CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[25bb006507] Inspreekbijdrage Directeurenoverleg over Conceptadvies Kwartiermaker

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 17 september 2025, gemeente RotterdamBij agendapunt: Concept-eindadvies van kwartiermaker1.665 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inspreektekst evaluatie Cultuurplanproces, door de voorzitters van het Directeuren Overleg Datum: 17 september 2025 Commissie Zorg Welzijn Cultuur en Sport (ZWCS) Geachte commissie, De wethouder beschouwt in zijn brief de rol van de kwartiermaker als adviseur en aanjager van de transitie als geslaagd. Op dit moment ligt er met deze wethoudersbrief, na een proces van drie jaar na de transitiestart in het Prinsestheater, geen concreet en uitvoerbaar plan. Wij zien het proces van transitie dan ook zeker nog niet als geslaagd. Wij staan hier om aan te geven dat het twee voor twaalf is. In december vorig jaar schreven wij als DO een paper over de voorwaarden voor een nieuw adviesmodel, dat wij met de kwartiermaker, de wethouder en met u hebben gedeeld. Daarin benoemen wij vier voorwaarden voor een goed functionerend adviesmodel: heldere rollen, kwaliteit en verbinding, een gelijk speelveld en rust in het proces. Voor een adviesorgaan benoemden wij een ‘hybride model’. Wij vinden deze punten terug in zowel het eindadvies van de kwartiermaker, als in de wethoudersbrief. Maar helaas het mist de noodzakelijke uitwerking, waar de paper toe opriep. We zijn het met elkaar eens dat goede governance en een diverse sector essentieel zijn voor een gezond bestel.

Dat waren we drie jaar geleden ook al, en we vinden het problematisch dat er met de laatste wethoudersbrief, na die drie jaar, nog geen concreet uitvoerbaar plan op tafel ligt. Het advies en de brief geven denkrichtingen maar worden nergens concreet over een holistisch stelsel waar we als sector voldoende vertrouwen in hebben, of waar de Gemeenteraad nu haar goedkeuring aan kan geven en we aan de slag kunnen. Hierdoor staan we nog steeds aan het begin van een transitie en trekken we de pijnlijke conclusie dat we drie jaar hebben verloren. Dit is zorgwekkend en geeft de urgentie aan om met elkaar in een snelkookpan richting einde van het jaar naar een goede uitwerking te komen waarmee we begin 2026 gezamenlijk aan de slag kunnen. De kwartiermaker is de afgelopen twee jaar in gesprek gegaan met een grote vertegenwoordiging van het culturele veld en heeft zich hierin open opgesteld. We waarderen het oog voor de breedte en de diversiteit van de culturele sector en daarmee de aandacht voor makers die nu minder vertegenwoordigd zijn. Wij vinden het goed dat zij de status quo op veel punten heeft uitgedaagd. Maar het heeft niet geleid tot een stevig, haalbaar plan met voorstellen waar we mee verder kunnen. In de laatste bijeenkomst van het Directeuren Overleg hebben we via een mentimeter (een online anonieme enquête) de temperatuur bij onze leden opgenomen.

Hier kwamen over het kwartiermakersrapport de woorden ‘doordacht’ en ‘ambitieus’ naar boven, maar vaker de woorden ‘rommelig’, ‘veel’ en ‘onrealistisch’. Wij zijn van mening dat in een beter vormgegeven proces met heldere kaders en actiever opdrachtgeverschap dit misschien anders had kunnen zijn, waardoor we nu minder in tijdnood zouden zitten. Veel vragen zijn nog onbeantwoord of worden niet concreet gemaakt. Ook de wethoudersbrief geeft geen uitsluitsel over de richting. In de eerder genoemde DO bijeenkomst haalden we over de inhoud van de wethoudersbrief de woorden op: ‘terug naar vroeger’, ‘zwak’, ‘politiek’ en ‘zonder visie’. De wethoudersbrief laat veel ruimte voor invulling, en de leden van het DO hebben er (ook gezien het proces Cultuurplanperiode 2025-2208) weinig vertrouwen in dat dit vanzelf, op goed vertrouwen, leidt tot een bevredigend resultaat voor de gehele sector.

Daarom is het belangrijk samen aan de slag te gaan en tot goede advisering te komen. We hebben het DO ook gevraagd over de belangrijkste woorden voor de richting die wij vandaag moeten meegeven. En die waren heel duidelijk: ‘goede governance’, ‘onafhankelijkheid’ en ‘regie’. Zoals gezegd is iedereen het al drie jaar eens over het belang van heldere rollen en processen: een goede governance. Maar hoe gaan we dit doen is nog verre van concreet. Hoe wil de wethouder deze governance handen en voeten geven? Een Cultuurhaven kan een goed initiatief zijn om te komen tot een onafhankelijke besluitvorming met als opdracht om dicht bij het veld gevraagd en ongevraagd advies te geven aan gemeente en politiek. Is dit een RKS in een nieuw jasje of hoe ziet de wethouder dit voor zich? In de brief wordt gesproken over een netwerkorganisatie gefaciliteerd door de gemeente. Dat is allemaal nog niet uitgewerkt, maar als voorwaarde aan dat adviesorgaan stellen wij één voorwaarde: onafhankelijkheid. Een voorwaarde die ook de kwartiermaker in haar advies bovenaan heeft gezet. De wethouder ziet in het door hem benoemde netwerk een grote rol weggelegd voor de intermediaire instellingen. Ook de kwartiermaker vindt dat deze organisaties goed functioneren en behouden moeten blijven.

Maar als hun rol zo groot is, bijvoorbeeld omdat een aantal van hen ook geld verdelen, of zelfs cultuurplaninstellingen monitoren, verdient dat meer uitwerking over hun rol en positie. Iets waar de kwartiermaker en de wethouder het over eens zijn, is het belang van een diversiteit van financieringsmodellen en beoordelingssystematieken. Zij verwijzen daarbij beiden naar een artikel en plaatje van Adriaanse en Bartelse. Ook het DO is enthousiast over deze gedachte, maar een gedachte of een plaatje is nog geen inpassing in een Rotterdams systeem. Ook dit zouden wij graag concreet uitgewerkt zien in een coherent systeem voor de gehele sector. Op dit moment is de RCB een onderdeel van het systeem dat een aparte beoordelingssystematiek heeft. De kwartiermaker stelt voor om de RCB op te heffen, net als de leden van de RCB zelf. We zijn benieuwd naar de visie van de wethouder in deze. De wethouder roemt wat er al is aan nieuwe regelingen van pitches en impulsen, hij lijkt de huidige systematiek van projectsubsidies te willen behouden, maar heeft het ook over een subsidie- en een programmahuis, en er is een onduidelijk idee over een Cultuurhaven. Wij missen een integrale visie op de hele breedte van de sector.

Om een op Rotterdam toegepaste integrale visie op modellen en systematieken te ontwikkelen is een gedegen analyse van de sector en de gehele keten van makers en instellingen nodig. Dit is essentieel om in evenwicht te kijken naar wat de sector aan diverse regelingen nodig heeft om in balans te zijn. Wij vinden deze analyse niet terug in het eindadvies van de kwartiermaker en raden aan om zo snel mogelijk deze analyse alsnog te maken. De kwartiermaker en de wethouder zijn ook beiden enthousiast over een fonds dat privaat geld gaat werven voor de sector. Hoe zorgt de gemeente dat dit niet concurreert met de sector, die veel samenwerkingen heeft met fondsen en private gevers? En als er wel zo’n fonds zou zijn, dat uit een andere vijver vist, hoe gaat die dan haar geld verdelen? De wethouder zegt dat de transparantie rondom huur, huurprijzen en de huursystematiek beter kan en sluit zich graag aan bij de vastgoedadviezen van de kwartiermaker daarover. Wij vinden deze opmerking en de genoemde adviezen echter niet zodanig uitgewerkt dat we een goed gevoel hebben over wat de plannen in deze zijn.

Wij vragen ons af waar de financiering voor de noodzakelijke wijziging in het ecosysteem vandaan moet komen. De vroegere RRKC, Blueyard en de kwartiermaker zijn ook allemaal gefinancierd. Een visie hierop van zowel de kwartiermaker als de wethouder ontbreekt. Over het besteden van geld gesproken, hebben wij gezien dat de kwartiermaker haar opdracht, die onsinziens veel te groot was voor een kwartiermaker met een assistent, zelf nog heeft uitgebreid, met goedkeuring van de wethouder. Onder andere op het gebied van positionering van de culturele sector. Ook wij vinden een goede positionering van cultuur belangrijk, maar zijn vanaf meet af aan kritisch geweest over de plannen van de kwartiermaker in deze. Nu is er met een behoorlijke investering in tijd en geld een website ‘decoded’ ontwikkeld en zijn er sociale media-uitingen, met zover wij kunnen beoordelen - heel weinig tractie. Wij zijn heel benieuwd naar de visie van de wethouder op deze uitbreiding van de opdracht en het voortbestaan van ‘decoded’. Naast de kwartiermaker heeft de wethouder ook een kernteam aangesteld. In eerste instantie zou dit een tandemfunctie hebben met de kwartiermaker, maar deze heeft altijd gezegd dat het één van haar input bronnen was, net als alle andere. Voor ons is het drie jaar lang onduidelijk geweest wat het kernteam heeft gedaan, er is nooit formele output gekomen.

En ook nu er een eindadvies is, zijn wij benieuwd naar de status en toekomst van het kernteam. De wethouder en de kwartiermaker zijn beide vol van domeinverbindend werken. Maar een goede analyse van hoe domeinverbindend de sector nu is, is er niet. Dit is echt een gemis in dit gesprek. En daarbij willen we waken voor de gedachte dat cultuur er enkel is om maatschappelijke problemen op te lossen. En de gedachte om meer geld voor cultuur te halen bij domeinen als de zorg waar de budgetten ook onder druk staan lijkt ons een utopie. Dat allemaal gezegd hebbende constateren wij dat het twee voor twaalf is. Als wij de gelden voor een volgend Cultuurplan in 2029 op een zorgvuldige wijze verdeeld willen zien, zijn we al heel erg laat. Hopelijk niet te laat. Het is dus van groot belang om dit jaar nog zo concreet en gedragen mogelijk besluiten te nemen. Zodat we zo snel mogelijk aan de slag kunnen met het oprichten van een onafhankelijk orgaan en alles wat nodig is om een Cultuurplanproces goed te laten verlopen en alle wensen op het gebied van governance en representatie in het gehele subsidiestelsel een stevige basis te geven.. We hebben bij de behandeling van het laatste Cultuurplan, waar we vanavond nog over zullen praten, gezien dat er veel tijd is opgegaan aan politiek en de verhouding tussen de wethouder en de raad.

Wij vinden veel van de afgelopen drie jaar, en wij denken dat de raad dat ook doet. Maar wij roepen de raad op niet te lang stil te staan bij gemorste melk, maar constructief vooruit te kijken en de wethouder te helpen concreet te worden, en daarin de door ons genoemde punten mee te nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c8795090-baaf-4bf8-9208-5479dfd0bd9e