[25bb003944] Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2024 (versie 28 mei 2025)
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2024 Nr. 1
Fractie Onderwerp Vb. Algemeen
2
GL
Algemeen
3
GL
Beheer van de stad
4
GL
Beheer van de stad
Vraag Wanneer zijn de Jaarstukken gepubliceerd? Kan er over de gehele begroting inzicht gegeven worden in de afwijkingen ten opzichte van de initiële begroting, en niet alleen ten opzichte van de bijgestelde begroting?
Antwoord De Jaarstukken 2024 zijn op 30 april 2025 gepubliceerd.
Doel Schone en Circulaire stad (p. 31) – In 2024 is er flink slechter (bijna 2 procentpunt) gescoord op het verminderen van naastplaatsingen en zwerfafval dan het jaar ervoor. Is het mogelijk dat dit verband heeft met de bezuinigingen op de dienstverlening buitenruimte (behandelen van meldingen in MeldR-app en via 14010)? Zo nee, hoe wordt de lagere score ten opzichte van 2023 verklaard? Doel Veilige en beschikbare buitenruimte (p. 32) – Over de beschikbaarheid van de vitale infrastructuur op bruggen wordt gesteld ‘Met een areaal van meer dan 50 beweegbare bruggen en sluizen is een programmatische aanpak noodzakelijk voor efficiënt en effectief beheer’. Wordt hiermee bedoeld dat er nu sprake is van achterstallig onderhoud? Of gaat het vooral om het maken van een efficiëntieslag in (de planning van) het noodzakelijke onderhoud?
Er is een vermoeden dat de lagere score in 2024 te maken heeft met de toename van het aantal inwoners, een toename en veranderd koopgedrag in webwinkels, meer vervuiling door statiegeldjagers op zoek naar blikjes en flesjes en een toename van het aantal bezoekers aan de stad. Ondanks deze veranderingen blijft de inzet voor het schoonhouden van de buitenruimte ongewijzigd. Bij areaaluitbreiding wordt de inzet op basis van afspraken met de raad uitgebreid, bij verdichting is dat niet het geval. De mooie nazomer heeft ervoor gezorgd dat Rotterdammers langer dan gebruikelijk buiten verbleven, waardoor een toename van het zwerfafval is ontstaan. Het gaat hierbij zowel om grof als fijn zwerfafval. Met name het kleine zwerfafval is door het kleine formaat lastig te verwijderen. Ook is een aantal projecten later gestart.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
Bij de jaarstukken wordt per programma ook de oorspronkelijke/initiële begroting weergegeven. Met de knop "Vergelijk Saldo" (onder de tabel Overzicht baten en lasten) kan men de ontwikkeling van de begrotingssaldi zien van afgelopen begrotingsproducten. Dit geeft inzicht bij welk begrotingsproduct de meest omvangrijke wijzigingen hebben plaatsgevonden en zo kan gericht naar een toelichting worden gezocht.
De aanleiding voor de programmatische aanpak is niet achterstallig onderhoud. In Rotterdam is er, net als de rest van Nederland, sprake van veel infrastructuur die verouderd is. Middels de programmatische aanpak breiden we ons voor dat we efficiënt en effectief het juiste onderhoud toepassen op de verschillende beweegbare bruggen en sluizen.
1
5
GL
Beheer van de stad
Financiën (p. 36) – Bij de bestemmingsreserves wordt gesproken over een geschil met de leverancier van LED-armaturen. Is dit inmiddels opgelost en kan de achterstand in de vervanging van straatverlichting door LED in 2025 worden ingehaald?
Onze excuses er is geen spraken van en dispuut met de aannemer. De vervanging in 2025 is vertraagd door een tekort aan materialen Er is nl. spraken van een nieuwe aanbesteding. Naar verwachting is deze eind van de zomer 2025 afgerond.
6
GL
Bestaande stad
Doel Vitale wijken (p. 50) – In 2024 zijn er minder subsidies aangevraagd voor woningvergroting in de focuswijken op Zuid. Is onderzocht wat de redenen kunnen zijn voor de sterke daling in het aantal aanvragen? Of zijn er vermoedens over de mogelijke redenen?
Ambtelijk is een analyse gedaan op basis van de ervaringen in het project en uit gesprekken met de subsidieaanvragers. Hieruit zijn de volgende 3 punten naar voren gekomen; 1. De subsidieregeling heeft onvoldoende bekendheid 2. De communicatie van de subsidieregeling richt zich voornamelijk op zittende woningeigenaren en kan worden verbreed naar woningzoekende 3. Een aantal subsidievoorwaarden werken beperkend waardoor aanvragen moeten worden afgewezen. Denk aan de minimale eisen van oppervlaktes en toegewezen wijken. Er wordt op basis van deze informatie momenteel gewerkt aan een voorstel voor aanpassing van de regeling. De verwachting is dat hiermee het aantal aanvragen kan stijgen.
7
GL
Bestaande stad
Doel Vitale wijken (p. 50) – Hoe ziet het financiële plaatje van het samenvoegen, vergroten en verbeteren van woningen eruit? Welke budgetten zijn jaarlijks gemoeid met bovenstaande subsidieregeling en het zelf door de gemeente aankopen van woningen voor dit programma? En wat zijn gemiddeld de netto kosten per woning bij aankoop, verbouwing en verkoop door de gemeente?
Binnen pijler Wonen van het NPRZ is op dit moment ca € 174 mln gelabeld voor projecten gericht op samenvoegen, vergroten en verbeteren. Dit bedrag is afkomstig uit diverse Rijksbronnen (Regiodeal, Volkshuisvestingsfonds) en gemeentelijke bijdragen. De uitgaven aan de subsidieregeling en de gemeentelijke aanpak fluctueren door de jaren heen. Voor de subsidieregeling is deze afhankelijk van het aantal aanvragen en voor de gemeentelijke aanpak van de voortgang op de verschillende projecten. In 2024 is € 455.000 aan subsidies uitgekeerd en ca € 6,5 mln uitgegeven aan de gemeentelijke aanpak samenvoegen, vergroten en verbeteren. Ook de netto kosten en onrendabele top per woning veranderen sterk door de jaren heen en kennen veelal een stijgende lijn door onder meer sterk toegenomen aannemers- en (ver)bouwkosten. In de aanvraag voor de 3e tranche Volkshuisvestingsfonds in 2024 zijn we uitgegaan van een onrendabele top van tussen € 127.000 en € 175.000 per oude woning, afhankelijke van woningtype. Bij dit alles geldt als belangrijke notie dat het college zich momenteel aan het beramen is op de gemeentelijke inzet en de nog te besteden middelen, in lijn met de raadsinformatiebrief over de aanscherping van de inzet op de pijler Wonen van februari jl.(25bo003326). Dit met als doel om naar de toekomst toe de gemiddelde onrendabele top per woning omlaag te krijgen.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
2
8
GL
Bestaande stad
Financiën (p. 54) – De verduurzaming in Oud-Carnisse liep vertraging op in 2024, is de verwachting dat dit in 2025 kan worden ingehaald, en lukt dat nog steeds binnen de € 400.000 die daarvoor beschikbaar was vanuit het duurzaamheidstransitiebudget?
De verduurzaming in Oud-Carnisse wordt naar verwachting opgeleverd in week 29, waarmee de vertraging in 2025 is ingehaald. De verwachting is dat de verduurzaming binnen het beschikbare budget wordt gerealiseerd.
9
GL
Stedelijke ontwikkeling
Doel: Integraal ontwikkelen van de stad (p. 136) – De afgelopen jaren wordt er per jaar gestart met de bouw van een kleine 3.500 woningen. Totaal t/m 2024 komt nu op 8.391 woningen. In hoeverre is de raming van 12.500 – 14.500 woningen eind 2025 nog realistisch?
T/m 2024 zijn 8.391 woningen gestart, in de eerste maanden van 2025 zijn 405 woningen gestart. Voor het restant van 2025 staat de startbouw van nog eens ca 6.500 woningen gepland. Van deze nog te starten woningen is van ruim 70% de vergunning reeds verleend. Er wordt aan voldoende plannen gewerkt om het collegetarget te kunnen halen.
10
GL
Stedelijke ontwikkeling
Doel: fijn leven en verblijven in de delta (p.137) – Tot nu toe zijn slechts zes van de dertig meest verkeersonveilige locaties opgeleverd. Zitten er inderdaad nog 24 projecten in de pijplijn die naar verwachting voor eind 2026 worden opgeleverd? Kunnen wij een lijst ontvangen van de dertig projecten met de beoogde opleverdatum?
De raad is over de selectielijst van 35 targetlocaties, de planning en de voortgang geïnformeerd middels brief 24bo006020 dd. 24 juni 2024 en de rapportage UPMR 24bb008351 dd. 18 november 2024. Een nieuwe rapportage verschijnt in november van dit jaar. In 2024 zijn 4 locaties gereedgekomen: Rochussenstraat- 's Gravendijkwal, DorpswegGruttostraat, Heemraadssingel- 2e Middellandstraat, Goudsesingel-Meent- Jonker Fransstraat. In 2023 waren al 2 locaties gereedgekomen: Willemsbrug en Rodenrijsestraat. Daarmee komt het totaal aangepakte locaties conform de definitie van de target inderdaad op 6. In 2025 is 1 locatie gereedgekomen: Straatweg en zijn inmiddels 3 locaties (Kruisplein, Aveling-Lengweg en Willem Buytwechstraat in uitvoering genomen.
11
GL
Stedelijke ontwikkeling
Doel goede groei en verbinding (p. 138) – Wat is de doelstelling voor het aandeel actieve en duurzame verplaatsingen? En wanneer komen de cijfers over heel 2024 hiervoor beschikbaar? Worden die op een ander moment met de raad gedeeld?
Het klopt inderdaad dat het percentage voor het aandeel actieve en duurzame verplaatsingen vertraagd is. Het percentage wordt berekend door het combineren van meerdere datasets, welke tot nu toe niet compleet beschikbaar waren. In de 2e herziening zal de indicator volledig zijn opgenomen.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
3
12
GL
Stedelijke ontwikkeling
Financiën (p. 141) – Niet voor alle autoluwe projecten was het toegestaan de volledige lasten te dekken uit de bijbehorende reserves: wat was de reden dat dit niet kon? Ging het bijvoorbeeld om werkzaamheden die niet bijdroegen aan het doel om de stad autoluwer te maken? En is dit de reden dat er een vrijval van € 1 mln is opgenomen bij deze bestemmingsreserve, of heeft dat een andere reden?
In 2024 is een lagere onttrekking gerealiseerd uit de bestemmingsreserve dan begroot, dit betrof een onderbesteding op de projecten. De vrijval van de 1mln uit de bestemmingsreserve Autoluwfonds betreft een bijdrage aan de voorjaarsnota van 2024.
13
GL
Stedelijke ontwikkeling
Financiën (p. 141) – diverse afwijkingen gaat om € 7,3 miljoen, toch best een groot bedrag. Kunnen wij een toelichting ontvangen op alle afwijkingen groter dan € 0,5 mln?
De afwijking wordt voor circa € 5 mln veroorzaakt doordat in mindere mate gewerkt is aan grondexploitaties dan vooraf ingeschat. Hierdoor is minder dekking van inzet uren vanuit de grondexploitaties gerealiseerd. De lagere inzet van uren leidt tevens tot lagere lasten op de betreffende grondexploitaties. Deze component is meegenomen in de separaat opgenomen afwijking op de grondexploitaties. Het restant van de afwijking wordt veroorzaakt door diverse afwijkingen kleiner dan € 0,5 mln.
14
GL
Stedelijke ontwikkeling
Financiën (p. 141) – Er is een afwijking van 2.1 miljoen op erfpacht, kunt u wat meer toelichting hierop geven? Zorg,
Het reguliere resultaat op erfpacht viel € 2,5 mln hoger uit dan begroot vanwege enerzijds hogere baten uit hoofdzakelijk ontheffingsvergoedingen en anderzijds hogere afschrijvingen op boekwaarde bij conversie. Het uiteindelijke negatieve verschil van € 2,1 mln is ontstaan door twee dotaties aan de RIM (Rotterdamse Investeringsmotor) voor in totaal € 4,6 mln. Deze waren niet begroot, maar volgden uit raadsbesluiten omtrent Havensteder (22bb007303) en Brainpark (22bb1084).
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
4
15
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
Voortgang jeugd (p. 172) - In 2024 zijn in Bloemhof en Schiebroek de pilots bestaanszekerheid gestart zodat bewoners en professionals in het sociaal domein zich meer kunnen inzetten voor bestaanszekerheid. De eerste signalen zijn positief en laten een kostenbesparing in de zorg zien. Besloten is om de pilots te continueren en meer kennis te vergaren voor een goed borgingsen opschalingsvoorstel. Welke concrete acties worden nu uitgevoerd binnen de pilot bestaanszekerheid?
We zijn bezig met de aanpak bestaanszekerheid in de wijken Bloemhof en Schiebroek. We voeren concrete acties uit op het spoor samenredzaamheid zoals het organiseren van netwerkbijeenkomsten in de twee wijken zodat partijen elkaar beter leren kennen. De tijdelijke verbinder bouwt ook aan een sterk netwerk door formele en informele partijen met elkaar te verbinden. In beide wijken hebben we een casuïstiektafel voor vastgelopen casuïstiek opgezet waar we kijken naar andere oplossingen dan zorg. Ook een actie is het infoplein in de wijk. Het infoplein is een laagdrempelige fysieke plek in de wijk waar een inwoner meteen geholpen wordt met een hulp- of zorgvraag. Meer informatie over deze acties is te vinden in de raadsinformatiebrief over de Bestuursopdracht Zorg (24bb003639).
16
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
Voortgang jeugd (p. 172) - Het collegetarget jeugdpreventie is nog niet beschikbaar, kunt u dit nader toelichten?
Zie toelichting op p. 173 van de jaarstukken: “In 2023 is de mijlpaal voor het collegetarget jeugdpreventie behaald, met een realisatie van 5.602 en in 2024 is in de eerste 6 maanden 2.083 gerealiseerd. De realisatiecijfers tot en met december 2024 zijn op het moment van schrijven nog niet bij de gemeente aangeleverd. De jeugdpreventie-aanbieders dienen de door de accountant gecontroleerde realisatiecijfers over het jaar 2024 uiterlijk op 1 april 2025 aan te leveren. Daarna checkt de gemeente of alle verantwoordingsdocumenten conform de vereisten van de Subsidieverordening Rotterdam zijn aangeleverd en zet de gemeente de cijfers van de verschillende aanbieders in een totaaloverzicht voor het collegetarget jeugdpreventie. De realisatiecijfers 2024 worden daarom, conform afspraken in het definitieboekje rondom de collegetargets, bij de Tweede herziening 2025 met de raad gedeeld. Bij de Tweede herziening 2024 zijn de cijfers over 2023 en de eerste helft van 2024 gedeeld.”
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
5
17
18
GL
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
Zorg, welzijn en wijkteams
Financiën (p. 179) - Jeugdhulp Lokaal: € 17,0 mln nadelig. Eén van de verklaringen van de overbesteding is dat er sprake is van hoger dan begrote na-ijlende declaraties uit voorgaande jaren. In ‘Aanbieding P&C stukken GRJR en gelegenheid voor zienswijze, 25bb002750’ lezen we dat de GRJR de afrekeningen en het betalingsverkeer met gecontracteerde zorgaanbieders strak afwikkelt. Betalingsverplichtingen over eerdere jaren die in afwachting van te ontvangen declaraties opstonden zijn na afstemming met de betreff ende aanbieders komen te vervallen. Ook daarop is een voordeel gerealiseerd. Hoe kan er sprake zijn van naijlende declaraties als de GRJR afspraken heeft gemaakt over het laten vervallen van openstaande declaraties?
De afspraken van de GRJR betreffen Jeugdhulp Regionaal en hebben geen werking voor Jeugdhulp Lokaal.
Financiën (p.179) - Is de 5.3 nadelig van de RRJR onderdeel van de 17 mln nadelig van Jeugdhulp lokaal, of komt dit er bovenop?
Dit komt er bovenop. Zie het antwoord op vraag 29 voor een nadere toelichting op het resultaat van € 5,3 mln nadelig.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
De na-ijlende declaraties zijn te verklaren doordat in het jaarrekeningproces de voorlopige productieverantwoordingen van zorgaanbieders worden gebruikt. De definitieve productieverantwoordingen over 2023 kwamen te laat binnen om nog meegenomen te kunnen worden bij de jaarrekening 2023 en hebben daarmee effect bij de jaarrekening 2024. Daarnaast is het aanbieders toegestaan tot 5 jaar terug geleverde zorg te declareren.
6
19
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
Financiën (p.179) - “Er is al enige tijd een overbesteding in de realisaties zichtbaar geweest. Bij de Tweede Herziening 2024 en bij de Eindejaarsbrief 2024 heeft echter geen bijstelling van de begroting plaatsgevonden, omdat er nog onvoldoende zekerheid was over de juistheid van de toen beschikbare eindejaarsprognose op dit onderdeel. Om deze onzekerheid te ondervangen is hiervoor bij de Tweede Herziening 2024 een gekwantifi ceerd risico opgenomen onder het weerstandsvermogen.” Bovenstaande tekst is de toelichting van GRJR en Jeugdhulp, wat maakt dat er bij beide onderwerpen is gekozen om niet de begroting bij te stellen maar een risico op te nemen in het weerstandsvermogen?
Vanwege de beleidsinhoudelijke samenhang tussen Jeugdhulp Lokaal en Jeugdhulp Regionaal worden deze domeinen voor de financiële sturing in totaliteit bezien.
20
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
Financiën (p. 179) - Zorg en veiligheid: € 1,9 mln voordelig. Rondom Prostitutiebeleid hebben door onderbezetting bij een uitvoerende partij niet alle activiteiten doorgang kunnen vinden, waarvoor eenmalig wel extra budget was ontvangen. Welke activiteiten zijn niet doorgegaan en worden die komende jaar alsnog uitgevoerd?
De klankbordgroep tegen stigmatisering sekswerkers is niet mogelijk gebleken, zoals de raad is geïnformeerd in de afdoening 23bb009131. In plaats van het instellen van een klankbordgroep wordt gewerkt aan communitybuilding via het informatie en dienstencentrum Door2Door om laagdrempelig een community van sekswerkers op te zetten. Daarnaast zijn er minder trainingen en voorlichtingen over preventie van mensenhandel gegeven dan beoogd. Inmiddels is er weer een trainer geworven en worden de activiteiten conform afspraken uitgevoerd.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
7
21
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
Financiën (p. 179) - Waarom zijn de Rijkssubsidies Expertisecentrum Jeugd (€ 7,5 mln), Vastgoed Jeugd (€ 5,3 mln) en Acute GGZ (€ 0,9 mln) niet geheel benut? Waar ligt dat aan?
De SPUK vastgoed is niet geheel benut in 2024 doordat de regeling is verlengd van eind 2024 tot eind 2026. IHUB had begroot €3,8 mln. uit te geven in 2024 aan verbouwen vastgoed, maar dat is uitgesteld. Voor het verbouwen van het vastgoed van de open driemilieuvoorzieningen, is door Enver en Jeugdformaat in 2024 €1,5 mln. minder uitgegeven dan begroot. Deze bedragen zullen naar verwachting in 2025 en 2026 worden uitgegeven. De lagere uitgaven van €0,9 mln aan Acute GGZ worden veroorzaakt door lagere uitgaven van Parnassia aan Intensieve begeleiding thuis en aan opleidingen. De looptijd van de SPUK Expertisecentrum Jeugd t.b.v. het landsdeel Zuid-Holland is vanuit het ministerie van VWS verlengd van 2024 naar 2025. Een aantal lopende projecten zullen in 2025 nog kosten declareren. Tevens zullen nieuwe subsidieaanvragen van invloed zijn op de uiteindelijke besteding van de Rijksmiddelen.
22
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
Financiën (p. 179) - Wijkteams en Wmo-loketten. Het voordeel op ICT wordt veroorzaakt door het achterblijven van de doorontwikkeling (€ 3,7 mln voordelig). Welke gevolgen heeft het achterblijven van het doorontwikkelen van de ICT?
In de loop van 2024 zijn extra middelen vrijgevallen. Het is echter niet gelukt om op zo’n laat moment in het jaar extra capaciteit in te zetten en herprioritering door te voeren. De planning op basis van het oorspronkelijke budget en de prioritering is echter gehaald zonder negatieve gevolgen. Dit neemt niet weg dat er voor de nabije toekomst een flinke opgave ligt, enkele concrete plannen zijn: digitalisering van werk- en klantprocessen, vervanging Gidso, doorontwikkeling informatievoorziening en (wettelijke verplichting) gegevensdeling.
23
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
Jeugdhulp & GRJR (p. 179) - “Om deze onzekerheid te ondervangen is hiervoor bij de Tweede Herziening 2024 een gekwantificeerd risico opgenomen onder het weerstandsvermogen.” Kan er worden geduid wat het betekent dat er een gekwantificeerd risico is opgenomen in het weerstandsvermogen?
We nemen een risico op in het weerstandsvermogen omdat de portefeuille Zorg onzeker is en wellicht tot een neerwaartse bijstelling op de lasten kan leiden. Door een risico op te nemen is de berekening van de weerbaarheid van de begroting zuiverder.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
8
24
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
Jeugdhulp & GRJR (p. 179) - Kunt u uitleggen waardoor die onzekerheid over de juistheid van de toen beschikbare eindejaarsprognose bij GRJR en Jeugdhulp is ontstaan?
Vanwege de mogelijke doorwerking naar latere jaren van de kostenontwikkeling in 2023 bij de regionale jeugdhulp zijn we in onze prognoses voorzichtig geweest.
25
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
Jeugdhulp & GRJR (p. 179) - Op pagina 7 van het eindrapport van de Financial Audit 2024 wordt gesteld dat “De behoefte aan meer zekerheid over de zorgkosten ligt primair in de eigen gemeentelijke processen, met name de toewijzing en declaratiegoedkeuring.” Wat is er gedaan om deze gemeentelijke processen te verbeteren?
Om meer zekerheid te hebben over zorgkosten is een accurate administratie een vereiste voor zowel gemeente als zorgaanbieder. Allereerst is er ingezet op het wegwerken van achterstanden in toewijzingen vanuit alle drie de verwijsrouten. (wijkteams, GI en medische verwijsroute). Daarnaast vindt er op een meer structurele basis (eens per 2 maanden) een vergelijking plaats tussen de administratie van de gemeente en de zorgaanbieder. Het goedkeuren van declaraties is een geautomatiseerd proces.
26
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
Financial Audit (p. 22) - kunt u specifi ceren welke fouten zijn gemaakt, zoals geconstateerd bij WMO en jeugd, die een waarde hebben van 1.1 miljoen?
De fout van €1,1 miljoen is opgebouwd uit de volgende constateringen: • €680k regionale jeugdhulp (geëxtrapoleerde fout): bij de steekproefcontrole is in één geval geconstateerd dat gedurende één maand zorgkosten zijn betaald door gemeente Rotterdam, terwijl jeugdige is verhuisd naar een andere gemeente. Deze bevinding is gebaseerd op een steekproef, waarbij de geconstateerde fout is geëxtrapoleerd om een inschatting te maken van de mogelijke impact op het geheel. • €253k PGB besteding 2024: periodiek verstrekt de Sociale Verzekeringsbank (SVB) een rapportage over de bestedingen van het PGB voor de Wmo en Jeugdwet 2024. Uit de meest recent gedeelde rapportage blijkt dat de financiële verantwoording van de gemeente € 253k hoger is dan de door de SVB geregistreerde bestedingen in 2024. • €226k financiële afsluiting Wmo en Jeugd lokaal: op basis van de voorlopige productieverantwoordingen 2024 is een afwijking van €132k vastgesteld door cluster MO. Deze afwijking is gecorrigeerd tijdens het correctieproces in maart 2025.Op basis van de definitieve productieverantwoordingen 2024 is vastgesteld dat de werkelijke productie met €94k afwijkt van de verantwoording in de financiële administratie.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
9
27
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
Bestuursopdracht Zorg (p. 182) De BOZ taakstelling 2024 was 33 miljoen. De inschatting is dat 27.5 miljoen is gerealiseerd, vanwege vertraging bij jeugd. Hoe is dit tekort van 5,5 miljoen opgevangen?
Bij Jeugd (zowel lokaal als regionaal) is er bij de jaarrekening een overschrijding van de begroting. Binnen het programma ZWW waren diverse afwijkingen (positief en negatief) op de begroting. Uiteindelijk resulteerde dit in een tekort van € 27.000 op het gehele programma.
28
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
Bestuursopdracht Zorg (p. 182) Bij jeugd worden de maatregelen conform afspraak toegepast door de wijkteams en gemeentelijke indicatiestellers. De indicaties die verlopen via de huisarts of gecertificeerde instellingen wijken vaak nog af van de maatregelen, kunt u toelichten welke financiële gevolgen dit heeft.
Dit heeft er mede aan bijgedragen dat er bij Jeugd (zowel lokaal als regionaal) bij de jaarrekening een overschrijding van de begroting was.
29
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
Bestuursopdracht Zorg (p. 182) RBOK wordt op regionaal niveau beoordeeld op 51 maatregelen. Het doel is om de groei met 1.6 miljoen te remmen. De conclusie is dat de kosten van de regionale jeugdzorg lager liggen dan begroot door GRJR. Echter, voor de gemeente Rotterdam zijn de kosten voor de regionale jeugdzorg 5 miljoen hoger dan begroot. Hoe komt het dat de andere aangesloten gemeenten wel binnen hun begroting blijven, en Rotterdam niet?
Doordat het Rotterdamse jaarrekeningproces een andere planning kent dan het jaarrekeningproces van de GRJR, was het niet mogelijk om de definitieve productieverantwoordingen van zorgaanbieders mee te nemen in de Rotterdamse jaarrekening. Dit in tegenstelling tot de jaarrekening van de GRJR die wel gebaseerd is op de definitieve productieverantwoordingen. Daardoor is het Rotterdamse rekeningresultaat gebaseerd op de voorlopige productieverantwoordingen van de zorgaanbieders. Hierin was – zo is achteraf gebleken – een te hoge inschatting van de risicoproductie opgenomen. Dit heeft ertoe geleid dat in de Rotterdamse jaarrekening hogere zorgkosten zijn verantwoord dan in werkelijkheid gemaakt. Dit blijkt uit de geconstateerde getrouwheidsfout en onzekerheid zoals opgegeven in het Eindrapport 2024 Financial Audit (blz. 23). Hiervan had € 10,9 mln niet als zorglasten meegenomen moeten worden. Feitelijk had de jaarrekening van Rotterdam daarmee een voordelig resultaat van ca. € 5,6 mln op de GRJR moeten laten zien.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
Het resterende verschil tussen de Rotterdamse jaarrekening en die van de GRJR is ontstaan doordat de begroting van de GRJR niet volledig is overgenomen in de Rotterdamse begroting. Rotterdam heeft ervoor gekozen om af te wijken omdat er twijfels waren over de doorwerking van de kostenstijging van 2023. Ook is in de Rotterdamse begroting rekening gehouden met de RBOK-opgave van € 1,6 mln
10
30
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
31
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
32
GL
Zorg, welzijn en wijkteams
33
GL
Volksgezondheid
Financiën (p. 179) - Er is een overbesteding jeugdhulp lokaal van 17 miljoen, als gevolg van verschuiving van PGB cliënten naar duurdere Zorg In Natura arrangementen. Er is sprake van hoger dan begrote na-ijlende declaraties uit voorgaande jaren. Klopt het dat deze verschuiving bedoeld was als een besparing en hoe is er gestuurd op na-ijlende effecten?
Nee, de verschuiving van PGB naar Zorg in Natura arrangementen is niet bedoeld als besparing.
Financiën (p. 179) - Wederom zien we een onderbesteding van 12,7 miljoen en wordt verwezen naar de arbeidsmarkt als toelichting. Dit is een terugkerend beeld, hoe is hierop gestuurd? Financiën (p. 179) - Er is geen onttrekking van de bestemmingsreserve ‘bestrijding eenzaamheid ouderen’. Betekent dit dat er niets gebeurd is voor eenzaamheid ouderen in 2024? Financiën (p. 159) - Bij zowel Wmo preventie middelen (1,1 miljoen) als bij infectieziektebestrijding (1 miljoen) is er een onderbesteding. Dit door inkomsten vanuit het Rijk. Wel ligt er bij allebei de thema’s een grote opgave en had het onderbestede geld binnen deze middelen thema’s goed besteed kunnen worden. Waarom is dit geld gezien de grote opgaven binnen die domeinen niet uitgegeven?
Met de organisaties die medewerkers leveren aan de wijkteams is een uitgebreide gezamenlijke aanpak op het tegengaan van openstaande vacatures, met o.a. een gezamenlijke website voor werving en selectie, banenmarkten en meer mogelijkheden voor zij-instromers.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
De na-ijlende declaraties zijn te verklaren doordat in het jaarrekeningproces de voorlopige productieverantwoordingen van zorgaanbieders worden gebruikt. De definitieve productieverantwoordingen over 2023 kwamen te laat binnen om nog meegenomen te kunnen worden bij de jaarrekening 2023 en hebben daarmee effect bij de jaarrekening 2024. Daarnaast is het aanbieders toegestaan tot 5 jaar terug geleverde zorg te declareren.
Er is zeker ingezet op het bestrijden van eenzaamheid voor ouderen. Echter door o.a. lagere vaststellingen en extra inzet van rijksgelden (GALA) is het dit jaar niet nodig geweest om gebruik te maken van de reserve.
Voor wat betreft de Wmo Preventiemiddelen werd pas laat in het jaar duidelijk dat substitutie voor de financiering van de Herstelacademies (ca. € 1 mln) mogelijk was vanuit de IZA SPUK. Er was namelijk sprake van een onderbesteding op de IZA SPUK (Rijksmiddelen). Er is voor gekozen om deze Rijksmiddelen eerst te benutten. De termijn om de Wmo Preventiemiddelen die als gevolg hiervan overbleven was de te kort om deze nog te besteden. Opschaling is namelijk afhankelijk van de beschikbare capaciteit van partners in de stad. Op het gebied van welzijn/zorg is er sprake van een personeelstekort. Daarnaast zijn we terughoudend met het starten van nieuwe projecten, die vervolgens niet voortgezet kunnen worden doordat middelen niet structureel beschikbaar zijn. De ontvangen rijksmiddelen voor infectieziektebestrijding zijn ontvangen voor de versterking van infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid. De krapte op de arbeidsmarkt heeft gezorgd het later doen invullen van vacatures.
11
34
GL
Volksgezondheid
35
GL
Armoedebestrijding en schulddienstverlening
36
GL
37
GL
38
GL
Verbonden partijen (p. 160) - CJG Rijnmond is niet terug te vinden in de paragraaf verbonden partijen. Daarom is de uitgebreide toelichting niet te lezen. Kan deze nog worden toegevoegd? Armoede en schulden (p. 20) - Er zijn 4.804 intakes voor schuldhulp uitgevoerd, in plaats van 15.750. Kunt u nader toelichten waarom niet iedere ondersteuningsvraag van Rotterdammers met schulden leidt tot een intake?
Het CJG is een gesubsidieerde instelling en daardoor geen verbonden partij. Vandaar dat de stichting niet in deze paragraaf van de jaarrekening is opgenomen maar in de paragraaf gesubsidieerde instellingen. Op p.160 is abusievelijk gesproken over het CJG als verbonden partij. O
Armoedebestrijding en schulddienstverlening
Armoede en schulden (p. 20) Welke factoren hebben ervoor gezorgd dat de target voor het aantal intakes en schuldregelingen niet zijn gehaald?
Het blijft voor veel mensen met schulden een hoge drempel die ze over moeten om ondersteuning te vragen bij het aanpakken van schulden. Ook speelt mee dat mensen wantrouwend zijn richting de overheid. Dit is o.a. versterkt door het toeslagenschandaal. Gelukkig zien we de laatste maanden wel een stijging. Niet iedere intake leidt tot een schuldregeling. Soms is een andere oplossing beter passend. Ook gaan we pro-actief naar Rotterdammers toe, met o.a. promoteams op straat en deur-tot-deur acties om ze toe te leiden naar hulp.
Taal
Taal (p. 20) - Welke factoren hebben ertoe geleid dat de realisatie van het aantal trajecten basisvaardigheden vele malen hoger is dan de oorspronkelijke streefwaarden?
De inzet op netwerkregie en partnerschap vanuit de gemeente hebben er bij onze partners toe geleid dat er veel aandacht wordt gevraagd voor basisvaardigheden.
Financiën (p. 26) - Bij de afwijkingen bij armoedebestrijding en schulddienstverlening worden vier onderdelen genoemd. Kunnen er bedragen worden gekoppeld aan deze onderdelen?
De toelichting van de vier onderdelen bestaat uit volgende bedragen: Financiële zelfredzaamheid € 0,6 mln, Bewindvoering € 1,2 mln, Jeugdtegoed € 1,2 mln en Kwijtschelding afvalstoffenheffing € 0,8 mn.
Armoedebestrijding en schulddienstverlening
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
We kijken bij het eerste contact met een Rotterdammer met schulden wat hij nodig heeft. Soms is een adviesgesprek voldoende en komt het niet tot een intake. De doelstelling van 15.750 geldt voor de gehele collegeperiode; de 4.804 uitgevoerde intakes betreffen alleen die uit 2024.
Ook de uitbreiding van lesmogelijkheden bij onze taalaanbieders en door het aantrekken van nieuwe leerkrachten wordt stevig ingezet op de bestrijding van laaggeletterdheid.
12
39
GL
Programma vluchtelingen
40
GL
Inburgering
41
GL
Armoedebestrijding en schulddienstverlening
42
GL
Inburgering
Financiën (p. 26) - Klopt het dat de afwijking op de begroting van het programma vluchtelingen van 8.570 alleen verklaard kan worden vanuit de meevaller rondom de opvang van Oekraïners? Financiën (p. 26) - Waaruit bestaan de financiële afwijkingen onder het kopje ‘overige afwijkingen’ concreet? Kunt u voorbeelden geven? Financiën (p. 26) Bestemmingsreserve armoedefonds. De lagere onttrekking wordt veroorzaakt doordat een deel van de kosten verschuiven naar 2025. Wat voor kosten zijn dit en waarom worden ze doorgeschoven naar 2025? Financiën (p. 26) - Er was een ‘Bestemmingsreserve Inburgering’, en later is ‘bestemmingsreserve uitvoeringslasten Nieuwe Wet Inburgering’ aangemaakt. Wat maakt dat er een nieuwe bestemmingsreserve gemaakt moest worden? Wat wordt er bedoeld met ‘breed inzetbare fi nanciële reserve’?
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
Correct. De afwijking is in zijn geheel te verklaren vanuit de meevaller opvang Oekraïners.
Het betreft een optelling van kleinere afwijkingen op diverse activiteiten die niet zijn toegelicht. Deze afwijkingen zijn zowel op baten en lasten op het brede spectrum van het Programma ASIS en de daaraan gerelateerde personeelslasten. Er is geen nadere analyse gemaakt van deze minimale afwijkingen. Bij het opstellen van de begroting van het armoedefonds voor een periode van vier jaar was het nog niet geheel duidelijk welke exacte bedragen voor de plannen nodig waren. Voor een aantal plannen is minder budget nodig dan verwacht. Zo is er minder geld nodig geweest voor het crisisfonds, de aanpak integrale kinderarmoede, coördinatie armoedefunctionarissen en de integrale gezinsaanpak.
De bij de begroting 2024 gevormde reserve Inburgering was gevormd voor de begeleiding van de bredere groep asielmigranten binnen de ondertussengroep en de hogere inzet van personeel (€938k). Deze is bij de Voorjaarsnota 2024 geëindigd omdat het restant 0 was na een vrijval van €500k ten behoeve van de bezuinigingsopgave. Bij de Begroting 2025 is een nieuwe reserve gevormd met een ander doel namelijk als een reserve om de uitvoeringslasten (diverse activiteiten zoals bijvoorbeeld begeleiding bij huisvesting) voor de opgave inburgering vanuit de nieuwe wet te kunnen borgen.
13
43
GL
Samenleven
Financiën (p. 26) Bestemmingsreserves koloniaal slavernijverleden: Er is een onttrekking begroot, maar niet gerealiseerd. De uitleg hiervan luidt “een deel van de kosten waren in boekjaar 2023 geboekt en voor een deel waren de facturen na de deadline in kaart gebracht. Hierdoor kon geen onttrekking plaatsvinden voor het begrote bedrag van € 96.000”. Kunnen wij een nadere toelichting ontvangen van deze uitleg, en of dit betekent dat een deel van de facturen niet zijn betaald?
Twee facturen waren verwacht in 2025 maar zijn toch nog in 2024 ontvangen en tevens geheel betaald. Hierdoor vervallen deze verplichtingen en dus de begrote onttrekking in 2025 waardoor het bedrag vrij moet vallen ten gunste van de algemene middelen.
44
GL
Samenleven
Samenleven (p.26) Bij de volgende zin staan bedragen of aantallen, kunnen deze worden toegevoegd? “Een deel van de uitbetalingen vanuit subsidies Samenleven die voor 2024 bedoeld waren vinden pas in 2025 plaats bij vaststelling van de subsidies. Er zijn ook minder subsidieaanvragen binnengekomen dan verwacht.” Bij welke subsidieregelingen zijn er precies minder aanvragen binnengekomen?
Vergeleken met eerdere jaren, valt op dat er in 2024 relatief veel aanvragen zijn ingediend binnen de subsidieregeling Samenleven in één Stad (2023: 47, 2024: 79). De subsidieregeling kent verschillende subdoelen. Bij een aantal van deze subdoelen zijn minder subsidieaanvragen binnengekomen dan verwacht. Het gaat om: Doel A (totaalbudget €575.000) gericht op Kleur, migratieachtergrond, culturele achtergrond of religieuze achtergrond. En om Doel D (totaalbudget €100.000) gericht op Beperking of chronische ziekte. Doel a (kleur, migratieachtergrond, culturele achtergrond of religieuze achtergrond) is enigszins achtergebleven. Een mogelijke verklaring is dat vanuit het programma Koloniaal en Slavernijverleden tot de eerste helft van 2024 ook initiatieven zijn ondersteund. Doel d, ‘beperking of chronische ziekte,’ is het meest recent toegevoegd als subsidiedoelstelling. Naar verwachting is dit doel bij organisaties nog onbekend, wat een verklaring kan zijn voor het achterblijven van aanvragen op dit doel. Om bredere bekendheid voor en duidelijkheid over de subsidieregeling Samenleven in één Stad te creëren, is er op 23 januari 2025 een informatiebijeenkomst georganiseerd. Verder worden organisaties actief benaderd en gewezen op de subsidiemogelijkheden vanuit deze regeling.
Uit gesprekken blijkt dat hoewel organisaties zich inzetten voor mensen met een beperking of chronische ziekte, zij voornamelijk op het welzijnsgebied opereren en zich in mindere mate bezighouden met het tegengaan van validisme, wat als thema onder andere onderdeel is van het actieplan Samenleven.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
14
45
GL
Werk en inkomen
Financiën (p. 168) - De uitgaven aan leefgeld voor Oekraieners zijn veel hoger dan begroot. Kunt u dit toelichten?
In de begroting is het bedrag voor Leefgeld verdeeld in de administratie, hangend aan twee verschillende begrotingsprogramma's (Werk & Inkomen en ASIS). De realisatie is geboekt bij Werk & Inkomen. De twee begrote bedragen tellen op tot € 3,3 mln en is daarmee vrijwel gelijk aan de realisatie van € 3,29 mln.
46
GL
Werk en inkomen
Financiën (p. 168) - Vanuit het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) is € 1,4 mln meer ontvangen dan begroot voor een fi nanciële bijdrage bij ziekte, zwangerschapsverlof en ouderschapsverlof. Kan het zijn dat wij dit bedrag later nog moeten terugstorten?
Nee. Het gaat om een vergoeding voor ziekte, zwangerschaps- en ouderschapsverlof vanuit het UWV voor het jaar 2024.
47
GL
Werk en inkomen
Financiën (p. 168) - De externe omzet (€ 3,8 mln) van Rotterdam Inclusief is lager uitgevallen dan begroot. Zijn er in 2024 inspanningen verricht om deze omzet te vergroten?
De totale omzetdoelstelling voor 2024 voor Rotterdam Inclusief bedroeg € 22,4 mln. Conform onze eigen boekhoudkundige systematiek moet een deel van de interne omzet worden begroot als externe omzet. Dit maakt dat Rotterdam Inclusief vooral stuurt op het totaal van de interne en externe omzet. De genoemde lagere externe omzet van € 3,8 mln moet dus in samenhang worden gezien met de hogere interne omzet van € 2,9 mln. De per saldo lagere omzet van €900.000 komt omdat Rotterdam Inclusief sterk afhankelijk is van de ontwikkelingen op de markt (bijvoorbeeld zonnepanelen).
48
GL
Onderwijs
Financiën (p. 112) - De bestemmingsreserve Regiodeal NPRZ Onderwijs is bestemd voor de herstructurering van het onderwijsaanbod voor huidige en toekomstige leerlingen op Rotterdam Zuid. Wat maakt dat er in 2024 geen onttrekking uit deze reserve is gedaan?
In 2018 is er via de regiodeal Rotterdam Zuid € 14 mln in het gemeentefonds beschikbaak gesteld voor herstructurering VO-scholen Rotterdam Zuid. Hiervan is bestemmingsreserve Regio deal onderwijs gevormd. Deze reserve wordt gebruikt voor de onderwijsvoorziening van Plot Z en stadion park deze worden op zijn vroegst in 2025-2026 opgeleverd. Het eerste idee was om deze middelen in 1 keer in mindering te brengen op de investering als bijdrage van derden, maar omdat deze middelen zijn ontvangen via het gemeentefonds is dat niet mogelijk. Deze middelen gaan nu gebruikt worden om een deel van de kostendekken huur, die MO doorbelast krijgt vanuit SO, te financieren. Dit betekent dus dat we gedurende de looptijd van de investering een bedrag moeten onttrekken vanuit deze reserve. Dus deze middelen worden nu nog niet ingezet maar vanaf 2026, op het moment dat de nieuwbouw van de scholen op Zuid worden opgeleverd. NB: We zijn nu bezig om deze middelen over te hevelen naar de RIM (Rotterdamse Investerings- Motor, omdat dit de enige reserve is die een langere looptijd heeft (meer dan 40 jaar).
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
15
49
GL
NPRZ
NPRZ (p. 202) - In de eerste tabel staat dat er voor de pijler wonen 2.941 begroot is, en maar 1.695 gerealiseerd. Welke factoren liggen ten grondslag aan het feit dat er minder gerealiseerd is?
Dit wordt o.a. veroorzaakt bij de aanpak particulier voorraad door vertraging op de planvorming als gevolg van onvoorziene omstandigheden (zoals technisch slechtere staat van de voorraad waardoor bijstelling plannen nodig bleek en vertraging als gevolg van VvE besluitvorming). Daardoor werden er in 2024 minder verwervingen uitgevoerd ten opzichte van de oorspronkelijke raming. Daarnaast zijn er voor de Woonmilieus, onderdeel buitenruimte en winkelstraten, minder middelen besteed dan oorspronkelijk begroot doordat de fysieke uitvoeringswerkzaamheden voor een aantal projecten (oa Gebiedsaanpak Bloemhof, Carnisse Goereesestraat) vertraagd zijn of in 2025 worden heroverwogen. De redenen hiervoor waren vooral de noodzakelijk geworden planwijzigingen als gevolg van gebleken funderings-problematiek (Bloemhof) dan wel de benodigde afstemming met de stakeholders (Carnisse-Goereesestraat).
50
GL
NPRZ
NPRZ (p. 202) - Wat maakt dat er voor de andere pijlers geen getallen zijn ingevuld in de eerste tabel? Klopt het dat dit komt omdat er in die periode geen geld voor deze pijlers specifiek binnenkwam?
De eerste tabel betreft de Regiodeal 2019-2022. Dit is een aflopende regeling waar alleen nog voor Wonen middelen beschikbaar zijn. De middelen in deze regiodeal voor de pijler Werk, School en Cultuur zijn volledig besteed. Voor de pijler School geldt dat een deel van de middelen uit de Regiodeal is gestort in het gemeentefonds. Hierover hoeft niet verantwoord te worden richting het Rijk en wordt derhalve ook niet opgenomen in de tabel.
51
GL
NPRZ
De middelen voor de pijler Wonen zijn bedoeld voor de aanpak Rotterdams Goed Wonen (voorheen Grip op Vastgoed). In 2024 is vooral gewerkt aan het opstellen van het uitvoeringsplan, waardoor er geen Rijkmiddelen nodig waren. Er zijn wel gemeentelijke middelen besteed. In 2025 wordt het uitvoeringsplan vastgesteld.
52
GL
NPRZ
NPRZ (p. 202) - In de 2e tabel staan geen begrote of gerealiseerde kosten voor de pijler wonen. Hoe kan dit? In de uitleg eronder worden wel bedragen genoemd, echter zijn deze niet terug te vinden in de tabel. Eind 2023 zijn nieuwe middelen toegekend voor het NPRZ met een nieuwe Regio Deal (2023-2026) en de regeling Kansrijke Wijk (2023-2025). Kan ook een tabel worden gegeven met hoe het geld van de regeling Kansrijke Wijk is besteed?
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
Zie bijlage vraag 52.
16
53
GL
HR
54
GL
Energietransitie
55
GL
Energietransitie
Kiezen voor Rotterdam & HR (p. 187) - In de eerste helft van 2024 is besloten tot een organisatiemodel met een kleinere concerndirectie. Ook is te zien dat vooral in de programma’s ‘bestaande stad’ en ‘overhead’ een groei van externe inhuur is gerealiseerd. Kunt u toelichten waarom hiervoor is gekozen? Doel duurzaam energiesysteem (p. 95) – Bij ‘wat hebben we in 2024 bereikt en gedaan’ lezen wij dat er 12MW windenergie opgesteld vermogen minder is gerealiseerd, omdat er een windpark in de haven grotendeels is gesaneerd (Dintel). Op deze locatie komen, zo is te lezen, geen nieuwe windturbines terug. Wat was daarvoor de afweging? En waarom wijken de cijfers in de uitleg af van de cijfers in de tabel? (328,9 MW, waarvan 308,2 MW in de haven [uitleg] t.o.v. 325,9 MW, waarvan 305,2 MW in de haven [tabel])? Doel Energietransitie gebouwde omgeving (p. 96) – de koppeling met het aantal WEQ kan nog niet worden gemaakt omdat daarvoor data tussen partijen moet worden gedeeld, waarover de gemeente in gesprek is met Stedin. Wanneer zijn die gesprekken naar verwachting afgerond en wat is de inschatting over de resultaten?
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
Hier is niet bewust voor gekozen. De invoering van de Omgevingswet en het lastig vinden van vast personeel in de uitvoering hiervoor maakt dat er hogere inhuurlasten dan begroot zijn. Ook vooruitlopend op Kiezen voor Rotterdam worden sommige formatieplaatsen niet ingevuld met vast personeel maar is ervoor gekozen om korter in te huren op deze formatieplaatsen.
4 van de 5 turbines zijn conform bestemmingsplan verwijderd vanwege voortschrijdend inzicht over de positie van de turbines in relatie tot de nabijgelegen leidingstrook. Een van de turbines staat op bedrijfsterrein en is nog operationeel. Eerder werd ervan uitgegaan dat het hele park gesaneerd zou worden. Echter bleek één turbine te blijven staan. Dit verklaart het verschil in cijfers.
De gesprekken met Stedin gaan op dit moment over de hoeveelheid aardgasaansluitingen en het verbruik. We krijgen nog geen data op adresniveau vanwege privacywetgeving. Hierdoor kan de koppeling met het aantal WEQ nu nog niet gemaakt worden. Er komt wetgeving aan die deze datadeling mogelijk moet maken, naar verwachting treedt dat per januari 2026 in werking. We gaan hierover met Stedin in gesprek en verwachten de eerste helft van 2026 deze data te kunnen krijgen en de koppeling te kunnen maken.
17
56
GL
Energietransitie
57
GL
Energietransitie
58
GL
Energietransitie
Doel Energietransitie gebouwde omgeving (p. 96) - Bij de indicator ‘afname aardgasgebruik stad in M3’ zien we geen daling, maar een stijging van 15% (t.o.v. 2021) in 2024. In de toelichting is te lezen dat ‘De afname van het aardgasverbruik in de stad is gebaseerd op het standaardjaarverbruik van alle groot- en kleinverbruikers in de stad. Afgelopen jaar is het aardgasverbruik wat toegenomen doordat het standaardjaarverbruik van grootverbruikers is toegenomen.’ Is er een verklaring voor de toename in het standaardjaarverbruik te noemen? Financiën (p. 101) – waarom lag het tempo van uitvoering van duurzaamheidsprojecten mobiliteit (voorzien) zoveel lager? Financiën (p. 101) – Bouwlogistiek, Zero Emissie Stadslogistiek en Stappenplan Zero Emissie Stadslogistiek (ZES) – Betekent dit dat we een subsidie wel hebben aangevraagd, maar niet gekregen? Zo ja, wat is de reden dat we die rijkssubsidie niet hebben gekregen? Zo nee, graag een toelichting hoe dit wel zit.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
Door de aantrekkende economie na corona produceren bedrijven (grootverbruikers) over het algemeen weer meer, waardoor daar het aardgasverbruik weer is toegenomen (t.o.v. 2021, corona-jaar). Uit landelijke cijfers via CBS blijkt ook dat er meer aardgas is verbruikt in 2024 dan in het jaar ervoor. Dit waren vooral raffinaderijen en de chemische industrie. Deze landelijke trend kan ook van toepassing zijn op de Gemeente Rotterdam. Echter ontvangen we wegens privacy redenen geen specifieke gegevens waardoor we dit aan een bedrijf of sector kunnen toewijzen. (bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/07/gasverbruik-nietveranderd-in-2024).
Er is op veel verschillende projecten sprake van een lagere realisatie, met verschillende redenen. Een substantieel deel van deze onderbesteding is het project Energiebank, waarbij de realisatie gedeeltelijk is verschoven naar 2025. De energiebank zelf is wel gerealiseerd in 2024 maar de financiële afwikkeling van de subsidie vindt deels in 2025 plaats. Dit betreft geen subsidie, maar het geld van een bestemmingsreserve van de Gemeente Rotterdam. Doordat een aantal projecten niet tijdig zijn verwerkt in de financiële administratie, kon het geplande geldbedrag niet uit deze reserve worden onttrokken. Hierdoor is de onttrekking van deze bestemmingsreserve in 2024 lager dan verwacht. Deze onttrekking uit de bestemmingsreserve zal alsnog plaatsvinden.
18
59
CU
Boijmans
Hoeveel is er in totaal uitgegeven aan Boijmans in 2024? En waaruit zijn die kosten opgebouwd?
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
De uitgaven 2024 inzake het project Boijmans landen op diverse plekken in de gemeentelijke begroting.Zoals in het raadsvoorstel van 3 oktober 2024 aan uw raad is uitgelegd worden binnen het project Museum Boijmans Van Beuningen kosten gemaakt die een structureel effect hebben op de gemeentelijke begroting, de zogenaamde structurele lasten, en kosten die een eenmalig effect hebben op de gemeentelijke begroting, de zogenaamde eenmalige lasten.De uitgaven die leiden tot structurele lasten worden geactiveerd en leiden tot kapitaalslasten. De realisatie 2024 voor Museum Boijmans Van Beuningen t.l.v. het investeringskrediet vindt u terug in het jaarverslag 2024 op blz. 69 en 199 als onderdeel van de investeringen in het kader van het programma Bestaande stad. De realisatie voor het project Museum Boijmans Van Beuningen bedroeg in 2024 negatief, namelijk - € 8,67 mln. Op blz. 199 van de jaarstukken is uitgelegd waarom er sprake is van een negatieve realisatie in 2024. In het herziene raadsbesluit van 3 oktober 2024 is namelijk voorzien in een eenmalige afboeking van € 15 mln. Hiermee is de realisatie 2024 t.l.v. het investeringskrediet verlaagd waardoor er in 2024 sprake is van een negatief bedrag. De eenmalige lasten hebben betrekking op de projectonderdelen Asbestvrij, Gebouwbeheer en Museum projectorganisatie.
De realisatie 2024 bedroeg voor de projectonderdelen Asbestvrij en Gebouwbeheer € 0,61 mln. en is verantwoord onder het programma Bestaande Stad. De realisatie 2024 in het kader van het projectonderdeel Museum projectorganisatie bedroeg € 0,35 mln. en is verantwoord onder het programma Cultuur. Deze gemaakte kosten maken onderdeel uit van het resultaat van genoemde programma’s en zijn daardoor niet 1-op-1 terug te vinden in het jaarverslag. Tot slot, de uitgaven in het kader van het projectonderdeel Museumtuin leiden ook tot structurele lasten. De realisatie 2024 voor dit projectonderdeel bedroeg in 2024 € 0,15 mln. Op blz. 199 van het jaarverslag wordt deze realisatie verantwoord onder de investeringen in het kader van het programma Stedelijke ontwikkeling.
19
60
CU
Boijmans
Kunnen wij een brugstaat krijgen van de cijfers genoemd in de jaarstukken op pagina’s 96 en 199 en de cijfers zoals die in het raadsbesluit van oktober 2024 staan?
Wij nemen aan dat bladzijde 69 wordt bedoeld (ipv 96). De uitgaven tot en met 2024 maken onderdeel uit van het financieel kader van € 359,2 mln. (excl. museumtuin) zoals dat met uw raad is afgesproken in het herziene raadsbesluit van 3 oktober 2024. In de hierbij behorende geheime brugstaat zijn de budgetten per projectonderdeel vastgelegd. In de jaarrekening zijn de uitgaven tot en met 2024 t.l.v. het investeringskrediet opgenomen. In de jaarstukken is wel de afboeking van de € 15 mln. uit het raadsvoorstel opgenomen, deze is terug te zien in de actualisatie 2024. Bij vaststelling van het DO, gepland in december 2025, zal het benodigde aanvullende krediet voor uitvoer worden toegewezen aan het project. Zie ook de bijlage van vraag 244
61
CU
Doorbouwfonds
De Raad is op 7 november 2024 geïnformeerd over de besteding van het Doorbouwfonds (24bb007560). De volgende update over het Doorbouwfonds is gepland in het najaar van 2025, hierbij zal een herzien overzicht met de projecten en de mutaties daarin worden toegevoegd.
62
CU
Gemeentelijk vastgoed
Eerder is gesteld dat al het geld uit het Doorbouwfonds (zo goed als) vergeven is aan verschillende projecten. In de toelichting wordt gesproken over enkele projecten die verschoven zijn en daardoor niet ten laste van 2024 komen. Kunt u een overzicht geven van de projecten die een geplande claim op het doorbouwfonds hebben, het beoogde jaar van onttrekking en eventuele mutaties daarin? De verkoopkosten van gemeentelijk vastgoed zijn vrijwel hetzelfde als begroot (3,6 miljoen i.p.v. 3,8 miljoen). De opbrengsten daarentegen vallen fors tegen: slechts 0,8 miljoen t.o.v. 5,8 miljoen. Hoe kan het dat er dan toch zoveel verkoopkosten gemaakt zijn?
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
De verkoopvoorbereidingskosten staan niet in directe relatie tot het verkoopresultaat binnen een specifiek kalenderjaar, omdat deze kosten al worden gemaakt bij de aanvang van het opstellen van het verkoopdossier. Denk hierbij aan kosten voor technische onderzoeken, adviezen en taxaties. Door de toenemende complexiteit van verkoopdossiers nemen de voorbereidingstijd en -kosten toe, waardoor de voorbereidingskosten en de uiteindelijke verkoopopbrengsten regelmatig in verschillende kalenderjaren vallen. Uiteraard worden de verkoopvoorbereidingskosten niet opnieuw gemaakt als een object niet in het oorspronkelijk begrote verkoopjaar wordt verkocht, met uitzondering van enige extra kosten bij complexe verkoopdossiers. Daardoor blijven de voorbereidingskosten over de jaren heen in grote lijnen gelijk met de oorspronkelijk geraamde kosten aan verkoopvoorbereiding.
20
63
CU
Gemeentelijk vastgoed
Hoe is de tegenvaller van 5 miljoen euro opgevangen?
Het verkoopresultaat (opbrengst minus boekwaarde) over 2024 is € 10,9 miljoen lager uitgevallen dan begroot. De achterliggende oorzaken worden toegelicht in de jaarrekening. Dit lagere verkoopresultaat leidt tot een tekort in 2024, maar wordt naar verwachting gecompenseerd door hogere verkoopopbrengsten in 2025 en 2026. De objecten die in 2024 niet zijn verkocht, behouden veelal hun waarde. Door het uitblijven van deze verkopen verschuift het bijbehorende verkoopresultaat naar de begrotingsjaren 2025 en 2026, wat leidt tot een kasschuif. Zie ook de toelichting bij vraag 63 over de complexiteit van het opstellen en uitvoeren van een toekomstbestendige verkoopplanning.
64
CU
Gemeentelijk vastgoed
Al jaren valt de verkoop van gemeentelijk vastgoed tegen. Misschien niet qua opbrengst per object, maar wel in verkochte aantallen. Kunt u voor de afgelopen jaren de verkoopkosten en de opbrengsten in beeld brengen? Welke overwegingen liggen eraan ten grondslag om door te blijven gaan met verkoop?
Volgens de Kadernota Vastgoed worden gemeentelijke vastgoedobjecten verkocht wanneer deze niet meer bijdragen aan de gemeentelijke of maatschappelijke doelstellingen. Het opstellen en realiseren van een concrete verkoopplanning blijft echter lastig. De voortgang van de verkoopdossiers wordt namelijk beïnvloedt door uiteenlopende externe factoren. Zo neemt de complexiteit van de verkoopdossiers toe, onder meer door het type gebruik (verhuurd), de bouwkundige staat, de financierbaarheid en de publiekrechtelijke regels. Dit vereist meer voorbereidingstijd. In sommige gevallen kan de juridische levering bovendien pas plaatsvinden nadat een (onherroepelijke) omgevingsvergunning is verkregen. Ook zijn de marktomstandigheden onzeker en is het geen garantie dat voor elk gemeentelijk vastgoedobject met een verkoopbestemming een bereidwillige koper wordt gevonden. Al deze factoren maken verkooptrajecten lastig voorspelbaar en moeilijk te begroten. De gerealiseerde verkoopopbrengsten bedroegen in de afgelopen jaren respectievelijk € 39,2 miljoen in 2022, € 27,6 miljoen in 2023 en € 6,5 miljoen in 2024. Let op: in dit geval wordt gevraagd naar de verkoopopbrengst per jaar, terwijl doorgaans wordt gerapporteerd op basis van het verkoopresultaat – dat wil zeggen de verkoopopbrengst minus de boekwaarde van het object.
Wanneer gekeken wordt naar het verkoopresultaat, komt dit uit op € 24,4 miljoen in 2022, € 17,8 miljoen in 2023 en € 5,8 miljoen in 2024. De verkoopvoorbereidingskosten bedroegen in dezelfde periode respectievelijk € 3,4 miljoen in 2022, € 3,8 miljoen in 2023 en € 3,6 miljoen in 2024.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
21
65
CU
Maatwerk parkeren
66
CU
Preventie
67
CU
68
CU
Maatschappelijke opvang (p.179) Maatschappelijke opvang (p.179)
69
CU
Organisatieopgave
70
CU
Raadsvoorstel
Eerder zijn voor maatwerk parkeren bedragen vrijgemaakt om religieuze organisaties en sportverenigingen de gelegenheid te bieden voor hun vrijwilligers met korting betaald parkeren te faciliteren. Kan het college aangeven hoeveel religieuze organisaties en sportverenigingen hiervan inmiddels gebruik maken en hoeveel geld daadwerkelijk aan de kortingsregelingen is besteed ten opzichte van de begrote bedragen? Hoeveel geld is er in 2024 uitgegeven aan preventie binnen de programma’s: Armoede, schuldhulpverlening, inburgering en samenleving Volksgezondheid Zorg, welzijn en wijkteams Hoe is het bedrag van 2,2 te verklaren? Hoe zijn de hogere lasten in de 1e zin te rijmen met de lagere lasten in de laatste zin van de toelichting? In het coalitieakkoord is een organisatie-opgave opgenomen, is de organisatie-opgave voor 2024 (20,7) gerealiseerd? Waar blijkt dat uit? Zijn de genoemde bestemmingsvoorstellen in bijlage 3 zowel type 1a als type 1b bestemmingsvoorstellen?
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
Op dit moment (mei 2025) zijn er 182 reguliere parkeervergunningen en 99 bedrijfsurenvergunningen uitgegeven aan religieuze organisaties en sportverenigingen. Van de 182 reguliere parkeervergunningen worden er 147 afgenomen door sportverenigingen en 35 door religieuze organisaties. Van de 99 bedrijfsurenvergunningen (flexibele parkeervergunning) worden er 80 afgenomen door sportverenigingen en 19 door religieuze organisaties. Bij deze aantallen wordt de inkomstenderving als gevolg van de kortingsregeling geraamd op circa 175.000,- in 2025, terwijl er een bedrag is gereserveerd van 450.000,-.
Dit onderscheid op activiteit wordt niet gemaakt in onze gemeentelijke administratie. Vanuit ZWW zijn de belangrijkste programma’s preventie met gezag (realisatie in 2024 van € 3,6 mln), preventie en welzijn (realisatie in 2024 van € 128 mln )
De € 2,2 mln is te verklaren vanuit de terugvorderingsresultaten op de subsidies. Dit is een gevolg van de wijze waarop de subsidiesystematiek werkt. De hogere lasten hebben betrekking op extra tijdelijke opvangvoorzieningen gezien de toegenomen bezetting in de maatschappelijke opvang, de lagere lasten hebben betrekking op het doorschuiven van diverse verbouwingen. Opgenomen in Raadsmonitor Organisatieopgave Kiezen voor Rotterdam zoals verzonden aan CIE BOFV 25bb003749 d.d. 21 mei 2025
Ja, alle bestemmingsvoorstellen betreffen type 1a met uitzondering van "Bestemmingsvoorstel Gemeentelijk Schuldenbeleid". Dit betreft een type 1b.
22
71
PvdA
Armoedebestrijding en schulddienstverlening
72
PvdA
Samenleven
73
PvdA
Armoedebestrijding en schulddienstverlening
Kopje doelstelling minder armoede en schulden 1. Wat verklaart de stijging van de mediane schuld van Rotterdammers? 2. In 2024 zijn er 446 minder intakes afgenomen dan waren begroot. Wat is hiervoor de verklaring? 3. In 2024 zijn er 536 minder schuldregelingen gestart dan waren begroot. Wat is hiervoor de verklaring? 4. Wat zegt deze ontwikkeling over doelmatigheid (kosten in relatie het aantal intakes/regelingen) en kosteneffectiviteit? Is doelmatigheid verslechterd? Kopje doelstelling een inclusieve samenleving 1. We zien dat er een Omnibus enquête is uitgevoerd waarin percentages zijn te zien over acceptatie en diversiteit. Waren er voor deze enquête ook doelstellingen geformuleerd?
Antwoord 1: Afhankelijk van het peilmoment kan de mediane schuld iets hoger of lager zijn. De mediane schuld over geheel 2024 is juist gedaald. In 2023 bedroeg de mediane schuld 19.237 euro en in 2024 19.147 euro. Antwoord 2: 'We kijken bij het eerste contact met een Rotterdammer met schulden wat hij nodig heeft. Soms is een adviesgesprek voldoende en komt het niet tot een intake. We zien in 2025 wel een stijging. Voor de collegetarget tellen we alleen unieke intakes. Het komt voor dat mensen die toch geen gebruik willen maken van de ondersteuning van het Geldplein dit later alsnog wel willen. Deze hernieuwde intakes tellen niet mee in de collegetarget. Daarbij is het voor mensen een drempel om hulp te zoeken bij schulden, vanwege schaamte of wantrouwen richting de overheid. Antwoord 3:'Niet iedere intake leidt tot een schuldregeling. Soms is een andere oplossing om de schulden aan te pakken passender. Antwoord 4:Geldplein biedt meer vormen van ondersteuning aan Rotterdammers met financiële problemen dan intakes en schuldregelingen. Denk aan adviesgesprekken, budgetbeheer en voorlichtingen, geldlessen op scholen. Daarnaast zijn de schuldensituaties vaak complexer geworden.
Kopje financiën: Baten en lasten: 1. Wat wordt bedoeld met overige verrekeningen in het overzicht van baten en lasten? 2. Er is 20.204.000 euro minder uitgegeven aan programmalasten dan was begroot. Kunt u dit toelichten?
1. Overige verrekeningen is concern breed neutraal. Het betreft doorbelasting vanuit de andere programma’s. Door het tijdelijk karakter van opvang vluchtelingen zijn er hier veel doorbelast vanuit andere programma’s voor onder andere inzet medewerkers en huur vastgoed. Een deel van deze lasten staan begroot onder de categorie inkopen en uitbestede werkzaamheden, omdat de exacte verdeling naar programma’s tijdens de opstelling van de begroting nog niet bekend is. 2. De onderbesteding op programmalasten van € 20 mln wordt verklaard in de toelichtingen onder de financiële tabel, het betreft onderbestedingen op meerdere activiteiten. Met name is minder ingekocht en uitbesteed dan begroot (€ 16 mln). Per saldo is op het begrotingsprogramma ASIS een onderbesteding van € 13 mln.