[24bb008626] Advies Subcommissie BOOR 02 12 2024
Tekst van het document
Onderwerp:
Advies
Betreft:
Advies subcommissie BOOR
Afzender: Naam: Telefoon: E-mail:
Griffie Rotterdam V.A.M. Lorijn en N.L. Snoeij 06 12933708 v.lorijn@griffie.rotterdam.nl
Bezoekadres:
Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam
Postadres:
Postbus 70012 3000 KP Rotterdam
Ons kenmerk: Datum:
24bb008626 6 december 2024
Geachte leden, Advies Raadsvoorstel BOOR-stukken Jaarplan 2025, Begroting 2025 – 2029 en de Tweede voortgangsrapportage 2024 De subcommissie BOOR heeft in haar vergadering van 2 december over het raadsvoorstel d.d. 19 november 2024 over het Jaarplan 2025, Begroting 2025 – 2029 en de Tweede voortgangsrapportage 2024 van Stichting BOOR, 24bb008073, met bijlagen 24bb008074, 24bb008075, 24bb008077, 24bb008078 en 24bb0080079, als volgt unaniem geadviseerd: 1. goedkeuring te verlenen aan het jaarplan 2025 en de begroting 2025 - 2029; 2. kennis te nemen van de door stichting BOOR aangeboden tweede voortgangsrapportage (na acht maanden) 2024; 3. de toezeggingen 24bb004061 (BOOR-VOG), 24bb006062 (BOOR-werkdruk), 23bb003904 (Evaluatie College van Bestuur BOOR) en 23bb008548 (Voortgangsrapportage BOOR) als afgedaan te beschouwen. Besproken punten In de vergadering van 2 december 2024, die in geluid en beeld is uitgezonden, zijn de volgende onderwerpen met de BOOR-vertegenwoordigers besproken: Mededelingen: Het lid mevrouw van de Peppel heeft aangegeven de subcommissie te willen verlaten. De subcommissie is op dit moment bezig met het zoeken naar een opvolger. De commissie heeft geconstateerd dat er een aantal onderwerpen is dat zij in beslotenheid wil bespreken en heeft aan het eind van de vergadering een besloten gedeelte ingelast.
Inclusief onderwijs: Er is een visie op inclusief onderwijs opgesteld. Deze visie gaat ervan uit dat scholen zoveel mogelijk proberen leerlingen in het regulier onderwijs te houden. Dit kan door samenwerking met scholen voor speciaal onderwijs waarbij gebruik wordt gemaakt van de expertise die daar beschikbaar is. Dit doet BOOR o.a. door de leerkrachten in het regulier onderwijs te trainen door de experts die lesgeven op het speciaal onderwijs. Maar ook door samenwerking
Blad: Datum:
2/6 5 december 2024
tussen regulier en speciaal onderwijs vorm te geven. Hierdoor ontstaan hybride vormen van onderwijs. Deze punten zijn ook onderdeel van het beleid van de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs (PPO en Koers VO). Een voorbeeld van een hybride onderwijsvorm is het Integrale Kind en Expertisecentrum van BOOR. Daarnaast zijn er ook reguliere basisscholen die kinderen opvangen die in veel andere gevallen een plek in het speciaal onderwijs zouden moeten krijgen. Kort samengevat vraag BOOR in de visie op inclusief onderwijs de scholen om zoveel mogelijk te proberen om kinderen op het regulier onderwijs te houden door goed samen te werken en innovatief te zijn. Het landelijk beleid is om volledig inclusief te zijn in 2035. BOOR weet nog niet of dit haalbaar is, maar vanuit die ambitie werken de scholen van BOOR wel aan de inclusiviteitsaanpak. - Thuiszitters: Het is voor BOOR geen probleem om het aantal geoorloofde thuiszitters te registeren en de cijfers hierover te delen. BOOR deelt de aanbevelingen uit het rapport van de Kinderombudsman. Deze aanbevelingen gaan allemaal uit van het recht op onderwijs van kinderen. De aanbevelingen worden dan ook opgevolgd, mits haalbaar en uitvoerbaar.
BOOR scholen hebben een aanpak voor wat betreft thuiszitters, waarbij de school minimaal één keer per week contact heeft met de leerlingen die thuiszit, omdat deze leerling wachtend is op een andere vorm van onderwijs of omdat de leerling zorg nodig heeft met een onderwijsprogramma (zorg voorliggend). Er wordt zoveel mogelijk gekeken naar de rechten van kinderen en niet naar allerlei belemmeringen. - NPO middelen: Deze middelen zijn eindig en stoppen. - Middelen basisvaardigheden: Deze middelen zullen structureel in de bekostiging terecht komen, alleen is het nog niet duidelijk in welke omvang. Er komt een nieuwe ronde subsidie uitgifte in 2025 voor de basisvaardigheden - Financiën en bedrijfsvoering: Dit thema is actueler dan ooit door de aangekondigde bezuinigingen vanuit het rijk. Er is een actieplan m.b.t. de aanpak van de financiële situatie per sector waarbij, er door de scholen die onderdeel uitmaken van deze sector, gekeken wordt naar de personeelsformatie. Er zijn de afgelopen periodes veel tijdelijke middelen geweest waarbij van tevoren richting de scholen is gecommuniceerd dat met deze tijdelijke middelen geen vast personeel moest worden aangenomen. Dit is niet altijd mogelijk geweest omdat de tijdelijke middelen over een langere periode zijn toegekend. Het actieplan dat voor de scholen geldt in aanloop naar de bezuinigingen bestaat dus vooral uit het punt formatie.
Er komt per sector een matchingplan tot stand waarbij goed wordt gekeken naar waar personeel weggaat en of zij eventueel ingezet kunnen worden op andere scholen. Hierbij is het goed te weten dat het personeel op tijdelijke middelen met name onderwijsondersteunend personeel (OOP) betreft en geen onderwijzend personeel (OP). Het is ingewikkeld om te anticiperen op bezuinigingen waarvan je niet weet wat precies de omvang zal zijn en hoe deze zullen vallen. Alles wat nu bij BOOR bekend is, is opgenomen in het jaarplan 2025 en de meerjarenbegroting. Al het bovenstaande maakt het complex om in te schatten hoeveel geld er straks beschikbaar is voor de scholen. Daardoor is sprake van een ‘flexibel’ actieplan. - Personele kosten: Is op dit moment de grootste kostenpost. BOOR wil zowel de ingehuurde als de in loondienst zijnde mensen budgettair bij elkaar pakken. Hiermee kan sturing worden gehouden op het totale bedrag aan personele kosten. Er wordt gestuurd op het terugdringen van externe inhuur waar mogelijk. Dit leidt nu al tot zichtbare resultaten.
Blad: Datum:
3/6 5 december 2024
- ZZP’ers: Het bedrag dat nu aan zzp’ers wordt besteed is 10% van de personeelslasten. De landelijke norm die externe inhuur moet beteugelen gaat naar 5% van de personeelslasten. Het merendeel van de externe inhuur is direct aan onderwijs gerelateerd (leraren). Een ander groot percentage zit op inhuur ICT. Dit laatste heeft te maken met de ambities van BOOR op dit terrein en de veranderingen in de arbeidsmarkt (meer zzp-ers, met name in de ICT). BOOR heeft op dit moment nog geen meerjarige doelstelling waar dit percentage naar toe moet en is in afwachting van wetgeving per 1 januari 2025 op dit terrein. Het is een ingewikkeld vraagstuk en lastig om te zeggen hoe het onderscheid tussen een zzp’er en een schijn- dienstverband gaat uitpakken. BOOR heeft voor zichzelf helder wat de afwegingspunten zijn en zodra je iemand inhuurt voor langere tijd, dan ga je de kant op van een dienstverband. In ieder geval is het doel om het aandeel externe inhuur niet toe te laten nemen. Daarnaast is de afweging wat de afname van externe inhuur doet met het onderwijsproces en de kwaliteit van het onderwijs. - Personeelstekort: Er zijn vacatures die op een andere manier worden ingevuld dan met bevoegde leerkrachten. Dit gebeurt o.a. door de inzet van onderwijsondersteunend personeel of lerarenondersteuners.
Dit zijn ook het type beroepen waar met behulp van de NPO middelen en de basisvaardigheden subsidie mensen voor zijn aangesteld. Voor dit vraagstuk wordt het matching plan ook ingezet. BOOR hoopt een groot deel van dit personeel te kunnen behouden en kijkt of uitwisseling mogelijk is met de voorschoolse educatie en de kinderopvang. Bij onderwijsassistenten lijkt de opleiding op die van pedagogisch medewerker op de kinderopvang. De arbeidsmarkt wordt slechter en BOOR gaat ervan uit dat personeelstekorten groter worden de komende jaren. Op dit moment worden nog zoveel mogelijk zij-instromers aangenomen, maar straks is dit geen oplossing meer. Hierdoor zal indringender gekeken moeten worden hoe onderwijs georganiseerd kan en moet worden. Zo zal vanuit een meer innovatie blik naar de organisatie van onderwijs gekeken moeten worden, waaronder de samenstelling van onderwijsteams. Hierbij zullen de bevoegde leerkrachten de spil zijn en blijven. Dit wordt o.a. gedaan door diversiteit aan professionals in de onderwijsteams te organiseren en de administratieve ballast bij onderwijspersoneel weg te halen. Digitalisering kan daarbij als ondersteunend worden ervaren, mits de mensen competent zijn om hiermee om te gaan. Op deze innovatie wordt de komende periode verder geïnvesteerd.
Rotterdam heeft, als een van de grote steden, het Convenant Lerarentekort gesloten met OCW voor extra middelen en extra regelruimte. BOOR is opnieuw in onderhandeling met OCW om een verlenging van het Convenant te krijgen. Dit leek eerder niet te gaan lukken, maar het lijkt er nu op dat OCW hier wel voor openstaat. Het Risbo heeft n.a.v. het Convenant een studie gedaan om te kijken wat het effect is van de maatregelen in het kader van het Convenant. Het Risbo heeft geconstateerd dat de onderwijsresultaten van de leerlingen in Rotterdam niet zijn verslechterd sinds BOOR anders is gaan organiseren. Het Risbo heeft hierbij als vergelijkgingsgroep het onderwijs in Groningen, Tilburg en Eindhoven genomen. Deze resultaten geven aan dat BOOR de afgelopen vier jaar in staat is geweest om de innovatie op een verantwoorde manier te doen en hier moet de komende periode op worden voortgebouwd. - Huisvesting: De langetermijnplanning staat in het Integraal Huisvestingsplan dat in samenwerking met de gemeente is opgesteld. De bouwkosten in het funderend onderwijs zijn voor de gemeente. De beheer- en onderhoudskosten komen voor rekening van BOOR zelf. BOOR is op dit moment bezig om de voorziening groot onderhoud te actualiseren. De prijscomponent hiervan is ingerekend in de begroting. De volumecomponent, ook wel schouw, is op dit moment gaande.
Hier zijn allerlei accountancy regels op van toepassing wat bij BOOR leidt tot dilemma’s. Zo wil BOOR een beleidsmatige afweging kunnen maken van wat redelijk is qua grootte van de te treffen
Blad: Datum:
4/6 5 december 2024
voorziening en tegelijkertijd wet- en regelgeving in acht nemen. Het op peil houden van de voorziening groot onderhoud zoals wettelijk bedoeld kan namelijk ten koste gaan van het onderwijs doordat geld dat in de voorziening moet worden gestoken niet naar het onderwijs kan gaan. Ruimte voor beleidsmatige afwegingen is daarom van belang. - Weerstandsvermogen: Er wordt een risicoanalyse gemaakt. Naar aanleiding van deze risicoanalyse wil BOOR kijken naar de benodigde hoogte van het weerstandvermogen. In de begroting wordt rekening gehouden met onvoorziene kosten. Daarnaast is het weerstandsvermogen bedoeld om onvoorziene kosten te kunnen opvangen. - Digitalisering: BOOR is druk met privacybescherming. Zo zijn er internationaal afspraken gemaakt met de zogeheten ‘big tech’. Deze afspraken heeft BOOR ook met Nederlandse partijen in zogeheten DPIA’s, ook wel privacy en gegevensbeschermingstoets. Deze toets is van belang omdat BOOR gebruik maakt van externe programmatuur, zoals personeelsadministratie en financiële administratie. Deze programma’s worden gecontroleerd op privacy en gegevensbescherming. Daarnaast heeft BOOR een functionaris CISO (Chief Information Security Officer). Kunstmatige intelligentie (hierna: AI) wordt over het algemeen niet in Europa, maar in de VS en elders ontwikkeld.
Op dit punt speelt afhankelijkheid van (commerciële) aanbieders een rol vanuit de publieke zaak en de taak van onderwijs. AI werkt op basis van algoritme en kan voor bepaalde categorieën leerlingen ongunstig uitpakken. Dat betekent dat het van belang is dat onderwijsinstellingen meer regie op AI moeten hebben. De Themacommissie Digitalisering van de PO- en VO-raad heeft twee stukken uitgebracht waarin met schoolbesturen wordt nagedacht over privacy en gegevensbescherming als over toepassing van AI in het onderwijs. Ook is er een Programma Digitaal Veilig Onderwijs waarin BOOR vooraan staat als het gaat om het zogeheten volwassenheidsniveau voor gegevensbescherming. De ambitie van BOOR is om binnen zo’n kort mogelijke termijn het hoogste niveau te bereiken. VOG: Op dit moment gaat het percentage VOG’s dat niet op tijd is richting de 13%. Dit is nog teveel. Met een systeem update is het nu mogelijk om digitaal de aanvraag te doen. Een kanttekening hierbij is dat het ministerie van Justitie de keuze geeft om een keuze te maken of iemand een digitale of een papieren aanvraag wil doen. BOOR moedigt nieuwe medewerkers aan om digitaal hun aanvraag te doen, omdat dat sneller en minder foutgevoelig is. Een tweede systeemupdate die BOOR heeft gedaan is dat direct aan de start van het indiensttredingsproces het systeem automatisch aangeeft dat iemand zijn of haar VOG moet aanvragen.
Deze laatste actie verloopt niet geheel vlekkeloos en hier wordt op dit moment onderzoek naar gedaan. Plekken en aantal leerlingen in het vmbo: Door kansrijk adviseren in de coronaperiode zijn veel leerlingen te hoog ingestroomd. Uiteindelijk is het beter dat deze leerlingen afstromen naar een lager niveau maar het aantal vmbo-plekken in de stad is daarvoor te weinig. Zeker het aantal plekken in de noordkant van de stad. Het gevolg hiervan is dat scholen de leerlingen een jaar laten overdoen op de mavo terwijl het beter zou zijn als zij naar vmbo basis kader of gemengde leerweg gaan. Het punt van het aantal onderwijsplekken zal in het kader van het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen aan de orde worden gesteld, aangezien het noodzakelijk is dat er vmbo afdelingen bijkomen. Hier zijn procedures voor die met alle scholen in de stad gezamenlijk worden doorlopen. BOOR wil een vestiging met basis kader starten. Dit moet in onderling overleg met alle schoolbesturen en dat proces gaat lopen tussen nu en 1,5 jaar. De daling van het aantal vmbo leerlingen heeft op dit moment nog geen gevolgen voor het personeel en de organisatie. De vmbo capaciteit die BOOR nu heeft gebruiken ze maximaal. Ditzelfde geldt ook voor de andere scholen.
Blad: Datum:
5/6 5 december 2024
Veiligheid: IDT staat voor interdisciplinair team. Het is een gelegenheidscoalitie van directeuren, leerkrachten en mensen van ondersteunende organisaties die samen een vraagstuk, dat in het onderwijs in de verschillende scholen speelt, onder de loep neemt en met oplossingsrichtingen komen. Er is een IDT aan de slag met de vraag hoe scholen ervoor kunnen zorgen dat leerlingen zich veilig voelen in de school. Elk jaar wordt een meting gedaan naar sociale veiligheid. Deze metingen geven aan dat de resultaten behoorlijk goed zijn, 96% van de leerlingen voelt zich veilig op school. Het landelijke percentage ligt lager. Het doel van BOOR is om de resterende 4% van de leerlingen ook een zo groot mogelijk veiligheid te bieden. Daarnaast is de leerlingenraad, die voortvloeit uit alle basisscholen van BOOR ook gevraagd om te reflecteren op het thema sociale veiligheid en omgangsvormen. Het advies van de leerlingenraad wordt ook gebruikt in de beleidsontwikkeling van BOOR. Het IDT noemt in het jaarplan expliciet ook de thema’s jeugdcriminaliteit en polarisatie als ingewikkelde vraagstukken. Hier gaat het om de vraag hoe je er als school voor kan zorgen dat je goed bent voorbereid als de betreffende vraagstukken daadwerkelijk spelen. Er komt nog een advies met aanbevelingen op dit vlak die door alle basisscholen van BOOR benut kunnen worden.
Daarnaast is BOOR van plan om het Convenant Veilig ook voor het basisonderwijs mogelijk te maken. Voor het voortgezet onderwijs geldt dat BOOR scholen zich allemaal opnieuw moeten laten beoordelen en certificeren door de Stichting Veilige School. Hiermee wordt gezorgd dat alle scholen het certificaat hebben of weer actualiseren. De maatschappelijk spanningen zijn in op scholen in Rotterdam minder aan de orde dan in Amsterdam. In vergelijking met een jaar geleden zijn er meer discussies of vraagstukken die een oplossing vergen. Het lukt goed om deze via de pedagogische weg op te lossen en het goede gesprek te voeren. Als het gaat om polarisatie in de samenleving heeft BOOR als uitgangspunt dat zij er voor alle leerlingen zijn, als openbaar onderwijsinstelling. Ieder mag zijn of haar eigen opvatting huldigen met respect voor elkaar. Gedragscode: Deze gedragscode is opgesteld door alle gemeenschappelijke medezeggenschapsraden. De gedragscode is een set omgangsregels, maar gaat pas werken als je er daadwerkelijk het gesprek over gaat voeren aan de hand van dilemma’s. Het is de bedoeling om in Q1 2025 aan de slag te gaan met mensen die dit gesprek helpen te voeren en door dilemma’s op schoolniveau te bespreken tussen personeel en leidinggevende. Het gaat hierbij om diverse punten zoals nevenwerkzaamheden, omgang met bekostiging, respectvol met elkaar omgaan, ongewenst gedrag.
De voortgang wordt verwerkt in de voortgangsrapportage. Bestuur: Het college van bestuur is bezig met de invulling van de vacature van het derde lid. De verwachting is dat dit proces in de week van 18 december 2024 wordt afgerond (voorgenomen besluit voordracht kandidaat). Daarna wordt gestart met de invulling van de volgende vacature. BOOR vindt het belangrijk om een compleet team te hebben. Toezeggingen en afspraken Het BOOR-bestuur heeft het volgende aan de subcommissie BOOR toegezegd: - BOOR zal het RISBO-onderzoek naar het effect van anders organiseren toesturen; - In de volgende voortgangsrapportage zal worden ingegaan op de implementatie van de gedragscode; - BOOR zal het advies van de leerlingenraad over sociale veiligheid toesturen;
Blad: Datum:
6/6 5 december 2024
- BOOR zal de cijfers over het geoorloofd verzuim delen met de subcommissie. Behandeling door commissie WIOSSAN De subcommissie heeft als taak uw commissie in overleg met het BOOR-bestuur te adviseren over de BOOR-documenten die goedkeuring vereisen van de raad en over de tussentijdse voortgangsrapportages. De subcommissie bestaat uit vijf leden van de commissie WIOSSAN, de heer Ceulemans, mevr. v.d. Peppel (niet aanwezig), mevr. Vlieger (vervangen door mevr. Oosterwegel), mevr. Nunnely en mevr. Van Groningen-de Haas (voorzitter). De subcommissie is bijgestaan door ambtenaren met onderwijskundige en financiële expertise en een commissiegriffier. Zodoende wordt een gedegen voorbereiding van het advies van de commissie WIOSSAN beoogd. De werkgroep is unaniem in haar advies om het jaarplan 2025, de begroting 2025 – 2029 en tweede voortgangsrapportage 2024 goed te keuren. Daarom wordt de commissie WIOSSAN voorgesteld het advies via haar vergadering van 2 december 2024 over te nemen na een toelichting van de voorzitter van de subcommissie BOOR. Subcommissie BOOR, Commissiegriffier, V.A.M. Lorijn
Voorzitter, D.A. van Groningen