[24bb007847] Inspreekbijdrage W. van der Mik
Tekst van het document
Aan het college van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam.
Rotterdam, 26 februari 2024.
Betreft: vrijwilligersorganisaties en gemeentelijke subsidies. Deze brief richten wij aan u als college, omdat dit een onderwerp is wat meerdere gebieden van de gemeente Rotterdam raakt. En bovenal, omdat wij niet weten waar dit onderwerp anders aan de orde gesteld moet worden binnen de gemeentelijke organisatie. Als achtergrond: wij schrijven u namens een kleine stichting in Charlois, voornamelijk werkend met vrijwilligers. Onze activiteiten zijn gericht op bestrijding van armoede, eenzaamheid en het sterker maken van de sociale structuur van de wijk Charlois. Jaarlijks maken we een jaarplan met onze activiteiten. Het is helder wat we doen en nastreven. Met een begroting van rond de € 120.000 per jaar zijn we een relatief kleine stichting. Als dekking voor de kosten werven we fondsen. Gemiddeld ontvangen we jaarlijks bijdragen van zo’n 10 -12 fondsen met bedragen in wisselende omvang. Regelmatig wordt de vraag gesteld: hoe draagt de overheid, in casu de gemeente Rotterdam, bij? ‘Helaas niet meer’ is dan het antwoord. Naarmate onze organisatie qua activiteiten groeide was het niet meer passend om individuele activiteiten te zien als afzonderlijke projecten, met een eigen (kleine) begroting en na afloop van het jaar met een individuele verantwoordingsrapportage.
Een aantal fondsen heeft ons geadviseerd om dat te vervangen door een jaarplan, waarin alle activiteiten in samenhang worden beschreven. Sinds wij die stap hebben gemaakt en alle activiteiten in een jaarplan gebundeld hebben, passen we niet meer in de subsidiekaders van de gemeente Rotterdam. Dat werd ons pijnlijk duidelijk. Als voorbeeld, onze aanvraag in het kader van Armoedebeleid 2023. Die aanvraag werd afgewezen, omdat we niet drie activiteiten (die allemaal met armoede te maken hebben) niet in één aanvraag mochten bundelen met één begroting. Kortom, de gemeentelijke subsidiekaders verwachten kennelijk dat we een relatief kleine jaarbegroting kunnen onderverdelen en toewijzen aan individuele aandachtsgebieden en daarbinnen aan de verschillende activiteiten. Denkt u even mee: hoe verdeel je huurkosten, vrijwilligerskosten, energielasten en belastingen over activiteiten zonder arbitraire (en moeilijk te controleren) verdeelsleutels? En, wordt het op deze basis niet een erg fictieve werkelijkheid om een subsidieaanvraag op te beoordelen?
Thuis in Charlois gaat uit van Stichting Hulp- en ontmoetingscentrum Portland Rietdijk 37 3082 DS Rotterdam
KvK 66134617 NL68RABO0311225756 ANBI: 856409455 E: info@thuisincharlois.nl W: www.thuisincharlois.nl
We proberen twee perspectieven te geven: het perspectief vanuit onze stichting, die voornamelijk op vrijwilligers drijft. En het perspectief, zoals wij dat beluisteren vanuit contacten met de gemeente Rotterdam. Ons perspectief. Wanneer we subsidie aanvragen bij de gemeente Rotterdam worden we gedwongen tot het voeren van sub administraties voor alle activiteiten. Voor een kleine organisatie met een beperkte begroting leidt dit tot frustratie. Immers, cijfermatig wordt er een schijnwerkelijkheid gecreëerd door iedere activiteit individueel nauwkeurig te beschrijven, te begroten en na afloop van het jaar individueel te verantwoorden. Dit niveau van administreren is voor een kleine stichting niet doelmatig (‘we schieten er zelf niets mee op’). En, wie vindt dit soort administratie als vrijwilligerswerk eigenlijk leuk? Tegelijkertijd ervaren we een rem c.q. terughoudendheid in de bereidwilligheid van andere fondsgevers om ons te ondersteunen. Immers, zij redeneren begrijpelijk vaak dat ‘het verlichten van sociale problemen niet alleen de taak van de particuliere sector is; ook de overheid moet zich daarin verantwoordelijk tonen met financiële bijdragen’.
Dat brengt ons in een spagaat: moeten we dan toch (met een diepe zucht) al die extra administratie gaan doen omwille van de nodige vinkjes bij de gemeente Rotterdam, om daarmee zeker te stellen dat toekenningen door particuliere fondsen niet afgeremd worden? Perspectief vanuit de gemeente Rotterdam. Van ambtenaren van de gemeente Rotterdam die ons bezoeken krijgen we regelmatig te horen dat we als Thuis in Charlois een nuttige bijdrage leveren aan de wijk. Minister Schouten noemde onze instelling in april 2023 bij haar bezoek de inmiddels noodzakelijke tussenlaag tussen de burger en overheid. Kortom, waardering voor wie wij zijn en wat we doen. Wanneer het onderwerp van subsidies aan de orde komt, dan horen we veelal: ‘ja , zo zijn de regels nu eenmaal. De gemeente moet het geld transparant besteden, want wij zijn daarover verantwoording verschuldigd.’ Dat argument geldt ook voor vermogensfondsen. Ook zij dienen donaties te kunnen verantwoorden in lijn met de doelstellingen en in relatie tot de achterliggende vermogensbronnen. Fondsen hebben echter geen moeite om bijdragen toe te kennen op basis van ons jaarplan. In hun toezegging wordt soms specifiek één activiteit genoemd, waaraan ze willen bijdragen. Dat is voor hen voldoende. Geen behoefte aan een apart activiteitenplan voor één activiteit, geen aparte begroting, geen aparte verantwoording.
Alleen de gemeente Rotterdam verlangt dit. Wij hebben geen ‘rondje gemaakt’ bij andere kleine stichtingen in Rotterdam om deze brief mede te ondertekenen. Uit gesprekken met andere besturen is ons duidelijk geworden dat dit een breed ervaren probleem is: er zijn veel loketten bij de gemeente Rotterdam, geen of beperkte onderlinge afstemming daartussen en veel vraag naar allerlei details. Dit allemaal in de veronderstelling dat het zo hoort, dat het gewoon is en niet anders kan.
Als de gemeente Rotterdam particuliere initiatieven, zoals deze, belangrijk vindt, dan willen wij u oproepen te reflecteren op de huidige subsidiekaders en -reglementen in de context van kleine organisaties. Meerdere subsidieregelingen ademen sterk de geest van: ‘alleen hanteerbaar door grotere (welzijns)organisaties, met de nodige interne slagkracht om een klinkende aanbieding te kunnen schrijven en met de interne administratieve capaciteit om alle nodige vinkjes bij te kunnen houden voor de latere verantwoording’. Het moet toch anders kunnen, waardoor vrijwilligers die zich inzetten voor kleinere initiatieven zich ook door de gemeente Rotterdam gezien en erkend weten? En zich ook meer gegarandeerd weten van de bijdragen van fondsen en instellingen, wanneer de gemeente Rotterdam niet aan de zijlijn staat. Uiteraard zijn we graag bereid onze ervaringen en zienswijze verder toe te lichten. Wij zien daarvoor graag uw reactie tegemoet.
Met vriendelijke groet,
Wim van der Mik, voorzitter
Stefan Kemp, penningmeester.