[25bb006508] Inspreekbijdrage Directeurenoverleg over Cultuurplanproces
Tekst van het document
Inspreektekst evaluatie Cultuurplanproces, door de voorzitters van het Directeuren Overleg Datum: 17 september 2025 Commissie Zorg Welzijn Cultuur en Sport (ZWCS) Geachte commissie, Het afgelopen Cultuurplanproces verdient geen schoonheidsprijs. Hierover is met u en de sector al veel uitgewisseld. De governance heeft in dit proces niet gewerkt, waardoor het College en de Gemeenteraad op verkeerde stoelen zijn gaan zitten. Dit is het gevolg van een proces dat aan de start niet goed doordacht en ingericht is. Te beginnen bij de afschaffing van de RRKC, zonder Plan B. Hierdoor kwamen we in een vacuüm terecht waarin naarstig naar een oplossing gezocht moest worden voor de beoordelingsronde 2025-2028. Het duurde maanden voordat er een tender uitvraag kwam. En toen er een bureau geselecteerd was – Blueyard, met als voorzitter Mei Li Vos - was de tijd te kort om tot een goede procedure te komen. De inrichting en de samenstelling van de commissies hebben bij het DO veel vragen opgeroepen. Zo ontbrak het thema architectuur en werd er een commissie muziek & dans samengesteld. Daarbij was er twijfel over de deskundigheid van de commissieleden en werd duidelijk dat onder hen ook opdrachtgevers van de instellingen of oud-directeuren zaten. De belangenverstrengeling leek groter dan ooit. We hebben ons ook verbaasd over de afstand van de accounthouders en intermediairs tot het proces.
Daar waar kennis en kunde over de instellingen aanwezig waren, is er in de beoordeling niet tot nauwelijks gebruikgemaakt van hun input. Over bovenstaande is herhaaldelijk door het DO aan de bel getrokken, bij Blueyard en/of de gemeente. Dit gebeurde ook nadat de Handleiding ‘Aanvragen Cultuurplan 2025-2028 Rotterdamse Kunstinstellingen’ werd gepubliceerd en de procedure startte. Het Directeuren Overleg was teleurgesteld over het uitblijven van de administratieve lastenverlichting en sprak haar zorgen uit over de oppervlakkige ‘kennismakingsgesprekken’ met de commissies. Daarbij kende het indieningsproces vele weeffouten, zoals het last minute bijstellen van het aantal pagina’s en de onduidelijkheid over welke documenten de commissie wel of niet onder ogen zou krijgen. En toen waren we nog maar aan de start van het proces.
De kwaliteit van de uiteindelijk uitgebrachte adviezen was zeer wisselend, wat de vraag opriep hoe zorgvuldig deze waren opgesteld? Het DO riep de gemeente op de commissies bij te staan om de financiële commentaren in de definitieve adviezen op eenzelfde niveau te krijgen: ‘woorden doen ertoe’! Uit de analyse van de adviezen bleek geen eenduidig beeld over hoe deze integraal tot stand waren gekomen: hoe zijn de verschillende onderdelen gewogen en hoe is hieruit tot een rangschikking gekomen van positief beoordeelde adviezen? De categorie ‘positief buiten budget’ kwam als een duveltje uit een doosje. Deze leek toegevoegd te zijn gedurende de advisering. En met name dit deel heeft in het vervolg veel onrust teweeggebracht, doordat het proces aan de voorkant met bevoegdheden van College, Gemeenteraad en adviescommissie niet goed genoeg was geborgd. Na het uitkomen van het advies startte de eerste reparatie met de kaasschaaf van het College om te repareren wat in advisering niet goed was gegaan. Toen het College ingreep, zag ook de Gemeenteraad de mogelijkheid om de lobby toe te laten en eigen afwegingen binnen het advies te gaan maken.
De rolvastheid was ver te zoeken, waardoor de sector als geheel schade is toegebracht. De instellingen die ‘gered’ zijn kregen te weinig en de positief beoordeelde instellingen werd een bezuiniging opgelegd van totaal 1,85% om dit mogelijk te maken. Hiermee is iedereen (groot en klein) op financiële achterstand gezet. De vraag van de wethouder was om op het subsidieniveau van 2024 in te dienen en niet te veel ambitie te tonen. Op deze verminderde ambitie is daarna bij bijna iedereen dus nóg eens gekort. Dit schrappen van ambities gebeurde met name op maatschappelijke onderdelen zoals educatie, participatie, wijkgericht werken enzovoorts. Onderdelen die kostbaar zijn. Hier is geen regie opgenomen en nog steeds is niet duidelijk wat de gevolgen hiervan zijn. We zien in dit proces het korte termijn denken van de politiek terug waarbij de sector onderling is uitgespeeld en het DO speelbal is geworden binnen het debat. De gang van zaken rondom de Cultuurnota heeft het vertrouwen van de sector in de politiek geschaad. Dit vraagt om reparatie. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat de volgende Cultuurnotaperiode stevig is vormgegeven vanuit de onafhankelijkheid tussen advisering en de politiek. Heldere kaders: de vertaling van visie naar uitgewerkte speerpunten en toetsbare criteria met een transparant beoordelingsproces zijn essentieel om een goed proces vorm te geven.
Hiermee onderschrijven we de conclusies van onderzoeksbureau KWINK groep. Hieraan voegen we toe de oproep die we vanmiddag hebben gedaan naar aanleiding van het agendapunt Conceptadvies cultuurtransitie en de wethoudersbrief: “Als wij de gelden voor een volgend Cultuurplan in 2029 op een zorgvuldige wijze verdeeld willen zien, zijn we al heel erg laat. Hopelijk niet te laat. Het is dus van groot belang dit jaar nog zo concreet en gedragen mogelijk besluiten te nemen. Zodat we zo snel mogelijk aan de slag kunnen met het oprichten van een onafhankelijk orgaan en haar processen en rollen kunnen gaan inrichten. Dit is namelijk een zeer complex proces wat veel tijd vraagt om zorgvuldig te doen.” En laten we vooral samen optrekken om herhaling te voorkomen.