[25bb007892] Verslag COR 16-09-2025
Tekst van het document
Commissie tot Onderzoek van de Rekening en de Commissie Rekenkamer Rotterdam Datum: Voorzitter: Aanwezig: Commissiegriffier: Commissiesecretaris: Portefeuillehouder(s): Overige aanwezigen:
16 september 2025 M.H. (Marvin) Biljoen D.J. (Diederik) van Dommelen; E. (Eyasu) Balcha; T. (Thomas) Roskam; T.S.J. (Theo) Coşkun E.P. (Evert) Peterse P. (Els) Lems B.J. (Bart-Joost) van Rij Namens de accountant: mevrouw M. Koedijk en mevrouw A. Kros Ambtelijke ondersteuning van het college: mevrouw M.J.H. Lamers, de heer J.A.J. Machielse, heer R.P.A. Janssen, mevrouw B.C. Cueva van der Beek, de heer F.B.C. Kambeel en mevrouw S.A.C. Edoo
1. Commissie tot Onderzoek van de Rekening (COR) 1.01 Opening en mededelingen De voorzitter geeft aan dat er geen agendapunten zijn voor het tweede deel over de rekenkamer. In verband met het tijdelijk ontslag wegens ziekte is Dhr. Elbay vandaag afwezig. De heer Balcha neemt plaats in de commissie, hij is nog niet benoemd door de raad en mag daarom niet stemmen, maar wel deelnemen. De commissie stemt hiermee in. 1.02 Vaststelling agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 1.03 Vaststellen verslag 13 mei 2025 De heer Coşkun merkt op dat de geplande technische sessie over de RIM-evaluatie op 16 september 2025 niet is doorgegaan en vraagt naar de planning. Mevrouw Lamers (concerncontroller) bevestigt dat de evaluatie is gestart en dat de sessie binnenkort plaatsvindt. De voorzitter geeft aan dat achter de schermen gewerkt wordt aan een datum en dat deze wordt gecommuniceerd zodra hij bekend is. Het verslag wordt vastgesteld. 1.04 Lijst van openstaande toezeggingen De voorzitter stelt voor de toezegging over de leesbaarheid van de P&C-stukken en die over het proces en de informatiewaarde van de voorjaarsnota af te doen en voort te zetten onder toezegging 25bb001941, de commissie stemt daarmee in.
De volgende toezeggingen zijn afgedaan: - Collegereactie op Accountantsverslag jaarrekeningcontrole 2024 – vraag Coskun (25bb004129) - Opvolging aanbevelingen Accountant & COR – vraag Roskam (25bb003136) - Jaarrekeningcontrole 2024 – planning jaarstukken 2024 (25bb003135) De toezegging over het proces rond aanbevelingen van de rekenkamer blijft open. De toezegging over de 213a-onderzoeken wordt later besproken bij agendapunt 1.09. De toezegging over de taal en toegankelijkheid van de P&C-stukken blijft open en eerdere toezeggingen worden daarbij samengevoegd.
Notulen COR d.d. 16-09-2025 pagina
1
Tot slot vraagt de voorzitter de wethouder om een reactie op de planning van de opzet van de P&C-cyclus. Wethouder Van Rij geeft aan dat er voor het eind van het jaar een definitief plan ligt, maar dat hij probeert dit eerder te leveren. De heer Coşkun herinnert eraan dat dit al een jaar geleden is besproken en ook bij de voorjaarsnota in de raadzaal ter sprake kwam. Hij benadrukt dat hij het belangrijk vindt dat de huidige raad dit nog afrondt, zodat het niet volledig bij nieuwe leden terechtkomt. De voorzitter stelt voor de toezegging voorlopig open te laten. Vervolgens gaat hij naar 23bb004608 over mogelijke vertraging in het jaarrekeningproces door de implementatie van Oracle Cloud/GREAT. Deze blijft openstaan en wordt inhoudelijk besproken bij agendapunt 1.08, de jaarrekeningcontrole 2025. Wethouder Van Rij geeft aan dat de formulering aangepast moet worden, het gaat niet om de implementatie van GREAT, maar om die van Oracle Cloud. GREAT was een afgerond project, terwijl de implementatie van Oracle Cloud nog loopt. De voorzitter stelt voor dit tussen haakjes te zetten voor de duidelijkheid. 1.05 Planning De voorzitter presenteert de planning van de COR-vergaderingen in 2025 en de bij de jaarrekeningcontrole 2025 behorende producten. In de vergadering van 7 oktober 2025 wordt de planning uitgebreid met 2026.
De heer Van Dommelen merkt op dat bij 7 oktober 2025 nog geen inhoudelijke agendapunten staan en vraagt of daar al zicht op is. De voorzitter geeft aan dat dit nog niet bekend is, maar dat de standaard vaste agendapunten wel doorgaan. Indien er extra punten worden toegevoegd, wordt dat tijdig gecommuniceerd. Hij meldt dat waarschijnlijk ook stukken van de rekenkamer worden toegevoegd. 1.06 Terugkoppeling van rapporteurs De heer Roskam geeft een terugkoppeling over Boijmans. De voortgangsrapportage is besproken met de projectmanager, hij benadrukt dat de planning consistenter moet zijn en dat het spannend wordt of alles tijdig klaar is richting december 2025, wanneer het definitieve ontwerp wordt vastgesteld. De voorzitter geeft als rapporteur een terugkoppeling over de HOV MIRT Oeververbinding. Samen met twee commissieleden hebben ze goede overleggen gehad, waardevolle input geleverd op het conceptrapport en feedback verwerkt. Het eindrapport is goed leesbaar en de informatiewaarde komt duidelijk tot zijn recht. 1.07 Collegereactie Adviesrapport COR over de Jaarrekening 2024 De voorzitter licht toe dat de commissie de reactie op de adviezen die met algemene stemmen zijn aangenomen bespreekt. Het doel is inzicht te krijgen in de verwachte verbeteracties.
Samen met de aanbevelingen van de accountant worden alle punten opgenomen in de lijst opvolging aanbevelingen accountant en COR, met voortgang tot 1 oktober 2025. Advies 1 betreft het toevoegen van een interpretatie van het algemene financiële beeld aan de P&C-documenten, zodat iedereen kan zien hoe de gemeente er financieel voorstaat. Het college stelt daarnaast voor om een vast agendapunt te wijden aan de voortgang van de verbeterpunten en vraagt of de wethouder voor iedere vergadering een update kan aanleveren. Wethouder Van Rij geeft aan dat het college het bredere financiële beeld aan de P&Ccyclusdocumenten zal toevoegen, maar dat hij niet bij iedere vergadering een apart stuk kan aanleveren, omdat niet elke vergadering onderdeel is van de P&C-cyclus.
Notulen COR d.d. 16-09-2025 pagina
2
De voorzitter bevestigt dat de commissie hiermee instemt en gaat vervolgens door naar advies 2. Dit advies voegt een programma-overstijgend element toe aan het beeld uit advies 1. De voorzitter vraagt de wethouder toe te lichten hoe hij deze aanbeveling uitvoert en hoe de raad hierbij wordt betrokken. Mevrouw Lamers (concerncontroller) legt uit dat in de jaarstukken wordt weergegeven hoe de gemeente er eind van het jaar voorstaat. Dit beeld vormt de basis voor bijstellingen richting de toekomst en wordt telkens toegelicht bij aanpassingen. Bij elke stap, zoals de voorjaarsnota en de eerste zienswijze, wordt vooruit- en teruggekeken op basis van de realisatie. Volgens haar is dit proces voldoende geborgd in de P&C-stukken en vormt het de basis voor het gesprek met de raad over de inzichten. De voorzitter gaat door naar advies 3, waarin wordt gevraagd bij alle onder- en overbestedingen en andere financiële wijzigingen een toelichting te geven over wat is gebeurd, waarom en met welk effect, zodat het spoor voor iedereen te volgen is. De verbeteractie is duidelijk, bij het schrijven van de toelichting wordt geprobeerd de brug te slaan tussen de uitvoering, de kosten en de resultaten. Advies 4 betreft het in beeld brengen van de verwachte huurstijgingen van gemeentelijk vastgoed tot +3 jaar. Dit advies wordt niet overgenomen.
Het doel was een beeld te schetsen van de ontwikkeling van verstrekte subsidies in relatie tot kostprijsdekkende huur, maar huurstijgingen en subsidietoekenning volgen aparte processen met eigen berekeningsmethoden. Waar mogelijk wordt bij subsidies rekening gehouden met ontwikkelingen in de kostprijsdekkende huur. Mevrouw Lamers (concerncontroller) legt uit dat er twee aparte processen zijn die afhankelijk zijn van indexering. Ze kan niet beloven dat deze altijd gekoppeld kunnen worden, soms moeten hogere of lagere indexeringen worden bijgesteld. Dit is afhankelijk van externe ontwikkelingen en daardoor niet volledig voorspelbaar. Wethouder Van Rij vult aan dat veel contracten ook huurprijsherzieningen bevatten, wat iets anders is dan indexering en dat dat het eveneens onvoorspelbaar maakt. De heer Van Dommelen benadrukt dat veel raadsleden al jaren worstelen met het systeem van kostprijsdekkende huur versus de toegewezen subsidies, bijvoorbeeld in cultuur en sport. Hij merkt op dat er vaak vragen zijn gesteld om meer inzicht te krijgen in de splitsing tussen huur, subsidie en andere kosten zoals collectiebeheer, maar dat dit nog onvoldoende duidelijk is. Tijdens het debat over het cultuurplan verwacht hij dat er een poging wordt gedaan om de cultuursubsidie beter te splitsen, wat voor de subsidiering meer grip kan geven.
Zijn vraag blijft echter hoe raadsleden meer zicht, inzicht en grip krijgen op hoe huur en subsidie zich tot elkaar verhouden en wat dat betekent voor zowel de gemeente als de instellingen. Wethouder Van Rij legt uit dat kostprijsdekkende huur gebaseerd is op de daadwerkelijk gemaakte kosten. De ontwikkeling van vastgoedkosten, beheer en rente is onvoorspelbaar en grillig, waardoor ook de huur moeilijk te voorspellen is. Commerciële of consumentenhuur werkt anders, daar wordt een prijs afgesproken en eventueel geïndexeerd. Het accres bij cultuursubsidies kan enigszins dempend werken, maar het volledig loskoppelen van huur en subsidies zou het risico voor instellingen juist vergroten. De heer Van Dommelen bevestigt dat hij de complexiteit begrijpt en herinnert eraan dat het systeem ooit is ontworpen om duidelijkheid te geven over de toekenning van subsidies en te voorkomen dat er via huur verkapte subsidiering plaatsvindt. Door hoge inflatie en andere ontwikkelingen is de balans tussen accres en huurstijging verstoord, waardoor instellingen soms fors minder subsidie ontvangen omdat een groter deel naar huur gaat. Hij merkt op dat raadsleden hierdoor weinig grip hebben op het effect op de subsidiëring en vraagt hoe hier meer inzicht in kan worden verkregen.
Wethouder Van Rij geeft aan dat het onderwerp raakt aan subsidieverantwoording, en dat het ingewikkeld wordt om dit in het kader van advies 5 te bespreken. Hij ziet daar wel de eerste sleutel voor inzicht.
Notulen COR d.d. 16-09-2025 pagina
3
De heer Van Dommelen legt uit dat raadsleden vanuit verschillende invalshoeken proberen grip te krijgen, enerzijds via financiën en vastgoed, anderzijds via de subsidiekant. Deze twee zuilen sluiten echter niet op elkaar aan, waardoor het moeilijk is om het geheel te overzien. Het gaat hem niet om de ene of de andere kant afzonderlijk, maar om het samenspel: hoe matchen huur en subsidie met elkaar en hoe krijgen raadsleden daar financieel inzicht en grip op? Wethouder Van Rij legt uit dat hij moeilijk een toezegging kan doen, omdat de subsidies als lumpsum worden verleend. Dit betekent dat naar de volledige exploitatie van een instelling wordt gekeken, inclusief huisvestingskosten, OZB-bijdrage, personeel en andere elementen. De kostprijsdekkende huur betreft slechts het huurdeel, dat eerder op arbitraire wijze was vastgesteld. Het doel van de huidige systematiek is dat huurprijzen meer gelijkgetrokken zijn, zodat er een beter beeld ontstaat van de effecten op de subsidie. Als men dit anders zou sturen, zou de huur niet langer kostprijsdekkend zijn. De heer Van Dommelen benadrukt dat hij niet wil sturen, maar juist inzicht wil krijgen. De heer Coşkun vult aan dat de kostprijsdekkende huur is ingevoerd om subsidies niet langer via de huur te verlenen, en dat er per object een huurprijs is vastgesteld op basis van systematiek en meerjarige onderhoudsplanning.
Hij suggereert dat er meer vooruitzicht kan worden gegeven aan instellingen over de huur van volgend jaar, zodat ze beter kunnen plannen. Wethouder Van Rij legt uit dat vooruitkijken in de begroting wel mogelijk is, omdat instellingen een inschatting maken van de CPI-indexering, zoals vastgelegd in de huurovereenkomst. De jaarlijkse indexering dempt de huurstijging bij herzieningen na vijf tot vijftien jaar. Er is dus duidelijkheid over de huurontwikkeling, met uitzondering van kleine knikken bij de huurherziening. Hij erkent dat het voor raadsleden lastig kan zijn om inzicht te krijgen in het deel van de lumpsum-subsidie dat huisvestingskosten betreft, maar dat de systematiek van indexering en huur duidelijk is. De heer Roskam benadrukt dat het hem vooral om inzicht gaat en dat er mogelijkheden zijn om de CPI vooruit te berekenen, bijvoorbeeld aan de hand van gegevens van het Centraal Planbureau. Wethouder Van Rij reageert dat de CPI-indexering altijd gebaseerd is op terugkijken, omdat je anders de berekening van de CPI niet kunt maken. De heer Roskam merkt op dat het Centraal Planbureau een raming maakt van de CPI tot 2028. Wethouder Van Rij bevestigt dat het Centraal Planbureau betrouwbaar kan worden gebruikt voor meerdere jaren en dat de gemeente dit ook meeneemt in de eigen meerjarenbegroting, inclusief huuropbrengsten tot 2030.
Hij benadrukt dat de gemeente niet kan voorschrijven hoe instellingen hun begrotingen opstellen, dat is hun eigen verantwoordelijkheid. De heer Coşkun geeft aan dat de begroting bestaat uit verschillende onderdelen van maatschappelijk vastgoed en dat men inzicht wil in de verwachte huur, bijvoorbeeld voor 2027, om grip te krijgen. Wethouder Van Rij reageert dat instellingen dit zelf eenvoudig kunnen uitrekenen, bijvoorbeeld met hun boekhouder. De heer Van Dommelen merkt op dat er twee discussies door elkaar lopen, maar dat zijn vraag gaat over het vooruitzicht op de ontwikkeling van de kostprijs en huur. Hij verwijst naar grondexploitaties, waar ook een forecast wordt gemaakt, en stelt dat zoiets hier ook mogelijk zou moeten zijn. Wethouder Van Rij reageert met te zeggen dat de gemeente dit wel doet in de meerjarenbegroting, de huuropbrengst wordt niet verondersteld gelijk te blijven van 2025 tot
Notulen COR d.d. 16-09-2025 pagina
4
2028. Dit wordt echter niet per individueel contract berekend, omdat dat veel werk is en omdat de exacte huurprijsherzieningen in toekomstige jaren niet bekend zijn. De voorzitter constateert dat de wethouder antwoorden heeft gegeven op vragen van de leden, maar herinnert hem eraan dat het advies met algemene stemmen door de raad is aangenomen. Hij vraagt de wethouder de raad hierover te informeren, omdat de brief van het college eerder kwam dan het raadsbesluit. Wethouder Van Rij reageert met de opmerking dat hij dit te technisch vindt. De raad had de brief bij behandeling ontvangen en daarmee ingestemd. De heer Coşkun benadrukt dat de raad de aanbeveling van de COR heeft overgenomen, en dat een brief waarin wordt aangegeven dat men van een punt wil afwijken, niet automatisch betekent dat de raad daar akkoord mee gaat. Hij suggereert dat dit alsnog aan de raad moet worden teruggekoppeld. Wethouder Van Rij zegt dat hij zal laten controleren of dit technisch klopt, maar vermoedt dat men iets zoekt wat er niet is. De voorzitter bespreekt de adviezen 5 en 6. Advies 5 gaat over de Gemeentewet 2013aonderzoeken. Het doel is om deze onderzoeken periodiek op de agenda van het college te zetten, zodat blinde vlekken in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid voorkomen worden. De raad wordt jaarlijks geïnformeerd over de onderzoeksplanning.
Het college stelt daarnaast voor om de verordening uit 2025 tegen het licht te houden en waar nodig verbeteringen door te voeren. De commissie stemt hiermee in. Advies 6 gaat over het weergeven van overhead in de financiële stukken. Zowel de Rotterdamse methode als de BBV-methode moeten worden opgenomen in de financiële verordening, waarbij bij alle tabellen vermeld wordt welke methode is toegepast. Vanaf de begroting 2026 wordt de informatie over overhead verduidelijkt en voorzien van een uitgebreidere toelichting. Het college wil nog dit jaar een kadernota overhead aanbieden, inclusief een voorstel tot wijziging van de financiële verordening. Mevrouw Lamers (concerncontroller) licht toe dat men dit jaar is begonnen met het herzien van de kadernota, zodat nieuwe richtlijnen goed worden vertaald naar de eigen kadernota. De heer Coşkun vraagt waarom de Rotterdamse methode wordt aangehouden, terwijl eerder is besloten dat de nadelen zwaarder wegen dan de voordelen. Mevrouw Lamers (concerncontroller) legt uit dat de Rotterdamse methode juist inzicht biedt per programma, waardoor de raad kan volgen waar de middelen en activiteiten naartoe gaan. Ze benadrukt dat het belangrijk is dat de aanpassing voldoet aan de BBV-voorwaarden, maar tegelijkertijd duidelijk en overzichtelijk blijft voor de raad, met behoud van de samenhang per programma.
1.08 Jaarrekeningcontrole 2025 De heer Machielse (Financial Audit) presenteert de startnotitie voor de jaarrekeningcontrole 2025, die jaarlijks wordt uitgebracht op basis van de Controleverordening Rotterdam 2023. Deze startnotitie markeert het officiële begin van de jaarrekeningcontrole voor zowel financial audit als de externe accountant PwC. De belangrijke aandachtspunten zijn: • Planning en oplevering jaarstukken richten zich op 30 april 2026. • Oracle Cloud: met name de grex-module vereist extra aandacht, omdat mutaties van de afgelopen acht maanden nog moeten worden verwerkt. Hiervoor wordt een detailplanning opgesteld om achterstanden in te lopen en de waarderingscontrole uit te voeren. • Andere risico’s: SiSa-dossiers, overgang naar een kleinere organisatie, beschikbaarheid en capaciteit van medewerkers, en het lopende onderzoek door het Openbaar Ministerie naar mogelijke fraude of corruptie.
Notulen COR d.d. 16-09-2025 pagina
5
• •
Wijzigingen in BBV en Bado: aanpassing van maximale goedkeuringstolerantie tot 2 procent en verantwoordingsgrens voor rechtmatigheid, verwerkt in het verantwoordingskader voor 2025. Data-analyse en innovatie: voortdurende toepassing van HR Insights, Oracle Optics voor rechten- en rollencontrole, en verdere inzet van AI-toepassingen, inclusief een AIlab samen met PwC.
Mevrouw Koedijk (accountant) licht het controleplan voor de jaarrekening 2025 toe. De controle richt zich, net als vorig jaar, op de getrouwheid van de jaarrekening en de rechtmatigheidsverantwoording. Door een wijziging in de Bado is de materialiteit verhoogd van 1 procent naar 2 procent voor fouten en onzekerheden samen, wat ook in het normenkader wordt voorgesteld. Belangrijke aandachtspunten zijn de implementatie van Oracle Cloud, de opvolging van het SO-onderzoek, en het behalen van de deadline 30 april 2026. Op 4 november 2025 wordt een rapportagemoment gepland over achterstanden en voortgang. In december 2025 vindt een deelwaarneming SiSa plaats. Ook wordt rekening gehouden met de verkiezingen en de overdracht aan nieuwe COR-leden. Media-aandacht voor relevante zaken wordt meegenomen in de controle. Mevrouw Kros (accountant) licht de impact van Oracle Cloud op de controleaanpak toe. Ze benadrukt hierbij de aandachtspunten. 1. Conversiedossiers: De juistheid en volledigheid van de datamigratie worden gecontroleerd, in samenwerking met financial audit. 2. Primaire processen en IT-beheersmaatregelen: De wijzigingen in de processen worden in kaart gebracht, evenals de inrichting van gebruikersrechten en back-ups. 3.
Jaarrekeningdossier: Het nieuwe dossier moet opgebouwd worden volgens de nieuwe lijstwerken en procedures, met als basis de tussentijdse afsluiting op de augustuscijfers. Daarnaast wordt er een plan van aanpak voor de grondexploitatiemodule opgesteld, zodat bij de voortgangsrapportage een actueel beeld van de stand van zaken kan worden gegeven. Mevrouw Koedijk (accountant) licht toe hoe de twee door de raad aangeleverde speerpunten zijn vertaald voor de controle: 1. Erfpacht: Er wordt gekeken naar de inrichting van het erfpachtconversieproces, inclusief de getroffen beheersmaatregelen, zoals functiescheiding, om te beoordelen of het proces betrouwbaar is. 2. Veilig: Er wordt onderzocht of de verantwoording rondom ‘veilig’ voldoet aan de gestelde kaders. De heer Coşkun geeft aan dat hij de verhoging van de goedkeuringstolerantie naar 2 procent begrijpt en waardeert dat dit een normale en gangbare praktijk is. Hij benadrukt dat het altijd spannend blijft of de planning voor 30 april gehaald wordt, maar dat de voortgangsrapportage in november inzicht zal geven in de haalbaarheid. Wethouder Van Rij reageert met te zeggen dat hij de voortgang strak volgt. Hij licht toe dat een speciale taskforce is ingesteld voor de grex-module, vergelijkbaar met eerdere succesvolle inzet bij het facturensysteem.
De wethouder verwacht dat alle informatie tijdig zal worden aangeleverd en wordt hierover wekelijks bijgepraat. De heer Van Dommelen vraagt de accountant om duiding bij de wijziging van de verantwoordingsgrenzen volgens de Bado en wil weten waarom deze veranderd zijn en hoe de accountant dit beoordeelt. Mevrouw Koedijk (accountant) licht toe dat de wijziging van de verantwoordingsgrenzen voortkomt uit een landelijke afstemming tussen het Rijk, gemeenten en accountantskantoren. Het Rijk hanteert al een materialiteitsgrens van 2 procent, terwijl gemeenten twee aparte grenzen voor fouten en onzekerheden hadden. Door dit samen te voegen tot een grens van 2 procent voor fouten en onzekerheden ontstaat een uniformere systematiek. Ze adviseert deze grens ook te hanteren.
Notulen COR d.d. 16-09-2025 pagina
6
De heer Roskam vraagt financial audit om toelichting, veel financiële kritieke processen en ICT zijn al groen doordat ze in Oracle Cloud zitten, maar reguliere contracten lopen nog buiten dit systeem. Hij geeft aan dat het speerpunt rond erfpacht daarom breder moet worden getrokken dan alleen het conversieproject, zodat ook de reguliere contracten goed worden meegenomen en correct in Oracle Cloud worden verwerkt. De heer Machielse (Financial Audit) licht toe dat de bijlagen met de vijftien gekleurde kritieke processen de processen laten zien die jaarlijks worden gecontroleerd en raakvlakken hebben met Oracle Cloud. De niet-gekleurde processen draaien via andere systemen. Voor grex en erfpacht geldt dat de groene markering specifiek betrekking heeft op de grondexploitaties, het erfpachtproces zelf wordt verwerkt in een ander systeem. Mevrouw Koedijk (accountant) vult aan dat het speerpunt rondom erfpacht niet alleen tot het conversieproject kan worden beperkt. Ze bevestigt dat het reguliere proces ook in kaart kan worden gebracht en dat de beheersmaatregelen kunnen worden beoordeeld, maar dat dit buiten Oracle Cloud plaatsvindt. De voorzitter vraagt om verduidelijking over Oracle Cloud, met name of dit systeem volledig operationeel is. Wethouder Van Rij bevestigt dit.
Hij licht toe dat GREAT volledig is geïmplementeerd, maar benadrukt dat het een nieuw systeem is waar medewerkers aan moeten wennen. Hierdoor worden rapportages soms op een andere manier samengesteld en moeten sommige opnieuw worden opgesteld. Hij erkent dat er nog risico’s zijn, maar geeft aan dat dit geen directe problemen oplevert. Het systeem draait stabiel, maar de precieze snelheid van verwerking moet nog blijken. 1.09 Artikel 213a onderzoeken De voorzitter geeft aan dat de commissie het proces bespreekt op basis van de wethoudersbrief. Het doel is vast te stellen of de toezegging kan worden afgedaan. Zoals in de brief staat, is de wijze van uitvoering niet voorgeschreven in de wet. Artikel 197 lid 2 van de Gemeentewet schrijft alleen voor dat het college de verslagen van artikel 213a toevoegt. De voorzitter benadrukt dat het gesprek niet gaat over de Gemeentewet zelf, maar over een gezond proces van zelfonderzoek. Wethouder Van Rij licht toe dat hij het proces volledig wil uitvoeren en inzichtelijk wil maken. Zoals eerder toegezegd, ontvangt de rekenkamer voor 1 oktober 2025 de planning voor 2026. De raad krijgt daarmee inzicht. De heer Roskam stelt voor om de resultaten van een afgerond 213a-onderzoek niet alleen halfjaarlijks met de hele raad te delen, maar ze ook bij de ingekomen stukken van de betreffende commissie te plaatsen.
Zo kan de commissie zelf beslissen of het onderwerp geagendeerd wordt. Wethouder Van Rij stemt hiermee in en geeft aan dat de raad een brief ontvangt zodra het onderzoek is afgerond, met verwijzing naar het betreffende dossier. De heer Coşkun waarschuwt ervoor dat willekeurige toewijzing kan leiden tot onduidelijkheid. Hij benadrukt dat het cruciaal is dat zowel de rekenkamer als de raad inzicht heeft in hoe het college zichzelf beoordeelt op doelmatigheid en efficiëntie. Hij verwacht dat de planning, inclusief de toezending aan de rekenkamer voor 1 oktober 2025, wordt gehaald, zodat de raad kan besluiten of het onderzoek bij een commissie besproken moet worden of niet. Wethouder Van Rij bevestigt dit en geeft aan dat hij dit ook zo heeft genoteerd. De voorzitter vat samen dat de wethouder heeft toegezegd dat de planning van de 213aonderzoeken voor 2026 voor 1 oktober 2025 naar de gemeenteraad wordt gestuurd, tegelijk met de verzending naar de rekenkamer. De voorzitter geeft aan dat deze onderzoeken eventueel op 7 oktober 2025 in de COR kunnen worden besproken.
Notulen COR d.d. 16-09-2025 pagina
7
1.10 Raadsvoorstel Kadernota reserves en voorzieningen Rotterdam 2025 Mevrouw Lamers (concerncontroller) licht toe dat de kadernota vooral helderheid biedt over bestemmingsreserves en voorzieningen, inclusief het onderscheid hiertussen. Bij voorzieningen is sprake van een verplichtend karakter, terwijl bestemmingsreserves meer flexibiliteit bieden. Tegelijkertijd wordt continu getoetst of het nut en de noodzaak van deze reserves blijft bestaan, zowel bij de instelling, tijdens de monitoring als om potjesvorming en het onnodig vastzetten van middelen te voorkomen. De voorzitter concludeert dat hiermee invulling is gegeven aan advies 1 uit het COR-rapport 2023 en dat het rapport naar de commissie BOFV gaat. 1.11 Rondvraag De voorzitter sluit de vergadering.
Notulen COR d.d. 16-09-2025 pagina
8