CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb008228] Technische vragen IHP's CU

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 22 januari 2025, gemeente RotterdamBij agendapunt: Betrekken bij Integrale Huisvestingsplannen1.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen ChristenUnie Rotterdam over Integrale Huisvestingsplannen In blauw cursief de beantwoording.

1. IHP Onderwijs is reeds eerder vastgesteld. Wat is de reden/oorzaak dat niet alle

6.

IHP tegelijkertijd voorgelegd worden? Voor onderwijs was het nodig dat het IHP eerder werd vastgesteld vanwege volgordelijkheid in een aantal projecten. Een besluit was nodig om de voortgang van de lopende projecten te garanderen. Dat was de reden dat het IHP eerder is voorgelegd. 2. Op welke wijze wordt de samenhang tussen de IHP's gewaarborgd? De samenhang wordt gewaarborgd door onder meer te verantwoorden op programma niveau voor alle IHP’s. Daarnaast vindt er ambtelijke sturing plaats tussen de IHP’s en zal er altijd voordat we een IHP-project opstarten, gekeken worden wat er in de omgeving speelt en welke samenhang er met andere IHP’s is. 3. Eerder IHP's hadden verschillende looptijden en startdata. Welke voor- of nadelen zouden er zijn aan het gelijkschakelen van de looptijden van de verschillende IHP's? Door het gelijkschakelen van de looptijden, zijn de IHP’s onderling beter vergelijkbaar en is ook helder wat de financieel benodigde ruimte is. Dat maakt dan duidelijk of alles passend blijft binnen de kaders. Ook maakt dit het makkelijker om algemene maatregelen te nemen die voor alle IHP’s gelden zoals de eisen voor toegankelijkheid en duurzaamheid. 4. In het raadsvoorstel wordt gesteld dat: IHP Onderwijs 2015-2019 niet gedekt wordt vanuit de RIM, maar vanuit de bestaande begroting, met daarbij een toekomstige claim op de algemene middelen.

Wat is de geschatte omvang van die claim en in welke jaren wordt deze verwacht? Dit wordt momenteel voorbereid en komt terug bij de integrale afweging in de voorjaarsnota. 5. In het raadsvoorstel wordt gesproken over de benodigde extra incidentele middelen voor tijdelijke huisvesting van de Romeynshof (IHP Cultuur). Uit de media hebben we begrepen dat bezoekers zich zorgen maken dat er 3 jaar lang geen alternatieve voorziening is. Is er nu wel of niet voorzien in tijdelijke huisvesting voor 2025 en verder? En zo ja, om welk bedrag gaat het en hoe ziet de tijdelijke huisvesting eruit? Op dit moment wordt inzichtelijk gemaakt wat de tijdelijke huisvesting van de Romeynshof behelst en welke middelen daarvoor nodig zouden zijn. Dit zal dan vervolgens onderdeel uitmaken van besluitvorming in de VJN 2025. Het raadsvoorstel spreekt over koppelkansen tussen de verschillende IHP's, maar ook dat IHP's per beleidsdomein worden opgesteld. Hoe zou er in de

toekomst praktisch gezien nog meer integraliteit tussen de verschillende IHP's gerealiseerd kunnen worden? Voor de toekomst willen we toewerken naar IHP’s die alle beleidsdomeinen in één plan (per gebied) samenbrengen. Er zijn dan geen aparte huisvestingsplannen per beleidsdomein meer maar een echt integraal plan wat per gebied de huisvestingsopgave voor de toekomst in beeld brengt. Deze slag was voor deze herijking van de IHP’s nog niet mogelijk. 7. Hoe is de ervaring met het werken volgens de Integraal Toegankelijkheid Standaard en de bijbehorende certificering? Welke rol spelen ervaringsdeskundigen bij/na oplevering? De ITS is in 2021 verplicht gesteld bij nieuwbouw. De eerste opgaven na die verplichting zitten nu in afronding van de ontwerpfase en zijn al getoetst op ITS. Na uitvoering worden ze gecertificeerd. Incidenteel zijn eerdere gebouwen (zoals het Topsportcentrum) gecertificeerd en die ervaringen zijn goed. Met 010toegankelijk is dit jaar afgesproken dat zij een aantal opgaven in de ontwerpfase gaan toetsen. Dit doen zij nu nog op het handboek toegankelijk, maar gaan zij ook op de ITS doen en ook met ervaringsdeskundigen. Dit zouden we kunnen herhalen bij oplevering van de opgaven die zij eerder getoetst hebben. Het programmateam Rotterdam Onbeperkt kijkt ook hoe ze de inzet van ervaringsdeskundigheid zowel intern als extern beter kunnen borgen.

Voor de toetsing van gebouwen sluiten wij hierbij aan. Met de op handen zijnde vaststelling van de NEN9120 Toegankelijkheid van gebouwen in 2025 wordt er met de diverse belangenverenigingen opnieuw gekeken wat handig is qua toetsings- en certificeringskader. 8. Kunnen de resultaten van het onderzoek naar alternatieve afschrijftechniek ten behoeve van circulair bouwen met de raad gedeeld worden? Waar vindt de besluitvorming over alternatieve afschrijftechniek plaats en welke rol kan de raad daarin vervullen? De afschrijfduur is vastgelegd in de gemeentelijke financiële verordening, er is een Raadsbesluit vereist om deze verordening aan te passen. Er is een voorstel uitgewerkt om enerzijds de afschrijfduur te verlengen als een gebouw toekomstbestendig wordt gebouwd en anderzijds een restwaarde te hanteren indien het gebouw demontabel wordt gebouwd. Op deze manier is het mogelijk om aanvullende kwaliteit te realiseren vanuit eenzelfde jaarlast. 9. Hoe ziet de planning voor de eerste fase van de 20-jaar aanpak eruit? Welke mogelijkheden zijn er om ook scholen onderdeel van deze aanpak te maken, zodat ook op dit punt voor IHP-onderwijs ervaring wordt opgedaan en expertise wordt ontwikkeld? De 20-jaar aanpak is in de wettelijke rolverdeling de verantwoordelijkheid van

de schoolbesturen. Het valt onder onderhoud en aanpassing van gebouwen waar schoolbesturen verantwoordelijk voor zijn. De scholen gaan daarom geen onderdeel uitmaken van deze aanpak. 10. Er wordt nu eenmaal per jaar gerapporteerd op programmaniveau. Hoe kunnen we beter zicht houden op daadwerkelijk realisatie van de vele plannen? Het voorstel is eenmaal per jaar inzicht te geven van de gehele voortgang van het gehele programma. Hierdoor wordt inzicht verkregen in de fasering van de verschillende projecten. Aanvullend worden de uitgangspunten voor grote projecten ter besluitvorming voorgelegd aan de raad en voor kleinere projecten ter informatie gedeeld. Het delen van de projectambitie is een gevolg van het toepassen van het besluitvormingsmodel ruimtelijke ordening. 11. IHP Onderwijs: er is sprake van groei en van krimp. In hoeverre is bij uitvragen/tenders voor nieuwe schoolgebouwen de robuustheid en bruikbaarheid van het ontwerp voor andere functies in de toekomst een beoordelingscriterium? De inrichting van de scholen en het ontwerp zijn primair de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Het gebouw moet geschikt zijn voor het onderwijs dat er gegeven gaat worden. Vanuit onze controlerende en coördinerende rol wordt wel gestuurd en meegekeken op het ontwerp en de bruikbaarheid. 12.

IHP Sport & Recreatie: zijn er behalve tennis, meer sporten die zodanig onderbelicht zijn dat ze specifieke aandacht en ruimte vragen in de toekomst? Welke zijn dat en welke inzet wordt er nu precies gepleegd om deze onderbelichte sporten in de toekomst meer ruimte te geven? Voor zover er sportaccommodaties in gemeentelijk bezit zijn, ligt de focus in de eerste plaats op de accommodaties die aan vernieuwing dan wel renovatie toe zijn. Hetzij vanuit technische overweging, hetzij omdat er sprake is van een gebiedsontwikkeling of mogelijke combinatie met andere beleidsterreinen zoals Onderwijs of Welzijn. Het IHP is immers in de basis een vervangingsprogramma dat dient om ons huidige gemeentelijk bezit goed op orde te houden, ongeacht welke sporten hier worden beoefend. Wij hanteren immers geen sport specifiek beleid. Alle sporten doen er wat ons betreft toe. Omdat gaandeweg de uitvoering van het IHP Sport is gebleken dat tennis op onze veldsportcomplexen nog onderbelicht was, hebben wij deze categorie complexen uitgebreid met tenniscomplexen die veelal in technisch slechte staat zijn. Op dit moment zien wij hierbij geen noodzaak tot vernieuwing dan wel vervanging van andere complexen. Het huidige IHP biedt voldoende flexibiliteit om waar nodig te kunnen acteren. 13. IHP Welzijn zet in op behoud van huidige panden. Ondertussen groeit de stad.

Hoe wordt er gewerkt aan de noodzakelijke uitbreiding van voorzieningen? Ook voor Welzijn/ Huizen van de Wijk geldt dat we werken met de referentiewaarden. Bij nieuwbouw als gevolg van de groei van de stad kijken we per gebiedsontwikkeling wat er werkelijk nodig is. 14. In hoeverre kan en mag overcapaciteit in bestaande openbare parkeergarages benut worden voor de huisvestingvraag van auto's die mogelijk meekomen met nog te bouwen woningen en kantoren? Met name de Park and Walk-parkeergarages in de binnenstad (zoals de parkeergarage Kruisplein/Schouwburgplein 2) zijn gebouwd om zowel de verdere programmatische verdichting als de gewenste kwaliteitsslag van de buitenruimte te ondersteunen. In dat kader is het mogelijk om overeenkomsten met ontwikkelaars te sluiten in het kader van (gedeeltelijke) invulling van de gestelde parkeereis. Bij andere gemeentelijke parkeergarages is dit ook denkbaar als de bezetting dat toelaat. 15. Hoe zijn de relaties met andere eigenaren van maatschappelijk vastgoed en is er zicht op hetgeen zij in hun portefeuilles hebben en wat hun plannen zijn voor de toekomst? We hebben zich op andere eigenaren van maatschappelijke vastgoed voor zover dat panden betreft waar wij vanuit het maatschappelijke domein op inhuren.

Bijvoorbeeld bij huizen van de wijk en culturele instellingen, is een groot deel van de panden waar maatschappelijke functies in zitten, niet in ons eigendom. Dit staat los van het IHP omdat dat uitsluitend gaat over panden die in ons bezit zijn en wij als gemeente de verantwoordelijkheid dragen voor de investeringsopgave.

Gerben van Dijk, 19 november 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=01c29091-ad41-4144-8b41-b59331e7d0aa