CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[25bb007169] Beantwoording technische vragen GroenLinks over Voortgangsrapportage Dierenwelzijn

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 8 oktober 2025, gemeente RotterdamBij agendapunt: Voortgang nota Dierenwelzijn2.338 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Naar aanleiding van de voortgangsrapportage Dierenwelzijn 2023–2024 heeft de fractie van GroenLinks een aantal technische vragen ter verduidelijking.

Deel ‘Dieren met eigenaar’ 1. Tabel 1, p. 8 – In de cijfers is een duidelijke verschuiving zichtbaar tussen de categorieën ‘bestuursdwang’ en ‘overig’. Wat voor soort situaties vallen onder ‘overig’? Onder ‘overig’ als reden van opname is de restcategorie met dieren die zijn opgenomen. Dit kan in de praktijk bijvoorbeeld betekenen: dieren uit bijzondere situaties die buiten de wettelijke taak vallen (bijvoorbeeld dieren uit faillissementen), dieren zonder duidelijke herkomst, dieren uit medische of ethische situaties, incidentele opvangafspraken met derden of vanwege onduidelijke reden opname kan een dier op deze manier worden geregistreerd. Besluit tot bestuursdwang wordt genomen door een bevoegde autoriteit (gemeente) en kan daarom niet onder ‘overig’ worden geschaard. Afname van deze categorie in ons dierenopvangcentrum kan bijvoorbeeld zijn omdat er minder dieren onder bestuursdwang vallen of dat de opvang in eigen kringen is gevonden. De verschillen in de rapportage duiden niet op een trendbreuk in de feitelijke aantallen, maar worden veroorzaakt door een aangepaste registratie. Deze aanpassing leidt tot een duidelijker beeld van de feitelijke TOO-opnames (opnames uit bestuursdwang), en overige opnames die op basis van andere sociale overwegingen worden gedaan.

Vaak zijn dit dieren die worden aangeboden aan de opvang waarbij de Dierenbescherming de inschatting maakt dat het welzijn van het dier in het geding is vanwege financiën, slechte omstandigheden eigenaar, risico op dumping etc. Wat is de oorzaak van de afname bij ‘bestuursdwang’ en de toename bij ‘overig’? Bestaat er een verband? 2. P. 9, subsidie Stichting Zwerfkatten Rijnmond – De subsidie is in 2025 verhoogd van 40.000 naar 50.000 euro. Hoe verhoudt deze verhoging zich tot de gestegen kosten sinds 2019? De kosten van de stichting bedroegen in 2019 volgens de jaarrekening € 373.359,- Voor 2025 is in de begroting een bedrag opgenomen van €437.393,- Dat is een verhoging van de kosten met €64.034,de subsidie is verhoogd met €10.000,3. P. 10, Chip uw kat-actie – De actie in 2024 is vervallen, in 2025 gepland, met verwachte chipplicht in 2026. Hoe wordt de continuïteit richting (en na) 2026 geborgd? Er is nog (steeds) geen zekerheid of de landelijke chipplicht in 2026 in werking zal gaan. We houden er daarom voor 2026 nog rekening mee dat in Rotterdam weer een gratis chipactie zal worden georganiseerd. Wanneer het wettelijk verplicht wordt om katten te laten chippen is een gratis chip actie niet meer legitiem. We blijven de ontwikkelingen rondom de landelijke chipplicht nauwgezet volgen.

4. P. 11, voorlichting kleine huisdieren – De geplande actie is doorgeschoven naar 2026. Waarom is deze actie uitgesteld?

Het programma loopt tot en met 2026, deze actie heeft inzet nodig van zowel gemeente als Natuurstad. Bij Natuurstad was sprake van personele wisselingen en is het mede daardoor het is niet gelukt dit in 2025 voldoende concreet te maken. Afspraken om dit in 2026 wel te laten slagen zijn al ingepland. Deel ‘In het wild levende dieren’ 6. P. 14, provinciale middelen wildopvang – Er is 250.000 euro per jaar beschikbaar, maar onduidelijk vanaf wanneer en hoe besteed. In het coalitieakkoord van de provincie Zuid-Holland staat het plan beschreven om provinciale middelen voor wildopvang in te zetten. Echter is er nog geen subsidieregeling voor de uitvoerende wildopvangcentra beschikbaar om de middelen te ontsluiten, het budget is dan ook nog niet beschikbaar gesteld. De wildopvangcentra kunnen daarom nog steeds geen aanspraak maken op de provinciale middelen 7. P. 14, tabellen Waarom zijn de cijfers van de Vogelklas niet volledig opgenomen? Ik mis hier allemaal nummers, denk ik? Deze cijfers zijn de cijfers die we op dat moment van beide jaren ter beschikking hadden, zodat vergelijk mogelijk is. 8. P. 14, vervoer van wilde dieren – De gemeente geeft aan geen budget te hebben voor vervoer.

Klopt het dat de gemeente hier niet aan bijdraagt? Gemeente Rotterdam kiest ervoor om de zorgplicht in te vullen door wildopvangcentra structureel te financieren, zodat iedereen (ook burgers) een gewond in het wild levend dier kan brengen. Vervoer is hierin geen bepaling van de wettelijke taak dierenopvang. Echter is het personeel vanuit de dierenambulance wel onderdeel van de concessievergoeding. P. 15, vogelslachtoffers bij hoogbouw – Gesprekken lopen over maatregelen bij bouwprojecten. Welke definitie van ‘hoogbouw’ wordt hier gebruikt? Vanaf welke hoogte treedt het risico op vogelslachtoffers op? Onder hoogbouw wordt hier bedoeld een gebouw vanaf 5 verdiepingen. In principe treden op elke hoogte vogelslachtoffers op, de vogels zien de weerspiegeling van bomen of lucht, en merken daardoor het glas niet op. Ook levert brandend licht in kantoorgebouwen een extra risico op. Bij gebouwen tot 5 verdiepingen vallen slachtoffers omdat dit de hoogte is waarop zangvogels vliegen. Nog hogere gebouwen zorgen dan weer voor grotere aantallen slachtoffers vanwege vogeltrek. Worden ook maatregelen voor bestaande hoogbouw overwogen in samenwerking met wethouder Bouwen & Wonen (bijv. raamstickers, andere weringen)? In bestaande hoogbouw is de meeste winst te behalen door het licht in de nacht uit te doen.

Voor andere maatregelen zijn in vergelijking met nieuw te bouwen panden een stuk minder draagvlak. 9. P. 16, duiventillen – Er loopt een inventarisatie naar gemeentelijke locaties. Is hierbij ook een mogelijke locatie rond Rotterdam CS meegenomen? Uitgangspunt in de zoektocht is de directe omgeving van de lijnbaan. Er is wel heel ruim gekeken naar alle gemeentelijke eigendommen en ook meer in de omgeving van CS geen geschikt eigendom gevonden.

10. P. 17, rattenoverlast – Er zijn pilots met rattenladen en fretteurs. Hoe ontwikkelt het aantal meldingen over rattenoverlast zich, en hoe verhoudt dit zich tot het geschatte aantal ratten in de stad? Het aantal meldingen varieert iets van jaar tot jaar, maar zonder grote uitschieters. Er is altijd een bepaalde mate van overlast in de stad aanwezig, maar het aantal excessen is klein. Met de huidige middelen en inzet kunnen we de overlast stabiel houden en snel ingrijpen bij plotselinge uitschieters. Maar daarmee lukt het niet om het aantal meldingen substantieel en blijvend lager te krijgen. Het aantal meldingen op jaarbasis is een fractie van het werkelijke aantal ratten in de stad, hoewel we geen ratten tellen. Afhankelijk van factoren zoals voedsel, schuilplekken, bestrijding wordt er geschat dat er 1 rat per 10-100 inwoners kan zijn. Soms wordt er zelfs aangenomen dat er 1 rat per inwoner is, maar dat is waarschijnlijk een overschatting. De cijfers die we hebben zien op het aantal taken (dus de actie die is ondernomen naar aanleiding van de meldingen) daarbij hebben we te maken met de overstap naar een nieuw meldingen systeem. Waardoor 2024 niet volledig in beeld is, en niet goed te vergelijken met de cijfers uit 2023.

In 2024 zijn er 3540 taken uitgezet (vanaf 1 april daarvoor ander systeem, doorlooptijd 9 maanden) In 2025 zijn er 3461 taken uitgezet (tot 1 oktober, doorlooptijd 9 maanden) Op basis van deze cijfers is geen substantieel verschil op te merken. In hoeverre is een rattenlade diervriendelijker dan een rattenhotel, en is de raad over deze pilot geïnformeerd? Een rattenlade bevat klemmen. Een kleine rat is meestal direct dood. Een grote rat kan soms toch nog leven nadat hij in een klem gelopen is. Ook komt het soms voor dat ratten alleen met hun poot vastzitten. Die situaties leiden tot een langere lijdensweg (uren of dagen) voor de rat dan een verdrinkingsval. Bij een verdrinkingsval weet je dat 100% van de dieren binnen 1,5-2 minuten dood is.

Is de inzet van ‘fretteurs’ een tijdelijke proef of beoogt de wethouder dit structureel voort te zetten? De proef had een duur van 3 maanden. De resultaten waren positief, waardoor de wethouder beoogt deze methode toe te voegen aan het instrumentarium van de plaagdierbeheersing. Daarvoor moet er nog wel een en ander uitgezocht worden m.b.t. de meest diervriendelijk en praktisch toepasbare methode van afdoden. De raad kan elk moment geïnformeerd worden over de pilot fretteren. De evaluatie is afgerond en wordt na bespreking in het college met de raad gedeeld.

11. P. 17, mediterraan draaigatje – Sinds 2017 vijf kolonies, waarvan één bestreden. Is bestrijding van het draaigatje zo complex dat slechts één kolonie succesvol bestreden kon worden? Ja, helaas is de bestrijding van het mediterraan draaigatje erg complex. De mieren vormen diep onder de grond superkolonies omdat deze mierensoort meerdere koninginnen heeft. Bij inheemse mieren zijn er meerdere kleine kolonies met 1 koningin die territoriaal zijn, waardoor de mierenvolkeren elkaar nog enigszins in toom houden. Bij het mediterraan draaigatje, werken deze sub kolonies juist samen en kan de totale kolonie een enorme omvang bereiken. Ze huizen diep onder de grond waardoor het nog extra moeilijk is om het bestrijdingsmiddel bij álle koninginnen te

krijgen. Het bestrijden van een superkolonie duurt daarom meerdere jaren en vraagt om veel inzet van mensen en middelen. Kunnen Rotterdammers dit zelf herkennen en hoe wordt bewustwording hierover vergroot? Bewoners kunnen eigenlijk zelf het onderscheid niet maken tussen een “gewone” mier en het mediterraan draaigatje. Hier is op zijn minst verstand van zaken en een zeer sterke loep voor nodig. Rotterdammers kunnen wel een mier opsturen naar de gemeente, zodat er determinatie kan plaatsvinden door een expert. In de wijken die te maken hebben met deze mier vindt veel bewonerscommunicatie plaats en worden bewoners betrokken bij de bestrijding in de woningen en tuinen. Er is vooralsnog niet Rotterdam breed gecommuniceerd. Wel is er al bewustwording gecreëerd bij tuincentra, die soms onbedoeld exotische planten met het draaigatje verkopen. 12. P. 18, feitcode voederverbod – Het OM heeft de gevraagde feitcode niet toegekend. Wat was de argumentatie van het OM? De feitcode is niet toegekend omdat het artikel voederverbod een zogenaamde facultatieve bepaling is in de modelverordening. We hebben te horen gekregen dat daar niet standaard feitcode ’s aan worden gekoppeld. Aanvullend argument was nog dat er te weinig proces verbalen waren opgemaakt, feitcodes worden pas toekgekend vanaf 50 pv’s per jaar.

Dan is het nog zo dat ons artikel in de APV inhoudelijk afwijkt van het facultatieve artikel in de Modelverordening, waardoor het ook weer lastiger is een feitcode te koppelen. We zien dat er steeds meer gemeenten een voederverbod opnemen in hun algemene plaatselijke verordening, dus als we als gemeente aandacht blijven vragen (ook bij de VNG) is de verwachting dat dit in de toekomst wel gaat lukken. We zijn hierin afhankelijk van OM en VNG dus hier een datum aan koppelen is niet reëel. Bijzondere omstandigheden 13. P. 20, actualisatie factsheet Dieren bij evenementen – Deze wordt in de tweede helft van 2025 herzien. Leidt dit ook tot strenger beleid, met name in kwetsbare perioden (bijvoorbeeld broedseizoen)? Het beleid in kwestie wordt niet aangepast, maar er wordt aandacht gevraagd voor het landelijk beleid wat er al is. Hoewel wij als gemeente hier niet op handhaven is de organisator wel verplicht om vooraf te onderzoeken of er soorten zijn die hij mogelijk gaat verstoren. Wij wijzen hier in de factsheet opnieuw aandacht voor. 14. P. 21, olierampen – Er ligt een conceptprotocol, besluitvorming wacht nog. Wat maakt de besluitvorming complex en hoe kan dit proces worden versneld? In Rotterdam is Rijkswaterstaat is aan zet om het protocol rondom met olie besmeurde vogels vast te stellen, in afstemming met o.a. Directie Veilig en de Rotterdamse haven.

Op landelijk niveau is Rijkswaterstaat samen met Stichting Dieren in Rampen en de verschillende veiligheidsregio’s bezig om een convenant op te stellen. Die afstemming neemt tijd in beslag. 15. P. 22, vogelgriep – Beschermingsmiddelen zijn beschikbaar voor dierenambulances en wildopvangcentra. Krijgen gemeentelijke medewerkers die dode vogels opruimen ook beschermingsmiddelen? Ja. Communicatie en kennisuitwisseling 16. P. 26, dieren in het nieuws – Het overzicht bevat vooral negatieve of overlast-gerelateerde

berichten. Hoe is de selectie van deze berichten tot stand gekomen en waarom ontbreken positieve voorbeelden of juist berichten over olierampen? Mogelijk is deze selectie te snel tot stand gekomen, we zullen in het vervolg meer letten op voldoende positiviteit in de berichten. Voor dit jaar kunnen in ieder geval worden toegevoegd de chip je kat actie Dierendag in Rotterdam: van dierenstoet tot zegeningen en gratis chips voor katten - OPEN Rotterdam en de verkiezing van de dierenvriend van het jaar. Fleur Neeleman is de eerste Rotterdamse Dierenvriend van het Jaar - Adverteren Rotterdam | De Havenloods | Krant en Online

Wat er niet in staat 17. Gevaarlijke honden – Cijfers hierover ontbreken. Zijn deze cijfers beschikbaar en hoe effectief is de aanpak? Aantal meldingen per jaar: In 2024 kwamen 176 meldingen binnen, daarvan zijn er 81 in behandeling genomen. In 2025 kwamen er tot nu toe 128 meldingen binnen daarvan zijn er 76 in behandeling genomen. De categorieën zijn weergegeven in onderstaande tabel.

Maatregelen die zijn opgelegd:

Er is recent nog opnieuw aandacht gegeven aan het meldpunt via social media, de tekst op de website wordt up to date gehouden. Niet alle meldingen hebben een maatregel nodig.

18. Faunatrappen – Niet genoemd in de rapportage. We leggen waar mogelijk steeds meer natuurvriendelijke oevers aan in de stad waardoor fauna trappen steeds minder vaak nodig zijn. Ze worden op verzoek van wijkteams of bewoners nog wel geplaatst. 19. Bijenkasten en biodiversiteit – Relatie ontbreekt in de rapportage. Wordt dit in kaart gebracht? In Rotterdam wordt dit niet specifiek in kaart gebracht, er zijn wel (internationale) onderzoeken bekend waaruit blijkt dat honingbijen, wilde bijen verdringen in de strijd om voedselaanbod. Dit is wel een complex verband afhankelijk van meerdere factoren. Er zijn imkers die veel oog hebben voor biodiversiteit en hun kasten plaatsen op ruime locaties, waarbij ze ook zorgen voor veel bloemen jaarrond rondom de kasten. Op die manier blijft er genoeg voedsel voor de wilde bij over. Maar we zien ook dat er bijenkasten worden geplaatst op plekken waar het voedselaanbod al schaars is. Of in de buurt van natuurgebieden. Dan is er wel een negatief verband te verwachten. 20. Meerkoetpalen in singels – Niet benoemd, waarom ontbreken deze voorbeelden van diervriendelijk samenleven. Dank voor de suggestie, wij zullen daar beter op letten in het vervolg. Over de meerkoet palen kunnen we melden dat er bij iedere fontein in de stad 1 of 2 meerkoetpalen staan. Dit wordt ieder voorjaar gecontroleerd, waar nodig worden er bijgeplaatst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=223f26e5-1a43-4b54-89dc-fa8b7bdd31af