CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb008853] Technische vragen behandeling Financiën: Eindejaarsbrief 2024 en IHP Concernhuisvesting (PvdD)

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 12 december 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Eindejaarsbrief 2024761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen behandeling Financiën in BOFV 12 december 1. Eindejaarsbrief Q De VJN 2024 is een stelpost onderuitputting opgenomen. Kasschuiven mogen niet later worden toegepast dan bij tweede herziening. Mag je van toezichthouder PZH op deze manier alsnog lasten van 2024 naar latere jaren verschuiven, door middel van onderuitputting (als resultaat te verdelen over de bestemmingsvoorstellen)? •

•

•

Voor de goede orde: in de Eindejaarsbrief worden alleen posten opgenomen die uitsluitend betrekking hebben op het lopende jaar. Kasschuiven hebben (ook) betrekking op andere jaren dan het lopende jaar en zijn derhalve bij de Eindejaarsbrief niet toegestaan. De stelpost onderuitputting VJN 2024 betreft het anticiperen op het ontstaan van een “zekere” onderbesteding bij diverse begrotingsprogramma’s gedurende het jaar (de ervaring van de afgelopen jaren heeft geleerd dat er bij (wisselende) begrotingsprogramma’s sprake is van onderbesteding aan het eind van het jaar). Bij het opstellen van de Eindejaarsbrief 2024 is duidelijk geworden bij welke programma’s er sprake is van onderbesteding. Deze onderbesteding wordt ingezet ter dekking van de stelpost onderuitputting. Mocht aan het eind van het jaar het totale bedrag aan onderbestedingen groter zijn dan het totaal benodigde bedrag voor de dekking van de stelpost onderuitputting dan vloeit het resterende deel naar de Algemene Reserve, tenzij er sprake is van zogenaamde “harde verplichtingen”. In dat geval kan/moet een bestemmingsvoorstel worden ingediend conform de geldende spelregels zie hieronder.

Een type 1A bestemmingsvoorstel moet worden gevormd ongeacht het resultaat van de Jaarrekening. De kosten zijn onvermijdelijk en er is geen keuzemogelijkheid voor het college om middelen ergens anders aan te besteden vanwege: 1. aangegane juridische verplichtingen (inkooporder/inkoopcontract) 2. gemaakte afspraken met derden (bijvoorbeeld cofinanciering, een samenwerkingsovereenkomst) 3. niet ingezette middelen Gemeentefonds met een incidenteel karakter.

Q We lezen in de Toelichting ontwikkeling algemene uitkering: “Op basis van de SPUKS die nog van kracht zijn in 2026 is de voorgenomen budgetkorting van 10% ten laste gebracht van de betrokken departementale begrotingen.” Geldt dit voor alle SPUK’s waar de gemeente nu uit put (bijvoorbeeld ISA, GALA, andere)? En wat doet dit met de Brede Doel Uitkering van de MRDH, dat indirect een bijdrage levert aan het OV in Rotterdam? •

Dat klopt, in de Miljoenennota 2025 is de budgetkorting van alle specifieke uitkeringen ten laste gebracht van de betrokken departementale begrotingen naar rato van de uitgaven van de specifieke uitkeringen die nog van kracht zijn in 2026 en daarna. De enige uitzonderingen daarbij zijn de specifieke uitkeringen die verstrekt worden in het kader van de Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten (BUIG), de toeslagenaffaire, Oekraïne, herstel van de schade in verband met de afhandeling van de gaswinning in Groningen en Corona

1

2. IHP Concernhuisvesting Q Heeft de COR (Centrale Ondernemingsraad) geadviseerd over het IHP concernhuisvesting? Zo ja, hoe luidt het advies? •

Nee. Dit is voor vervanging/verbouwing niet nodig, indien het een organisatieverandering betreft wordt dit uiteraard wel gedaan in de desbetreffende OR per project.

De RIM wordt aangewend voor het dekken van investeringen en kapitaallasten: Q Welke cilinder voor de investeringen? Is dit investering vanuit de reguliere ruimte (gevoed met afroming van de groei van algemene dekkingsmiddelen)? Of is dit basisop-orde-investering? Het laatste is wat ik vermoed als we het hebben over vervanging van bestaande locaties – 367 miljoen op een totaal van 370 miljoen. •

•

Dit is cilinder 5 voor de vervanging en levensduurverlenging (zgn. 20 jaars aanpak); de uitbreidingsinvesteringen worden via de budgetten van de beleidsprogramma’s gedekt. De kostendekkende huur wordt vanuit deze budgetten voldaan aan Vastgoed. Dit is ook duidelijk onderscheiden in de investeringskredieten. Als voorbeeld: bij verplaatsing a.g.v. Nieuw Kralingen wordt de zgn HER (upcyclemall) aan de Bovendijk deels gefinancierd vanuiat het cluster SB zelf, dus buiten de RIM.

Q Hoe is vergewist dat de uitgaven daadwerkelijk investeringen zijn en dus mogen worden geactiveerd? Denk aan de verfbeurt van de Erasmusbrug die bij nader inzien niet levensduurverlengend c.q. kwaliteitsverhogend was, maar onderhoud. •

Alleen de grote vervangings- en renovatieopgaven worden vanuit de RIM gefinancierd; daar zijn ook de afschrijvingstermijnen op gebaseerd. (vastgoed vervanging 40 jaar; levensduurverlenging / verduurzaming / kwaliteitsverbetering 20 jaar). De afschrijvingstermijnen voor vervanging inbouwpakket en inrichting variëren van 10, 15 tot 20 jaar.

Q Mogen we het ‘duurzaam afweegkader’ (zie blz.8) ontvangen? •

Met het duurzaam afweegkader wordt de quickscan duurzaamheid in gebiedsontwikkeling bedoeld. Dit is een systematische analyse van de bestaande beleidsambities op het gebied van duurzaamheid binnen de gemeente Rotterdam. Voor elk deelthema is gedefinieerd wanneer een standaardambitie wordt meegenomen en wanneer het mogelijk verstandig is een hogere ambitie te kiezen. Alle informatie over de quickscan is hier te vinden: Quickscan Rotterdam

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=01a04dac-31da-490a-8121-d9b2519ae5e3