[25bb003137] Beantwoording technische vragen herijking inkomensondersteunende regelingen
Tekst van het document
Onderwerp: Vragen technische sessie herijking inkomensondersteunende regelingen Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Cluster: Maatschappelijke Ontwikkeling Portefeuille: Armoedebestrijding, Schuldhulpverlening, Taal en Toeslagen Portefeuillehouder: Abigail Norville, MSc.
Aan de commissie Werk en Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening, Armoedebestrijding en NPRZ
Van: Vincent Rous Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl Datum: 24 april 2025
Beste commissieleden, Op 2 april 2025 heeft tijdens uw commissievergadering de technische sessie over de herijking inkomensondersteunende regelingen plaats gevonden. Dit is naar aanleiding van de collegebrief van 4 februari 2025 (25bb000828) waarin het college uw raad heeft geïnformeerd over de uitkomsten van de herijking. Tijdens de technische sessie is mondeling antwoord gegeven op de technische vragen die op voorhand zijn ingediend. Gedurende de technische sessie heeft u nieuwe vragen gesteld. Aan u is toegezegd op alle vragen schriftelijk antwoord te geven. In onderdeel 2 vindt u een overzicht van alle gestelde vragen per politieke partij. De vragen die zijn gesteld voorafgaand aan de technische sessie, zijn gekenmerkt met de letter ‘A’. De vragen die tijdens de technische sessie zijn gesteld, zijn gekenmerkt met de letter ‘B’. De beantwoording van de vragen is geclusterd in de volgende thema’s: • Algemeen • Toelichting MER • Toelichting aanpassing IIT • AOW- en Jeugdtegoed • Inkomenspositie 18-21-jarigen • Studietoeslag • Kwijtschelding afvalstoffenheffing • Rotterdampas • Niet-gebruik regelingen
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2/16 24 april 2025
1 | Beantwoording technische vragen Algemeen Vraag B10 [ChristenUnie] Graag een beschrijving van het proces hoe de herijking is verlopen. Hoe is dit ontstaan, zijn er ervaringsdeskundigen ingeschakeld, welke stappen zijn doorlopen? Antwoord: de wens om alle inkomensondersteunende regelingen te onderzoeken is opgenomen in het beleidskader Armoede en Schulden 2023-2026. Dit is onderdeel van het doel de toegankelijkheid naar onze regelingen te vergroten. In de herijking is onderzocht hoe voorwaarden op elkaar aangesloten kunnen worden, en of de regelingen nog aansluiten op de behoeften van Rotterdammers. U en uw raad zijn op diverse momenten geïnformeerd over de voortgang van de herijking. Tijdens de technische sessie is aan u toegelicht dat aan het begin van de herijking de financiële ruimte voor extra uitgaven zeer beperkt was. De financiële ruimte is over de jaren heen gegroeid door incidentele Rijksmiddelen. Op basis hiervan is meer mogelijk geworden, en konden meer scenario’s voor aanpassing van de regelingen in overweging genomen worden. Tijdens het proces zijn geen ervaringsdeskundigen bevraagd. Ervaringsdeskundigen zijn wel ingezet bij de ontwikkeling van de advies- en aanvraagmodule (ook wel: Geldwijzer). Deze ervaringen hebben bijgedragen aan een zo simpel mogelijke advies- en aanvraagmodule.
U wordt nader geïnformeerd over de Geldwijzer in de eerstvolgende voortgangsrapportage Armoede en Schulden. De herijking is niet het enige spoor geweest waarop in de huidige collegeperiode uitvoering is gegeven aan het doel om de toegankelijkheid van regelingen te vergroten en de regelingen beter te laten aansluiten op de behoeften van Rotterdammers. Naast de genoemde ontwikkeling van de Geldwijzer, is in 2024 en 2025 ook het Jeugdtegoed tijdelijk verhoogd. Per 2025 is ook de doelgroep van het AOW- en Jeugdtegoed verruimd met huishoudens die aflossen in een MSNP- of WSNP-traject. Daarnaast zijn in 2024 de beleidsregels van de individuele bijzondere bijstand herzien en op diverse punten aangepast. Deze ontwikkelingen zijn niet of deels onderdeel geweest van de herijking, maar zijn wel van invloed geweest op onder andere de financiële ruimte in de begroting, die bepalend is voor de omvang van de wijzigingsvoorstellen in de herijking. Tot slot, gedurende de herijking heeft ook een kabinetswissel plaatsgevonden. Lang was niet duidelijk wat deze kabinetswissel zou betekenen voor de bestedingsruimte van huishoudens in armoede. Uit de Miljoenennota van 2025 bleek niet dat de bestedingsruimten van huishoudens significant zou veranderen. Dit was relevant voor de herijking, daar waar de herijking is gebaseerd op de bestedingsruimten in 2024.
Kortom, diverse ontwikkelingen zijn van invloed geweest op de omvang alsook de planning waarin de herijking werd uitgevoerd. Vraag A8 [GroenLinks] Was de € 3,2 miljoen die wordt besteed aan de herijking eerder geoormerkt voor andere uitgaven binnen het programma? Antwoord: nee, dit bedrag was niet eerder geoormerkt voor andere uitgaven. Dit betrof echter wel geoormerkte middelen voor Armoede & Schulden.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3/16 24 april 2025
Vraag A9 [GroenLinks] Wat is het maximale budget beschikbaar voor de herijking? Antwoord: op voorhand is geen apart budget hiervoor beschikbaar gesteld. In eerste instantie was een van de uitgangspunten van de herijking om de herijking budgetneutraal uit te voeren, zonder dat dit tot extra uitgaven zou leiden. Gaandeweg is financiële ruimte in de begroting ontstaan door incidentele Rijksmiddelen. Dit heeft de mogelijkheid gecreëerd aanpassingsvoorstellen te overwegen zonder dat dit budgetneutraal moet zijn. Het aanpassingsvoorstel voor de IIT wordt opgevangen binnen de begroting van Armoede en Schulden. Vraag A30 [PvdA] Zijn er, naast de wijziging van WML naar WSM, alternatieve maatregelen overwogen die mogelijk ook effectief zijn in het verminderen van de ongelijkheid tussen huishoudens? Antwoord: het onderzoek draaide om de verschillen in besteedbaar inkomen te verkleinen. De conclusie is dat de mogelijkheden hiertoe beperkt zijn, zoals toegelicht in het onderzoek. De grootste ongelijkheid werd veroorzaakt in het gebruik van WML. We zien geen vergelijkbare vorm van ongelijkheid binnen de regelingen.
Toelichting MER Vraag A1 [D66] Is in het onderzoek rekening gehouden met de levenslijn van mensen? Immers, het is bekend dat inkomensverschuiving plaats kan vinden op bepaalde momenten in het leven. & Vraag B1 [D66] Is ook rekening gehouden met de overgang van gezinnen met jonge kinderen naar gezinnen met oudere kinderen? Antwoord: het is bekend dat bepaalde levensgebeurtenissen kunnen leiden tot verandering in het inkomen. Denk hierbij aan 18 jaar worden, kinderen krijgen, samenwonen en een nieuwe baan krijgen. In zoverre is rekening gehouden met levensgebeurtenissen, dat we gezinnen met kinderen extra willen ondersteunen. Het krijgen van kinderen is in die zin een life event dat veel financiële onzekerheid met zich kan meebrengen. Ook hielden we hier al rekening mee in het Jeugdtegoed voor 12 t/m 17-jarigen, waarvan de inkomensgrens in 2021 is verhoogd van 110% WSM naar 130% WSM. Ook is het Jeugdtegoed tijdelijk opgehoogd in 2024 en 2025. We willen deze doelgroep extra ondersteunen door toepassing van differentiatie en ophoging van de IIT. Ook is rekening gehouden met de overgang van gezinnen met jonge kinderen naar gezinnen met oudere kinderen. Echter, de inkomensval die huishoudens met kinderen die 12 jaar worden treft, is dermate groot dat deze niet realistisch genomen met gemeentelijke regelingen kan worden opgevangen.
De mogelijkheden om andere regelingen aan te passen naar andere levensgebeurtenissen zijn beperkt. Vraag B9 [ChristenUnie] Kan een algemeen beeld geschetst worden van de financiële positie van gezinnen met meer kinderen? Antwoord: hierover is geen algemeen beeld te schetsen. In algemene zin kunnen we stellen dat de landelijke tegemoetkomingen, zoals kinderbijslag en kindgebonden budget, meestijgen met het
Blad: Datum: Ons kenmerk:
4/16 24 april 2025
aantal kinderen als onderdeel van een huishouden. In andere woorden, hoe meer kinderen in een huishouden, hoe meer tegemoetkomingen de ouders/verzorgers ontvangen voor de kinderen. Daarmee is de bestedingsruimte van gezinnen met meer dan twee kinderen op papier vergelijkbaar met die van gezinnen met twee kinderen, zoals is geduid in de uitkomsten van de herijking. Tegelijkertijd neemt met het aantal kinderen ook de kans op onverwachte uitgaven toe. Dit kan leiden tot een meer onzeker maandelijks bestedingsbudget voor gezinnen met, bijvoorbeeld, meer dan vijf kinderen ten opzichte van gezinnen met één kind. Deze onzekerheid kan niet worden meegenomen in de bestedingsbudgetten zoals het Nibud deze heeft berekend. Immers, dit hangt af van de individuele situatie van het betreffende gezin. Vraag A17 [GroenLinks]
‘Bovendien leidt dit zeer waarschijnlijk tot een nieuwe armoedeval, namelijk bij inkomens boven 140%’ Waar blijkt dit uit? Kan dit alsnog uitgerekend worden voor een duidelijk beeld? & Vraag B5 [GroenLinks] Graag armoedeval vanaf 140-150% inzichtelijk maken. Antwoord: uit de MER van 2024 blijkt dat de voornaamste armoedeval plaatsvindt vanaf 130% WSM naar 140% WSM bij alleenstaanden en gezinnen met twee oudere kinderen. Dit is geduid in de uitkomsten van de herijking. Dit heeft te maken met de afbouw van landelijke toeslagen, in het bijzonder de huur- en zorgtoeslag, en het verval van het recht op Jeugdtegoed voor oudere kinderen. De afbouw van toeslagen is groter bij gezinnen dan bij alleenstaanden. Ter illustratie is hieronder een tabel opgenomen waarin de afbouw van de huur- en zorgtoeslag bij gezinnen met twee oudere kinderen zichtbaar is: Afbouw huur- en zorgtoeslag bij gezin met twee oudere kinderen Toeslag 100% WSM 110% WSM 120% WSM 130% WSM Huurtoeslag € 419 € 419 € 419 € 354 Zorgtoeslag € 251 € 251 € 230 € 186
140% WSM € 277 € 142
150% WSM € 189 € 97
Ter vergelijking: voor een alleenstaande met twee oudere kinderen is de huurtoeslag € 415 en deze blijft constant op € 415 tot 150% WSM. Hetzelfde geldt voor de zorgtoeslag, die € 131 blijft. Hierin vindt geen afbouw plaats tot 150% WSM. De armoedeval bij een alleenstaande met twee oudere kinderen met een inkomen hoger dan 130% WSM wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het wegvallen van het recht op Jeugdtegoed. Het is niet mogelijk de tabel met bestedingsbudgetten per huishouden, zoals opgenomen in de uitkomsten van de herijking, uit te breiden naar 150% WSM. Dit komt omdat deze bestedingsbudgetten betrekking hebben op gegevens en toeslagen van 2024. Wel heeft het Nibud op ons verzoek de armoedeval bij gezinnen met oudere kinderen inzichtelijk kunnen maken met gegevens over 2025. Bestedingsruimte per maand per huishouden Huishouden 100% WSM Gezin met 2 oudere kinderen – € 173 Jeugdtegoed tot 130% Gezin met 2 oudere kinderen – € 173 Jeugdtegoed tot 140%
110% WSM € 222
120% WSM € 393
130% WSM € 477
140% WSM € 403
150% WSM € 439
€ 222
€ 393
€ 477
€ 545
€ 439
Blad: Datum: Ons kenmerk:
5/16 24 april 2025
Daarbij is in de eerste rij een armoedeval zichtbaar van 130% WSM naar 140% WSM, net als in de MER die is geduid in de collegebrief van 4 februari 2025 (25bb000828). Van 140% naar 150% WSM is een stijging zichtbaar. Echter, de bestedingsruimte op 150% WSM is nog altijd lager dan op 130% WSM. In de tweede rij zijn de bestedingsruimten uitgewerkt in een fictief scenario waarbij het Jeugdtegoed voor jongeren wordt opgehoogd naar 140% WSM. Hiermee zou de armoedeval van 130% WSM naar 140% WSM worden weggenomen. Echter, dit neemt niet de armoedeval van 140% naar 150% WSM weg: immers, bij een stijging van het inkomen daalt de bestedingsruimte van € 545 naar € 439. Vraag A24 [GroenLinks] p.19 ‘Daarnaast zien we op basis van de MER geen directe aanleiding voor het verhogen of verlagen van de inkomensgrenzen’ Kan dit worden geduid? In de tabel valt namelijk te zien dat bij 130% elke groep erop vooruitgaat en 1 groep gelijk blijft namelijk… Antwoord: zowel het verhogen als het verlagen van inkomensgrenzen van de regelingen is mogelijk. Het verlagen van inkomensgrenzen zou voor huishoudens een achteruitgang betekenen. Het verhogen van inkomensgrenzen zou een armoedeval kunnen tegengaan die nu zichtbaar is van 130% WSM naar 140% WSM. Echter, zoals ook toegelicht in bovenstaande, zou hiermee slechts de armoedeval worden opgeschoven en niet worden opgelost.
Vraag A25 [GroenLinks] p.19 ‘Door het toepassen van een dezelfde inkomensgrens wordt een scherpe armoedeval in de hand gewerkt.’ Kan dit uiteengezet worden, welke armoedeval voorziet men bij de diverse ophogingen? Antwoord: in de situatie dat voor alle regelingen de inkomensgrens bepaald zou zijn op 130% WSM, zou een nieuwe armoedeval ontstaan voor een paar met twee jongere kinderen en een alleenstaande AOW’er: • Een paar met jonge kinderen heeft dan praktisch hetzelfde inkomen als een paar met jonge kinderen bij inkomen van 140% WSM. • Een alleenstaande AOW’er met zorg op 130% WSM houdt nu € 374 per maand over. Dit is terug te vinden op pagina 6 van de collegebrief van 4 februari 2025 (25bb000828). Bij verhoging inkomensgrens AOW-tegoed zou dat ongeveer € 410 worden, waarna een armoedeval zou optreden bij een inkomen hoger dan 130% WSM. Immers, het bestedingsbudget op 140% WSM bedraagt volgens de MER € 378. Vraag A20 [GroenLinks] p. 17 ‘…huishoudens in de meest kwetsbare financiële positie extra worden ondersteund. Dat zijn …..’ in deze rij staan alleenstaande onder AOW-leeftijd met zorg niet, terwijl deze in de tabel wel duidelijk geel zijn, hoe komt dit? Antwoord: het klopt dat dit gezinstype ook kwetsbaar uit de MER komt. Echter, er zijn geen regelingen die zich specifiek richten op dit type huishouden. Enkel de premiebijdrage aan de collectieve zorgverzekering.
In de herijking is dit type huishouden gelijkgesteld aan andere alleenstaanden onder AOW-leeftijd.
Toelichting aanpassing IIT Vraag A4 [D66]
Blad: Datum: Ons kenmerk:
6/16 24 april 2025
Nadere toelichting op omzetting van WML naar WSM. Hoe komen de inkomensgrenzen tot stand? Gaat de alleenstaande er niet disproportioneel op achteruit? Is het dan 130% WSM van dat wat voor een alleenstaande geldt? & Vraag B2 [D66] Graag een toelichting op het verschil in inkomensgrenzen in oude en nieuwe situatie. Antwoord: in het sociaal domein kennen we twee manieren om het minimuminkomen te duiden: het wettelijk minimumloon (WML) en het wettelijk sociaal minimum (WSM). • Het WML is het minimale bedrag dat werkgevers wettelijk verplicht zijn te betalen aan werknemers van 21 jaar of ouder voor een volledige werkweek. Dit is per 1 januari 2025: € 2.191, exclusief vakantiegeld. Dit is een brutobedrag. • De bijstandsnormen zijn een afgeleide van het WML. De bijstandsnorm staat gelijk aan 100% van het wettelijk sociaal minimum. Deze normen laten het netto-inkomen zien dat iemand nodig heeft om in de basisbehoeften te kunnen voorzien, afhankelijk van leeftijd en leefsituatie. De norm voor een gezin is hoger dan voor een alleenstaande. Ter illustratie hierbij de normen voor alleenstaanden en gezinnen jonger dan AOW-leeftijd, aangevuld met de 130%-norm. Gezinstype
100% WSM
130% WSM
Alleenstaande of alleenstaande ouder 21 jaar tot AOW
€
1.345,45
€
1.749,09
Gezin ouder dan 21 jaar tot AOW
€
1.922,07
€
2.498,69
In de huidige situatie wordt bij een aanvraag van IIT het inkomen afgezet tegen één bedrag. Dit bedrag is in het geval van de IIT gelijk aan 130% van het sociaal minimum (WSM) voor een gezin. Dit bedrag is naar verhouding hoger dan 130% van het sociaal minimum voor alleenstaanden. Alleenstaanden kunnen daarmee in de huidige systematiek relatief gezien meer verdienen dan een gezin om in aanmerking te komen voor de IIT. Het sociaal minimum wordt halfjaarlijks geïndexeerd. Aangezien het inkomen van de afgelopen 12 maanden in aanmerking wordt genomen, geldt per zes maanden een ander maximumbedrag waarboven het inkomen niet mag uitkomen. Op dit moment wordt voor zowel alleenstaanden als gezinnen het inkomen afgezet tegen onderstaande bedragen. Periode Van 1 januari 2025 tot 1 juli 2025 Van 1 juli 2024 tot 1 januari 2025 Van 1 januari 2024 tot 1 juli 2024
Max. inkomen per maand € 2.498,69 € 2.429,97 € 2.384,25
In andere woorden, het inkomen mag over de referteperiode (nl. de 12 maanden voorafgaand aan het moment van aanvragen) in geen enkele maand de bedragen in bovenstaande hebben overschreven. In de voorgestelde situatie wordt het inkomen van alleenstaanden afgezet tegen 130% van de alleenstaanden norm. Dit resulteert in de volgende situatie:
Blad: Datum: Ons kenmerk:
7/16 24 april 2025
Periode
Van 1 januari 2025 tot 1 juli 2025 Van 1 juli 2024 tot 1 januari 2025 Van 1 januari 2024 tot 1 juli 2024
Max. inkomen per maand voor alleenstaande (met of zonder kinderen) € 1.749,09
Max. inkomen per maand voor gezinnen (met of zonder kinderen) € 2.498,69
€ 1.700,99
€ 2.429,97
€ 1.668,98
€ 2.384,25
NB: per 1 juli 2025 gelden nieuwe normen. Deze zijn op dit moment nog niet bekend en daarom niet opgenomen in deze tabel. Vraag A7 [D66] Waarom krijgt een alleenstaande met kinderen 300 euro (‘plusje’ van 150 euro t.o.v. alleenstaande zonder kind), en een gezin met kinderen 450 euro (‘plusje’ van 250 euro t.o.v. gezin zonder kind). Waarom dat onderscheid? Eigenlijk zou je moeten omdraaien dat alleenstaande meer geld krijgt, omdat een alleenstaande alle kosten van het levensonderhoud zelf moet dragen en niet kan verdelen over het huishouden. Antwoord: de keuze voor de bedragen is een politieke afweging die u tijdens het debat met de wethouder kan bespreken. Vraag A21 [GroenLinks] Is het mogelijk om de IIT ook voor alleenstaanden onder AOW-leeftijd met zorg specifiek te differentiëren? & Vraag B6 [GroenLinks] Hoe heeft het Nibud de doelgroep ‘huishoudens met een zorgvraag’ kunnen definiëren. Waarom kunnen wij deze definitie niet in de praktijk toepassen? Antwoord: het Nibud heeft zogeheten zorgprofielen opgesteld in samenspraak met Ieder(In), een belangenorganisatie voor mensen met een beperking of een chronische ziekte. In deze profielen is rekening gehouden met veelvoorkomende zorgkosten afhankelijk van de leeftijd.
Het Nibud hanteert voor huishoudens vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd met een zorgbehoefte het volgende zorgprofiel: • Stofwisselingsziekte • Longproblemen • Eigen bijdragen aan genees- en hulpmiddelen van 54 euro per maand • Rolstoelgebonden • 2 uur huishoudelijke verzorging per week • 12 uur persoonlijke verzorging per week • 4 uur verpleging per week • Woningaanpassing (drempels weg, traplift) • Personenalarmering • Gebruik belbus/collectief vervoer Voor huishoudens onder de AOW-leeftijd gerechtigde leeftijd geldt het volgende zorgprofiel: • Bril • Gehoorapparaat • Rollator • Eigen bijdragen aan genees- en hulpmiddelen van 54 euro per maand
Blad: Datum: Ons kenmerk:
8/16 24 april 2025
• • • • • • • • •
Lichte vorm van incontinentie Maakt gebruik van de maaltijdvoorziening Is aangewezen op een energieverrijkt dieet. 3 uur huishoudelijke verzorging per week 14 uur persoonlijke verzorging per week 4 uur verpleging per week Personenalarmering Gebruik belbus/collectief vervoer Woningaanpassing (drempels weg, traplift)
De zorgprofielen zijn een benadering en kunnen niet worden gegeneraliseerd. Afhankelijk van de persoonlijke situatie kunnen de zorgkosten hoger of lager zijn. Het is praktisch niet uitvoerbaar om regelingen te differentiëren naar huishoudens met een zorgbehoefte. De zorgbehoefte is dusdanig individueel van aard, dat we hier in de praktijk geen werkbare definiëring aan kunnen koppelen. Vraag A22 [GroenLinks] Wat maakt dat er wordt gezegd dat meer differentiatie meer complexiteit voor de Rotterdammer in de hand werkt? De Rotterdammer hoeft er toch geen last van te hebben? Antwoord: de voorgestelde vorm van differentiatie wordt niet getypeerd als complex. In theorie zou je een uitgebreidere differentiatie kunnen toepassen. Bijvoorbeeld nog meer differentiatie naar leeftijd van de kinderen. Dat maakt communicatie richting de doelgroep wel een stuk complexer. Vraag A28 [PvdA] Hoe gaan deze wijzigingen gemeten worden? Wordt er gemeten of het inderdaad zorgt voor meer gelijkheid binnen de regeling? Antwoord: de IIT wordt per definitie eerlijker door toepassing van differentiatie en WSM. Periodiek laten we de effecten van de regelingen doormeten in de MER. Vraag A12 [GroenLinks] Wat zijn de gevolgen voor de 3.500 mensen die buiten de boot vallen straks? Antwoord: zij ontvangen niet langer de IIT.
Deze groep komt wel in aanmerking voor de compensatieregeling van één jaar, mits nog wordt voldaan aan de overige voorwaarden van de IIT. Vraag A26 [PvdA] 3.500 alleenstaanden komen niet langer in aanmerking voor inkomensondersteunende regelingen. Ze worden nog wel eenmalig gecompenseerd met € 120. Hoe is dit bedrag berekend? Antwoord: de 120 euro is het huidige bedrag van de IIT. Vraag A29 [PvdA] Mocht blijken dat er nog andere groepen zijn die door de aanpassing benadeeld worden, gaat er dan ingegrepen worden? Antwoord: op basis van het voorstel dat voorligt worden geen andere groepen geraakt dan alleenstaanden.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
9/16 24 april 2025
Vraag A31 [PvdA] Hoe gaat de overgang naar de nieuwe regelingen gecommuniceerd worden naar de betrokken huishoudens? Antwoord: communicatie over de nieuwe bedragen voor de IIT vindt stadsbreed plaats, via onze bestaande kanalen en samenwerkingspartners. Huishoudens die door de beleidswijzigingen niet in aanmerking komen voor de hogere bedragen maar nog wel voor de compensatieregeling, worden zo veel mogelijk individueel geïnformeerd. Hoe en wanneer wordt nu onderzocht. Vraag A6 & A11 [D66 & GroenLinks] Wat leveren de aanpassingen op? MER-tabel na aanpassing IIT toevoegen, o.b.v. oude MER. Antwoord: In onderstaande tabel is per type huishouden in beeld gebracht wat deze huishoudens met een inkomen tot 130% WSM extra overhouden, als zij in aanmerking komen voor de IIT in de voorgestelde systematiek. Alleenstaande tot AOW-leeftijd Alleenstaande vanaf AOW-leeftijd Paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen Paar vanaf AOW-leeftijd zonder kinderen Eenoudergezin met twee jonge kinderen Eenoudergezin met twee oudere kinderen Paar met twee jonge kinderen Paar met twee oudere kinderen Alleenstaande onder AOW-leeftijd met zorg Alleenstaande AOW met zorg
Verschil € 3 € 6 € 15 € 15 € 28 € 28 € 3 -
€ € € € € € € € € €
100% 19 € 302 € -25 € 304 € 414 € 243 € 189 € 42 € 19 € 314 €
110% 42 € 321 € 37 € 335 € 414 € 271 € 250 € 102 € 41 € 333 €
120% 171 € 427 € 164 € 417 € 478 € 377 € 351 € 229 € 104 € 374 €
130% 301 € 517 € 231 € 534 € 608 € 507 € 410 € 295 € 216 € 374 €
140% 385 594 282 641 670 449 407 159 279 378
Ter vergelijking, hierbij de maandelijkse bestedingsbudgetten op basis van de MER 2024:
Vraag A10 & B4 [GroenLinks] Is er ruimte binnen de hardheidsclausule van het inkomensverbeteringscriterium om maatwerk toe te passen voor mensen die bijvoorbeeld meerjarig studeren en hierdoor in het jaar van aanvraag nog geen zicht hebben op inkomensverbetering? Antwoord: in de beoordeling op het recht van IIT wordt getoetst in hoeverre de aanvrager uitzicht heeft op verbetering van het inkomen. Dit wordt hoofdzakelijk getoetst aan de hand van informatie of de aanvrager een opleiding volgt of in de afgelopen 12 maanden een opleiding heeft afgerond.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
10/16 24 april 2025
Voor een uitgebreide toelichting op het inkomensverbeteringscriterium wordt u verwezen naar de collegebrief van 4 februari 2025 (25bb000828). In de beoordeling bestaat altijd ruimte om af te wijken van het staande beleid als de individuele situatie daar aanleiding toe geeft. Bijvoorbeeld wanneer in de individuele situatie de afgeronde opleiding geen aanleiding lijkt te geven voor inkomensverbetering op termijn. Dit moet in samenhang gezien worden met de individuele situatie. Vraag A14 [GroenLinks]
‘We ontvangen geen signalen dat de huidige invulling van het inkomensverbeteringscriterium ertoe leidt dat Rotterdammers onterecht geen beroep kunnen doen op IIT’. Is dit onderzocht? Antwoord: nee, niet actief. Zoals gesteld, hierop zijn geen signalen ontvangen. Vraag A27 [PvdA] De wethouder geeft aan dat ze geen signalen ontvangen heeft dat de huidige invulling ertoe leidt dat Rotterdammers onterecht geen beroep kunnen doen op de IIT. Is hier een meldpunt o.i.d. voor? Antwoord: nee, hiervoor is geen meldpunt. Vraag A13 [GroenLinks] Waarom geldt voor de generieke individuele inkomenstoeslag (ITT) niet dat de participatiewet bepaalt dat 18-65 niet in aanmerking komt en voor Jeugdtegoed wel? Antwoord: de Participatiewet richt zich hoofdzakelijk op de participatie van mensen vanaf 21 jaar, waarbij 18-21 jarigen ook onder voorwaarden kunnen terugvallen op regelingen in de Participatiewet. De participatie van kinderen is niet geregeld in de Participatiewet. De leeftijdsgrens van de IIT is wettelijk bepaald: alleen mensen tussen de leeftijd van 21 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd kunnen aanspraak maken op de IIT. Gemeenten hebben de mogelijkheid aanvullend beleid op te stellen voor doelgroepen die niet onder de Participatiewet vallen, zoals voor kinderen. Het Jeugdtegoed is hier een voorbeeld van aanvullend beleid.
AOW- en Jeugdtegoed Vraag A5 [D66] Voor het Jeugdtegoed t/m 11 jaar geldt een inkomensgrens van 110% WSM. Voor het Jeugdtegoed vanaf 12 jaar geldt een inkomensgrens van 130% WSM. Wat is de reden om dat te doen? Hierop extra toelichting geven. Antwoord: oudere kinderen kosten meer. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere kosten voor onderwijs, voeding en vervoer. Dit blijkt ook uit MER 2024 (p. 8). Deels hierom is in 2024 en 2025 het Jeugdtegoed tijdelijk verhoogd. Om huishoudens met oudere kinderen tegemoet te komen, is zowel het bedrag als de inkomensgrens hoger. Vraag A23 [GroenLinks] Wat zijn de jaarlijkse kosten voor het ophogen van het jeugdtegoed? Antwoord: ongeveer 3 miljoen euro per jaar, voor het in stand houden van het Jeugdtegoed (voor 12-17 jarigen) van € 850. Vraag B8 [SP]
Blad: Datum: Ons kenmerk:
11/16 24 april 2025
Wat zijn regelingen waar AOW’ers met een zorgbehoefte op kunnen terugvallen? Antwoord: in het lokale armoedebeleid zijn geen speciale regelingen voor AOW’ers met een zorgbehoefte beschikbaar. Wel kunnen AOW’ers – al dan niet met een zorgbehoefte – terugvallen op de volgende regelingen: • Collectieve zorgverzekering in de vorm van het VGZ Rotterdampakket. • AOW-tegoed: met dit tegoed is het mogelijk thuiszorgproducten aan te schaffen, zoals een rollator of douchekruk. • Gratis OV voor AOW-gerechtigden: iedere AOW-gerechtigde Rotterdammer kan gratis met het openbaar vervoer reizen in Rotterdam.
Inkomenspositie 18-21-jarigen Vraag A3 & A19 [D66 & GroenLinks] Kan de financiële positie van zelfstandig wonende jongeren (18-21 jaar) alsnog worden meegenomen in de technische sessie? Voor kinderen tot 21 jaar geldt in zijn algemeenheid een onderhoudsplicht van de ouders. Dit betekent dat ouders verantwoordelijk zijn voor onderdak, kleding, voeding, scholing en medische hulp voor hun kinderen. De MER (zie afbeelding hieronder) laat zien dat 18-jarigen, die zelfstandig wonen en niet kunnen terugvallen op de onderhoudsplicht, structureel tekortkomen. Een combinatie van studiefinanciering en werken is noodzakelijk om rond te komen.
Jongeren in de bijstand kunnen wel aanvullende bijzondere bijstand ontvangen. Daarmee wordt het inkomen geplust tot het wettelijk minimumjeugdloon Voor een zelfstandig wonende 18-jarige die niet kan terugvallen op de onderhoudsplicht van de ouders zou dit echter betekenen dat alsnog maandelijks een tekort ontstaat. Als gemeente hebben we zeer beperkt de mogelijkheid iets te doen voor deze doelgroep. Inkomenspolitiek is aan het Rijk.
Studietoeslag Vraag A18 [GroenLinks] Waarom is de studietoeslag niet meegenomen in het onderzoek? Ook voor deze regeling is het interessant om te weten of het mensen helpt of niet en wat er anders kan? Antwoord: de beleidsruimte binnen de Studietoeslag is zeer beperkt. In feite is alleen ruimte in het bedrag van de Studietoeslag, maar daarin zitten we al op het maximum dat wettelijk is bepaald. Enige ruimte is het naar beneden bijstellen van bedragen.
Kwijtschelding afvalstoffenheffing Vraag A2 [D66] Is het mogelijk conform artikel 12 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 ook schulden mee te nemen in de berekening van het inkomen? &
Blad: Datum: Ons kenmerk:
12/16 24 april 2025
Vraag B3 [D66] [Als aanvulling op vraag A2] Extra toelichting (met wetsartikel) is gewenst over de beoordeling van schulden in de berekening van de betalingscapaciteit bij een aanvraag voor kwijtschelding afvalstoffenheffing. Antwoord: • Voor het recht op kwijtschelding afvalstoffenheffing wordt de zogeheten betalingscapaciteit van een huishouden berekend. • Hypotheekschuld en de waarde van de woning worden meegenomen in de vermogenstoets. Schulden van de rijksbelastingdienst, belastingschulden van de waterschappen en gemeente worden niet meegewogen in de vermogenstoets. • Schulden van de rijksbelastingdienst, belastingschulden van de waterschappen en gemeente worden wel meegewogen in de inkomenstoets, mits daarvoor een maandelijkse aflossing is afgesproken. • Schulden bij ‘particuliere schuldeisers’ (zoals: energieleveranciers, online winkels, niet zijnde overheidsorganisaties) worden niet meegewogen in de vermogenstoets, en de aflossing daarvan wordt ook niet meegewogen in de inkomenstoets. • Dit is wettelijk bepaald in artikel 12 eerste lid van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. • Daarnaast is in artikel 14 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 geregeld wat wordt verstaan onder het netto-besteedbare inkomen.
Artikel 15 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 regelt welke uitgaven in mindering mogen worden gebracht in de berekening van de betalingscapaciteit van de aanvrager. Vraag B7 [SP] Wordt in de berekening van de betalingscapaciteit bij een aanvraag voor kwijtschelding afvalstoffenheffing rekening gehouden met medische zorgkosten? Antwoord: de betalingscapaciteit wordt over een periode van 12 maanden berekend. De wijze waarop de betalingscapaciteit wordt berekend, is geregeld in de Uitvoeringsregeling invorderingswet 1990. Bij de berekening van het de betalingscapaciteit wordt onder meer rekening gehouden met de woonkosten, premie ziektekostenverzekering en te betalen alimentatie. In artikel 15 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 is geregeld met welke uitgaven rekening wordt gehouden. Medische kosten vallen hier in beginsel niet onder, maar kunnen op grond van individuele omstandigheden wel meegewogen in de beoordeling van de betalingscapaciteit.
Rotterdampas Vraag A16 [GroenLinks] Waarom is het onderzoek naar gebruik/scope van de Rotterdampas buiten dit onderzoek gelaten? Antwoord: de kern van dat onderzoek is uitzoeken hoe we de technische functionaliteiten van de Rotterdampas breder kunnen inzetten voor regelingen dan alleen het AOW- en Jeugdtegoed. Een update hierover volgt in de voortgangsrapportage.
Niet-gebruik regelingen Vraag A15 [GroenLinks] Op welke manier is het verminderen van niet-gebruik van regelingen onderdeel van de bestaande dienstverlening? Wat maakt dat dit niet is meegenomen in het onderzoek?
Blad: Datum: Ons kenmerk:
13/16 24 april 2025
Antwoord: de herijking richt zich op de technische mogelijkheden tot aanpassingen van de regelingen. Dit betreft niet het niet-gebruik van regelingen. Dit is namelijk onderdeel geworden van de ontwikkeling van de advies- en aanvraagmodule. We zijn op diverse manieren bezig om het niet-gebruik van regelingen tegen te gaan. We voeren dit jaar verschillende acties uit om het niet-gebruik te verminderen, waarbij we fysiek de gebieden ingaan om in contact te komen met Rotterdammers en hulpverleners.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
14/16 24 april 2025
2 | Overzicht technische vragen A. Op voorhand gestelde vragen D66 A1. A2. A3. A4.
A5.
A6. A7.
Is in het onderzoek rekening gehouden met de levenslijn van mensen? Is het bij de kwijtschelding afvalstoffenheffing mogelijk conform. art. 12 van de Invorderingswet 1990 schulden mee te nemen in de berekening van het inkomen? Kan de financiële positie van zelfstandig wonende jongeren (18-21 jaar) alsnog worden meegenomen in de technische sessie? Nadere toelichting op omzetting van WML naar WSM: hoe komen de inkomensgrenzen tot stand? Gaat de alleenstaande er niet disproportioneel op achteruit? Is het dan 130% WSM van dat wat voor een alleenstaande geldt? Voor het Jeugdtegoed t/m 11 jaar geldt een inkomensgrens van 110% WSM. Voor het Jeugdtegoed vanaf 12 jaar geldt een inkomensgrens van 130% WSM. Wat is de reden om dat te doen? Wat leveren de aanpassingen op? Graag nieuwe MER-tabel toevoegen. Waarom krijgt een alleenstaande met kinderen 300 euro (‘plusje’ van 150 euro t.o.v. alleenstaande zonder kind), en een gezin met kinderen 450 euro (‘plusje’ van 250 euro t.o.v. gezin zonder kind). Waarom dat onderscheid?
GroenLinks A8. Was de 3,2 miljoen euro, die wordt besteed aan de herijking, eerder geoormerkt voor andere uitgaven binnen het programma? A9. Wat is het maximale budget beschikbaar voor de herijking? A10. Is er ruimte binnen de hardheidsclausule van het inkomensverbeteringscriterium om maatwerk toe te passen voor mensen die bijvoorbeeld meerjarig studeren en hierdoor in het jaar van aanvraag nog geen zicht hebben op inkomensverbetering? A11. Graag een voor en nabeeld met de beoogde wijzigingen presenteren. A12. Wat zijn de gevolgen voor de 3.500 mensen die buiten de boot vallen straks? A13. Waarom geldt voor de generieke individuele inkomenstoeslag (ITT) niet dat de participatiewet bepaalt dat 18-65 niet in aanmerking komt en voor Jeugdtegoed wel? A14. [p. 5] ‘We ontvangen geen signalen dat de huidige invulling van het inkomensverbeteringscriterium ertoe leidt dat Rotterdammers onterecht geen beroep kunnen doen op IIT’. Is dit onderzocht? A15. [p. 5] Op welke manier is het verminderen van niet-gebruik van regelingen onderdeel van de bestaande dienstverlening? Wat maakt dat dit niet is meegenomen in het onderzoek? A16. Waarom is het onderzoek naar gebruik/scope van de Rotterdampas buiten dit onderzoek gelaten? A17. [p.
7] ‘Bovendien leidt dit zeer waarschijnlijk tot een nieuwe armoedeval, namelijk bij inkomens boven 140%’ Waar blijkt dit uit? Kan dit alsnog uitgerekend worden voor een duidelijk beeld? A18. Waarom is de studietoeslag niet meegenomen in het onderzoek? Ook voor deze regeling is het interessant om te weten of het mensen helpt of niet en wat er anders kan? A19. Wat maakt dat de inkomenspositie van 18-21-jarigen niet is meegenomen? A20. [p. 17]‘…huishoudens in de meest kwetsbare financiële positie extra worden ondersteund. Dat zijn …..’ in deze rij staan alleenstaande onder AOW-leeftijd met zorg niet, terwijl deze in de tabel wel duidelijk geel zijn. Hoe komt dit? A21. Is het mogelijk om de IIT ook voor alleenstaanden onder AOW-leeftijd met zorg specifiek te differentiëren? A22. Wat maakt dat er wordt gezegd dat meer differentiatie meer complexiteit voor de Rotterdammer in de hand werkt? De Rotterdammer hoeft er toch geen last van te hebben? A23. Wat zijn de jaarlijkse kosten voor het ophogen van het jeugdtegoed?
Blad: Datum: Ons kenmerk:
15/16 24 april 2025
A24. [p. 19] ‘Daarnaast zien we op basis van de MER geen directe aanleiding voor het verhogen of verlagen van de inkomensgrenzen’ Kan dit worden geduid? In de tabel valt namelijk te zien dat bij 130% elke groep erop vooruitgaat en 1 groep gelijk blijft namelijk… A25. [p. 19] ‘Door het toepassen van een dezelfde inkomensgrens wordt een scherpe armoedeval in de hand gewerkt.’ Kan dit uiteengezet worden, welke armoedeval voorziet men bij de diverse ophogingen? PvdA A26. 3.500 alleenstaanden komen niet langer in aanmerking voor inkomensondersteunende regelingen. Ze worden nog wel eenmalig gecompenseerd met €120. Hoe is dit bedrag berekend? A27. De wethouder geeft aan dat ze geen signalen ontvangen dat de huidige invulling ertoe leidt dat Rotterdammers onterecht geen beroep kunnen doen op de IIT. Is hier een meldpunt o.i.d. voor? A28. Hoe gaan deze wijzigingen gemeten worden? Wordt er gemeten of het inderdaad zorgt voor meer gelijkheid binnen de regeling? A29. Mocht blijken dat er nog andere groepen zijn die door de aanpassing benadeeld worden, gaat er dan ingegrepen worden? A30. Zijn er, naast de wijziging van WML naar WSM, alternatieve maatregelen overwogen die mogelijk ook effectief zijn in het verminderen van de ongelijkheid tussen huishoudens? A31.
Hoe gaat de overgang naar de nieuwe regelingen gecommuniceerd worden naar de betrokken huishoudens? U wordt verzocht de volgende ingediende vragen te bespreken in de commissiebespreking met wethouder Norville: • Waarom niet het advies gevolgd van Nibud om IIT te differentiëren naar aantal personen? • Waarom krijgt een alleenstaande met kinderen 300 euro (‘plusje’ van 150 euro t.o.v. alleenstaande zonder kind), en een gezin met kinderen 450 euro (‘plusje’ van 250 euro t.o.v. gezin zonder kind). Waarom dat onderscheid?
B. Vragen gesteld tijdens de technische sessie D66 B1. [Als aanvulling op Vraag A1 in bovenstaande] Is ook rekening gehouden met de overgang van gezinnen met jonge kinderen naar gezinnen met oudere kinderen? B2. Graag een toelichting op het verschil in inkomensgrenzen in oude en nieuwe situatie. B3. [Als aanvulling op vraag A2] Extra toelichting (met wetsartikel) over de beoordeling van schulden in de berekening van de betalingscapaciteit bij een aanvraag voor kwijtschelding afvalstoffenheffing. GroenLinks B4. In hoeverre is het mogelijk een algemene uitzondering te maken op het inkomensverbeteringscriterium? B5. Graag armoedeval vanaf 140-150% inzichtelijk maken. B6. Hoe heeft het Nibud de doelgroep ‘huishoudens met een zorgvraag’ kunnen definiëren. Waarom kunnen wij deze definitie niet in de praktijk toepassen? SP B7. Wordt in de berekening van de betalingscapaciteit bij een aanvraag voor kwijtschelding afvalstoffenheffing rekening gehouden met medische zorgkosten? B8. Wat zijn regelingen waar AOW’ers met een zorgbehoefte op kunnen terugvallen? ChristenUnie
Blad: Datum: Ons kenmerk:
16/16 24 april 2025
B9. Kan een algemeen beeld geschetst worden van de financiële positie van gezinnen met meer kinderen? (Nee, geen algemeen beeld. Wel mogelijk meer onzekerheid). B10. Graag een beschrijving van het proces hoe de herijking is gelopen. Hoe is dit ontstaan, zijn er ervaringsdeskundigen ingeschakeld, welke stappen zijn doorlopen?