[25bb003402] 17. Inspreekbijdrage Kallenbach, wijkraad Het Lage Land, Prinsenland, 's Gravenland
Tekst van het document
Inspreektekst – <naam> namens wijkraad Het Lage Land, Prinsenland, ’s Gravenland en de organisatie van de Wijkradenconferentie Geachte commissieleden, Dank dat ik hier vandaag mag inspreken, namens de wijkraad Het Lage Land, Prinsenland en ’s Gravenland en de organisatie van de Wijkradenconferentie 2025. We staan op een kruispunt. De vraag is niet alleen of Wijk aan Zet toekomst heeft, maar vooral: zijn we bereid haar een echte kans te geven? We zijn nu enkele jaren onderweg met dit bestuursmodel, bedoeld om bewoners meer zeggenschap te geven over hun wijk. Maar wat op papier de afstand tussen de Coolsingel en de burger had moeten verkleinen, blijkt in de praktijk vaak een model zonder tanden. Zonder serieus budget voor wijkraden. Zonder mandaat of serieuze invloed. Met het recht op het geven van advies – ook ongevraagd – maar zonder recht op overleg voorafgaand aan afwijzing. En dus steeds vaker zonder geloofwaardigheid bij bewoners. We worden geacht de schakel te zijn tussen bewoners en bestuur, maar we staan regelmatig buitenspel bij besluiten die de wijk direct raken. We zien plannen ontstaan waar we geen inbreng in hebben gehad, en adviezen verdwijnen zonder reactie of vervolg. En ondertussen wordt er van ons verwacht dat we bewoners meenemen en activeren. Dat wringt. Wij zijn de ogen en oren van onze wijk. Wij weten ook waar op gebied van welzijn behoefte aan is.
→ In onze wijk zien we jongeren met initiatief, talent en betrokkenheid en natuurlijk ook jongeren die vastlopen. We zien jongeren met wie het goed gaat, maar waar in de wijk geen plek voor is, geen aandacht. We zien echter dat dat wat in de wandelgangen “jongerenbeleid” heet, in de praktijk vooral gaat over risicobeheersing. jongerenwerk, interventies. De welzijnsopdracht is gericht op kwetsbare jongeren, Maar de vraag wat we als stad eigenlijk willen voor jongeren – op het gebied van participatie, perspectief, cultuur, sport – die discussie voeren we niet op wijkniveau. Terwijl dat juist de plek is waar je die toekomst zichtbaar kunt maken. Hoe geven we ruimte aan iedereen en investeren in de toekomst? Want de jeugd heeft toch de toekomst? De wijkraden weten wat de inwoners van hun wijk nodig hebben. maar de welzijnsopdracht ligt vast. In de verordening staat dat wijkraden participatie bevorderen bij het opstellen van beleid voor welzijnsactiviteiten. In de praktijk mogen we toekijken. Dat is niet alleen frustrerend – het is een gemiste kans. De wijk is dé plek waar beleid zichtbaar wordt – of faalt. Daarom willen wij meebepalen. Niet alleen pleisters plakken, maar meeschrijven aan de koers.
Wat we nodig hebben is niet nog een rapport vol goede voornemens, maar een duidelijke stap richting gelijkwaardigheid. We halen wensen en zorgen op bij bewoners, organisaties en ondernemers. → Bundel daarom wijkbudgetten tot één wijkfonds. Samen met de gemeentelijke organisatie en wijkpartners kunnen we dan prioriteiten stellen. Zo ontstaan plannen met draagvlak, in plaats van losse regelingen zonder samenhang. We maken afspraken over noodzakelijke acties in de wijk, via het wijkakkoord of jaaractieplan. → Wij vragen om een duidelijke afspraakcultuur. Dat betekent: concrete afspraken, heldere deadlines, tijdige terugkoppeling én duidelijkheid als iets niet doorgaat. Geen vage beloften, maar voorspelbaarheid en vertrouwen. Als een wijkraad in een jaaractieplan aangeeft welke acties in de wijk nodig zijn, dan mag dat niet zonder meer worden afgedaan met een ‘nee’ vanuit een wethouder. Zeker niet zonder voorafgaand overleg met de wijkraad. Dat ondermijnt het principe van gelijkwaardig samenwerken. We hebben goed zicht op wat werkt in sociaal beleid – zeker op het gebied van het welzijn van onze bewoners. → Wij willen betrokken worden bij de beleidsvorming, niet pas bij de uitvoering. Denk aan structurele deelname aan opgaveteams of thematisch overleg. Onze praktijkkennis kan zo direct bijdragen aan effectief en wijkgericht beleid.
Geef de wijkwethouder mandaat en verantwoordelijkheid → Een echte rol. Niet symbolisch, maar met mandaat. Iemand die besluiten kan nemen, knelpunten kan oplossen en aanspreekbaar is voor de wijk. Echt aanwezig. Structureel. Als brug tussen bewoners en stad en als bewaker van de afspraken en signalen die uit de wijk komen. Een wijkwethouder die collega’s in het college ook actief kan aanspreken op de opvolging van signalen, voorstellen en adviezen die vanuit de wijkraden komen. We zijn gekozen door bewoners om hen te vertegenwoordigen. Dat nemen we serieus. → Wij vragen u om die rol ook bestuurlijk te erkennen en zich hard voor te maken voor onze rol als gesprekspartner van raad en college, niet als ‘doorgeefluik’ van stedelijk beleid. Dat betekent: tijdige betrokkenheid, inhoudelijke dialoog en structurele samenwerking.
We lezen in de evaluatieopdracht dat deze gericht is op ‘doorontwikkeling en versterking’ van het huidige stelsel. Dat is hoopgevend – als het verder gaat dan procesoptimalisatie. Versterken betekent ook: mandaat, middelen en invloed. Zonder die drie blijft het bij een papieren werkelijkheid. Ook zien we in de brieven van het college dat de signalen van de wijkradenconferentie onderdeel zijn van de evaluatie. Dat is belangrijk – en dus dan verwachten we dat die opbrengsten richtinggevend zijn en niet onderin een rapport belanden. Die uitkomst van de conferentie is een roep om verandering, niet slechts de opbrengst van een thematafel. Opvallend is dat er wél wordt gesproken over fusies van wijkraden, maar nauwelijks over onze rol in beleidsontwikkeling. De juiste volgorde lijkt ons een andere: eerst moet het bestaande model gaan functioneren, pas daarna kun je nadenken over herindelingen. En als er dan in de evaluatie ‘een wijkvertegenwoordiger’ wordt betrokken: zorg dat dit iemand is die gedragen wordt door de wijkraden, in plaats van iemand uit het netwerk van de gemeente. Overigens is onze rol toch glashelder? In de Verordening op de wijkraden staat het duidelijk: we hebben een verbindende, adviserende, signalerende en representatieve taak.
We mogen wijkplannen mede vaststellen, participatie bewaken, beleid signaleren, ongevraagd adviseren, wijknetwerken verbinden, welzijnspartijen volgen en bewonersinitiatieven beoordelen. We hebben dus duidelijk de opdracht – maar ons ontbreken de juiste middelen. We hebben de verwachting – maar nauwelijks de positie. We worden beoordeeld – maar krijgen niet de knoppen om daadwerkelijk te sturen. Wijkraden willen verantwoordelijkheid nemen. Maar dan moeten we ook serieus genomen worden. In woorden en daden, in bevoegdheden, middelen en betrokkenheid. Tot slot wil ik nog een belangrijk signaal meegeven vanuit de mijn eigen praktijk als wijkraadslid op persoonlijke titel. In de wijkraad werken mensen met verschillende achtergronden en overtuigingen samen aan één doel: het belang van de wijk. Dat moet ook zo blijven. Het voorstel om over te stappen op een volledig lijstsysteem, waarin partijgebonden kandidaten structureel worden bevoordeeld, ondermijnt de ruimte voor wijkraadsleden die zich op persoonlijke titel verkiesbaar stellen. Juist die onafhankelijke stemmen zorgen voor balans, lokale verankering en soms ook de moed om tegen de stroom in te gaan. Dat moeten we niet kwijtraken. Dank u wel.