[25bb006316] Verslag Commissie tot Onderzoek van de Rekening 13-05-2025
Tekst van het document
Commissie tot Onderzoek van de Rekening en de Commissie Rekenkamer Rotterdam Datum: Voorzitter: Aanwezig: Commissiegriffier: Commissiesecretaris: Portefeuillehouder(s): Overige aanwezigen:
13 mei 2025 M.H. (Marvin) Biljoen D.J. (Diederik) van Dommelen; F. (Fatih) Elbay; T. (Thomas) Roskam; T.S.J. (Theo) Coşkun E.P. (Evert) Peterse M. (Marcel) van den Akker B.J. (Bart-Joost) van Rij Namens de accountant: mevrouw M. Koedijk en mevrouw A. Kros Ambtelijke ondersteuning van het college: mevrouw M.J.H. Lamers, de heer M.D. van Gilst, de heer R.P.A. Janssen, mevrouw I. Weijersden Boer, B.C. Cueva van der Beek
1. Commissie tot Onderzoek van de Rekening (COR) 1.01 Opening en mededelingen De voorzitter geeft aan dat het deel over de Rekenkamer vervalt, omdat daar geen agendapunten voor zijn. De COR heeft vooraf aan deze vergadering in beslotenheid samen met de accountant gekeken naar de hoofdlijnen van het jaarverslag 2024. Op 19 mei volgen verantwoordingsgesprekken met vier wethouders: Kasmi, Achbar, Norville en Van Rij. De griffie stuurt hiervoor uitnodigingen en vragenlijsten. 1.02 Vaststelling agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 1.03 Vaststellen verslag Het verslag van de COR-vergadering van 8 april is zonder opmerkingen vastgesteld. 1.04 Lijst van openstaande toezeggingen Er zijn geen opmerkingen bij die agendapunt. 1.05 Planning De voorzitter geeft aan dat het verantwoordingsgesprek met de wethouder Financiën wordt verplaatst van 20 naar 19 mei. Er zijn geen verdere opmerkingen over de planning. 1.06 Terugkoppeling van rapporteurs De voorzitter meldt dat er een startoverleg is geweest over HOV MIRT, waarin vervolgafspraken over de planning zijn gemaakt. Een nieuwe bijeenkomst volgt woensdag 21 mei 2025. 1.07 RIM 4 jaar De voorzitter meldt dat de Rotterdamse Investeringsmotor (RIM) op 8 juli 2025 vier jaar bestaat. Volgens het oorspronkelijke raadsvoorstel moet het beleid elke vier jaar worden geëvalueerd.
De COR wil betrokken worden bij deze evaluatie en vraagt de wethouder om een toezegging op dat punt. Wethouder Van Rij bevestigt dat de evaluatie van de RIM dit jaar plaatsvindt, waarschijnlijk vanaf september. Hij stelt voor om een technische sessie met de COR te organiseren, zodat hun vragen en ervaringen in de evaluatie worden meegenomen. De voorzitter vraagt of de voorgestelde technische sessie bedoeld is voor alleen de COR of voor de volledige gemeenteraad.
Verslag COR 13-05-2025 pagina
1
Wethouder Van Rij geeft aan dat de sessie nu aan de COR wordt aangeboden, maar dat het ook voor de hele gemeenteraad kan als daar behoefte aan is. De voorzitter zegt dat ook andere raadsleden uitgenodigd kunnen worden voor de sessie. Wethouder Van Rij legt uit dat de sessie behandelt wat er in de afgelopen vier jaar is gebeurd, inclusief de ontwikkelingen binnen de cilinders, en de vragen kunnen dan beantwoord worden om meer duidelijkheid te geven. Zo krijgt men ook inzicht in hoe de periode door de COR is ervaren. Hij kan nu nog niet kan garanderen dat de evaluatie voor het begrotingsproces klaar is, vanwege personeelsbezetting en planning. Hij stelt voor om bij de volgende vergadering een planning te bespreken. Wel is er tijdens de voorjaarsnota al ruimte voor technische vragen over de investeringen, wanneer de RIM actief wordt gebruikt. De evaluatie is nog niet afgerond tijdens het begrotingsproces dit jaar. De COR kan wel onderdeel zijn van de evaluatie. Hij vindt het belangrijk dat de evaluatie ruim voor de voorjaarsnota 2026 klaar is, zodat het investeringsprogramma dan meegenomen kan worden. De evaluatie heeft geen gevolgen voor de begroting 2026. Verder legt uit dat de technische sessie voor het bespreken van de begroting is, maar niet voor het uitkomen van de begroting.
Omdat één team verantwoordelijk is voor zowel de begroting als de RIM-evaluatie, wil hij deze processen in een logische volgorde laten verlopen. De voorzitter stelt voor om te streven naar een technische sessie op 16 september, omdat de maanden daarna in het teken staan van de begroting. Hij vraagt de wethouder hier rekening mee te houden bij het opstellen van de tijdlijn. 1.08
Jaarrekeningcontrole 2024
1.08.01 Jaarrekening 2024 en Accountantsverslag PwC De voorzitter geeft aan dat de planning niet is gehaald. Mevrouw Koedijk (accountant) meldt dat de controle is afgerond en dat zij op 9 mei een goedkeurend oordeel heeft gegeven, de cijfers in de jaarrekening zijn getrouw en rechtmatig. Ze wijst op een speciale paragraaf in het verslag waarin het college toelicht wat de effecten zijn van het fraudeonderzoek naar stadsontwikkeling, inclusief de onzekerheden rond uitgaven van 15 miljoen euro in 2024. Dit fraudeonderzoek was een belangrijk onderdeel van de controle. Er zijn extra risicoanalyses en werkzaamheden uitgevoerd, waarbij is vastgesteld dat er geen materiële fraude of fouten zijn ontdekt. Daarnaast heeft de accountant het opvolgplan beoordeeld dat het college heeft opgesteld om knelpunten en risico’s uit het fraudeonderzoek aan te pakken. Dit plan dekt alle rode vlaggen en het is belangrijk dat het college deze verbeteringen ook daadwerkelijk doorvoert. Wat betreft de jaarstukken, benadrukt zij dat de informatiewaarde beter kan. Nu staat er vooral wat er is gedaan, maar er zou meer aandacht moeten zijn voor wat het college wilde bereiken, wat daadwerkelijk is bereikt en wat dat heeft gekost. Dit maakt het voor de raad makkelijker om te begrijpen wat er in het jaar is gebeurd.
Ze adviseert om dit sneller te realiseren, en dat het concreet maken en meetbaar maken van doelstellingen een taak is voor de nieuwe raad en coalitie. Verder merkt ze op dat de jaarstukken met meer dan 900 pagina’s erg uitgebreid zijn, met veel informatie die misschien niet altijd nodig is. De raad zou kunnen kijken waar informatie kan worden geschrapt of eenvoudiger kan worden aangeboden. Op financieel vlak staat Rotterdam er goed voor wat betreft weerbaarheid en flexibiliteit, al is het structureel evenwicht nog negatief, wat betekent dat de structurele lasten hoger zijn dan de structurele baten. In toekomstige begrotingen wordt dit positief verwacht, mits de bezuinigingen worden gehaald. Dit is een belangrijk punt voor de raad om te blijven monitoren.
Verslag COR 13-05-2025 pagina
2
Tot slot noemt ze nog de positie van de grondexploitaties en het sociaal domein, maar gaat daar niet diep op in, omdat dat verder in het rapport staat en de commissie hier vragen over kan stellen. De Commissie heeft vragen gesteld. Mevrouw Koedijk (accountant) legt uit dat begin 2025 een scan is uitgevoerd naar de netcongestie. Die geeft inzicht in de mogelijke impact op Rotterdam, maar dit is nog niet verwerkt in de grondexploitaties. Daarom wordt geadviseerd dit alsnog te doen. Het verschil met het waterbeleid is dat dit nog in behandeling is, dus daar is nog geen duidelijke impact bekend. Over de uitslag van de vennootschapsbelasting verwijst ze naar de wethouder, omdat zij hiervan niet op de hoogte is. De WSW betreft een ongecorrigeerd controleverschil. Mevrouw Kros (accountant) licht toe dat er bij WSW een verplichting is ontstaan voor nabetaling van salarissen ter waarde van 6,4 miljoen euro. Dit bedrag is echter niet opgenomen in de jaarrekening en staat daarom vermeld als ongecorrigeerd controleverschil. De foutieve correctie van 11 miljoen staat om diezelfde reden in hetzelfde overzicht. Mevrouw Koedijk (accountant) geeft aan dat de foutieve correctie van 11 miljoen laat in het controleproces werd ontdekt. Hoewel de voorkeur van de accountant is om zulke verschillen te corrigeren, heeft de organisatie ervoor gekozen dit niet te doen.
Over de Appa-voorziening meldt ze dat de pensioenen van wethouders naar het ABP overgaan. De gevolgen hiervan zijn nog niet volledig in beeld, met name voor de wethouders die nu via de begroting worden bekostigd. De accountant raadt aan dit tijdig inzichtelijk te maken. In reactie op de vragen van de heer Elbay zegt zij dat het beeld van de organisatie door de jaren heen scherper is geworden. Waar eerdere adviezen vrij algemeen waren, zijn ze nu concreter, bijvoorbeeld over overbodige of te uitgebreide onderdelen in de jaarstukken. Er zijn extra controlemaatregelen genomen vanwege het fraudeonderzoek, onder andere gericht op prestatielevering, nevenfuncties en opvolging van signalen uit eerder onderzoek. Aan de heer Van Dommelen legt zij uit dat de informatiewaarde van jaarstukken vooral via de begroting kan worden beïnvloed. Wat daarin wordt vastgelegd, komt immers terug in de jaarrekening. Adviezen daarover kunnen het beste al bij de voorjaarsnota worden meegegeven. Over de leesbaarheid van het accountantsverslag zegt zij dat men geprobeerd heeft de teksten toegankelijker te maken, maar dat de inhoud complex blijft. Ze stelt voor om aanvullend technische sessies of informatiemomenten te organiseren voor geïnteresseerde raadsleden. Tot slot gaat zij in op de vraag van de voorzitter over de SiSa-regeling.
Hoewel stappen zijn gezet, blijft structurele verbetering lastig omdat er elk jaar andere mensen bij betrokken zijn. De organisatie werkt aan meer training en betere informatievoorziening, zodat het proces gaandeweg stabieler wordt. 1.08.02 Collegereactie op Accountantsverslag PwC De voorzitter merkt op dat de ondertekening van de jaarstukken op de website is verschenen, wat de COR als een positieve ontwikkeling ziet. Tegelijkertijd stelt hij vast dat er geen schriftelijke reactie van het college is binnengekomen. Wethouder Van Rij geeft aan dat de collegereactie vanochtend is vastgesteld na een vergadering die tot in de middag duurde. Door een technische oorzaak is het stuk echter nog niet bij de raad terechtgekomen. Hij vindt het ongemakkelijk om mondeling te reageren op een document dat hij wel heeft gezien, maar de raad nog niet. Daarom stelt hij voor om de reactie op een ander moment alsnog te bespreken of schriftelijk toe te lichten. De Commissie besluit om de collegereactie op een later moment uitgebreider te bespreken, maar vraagt of de wethouder nu alvast globaal kan toelichten wat het college met de raad heeft willen delen.
Verslag COR 13-05-2025 pagina
3
Wethouder Van Rij geeft aan dat hij de collegereactie niet paraat heeft. Wel benadrukt hij dat het college over het algemeen tevreden is met het accountantsverslag. Sommige aanbevelingen zijn al in gang gezet en worden geïmplementeerd. Andere punten, zoals de SiSa-regeling en de foutieve correctie, zijn tijdens de controle al als aandachtspunten herkend. De heer Van Dommelen vindt het onbegrijpelijk dat er geen collegebrief beschikbaar is, terwijl raadsleden zich wel hebben voorbereid. De COR stond al lang gepland, en zelfs als de brief vanmiddag was gekomen, had hij die door andere verplichtingen niet kunnen lezen. Hij wijst op het belang van goede planning. Wethouder Van Rij erkent dat de situatie verre van ideaal is. Hij stelt dat uitstel van de COR ook geen gelukkige oplossing zou zijn geweest. Omdat de collegebrief pas vanmiddag officieel is vastgesteld, kon die niet eerder gedeeld worden. Hij benadrukt dat het college bewust een uitgebreide reactie heeft opgesteld, juist zodat de raad daar op een goede manier kennis van kan nemen, en dat het nu mondeling voorlezen daarvan weinig effectief zou zijn. Hij noemt het een ongelukkige samenloop en geeft aan dat hij al vorige week speciaal naar Rotterdam is gekomen om te tekenen, maar dat het college nu pas formeel kon besluiten. De voorzitter constateert dat de collegebrief inmiddels in omloop is.
Voor de leden van de COR wordt de brief vanavond nog via de groepsapp gedeeld, voor het publiek verschijnt deze morgenochtend online. Omdat er geen tijd is om de brief nu te lezen, besluit hij het agendapunt volgende week te behandelen, op 19 mei, tijdens het verantwoordingsgesprek. Dan zal ook de reactie van het college op het accountantsverslag besproken worden. Vragen kunnen vooraf niet meer gedeeld worden. De Commissie heeft vragen gesteld. Wethouder Van Rij zegt toe schriftelijk terug te komen op de vraag over pensioenen, omdat het belangrijk is dit goed in kaart te brengen, vooral met het nieuwe pensioenstelsel. Hij verwijst naar de reactie van het college die net is ontvangen en stelt voor maandag verder op de vragen terug te komen, vooral over de aansluiting met leefbaarheid en programma’s. Mevrouw Lamers (concerncontroller) licht toe dat het programma First Time Right al besproken is en dat er stappen zijn gezet om de financiële basishygiëne en het bijhouden van de concernadministratie te verbeteren, maar dat er nog geen volledig resultaat is. Ze benadrukt het belang van voortzetting van deze verbeteringen en het serieus nemen van kritische vragen. Er worden verschillende middelen ingezet om bewustwording te vergroten en aanvullende acties zijn in gang gezet. Ze biedt aan hierover te rapporteren indien gewenst.
De voorzitter besluit het agendapunt volgende week maandag te vervolgen en vraagt aan wethouder Van Rij wanneer hij de vraag van de heer Coşkun kan beantwoorden. Wethouder Van Rij geeft aan dat hij geen concrete termijn kan noemen, omdat het onderwerp teruggaat tot meer dan twaalf jaar geleden. Daarom stelt hij voor om bij de volgende vergadering terug te komen op de termijn. De voorzitter geeft aan dat het belangrijk is om een termijn te hebben, bijvoorbeeld zes weken, om op toezeggingen terug te komen. Daarbij vraagt hij ook om tussentijdse updates als het niet haalbaar is binnen die termijn. Hij stelt dat terugkomen tijdens de volgende vergadering aanstaande maandag ook prima is. 1.08.03 Eindrapport FA De heer Van Gilst (ambtelijke ondersteuning) licht toe dat de afdeling hard heeft gewerkt aan de nieuwe opmaak en dat er naast het eindrapport ook gedetailleerdere rapporten voor proceseigenaren worden opgesteld, zodat zij in gesprek kunnen over bevindingen. Hij heeft de COR meegenomen door de belangrijkste punten uit het eindrapport. De Commissie heeft vragen gesteld.
Verslag COR 13-05-2025 pagina
4
De heer Van Gilst (ambtelijke ondersteuning) bevestigt de interpretatie van de heer Van Dommelen. Verder licht hij toe dat er inderdaad verschil van inzicht is bij de beoordeling van dossiers, zoals bij inkopen. De cluster vindt soms dat voldoende informatie is aangeleverd om een dossier af te sluiten, terwijl Financial Audit aanvullende controle informatie vraagt om het dossier echt af te kunnen ronden. Uiteindelijk zijn zes dossiers definitief als fout of onzeker beoordeeld. Over de onzekerheid bij de GRJR zegt hij dat het bedrag van 9 miljoen binnen de toleranties valt en daarom geen effect had op de verklaring. Het is een onzekerheid omdat productieverantwoordingen op het moment van afsluiten nog niet binnen waren. Financial Audit kan alleen zekerheid geven als die informatie beschikbaar is. Verbeteringen kunnen komen door betere afspraken tussen GRJR en zorgaanbieders om productieverantwoordingen uiterlijk 1 april aan te leveren, al is die datum wel erg dicht bij de controleafsluiting. De GRJR en cluster MO gaan ook werken aan een betere prognose gedurende het jaar, zodat de afwijking tussen voorlopige en definitieve cijfers kleiner wordt. Zolang definitieve productieverantwoordingen ontbreken, blijft er een mate van onzekerheid bestaan.
1.09 Gewenste proces en de benodigde informatiewaarde Voorjaarsnota De voorzitter benadrukt dat het vandaag alleen over de voorjaarsnota gaat, niet over de eerste herziening. Volgens artikel 3, lid 2 van de verordening Financiën Rotterdam 2021 geeft de voorjaarsnota de beleids- en financiële kaders aan voor de volgende begroting. Zo kunnen de raad en het college de kaders vaststellen. De COR vroeg om een longlist met keuzemogelijkheden, een gestructureerd proces en heldere informatie bij bezuinigingsvoorstellen. Het college meldt dat knelpunten en oplossingsrichtingen worden geïnventariseerd en dat het college de contouren weegt en besluit tijdens een retraite. Daarna volgt het concept van de voorjaarsnota. De voorzitter vraagt wethouder Van Rij waarom de besluitvorming over deze contouren bij het college ligt en niet breder. Wethouder Van Rij legt uit dat Rotterdam werkt volgens het duale stelsel, waarbij het college een voorstel doet aan de gemeenteraad over de P&C-stukken, zoals de voorjaarsnota. Dit voorstel is geen definitief besluit, maar het startpunt van het democratisch proces. Het college licht het voorstel technisch toe en gaat met de raad de cyclus door, inclusief de achtergronden van de besluiten. Daarna heeft de raad de mogelijkheid om te debatteren, vragen te stellen en wijzigingen voor te stellen.
Dit geldt ook voor de begroting en begrotingswijzigingen, het college doet een voorstel, maar de raad heeft het uiteindelijke beslisrecht. De voorzitter vindt dat de discussie nu te politiek wordt en niet binnen de COR thuishoort. De voorzitter vraagt wethouder Van Rij hoe de raad toch de benodigde inzichten kan krijgen, bijvoorbeeld via een tafeltjesmiddag of -avond waarin de keuzes op een toegankelijke manier worden gepresenteerd. Wethouder Van Rij geeft aan dat er binnenkort een voorstel komt waarin duidelijk wordt uitgelegd welke keuzes zijn gemaakt en waarom. De voorjaarsnota bevat zowel bezuinigingen als mogelijkheden om het beleid voor het volgende jaar aan te passen en biedt volgens hem voldoende informatie om mee te werken. Hij staat open voor extra toelichting tijdens een tafeltjesavond of technische sessie, waarbij hij benadrukt dat technische sessies ook meer duiding kunnen geven als dat nodig is. De voorzitter stelt voor dat leden die verder willen praten over dit onderwerp dat in de commissie BOFV doen. 1.10 Rondvraag en sluiting Wethouder Van Rij meldt dat de afspraak was om bij ontwikkelingen rond GREAT direct te informeren, ook al gaat het nu niet om het jaarverslag. De geplande opleverdatum van 1 mei
Verslag COR 13-05-2025 pagina
5
voor de grex-module is niet gehaald. Op 12 mei is de migratie van het oude systeem gestart, die ongeveer tien dagen zal duren. Het streven is om eind mei een werkend grex-systeem te hebben, maar garanties kan hij niet geven vanwege technische complexiteit en afhankelijkheid van een externe partij. Dit betekent concreet dat de afspraken over de begrotingsmodule en resterende grex-module niet op tijd kunnen worden nagekomen. Hij benadrukt dat hij nauw betrokken blijft en dagelijks op de hoogte wordt gehouden. Daarnaast wijst hij op lopende schriftelijke vragen over mogelijke betalingsachterstanden, die binnenkort met concrete cijfers beantwoord zullen worden. De voorzitter vraagt of de vertraging bij GREAT gevolgen heeft voor de begroting. Wethouder Van Rij antwoordt dat dit tot nu toe niet het geval is. Hij benadrukt dat de begroting sowieso op tijd wordt gemaakt, ongeacht het systeem. Het is essentieel dat de begroting tijdig wordt aangeleverd, en die verplichting zal de gemeente nakomen. De voorzitter merkt op dat het project daarmee mogelijk duurder wordt, gezien het verloop van de omvang van hoeveel er aan GREAT wordt besteed. Wethouder Van Rij geeft aan dat het project GREAT zijn volle budget nadert. Er is nog geen officiële melding dat het budget is overschreden, maar de implementatie liep oorspronkelijk tot 1 juni.
Hij garandeert dat hij de raad direct informeert mocht de datum 1 juni niet haalbaar blijken. Als het dan niet goed gaat, zal hij direct aangeven welke alternatieve stappen worden overwogen voor de verdere uitvoering of aansturing van het project. De voorzitter concludeert dat de leden een brief ontvangen over het wel of niet halen van 1 juni en sluit de vergadering af.
Verslag COR 13-05-2025 pagina
6