebrug in Overschie. Deze is dusdanig dat de brug buiten gebruik is gesteld. Deze calamiteit resulteert in onvoorziene kosten. (€ 1,0 mln)(Programma Beheer van de stad).” 3- Is er in uw begroting ruimte voor dergelijke tegenvallers? 4- Hoe beschouwt u dit voorval ten aanzien van risicomanagement, denk hierbij aan de keuzes om te verzekeren, verhalen of accepteren? Het programma Beheer van de Stad heeft over 2025 een positief resultaat van uiteindelijk circa 12 miljoen (€ 15,4 miljoen in het raadsvoorstel bij 1.3) . Dit terwijl er veel was te doen over het schoonhouden van de stad en het bestrijden van gladheid. Het aantal dagen dat er een kans op gladheid is, lijkt iets wat met een aanname wordt geraamd en heeft tegelijk een risico in zich.
5- Geeft dit overschot aan dat de risico-reserves voor beheer ruimer zijn dan strikt noodzakelijk voor het opvangen van dergelijke schades? 6- Kunt u aangeven hoe u hiermee omgaat en hoe het proces voor het ramen van gladheidsbestrijding financieel is ingericht? 7- Wordt u hierbij geholpen door de Beleidsnota Weerstandsvermogen en risicobeheersing Rotterdam 2022, of zit deze juist in de weg? In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting is een post opgenomen voor de “afvalverwerking lachgascilinders”. Kans maal effect met een minimum en maximum is hierin heel zorgvuldig weergegeven (compliment). De ontwikkeling van dit risico voor het boekjaar 2025 is bij de begroting een kans van 50% met een effect tussen de € 8.673.000,- en € 60.127.000,- , bij de eerste herziening een kans van 50% met een effect tussen de € 5.955.000,- en € 60.127.000,- (gemiddeld verlaagd) en bij de tweede herziening een kans van 50% met een effect tussen de € 5.955.000,- en € 11.803.000,- (gemiddeld verder verlaagd). De legitimiteit van de post maakt geen onderdeel uit van de vragen. De COR wil vooral van u weten hoe het proces en de totstandkoming van de getallen tot stand is gekomen. Voorafgaand aan de begroting 2025 inde raad met brief 24bb002825 geïnformeerd en leken de financiële kaders voor deze opgave helder.
Hierover de volgende vragen: 8- Kunt u uitleggen hoe de bedragen bij effect tot stand zijn gekomen? 9- Kunt u uitleggen wat de oorzaken waren dat het effect kon worden verlaagd en hoe dat met u is gecommuniceerd? 10- Is er gekeken naar een verzekering of bv het opzetten van een statiegeldrekening om het risico te verkleinen? 11- Kunt u aangeven hoe u dit met het college c.q. de wethouder financiën heeft besproken? 12- Vind u de toelichting in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing voldoende voor een raadslid om te begrijpen waarom de bedragen bij effect zijn aangepast gedurende boekjaar 2025? 13- Hoe heeft u de raad geïnformeerd over de financiële risico’s? 14- In de jaarstukken 2025 lezen we over de lachgascilinders dat er tot en met oktober 2025 32.000 cilinders uit de openbare ruimte zijn verwijderd en op pagina 28 dat de gemeente er in 2025 bijna 42.000 heeft opgeruimd en laten verwerken. Heeft het risico zich voorgedaan en waar vinden we de financiële vertaling c.q. toelichting daarvan? 15- Op pagina 201 van de jaarstukken lezen we dat het risico breder wordt aangemerkt. Wat betekent dit en waarom wordt dit besloten via de jaarstukken?
Blad: Datum:
3/4 12 mei 2026
Stadsprojecten In de Beleidsnota Investeringen Rotterdam 2020 lezen we naast anderen de volgende uitgangspunten: a. De investeringsruimte voor nieuwe investeringen is gekoppeld aan de verwachte, langjarige groei van algemene dekkingsmiddelen (‘groei met groei’). b. Indien het gemeentebestuur investeringsbesluiten neemt, terwijl nog onduidelijk is welk deel van de investeringslasten moet worden geactiveerd en in welk tempo de investering zal worden gerealiseerd, leidt deze onzekerheid mettertijd niet tot een begrotingsknelpunt of een sterke schommeling van het rekeningresultaat. Bij de stadsprojecten lezen we bij de begroting 2026 en tweede herziening 2025: De Stadsprojecten zijn investeringen in de buitenruimte met een veel breder effect dan alleen een aantrekkelijke buitenruimte. Ze dragen bij aan de mobiliteitstransitie en klimaatadaptatie, aan de economie van de stad en aan werkgelegenheid. Ze zorgen ook voor ruimte voor nieuwe woningen in de stad. Het definitief ontwerp (DO) voor (delen van) de Stadsprojecten Hofplein, Hofbogenpark, Getijdenpark Feyenoord, Rijnhavenpark, en Alexanderplein is vastgesteld. Begin 2025 is bovendien de uitvoering van Hofplein en Alexanderplein van start gegaan.
In de het jaarverslag 2025 lezen we:
Waaruit blijkt dat de investeringen tot en met 2025 € 53.169.000,- zijn en voor periode 2026 en verder € 210.849.000 begroot staat. In de beantwoording van de vragen gesteld bij de commissiebehandeling van de begroting 2026 en tweede herziening (25bb008167) lezen we: De betrouwbaarheid van de raming hangt voor een groot deel samen met de fase waarin een project zich bevindt. Voor projecten in uitvoering zoals Hofplein en Alexanderplein Fase 1 zit er weinig beweging meer in de prognose. Voor bijvoorbeeld Westblaak geldt dat daar al enige tijd niet meer aan gewerkt wordt, er nog geen ontwerp ligt, en de kosteninschatting dus ook globaal van aard is, en inmiddels achterhaald. De gemeenteraad wordt per stadsproject geïnformeerd over
Blad: Datum:
4/4 12 mei 2026
mijlpalen in de projecten, daarin is ook altijd een raming of kosteninschatting meegenomen. Ook oorzaken van tegenvallers in de raming zijn daarin altijd gedeeld. Verder geldt dat nog niet voor alle Stadsprojecten dekking in de begroting is opgenomen, zie voor de laatste stand van zaken waarover brief 25bb007648, waarin is opgenomen dat er van de € 330,7 mln. benodigde investeringsruimte nu in totaal € 238,84 mln. is opgenomen in de begroting. Het is aan de volgende gemeenteraad om te besluiten die middelen wel of niet in de begroting op te nemen. Voor Westblaak is bijvoorbeeld nog geen dekking opgenomen in de begroting. Het gevoteerde (goedgekeurde) bedrag voor deze investering is op dit moment € 264 mln. De totaal benodigde investering is € 327,7 mln. (bron: 26bb002579). In brief 25bb007648 lezen we ook dat Voor Rijnhavenpark (fase 2 van drijvend park Katendrecht), Hofbogenpark (brug over de A20) en Nelson Mandelapark (Fase 2: inrichting van het park) geldt dat deze in ieder geval niet meer deze collegeperiode van dekking kunnen worden voorzien. In de toelichting op de Realisatiestimulans Woningbouw (€ 12,2 miljoen) staat dat het Ministerie van VRO een korting heeft toegepast op subsidies voor Brainpark I en Excelsior, in de veronderstelling dat de gemeente deze stimulans zelf inzet om de businesscase sluitend te krijgen.
16- Is er een verschil in de gevoteerde bedragen en de benodigde investeringsruimte? Zo ja: waarom is dit en is dit verschil gelijk aan de benodigde dekking die buiten collegeperiode valt zoals gesteld in brief 25bb007648? Zo nee: kunt u uitleggen hoe we de bedragen bij elkaar kunnen brengen? 17- In de brief lezen we dat er cofinanciering is, leidt deze cofinanciering conform kader vervangingsinvesteringen tot het sparen voor toekomstige kapitaalslasten? Zo ja hoe is de raad hierover geïnformeerd? 18- Loopt de gemeente met de Zeven stadsprojecten financiële en of andere risico’s? Zo ja, waar staan deze vermeld? 19- Is de nu voorgestelde bestemmingsreserve van € 12,2 miljoen volledig toereikend om de ontstane tekorten bij deze specifieke stadsprojecten te dekken? 20- Hoe zorgt u ervoor dat de risico's van dit financieringsgat niet leiden tot vertragingen in de uitvoering, zoals bij Westblaak het geval is? Omdat uiteindelijk een wethouder zich moet verantwoorden over cijfers en resultaten is risicomanagement en het sturen op cijfers waarschijnlijk een dagelijkse zaak voor u. Voor een gemeenteraad is het van belang de aannames in de begroting te controleren. Voor een raad is het zaak deze informatie te kunnen controleren en er gevoel bij te krijgen zodat duidelijk wordt dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is.
Afsluitende vragen 21- Hoe controleert u de te publiceren stukken voor de onderdelen waarvoor u verantwoordelijk bent? 22- Wilt u de commissie nog iets meegeven ten aanzien van risicomanagement en of risicoacceptatie, ook in relatie tot de beleidsnota Weerstandsvermogen en risicobeheersing Rotterdam 2022? 23- Wilt u de commissie nog iets meegeven wat in dit gesprek nog niet aan de orde is geweest?