[25bb005401] Inspreekbijdrage J. Blackman
Tekst van het document
Inspreekbijdrage commissievergadering Brand Op 10 september veranderde mijn leven drastisch door de brand. Samen met mijn twee dochters stond ik op straat. Helaas bleef het niet bij die ene vreselijke avond. Vanaf dat moment was ik dagelijks bezig met het ondersteunen van buren die niet wisten waar ze terecht konden. Ik hielp bewoners bij het verhuizen van hotel naar hotel, ondersteunde bij het maken van inboedellijsten, begeleidde gesprekken met Woonstad en contra-experts, en hielp bij het aanvragen van nieuwe documenten. Zonder aarzelen stond ik klaar, soms als buurvrouw en soms als wijkraadslid. Er werden door Woonstad en de gemeente drie bewonersavonden georganiseerd, maar die bleken niet voldoende. De situatie was te complex en te heftig. Ik probeerde signalen terug te koppelen aan de wijkmanager en Woonstad. Uiteindelijk zag de wijkmanager dat het mij teveel werd en schakelde uit zorg voor mij extra ondersteuning in via WMO Radar. Vanaf november kwam er wekelijks iemand in het hotel om bewoners te helpen. Helaas bleek de situatie veel zwaarder dan verwacht en werd deze hulp na korte tijd, tegen december, steeds minder goed bereikbaar, terwijl bewoners nog met veel openstaande vragen zaten. Het bleek dat de hulpverlener dacht alles te hebben afgerond maar dat was bij de bewoners niet duidelijk.
Aankondiging renovatie Alsof het nog niet genoeg was, werd eind oktober tijdens een bijeenkomst, die bedoeld was om te praten over deelname aan een klankbordgroep- ineens aangekondigd dat ons woonblok gerenoveerd zou worden. Voor veel bewoners kwam dit als een enorme schok, juist omdat we nog midden in het verwerkingsproces van de brand zaten. Wat het extra wrang maakte: sommige bewoners wisten hier nog helemaal niets van en hadden ook geen brief ontvangen. Tijdens diezelfde bijeenkomst werd ook aangekondigd dat huurcontracten zouden worden opgezegd. Er werd gesproken over een ‘terugkeergarantie’, maar die bleek gebonden aan allerlei voorwaarden. Voor ons, als groep bewoners die net een ramp hadden meegemaakt, voelde dit als een nieuwe klap. Samen met de bewoners hebben we een bewonerscommissie opgericht. We vroegen Woonstad om ons mee te nemen in hun besluitvorming en om duidelijkheid over onze rechten. De onderhandelingen hierover laat ik verder over aan mijn mede-inspreker Wish. Kapotte portiekdeuren Over de kapotte portiekdeuren: voorafgaand aan de brand zijn hier meerdere meldingen over gedaan. Zowel door bewoners van het getroffen portiek als door anderen. Toch werd er vanuit Woonstad herhaaldelijk gezegd dat bewoners niet zouden melden. Dit is helaas iets dat ik vaker heb meegemaakt.
Onze buurtbeheerder heeft zelf bevestigd dat er in de betreffende deur een dummy zat – de deur functioneerde dus niet goed. Hierdoor konden de daders de deur intrappen, iets wat normaal gesproken niet mogelijk zou zijn geweest. Het is helaas niet uniek. Al vóór de brand was ik als wijkraadslid bezig met meldingen die niet serieus werden genomen. In de wijk hoor
ik het constant: het duurt vaak onnodig lang voordat iets wordt opgepakt, ook bij serieuze veiligheidsrisico’s. Nasleep Wat ik in deze periode heb gezien en meegemaakt is nauwelijks in woorden te vatten. Ik geloof dat de betrokken partijen met goede bedoelingen hebben gehandeld, maar de situatie is zwaar onderschat. Wij zijn niet tegen woningverbetering. Maar waarom op deze manier, op dit moment, en zonder dat bewoners daarover kunnen meebeslissen? Waarom worden niet alleen de getroffen woningen hersteld? Na de brand werd een andere bewoonster en slachtoffer van de brand onder druk gezet om te tekenen voor haar nieuwe woning, anders zou haar hotel niet worden verlengd. Tekende zij wel zou het hotel met vier weken worden verlengd. Dit soort situaties zijn schrijnend. Dit gaat niet om een verhuiskostenvergoeding of een urgentie. Dit gaat over gedwongen verhuizing zonder inspraak, waarbij bewoners hun netwerk, hun buren en hun stabiliteit verliezen. Ik ben wijkraadslid in deze wijk. Ik ben buurtverbinder in het Nieuwe Westen. Ik word gebeld als er iets speelt en ik ben direct bereikbaar voor bewoners. Ik ben verbonden met deze plek. Er is geen geldbedrag dat de verbondenheid met een buurt kan vervangen. Het is extra pijnlijk dat we, als bewoners die getraumatiseerd zijn, op deze manier behandeld worden.
Waarom wordt er geen rekening met ons gehouden? Waarom steunt de gemeente dit? Heeft de gemeente hier belang bij? En waarom betalen sociale huurders altijd de prijs – in ons geval zelfs na een brand? Afsluiting Natuurlijk is het belangrijk dat er meer woningen komen. Maar dat kan en mag niet het excuus zijn om sociale huurders aan hun lot over te laten. Woningcorporaties komen hun basale verplichtingen niet na: ze laten onderhoud liggen, reageren niet op meldingen, en zetten mensen onder druk. En dat gebeurt niet alleen in mijn straat, maar in heel Rotterdam. Bewoners voelen zich structureel genegeerd. Ik vraag u dringend: blijf niet wegkijken. Kom op voor de mensen om wie het gaat. Niet alleen voor de stenen, niet alleen voor de woningcorporaties. Maar voor de bewoners die hier leven, en recht hebben op veiligheid, inspraak en respect.