[25bb008915] Inspreekbijdrage Directeurenoverleg (1 & 2)
Tekst van het document
Inspreektekst Directeurenoverleg d.d. 2 december 2025
Geachte leden van de gemeenteraad, Wij danken het college voor het voorliggende voorstel. En we willen hierbij ook wethouder Kasmi danken voor alle energie die hij in dit proces heeft gestoken om tot een opzet te komen voor een nieuw cultuurbeleid. Dit waarderen wij zeer. Het voorstel is gisteren besproken met de leden van het Directeurenoverleg: 125 instellingen die zich gezamenlijk inzetten voor de stad Rotterdam en meebouwen aan een gezonde samenleving. Dit vanuit de intrinsieke waarde van cultuur en de verbinding met de maatschappelijke en sociale vraagstukken van de stad. Hierin kan en wil de sector met de grote uitdagingen van de komende jaren, die ook benoemd zijn in de collegebrief, een grote rol blijven spelen. Want investeren in cultuur is investeren in een duurzame stad. Uit ons overleg komen vijf concrete aanbevelingen: - 1. Start in januari 2026 met het plan van aanpak en de werving van leden voor de adviescommissies - 2. Geef de Cultuurhaven tijd en ruimte om tot een gedegen, goed functionerend orgaan uit te groeien - 3. Zorg dat de beschikbare middelen verdeeld worden tussen het opstarten van de Cultuurhaven en de advisering over de verdeling van middelen op instellingsniveau. - 4. Begin zo snel mogelijk met een differentiatie in subsidiemogelijkheden en termijnen - 5.
Geef opdracht voor een haalbaarheidsonderzoek met betrekking tot de oprichting van een investeringsfonds We zullen deze aanbevelingen even toelichten: Als Directeurenoverleg leggen wij de nadruk op het belang van een zorgvuldige verdeling van beschikbare middelen en een goede governance. Omdat we dit vaak mis zien gaan, zowel bij de RRKC als daarna bij Blue Yard. En eind vorig jaar hebben we kunnen zien wat er gebeurt als de governance niet gevolgd wordt. Wij zien het proces van transformatie als een kans om zorgvuldige verdeling en haar governance stevig in beleid te borgen. Met de huidige collegebrief en het raadsbesluit wordt nog niet duidelijk hoe dit uitgewerkt en geborgd wordt. In het advies wordt aangegeven dat er gewerkt wordt naar een zelfstandig uitvoeringsfonds voor de verdeling van middelen. Maar de besluitvorming en de hiervoor benodigde middelen moeten in de volgende collegeperiode gevonden worden. Het nu beschikbare budget wordt in zijn geheel ingezet voor de Cultuurhaven, waardoor het organiseren van het advies voor de verdeling van de middelen moet worden bekostigd uit de cultuurbegroting. Onduidelijk is of dit ten koste gaat van het beschikbare budget voor makers en instellingen. Wij verzoeken de raad om niet de volledige 800.000 euro te investeren in de Cultuurhaven, maar ook geld te reserveren voor de inrichting van een goed adviesmodel.
Zoals ook de RRKC voor dat bedrag beide taken uitvoerde.
De inrichting van het adviestraject voor 2029-2032 (of langer) is in de brief onderdeel van de oprichting en in werking stellen van de Cultuurhaven. Hierdoor wordt pas medio 2027 begonnen met de samenstelling van de commissies. De laatste cultuurnota ronde heeft ons geleerd dat dit veel te laat is. We willen stevige commissies die tijd krijgen voor monitoring van instellingen en makers, en daarom adviseren we in januari 2026 te starten met een plan van aanpak en werving van leden. Maak dit een parallel proces aan de ontwikkeling van de Cultuurhaven en niet erop volgend. Wij vinden het daarbij ook belangrijk om zo snel mogelijk te beginnen met een differentiatie in subsidiemogelijkheden en termijnen, en daar een Cultuurhaven op te laten aanhaken. Wij ondersteunen de uitgangspunten die leiden tot een Cultuurhaven en denken dat dit een krachtig instrument kan zijn. We zien echter dat dit instrument gepresenteerd wordt als de oplossing voor alle vraagstukken op het beleidsterrein cultuur. Daarmee wordt dit platform in oprichting overvraagt. Er wordt een nieuwe manier van (samen)werken geïntroduceerd. Dit vraagt een zorgvuldig iteratief proces. We hebben gezien in het proces van de kwartiermaker en samenspel binnen het kernteam hoe complex het is om de meerstemmigheid van de sector tot een voorstel of besluit te laten komen.
Er is dus tijd nodig om te kunnen groeien en de gewenste doelstellingen op een duurzame manier vorm te geven. Mocht dit betekenen dat de Cultuurhaven pas later een rol kan spelen en er daardoor instellingen tussen wal en schip belanden, adviseren wij de raad daar een tussenoplossing voor te vinden. Ook de kennisnetwerk instellingen moeten een weloverwogen heldere rol en positie krijgen binnen het netwerk van de Cultuurhaven. Zoals ook uit de IABx kwam, is er een visie nodig om tot goed beleid te komen. Wij vinden dat de Cultuurhaven op dit vlak te weinig handvatten meekrijgt. Er ligt geen visie voor waarin Rotterdam duidelijk aangeeft waar haar ambities liggen op lokaal, nationaal en internationaal niveau. Vanuit een dergelijke basis kan een Cultuurhaven komen tot goede adviezen, welke volgens het Directeurenoverleg, en dit heeft de wethouder eerder ook gezegd, niet vrijblijvend mogen zijn. De borging hiervan zien we nog niet terug in de brief, waarmee de Cultuurhaven een tandeloze tijger zou kunnen worden. Tot slot onze kanttekeningen bij het Investeringsfonds. Voor het Directeurenoverleg blijven de vragen overeind staan of de schetste opbrengst realistisch is en hoe het fonds in concurrentiepositie komt te staan ten opzichte van makers en instellingen, die reeds een relatie hebben met particuliere fondsen en het bedrijfsleven.
Wij adviseren een gedegen haalbaarheidsonderzoek dat de beschreven businesscase in het collegevoorstel kan onderbouwen, waarbij gebruikgemaakt kan worden van de aanwezige kennis en ervaring in de sector. Maar onze belangrijkste boodschap: maak zo snel mogelijk werk van een goed adviesmodel voor de beschikbare middelen en een juiste governance. Waarbij het van belang is dat de uitwerking hiervan, en die van de Cultuurhaven, transparante processen zijn, waarbij duidelijk is wie welke rol gaat innemen. Er worden stappen gemaakt naar een nieuw cultuurbeleid. De sector denkt en werkt hier ook de komende jaren graag verder aan mee om zo met elkaar tot een inclusievere cultuursector te komen. Ons advies is: doe het stapsgewijs, zorgvuldig en volg het proces wat nodig is om de drie voorgestelde pijlers: Cultuurhaven, Uitvoeringsfonds en Investeringsfonds tot een duurzaam succes te maken.