CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[25bb003325] COR vragen voor wethouder Van Rij over jaarrekening 2024

Commissie tot Onderzoek van de Rekening 19 mei 2025, gemeente RotterdamBij agendapunt: Verantwoordingsgesprek met wethouder financiën jaarrekening 20241.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp:

Commissie tot Onderzoek van de Rekening (COR), verantwoordingsgesprek met wethouder B.J. (Bart-Joost) van Rij (wethouder Financiën, Organisatie, Dienstverlening en Grote Projecten) inzake jaarrekening 2024

Betreft:

Vragenlijst ter voorbereiding van het verantwoordingsgesprek 19 mei 2025

Afzender: Naam: E-mail:

Griffie Rotterdam Evert Peterse ep.peterse@griffie.rotterdam.nl

Datum:

14 mei 2025

Verantwoordinggesprek met wethouder van Rij inzake de jaarrekening 2024. Wethouder van Rij is binnen het college verantwoordelijk voor de portefeuilles Financiën, Organisatie, Dienstverlening en Grote Projecten. De verwachting is, dat dit verantwoordingsgesprek ongeveer een uur zal duren. Doel van dit verantwoordingsgesprek is om een aanvullend beeld te krijgen over de zaken die door FA en/of door de accountant zijn gecontroleerd. We lichten daarom enkele onderwerpen uit uw portefeuille. Dit om een gevoel te krijgen hoe u stuurt. De uitkomsten van dit gesprek krijgen een plek in het advies van de COR aan de gemeenteraad van Rotterdam ten aanzien van het vast kunnen stellen van de jaarrekening 2024. Een goed verantwoordinggesprek kan alleen met een goede voorbereiding. U heeft deze vragenlijst daarom vooraf gekregen. Misschien zijn er zaken waar u zich ook over verbaasd. Laten we daarom in gezamenlijkheid kijken waar verbetering mogelijk is met het oog op het financieel beheer van de gemeente Rotterdam.

Vragen 1- Wilt u voorafgaand aan dit gesprek nog iets kwijt? Algemeen Sinds 20 februari 2025 bekleedt u deze positie als tijdelijk wethouder 2- Hoe gaat het met u en hoe bevalt het wethouderschap u? 3- Hoe kijkt u terug op het financiële jaar 2024? 4- Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen na aantreden en bij het opstellen van de teksten in het jaarverslag zaken die u de commissie mee wilt geven? Solvabiliteit en schuldquote De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het wordt berekend door het eigen vermogen af te zetten tegen het totale vermogen (i.c. het balanstotaal). Het eigen vermogen is opgebouwd uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het (reguliere) exploitatiesaldo. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft daarmee een indicatie van de mate waarin de rente en de aflossingen op de exploitatie drukken.

Blad: Datum:

2/5 14 mei 2025

Netto schuldquote Rekening 2021 23.7% Rekening 2022 11.7% Rekening 2023 22.4% Begroting 2024 34.4% (in begroting 2024) 31.7% (in begroting 2025) Rekening 2024 29.1% Begroting 2025 38.9% (in begroting 2024) 44.8% (in begroting 2025) Begroting 2026 45.8% (in begroting 2024) 54.7% (in begroting 2025) Begroting 2027 45.0% (in begroting 2024) 57.3% (in begroting 2025) Begroting 2028 55.6% (in begroting 2025) Solvabiliteitsratio Rekening 2021 56.0% Rekening 2022 64.0% Rekening 2023 57.8% Begroting 2024 51.4% (in begroting 2024) 51.5% (in begroting 2025) Rekening 2024 53.6% Begroting 2025 50.3% (in begroting 2024) 45.0% (in begroting 2025) Begroting 2026 48.5% (in begroting 2024) 42.8% (in begroting 2025) Begroting 2027 49.6% (in begroting 2024) 43.5% (in begroting 2025) Begroting 2028 45.7% (in begroting 2025) 5- Wij zien een (verwachte) stijging van de nettoschuldquote en daling van de solvabiliteit. Hoe verklaart u dat? En zullen die ontwikkelingen verder doorzetten? 6- De netto schuldquote op pagina 196 van de jaarstukken website met titel “begroting 2024” geeft een gunstiger beeld ( 31.7%) dan op de website van de begroting 2024 namelijk 34.4%. Kunt u aangeven hoe dit kan en wie hier verantwoordelijk voor is?

Blad: Datum:

3/5 14 mei 2025

7- Volgens bovenstaande tabellen (boven uit 2e herziening 2024, onder uit jaarstukken 2024) nemen vooral de lang lopende leningen toe, waarbij in de 2e herziening 2024 voor circa 700 mln. aan leningen wordt aangetrokken wat bij de jaarstukken naar beneden is bijgesteld. Vanwaar deze toename met grote schommelingen en hoe heeft de raad over dit beleid besloten? 8- Waar bestaan de langlopende leningen precies uit? En vanwaar de wisseling in hiërarchie zonder toelichting? Landelijk wordt op basis van de begrotingen een hogere schuldquote begroot dan gerealiseerd. Deze lagere gerealiseerde schuldquote hangt vaak samen met de bredere constatering dat gemeenten niet in staat zijn alle plannen uit te voeren zoals begroot of gepland. Dit planningsoptimisme leidt in de praktijk vaak tot een minder oplopende schuldquote dan begroot. 9- Hoe verklaart u het verschil tussen de begroting van 2024 en 2025? 10- Hoe stuurt u hierop? Met de verkoop van de aandelen Eneco in 2020 en de opbrengsten uit de erfpachtconversie in 2022 is onze reservepositie sterk verbeterd, waardoor ook de solvabiliteit is gestegen. Met de verkoopopbrengst zijn schulden afgelost, waardoor de nettoschuldquote daalde. Naarmate een groter deel van de verkoopopbrengst wordt aangewend, zal de gemeente weer meer geld moeten lenen.

De solvabiliteit zal dan weer geleidelijk dalen en de nettoschuldquote geleidelijk stijgen idealiter met het behoud van een degelijke financiële positie. Echter is bij herfinanciering er altijd een risico op minder goede condities. Hieronder ziet u een tabel met de spreiding van de solvabiliteitsratio’s van alle nederlandse gemeenten in 2023. Wetende dat elke gemeente een andere situatie heeft geeft dit wel een beeld.

Blad: Datum:

4/5 14 mei 2025

In het Bestuurlijk Overleg over de Financiële verhoudingen (BOFv, 2023) is de afspraak gemaakt dat gemeenten vanaf 2024 maximaal tien procent van de algemene reserve mogen aanwenden voor het dekken van structurele exploitatielasten, onder de voorwaarde dat de solvabiliteit van de gemeente groter of gelijk aan twintig procent is en blijft, en dat naar het oordeel van de toezichthouder (de provincie) het weerstandsvermogen voldoende is. 11- Hoeveel procent heeft de gemeente Rotterdam van de Algemene reserve aangewend voor het dekken van de structurele exploitatielasten in 2024 en hoeveel was dat in 2023? 12- Verwacht u met de informatie in de P&C document (Jaarstukken, Begroting en Voorjaarsnota) dat raadsleden zich een goed beeld kunnen vormen ten aanzien het solvabiliteitsratio en de schuldquote? Via deze link komt u op de pdf van het jaarverslag van de gemeente Amsterdam. Op pagina 5 van 565 ziet u een pagina met iconen die ons bekend zijn vanuit de rapportages voor de regeling risicovolle projecten met daaronder grafieken met het verloop in de jaren.

13- Wat vind u van de leesbaarheid en informatiewaarde van de pagina? 14- Is een Rotterdamse norm (naast de normen die de toezichthouder hanteert: > 50% is minst risicovol, 20 - 50% is neutraal, < 20% is meest risicovol) voor de solvabiliteitsratio van bijvoorbeeld 40% aan te bevelen? En voor de schuldquote de Brusselse norm van 60% (Signaalwaarde Provincie is 130%) Waarom wel of niet? Jaarstukken Algemeen In de aanbiedingsbrief van de jaarstukken lazen we bij de correcties het volgende: “Gedurende het jaarrekeningproces heeft er frequent afstemming plaatsgevonden tussen PwC en de organisatie waarin planning, aanpak en verwachtingen op elkaar werden afgestemd” en “Stedelijke ontwikkeling: Voorziening Katoenveem (€ -2,4 mln.) In 2024 had een toevoeging aan de gevormde

Blad: Datum:

5/5 14 mei 2025

voorziening "Katoenveem" plaats moeten vinden. Dit is pas opgemerkt bij het opstellen van de vermogensspecificaties voorziening. 15- Hoe verloopt volgens u het jaarrekeningproces, loopt het gestructureerd genoeg of is er verbetering mogelijk? 16- Hoe bevallen de soft-closures die we vorig jaar met uw voorganger bespraken? 17- Hoe verloopt de samenwerking met de accountant? 18- Wat valt u op in de jaarstukken wat betreft de verschillen tussen begroting en realisatie? 19- Heeft het jaarrekening proces hogere prioriteit nodig binnen het college? 20- Worden op over- en onderschrijdingen soms ook art.213-a onderzoeken op toegepast? In voorlopig rekening resultaat 2024 zijn de lasten conform oorspronkelijke en bijgestelde begroting 2024 en daarmee het saldo van de programma’s anders dan in het besluit over de begroting 2024 en het voorstel voor de jaarstukken 2024. 21- Kunt u dit verklaren en toelichten? Ook dit jaar stond de planning vanaf het begin onder druk en is niet gehaald. Eerder hebben we daar met u het gesprek over gevoerd. 22- Ziet u kansen tot verbetering en kunnen we daar specifieke afspraken over maken? 23- Welke acties heeft u in het verbeteren van de planning ondernomen? 24- In de gesprekken met andere wethouders blijkt dat overhevelen van budgetten niet vlekkeloos verloopt.

Hoe zou dit in uw ogen in de toekomst beter kunnen? In collegebrief bij de jaarstukken wordt voorgesteld het positieve resultaat naar de Algemene Middelen te laten vloeien en bij de voorjaarsnota te verdelen. 25- Kan het positieve resultaat ook bij het vaststellen van de jaarstukken 2024 worden toebedeeld aan de Rotterdamse InvesteringsMotor, waarmee er versneld kan worden afgelost?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=5d3e58d9-096b-49bc-9a5b-f6935b0d1410