[26bb000917] Verslag Subcommissie Bestemmingsplannen Commissie BWB 130126
Tekst van het document
Verslag van Rotterdam Subcommissie Bestemmingsplan Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte op 13 januari 2026 Aanwezig Commissieleden:
de heer D.J. van Dommelen (VVD) mevrouw A. Kockelkoren (GroenLinks) mevrouw P.J.H.D. Verkoelen (50PLUS) de heer E. Başoğlu (SP)
Voorzitter:
de heer T. de Haan
Notulen:
I. van Mourik (Notuleerservice Nederland)
1. Opening hoorzitting De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Namens de commissie bedankt hij de indieners van zienswijzen en licht toe dat deze een belangrijke rol spelen bij de besluitvorming over ontwerpbestemmingsplannen. De raadsvoorstellen met de reacties op de zienswijzen zijn opgesteld door het college en tijdens deze hoorzitting krijgen reclamanten de gelegenheid daarop te reageren. Hij legt uit dat de subcommissie na afloop van de hoorzitting advies zal uitbrengen aan de commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte, die dit weer doorgeleidt naar de gemeenteraad. 2 . Wijziging Omgevingsplan Rotterdam ten behoeve van de realisatie van H2 Conversiepark 2 Maasvlakte 2.01.01 Advisering zienswijzen Er spreken bij dit agendapunt geen reclamanten in, daarom beperkt de vergadering zich tot het uitbrengen van advies over de ingediende zienswijze aan de commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte, die dit vervolgens doorgeleidt naar de gemeenteraad. Het voorstel van het college om als volgt te adviseren bij de wijziging Omgevingsplan: • Zienswijze 1.1: gegrond verklaren • Zienswijze 1.2: ongegrond verklaren • Zienswijze 1.3 : ongegrond verklaren • Zienswijze 1.4: ongegrond verklaren • Zienswijze 1.5: gegrond verklaren De commissieleden stemmen hiermee in en geven aan geen andere zienswijzen anders te willen beoordelen.
De voorzitter stelt daarop de advisering vast en geeft aan dat het advies wordt doorgeleid naar de commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte voor de vergadering van 4 februari 2026. Voor de vervolgprocedure stelt hij voor het voorstel als hamerstuk te behandelen, waarmee de commissie instemt. 3. Ontwerpbestemmingsplan Pompenburg De voorzitter gaat verder met agendapunt 3, het ontwerpbestemmingsplan Pompenburg. Hij geeft aan dat er in totaal 21 zienswijzen zijn ingediend en dat zich 7 insprekers hebben aangemeld voor de hoorzitting. 3.01 Hoorzitting De heer Blox (inspreker) geeft aan dat de voorbereidingstijd voor de insprekers volgens hem onevenwichtig is geweest. Hij erkent de voordelen van het plan en de noodzaak van woningbouw in Rotterdam, maar stelt dat deze voordelen voor omwonenden niet opwegen tegen de nadelen van de geplande toren aan de Stroveerzijde. Als bewoner van het Heliportcomplex ervaart hij vooral problemen door de grote hoogte van het gebouw, die volgens hem leidt tot verlies van aansluiting met het centrum en juist een fysieke barrière vormt. Hij benadrukt dat zijn appartement te maken krijgt met aanzienlijk verlies aan bezonning, vrijwel volledig verlies van uitzicht en een ernstige aantasting van zijn privacy door de korte
Notulen Vergadering Subcommissie Bestemmingsplannen d.d. 13-01-2026 pagina
1
afstand tot het nieuwe gebouw. De door de gemeente gegeven weerlegging hierover acht hij niet overtuigend. Hoewel het gebouw iets is versmald, betwijfelt hij of dit de negatieve effecten voldoende beperkt. Daarnaast uit hij grote zorgen over het verdwijnen van de straat Stroveer. Dit heeft volgens hem negatieve gevolgen voor de bereikbaarheid van het Heliport-complex voor hulpdiensten en onderhoud. De voorgestelde onderhoudssleuf beschouwt hij als een slecht uitgewerkt alternatief dat kan leiden tot overlast, onveiligheid en extra onderhoudskosten. Hij plaatst vraagtekens bij handhaving, afsluiting met een hek en de bereikbaarheid voor de brandweer in noodsituaties. Verder wijst hij op het verlies van parkeerplaatsen en betwijfelt hij of het streven naar een autoluwe omgeving realistisch is. Tot slot maakt hij zich zorgen over de verkeersveiligheid en bereikbaarheid, omdat al het verkeer wordt geconcentreerd op één aansluiting aan Pompenburg. Hij verzoekt de commissie om de plannen voor de Stroveerzijde opnieuw te overwegen, met name de hoogte van de toren en het verdwijnen van de straat. Mevrouw Kooistra (inspreker) spreekt namens zichzelf en als voorzitter van de hoofdvereniging van de VvE Heliport.
Zij uit allereerst haar bezwaar tegen de korte termijn waarop de hoorzitting is georganiseerd na een lange periode van radiostilte, waardoor bewoners onvoldoende tijd hebben gehad om de stukken te bestuderen. Ze gaat in op de bezonningsproblematiek en stelt dat haar woning door de plannen RISE en Nieuw Pompenburg aanzienlijk minder zonlicht zal krijgen. Ze plaatst kanttekeningen bij de gehanteerde bezonningsstudie, met name bij de gekozen referentiedata en het gebruik van een fictieve uitgangssituatie in plaats van de huidige situatie. Ze vraagt de commissie hier kritisch naar te kijken. Daarnaast spreekt ze haar zorgen uit over de geplande verkeerssituatie op de Pompenburg, waar een verkeersplein wordt aangelegd voor de ontsluiting van de parkeergarages van Heliport en het nieuwe gebouw aan de Stroveerzijde. Volgens haar ontstaat hierdoor een onveilige en onoverzichtelijke situatie met veel verschillende verkeersstromen op een klein oppervlak, waarbij te weinig rekening is gehouden met fietsers, voetgangers en ander langzaam verkeer. Het afsluiten van de Stroveer als toegangsweg acht ze onwenselijk en problematisch voor hulpdiensten en onderhoud. Ook ze wijst op het ontstaan van een onbestemd en afgesloten gebied door het verhoogde maaiveld en de voorgestelde onderhoudssleuf, wat kan leiden tot onveiligheid en overlast.
In combinatie met het verkeersplein beschouwt ze dit als een zeer ongewenste situatie en verzoekt zij de raad hiermee niet in te stemmen en alternatieven serieus te laten onderzoeken. Tot slot pleit ze nadrukkelijk voor het schrappen van het gebouw aan de Stroveerzijde uit het plan. Volgens haar past dit gebouw stedenbouwkundig niet in de omgeving, is het disproportioneel hoog ten opzichte van de kleinschalige bebouwing van Heliport en tast het de leefkwaliteit, privacy, bezonning en het groen aan. Door het gebouw te verwijderen kan volgens haar een hoogwaardige groene ruimte behouden of ontwikkeld worden, wat zowel de stad als de bewoners ten goede komt. De heer Başoğlu (SP) vraagt beide insprekers hoe zij het participatieproces in zijn geheel hebben ervaren sinds het begin. Aan mevrouw Kooistra vraagt hij aanvullend om haar kritiek toe te lichten op het moment waarop zij de stukken heeft ontvangen. Hij wil graag horen waarom ze dit als negatief heeft ervaren en welke gevolgen dit volgens haar heeft gehad. Mevrouw Kockelkoren (GL) gaat in op het bezwaar van de heer Blox over het verdwijnen van Stroveer en de daardoor ontstane sleuf, waarbij sprake is van een afsluiting met een hek. Ze vraagt of de insprekers hebben nagedacht over mogelijke alternatieven voor deze situatie.
Ze verwijst ook naar het argument van mevrouw Kooistra dat andere verkeersdeelnemers onvoldoende in het plan zijn meegenomen. Ze wil weten of de insprekers hierover onderling hebben gesproken en of zij suggesties hebben die de commissie kan meenemen bij de verdere behandeling. De heer Van Dommelen (VVD) vraagt naar de hoogte van de Stroveertoren en wil weten welke hoogte de heer Blox acceptabel zou vinden.
Notulen Vergadering Subcommissie Bestemmingsplannen d.d. 13-01-2026 pagina
2
Mevrouw Verkoelen (50PLUS) sluit daarop aan en verwijst naar de eerdere opmerking van de heer Blox over 4 uur en 40 minuten minder bezonning per dag en de privacy problemen door de hoogte van het gebouw. Ze vraagt welke hoogte volgens hem acceptabel zou zijn om de bezonning en privacy te waarborgen. De heer Blox (inspreker) geeft over het participatieproces aan dat dit al zeer lang loopt, al voor corona. Hoewel er enkele participatiebijeenkomsten en overlegmomenten met de projectontwikkelaar zijn geweest, heeft hij sommige bijeenkomsten als chaotisch ervaren. Tijdens de coronaperiode werd een gewijzigd plan online gepresenteerd, waarna de zienswijzen werden ingediend, maar daarna bleef het bijna drie jaar stil. Hij vindt dat de gemeente in die periode proactiever had kunnen communiceren, ook al begrijpt hij dat aanvullend onderzoek tijd kost. Over de onderhoudssleuf legt hij uit dat de straat Stroveer verdwijnt, waardoor een klein verkeerspleintje ontstaat dat toegang biedt tot de parkeergarages en Pompenburg. De sleuf is later bedacht om de bereikbaarheid voor brandweer, verhuisliften en onderhoud te waarborgen. Het geplande hek moet overlast en onveilige situaties beperken, maar hij benadrukt dat dit verre van ideaal is en dat het behoud van de straat Stroveer de beste oplossing zou zijn.
Op de vraag naar een acceptabele hoogte voor het Stroveergebouw zegt hij dat het moeilijk is een exacte maat te geven. Hij wijst erop dat zijn complex 5 verdiepingen hoog is en dat een toren van 70 meter op korte afstand een grote muur vormt. Een hoogte van circa 30 meter zou volgens hem acceptabel zijn, omdat hij dan nog een stukje lucht kan zien. Ook een rij huizen op vergelijkbare hoogte als het Heliport-complex zou geen probleem zijn. Mevrouw Kooistra (inspreker) reageert op de vraag over het participatieproces en bevestigt dat zij dit, net als de heer Blox , op vergelijkbare wijze heeft ervaren. Ze benadrukt opnieuw dat de stukken zeer laat werden ontvangen, waardoor ze nauwelijks de tijd had om zich goed voor te bereiden. Ze legt uit dat ze de persberichten van de gemeente normaal via haar werk ontvangt en dat ze pas bij een onverwacht persbericht over Pompenburg doorhad dat er nieuwe informatie beschikbaar was. Over de Stroveer-sleuf geeft ze aan dat ze een alternatief idee heeft om de straat in gebruik te houden, wat volgens haar goedkoper is en ruimte laat voor een mooi parkje. De voorzitter geeft aan dat de commissieleden nu vragen aan de ambtelijke ondersteuning kunnen stellen. De heer Van Dommelen (VVD) stelt een vraag over de hoogte van de torens zoals gepland in het bestemmingsplan.
Hij geeft aan dat hij in de stukken leest dat de torens 75, 125 en 140 meter hoog worden en vraagt bevestiging of de Stroveertoren inderdaad ongeveer 74 à 75 meter hoog zal worden. Mevrouw Verkoelen (50PLUS) wil weten hoe de verschillen in hoogte precies zijn, hoeveel afstand er tussen de gebouwen zit en hoe dit zich vertaalt naar de verminderde bezonning van bijvoorbeeld 4 uur en 40 minuten op de derde verdieping. Daarnaast vraagt ze naar de situatie voor de begane grond, die volgens haar dan bijna volledig in de schaduw zou liggen. Tot slot vraagt ze hoeveel parkeerplaatsen er uiteindelijk zullen komen. De heer Başoğlu (SP) vraagt meer uitleg over het participatieproces. Hij merkt op dat bewoners ontevreden zijn over de lange duur van het proces en wil weten wat er precies is gedaan, hoe de timing van communicatie en bijeenkomsten is verlopen en hoe de korte voorbereidingstijd voor deze zitting tot stand is gekomen. De heer Van Dommelen (VVD) meldt dat hij inmiddels zelf antwoord heeft gevonden op zijn vraag over de hoogte van de Stroveertoren: volgens hem is deze 57 meter. Mevrouw Kockelkoren (GL) heeft nog een aanvullende vraag over de documentatie. Ze heeft de kaart met de bouwplekken gevonden en ziet daarbij in het grijs het deel dat voor verkeersafwikkeling is bedoeld.
Ze vraagt hoe ze dit gedeelte van Stroveer correct kan interpreteren uit de bijgevoegde documenten en of dit deel daadwerkelijk noodzakelijk is volgens het plan. Notulen Vergadering Subcommissie Bestemmingsplannen d.d. 13-01-2026 pagina
3
De heer Lakerveld (ambtelijke ondersteuning) geeft over de hoogte van de Stroveertoren aan dat deze 57 meter wordt vanaf het dak van het nieuwe park, dat zelf 3 meter hoog is, waardoor de totale hoogte vanaf het bestaande maaiveld ongeveer 60 meter bedraagt. Het verschil met de bestaande bouw, die ongeveer 20 meter hoog is, komt daarmee op circa 40 meter. De bezonning op de begane grond kan hij op dit moment niet geven, maar hij belooft hier later op terug te komen, aangezien voor de reclamanten al een analyse per verdieping is gemaakt. Over parkeerplaatsen licht hij toe dat door het opheffen van de straat Stroveer parkeerplaatsen in de openbare ruimte verdwijnen. De parkeergarages van Heliport blijven echter ongewijzigd. Bewoners zullen mogelijk elders binnen de parkeersector moeten parkeren. Het opheffen van Stroveer heeft als doel om het doorgaande verkeer langs het Heliport-complex te voorkomen en verkeer via een nieuwe aansluiting op Pompenburg naar de Stroveer-parkeergarage te leiden. Tot slot gaat hij in op de status van Stroveer in het bestemmingsplan: de weg wordt niet expliciet opgeheven in het bestemmingsplan. Het verdwijnen van de verkeersfunctie wordt geregeld via het inrichtingsplan voor de openbare ruimte van het Stroveerpark, inclusief de sleuf en nieuwe langzaam verkeerroutes. Mevrouw Jans (ambtelijke ondersteuning) licht het participatieproces toe.
Ze bevestigt dat er in december een persbericht is uitgebracht en dat het de bedoeling was dat de zienswijzeindieners tegelijkertijd de stukken en uitnodiging voor de hoorzitting zouden ontvangen. Door noodzakelijke technische aanpassingen liep dit echter niet synchroon, waardoor sommige bewoners het persbericht eerst in de krant lazen en pas later de officiële brief thuis ontvingen. De heer Başoğlu (SP) vraagt waarom het proces zo’n drie jaar heeft geduurd. Mevrouw Jans (ambtelijke ondersteuning) legt uit dat de meeste zienswijzen in het voorjaar van 2023 zijn ingediend en dat sindsdien veel tijd is gegaan zitten in het aanpassen en opnieuw uitvoeren van milieuonderzoeken, vooral naar aanleiding van de ingediende zienswijzen. Ze benadrukt dat de geluidsproblematiek veel aandacht vroeg en dat door veranderingen in andere plannen, zoals het inmiddels vastgestelde bestemmingsplan RISE, veel eerdere aannames niet meer geldig waren. Daardoor moesten ook andere onderzoeken worden aangepast, zoals verkeers- en geluidsstudies, wat een sneeuwbaleffect veroorzaakte en veel extra tijd kostte. De heer Van Velzen (inspreker) spreekt namens bewoners van de Provenierswijk en uit grote zorgen over het participatieproces en de bezonningstudies.
Hij merkt op dat hij zelf nooit persoonlijk is uitgenodigd voor participatie rond het Pompenburg-plan, alleen de wijkraad werd geïnformeerd, en dat de plannen al sinds 2018 lopen. Hij stelt dat de zogeheten Provenierswijkregel onterecht niet wordt toegepast, terwijl het bestemmingsplan Pompenburg deels het bestemmingsplan Provenierswijk-Bentincklaan 2015 overlapt. Hij bespreekt de methodiek van het bezonningsonderzoek kritisch. Hij legt uit dat in het Peutzonderzoek de bestaande torens van RISE, Tree House en Schiekadeblok als autonoom worden meegenomen, wat betekent dat zonafname door deze gebouwen niet zichtbaar wordt gemaakt voor bewoners of de raad. Hierdoor wordt de totale impact op bezonning van alle hoogbouw systematisch onderschat. Ook hoger gelegen woningen worden volgens hem onvoldoende meegenomen, terwijl een toren van circa 60 meter naast de Heliport-gebouwen aanzienlijke zonafname en schaduw veroorzaakt. Verder uit hij kritiek op het afwegingskader van 2 uur zon per woning: dit wordt volgens hem te simplistisch gehanteerd en houdt geen rekening met de daadwerkelijke situatie op 21 december, het dieptepunt van de winterzon. Hij wijst erop dat de gemeente bewoners feitelijk opdraagt hun schade zelf te documenteren bij meerdere ontwikkelaars om eventuele compensatie te kunnen claimen, wat hij onaanvaardbaar vindt.
Tot slot benadrukt hij dat het Pompenburg-plan volgens hem niet voldoet aan goede ruimtelijke ordening, vooral vanwege de geplande toren langs Stroveer die veel hoger is dan de bestaande Heliport-verdiepingen. Hij stelt dat er alternatieve locaties zijn voor de bouwmassa waarmee het volume van het plan behouden kan blijven zonder zo’n nadelige impact op bezonning en leefkwaliteit. Mevrouw Van den Broek (inspreker) spreekt namens zichzelf en een aantal bewoners, en heeft kritiek op zowel de procedure als de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan Pompenburg. Ze Notulen Vergadering Subcommissie Bestemmingsplannen d.d. 13-01-2026 pagina
4
begint met de procedurele kant: volgens haar zijn bewoners en insprekers veel te laat geïnformeerd en hebben ze onvoldoende tijd gekregen om de enorme hoeveelheid documenten te bestuderen. Zo gaat het om 22 nieuwe onderzoeken en een nota van zienswijzen van 127 pagina’s die vlak voor kerst werden verspreid. Dit, in combinatie met de korte voorbereidingstermijn voor de hoorzitting, leidt ertoe dat bewoners hun controlerende en participerende rol niet goed kunnen vervullen. Ze hekelt de werkwijze van de gemeente, die volgens haar bewoners overspoelt met besluiten en stukken. Ze stelt dat hierdoor democratische rechten en zorgvuldige besluitvorming worden ondermijnd. Daarom verzoekt zij de commissie om het plan opnieuw te publiceren, met een zorgvuldig participatieproces en een budget voor onafhankelijk onderzoek naar de belangrijkste milieueffecten, zoals bezonning, geluid en verkeer. Wat betreft bezonning benadrukt ze dat de geplande torens veel hoger zijn dan eerder afgesproken: de toren aan de Schiekade zou 125 meter worden en die aan het Hofplein 140 meter, terwijl eerdere plannen aanzienlijk lagere bouwhoogtes voorzagen. Dit leidt ertoe dat de ochtendzon in Provenierswijk-Oost 9 maanden per jaar vrijwel volledig verdwijnt.
Bovendien wordt volgens haar het cumulatieve effect van andere projecten, zoals Tree House en Schiekadeblok, niet onderzocht, en wordt de zogenaamde Provenierswijkregel niet toegepast. Ook heeft ze grote zorgen over het verkeer. Volgens haar klopt het verkeersonderzoek voor de Provenierswijk niet. Verboden routes worden meegenomen, belangrijke wegen en kruispunten ontbreken in de analyse, en hierdoor ontstaat een onveilig verkeersklimaat. Het gevolg is een aanzienlijke toename van autoverkeer, parkeerproblemen, geluidsoverlast en verminderde luchtkwaliteit, wat de leefomgeving van bewoners ernstig belast. Daarnaast wijst ze op tekortkomingen in het geluidsonderzoek. Het rapport houdt geen rekening met de cumulatie van andere bouwprojecten en reflecties van geluid, en ze stelt dat het vermeende verlagen van het geluidsproductieplafond voor treinverkeer volgens ProRail niet heeft plaatsgevonden. Hierdoor kan het plan volgens haar juridisch niet worden vastgesteld. Al deze elementen samen brengen volgens haar het ontwerpbestemmingsplan in een situatie waarin het plan noch procedureel noch inhoudelijk zorgvuldig is voorbereid. Ze concludeert dan ook dat het plan in deze vorm niet kan worden goedgekeurd en dringt aan op een herpublicatie met een gedegen participatieproces en onafhankelijke toetsing van de milieueffecten.
De heer Van Dommelen (VVD) vraagt aan de heer Van Velzen om uitleg over de bezonningsproblematiek verder van de Stroveer-toren, zoals bij de Proveniersplein en Provenierssingel, omdat hij het effect daar minder goed kan inschatten. Mevrouw Verkoelen (50PLUS) vult aan dat het structurele bezonningsprobleem ook speelt in gebieden rond RISE en dat alternatieve methodieken wellicht meer inzicht geven, maar dat de kern blijft dat hoogbouw altijd zonuren wegneemt. Ze vraagt de heer Van Velzen hoe dit opgelost kan worden en merkt daarbij op dat het verkeersaspect, zoals door mevrouw Van den Broek genoemd, tijdelijk lijkt en daarom minder urgent is. De heer Van Dommelen (VVD) verwijst naar eerdere discussies over ZOHO, waar torens van 70 meter stonden, terwijl nu een toren van 140 meter wordt gepland. Hij vraagt zich af hoe dit verschil precies doorwerkt op de bezonning bij het Proveniersplein en merkt op dat hij daardoor moeilijk kan inschatten waar het bezonningsprobleem precies ontstaat. Hij wil graag een scherper beeld krijgen van de exacte locaties en omvang van het probleem. Mevrouw Kockelkoren (GL) stelt een vraag aan de heer Van Velzen over het bezonningsonderzoek. Ze begrijpt dat hij bezwaar maakt tegen de methode waarbij de afname van zonuren wordt gemeten ten opzichte van een fictieve situatie met alle nieuwe torens erin, in plaats van de huidige situatie.
Ze probeert te begrijpen waarom hij dat als problematisch ervaart, aangezien het volgens haar juist een eerlijker beeld geeft van de cumulatieve effecten van alle torens en de toekomstige situatie. Ten slotte vraagt ze naar het geluid. Mevrouw Van den Broek meldde dat in het bestemmingsplan staat dat het geluidsreductieplafond van ProRail verlaagd moet worden, maar dat dit volgens haar nog niet is gebeurd. Ze vraagt hoe mevrouw Van den Broek aan deze informatie komt, aangezien het nog niet in het bestemmingsplan lijkt te zijn verwerkt.
Notulen Vergadering Subcommissie Bestemmingsplannen d.d. 13-01-2026 pagina
5
De heer Van Velzen (inspreker) legt uit dat de Provenierswijk altijd beïnvloed wordt door het plan Pompenburg. Hij wijst erop dat al sinds 2008 verschillende plannen in het gebied worden ontwikkeld, waarbij 3D-modellen bestaan van toekomstige ontwikkelingen. Volgens hem wordt het overzicht van milieuschade en zonafname echter nooit getoond aan bewoners of de raad. Over hoogbouw zegt hij dat het op zich mogelijk is, maar dat je verstandige uitgangspunten moet hanteren. Bij RISE zijn bijvoorbeeld woningen ontstaan die vooral door investeerders gekocht worden, wat niet aansluit bij de Rotterdamse Woonvisie. Hoogbouwplannen moeten volgens hem rekening houden met het welzijn van bewoners, inclusief geluidsoverlast en zonlicht. Over de methode van het bezonningsonderzoek geeft hij aan dat de gemeentelijke norm van 2 uur zon op 21 september niet volledig rechtvaardig is. Hij stelt dat de afname van zonuren weliswaar wordt gemodelleerd inclusief andere goedgekeurde torens, maar dat de impact op de totale zonuren onvoldoende wordt weergegeven. Volgens hem zouden er duidelijke randvoorwaarden moeten zijn, bijvoorbeeld een maximale afname van 3 uur zon per woning. Specifiek over Stroveer wijst hij op het Heliport-complex, waar een hoge toren wordt gepland pal voor lagere woningen, gecombineerd met een smalle straat die verkeer moet afwikkelen.
Hij stelt dat dit stedenbouwkundig een slecht plan is en dat de gemeente en ontwikkelaar niet verstandig omgaan met de situatie. Mevrouw Van den Broek (inspreker) legt uit dat het verkeersonderzoek rond Pompenburg en Schiekade ontoereikend is. De Schiekade is de hoofdtoevoerweg naar het centrum, en alle auto’s vanuit nieuwe torens zoals Pompenburg en Schiekadeblok rijden daar langs. In de onderzoeken worden echter alleen parkeerplaatsen van de torens zelf meegenomen, terwijl veel bewoners gebruikmaken van externe parkeerplaatsen in het centrum. Daardoor worden veel verkeersbewegingen niet meegenomen, wat leidt tot onderschatting van verkeersdrukte, geluidsoverlast en vervuiling in de Provenierswijk. Volgens haar leidt dit ook tot onveilige situaties, omdat routes zoals de Proveniersstraat door automobilisten als snelste route naar de snelweg worden gebruikt, maar niet in het onderzoek zijn meegenomen. Ook over bezonning merkt ze op dat de Peutz-onderzoeken een onnauwkeurige methode hanteren, waarbij de afname van zonuren kunstmatig op nul wordt gezet door te werken met bouwenveloppen. Hierdoor wordt de werkelijke impact van de torens op de ochtendzon in de Provenierswijk en Agniesebuurt niet zichtbaar, terwijl bewoners in werkelijkheid negen maanden per jaar schaduw ervaren. Dit heeft gevolgen voor gezondheid, leefomgeving en energiekosten.
Wat geluid betreft, wijst ze op de cumulatie van spoor- en bouwgeluiden. De geplande torens rondom Pompenburg creëren een kathedrale akoestiek, waarbij piekgeluiden boven de tachtig decibel ontstaan. Ze stelt dat het college stelt dat het geluidproductieplafond is verlaagd, maar volgens ProRail en ministeriële brieven is dat niet gebeurd bij het spooremplacement in Rotterdam-Centrum. Dit betekent dat woningen een te hoge geluidsbelasting krijgen, wat onleefbaar is en schadelijk voor de gezondheid, mede door reflecties van geluid van de torens. De voorzitter geeft aan dat de commissieleden nu vragen aan de ambtelijke ondersteuning kunnen stellen. Mevrouw Verkoelen (50PLUS) stelt twee vragen. Ten eerste vraagt ze naar de betrokkenheid van de wijkraad Provenierswijk in dit traject en vraagt of zij wel of niet actief betrokken geweest bij het plan Pompenburg. Ten tweede vraagt ze of de verkeersbewegingen in de Provenierswijk volledig zijn meegenomen, of, zoals mevrouw Van den Broek stelt, het onderzoek daar gestopt is en de impact op de hele wijk niet in kaart is gebracht? Mevrouw Kockelkoren (GL) vraagt naar het geluidsreductieplafond van ProRail. Ze wil weten of dit plafond daadwerkelijk een voorwaarde is voor het bestemmingsplan, of er overleg met ProRail heeft plaatsgevonden, en of ProRail heeft bevestigd dat dit plafond op deze locatie gerealiseerd kan worden.
Mevrouw Jans (ambtelijke ondersteuning) legt uit dat de betrokkenheid van de wijkraad Provenierswijk beperkt is geweest. Er is één bijeenkomst georganiseerd voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage ging, waar drie wijkraden waren uitgenodigd, Centrum, Provenierswijk en Agniesebuurt, en waar drie mensen aanwezig waren. Voor de vaststelling van Notulen Vergadering Subcommissie Bestemmingsplannen d.d. 13-01-2026 pagina
6
het bestemmingsplan is nogmaals gevraagd of de wijkraden schriftelijk wilden reageren, maar dat werd niet meer nodig geacht. Wat betreft het geluidsproductieplafond legt ze uit dat er een lang traject is geweest met ProRail en de gemeente Schiedam om het plafond voor dit spoortraject te verlagen. Uiteindelijk heeft het ministerie van Economische Zaken besloten dat het plafond is verlaagd. Dit plafond is meegenomen in de cumulatieve geluidsberekeningen voor de wijk, waardoor de geluidsbelasting vanuit het spoor lager uitvalt. Mevrouw Kockelkoren (GL) vraagt of het besluit over het verlaagde geluidsproductieplafond bij de stukken te vinden is en of het voor bewoners navolgbaar is. Mevrouw Jans (ambtelijke ondersteuning) legt uit dat het besluit voor iedereen te volgen is, onder andere via de website of de besluitenlijst van overheid.nl. Mevrouw Verkoelen (50PLUS) merkt op dat het besluit weliswaar te vinden is, maar wil weten of het specifiek aan dit project gekoppeld kan worden. Mevrouw Jans (ambtelijke ondersteuning) bevestigt dat er een specifiek besluit voor deze locatie is genomen en biedt aan dit toe te sturen. De heer Lakerveld (ambtelijke ondersteuning) licht toe dat het verkeer door de Provenierswijk wel is meegenomen in het onderzoek.
Het aparte verkeersonderzoek laat zien dat er een klein aantal verkeersbewegingen over de Walenburgweg gaat, terwijl andere wegen geen verkeer laten zien. Dat komt omdat het verkeersmodel daar geen verkeer voorspelt. De wegen zijn dus meegenomen in het onderzoek, maar er rijdt volgens het model nauwelijks verkeer overheen. De heer Beumer (inspreker) spreekt namens twee bewoners van de Stroveer en schetst hun zorgen over het ontwerpbestemmingsplan Pompenburggebied. Hij benadrukt dat het bezwaar zich vooral richt op hun directe omgeving, niet aan de andere kant van het spoor. Zijn beeld is dat het plan, met maximaal 1.100 woningen, de belangen van huidige bewoners ernstig onder druk zet. Hij licht toe dat hoewel men begrip heeft voor de woningnood, het maximaliseren van het aantal woningen ten koste gaat van leefbaarheid. Zo wordt de Stroveer letterlijk beklemd door een nieuw gebouw, waardoor groen, parkeerplaatsen en wegen ingrijpend moeten worden aangepast. De woningen aan Stroveer verliezen ruim 20 procent zonlicht, terwijl de parkeerdruk al hoog is. Hij stelt voor om het aantal woningen te beperken, zodat het gebied leefbaar blijft en de stedenbouwkundige overgang niet verandert in een steile wand, maar harmonieuzer aansluit op de omgeving.
Hij uit ook zorgen over de participatie en het proces: het inrichtingsplan wordt nu grotendeels losgelaten aan de ontwikkelaar, waardoor bewoners weinig tot geen invloed hebben op de nadere uitwerking. Hij vraagt zich af of er nog mogelijkheden voor bezwaar of beroep bestaan, of dat bewoners dit moeten accepteren zoals het wordt voorgesteld. Tot slot heeft hij een technische vraag over de stikstofberekening, waarin alleen dieselvoertuigen zijn meegenomen, terwijl hij vindt dat er juist energieneutraal gewerkt zou moeten worden in de binnenstad. De heer Powell (inspreker) spreekt namens BIRD en legt uit hoe de gebiedsontwikkeling rondom hun locatie hen raakt op menselijk, financieel en emotioneel vlak. Hij benadrukt dat zij voor ontwikkeling en woningbouw zijn, maar dat het proces hen zorgen baart. Na anderhalf jaar stilte ligt er plotseling een plan dat onvoldoende ingaat op eerder ingediende zienswijzen, waardoor veel knelpunten en vragen onbeantwoord blijven. Volgens hem leidt dit tot onzekerheid, stress en juridische kosten voor de organisatie, en dreigt het plan uiteindelijk tot veel klachten bij de DCMR te leiden. Hij wijst erop dat BIRD een plek is die voelt als een thuishaven, een veilige, sociale omgeving voor medewerkers en bezoekers. Jaarlijks komen zo’n 150.000 mensen op de clubavonden, live programmering, het restaurant en de Garden.
De ontwikkeling bedreigt deze plek: de juridische kosten lopen op, de bedrijfsvoering komt onder druk te staan en de organisatie dreigt financieel en operationeel te verliezen. Notulen Vergadering Subcommissie Bestemmingsplannen d.d. 13-01-2026 pagina
7
Daarnaast is het gemeentelijk geluidsonderzoek volgens hem eenzijdig en incompleet, omdat het onvoldoende rekening houdt met meerdere geluidsbronnen en bezoekersstromen. Het plan lijkt de realiteit van een levendige stad te negeren: mensen die ’s avonds en ’s nachts aankomen en vertrekken, taxi’s, fietsen en sociale interacties. Ook het verlies van kleine, informele plekken zoals moestuinen, veldjes en ontmoetingsplekken ziet hij als een groot probleem. Volgens hem draagt deze verstening bij aan een stad die steeds stiller, duurder en minder leefbaar wordt, waarbij cultuur en sociale functies worden verdrongen door woningen. Hij wijst erop dat 60 procent van de bezoekers van buiten Rotterdam komt, en dat zij economisch en cultureel bijdragen aan de stad. Hij vraagt of Rotterdam een stad wil zijn die cultuur beschermt en meeneemt in ontwikkeling, of een stad waar cultuur en ondernemerschap langzaam verdwijnen voor vierkante meters woningen? Hij pleit ervoor het plan niet goed te keuren, terug te sturen naar de tekentafel en een proces te volgen dat bestaande cultuur en ondernemerschap respecteert, zodat ontwikkeling menselijk en leefbaar blijft voor bewoners, makers en ondernemers. Mevrouw Verkoelen (50PLUS) wil verduidelijking over het vervolg van het inrichtingsplan en of daar nog invloed op uit te oefenen is.
Mevrouw Kockelkoren (GL) vraagt de heer Powell om meer uitleg over zijn reactie op het plan rondom BIRD. Ze geeft aan dat uit de ambtelijke beantwoording blijkt dat de gemeente inspanningen levert om BIRD te behouden, de exploitatiemogelijkheden niet te beperken en tegelijkertijd nieuwe woningen mogelijk te maken. Ze merkt op dat het begrijpelijk is dat het lastig is om die functies te combineren en dat er bij BIRD angst bestaat dat klachten van nieuwe bewoners een bedreiging vormen voor het poppodium. Ze vraagt hoe hij deze ambtelijke inspanningen beoordeelt en waarom hij desondanks concludeert dat het plan niet uitvoerbaar is en hij daarom wil dat het bestemmingsplan niet wordt goedgekeurd. De heer Van Dommelen (VVD) vraagt de heer Powell om verduidelijking over zijn bezwaar tegen het bestemmingsplan. Hij erkent dat de impact op BIRD groot is en dat overlast bij ontwikkeling onvermijdelijk is. Hij wil begrijpen waarom BIRD nog problemen ervaart, terwijl volgens hem het geluidsprobleem via de nieuwbouw zou worden opgelost. Ook vraagt hij naar Garden, omdat hij begrepen had dat dit een tijdelijke locatie was die elk jaar verlengd werd, en naar het pleidooi voor behoud van groen, omdat er volgens hem met het Hofbogenpark juist extra groen komt.
Mevrouw Kockelkoren (GL) vraagt de heer Powell om toe te lichten wat de financiële impact is van de juridische kosten die BIRD nu en de komende vier jaar moet maken. Ze wil weten hoe dit de huidige bedrijfsvoering beïnvloedt en welke gevolgen dit kan hebben voor de toekomst van de onderneming. De heer Powell (inspreker) legt uit dat hun bezwaar niet tegen ontwikkeling is, maar tegen het proces. Ze voelen zich onvoldoende gehoord. Anderhalf jaar lang krijgen ze nauwelijks informatie en het is onduidelijk wat er inhoudelijk met hun zienswijze gebeurt. Daardoor ontstaat het gevoel dat er over hen gesproken wordt in plaats van met hen. Hij benadrukt dat het geluidsonderzoek en andere overwegingen naar hun idee onvoldoende rekening houden met de werkelijkheid, bijvoorbeeld de drukte bij BIRD ’s nachts. Ook de tijdelijke aard van de Garden speelt mee in de optelsom van problemen. Door nieuwe ontwikkelingen kan het terras van BIRD geen zonlicht meer krijgen, komen er klachten van buurtbewoners en ontstaat een onwerkbare situatie. Om zich te beschermen, zijn ze genoodzaakt veel geld te besteden aan juridische ondersteuning, omdat ze anders niet kunnen reageren op onderzoeken en besluiten van de gemeente. Deze kosten zijn noodzakelijk om hun belangen te waarborgen en het proces enigszins te beïnvloeden.
De voorzitter geeft aan dat de commissieleden nu vragen aan de ambtelijke ondersteuning kunnen stellen.
Notulen Vergadering Subcommissie Bestemmingsplannen d.d. 13-01-2026 pagina
8
Mevrouw Verkoelen (50PLUS) vraagt de ambtenaren om het verdere traject uit te leggen en aan te geven welke mogelijkheden er nog zijn voor bewoners en betrokkenen om invloed uit te oefenen op de uitwerking van het plan. De heer Van Dommelen (VVD) stelt twee vragen over BIRD. Ten eerste wil hij weten hoe wordt omgegaan met het vertrekkende publiek, zoals de jongeren die BIRD verlaten, zodat er geen ongewenste situaties ontstaan zoals bij het Stadhuisplein. Ten tweede vraagt hij naar de integrale aanpak van alle horecagelegenheden in het gebied. Hij wil weten of er rekening is gehouden met het geheel van horeca, zodat oplossingen voor BIRD niet leiden tot overlast bij andere horecazaken en het probleem dus verplaatst wordt in plaats van opgelost. Mevrouw Kockelkoren (GL) verwijst naar de periode van anderhalf jaar radiostilte en de korte tijd om te reageren, waardoor het gevoel bestaat dat de ondernemer niet serieus is genomen. Ze wil weten wat er in de komende weken concreet gaat gebeuren qua gesprekken, omdat het gevoel bestaat dat de wensen van beide kanten nog niet bij elkaar zijn gebracht. Voor haar als raadslid en voor de gemeente is het belangrijk dat een zittende ondernemer wordt meegenomen in de toekomstvisie voor het gebied en dat er op een goed moment constructief overleg plaatsvindt. Mevrouw Jans (ambtelijke ondersteuning) licht het participatieproces toe.
Ze legt uit dat de gemeente dit zorgvuldig uitvoert met veel betrokkenheid van bewoners. Soms gebeurt dit via werkgroepen, andere keren via informatieavonden. Het proces begint met het opstellen van een programma van eisen dat met de buurt en wijkraden wordt besproken, gevolgd door een inrichtingsplan dat eveneens met belanghebbenden wordt besproken. Voor Pompenburg gaat het om meerdere inrichtingsplannen: één voor de totale inrichting van het gebied en afzonderlijke plannen gekoppeld aan de diverse bouwprojecten. Elk bouwplan moet ervoor zorgen dat de omgeving bij oplevering gereed is. Ook het park krijgt een apart inrichtingsplan, en voor de verkeersknoop bij Stroveer worden voorbereidingen getroffen. Mevrouw Verkoelen (50PLUS) merkt op dat de betrokkenheid van de wijkraad vaak beperkt is, wat het participatieproces voor bewoners frustreert. Ze vraagt of er een oplossing wordt gezocht wanneer wijkraden niet actief meedoen en of het traject dan meer direct op bewoners kan worden afgestemd, zeker gezien de komende verkiezingen en wisselingen binnen wijkraden. Mevrouw Jans (ambtelijke ondersteuning) geeft aan dat participatie niet alleen via de wijkraden verloopt, maar vooral met de direct belanghebbende bewoners. Waar mogelijk combineert de gemeente dit met ondernemers, betrokken partijen en nieuwe bewoners.
Over de vervolggesprekken met BIRD vertelt ze dat er de komende weken afspraken gemaakt worden over het vervolg van het bestemmingsplan. Daarbij zal veel aandacht zijn voor de ruimtelijke inpassing, bezoekersstromen, fietsparkeerplaatsen en andere praktische zaken om te komen tot een goed plan voor het gebied. De heer Lakerveld (ambtelijke ondersteuning) legt uit dat het akoestisch onderzoek rekening houdt met bezoekersstromen van BIRD, bijvoorbeeld mensen die ’s nachts naar binnen of buiten gaan. Hiervoor maakt het bureau bepaalde aannames op basis van expertise. Deze bezoekers veroorzaken geluid, net als mensen op omliggende terrassen, wat de etmaalwaarde van 65 dB(A) kan benaderen. Om dit te beperken, moeten woningen volgens het bestemmingsplan zo geïsoleerd worden dat bij gesloten ramen niets van het stemgeluid of muziek binnen te horen is. Alleen bij open ramen ervaren bewoners nog geluidsoverlast. Het onderzoek gaat er in eerste instantie van uit dat alleen BIRD luide muziek produceert en dat bij andere horeca de ramen en deuren gesloten blijven. Dudok, eigenaar van de Hofbogen, ziet dit anders, omdat bestaande en nieuwe horeca daar mogelijk ook met open ramen exploiteert en achtergrondmuziek produceert. Dat kan cumulatief geluid opleveren voor de nieuwe torens.
De gemeente is nog in overleg met Dudok om dit inzichtelijk te maken en te bepalen of aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals extra isolatie. Verwacht wordt dat BIRD het maatgevende geluidsniveau blijft, maar de exacte effecten worden nog onderzocht en later in de commissie BWB teruggekoppeld.
Notulen Vergadering Subcommissie Bestemmingsplannen d.d. 13-01-2026 pagina
9
Mevrouw Kockelkoren (GL) benadrukt dat de geluidssituatie van BIRD en de gemaakte afspraken daarover maatgevend zijn voor het bestemmingsplan. Ze stelt dat dit helder moet zijn voordat de raad een besluit kan nemen, omdat zij anders geen weloverwogen afweging kan maken. Ze vraagt welke stappen in de komende periode nog nodig zijn en hoeveel tijd er nodig is om hierover duidelijkheid te krijgen. De heer Lakerveld (ambtelijke ondersteuning) legt uit dat het bestemmingsplan vooralsnog uitgaat van de geluidbelasting van BIRD, berekend op basis van de door BIRD aangeleverde gegevens, met een maximale etmaalwaarde van 71 decibel. Hij erkent dat het een terechte vraag is of deze maatgevende waarde ook geldig blijft als de geluidbelasting in de toekomst verandert, bijvoorbeeld door andere horeca. Voor die andere horeca moet eerst worden onderzocht wat hun daadwerkelijke geluidsbijdrage is. Het is goed mogelijk dat, afhankelijk van die uitkomsten, voor de andere horeca een vergelijkbare isolatieregeling wordt opgenomen zoals nu voor BIRD geldt. Hij benadrukt dat dit eerst zorgvuldig onderzocht wordt en dat daar later terugkoppeling over volgt. De vertegenwoordiger van Van Doorne N.V. (inspreker), spreekt in namens Dudok.
Als eigenaar en ontwikkelaar van het Hofbogengebouw, benadrukt hij dat zij zeker niet tegen woningbouw zijn, maar dat het huidige bouwplan nog onvoldoende doordacht is en daarom op dit moment problematisch wordt bevonden. Hij deelt de zorgen van eerdere insprekers, waaronder BIRD, over het participatieproces, dat volgens hem te lang stil heeft gelegen en waarbij veel rapporten plotseling, vlak voor de feestdagen, beschikbaar kwamen. Een belangrijk aandachtspunt voor Dudok is de geluidssituatie. Hoewel er in het plan veel aandacht is voor BIRD, vindt Dudok dat de cumulatieve geluidseffecten van alle horecaondernemingen in de omgeving onvoldoende zijn meegenomen. Ook het gebruik van isolatie als oplossing betekent dat bewoners continu ramen dicht moeten houden, wat het woon- en leefklimaat beperkt. Dudok vraagt zich af of het verstandig is om een groot woongebouw zo dicht bij bestaande panden te realiseren, zonder dat de totale geluidsbelasting goed inzichtelijk is. Daarnaast wijst Dudok op de bezonning. Volgens hen leidt de gehanteerde referentiedatum uit de Hoogbouwvisie van 2011 tot een scheve vergelijking. Het plan veronderstelt dat gebouwen al een bepaalde schaduw veroorzaken die in werkelijkheid niet bestaat, waardoor een verkeerd beeld ontstaat van de toekomstige impact op zonlicht en leefomgeving.
Hierdoor dreigen panden zoals BIRD en de Hofbogen hun huidige ideale situatie met veel zonlicht te verliezen. Verder wijst Dudok op praktische en stedenbouwkundige kwesties. Het Hofbogenpark en de parkeersituatie zijn nu goed georganiseerd, maar door de nieuwe bouwplannen dreigen deze voorzieningen te worden beperkt. De toegang tot het park en het windklimaat kunnen verslechteren, terwijl de samenwerking tussen gemeente en Dudok bij de realisatie van het park en de ontwikkeling erboven cruciaal blijft. Dudok waarschuwt dat als de verschillende plannen van de gemeente niet goed op elkaar worden afgestemd, dit kan leiden tot een plan dat zowel stedenbouwkundig als functioneel tekortschiet. De heer Van Dommelen (VVD) vraagt de inspreker of zij op zich voor de ontwikkeling zijn, of dat zij juist tegen de hele ontwikkeling zijn. Hij wil weten of hun standpunt inhoudt dat het project helemaal niet mag plaatsvinden, of dat het volgens hen op een andere, beter doordachte manier moet gebeuren. Mevrouw Kockelkoren (GL) vraagt aan Dudok om twee zaken te verduidelijken. Ten eerste wil ze meer uitleg over de zogenaamde schijnvergelijking bij de bezonning, waarbij in het bestemmingsplan een referentiegebouw wordt gebruikt dat al schaduw zou creëren. Ze begrijpt de zorgen over de afname van zonlicht, maar wil weten waarom dit als referentie wordt genomen en hoe dat de beoordeling beïnvloedt.
Ten tweede vraagt ze naar de relatie tussen het Hofbogenpark en de horeca eronder. Ze wil weten of Dudok denkt dat de plannen voor het park en de horeca elkaar kunnen frustreren, of dat het mogelijk is om beide plannen goed naast elkaar te realiseren. Mevrouw Verkoelen (50PLUS) vraagt aan Dudok hoe het zit met de uitbreidingsplannen die hij noemt, zoals grotere ruimtes en terrassen op het dakterras. Ze vraagt of dit überhaupt vergund Notulen Vergadering Subcommissie Bestemmingsplannen d.d. 13-01-2026 pagina
10
is op dit moment, want als er nu niet gebouwd wordt, kunnen deze uitbreidingen volgens haar mogelijk niet gerealiseerd worden. Daarnaast wil ze weten of Dudok ook nu al problemen met geluid ervaart, zelfs als de uitbreiding niet doorgaat, of dat die geluidsproblemen alleen spelen bij de geplande uitbreiding. Van Doorne N.V. (inspreker) legt uit dat er twee scenario’s zijn voor de horeca op het Hofbogengebouw en het dakterras. Ten eerste is er de planologisch bestaande situatie, waarin horecafuncties op de plint en terrassen op het dak al vergund zijn, ook al zijn die nog niet gerealiseerd. Geluid uit deze bestaande horeca kan bij open deuren al zorgen voor een aanzienlijke geluidsbelasting, vooral cumulatief met andere horecapanden in de omgeving. Het tweede scenario betreft de geplande uitbreiding bovenop het gebouw, waar Dudok met de gemeente over in overleg is. Hierbij gaat het om het toevoegen van een nieuw volume boven het rijksmonument, inclusief horecavestigingen aan de westkant, die deel uitmaken van het Hofbogenpark. Ook hier geldt dat geluid via open wanden en terrassen naar buiten kan stromen. Van Doorne benadrukt dat men het nog oneens is over hoe de gemeente dit geluid berekent en dat dit momenteel verder wordt onderzocht. Beide scenario’s vormen de basis voor de huidige geluidsonderzoeken, omdat ze realistisch de toekomstige situatie van het gebied weergeven.
Mevrouw Verkoelen (50PLUS) vat samen dat Van Doorne eigenlijk aangeeft dat het geluidprobleem waar Dudok nu zorgen over heeft, betrekking heeft op toekomstige wensen en uitbreidingen, terwijl veel van wat zij willen al planologisch vergund is. Met andere woorden: het conflict ontstaat vooral als er een nieuw gebouw of uitbreiding wordt gerealiseerd, maar het bestaande bestemmingsplan staat al toe dat veel van deze functies plaatsvinden. Van Doorne N.V. (inspreker) legt uit dat het bestemmingsplan al bouwmogelijkheden kent, maar dat Dudok daarnaast een aanvraag heeft lopen voor een extra ontwikkeling van ongeveer 8.000 m² BVO bovenop het bestaande gebouw. Daarin komen onder andere horecavoorzieningen met terrassen op de eerste verdieping, waarvoor nog een planologische procedure moet worden doorlopen. Dit is een wens van Dudok, geen vergund plan. Hij benadrukt dat er een potentieel conflict ontstaat tussen de plannen: het Hofbogenpark is al stevig ontwikkeld en een hoog gebouw van 140 meter op korte afstand zou zorgen voor schaduw en windoverlast, waardoor het verblijfsklimaat op het park sterk wordt aangetast. Het gaat dus niet om tegen zijn van ontwikkeling, maar om het garanderen dat twee ontwikkelingen naast elkaar kunnen bestaan zonder elkaar te hinderen.
Hij geeft aan dat voldoende afstand tussen gebouwen, een goed bezonnings- en windklimaat en beheersbare geluidsniveaus essentieel zijn om negatieve effecten voor bestaande ondernemers te voorkomen. Mevrouw Kockelkoren (GL) vraagt om concreter aan te geven waar de knelpunten tussen de twee plannen zitten. Ze wil duidelijkheid over welk specifiek gebouw en welke afstand hij bedoelt als hij zegt dat iets meer afstand tussen de gebouwen de problemen kan verlichten. Van Doorne N.V. (inspreker) licht toe dat het knelpunt ligt bij de Raampoortstraat, waar aan de westkant twee torens gepland zijn. Vooral de hoge toren dicht bij de westgevel van de Hofbogen vormt het probleem. In de hoekgevel boven 30 meter, de zogenaamde Rotterdamse lagen, vangt het meeste geluid van de horecavestigingen, wat maatgevend is voor de exploitatie en de akoestische situatie knelt. Hij legt uit dat als die toren of de woonfuncties vervangen worden door bijvoorbeeld een hotel, het probleem veel minder wordt. Ook helpt het om de afstand tussen de gebouwen te vergroten: hoe groter de afstand, hoe lager de akoestische belasting. Bovendien zorgt meer afstand of een kleiner bouwvolume ervoor dat de horecaterrassen van BIRD langer in de zon liggen. Daarom pleit hij voor een iets grotere afstand tussen de gebouwen of een iets kleiner bouwvolume.
De voorzitter geeft aan dat de commissieleden nu vragen aan de ambtelijke ondersteuning kunnen stellen. Mevrouw Kockelkoren (GL) vraagt of suggesties van omwonenden en betrokken partijen, zoals het vergroten van de afstand tussen gebouwen of het verkleinen van het bouwvolume om de exploitatie van bestaande partijen zoals Dudok te vergemakkelijken en het Hofbogenpark minder te belasten, zijn meegenomen in de besluitvorming. Notulen Vergadering Subcommissie Bestemmingsplannen d.d. 13-01-2026 pagina
11
De heer Lakerveld (ambtelijke ondersteuning) antwoordt dat het voorstel om de bebouwing verder van de Hofbogen af te plaatsen hier voor het eerst wordt genoemd en dat dit niet eerder in overleggen met Dudok aan de orde is gekomen, en dus ook niet is meegenomen in het plan. De heer Van de Ree (ambtelijke ondersteuning) legt uit dat er een uitgebreid windonderzoek is uitgevoerd, te vinden in bijlage 6, met duidelijke visualisaties van het windklimaat op de Hofbogen. Volgens hem is dit onderzoek zorgvuldig gedaan, afgestemd op de plannen van de gemeente, en tot nu toe zijn de resultaten betrouwbaar gebleken. Hij ziet dan ook geen reden om aan de uitkomsten van dit onderzoek te twijfelen. 3.01.01 Ontvangen schriftelijke reacties en inspreekbijdragen 3.02 Advisering zienswijzen De voorzitter geeft aan dat de commissie normaal gesproken zou overleggen of adviseren over de zienswijzen, maar gezien de hoeveelheid besproken onderwerpen wordt dat nu nog niet gedaan. Hij stelt voor om dit te bespreken tijdens de commissievergadering op 4 februari 2026. Daarbij willen ze nog een aantal aanvullende stukken meenemen, zodat deze ook in een raadsbrief kunnen worden opgenomen.
Specifiek vraagt hij om de volgende informatie aan te leveren voor die vergadering: het besluit over het geluidproductieplafond, informatie over de bezonning met betrekking tot de eerste laag van het Stroveer, en een toelichting op de vraag of de geluidsisolatiemaatregelen in het bestemmingsplan nodig zijn ten opzichte van de bestaande horeca in het gebied, inclusief de situatie bij BIRD. Hij vraagt of het mogelijk is deze informatie via een brief aan te leveren. De heer Lakerveld (ambtelijke ondersteuning) legt uit dat de eerste twee gevraagde punten zonder problemen in de brief meegenomen kunnen worden. Het derde punt hangt nog af van informatie van Dudok en een akoestisch adviesbureau. Hij belooft dat ze hun best doen om dit tijdig voor de commissie in een brief te hebben, inclusief eventuele aanpassingen aan het bestemmingsplan die daaruit volgen. De voorzitter sluit de hoorzitting over het bestemmingsplan Pompenburg, waarbij de bespreking in het politieke deel plaatsvindt op 4 februari in de commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte. 4. Sluiting hoorzitting De voorzitter sluit de bijeenkomst af met een aantal mededelingen aan de commissie. Hij legt uit dat de raad momenteel in de tijdelijke fase van het omgevingsplan Rotterdam zit en verwijst naar de TAM-IMRO-plannen (Tijdelijke Alternatieve Maatregel Informatiemodel Ruimtelijke Ordening).
Van de negen plannen die het college ter inzage heeft gelegd, is er één inmiddels vastgesteld (Texelsestraat Noord), en over een tweede (Conversiepark Maasvlakte) wordt in februari besloten. Voor de overige zeven plannen is nog geen planning bekend, maar het is niet de verwachting dat ze allemaal tegelijk aan de raad worden voorgelegd. De voorzitter geeft aan dat dit de laatste vergadering van de subcommissie Bestemmingsplannen is voor deze raadsperiode. De eerstvolgende bijeenkomst zal plaatsvinden met de nieuwe raad, onder de nieuwe naam subcommissie Omgevingsplan. Hij bedankt alle aanwezigen en sluit de vergadering.
Notulen Vergadering Subcommissie Bestemmingsplannen d.d. 13-01-2026 pagina
12