CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[25bb008881] Motie vreemd aan de orde van de dag Verhoef en Verkoelen over onze Miep voor 041225

Gemeenteraad 4 december 2025, gemeente RotterdamBij agendapunt: Motie vreemd aan de orde van de dag over 'Onze Miep!', aangevraagd door de leden Verhoef en Verkoelen.1.996 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Motie Vreemd Onze Miep! De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 4 december 2025, ter bespreking van Motie Vreemd aan de Orde van de Dag “Onze Miep”. constaterende dat • • •

De gemeenteraad van Rotterdam op 2 oktober jongstleden het Initiatiefvoorstel van raadslid Ellen Verkoelen over “Vrouw in beeld” heeft omarmd. Eén naam hier volgens velen die werkzaam zijn of zijn geweest op het Stadhuis van Rotterdam zeker niet mag ontbreken. Dat dit de naam van Miep Eilering-de Vries is.

Overwegende dat • Mevrouw Miep Eilering-de Vries op 1 maart 1983 in dienst trad op het Stadhuis als eerste vrouwelijke bode in Rotterdam en in Nederland. • Zij binnen korte tijd uitgroeide tot een icoon onder de bodes op het stadhuis. • Zij als laatste diende als kamerbewaardster van burgemeester Ivo Opstelten. Ook in deze functie was zij de eerste vrouw in Rotterdam en in Nederland. • Haar onverwachte overlijden op 5 mei 2002 een groot gemis vormde, en helaas werd overschaduwd door de moord op Pim Fortuyn een dag later. • Er nog steeds met veel genegenheid over “moeder Miep” wordt gedacht en gesproken door het personeel en anderen op het Stadhuis. • Een aandenken aan haar in het Stadhuis van Rotterdam een mooie toevoeging zou zijn in de uitwerking van het initiatiefvoorstel “Vrouw in Beeld”. De Raad geeft het college de opdracht •

In de uitwerking van het initiatiefvoorstel “Vrouw in Beeld” de naam van Miep Eilering-de Vries, de eerste vrouwelijke bode in Rotterdam en in Nederland, mee te nemen.

en gaat over tot de orde van de dag.

Marcel Verhoef Leefbaar Rotterdam

Ellen Verkoelen raadslid Rotterdam

Bijlage: Artikel over Miep Eilering-de Vries uit het Kwartaalbericht van het Streekarchief Eiland IJsselmonde, jaargang 40, nummer 3, editie Herfst 2025.

De eerste vrouwelijke bode op het Stadhuis van Rotterdam door Marcel Verhoef

Miep de Vries werd als Maria Antonia Berbertje de Vries op 10 maart 1941 geboren aan de Putselaan in Rotterdam. Haar ouders waren Johannes “Jan” de Vries (1911-1996) en Antonia “Annie” Catharina Petersen (1913-1988), die op 10 juni 1936 in Rotterdam waren getrouwd. Na hun huwelijk gingen ze aan de Stampioenstraat op nummer 53a in Feijenoord wonen . Jan de Vries en zijn vrouw bleven tot 1976 in Feijenoord wonen, en verhuisden toen naar IJsselmonde waar ze aan de Oosterse Tuin gingen wonen. Naast Miep uit 1941 bestond het gezin de Vries nog uit Gerard (1936), Jelle (1948), Antoon (1950) en Berbertje (1953). Miep werd geboren aan de Putselaan waar het gezin in het begin van de Tweede Wereldoorlog was neergestreken. Kort na de oorlog verhuisde het gezin De Vries naar de Rosestraat, waar vandaan - zoals Miep het zelf zei - zij “uittrouwde”. Miep ging naar school op de Persoonsdam, naar de Groen van Prinsterenschool, de eerste school op Feijenoord die daar in 1899 werd gesticht.

Ze leerde zwemmen in de Binnenhaven, maar ging ook vaak zwemmen in het Maasbad. Het drijvende openluchtbad lag sinds 1907 aan de Maaskade, tussen de Spoorbrug en de Willemsbrug, en had op een gegeven moment zelfs een duikplank! Het was verdeeld in 3 baden, ondiep, diep en kikkerbadje. Later werd dit 1e, 2e en 3e bad genoemd en het had een hele strenge badmeester die verderop bij Miep in de Rosestraat woonde. Voor een stuiver, en later een dubbeltje, kon je daar een uurtje zwemmen.

Miep groeide dus op in de wijk Feijenoord en de Rosestraat, waarvan zij nog vaak met weemoed aan terugdacht. De nieuwe Rosestraat met de Paperclip en alle nieuwe flats vond zij maar niets in vergelijking met de oude situatie. De spoortram reed toen nog door de straat, die getooid was met mooie grote bomen aan beide zijden waar het langzame verkeer doorheen reed. Veel van de oude bewoners kwamen na de verbouwing wel terug in de nieuwbouw, maar het werd nooit meer hetzelfde. De naastgelegen Oranjeboomstraat werd beter gerenoveerd volgens haar, maar ook daar was het vroeger beter. Er lagen twee kerken, de huishoudschool, de vele winkels en ook daar reed toen nog de tram. Inmiddels is dat allemaal verdwenen.

Miep ging aan het werk voor de gemeente. Eerst als serveerster in de kantines van de gemeente (ook in het Stadhuis) en later in de kantines in het onderwijs waar zij opklom tot beheerder van de kantine. Intussen leerde zij Martin Eilering (1937-1990) kennen, waarmee ze op 21 oktober 1959 in het huwelijk trad. Ze huwde vanuit haar ouderlijk huis aan de Rosestraat en na haar huwelijk gingen Miep en Martin een stukje verder aan de Rosestraat op nummer 216a wonen. Na wat omzwervingen in de wijk Feijenoord vestigden zij zich uiteindelijk in 1974 op IJsselmonde, eerste aan de C.D. Tuinenburgstraat en later aan de Grienderwaard. Miep en Martin kregen twee dochters: Marja (1960) en Marie Louise (1961). Toen de kantine aan de Paul Krügerstraat begin jaren tachtig vanwege bezuinigingen werd gesloten , moest Miep na 12 jaar naar volle tevredenheid gewerkt te hebben in de kantines van het onderwijs, iets nieuws gaan zoeken. Miep ging eerst nog twee jaar naar het voortgezet onderwijs om bij te leren, wat naar haar eigen zeggen gedeeltelijk was gelukt. Maar ze wilde toch weer aan de slag. Miep was een “mensen mens” en ze miste het werken voor en met mensen, zoals zij dat jarenlang had gedaan in de kantine. Dus ging zij op eigen initiatief naar de afdeling personeelszaken van de gemeente (APO) om eens te informeren of ze iets voor haar hadden.

Haar man was enige tijd voorlichtingsambtenaar geweest achter de balie van woonruimtezaken en toen zij daar eens was wezen kijken, leek dat haar ook wel wat, als ze maar met mensen kon werken en mensen kon helpen. Nu waren in die tijd de bodes op het Stadhuis allemaal mannen, maar was er ook (en dat is niet veranderd) altijd wel een tekort aan personeel. Ook Miep zelf vond bode een typisch mannenberoep, een bode was toen nog echt een manusje van alles: portier, beveiliger, gastheer, assistent bij trouwerijen, assisteren bij de burgerlijke stand (paspoorten e.d.), post rondbrengen, ondersteunen van vergaderingen, maar ook bij pandsluitingen de straat op om het gemeentelijke besluit op het pand te plakken en niet als laatste om op te treden als demonstranten zich niet gedroegen of bij relletjes in het stadhuis. Zeker in die tijd waren er weinig vrouwen die dit ambieerde. Maar Miep leek het wel wat, dus na een telefoontje met APO mocht ze op gesprek komen bij het hoofd personeelszaken, Dhr. Schallenberg. “Wat wil je”, zei hij tegen haar, en Miep gaf aan dat ze wel bode wilde worden. Vanuit personeelszaken werd nog wel tegengeworpen dat het wel typisch voor

mannen was en dat er nog geen enkele vrouw bij de bodes werkte. Miep was echter standvastig en ze voldeed aan de kwalificaties, dus na twee gesprekken werd zij uiteindelijk aangenomen als bode. Op 1 maart 1983 begon zij als eerste vrouwelijke bode op het Stadshuis van Rotterdam en in Nederland. “De eerste maanden waren zwaar”, zo vertelde Miep later in een interview met Aad van der Struijs van Stadsradio Rotterdam op 19 september 1985, “de Chef van de bodes vond het maar niets een vrouw erbij, dat leidde alleen maar af” en alle andere clichés van die tijd. Ook haar collega bodes waren in het begin wat afwachtend. “Als ze maar niet denken dat ik voor haar ga sjouwen”, was een veelgehoorde opmerking. Maar Miep liet zich niet kennen en hield vol. “In de kantine moest ik ook met van alles sjouwen”, zei ze, en “dus deed ik extra mijn best, ook bij de hele zware dingen”! Die eerste maanden waren een harde maar goede leerschool voor haar vond zij en uiteindelijk werd Miep gewoon “One of the Guys”. Na twee jaar waren de onderlinge verhoudingen meer dan goed. Er waren eigenlijk geen typische mannen– of vrouwentaken. Alleen bij opstootjes werd Miep wel uit de wind gehouden, dan kwamen de stevige mannen vooraan en werd Miep even om een boodschap gestuurd. Dat waardeerde zij wel van haar collega’s. “Ja, zo zijn mannen nu eenmaal”, zei zij daar later zelf over.

Ze was zelf nooit bang, maar wel voorzichtig. Ook het publiek moest in het begin wennen aan een vrouwelijke bode. Ze zagen haar eerst niet staan, maar dat werd later wel anders. Vaak had het ook wel een voordeel dat ze vrouw was, zo kon ze geïrriteerde mensen aanspreken die dan toch een toontje lager zongen tegenover haar als vrouw. En vonden bezoekende vrouwen het vaak ook wel prettig om haar als vrouw aan te spreken.

Miep Eilering-de Vries op de eerste rij als vierde van rechts voor het Stadhuis tijdens Nationale Bodedag 1986 op het Stadhuis te Rotterdam (Foto uit het Vrije Volk van 18-4-1986)

“Bodes zijn het zout der Aarde” was de kop van een artikel in het Vrije Volk van 18 april 1986, opgetekend op Nationale Bodedag 1986. “Je moet vooral geen negatieve instelling hebben tegenover mensen, je moet vindingrijk zijn met een dienstbaar karakter, maar je moet je beslist niet met politiek willen bezighouden”, deze kernachtige omschrijving rolde desgevraagd in één volzin over de lippen van de destijds nog steeds enige vrouwelijke stadhuisbode. Miep was één van de initiatiefnemers en organisatoren van deze derde Nationale Bodedag. Meer dan 800 gemeentes werden aangeschreven, 450 reacties volgden en er konden helaas maar 220 bodes uitgenodigd worden. Dit laatste had te maken met de capaciteit van de Spido en de geplande rondvaart daarmee. Miep schetste de Nationale Bodedag als een ontmoeting, die meer een sociaal karakter draagt dan aan een zakelijk doel beantwoordt. “Het is leuk om elkaar eens persoonlijk te ontmoeten, want doorgaans heb je weinig contact met elkaar”. Op 10 november 1990 overleed haar man Martin. Ondanks dit grote verlies bleef Miep gewoon Miep op het Stadhuis. Ze bleef ze zich met volle dienstbaarheid inzetten voor haar werk, haar collega’s en de mensen. Inmiddels was Miep niet meer de enige vrouwelijke bode op het Stadhuis en waren er - na een aantal mislukkingen, zoals ze zelf zei inmiddels al enkele vrouwelijke collega’s aangetreden.

De jaren ‘90 waren ook op het Rotterdamse Stadhuis gearriveerd. Miep refereerde in haar interview nog wel naar de eerste vrouwen die ook Miep Eilering-de Vries, in de bode kamer van het Rotterdamse Stadhuis (foto: collectie stadhuis, haar foto heeft nog steeds een bode wilde worden in de jaren ‘80, prominente plek in de bodekamer) maar die vonden het niet leuk of konden het niet aan en waren snel verdwenen. Miep zelf snapte daar niets van, want zij had haar plekje gevonden als bode op het Stadhuis van Rotterdam. In 1997 werd Miep uiteindelijk van bode “kamerbewaarder van de burgermeester”. Ook hierin was zij de eerste vrouw in Rotterdam en in Nederland. Ivo Opstelten was destijds “haar” burgemeester.

Op 5 mei 2002 ging er een schok door het Stadhuis. Miep was plotseling overleden! Een enorme droefenis daalde neer over het Stadhuis en vooral in de bodekamer, de altijd voor je klaarstaande en lachende Miep was niet meer, het gemis was al gelijk voelbaar. “Miep was zoveel meer dan het voorportaal van de burgemeester, Miep was een begrip, iedereen kende Miep en Miep kende iedereen. Ze was recht-doorzee en had voor iedereen een luisterend oor. En nu opeens moeten we zonder haar verder”, zoals haar collega’s schreven. Een dag later maakten zeven kogels een einde aan het leven van Pim Fortuyn op het mediapark te Hilversum. Hierbij sneeuwde het overlijden van Miep, behalve bij wie zij dierbaar was, toch enigszins onder. Op woensdag 8 mei 2002 stonden tussen de vele rouwadvertenties van Pim Fortuyn er ook prominent vele voor Miep. Heel veel mensen is dat waarschijnlijk niet opgevallen, maar die haar kenden, dichtten haar die prominente plek met heel hun hart toe.

Bron: interview met Aad van der Sluijs voor Stadsradio Rotterdam (19-9-1985) Eerder gepubliceerd in de Herfsteditie van het Kwartaalbericht van het Streekarchief Eiland IJsselmonde (jaargang 40, nummer 3, Herfst 2025) Zie ook: https://streekarchiefijsselmonde.nl/miep-eilering-de-vries/

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=88184d45-656c-4e84-877b-bbf543ee555b