CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[25bb002839] Inspreekbijdrage N. Karrouche

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 15 april 2025, gemeente RotterdamBij agendapunt: Inspreekmoment funderingskwestie en Bloemhof795 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geachte commissieleden, In 2020 kwam ik in Bloemhof wonen, en bij de housewarming na coronatijd bleek dat geen enkele van mijn genodigden ooit al in Bloemhof was geweest, een feit dat mij als inwijkeling verbaasde, maar mijn gasten zelf niet. ‘Wat heb jij te zoeken op Zuid?’ werd me gevraagd toen ik vertelde dat ik in Bloemhof nog een betaalbare woning had kunnen vinden. Het zegt alles over hoe er aan de noordkant van deze stad wordt gekeken naar buurten als de mijne. Bloemhof bleek een stadswijk met, laten we zeggen, een zekere reputatie. En hoe langer ik er woon, hoe meer ik vrees dat het stadsbestuur er net zo geringschattend naar kijkt. Zelf was ik na de eerste bezichtiging meteen verkocht. Voor mij was Bloemhof geen probleemwijk, maar een stadsdeel dat op sommige punten meer weg had van een dorp, met smalle straten en oude, karaktervolle eengezinswoningen met tuinen die betaalbaar waren, quasi onvindbaar elders in de stad. In 2019 kocht ik zelf zo’n woning aan in de Koolzaadstraat, die ik volledig renoveerde. Ik maakte de afgelopen vijf jaar dankbaar gebruik van zowat elke subsidieregeling voor verduurzaming en klimaatadaptatie die ik maar kon vinden: ik wipte tegels, legde groen aan, ving regenwater op, en isoleerde werkelijk alles wat aan mijn huis geïsoleerd kon worden.

Ik ging er altijd van uit dat de Rijksoverheid, provincie en gemeente op die manier ook een wijk als Bloemhof aantrekkelijk en toekomstbestendig wilden maken. Dus wanneer de gemeente mij in 2023 benaderde met nieuws over de funderingsproblematiek en bodemdaling, dacht ik dat ze dat in de eerste plaats deed om mij te informeren en mee te laten denken over duurzame oplossingen op de lange termijn, ook al waren de gevolgen van die bodemdaling in mijn straat nog nauwelijks merkbaar. Stomverbaasd was ik dan ook toen ik een jaar later vernam dat de stad een subsidieaanvraag had ingediend bij de Rijksoverheid om nieuwe flatgebouwen op te trekken, waarvoor oude woningen als de mijne mogelijk moesten wijken. En toen die plannen van de baan waren, volgde een paar maanden later al het bericht dat het riool vervangen moest worden. Straten en pleinen moeten dus worden opgehoogd, met alle gevolgen van dien voor mijn huis. Voor de kosten mag ik zelf volledig opdraaien. Als een goede huisvader laat de Directeur Bestaande Stad mij ook nog weten dat ik voor nu dus maar beter niet meer in mijn huis investeer en mijn geld kan sparen, voor later. Maar wanneer is later? En ook: wat gebeurt er later dan precies? Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat dit gemeentebestuur elke mogelijkheid aangrijpt om sloop-nieuwbouw aan te moedigen en mij als bewoner liever kwijt dan rijk is.

Los van de onzekerheid en onrust die dat bestuur de afgelopen maanden heeft gecreëerd, en de volstrekt chaotische manier waarop ze met ons als bewoners over de toekomst van Bloemhof communiceert, is het de betutteling en laatdunkendheid ten aanzien van de bewoners waaraan ik mij nog het meeste stoor. Het is alsof het stadsbestuur nu zelf aan mij vraagt: ‘Wat heb jij nog te zoeken op Zuid?’ Het antwoord daarop is simpel: veel. In 2019 kocht ik in Bloemhof meer dan een huis. De gemeente zelf mag in haar communicatie graag refereren aan mijn straat als een verzameling ‘goedkope arbeiderswoningen’, een makkelijke manier om voorbij te gaan aan de geschiedenis van deze havenstad en de kleine man en vrouw die nu bijna een eeuw geleden hun intrek namen in Bloemhof om te komen werken in de Rotterdamse haven, een haven die, als ik de stadmarketeers vandaag de dag mag geloven, toch een essentieel onderdeel uitmaakt van onze

collectieve identiteit als Rotterdammers. Een stadsgezicht als Bloemhof herinnert op een veel authentiekere manier aan dat verleden dan eender welk monument voor havenarbeider of arbeidsmigrant. En nu, vijf jaar nadat ik zelf mijn intrek nam in de wijk, zit ik in het stadhuis van een gemeente die net als de genodigden van mijn housewarming destijds, helemaal niet geïnteresseerd lijkt in de geschiedenis die schuilgaat achter de gevels van Bloemhof, laat staan in de mensen die er wonen. In de plannen van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid staat dat wonen er – en ik citeer – ‘aantrekkelijk, leefbaar en inclusief’ moet worden. Net zoals vele andere huiseigenaren in Bloemhof heb ik daarin geloofd en veel geïnvesteerd in het toekomstbestendig maken van mijn huis. Ik zou dat weer kunnen doen. Maar het wordt moeilijk wanneer blijkt dat de gemeente zelf niet bijster veel moeite doet om alternatieven te bedenken voor gemakzuchtige sloopnieuwbouw of ons in onze ‘goedkope arbeiderswoningen’ op een serieuze manier probeert te benaderen, terwijl we dat wel verdienen. Per slot van rekening zijn wij het die elke dag opnieuw weer aan deze stad bouwen. Norah Karrouche 15 april 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=963adb31-1f65-4832-a757-6d1342acdd76