[24bb007709] Beantwoording Technische vragen thuiszitters
Tekst van het document
Beantwoording Technische vragen VVD ter voorbereiding van de commissie: 1. In hoeverre hebben wij de groep thuiszittende jongeren goed in beeld? Op dit moment hebben wij hier als gemeente geen volledig beeld van. De gemeente, afdeling leerplicht, mag de ongeoorloofde thuiszitters registreren, maar de geoorloofde thuiszitters niet. De beslissing of het thuiszitten wel of niet geoorloofd is wordt gemaakt door de school zelf. Er kunnen vele redenen zijn waarom ouders kinderen ziekmelden. Het komt voor dat kinderen niet op hun plaats zijn op de school waar ze zitten en/of scholen niet weten om te gaan met een kind, handelingsverlegen zijn. Als ouders hun kind vervolgens thuishouden en ziekmelden, wordt dat door de school geregistreerd als geoorloofd verzuim waardoor het kind niet tot de thuiszitters wordt gerekend, maar het in feite wel is. Een voorzichtige inschatting van Ingrado, landelijke vereniging voor leerplichtambtenaren, is dat het werkelijke aantal daardoor 8 x zo hoog ligt als bij ons als gemeente bekend. We gaan in Rotterdam in dit schooljaar in samenwerking met de scholen uitzoeken om welke en hoeveel leerlingen dit dan zou gaan. 2. Hoeveel instellingen kunnen een diagnose vaststellen bij een kind dat thuis zit? Het is in de praktijk vaak geen chronologische volgorde van eerst thuiszitten en dan een diagnose.
In de praktijk is een diagnose vaak al bekend en leidt het probleem/de hulpvraag horend bij de diagnose op termijn tot thuiszitten. In enkele gevallen volgt de diagnose pas na het thuiszitten. Het stellen van diagnoses kan door verschillende jeugdhulpaanbieders in Rotterdam, toeleiding gaat via de wijkteams, of (indien de ouders daartoe de middelen hebben) particulier. 3. Op welke manier wordt deze diagnose voor passende zorg vastgesteld? Bij een kind dat thuiszit wordt een zorg-onderwijsspecialist van de wijkteams betrokken. Zij bekijken de diagnoses, praten met alle partijen en komen zo met een plaatsingsadvies voor een passend onderwijsgericht dagprogramma. 4. Welke rol speelt het CJG hierin? Het CJG heeft geen actieve rol bij thuiszitters. Zij hebben een rol in het preventieve veld; op het moment dat een leerling veelvuldig uitvalt vanwege ziekte kan het CJG ingeschakeld worden door de school. Zij spreken dan de leerling en ouders en maken afspraken over of en zo ja, op welke manier de leerling weer (meer) naar school kan gaan. 5. De wachttijden voor speciaal onderwijs en jeugdhulp zijn aanzienlijk. Wat wordt concreet gedaan om deze wachttijden te verkorten, en kan de gemeente inzicht geven in hoe wachttijden op dit moment openbaar worden gemaakt voor ouders en kinderen?
Het Taskforce Dekkend Netwerk, bestaande uit schoolbesturen, jeugdhulporganisaties, samenwerkingsverbanden en de gemeente werkt actief aan oplossingen voor kinderen die op de wachtlijsten staan of thuiszitten. Door deze samenwerking wordt de ondersteuning op reguliere scholen verbeterd, waardoor er minder leerlingen doorverwezen hoeven worden en op wachtlijsten komen. Vanuit de Taskforce wordt gewerkt aan een passend onderwijsaanbod door meer expertise op de ondersteuningsgebieden in de school te brengen. Bijvoorbeeld door inzet van jeugdhulp in de school. Aanmeldingen voor gespecialiseerd onderwijs worden niet gedaan bij de gemeente, maar verlopen via de samenwerkingsverbanden van schoolbesturen. Dit betekent dat de samenwerkingsverbanden de meest actuele stand van zaken rondom de wachtlijsten en wachttijden hebben. Het is aan hen en de schoolbesturen om keuzes te maken over het openbaar maken van de wachtlijsten en wachttijden. Het is moeilijk om een inschatting te maken over de wachttijden op basis van de wachtlijsten. Het is een niet kloppend en hardnekkig beeld dat er voor alle vormen van jeugdhulp wachtlijsten zijn. Er is sinds 2023 veel extra aanbod ingekocht lokaal, onder andere met de onderwijsgerichte dagprogramma’s.
Deze dagprogramma’s hebben meestal nog open plekken, hoewel het altijd dagkoersen zijn en er op dit moment onderzocht wordt hoe we de beschikbaarheid structureel in beeld kunnen brengen. Daar waar er toch wachttijden ontstaan, zit het vaak in de toeleidingsprocedure. Er is de afgelopen maanden hard gewerkt om de capaciteitsproblemen in de toeleiding op te lossen en om efficiëntere processen te organiseren. De wachtlijsten zijn vooral lang voor kinderen met een vrijstelling van de leerplicht die wachten op een plek op een KDC (ontwikkelingsgericht dagprogramma) en voor kinderen die wachten op ambulante specialistische regionale jeugdhulp. In Rotterdam wachten er in Q1 2024 634 jeugdigen op ambulante regionale hulp met een gemiddelde wachtduur van 20 weken. In 2024 is de wachttijd licht opgelopen, daarentegen is het aantal wachtenden al meerdere kwartalen redelijk stabiel. Voor de lichtere JGGZ zijn de Knooppunten Jeugdhulp vanaf januari 2024 beschikbaar. We zien bij deze Knooppunten Jeugdhulp oplopende aanmeldingen en screenings. Dit zorgt vooralsnog niet voor een afname van het aantal wachtenden voor regionale hulp, omdat de vraag naar intensievere ambulante hulp niet is afgenomen. Overigens wordt de gemeente in haar taken belemmerd door het Rijk.
Er wordt al geruime tijd integraal zorg-onderwijsbeleid aangekondigd, maar dat is er nog niet en/of is nog niet verankerd in de wetgeving. Ook zijn de budgetten voor zorg en onderwijs nog niet ontschot en krijgen we onvoldoende middelen om passend en inclusief onderwijs te organiseren en huisvesten. Zo krijgen de Rotterdamse samenwerkingsverbanden onvoldoende geld voor de bekostiging van het aanbod, want het budget is gebaseerd op de landelijk gemiddelde deelname aan gespecialiseerd onderwijs, een deelname die in Rotterdam hoger ligt dan in de regio. Ook mogen de samenwerkingsverbanden hun budget formeel gezien niet inzetten voor “niet onderwijs” locaties. Tegelijkertijd wordt de gesloten jeugdzorg afgebouwd en heeft het Rijk onvoldoende rekening gehouden met de organisatorische (en financiële) gevolgen van deze afbouw. Zo is het alternatieve aanbod voor kinderen die nu residentieel onderwijs volgen, duur. De kosten worden verhaald op de gemeente en/of de samenwerkingsverbanden en scholen. Tel daar het enorme personeelstekort in de onderwijs- en zorgsector bij op, waarvoor vanuit het Rijk nog steeds geen verregaande structurele aanpak is en het wordt duidelijk waarom er zoveel kinderen wachten op jeugdhulp en een passende plek in het onderwijs. In het belang van de kinderen kunnen we als gemeente niet wachten op het Rijk.
Ondanks alle belemmeringen zetten wij ons gezamenlijk met de samenwerkingsverbanden en het onderwijsveld
voluit in om de situatie voor de kinderen in onze stad te verbeteren. Binnen het college wordt nauw samengewerkt door de wethouders op de betrokken portefeuilles. 6. Is de gemeente bereid om, zoals aanbevolen in het rapport, de wachttijden per school openbaar te maken? Zo nee, waarom niet? Dit is een aanbeveling waar we nog over in gesprek zijn met de kinderombudsman. Dit is niet 1 2 3 geregeld en vergt uitzoekwerk. De gemeente is wel bereid om serieus naar deze aanbeveling te kijken. 7. Het rapport stelt dat scholen onvoldoende hun zorgplicht nakomen voor thuiszitters. Welke concrete stappen worden gezet om scholen te controleren en aan te spreken op hun verantwoordelijkheid, en is er een overweging om sancties op te leggen aan scholen die hun zorgplicht structureel niet nakomen? Het is niet aan de gemeente om scholen in algemene zin aan te spreken op hun zorgplicht. Dit is een taak van de Inspectie van het Onderwijs. De gemeente, bijvoorbeeld leerplichtambtenaren, spreken scholen wel in individuele gevallen aan. Dus bij casussen waarin zij zien dat school meer zou moeten doen vanuit hun zorgplicht. Scholen worden hier dan op gewezen en indien nodig wordt er opgeschaald naar de directeur of wordt het schoolbestuur betrokken.
Een leerplichtambtenaar kan ook een signaal afgeven bij de Inspectie van het Onderwijs, bij herhaaldelijk disfunctioneren van de school inzake de zorgplicht. We zien echter ook heel veel scholen die hun zorgplicht wel nakomen en hun uiterste best doen om voor een leerling de juiste hulp of vervolgplek te vinden.