CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[25bb005085] Beantwoording technische vragen over Voortgangsrapportage EU-Arbeidsmigranten 2024

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 11 juni 2025, gemeente RotterdamBij agendapunt: Daarbij betrekken7.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen commissie WIOSSAN voortgangsrapportage 2024. PvdA Goed dat de landelijke lobby voorgezet wordt. De nadruk ligt hier wel erg op. Welke aanpakken hebben we in de Rotterdamse wijken en wat zijn de updates daarop?

In de voortgangsrapportage 2024 staan verscheidene activiteiten genoemd die in de wijken plaats hebben gevonden. Er is een campagne geweest over inschrijving in de BRP, het mobiele informatiepunt is ingezet in alle vier de focuswijken, er zijn 56 activiteiten georganiseerd om het contact met de Rotterdamse EU-migrant te vergroten, twee klankbordgesprekken georganiseerd, diverse wijkevenementen georganiseerd zoals een Sinterklaasfeest, kerstviering en een Bulgaars feest. Daarnaast wordt ongewenst verhuurgedrag bestreden door onze inspecteurs en worden huisbezoeken afgelegd. Tot slot worden taallessen voor EUarbeidsmigranten aangeboden in de weekenden en avonduren, en ondersteunen we in de twee Infopunten arbeidsmigranten naar zorg, werk of juridische ondersteuning.

En natuurlijk zien wij graag een uitmuntende samenwerking in deze lobby samen met de wethouder in Den Haag… Kan de wethouder hierop reageren?

De samenwerking tussen Rotterdam en Den Haag is goed. Rotterdam en Den Haag organiseren jaarlijks een paar momenten waarop onze gezamenlijke adviescommissie EUarbeidsmigratie met experts en wetenschappers samenkomen. Ook vindt er een bestuurlijk overleg plaats tussen Den Haag, Rotterdam en Westland. Den Haag en Rotterdam nemen beide deel aan het Bestuurlijk Overleg Arbeidsmigranten van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze zaken worden gecontinueerd met de huidige wethouder in Den Haag. Ook op ambtelijk niveau wordt regelmatig overlegd en samengewerkt.

Inschrijfmomenten BRP komt niet van de grond, weinig animo van werkgevers, slechts 1 actief betrokken: achtergrond, waarom is daar weinig animo voor?

De animo onder werkgevers voor de inschrijfmomenten in de BRP heeft verschillende achtergronden. Een belangrijke factor is dat niet alle werkgevers waar het Werkgevers Service Punt Rotterdam Rijnmond (WSPR) contact mee heeft beschikken over huisvesting in Rotterdam. Werkgevers kunnen alleen medewerkers inschrijven als ze woonachtig zijn in Rotterdam. Desondanks blijft WSPR actief in gesprek met betrokken partijen om waar mogelijk maatwerk te bieden en gezamenlijk te kijken naar passende oplossingen.

Vaag verhaal over DigiD-pilot. In 2024 werden nog 224 mensen door deze balie aan een DigiD geholpen. Waarom is het toch gesloten? En waar moeten deze mensen dan nu terecht? En zouden IDO-punten hier nog een rol in kunnen spelen?

De pilot had als meerwaarde om contact met de EU-arbeidsmigrant te maken, maar de inspanningen die werden geleverd, waren groter dan de uiteindelijke resultaten, vooral voor degenen die niet tot de doelgroep behoorden. De uitvoering van de pilot lag bij de medewerkers binnen het programma EU-arbeidsmigranten. Deze medewerkers deden dit vanwege de veronderstelde meerwaarde naast hun reguliere werk. Met beperkte middelen en capaciteit is steeds het doel om maximaal van waarde te zijn voor de EU-arbeidsmigrant, waar het programma voor bedoeld is. Dit bleek echter niet het geval te zijn binnen het experiment rondom DigiD. Het merendeel van de Nederlandse bevolking regelt de DigiD volledig online. Voor Nederlanders die in het buitenland verblijven en andere EU-burgers zijn DigiD-buitenlandbalies ingericht, onder meer bij ambassades in het buitenland. Daarnaast zijn er op dit moment, gesteund door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, 14 balies verspreid over Nederland waar men terecht kan.

De zelforganisatie van sleutelfiguren zou laag zijn; kunnen we daar niet toch wat meer mee? Hoe kan je dat nog meer stimuleren?

Er wordt structureel gewerkt aan versterking van het zelforganiserend vermogen in de focuswijken, met name in Charlois en Delfshaven. Dit is tegenwoordig vooral belegd bij welzijnsorganisaties. In Zuid is dit bijvoorbeeld zichtbaar door de activiteiten bij Huis van de Wijk Carnisse en Tarwewijk. In andere wijken is er momenteel echter geen inzet. Het onderlinge vertrouwen en het vertrouwen in de overheid zijn laag, wat een structureel probleem vormt. Dit begint langzaam te veranderen, mede door activatie via klankbordgroepen en sleutelfiguren. De medewerkers van het Infopunt werken hier voortdurend aan. De follow-up van de klankbordgroep van 20 mei, getiteld "Regie op eigen toekomst", heeft geleid tot serieuze aandacht voor opwaartse mobiliteit. Dit wordt onder andere ondersteund door de banenmarkten, zoals die van oktober 2024, maart 2025 en onlangs, op 21 juni, bij het Werkstation op Zuid. Daarnaast is er wekelijks een spreekuur voor EU-arbeidsmigranten bij het Infopunt, dat wordt verzorgd door WSPR.

Klankbordgesprek over opwaartse mobiliteit interesseert mij zeer: wat wordt follow up hiervan?

Coalitie met werkgevers: ik begreep dat werkgevers die veel uitzendkrachten inschakelen niet deelnemen. Klopt dat? En wat vindt het college daar dan van?

De huidige coalitie bestaat hoofdzakelijk uit uitzendbureaus en Vebego. De ambitie is om deze na de zomer uit te breiden met inleners. U wordt hierover dit najaar uitgebreider geïnformeerd in een brief. Binnen de actielijn Goed Opdrachtgeverschap wordt momenteel gewerkt met twee grote raamcontracten bij de gemeente. In de dialoog met betrokken partijen zijn (juridische)

voorwaarden geïdentificeerd die mogelijk in de overeenkomsten worden opgenomen. De opdrachtnemers tonen zich bewust en verantwoordelijk als het gaat om controle op “eerlijk werk”. Bij inhuur en detachering wordt uitsluitend samengewerkt met bureaus die beschikken over een NBBU- of ABU-keurmerk en VCU-gecertificeerd zijn. Goed opdrachtgeverschap, heel mooi: zijn ook sub-contracters (onderaannemers) daarbij ook goed in beeld?

Er wordt veel aandacht besteed aan dit onderwerp, onder andere via trainingen. Het is niet alleen belangrijk dat de hoofdaannemer gescreend wordt, maar ook dat deze duidelijk maakt welke onderaannemers er worden gecontracteerd. De hoofdaannemer is immers ketenaansprakelijk.

Minder bouwplaatscontroles: dat is natuurlijk niet de bedoeling want die zijn juist effectief. Wat gaan we hieraan doen?

We willen de Nederlandse ArbeidsInspectie (NLA) meenemen op controles waar vermoedens zijn van uitbuiting. We doen immers veel meldingen bij de Arbeidsinspectie bij vermoedens van overtredingen op de bouwplaats. Controles zijn echter afhankelijk van capaciteit en prioritering door de NLA, daarom voeren we ook een lobby op hun capaciteit en blijven in gesprekken aangeven dat gezamenlijke controles belangrijk zijn.

Over het toezicht op het loskoppelen van huisvestings- en arbeidscontracten: zijn er aantallen bekend? (Hoe vaak gecontroleerd, hoeveel boetes, etc.)

Er wordt gehandhaafd als er een melding wordt gedaan bij het meldpunt Ongewenst Verhuurgedrag (Goed Huren en Verhuren). In de praktijk komen de zaken vooral aan het licht door controles op andere meldingen en bij integrale controles. Inmiddels zijn er 12 overtredingen geconstateerd. Dit heeft nog niet geresulteerd in boetes omdat eigenaren bij een eerste overtreding eerst in de gelegenheid gesteld worden de overtreding te beëindigen.

V.w.b. het economisch vestigingsbeleid: de adviesraad migratie pleit voor bredere toetsing dan alleen huisvesting, dat spreekt ons zeer aan, kan daar ook een reactie op komen?

Rotterdam onderstreept dat arbeidsmigratie moet bijdragen aan brede welvaart. Zo nam wethouder EU-Arbeidsmigranten deel aan het panelgesprek van de Adviesraad Migratie over afgewogen arbeidsmigratie in september 2024. We voeren hierover soms gesprekken met bedrijven die zich in Rotterdam willen vestigen. Daarnaast vinden er gesprekken plaats met regiogemeenten, de provincie Zuid-Holland en het Rijk. Deze gesprekken gaan over de bredere visie op de gewenste economische ontwikkeling en hoe toegewerkt kan worden naar een bredere toetsing. Deze zomer wordt het rapport van de SER over de economie in relatie tot EU-arbeidsmigratie verwacht. Daarnaast werkt het Rijk aan de juridische uitwerking van de bedrijfseffectrapportage (BER) en een eventuele

Hier ook een relatie met BRP staatjes: aantal kinderen is best hoog dus belangrijk dat we goed het onderwijs regelen. Welke wettelijke kaders staan toegang speciaal onderwijs in de weg en hoe kunnen we dit voor de kinderen oplossen? En hoe zorgen we dat ouders gebruik maken van aanbod basisvaardigheden (zodat ze ook onderwijssysteem snappen)? Want wat er nu staat is terughoudend beschreven: “in principe kunnen alle Rotterdamse ouders gebruik maken van…”

uitbreiding daarvan naar ruimtelijke en energieaspecten, waarmee breder getoetst zou kunnen worden. Rotterdam nam deel aan de pilot BER en de uitwerking daarvan, en trekt waar mogelijk gezamenlijk op met andere overheden om hierin stappen te maken. Kinderen van EU-Arbeidsmigranten zijn geen aparte doelgroep in het onderwijsbeleid en komen daarmee (indien BRP geregistreerd) op dezelfde manier in aanmerking voor speciaal onderwijs als alle andere leerplichtigen. Wel zien we dat dit een relatief nieuw fenomeen is waar meer aandacht voor nodig is. Diverse scholen in onze focuswijken geven dit ook aan. Rotterdam en Den Haag hebben hier ook een adviescommissie over georganiseerd. Ook deed Rotterdam mee aan het onderzoek van Risbo naar kinderen van EUarbeidsmigranten: Kinderen van EUarbeidsmigranten kwetsbaar voor problemen | Risbo Research | Erasmus University Rotterdam. Daarom pleiten we ook bij het Rijk voor meer inzet en inzicht op dit thema, zoals het bevorderen van taallessen.

CU 1.

Benieuwd naar de opvolging van de misstanden en controle op leegstand. Welke sancties volgen er dan richting huiseigenaren die misbruik maken van hun eigen bezit?

Als tijdens huisbezoek geconstateerd wordt dat er regels overtreden worden wordt hierop gehandhaafd. Mogelijke sancties zijn: waarschuwing (bij eerste overtreding), last onder dwangsom en bestuurlijke boete op grond van de Wet goed verhuurderschap, wet Betaalbare huur en gemeentelijke verordeningen.

2.

Wat heeft overleg met ´t Westland tot nu toe opgeleverd?

Overleg met Westland draagt bij aan de gezamenlijke inzet op dit dossier, zowel onderling als – waar mogelijk – richting het Rijk. Minister Van Hijum (SZW) bracht in 2025 een werkbezoek aan Westland, waarbij wethouders Valstar, De Schryver (Venray) en Versnel het gesprek aangingen om het ‘’verbod op grootschalige huisvestingslocaties bij de werkgever’’ (motie Van Kent) tegen te gaan. Samen met Westland en Den Haag wordt momenteel een nieuw onderzoek opgestart naar het aantal EU-arbeidsmigranten dat in onze regio woont en werkt.

3.

Aangegeven wordt dat er uitgebreid moet worden naar andere wijken omdat de doelgroep nu meer verspreid in Rotterdam is. Welke wijken hebben we het concreet over en wat gaan we daar aan doen?

Bij de twee informatiepunten voor EUarbeidsmigranten, in Zuid en West, worden EU-burgers uit de hele stad bereikt. Deze punten hebben een stedelijk bereik. We zetten in op een communicatiecampagne over EU-arbeidsmigratie, met onder andere activiteiten zoals een mobiel informatiepunt en een promotieteam dat EU-burgers wegwijs maakt naar de vaste informatiepunten. De campagne richt zich, naast de 4 focuswijken, op Bloemhof, Hillesluis, Bospolder-Tussendijken,

Rozenburg, Hoek van Holland, Hoogvliet en IJsselmonde. Studenten worden ingezet om in andere wijken inwoners te informeren over de bestaande infopunten, om zo het bereik verder te vergroten. In Bloemhof vindt wekelijks een spreekuur plaats. In IJsselmonde en Delfshaven worden bijeenkomsten georganiseerd om ketenpartners te activeren; ook daar is een wekelijks spreekuur in voorbereiding. Er wordt overwogen om in nog meer wijken spreekuren te organiseren. Afhankelijk van de totale opgave moet scherp worden bekeken of de huidige capaciteit volstaat om in al deze wijken dezelfde mate van dienstverlening te bieden; met vier EU-infopuntmedewerkers en één voorlichter voor de hele stad is dat krap. Het taalaanbod voor EU-arbeidsmigranten is beschikbaar in de hele stad. Controles op overbewoning en dakloosheid vinden plaats op basis van meldingen uit de hele stad. De opgave op het gebied van zorg voor EUarbeidsmigranten is aanzienlijk. Voor wat betreft huisvesting is in principe iedere wijk met goedkopere en ondermaatse huisvesting, interessant voor een uitzendbureau om arbeidsmigranten in te huisvesten. De werkwijze van Goed Huren en verhuren (voorlichting en hulp bij te hoge huren en slecht verhuurderschap) kan hier ook worden ingezet. Er worden meer BRPcontroles gedaan. Wel lopen we (ook) in de handhaving tegen de grenzen van onze capaciteit op.

4.

En samenwerking met Welzijn wordt genoemd, is dat onderdeel van hun welzijnsopdracht of aanvulling daarop?

1.

Er zijn 207 huisbezoeken verzorgd, waarbij 61 misstanden zijn geconstateerd. Zijn deze misstanden ondertussen opgelost? Zijn er vervolgbezoeken geweest?

Dakloze EU-arbeidsmigranten worden vanuit de hele stad naar de opvang toegeleid door veldwerkers van verschillende organisaties. Er is extra geïnvesteerd in een team op Zuid en in het centrum van Barkaveldwerkers. In het centrum is daarnaast een dagvoorziening beschikbaar voor dakloze EUmigranten. De inzet op dit thema is impliciet al onderdeel van de bredere welzijnsopdracht, aangezien welzijnsaanbieders er zijn voor alle bewoners. In Charlois, waar drie van de vier geprioriteerde wijken zich bevinden, is deze opdracht expliciet benoemd. In Delfshaven en andere gebieden is dit (vooralsnog) niet specifiek opgenomen.

VOLT Na het constateren van een overtreder krijgt de overtreder een termijn om de overtreding te beëindigen. Hierna volgt altijd een hercontrole. In het overgrote deel van de gevallen is de overtreding dan beëindigd. Als de overtreding niet beëindigd is volgt een last onder dwangsom of bestuurlijke boete.

2. Definitie vraag: Wanneer vindt de inspecteur het een misstand? Huur, overbevolking..?

De volgende overtredingen zijn als misstand aan te merken. Te hoge huur en andere overtredingen op grond van de Wet goed verhuurderschap, geen inschrijving BRP maar wel lang verblijf, geen kamerverhuurvergunning, overbewoning, ondermijning, achterstallig onderhoud, woonoverlast.

3. Er is een escalatieladder, toch? Met uiteindelijk een boete?

Er is een escalatieladder. Deze begint met een waarschuwing om de overtreding te beëindigen. Als hier niet op korte termijn aan voldaan wordt volgt een last onder dwangsom. Als sluitstuk wordt een bestuurlijke boete opgelegd als de overtreding blijft voortbestaan.

4. Levert beboeting van de werkgevers/huisvesters ook daadwerkelijk een betere situatie op voor de arbeidsmigranten?

Een boete werkt preventief om te voorkomen dat een overtreding begaan wordt. In de praktijk zien we dat verhuurders ook daadwerkelijk hun gedrag aanpassen om te voorkomen dat zij een boete of last onder dwangsom opgelegd krijgen.

5. Over Convenant Goed Werkgeverschap: Zijn niet veel partijen aangesloten. Welk marktaandeel nu meedoet en hoeveel niet? En hoe worden andere uitzendbureaus en marktpartijen erbij betrokken in de toekomst (zodat we uiteindelijk meer ondertekenaars hebben)?

Bij het Convenant Goed Werkgeverschap zijn er nu 5 uitzendbureaus aangesloten, met een groot aantal opdrachtgevers in sectoren waar EU-arbeidsmigranten in de regio Rijnmond actief zijn (AGF, logistiek, techniek, zorg, groen, cleaning e.d.). Omdat de uitzendbureaus vaak landelijk werken, kan Rotterdam het marktaandeel niet berekenen. Halfjaarlijks komt er een optie tot toetreding van nieuwe convenantpartners. De ambitie is om naast uitzendbureaus de grote werkgevers uit de regio aan te laten sluiten i.v.m. de directe invloed op de werkvloer en soort uitzendbureaus die zij inhuren. Deze werkgevers worden benaderd via het WSPR. In het najaar volgt er een raadsbrief over Goed Werkgeverschap en Goed Opdrachtgeverschap.

6. Er is een toename in het aantal EUarbeidsmigranten in andere gebieden dan de geprioriteerde wijken van het actieprogramma (Carnisse, Oud-Mathenesse, Tarwewijk, Oud-Charlois). Welke wijken dit zijn?

Bij de twee informatiepunten voor EUarbeidsmigranten, in Zuid en West, worden EU-burgers uit de hele stad bereikt. Deze punten hebben een stedelijk bereik. We zetten in op een communicatiecampagne over EU-arbeidsmigratie, met onder andere activiteiten zoals een mobiel informatiepunt en een promotieteam dat EU-burgers wegwijs maakt naar de vaste informatiepunten. De campagne richt zich, naast de focuswijken, op Bloemhof, Hillesluis, Bospolder-Tussendijken, Rozenburg, Hoek van Holland, Hoogvliet en IJsselmonde. Studenten worden ingezet om in andere wijken inwoners te informeren over de bestaande infopunten, om zo het bereik verder te vergroten. In Bloemhof vindt wekelijks een spreekuur plaats. In IJsselmonde en Delfshaven worden bijeenkomsten georganiseerd om ketenpartners te activeren; ook daar is een wekelijks spreekuur in voorbereiding. Er wordt overwogen om in nog meer wijken spreekuren te organiseren. Afhankelijk van de totale opgave moet

En hoe vindt deze verschuiving zijn weg naar de aanpak?

scherp worden bekeken of de huidige capaciteit volstaat om in al deze wijken dezelfde mate van dienstverlening te bieden; met vier EUinfopuntmedewerkers en één voorlichter voor de hele stad is dat krap. Het taalaanbod voor EU-arbeidsmigranten is beschikbaar in de hele stad. Controles op overbewoning en dakloosheid vinden plaats op basis van meldingen uit de hele stad. De opgave op het gebied van zorg voor EUarbeidsmigranten is aanzienlijk. Voor wat betreft huisvesting is in principe iedere wijk met goedkopere en ondermaatste huisvesting, interessant voor een uitzendbureau om arbeidsmigranten in te huisvesten. De werkwijze van Goed Huren en verhuren (voorlichting en hulp bij te hoge huren en slecht verhuurderschap) kan hier ook worden ingezet. Er worden meer BRPcontroles gedaan. Wel lopen we (ook) in de handhaving tegen de grenzen van onze capaciteit op. Dakloze EU-arbeidsmigranten worden vanuit de hele stad naar de opvang toegeleid door veldwerkers van verschillende organisaties. Er is extra geïnvesteerd in een team op Zuid en in het centrum van Barkaveldwerkers. In het centrum is daarnaast een dagvoorziening beschikbaar voor dakloze EUmigranten. BIJ1 1.

Wat gebeurt er met EUarbeidsmigranten buiten de geprioriteerde wijken (Carnisse, Tarwewijk, Oud-Charlois en OudMathenesse)? In deze rapportage wordt veel beleid nog gericht op deze vier wijken, terwijl migranten zich inmiddels ook in andere wijken vestigen. Hoe wordt gegarandeerd dat arbeidsmigranten in andere wijken niet tussen wal en schip vallen?

Bij de twee informatiepunten voor EUarbeidsmigranten, in Zuid en West, worden EU-burgers uit de hele stad bereikt. Deze punten hebben een stedelijk bereik. We zetten in op een communicatiecampagne over EU-arbeidsmigratie, met onder andere activiteiten zoals een mobiel informatiepunt en een promotieteam dat EU-burgers wegwijs maakt naar de vaste informatiepunten. De campagne richt zich, naast de focuswijken, op Bloemhof, Hillesluis, Bospolder-Tussendijken, Rozenburg, Hoek van Holland, Hoogvliet en IJsselmonde. Studenten worden ingezet om in andere wijken inwoners te informeren over de bestaande infopunten, om zo het bereik verder te vergroten. In Bloemhof vindt wekelijks een spreekuur plaats. In IJsselmonde en Delfshaven worden bijeenkomsten georganiseerd om ketenpartners te activeren; ook daar is een wekelijks spreekuur in voorbereiding. Er wordt overwogen om in nog meer wijken spreekuren te organiseren. Afhankelijk van de totale opgave moet scherp worden bekeken of de huidige capaciteit volstaat om in al deze wijken dezelfde mate van dienstverlening te bieden; met vier EU-

infopuntmedewerkers en één voorlichter voor de hele stad is dat krap. Het taalaanbod voor EU-arbeidsmigranten is beschikbaar in de hele stad. Controles op overbewoning en dakloosheid vinden plaats op basis van meldingen uit de hele stad. De opgave op het gebied van zorg voor EUarbeidsmigranten is aanzienlijk. Voor wat betreft huisvesting is in principe iedere wijk met goedkopere en ondermaatste huisvesting, interessant voor een uitzendbureau om arbeidsmigranten in te huisvesten. De werkwijze van Goed Huren en verhuren (voorlichting en hulp bij te hoge huren en slecht verhuurderschap) kan hier ook worden ingezet. Er worden meer BRPcontroles gedaan. Wel lopen we (ook) in de handhaving tegen de grenzen van onze capaciteit op. Dakloze EU-arbeidsmigranten worden vanuit de hele stad naar de opvang toegeleid door veldwerkers van verschillende organisaties. Er is extra geïnvesteerd in een team op Zuid en in het centrum van Barkaveldwerkers. In het centrum is daarnaast een dagvoorziening beschikbaar voor dakloze EUmigranten. 2.

3.

4.

Waarom wordt registratie in de BRP nog steeds aan vrijwillige medewerking van werkgevers overgelaten, ondanks het risico op uitsluiting van voorzieningen? Werkgevers tonen weinig animo voor het groepsgewijs inschrijven van EUmigranten in de BRP. Waarom verplicht de gemeente de werkgevers niet tot inschrijving van arbeidsmigranten in de BRP? De gemeente richt zich sterk op economische waarden van migranten en uitzendstructuren, minder op rechten en humanitaire benadering. Hoe waarborgt de gemeente een mensenrechtenbenadering waarbij ook migranten zonder werk toegang hebben tot zorg, opvang en begeleiding?

De gemeente Rotterdam is niet bevoegd om werkgevers tot registratie te verplichten. Rotterdam heeft echter wel de lobby gevoerd voor de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (WTTA). Deze is in 2025 aangenomen in de Tweede Kamer, waarin een zorgplicht voor uitzenders is opgenomen om EUarbeidsmigranten te registreren. Deze verplichting treedt in werking op 1 januari 2027, met handhaving vanaf 2028, mits de wet ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen.

Waarom wordt er zo beperkt gehandhaafd op woon- en arbeidsmisstanden?

Met de beschikbare capaciteit is juist uitgebreid gehandhaafd, middels een meldingen- en datagestuurde benadering. Ieder adres controleren kan immers niet. Het Rotterdams Goed Wonen (RGW) is een goede stap in controles in woningen en casusregie. Daarbij zetten we in op het proactief controleren op woonmisstanden. Ketensamenwerking vindt plaats,

Er is sprake van een integrale aanpak, gericht op alle domeinen: sociaal, fysiek en veiligheid. Het informatiepunt ondersteunt EU-arbeidsmigranten op het gebied van huurrecht, juridische begeleiding, zorg, financiën, onderwijs en arbeidsrecht. Ook de opvang van niet-rechthebbende dakloze EUarbeidsmigranten blijkt succesvol in het van de straat halen van mensen en het bieden van perspectief, (medische) zorg en ondersteuning. Zij worden geholpen bij het uitzoeken van hun rechten.

met diverse disciplines in 1 team: misstanden worden opgelost en er zijn 'stop’-gesprekken met (malafide) pandeigenaren, tussenpersonen en uitzendbureaus. Er zijn 105 handhavingsdossiers opgesteld; in 35 gevallen was er een sanctie (last onder dwangsom) opgelegd. 5. Wat zijn de resultaten van de verhuurvergunning-pilot in Carnisse?

Van 1 juli 2023 t/m 31 december 2024 zijn 1.119 verhuurvergunningen aangevraagd, waarvan 839 verleend. In 2024 zijn 63 vergunningen aangevraagd waarvan 47 verleend. Formele aspecten zoals het niet volledig indienen van de aanvraag of het verstrekken van foutieve adresgegevens leiden tot het niet verstrekken van vergunningen. De evaluatie volgt uiterlijk in Q4 2025.

6. Hoeveel boetes zijn er opgelegd naar aanleiding van de 383 meldingen via het Meldpunt Ongewenst Verhuurgedrag?

Een deel van de meldingen is afgewezen omdat deze geen betrekking hebben op de Wet goed verhuurderschap of Wet betaalbare huur. Het overgrote deel van de meldingen wordt zonder formeel handhavingstraject afgedaan omdat de meeste verhuurders alsnog aan regels voldoen na het versturen van een voornemen last onder dwangsom. Er is in 16 gevallen een last onder dwangsom opgelegd waarna de overtreding alsnog beëindigd is. Deze hebben nog niet geresulteerd in een bestuurlijke boete. De Coalitie Goed Werkgeverschap is gericht op werkgevers die voorlopen en het goede voorbeeld willen geven op het thema goed werkgeverschap.

7. Waarom is deelname aan de Coalitie Goed Werkgeverschap niet verplicht voor werkgevers die arbeidsmigranten huisvesten en of inhuren?

Er bestaat daarnaast geen wetgeving die de deelname aan de coalitie kan verplichten. Wel zijn er landelijke normen en wetgeving waaraan elke werkgever, die arbeidsmigranten inhuurt of huisvest, moet voldoen. De Arbeidsinspectie controleert hierop.

8. Wat gebeurt er met arbeidsmigranten die uit huis worden gezet na controle op misstanden? Wordt herhuisvesting gegarandeerd?

We proberen dit te voorkomen, maar kunnen dit niet garanderen. Er zijn veel doelgroepen op zoek naar een woning. In de praktijk lukt het arbeidsmigranten vaak zelf om alternatieve huisvesting te vinden. Ook wordt er een beroep gedaan op de eigenaar/uitzendbureau. Bij acute dreiging van dakloosheid kunnen arbeidsmigranten geholpen worden aan tijdelijk onderdak (pilot kortdurende opvang).

9. Ziet het college meerwaarde in een publiek woonaanbod voor arbeidsmigranten buiten de markt om, in samenwerking met woningcorporaties

Nee. Huisvesting van arbeidsmigranten/ flexmedewerkers is een taak van de inlener. Als bedrijven niet kunnen voortbestaan zonder arbeidsmigranten cq goedkope arbeid moeten zij hun bedrijfsvoering staken of zelf voor goede huisvesting zorgen.

VVD 1.

Slechts 1 werkgever heeft in 2024 meegewerkt aan groepsgewijze inschrijving van EU-

De coalitie Goed Werkgeverschap is in juni 2024 opgezet. In gesprekken met de coalitie worden de

arbeidsmigranten. Wat doet het college om werkgevers daadwerkelijk tot actie te bewegen?

doelen scherper gezet, waaronder de groepsgewijze inschrijving. De groepsgewijze inschrijving is voor coalitiepartners alleen relevant wanneer zij medewerkers hebben die woonachtig zijn in Rotterdam en wanneer er meer dan 15 mensen in één keer ingeschreven moeten worden. Dit is voor de meeste coalitiepartijen niet van toepassing. Buiten de coalitie om zijn alle werkgevers, waarmee het WSPR samenwerkt, op de hoogte gebracht van de mogelijkheid om van groepsgewijze inschrijving gebruik te maken.

2.

In 2024 zijn er 387 meldingen van overbewoning binnengekomen, waarvan slechts 25 daadwerkelijk zijn vastgesteld. Kan de wethouder uitleggen hoe dit verschil ontstaat en wat hieraan wordt gedaan? Heeft de gemeente op dit moment voldoende capaciteit om alle meldingen van overbewoning en verhuur misstanden daadwerkelijk te onderzoeken en af te handelen? Zijn er mogelijkheden om sneller tot sancties te komen - bijvoorbeeld via het versnellen van handhavingsprocedures, het uitbreiden van bestuurlijke boetebevoegdheid, of betere samenwerking met ketenpartners zoals woningcorporaties zoals de Arbeidsinspectie?

Er zijn 387 meldingen gedaan waarbij het vermoeden bestond van overbewoning. Na controle bleek dit slechts in 25 gevallen daadwerkelijk het geval. Meldingen waarbij EU-arbeidsmigranten betrokken zijn, blijken niet altijd gerelateerd aan overbewoning. Een veelvoorkomende oorzaak is dat er na toetsing sprake blijkt te zijn van een duurzaam gemeenschappelijk huishouden, bijvoorbeeld een samengesteld gezin, twee stellen die samenwonen of een vriendengroep. Deze situaties worden getoetst aan de hand van gerichte vragen en het weerleggen van administratieve gegevens om vast te stellen of het daadwerkelijk om een huishouden gaat, en niet bijvoorbeeld om vijf losse studenten. Andere belemmerende factoren zijn dat het soms gaat om een tijdelijk “logeeradres”, dat inschrijving niet verplicht is, of dat overbewoning lastig vast te stellen is vanwege een niet-kloppende Basisregistratie Personen (bijvoorbeeld door nog lopende uitschrijvingen), of omdat een vergunningaanvraag nog in behandeling is of inmiddels is goedgekeurd. Verschillende aanpakken worden ingezet om woongerelateerde misstanden zoals overbewoning tegen te gaan, maar de opgave is groot. Veel misstanden komen pas aan het licht na meldingen, analyses of fysieke controles, wat veel tijd en capaciteit vraagt.

Integrale aanpakken – zoals het Rotterdamse programma Goed Wonen – zijn erop gericht de slagkracht te vergroten door een proactieve benadering in een aantal focuswijken. Dergelijke integrale controles zijn echter zeer capaciteitsintensief. Personen of casussen blijven soms onder de radar, dus meldingen blijven van groot belang. Voor wat betreft sancties moet de gemeente zich houden aan de escalatieladder en de daaraan verbonden juridische stappen bij het opleggen van sancties.

De gemeente werkt samen met de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA): signalen van uitbuiting worden vaak opgemerkt tijdens woning- en bedrijfscontroles. De NLA kan op basis van meldingen boetes opleggen en bestuursrechtelijk optreden bij overtredingen van de arbeidswetgeving. Voor eventuele handhaving kunnen ook AVIM (de vreemdelingenpolitie) of de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) worden ingeschakeld. 3.

Er doen slechts vijf werkgevers mee aan de Coalitie Goed Werkgeverschap. Acht de wethouder dit voldoende, en hoe wordt voorkomen dat de rest buiten beeld blijft? En is deze coalitie beperkt tot Rotterdam of kunnen bedrijven in heel Rijnmond zich aansluiten?

4.

Rotterdam signaleert een toename van schijnzelfstandigen onder EUarbeidsmigranten. Wat doet de gemeente concreet om deze constructies te ontmoedigen of tegen te gaan?

5.

In 2024 zijn 262 mensen geholpen bij terugkeer, maar het aantal dakloze EU-arbeidsmigranten blijft hoog. Hoe beoordeelt de wethouder het effect van dit terugkeerbeleid, en waar liggen volgens hem de grootste knelpunten?

6.

Wat we doen voor kinderen op scholen waar geen 1 enkel kind Nederlands als moedertaal heeft

De ambitie voor het jaar 2025 is om meer werkgevers aan de coalitie toe te voegen. De intentie is echter niet dat elke werkgever bij de coalitie aansluit, maar juist om werkgevers in beweging te zetten tot goed werkgeverschap. Dit hoeven niet alleen werkgevers met een vestiging in Rotterdam te zijn, maar ook werkgevers met een vestiging in de regio Rotterdam-Rijnmond.

De gemeente is verantwoordelijk voor het signaleren en melden van mogelijke overtredingen bij de Arbeidsinspectie (NLA). De NLA is vervolgens verantwoordelijk voor bestuursrechtelijk of strafrechtelijk optreden bij overtreding van de arbeidswetgeving. In het kader van een pilot is bij een aantal gemeentelijke raamcontracten in de fysieke sector onderzocht of het gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid de juiste kaders bevat, en is de rol van de gemeente als opdrachtgever onderzocht met betrekking tot de inzet van EU-arbeidsmigranten door aannemers. De gemeenteraad wordt hierover dit najaar via een voortgangsbrief geïnformeerd. De Belastingdienst start per 1 januari 2025 met de handhaving op schijnzelfstandigheid, mede als resultaat van onze inzet en gesprekken met departementen en bestuurders. We blijven daarom in gesprek met partners, waaronder het Rijk, de Europese Unie en de Adviescommissie, om schijnconstructies tegen te gaan. Het actieplan buitenslapers laat zien dat de aanpak werkt. Via de opvang stroomt een groot deel van de mensen uit naar werk of naar het land van herkomst. Tegelijkertijd blijft de instroom hoog: nationale maatregelen zijn ook nodig om dit tegen te gaan. Een deel van de buitenslapers is immers slachtoffer van arbeidsuitbuiting, wat een landelijke (en zelfs internationale) opgave vormt.

Hier wordt dan ook op ingezet via samenwerking met de departementen en bestuurlijk contact. Hiervoor doen wij het volgende vanuit de gemeente Rotterdam: • Thuis in taal (aanpak voor taalversterking bij jonge kinderen) vanuit programma jonge kind (passende hulp voor peuters en kleuters met een ontwikkelingsachterstand), vindt op

•

•

•

scholen onder schooltijd plaats en ook een ouder kind interventie. Kinderen die korter dan een jaar in Nederland zijn kunnen vanaf groep 3 gebruik maken van het nieuwkomersonderwijs, verspreid over diverse locaties in de stad in het basis- en voortgezet onderwijs. Hier krijgen kinderen in een trauma sensitieve omgeving intensief taalonderwijs opdat zij na een schooljaar kunnen doorstromen naar het reguliere onderwijs. Ook kunnen scholen zich melden bij taalaanbieders voor taallessen voor ouders op school. Zo geeft Alsare o.a. taallessen op OBS Mathenesse voor (o.a.) ouders van EUkinderen. Op enkele basisscholen in de focuswijken organiseert het programma in samenwerking met de school inloopspreekuren voor ouders van EU-kinderen.

CDA Hoeveel partners maken nu deel uit van de Coalitie Goed Werkgeverschap? En wie hebben het convenant getekend? Hoeveel hiervan zijn grote werkgevers die gebruik maken van EUarbeidsmigranten en hoeveel zijn uitzendbureaus? Wat verwachten van qua aantal werkgevers komend jaar?

De Coalitie Goed Werkgeverschap bestaat momenteel uit de gemeente, 4 uitzendbureaus en 1 grote werkgever (Vebego) actief in de facilitaire dienstverlening en zorg. De coalitie richt zich voor de toekomst op grote partijen die hun sector of achterban kunnen beïnvloeden, niet per sé dus op het aantrekken van grote aantallen werkgevers. In het najaar volgt er een raadsbrief over Goed Werkgeverschap en Goed Opdrachtgeverschap.

In zijn brief geeft de wethouder ook aan dat hij de coalitie niet wil uitbreiden buiten de gemeente Rotterdam, maar de deelnemers aan het convenant zijn zeker ook buiten Rotterdam actief. Wat houdt de wethouder tegen om zijn collega's van omliggende gemeenten hierbij te betrekken?

Hoewel deelnemers ook buiten Rotterdam actief zijn, is de coalitie lokaal georganiseerd. Er is nu een landelijk convenant ondertekend door o.a. de VNG: Alliantie Work in NL voor ondersteuning arbeidsmigranten | VNG Via die landelijke lijn kunnen ook andere gemeenten betrokken worden.

Bij leefbare wijken gaat het veel over wat er gedaan wordt om overlast te voorkomen. In de inleiding van de rapportage staat echter ook een stuk over wat er gedaan wordt om de cohesie in de wijk te versterken dmv koffie-ochtenden bijvoorbeeld. Werkt dit, lopen zowel bewoners als de arbeidsmigranten hier warm voor?

Er zijn inmiddels meerdere initiatieven in de wijk die ontmoeting en cohesie moeten stimuleren. Koffie-ochtenden voor senioren, kookactiviteiten, wijkactiviteiten zoals Lentedag in OudMathenesse en de Grote Carnisser Ontmoetingsdag. Bij de net gestarte initiatieven is er een groeiende interesse van arbeidsmigranten en andere bewoners. Bij een bekend evenement zoals de Ontmoetingsdag in Carnisse is het gezamenlijk optrekken om er een succes van te maken al vanzelfsprekender. Duidelijk is dat dit tijd nodig heeft. Een mooi voorbeeld van een initiatief met groeiende interesse zijn de kinder/knutsel- en beweegactiviteiten van WMO Radar.

Hier zien we in toenemende mate kinderen met een EU-migratieachtergrond wekelijks meedoen.

Leefbaar Rotterdam •

Op welke manier wordt op dit moment concreet invulling gegeven aan de aangenomen moties 'Gerichte aanpak misstanden op straatniveau' (22bb008677) en 'Een schepje bovenop de Rotterdamse pandbrigade' (23bb007513) bij het tegengaan van woonmisstanden, juist ook met betrekking tot EU-arbeidsmigranten? Hoe zien de integrale controles eruit waarvan er in 2024 zeven zijn uitgevoerd? Is de wethouder van plan om naast controles op basis van meldingen nadrukkelijker in te zetten op actieve controles in straten/wijken waar het vermoeden van misstanden bestaat? In Oud Mathenesse zijn 35 woningen gecontroleerd op leegstand waarbij er 33 bewoond bleken door EUarbeidsmigranten. Kan dit wat nader worden toegelicht/geduid? En kan dit type controle (met een ongekend hoge effectiviteit) breder uitgerold worden naar andere wijken?

‘Rotterdams Goed Wonen’ (RGW) is per 1 juni 2025 de bundeling van diverse succesvolle methodes om woongerelateerde misstanden op te sporen en aan te pakken. RGW behelst proactief en datagestuurde toezicht en handhaving. Adressen waar vermoedens van misstanden zijn worden stuk voor stuk integraal gecontroleerd op misstanden (zoals te hoge huur, overbewoning, achterstallig onderhoud, ondermijning). Deze integrale werkwijze biedt de mogelijkheid om de gemeentelijke bevoegdheden en expertise van meerdere clusters (SB, SO, Directie Veilig) gezamenlijk in te zetten naast de bevoegdheden van externe instanties in de kwetsbare wijken van de stad. Buiten de kwetsbare wijken wordt gehandhaafd op basis van meldingen. De controles in Oud Mathenesse zijn integrale controles, waarbij de verschillende betrokken clusters en partners signalen en informatie betrekken voor controles op administratief leegstaande woningen (leegstaand volgens de BRP). Deze werkwijze wordt ook toegepast in andere kwetsbare wijken in de stad.

•

Opstellen wijkgericht brancheringsplan: lijkt nu betrekking te hebben op controles van niet-reguliere supermarkten. Branchering lijkt echter te duiden op sturing op (het tegengaan van) de vestiging van dergelijke risicovolle zaken. Klopt dat en hoe gaat dit in zijn werk?

Het blijkt wettelijk niet mogelijk een brancheringsplan op te stellen op het weren van te veel niet-reguliere supermarkten. Dit is wel gelukt met het tegengaan van meer slijterijen, omdat voor het opstarten van een slijterij een vergunning nodig is, dus dan is er een wettelijke basis.

•

We zien een toename van het aantal EUarbeidsmigranten buiten de geprioriteerde wijken in het actieplan (Carnisse, Oud Mathenesse, Tarwewijk, Oud-Charlois). Wat gaat de wethouder doen qua aanvullende inzet in nietfocuswijken waar de aantallen en daarmee (mogelijk) ook de problematiek toeneemt?

Bij de twee informatiepunten voor EUarbeidsmigranten, in Zuid en West, worden EUburgers uit de hele stad bereikt. Deze punten hebben een stedelijk bereik. We zetten in op een communicatiecampagne over EUarbeidsmigratie, met onder andere activiteiten zoals een mobiel informatiepunt en een promotieteam dat EU-burgers wegwijs maakt naar de vaste informatiepunten. De campagne richt zich, naast de focuswijken, op Bloemhof, Hillesluis, Bospolder-Tussendijken, Rozenburg, Hoek van Holland, Hoogvliet en IJsselmonde. Studenten worden ingezet om in andere wijken inwoners te informeren over de bestaande infopunten, om zo het bereik verder te vergroten. In Bloemhof vindt wekelijks een spreekuur plaats. In IJsselmonde en Delfshaven worden

• •

•

bijeenkomsten georganiseerd om ketenpartners te activeren; ook daar is een wekelijks spreekuur in voorbereiding. Er wordt overwogen om in nog meer wijken spreekuren te organiseren. Afhankelijk van de totale opgave moet scherp worden bekeken of de huidige capaciteit volstaat om in al deze wijken dezelfde mate van dienstverlening te bieden; met vier EUinfopuntmedewerkers en één voorlichter voor de hele stad is dat krap. Het taalaanbod voor EU-arbeidsmigranten is beschikbaar in de hele stad. Controles op overbewoning en dakloosheid vinden plaats op basis van meldingen uit de hele stad. De opgave op het gebied van zorg voor EUarbeidsmigranten is aanzienlijk. Voor wat betreft huisvesting is in principe iedere wijk met goedkopere en ondermaatste huisvesting, interessant voor een uitzendbureau om arbeidsmigranten in te huisvesten. De werkwijze van Goed Huren en verhuren (voorlichting en hulp bij te hoge huren en slecht verhuurderschap) kan hier ook worden ingezet. Er worden meer BRPcontroles gedaan. Wel lopen we (ook) in de handhaving tegen de grenzen van onze capaciteit op. Dakloze EU-arbeidsmigranten worden vanuit de hele stad naar de opvang toegeleid door veldwerkers van verschillende organisaties. Er is extra geïnvesteerd in een team op Zuid en in het centrum van Barka-veldwerkers. In het centrum is daarnaast een dagvoorziening beschikbaar voor dakloze EU-migranten.

D’66 Zijn er nog beelden opgehaald uit de groepsgewijze inschrijvingsmomenten?

Begin 2024 heeft Dienstverlening/ Burgerzaken de pilot groepsgewijze inschrijving van EUarbeidsmigranten in de BRP gestart. Tijdens de pilot zijn uitzenders en werkgevers vanuit de Coalitie Goed Werkgeverschap benaderd die arbeidsmigranten huisvesten in Rotterdam, met de vraag om mee te werken aan de inrichting van het proces. Vanaf eind 2024 zijn er inmiddels 4 groepsgewijze inschrijfmomenten georganiseerd. Inmiddels heeft het Werkgeversservicepunt Rijnmond (WSPR) deze benadering verbreed en zijn alle werkgevers waarmee WSPR samenwerkt actief benaderd. Alle vormen van inschrijving worden meegenomen bij deze groepsgewijze inschrijvingen, van eerste vestiging tot een verhuizing vanuit een andere gemeente. De mobiele wijkhub wordt ingezet om de BRP-inschrijving te promoten en om

ondersteuning te bieden bij het verzamelen van de benodigde gegevens van deze inwoners, maar inschrijving bij de mobiele wijkhub is niet mogelijk. Met de werkgever is bgeëvalueerd en opgehaald dat dit een efficiënte manier is om in kort tijdsbestek meerdere mensen tegelijk in te schrijven. Waar voorheen 30 minuten nodig was voor de inschrijving van 1 persoon in de BRP, kan Burgerzaken door voorwerk en werk achteraf, in hetzelfde tijdsbestek nu zo’n 15 personen inschrijven. De groepsgewijze inschrijving wordt hiermee niet langer een project maar een regulier gemeentelijk werkproces. Het WSPR blijft zich inspannen om werkgevers te wijzen op hun verantwoordelijkheid om werknemers in te schrijven in de BRP, door hen goed te informeren en door te geleiden naar mogelijkheden voor gezamenlijke inschrijf mogelijkheden. Hoe werkt het met het eerste vestigingsformulier

Eind derde kwartaal 2024 is daadwerkelijk gestart met de organisatie van inschrijfmomenten. Het proces is volledig ingericht, maar de aanlevering van EU-werknemers door werkgevers komt nog niet van de grond. Animo vanuit werkgevers is beperkt.

Wanneer iemand voornemens is om zich voor het eerst voor een periode van langer dan vier maanden in Nederland te vestigen, dient hij of zij zich in te schrijven bij de gemeente waar hij of zij komt te wonen. Voor deze inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) is het invullen van het formulier 'Eerste vestiging' vereist. Omdat het gaat om een eerste vestiging, zijn er nog geen persoonsgegevens bekend. Daarom wordt in het formulier uitgebreid gevraagd naar persoonlijke informatie. Vervolgens wordt dit meegenomen naar de publiekslocatie of stadswinkel, waar de inschrijving verder in behandeling wordt genomen.

Hoe komt het dat werkgevers niet geïnteresseerd zijn om hieraan mee te doen?

De animo onder werkgevers voor de inschrijfmomenten in de BRP heeft verschillende achtergronden. Een belangrijke factor is dat niet alle werkgevers waar het Werkgevers Service Punt Rotterdam Rijnmond (WSPR) contact mee heeft beschikken over huisvesting in Rotterdam. Werkgevers kunnen alleen medewerkers inschrijven als ze woonachtig zijn in Rotterdam. Desondanks blijft WSPR actief in gesprek met betrokken partijen om waar mogelijk maatwerk te bieden en gezamenlijk te kijken naar passende oplossingen.

Kunnen we meer pressie uitoefenen. Door bijvoorbeeld met die mobiele wijkhub langs te gaan op locatie?

Momenteel wordt de mobiele wijkhub ingezet voor het promoten van BRP inschrijvingen. Dit zou eventueel ook kunnen worden ingezet op locatie

Momenteel is één werkgever actief betrokken bij dit proces. —>

van de werkgevers. Echter, bovenstaande situatie blijft hetzelfde, waardoor de vraag blijft of verhoogde toegankelijkheid de afname verhoogt. DigiD-balie is een succes, maar wordt niet gecontinueerd omdat het een bredere doelgroep bereikt. Silo-denken. Dan kun je toch samen met de Wethouder Organisatie kijken wat je hiermee kan? Ik zie het probleem niet.

De pilot DigiD-balie had als meerwaarde om contact met de EU-arbeidsmigrant te maken, maar de inspanningen die werden geleverd, waren groter dan de uiteindelijke resultaten, vooral voor degenen die niet tot de doelgroep behoorden. De uitvoering van de pilot lag bij de medewerkers binnen het programma EU-arbeidsmigranten. Deze medewerkers deden dit vanwege de veronderstelde meerwaarde naast hun reguliere werk. Met beperkte middelen en capaciteit is steeds het doel om maximaal van waarde te zijn voor de EU-arbeidsmigrant, waar het programma voor bedoeld is. Dit bleek echter niet het geval te zijn binnen het experiment rondom DigiD. Het merendeel van de Nederlandse bevolking regelt de DigiD volledig online. Voor Nederlanders die in het buitenland verblijven en andere EU-burgers zijn DigiD-buitenlandbalies ingericht, onder meer bij ambassades in het buitenland. Daarnaast zijn er op dit moment, gesteund door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, 14 balies verspreid over Nederland waar men terecht kan. Weth. Organisatie en weth. Arbeidsmigratie hebben periodiek overleg over organisatorische zaken rondom de aanpak arbeidsmigratie. De uitkomst van de pilot DigiD-balie is met hem gedeeld.

Hebben we nu zicht op het percentage mensen dat ingeschreven is in de BRP?

Het aantal klantcontacten van de informatiepunten in 1 maand is vrij laag. 1746 in een jaar, 145 per maand, 32 per week, 6 per dag

Op 1 januari 2025 stonden 42.263 EU-burgers van alle leeftijden uit MOE- en GIPS-landen ingeschreven in de Rotterdamse BRP. Dit is 6,3% van de totale ingeschreven Rotterdamse bevolking. Het is niet bekend hoeveel mensen niet ingeschreven staan. Er zijn vier infopuntmedewerkers die op maandagen woensdagmiddag (inclusief de avond) spreekuren verzorgen in de 2 infopunten op Zuid en West. Daarnaast is er ook op vrijdag tussen 10.00 en 14.00 uur een spreekuur beschikbaar. De meeste bezoekers die zich melden, hebben te maken met complexe problematiek. De spreekuren zijn structureel vol, waardoor collega’s wekelijks overuren maken om iedereen van hulp en informatie te voorzien. Ook zetten diezelfde medewerkers in op spreekuren op scholen, in

aandachtswijken, de mobiele wijkbus, wijkbijeenkomsten, etc. Zij worden daarmee regelmatig overvraagd. Het aantal EU-arbeidsmigranten dat hulp zoekt blijft groot, wat ook de nodige capaciteitsvraag met zich meebrengt. Met verkregen WorkInNL- gelden (Rijk) t/m 2027 kunnen we de huidige personele capaciteit behouden. Echter: de vraag en toestroom van nieuwe EU-arbeidsmigranten blijft groot, en capaciteit zal altijd een issue blijven. Hoe zijn de niet-reguliere supermarkten geselecteerd die zijn bezocht door de handhavingsautoriteiten? En in hoeveel gevallen zijn specifiek overtredingen geconstateerd?

We zien dat ook in de niet-geprioriteerde wijken nu eu-arbeidsmigranten zijn. Zouden we in die wijken niet ook welzijnswerk willen aanbieden?

Supermarkten worden geselecteerd wanneer sprake is van bijvoorbeeld overlast in de omgeving door alcoholverkoop, of dat er in grote groepen gehangen wordt voor de ingang van de supermarkt. Ook eerdere overtredingen zijn reden voor een hercontrole. Type overtredingen: gebrek aan hygiëne, illegale goederen zoals sigaretten of medicijnen (niet toegestaan in NL of EU), of overtredingen op Wet Minimumloon, Wet Arbeid Vreemdelingen of arbeidstijdenwet. Er wordt niet meer specifiek bijgehouden hoeveel overtredingen zijn geconstateerd. Bij de twee informatiepunten voor EUarbeidsmigranten, in Zuid en West, worden EUburgers uit de hele stad bereikt. Deze punten hebben een stedelijk bereik. We zetten in op een communicatiecampagne over EU-arbeidsmigratie, met onder andere activiteiten zoals een mobiel informatiepunt en een promotieteam dat EUburgers wegwijs maakt naar de vaste informatiepunten. In Bloemhof vindt inmiddels wekelijks een spreekuur plaats. In IJsselmonde en Delfshaven worden bijeenkomsten georganiseerd om ketenpartners te activeren; ook daar is een wekelijks spreekuur in voorbereiding. We nemen de (wijk)professionals van andere wijken steeds meer mee zodat men zich ook daar bewust is van de opgave rondom EUarbeidsmigranten.

Afhankelijk van de totale opgave moet scherp worden bekeken of de huidige capaciteit volstaat om in al deze wijken dezelfde mate van dienstverlening te bieden; met vier EUinfopuntmedewerkers en één voorlichter voor de hele stad is dat krap.

Met de scope op de hele stad wordt ook het welzijnswerk, wat zich richt op alle wijkbewoners, aangesproken rekenschap te nemen dat met de dienstverlening EU-migranten bereikt dienen te worden. Zo zijn er vanuit het programma contacten met de welzijnsorganisatie in Bospolder en Tussendijken om gezamenlijk in te zetten op vragen die bewoners met EU-migratie achtergrond hebben. ‘De inzet van de welzijnswerker is afhankelijk van het aantal vrijwilligers’ - toch een beetje gek?

Het welzijnswerk in de stad wordt niet uitsluitend uitgevoerd door de gecontracteerde welzijnsaanbieders.Ook diverse lokale partijen spelen een actieve rol binnen het wijkgerichte welzijnsnetwerk. Dit betreft onder andere vrijwilligersorganisaties die subsidie ontvangen via Couleur Locale of vanuit lokaal budget krijgen, dan wel stedelijke organisaties die werkzaam zijn in de verschillende wijken. Hoewel deze organisaties niet volledig afhankelijk zijn van vrijwilligers, is er dus sprake van een belangrijke wisselwerking en samenwerking met hen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=828368fa-fc8a-47ef-a94a-3d5a2ecb1c4b