[24bb006982] Bijlage behorende bij 24bb006981 - Rapport Stofemissie en stofdepositie berekeningen bij BSR Van Uden
Tekst van het document
RAPPORT Stofemissie en stofdepositie berekeningen bij BSR Van Uden Stofdepositie BSR Van Uden Klant:
Gemeente Rotterdam
Referentie: BJ8672-IB-RP-241009-1538 Status:
Definitief/0003
Datum:
9 oktober 2024
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
George Hintzenweg 85 3068 AX Rotterdam Netherlands Industry & Buildings Telefoon: +31 88 348 90 00 Email: info@rhdhv.com Website: royalhaskoningdhv.com
Titel document: Stofemissie en stofdepositie berekeningen bij BSR Van Uden Sub titel: Stofdepositie BSR Van Uden Referentie: BJ8672-IB-RP-241009-1538 Uw kenmerk Status: Definitief/0003 Datum: 9 oktober 2024 Projectnaam: BJ8672 Projectnummer: BJ8672 Auteur(s): Xiao Huan Zheng & Leendert Corbijn Opgesteld door: Royal HaskoningDHV Gecontroleerd door: Sandro Janssen & Bas Koene Datum: 15 juli 2024 Goedgekeurd door: Leendert Corbijn Datum: 9 oktober 2024
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
ii
Projectgerelateerd
9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
iii
Inhoud 1
Inleiding
1
2
Inventarisatie van stofemissiebronnen
2
2.1
Emissiesituatie BSR Van Uden
2
2.2
Stofemissies van op- en overslag van stuifgevoelig materiaal
3
2.3
Berekening van de stofemissie bij BSR van Uden
4
2.3.1 2.3.2
TNO1987 methode stofemissies stuifgevoelige bulkgoederen bij BSR Van Uden NTA8029 methode stofemissies stuifgevoelige bulkgoederen bij BSR Van Uden
5 6
3
Stofdepositieberekeningen in OPS
8
3.1
Modelkeuze stofdepositieberekening
8
3.2
Broneigenschappen van stofemissiebronnen
8
3.2.1 3.2.2
Rekenmethode 1: Stofemissie op basis van TNO1987 Rekenmethode 2: Stofemissie op basis van NTA8029
9 9
3.3
Gehanteerde rekeninstellingen OPS
10
3.4
Deeltjesgrootteverdeling in OPS
10
4
Normstelling en resultaat stofdepositieberekeningen
12
4.1
Normstelling van hinderlijk stof
12
4.1.1
Toepassen van normen voor zichtbaar stof op modelresultaten
13
4.2
Berekende stofdepositie met OPS
14
5
Conclusie stofdepositie onderzoek
16
Tabellen Tabel 2.1: Overzicht van de emissiebronnen van BSR Van Uden (emissiesituatie 2017)
2
Tabel 2.2: Overzicht van de verwachte emissie van de drijfkranen van BSR Van Uden (emissiesituatie 2020)
2
Tabel 2.3: Overzicht van de type overslag en doorzet van BSR Van Uden (op basis van het onderzoek van Buro Blauw).
3
Tabel 2.4: Stofemissies bij boord naar boord overslag (rechtstreeks overgeslagen) van BSR Van Uden 5 Tabel 2.5: Stofemissies bij boord naar wal naar boord/vrachtwagen overslag (in twee stappen overgeslagen) van BSR Van Uden 5 Tabel 2.6: Totaalstofemissie op basis van TNO1987 bij BSR Van Uden
6
Tabel 2.7: Stofemissie door manipulatie (verlading) van producten op basis van NTA8029 bij BSR van Uden.
7
9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
iv
Tabel 2.8: Stofemissie door buitenopslag van producten op basis van NTA8029 bij BSR van Uden.
7
Tabel 2.9: Stofemissie bij BSR van Uden op basis van NTA8029-methode met reductie door maatregelen in voorschriften.
7
Tabel 3.1: Emissies en broneigenschappen stofbronnen door op- en overslag aan de kade van BSR Van Uden op basis van TNO 1987. 9 Tabel 3.2: Emissies en broneigenschappen stofbronnen door op- en overslag aan de kade van BSR Van Uden op basis van NTA8029. 9 Tabel 3.3: Modelinstellingen OPS
10
Tabel 3.4: Deeltjesgrootteverdeling invoer OPS passend bij de specifieke rekenmethode voor stofemissie. 11 Tabel 4.1: Normen voor toetsing van het hinderlijke niveau aan stofdepositie in de omgeving van BSR Van Uden. 13
Figuren Figuur 1.1: Plangebied gemeente Rotterdam met in kleurweergave het type gebiedsontwikkeling dat is voorzien. Oranje weergegeven zijn de puntbronnen die zijn gebruikt voor de depositieberekening. Achtergrondkaart: luchtfoto PDOK. 1 Figuur 4.1: Contouren van de berekende stofdepositie in de omgeving van BSR Van Uden, op basis van de vergunde doorzet aan bulkgoederen in verschillende stuifklassen. Rekenmethode 1: Stofemissies berekend met de TNO 1987-methode. (Achtergrondkaart: Luchtfoto PDOK) 14 Figuur 4.2: Contouren van de berekende stofdepositie in de omgeving van BSR Van Uden, op basis van de vergunde doorzet aan bulkgoederen in verschillende stuifklassen. Rekenmethode 2: Stofemissies berekend met de NTA 8029-methode. (Achtergrondkaart: Luchtfoto PDOK) 15
Bijlagen Invoer stofdepositiemodelen A1
Invoer OPS
A1.1
Rekenmethode 1: Methode TNO 1987
A1.2
Rekenmethode 2: Methode NTA8029
Vaststellen rendementen maatregelen vergunning
9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
v
1
Inleiding
BSR Van Uden Stevedoring B.V. (hierna: BSR Van Uden) aan de Gustoweg 68 te Rotterdam (Merwehaven) heeft een zienswijze ingediend op het plan van de gemeente Rotterdam om woningen te bouwen aan de Merwekade in Rotterdam (ontwerpbestemmingsplan 'Merwe-Vierhavens'). De zienswijze heeft onder andere betrekking op de mogelijke stofhinder die toekomstige woningen in het ontwerpbestemmingsplan kunnen ondervinden door de aanwezigheid van het bedrijf. BSR Van Uden stelt namelijk dat woningbouw binnen 500 meter niet mogelijk is gebaseerd op de VNG richtafstand van 500 meter voor een dergelijk bedrijf. De gemeente Rotterdam wil in aansluiting van deze zienswijze onderzoeken wat de verwachte stofhinder is in het plangebied (weergegeven in Figuur 1.1), op de voorziene woningbouwlocatie Merwehaven. BSR van Uden ligt hemelsbreed op ongeveer 150 meter afstand van het woongebied Merwehaven. Merwehaven wordt in twee fasen gerealiseerd: het noordelijk deel (fase 1) op korte termijn, het zuidelijk deel (fase 2, de punten van de pieren) pas na juli 2032, als BSR Van Uden de locatie heeft verlaten. De kortste afstand van de woningen in het noordelijke deel bedraagt ca. 300 meter.
Figuur 1.1: Plangebied gemeente Rotterdam met in kleurweergave het type gebiedsontwikkeling dat is voorzien. Oranje weergegeven zijn de puntbronnen die zijn gebruikt voor de depositieberekening. Achtergrondkaart: luchtfoto PDOK.
De gemeente Rotterdam heeft Royal HaskoningDHV gevraagd om de stofdepositie in beeld te brengen in de omgeving van BSR Van Uden op basis van een verspreidings- en depositieberekening, eerder uitgevoerde onderzoeken voor BSR Van Uden en de omgevingsvergunning van BSR Van Uden. De uitkomsten worden beoordeeld aan een kader voor een aanvaardbare hoeveelheid neergeslagen stof. Het doel van de studie is om een antwoord te formuleren op de vraag of de stofemissie die vrijkomt bij vergunde activiteiten voor BSR van Uden kan leiden tot stofhinder in het woongebied Merwehaven. Voor stofhinder bestaan er geen wettelijke eisen in Nederland en daarom is in het onderzoek gekozen voor een duiding van het resultaat uitgedrukt in een frequentie waarbij stofdepositie zichtbaar is.
9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
1
2
Inventarisatie van stofemissiebronnen
2.1
Emissiesituatie BSR Van Uden
Voor de bepaling van de stofemissie van BSR Van Uden is hoofdzakelijk aangesloten bij het luchtkwaliteitsonderzoek voor BRS Van Uden waarop de revisievergunning van 6 maart 2019 is verleend. Omdat het luchtkwaliteitsonderzoek van Buro Blauw de basis was voor de revisievergunning van 2019, kan ervan worden uitgegaan dat de emissiesituatie van BSR Van Uden (in ieder geval) in het luchtkwaliteitsonderzoek voldoet aan de voorschriften uit hun milieuvergunning. -
Buro Blauw: “Toets luchtkwaliteitseisen BRS van Uden te Rotterdam”, d.d. 9-11-2017 met referentie BL2017.8633.01-V02 Vrins: “Stofemissie bij van Uden Stevedoring”, d.d. december 2003 met referentie Vr118 (als referentie naar eerder onderzoek naar stofemissie en -hinder in de omgeving)
In het luchtkwaliteitsonderzoek van Buro Blauw (referentie BL2017.8633.01-V02) is de emissiesituatie van de totale inrichting van BSR Van Uden van 2017 getoetst aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. Een overzicht van de totale stofemissie per bron (PM10) is weergegeven in Tabel 2.1. Tabel 2.1: Overzicht van de emissiebronnen van BSR Van Uden (emissiesituatie 2017)
Voor de drijfkranen in Tabel 2.1 wordt in het luchtkwaliteitsonderzoek van Buro Blauw aangegeven dat de emissiekentallen zijn vastgesteld op basis van metingen. Een schatting van de verwachte stofemissie van de drijfkranen voor 2020 is weergegeven in het onderzoek (en hier herhaald in Tabel 2.2). Tabel 2.2: Overzicht van de verwachte emissie van de drijfkranen van BSR Van Uden (emissiesituatie 2020)
Op basis van het luchtkwaliteitsonderzoek van Buro Blauw kan worden geconcludeerd dat de meeste stofemissie worden veroorzaakt door op- en overslag. Deze bron is draagt het meeste bij aan de emissie van totaal stof wat voornamelijk bijdraagt aan stofdepositie. In paragraaf 2.2 wordt de stofemissie door open overslag verder toegelicht.
9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
2
2.2
Stofemissies van op- en overslag van stuifgevoelig materiaal
Op de inrichting vindt op- en overslag plaats van verscheidene stuifgevoelige materialen. In de vergunning is het BSR Van Uden toegestaan om jaarlijks 3,5 miljoen ton product door te zetten. Hiervan wordt 20.000 ton per gesloten transportband verplaatst en is 10.000 ton van de verplaatste goederen stukgoed (in het onderzoek van Buro Blauw is dit als niet stuifgevoelig beoordeeld). Een samenvatting van de doorzet en het type overslag is weergegeven in Tabel 2.3. Tabel 2.3: Overzicht van de type overslag en doorzet van BSR Van Uden (op basis van het onderzoek van Buro Blauw). Overslag
Toelichting
Doorzet (miljoen ton/jaar)
Rechtstreeks overgeslagen
Boord naar boord
2,94
In twee stappen overgeslagen
Boord naar wal naar boord/vrachtwagen
0,56
Totaal verplaatste materiaal
4,06
Niet stuifgevoelig materiaal
0,03
Waarvan verstuifbaar materiaal
4,03
Tijdens de op- en overslag van een aantal soorten materialen kan mogelijk stof verwaaien. In het luchtkwaliteitsonderzoek van Buro Blauw is aangegeven dat deze stofemissies zijn berekend volgens de systematiek van TNO in 1987 1, conform NTA 8029. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat stofklassen S2 en S4 worden bevochtigd om verstuiving te minimaliseren. Op basis van de rekenmethode van TNO uit 1987 zijn door Royal HaskoningDHV de volgende zaken geïdentificeerd die afwijken in het luchtkwaliteitsonderzoek van Buro Blauw: -
Voor rechtstreekse overslag wordt in de TNO rekenmethode andere emissiekentallen toegepast dan voor overslag in twee stappen. In het luchtkwaliteitsonderzoek van Buro Blauw wordt er geen onderscheidt gemaakt tussen rechtstreekse overslag (boord naar boord) en in twee stappen overslag (boord naar wal naar boord/vrachtwagen). Buro Blauw realiseert deze andere emissiefactor om de doorzet op te hogen van 3,5 miljoen ton/jaar naar 4,03 miljoen ton/jaar. Het resultaat voor de berekende stofemissie is hetzelfde.
-
Buro Blauw houdt in het luchtkwaliteitsonderzoek geen rekening met het onderscheid tussen “directe” en “indirect” doorzet. Uit locatiebezoek blijkt dat er wel op verschillende manieren wordt doorgezet bij BSR van Uden. Zo worden er transportbanden gebruikt voor de producten die in loodsen aan wal worden opgeslagen. TNO definieert dit verschil in type doorzet namelijk als: o o
Directe doorzet is verplaatsen van goederen zonder inzet van transportbanden. Indirect doorzet is verplaatsen van goederen met inzet van transportbanden.
-
De PM10 emissiefactoren in het luchtkwaliteitsonderzoek van Buro Blauw komen niet overeen met de PM10 emissiefactoren uit de TNO rekenmethode. Paragraaf 3.3 van de TNO rekenmethode gaat uit van PM10 emissiefactoren tussen de 5-20% (afhankelijk van de stuifgevoeligheid) of 1/3e deel van de stofemissie als < PM10. In het luchtkwaliteitsonderzoek van Buro Blauw is uitgegaan van 1% voor alle stuifklassen.
-
De emissiefactoren voor totaal stof uit de TNO rekenmethode hebben zowel betrekking op opslag als overslag van materialen. Dit staat in paragraaf 2.4 “Toepassing van de emissiefactor” waarin
1
TNO, Emissiefactoren van stof bij de op- en overslag van stortgoederen, 10 april 1987, rapportnummer R86/205. Bezocht op 3 juli 2024, via URL: https://publications.tno.nl/publication/34637638/8rArOW/MT-1986-205.pdf
9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
3
staat omschreven dat de emissiefactor moet worden aangepast op de uitgevoerde activiteiten. In alle gevallen is opslag onderdeel van de activiteiten tenzij het gaat om rechtstreekse overslag naar een volgend transportmiddel. Een aparte berekening voor de stofemissie vanuit opslaglocaties is op basis van de TNO rekenmethode daarom niet nodig. In het luchtkwaliteitsonderzoek van Buro Blauw is voor de stofemissie vanuit opslaglocaties wel uitgegaan van een aparte berekening.
2.3
Berekening van de stofemissie bij BSR van Uden
Bij het verplaatsen en opslaan van stuifgevoelige bulkgoederen ontstaat er stofemissie, die onder invloed van de wind verspreidt naar de omgeving. Deze stofemissies zijn moeilijk meetbaar, en worden daarom vaak berekend met emissiefactoren die zijn gerelateerd aan de intensiteit en het soort activiteiten bij een bedrijf. Dit onderzoek maakt gebruik van twee in Nederland gangbare methoden voor het berekenen van stofemissies: 1. TNO methode uit 1987 TNO, Emissiefactoren van stof bij op- en overslag van stortgoederen, - Emissiefactoren voor fijn stof, 10 april 1987, rapport nummer: R 86/205 (verder in dit onderzoek genoemd als TNO1987 of TNO methode uit 1987 genoemd). De TNO methode uit 1987 beschrijft een berekeningsmethode voor stofemissies bij op- en overslag en bevat een methode voor het bepalen van het fijn stof gehalte van deze emissies. De methode kwantificeert de stofemissie door toepassen van emissiefactoren. Het doel van de methode is vooral om deze stofemissiefactoren eenduidig toe te passen om een eerste aanzet te geven voor het bepalen van fijn stof emissies. 2. NTA 8029 uit 2013 NTA 8029 + C1, Bepaling en registratie van industriële fijnstofemissies, maart 2013, ICS 13.040.20 (verder NTA8029 genoemd in dit onderzoek). Met de los beschikbare databases met emissiefactoren: a. b.
e-MJV, database fijn stof, beschikbaar via URL: https://www.e-mjv.nl/sites/default/files/202203/220315%20Database%20fijn%20stof%20voor%20eMJV.xlsx e-MJV, omrekenfactoren totaal stof, beschikbaar via URL: https://www.e-mjv.nl/sites/default/files/202001/190909%20Omrekenfactoren_TSP_PM10_PM2_5.xls
De NTA (Nederlandse Technische Afspraak) 8029 geeft een eenduidige methodiek voor het vaststellen van fijnstof emissies (PM10 en PM2,5) van industriële bronnen, met het doel om eenduidige opgave van fijnstof emissie te verkrijgen (in het Milieujaarverslag [MJV] en European Pollutant Release Transfer Register [E-PRTR]). Hierbij stelt de NTA dat het de voorkeur heeft om fijnstofemissies te meten, af te leiden van totaalstofemissie met omrekenfactoren (database genoemd onder a) of te bepalen met emissiefactoren (database genoemd onder b). Met beide methoden is het mogelijk om de totaal stofemissie te berekenen voor BSR van Uden op basis van de activiteiten die zijn toegestaan aan het bedrijf. Deze berekeningen staan in de volgende paragrafen toegelicht.
9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
4
2.3.1
TNO1987 methode stofemissies stuifgevoelige bulkgoederen bij BSR Van Uden
Stofemissie zonder correctiefactoren Aan de hand van de emissiefactoren beschreven in paragraaf 2.3 en 2.4 van de TNO systematiek zijn de stofemissies opnieuw berekend en gecorrigeerd met de bovenstaande bevindingen. In de nieuwe berekening is onderscheid gemaakt tussen rechtstreekse overslag (boord naar boord) en twee stappen overslag (boord naar wal naar boord/vrachtwagen), zodat de totale doorzet van 3,5 miljoen ton per jaar ook overeenkomt met de milieuvergunning. Een overzicht van de berekende stofemissies is weergegeven in Tabel 2.4 en Tabel 2.5. Tabel 2.4: Stofemissies bij boord naar boord overslag (rechtstreeks overgeslagen) van BSR Van Uden Stuifklasse
Verdeling stuifklasse (%)
Type overslag
Doorzet (ton/jaar)
Emissiefactor totaal stof (%)
Emissie totaal stof (ton/jaar)
S1
15
Boord naar boord (direct)
441.000
0,05
220,5
S2
28
Boord naar boord (direct)
823.200
0,005
41,2
S3
35
Boord naar boord (direct)
1.029.000
0,005
51,5
S4
7
Boord naar boord (direct)
205.800
0,0005
1,0
S5
15
Boord naar boord (direct)
441.000
0,0005
2,2
Subtotaal
100
2.940.000
316,3
Tabel 2.5: Stofemissies bij boord naar wal naar boord/vrachtwagen overslag (in twee stappen overgeslagen) van BSR Van Uden Stuifklasse
Verdeling stuifklasse (%)
Type overslag
Doorzet (ton/jaar)
Emissiefactor totaal stof (%)
Emissie totaal stof (ton/jaar)
S1
15
Boord naar wal (indirect) naar boord/vrachtwagen (direct)
84.000
0,15
126,0
S2
28
Boord naar wal (indirect) naar boord/vrachtwagen (direct)
156.800
0,015
23,5
S3
35
Boord naar wal (indirect) naar boord/vrachtwagen (direct)
196.000
0,015
29,4
S4
7
Boord naar wal (indirect) naar boord/vrachtwagen (direct)
39.200
0,0015
0,6
S5
15
Boord naar wal (indirect) naar boord/vrachtwagen (direct)
84.000
0,0015
1,3
Subtotaal
100
560.000
180,8
Een totaaloverzicht van de gecorrigeerde stofemissies van BSR Van Uden is weergeven in Tabel 2.6. De resultaten uit Tabel 2.6 komen hoger uit vergeleken met de stofemissies uit het luchtkwaliteitsonderzoek van Buro Blauw. Stofemissie met toepassing correctiefactor voor maatregelen in voorschriften van BSR van Uden In de vergunning van BSR van Uden staan voorschriften waarmee de stofemissie door op- en overslag van stuifgevoelige producten wordt tegengegaan. De berekende emissie in Tabel 2.4 en Tabel 2.5 hebben betrekking op het verhandelen van producten en het opslaan van producten, zoals omschreven in de 9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
5
methode van TNO uit 1987. Bij de berekende emissie in deze tabellen is geen rekening gehouden met de voorschriften uit de vergunning. In Tabel 2.6 is de stofemissie gecorrigeerd met het rendement van stofreductiemaatregelen die zijn voorgeschreven voor BSR van Uden. Het rendement van deze maatregelen is ingeschat op 68,3% stofemissiereductie in bijlage 2 ten opzichte van de ‘ruwe’ stofemissie. Tabel 2.6: Totaalstofemissie op basis van TNO1987 bij BSR Van Uden Stuifklasse
Verdeling stuifklasse (%)
Totaal stofemissie zonder maatregelen
Rendement maatregelen
Totaal stofemissie met maatregelen (ton/jaar)
(ton/jaar)
S1
15
346,5
68,3%
109,9
S2
28
64,7
68,3%
20,5
S3
35
80,9
68,3%
25,6
S4
7
1,6
68,3%
0,5
S5
15
3,5
68,3%
1,1
Totaal
100
497,1 1)
1) 2)
157,6 2)
In het luchtkwaliteitsonderzoek van Buro Blauw is een totale stof emissie van 433,6 ton/jaar berekend. Dit is ruim 63 ton/jaar lager dan nu is berekend zonder emissiereductiefactor is berekend. Met toepassen van een stofreductierendement door voorgeschreven maatregelen is de totaalstofemissie aanzienlijk lager dan in het luchtkwaliteitsonderzoek van Buro Blauw.
2.3.2
NTA8029 methode stofemissies stuifgevoelige bulkgoederen bij BSR Van Uden
Stofemissie zonder correctiefactoren NTA8029 De methode van NTA 8029 is anders opgezet dan de methode van TNO. De NTA-methode rekent met twee verschillende emissiefactoren. Eén voor stofemissie tijdens manipulatie (verladen) van goederen, en één voor emissie bij buitenopslag van producten. Daarnaast hebben de emissiefactoren betrekking op de emissie van PM10 (deze zijn omgerekend met de deeltjesgrootteverdeling in § 3.4 en de databron uit voetnoot 3 naar totaal stofemissie). De emissiefactoren voor de stofemissieberekening komen uit de database fijn stof 2. Uit deze database zijn de emissiefactoren gebruikt binnen de sector “Bulk storage and handling”. Daarbinnen zijn voor manipulatie de emissiefactoren van agribulk in stofklasse S1, S2 en voor agribulk in stofklasse S3, S4,S5 gebruikt. In geval van de open opslagplaatsen is aangesloten bij de emissiefactor voor schroot, wat tijdens locatiebezoek werd opgeslagen. Dit is uitgewerkt in Tabel 2.7 en Tabel 2.8 voor BSR van Uden op basis van de vergunde doorzet en het open opslagoppervlak.
2
E-MJV, Database fijn stof. Bezocht op 21-8-2024 via URL: https://www.e-mjv.nl/sites/default/files/202203/220315%20Database%20fijn%20stof%20voor%20eMJV.xlsx 9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
6
Tabel 2.7: Stofemissie door manipulatie (verlading) van producten op basis van NTA8029 bij BSR van Uden. Totaal stofemissie
Verdeling stuifklasse
Doorzet
Emissiefactor
Emissie PM10
Aandeel PM10
(ton/j)
(g PM10/ton)
(ton/jaar)
(%)
S1
15%
525.000
24
12,6
41,1% 1)
30,7
S2
28%
980.000
24
23,5
41,1% 1)
57,3
S3
35%
1.225.000
12
14,7
41,1% 1)
35,8
S4
7%
245.000
12
2,9
41,1% 1)
7,2
S5
15%
525.000
12
6,3
41,1%
15,3
100%
3.500.000
Stuifklasse
Subtotaal 1)
(ton/jaar)
1)
60,1
146,3
Voor toelichting bij deze fractie zie § 3.4 en voetnoot 3.
Tabel 2.8: Stofemissie door buitenopslag van producten op basis van NTA8029 bij BSR van Uden. Omschrijving Emissie door buitenopslag (stuifklassse S4) 1) 2)
Oppervlakte met buitenopslag (ha)
Emissiefactor verwaaiing (ton PM10/ha/jaar)
Emissie PM10 (ton/jaar)
0,14 1)
4,1
0,57
Aandeel PM10
Totaal stofemissie
(%)
(ton/jaar)
41,1% 2)
1,4
Overgenomen uit § 4.2.6 van het luchtkwaliteitsonderzoek van Buro Blauw voor BSR van Uden, behorend bij de toenmalige vergunningaanvraag. Voor toelichting bij deze fractie zie § 3.4 en voetnoot 3.
Stofemissie met toepassing correctiefactor voor maatregelen in voorschriften voor BSR van Uden In bijlage 2 is de reductiefactor bepaald die van toepassing is voor de stofemissies op basis van de voorschriften die zijn opgenomen in de vergunning van BSR van Uden. De reductiefactor is ingeschat op 24,4%. Deze factor wijkt af van de reductiefactor op de TNO-methode uit § 2.3, omdat de grondslag voor de emissiekentallen anders is. Het belangrijkste verschil is dat de TNO-methode alle handelingen omvat, terwijl de NTA-methode alleen specifieke factoren voor buitenopslag en manipulatie (verladen van producten) toepast. Voorschriften die gaan over verplicht inpandig opslaan hebben daarom geen invloed op de emissiefactoren in de NTA-methode, want die zijn niet meegenomen. De berekende stofemissie wanneer er rekening wordt gehouden met de voorschriften in de vergunning van BSR van Uden staat in Tabel 2.9. Tabel 2.9: Stofemissie bij BSR van Uden op basis van NTA8029-methode met reductie door maatregelen in voorschriften. Omschrijving
PM10 emissie
Aandeel PM10
Totaal stofemissie
(ton/jaar)
(%)
(ton/jaar)
45,9
41,1% 1)
111,7
Totaal berekende emissie bij BSR van Uden 1)
Voor toelichting bij deze fractie zie § 3.4 en voetnoot 3.
9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
7
3
Stofdepositieberekeningen in OPS
3.1
Modelkeuze stofdepositieberekening
De modellen waarmee verspreiding van stoffen wordt berekend in Nederland zijn Geomilieu (voor depositie de rekenmodule STACKS-D) en OPS. Beide rekenmodellen gebruiken een methode met jaargemiddelde meteodata om de verspreiding en depositie van stoffen te berekenen. De modellen zijn daardoor beperkt geschikt om de depositie van stoffen te berekenen in specifieke weersomstandigheden. Uit proefberekeningen met beide modellen blijkt dat OPS in dit geval beter geschikt is om mee te rekenen. Dit komt vooral doordat OPS de gebruiker de mogelijkheid geeft om de deeltjesgrootteverdeling in te voeren. Deze parameter is zeer bepalend voor de depositie van stof (zie ook § 3.4 voor toelichting en de gebruikte uitgangspunten). Geomilieu STACKS-D uitgesloten omdat deze geen deeltjesgrootteverdeling invoer heeft In overleg met de DCMR is besloten om stofdepositieberekeningen met Geomilieu STACKS-D achterwege te laten in het onderzoek. De belangrijkste reden voor dit besluit is dat Geomilieu geen optie heeft om de deeltjesgrootteverdeling van de stofemissie in te voeren. Daardoor is het alleen mogelijk om de depositie te berekenen van stoffen met een diameter kleiner dan 10 µm, terwijl een groot deel van de stof die vrijkomt bij BSR van Uden juist een diameter heeft die groter is dan 10 µm.
Korte termijn modelberekeningen Met korte termijn modelberekeningen kan worden beoordeeld wat tijdelijke op- en overslaghandelingen door BSR Van Uden bij specifieke weersomstandigheden voor effecten kunnen hebben op de omgeving. Het is goed mogelijk dat dit resulteert in hoge korte termijn stofdepositie tot een grotere afstand van het bedrijf. In het onderzoek is gekozen om te berekenen wat de verwachte stofdepositie over een jaar is. De jaargemiddelde stofdepositie die is uitgedrukt als het voorkomen van zichtbaar stof in de omgeving op tijdsbasis (bijvoorbeeld wekelijks zichtbaar stof).
3.2
Broneigenschappen van stofemissiebronnen
In het model (OPS) is de totale stofemissie vanuit de activiteiten van BSR Van Uden verdeeld over 6 puntbronnen langs de kade. De bronlocaties zijn te vinden in Figuur 1.1. In de stofdepositieberekeningen is alleen de bijdrage van op- en overslag van stuifgevoelige goederen meegenomen. Er zijn twee rekenmethodes beoordeeld op verzoek van de gemeente Rotterdam en de DCMR: Rekenmethode 1: Emissie berekend op basis van de vergunning met methode TNO 1987 Deze rekenmethode bevat de maximaal toegestane emissie die ontstaat bij de op- en overslag van stuifgevoelige producten door BSR van Uden. Hierbij is rekening gehouden met het toepassen van stofemissie reducerende maatregelen zoals deze zijn opgenomen in de vergunning.
9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
8
Rekenmethode 2: Emissie berekend op basis van de vergunning met de methode NTA 8029 In het tweede rekenmethode zijn de stofemissies berekend met de methode in NTA 8029. Dit resulteert in andere getallen dan rekenen met de methode van TNO uit 1987, zoals is op te maken uit het voorgaande hoofdstuk.
3.2.1
Rekenmethode 1: Stofemissie op basis van TNO1987
Tabel 3.1 toont de berekende stofemissie bij BSR van Uden verdeelt over zes bronlocaties, op basis van TNO 1987. Tabel 3.1: Emissies en broneigenschappen stofbronnen door op- en overslag aan de kade van BSR Van Uden op basis van TNO 1987. Emissie totaal stof (ton/jaar)
Bronhoogte (m) 1)
Warmte inhoud (MW)
Stuifemissie op en overslag 1
26,27
5
0
2
Stuifemissie op en overslag 2
26,27
5
0
3
Stuifemissie op en overslag 3
26,27
5
0
4
Stuifemissie op en overslag 4
26,27
5
0
5
Stuifemissie op en overslag 5
26,27
5
0
6
Stuifemissie op en overslag 6
26,27
5
0
Bron
Bronnaam
1
1)
Bronhoogte is op 5 meter ingesteld, in afwijking van de 1,5 meter uit het onderzoek van Buro Blauw uit 2017. Er is afgeweken van het eerdere onderzoek, omdat stof emitterende activiteiten vaak op grotere hoogte worden gedaan dan 1,5 meter (als trechter voor de loopband en de kranen die bulkgoederen verladen met grijpers.
3.2.2
Rekenmethode 2: Stofemissie op basis van NTA8029
Tabel 3.2 bevat de stofemissie bij BSR van Uden in rekenmethode 2, deze is verdeeld over zes bronlocaties. Tabel 3.2: Emissies en broneigenschappen stofbronnen door op- en overslag aan de kade van BSR Van Uden op basis van NTA8029. Emissie totaal stof (ton/jaar)
Bronhoogte (m) 1)
Warmte inhoud (MW)
Stuifemissie op en overslag 1
18,61
5
0
2
Stuifemissie op en overslag 2
18,61
5
0
3
Stuifemissie op en overslag 3
18,61
5
0
4
Stuifemissie op en overslag 4
18,61
5
0
5
Stuifemissie op en overslag 5
18,61
5
0
6
Stuifemissie op en overslag 6
18,61
5
0
Bron
Bronnaam
1
1)
Bronhoogte is op 5 meter ingesteld, in afwijking van de 1,5 meter uit het onderzoek van Buro Blauw uit 2017. Er is afgeweken van het eerdere onderzoek, omdat stof emitterende activiteiten vaak op grotere hoogte worden gedaan dan 1,5 meter (als trechter voor de loopband en de kranen die bulkgoederen verladen met grijpers.
9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
9
3.3
Gehanteerde rekeninstellingen OPS
De modelinstellingen voor de depositieberekening met OPS staan samengevat in Tabel 3.3. Volledige informatie over de invoer en instellingen zijn beschikbaar in de bijlage 1. Tabel 3.3: Modelinstellingen OPS Parameter
Uitgangspunt
Rekenmodel
OPS-Pro 2023
Volledige versienaam
W-5.1.1.0 18 jan 2023
Klimatologie
Lange termijn jaarlijks gemiddelde 2005-2014 voor Nederland – OPS selecteert zelf de meteoregio op basis van de modelinvoer.
Referentiejaar berekeningen
2024 2.480 bij 1.360 meter (20 meter afstand tussen gridpunten) x-min: 87.563
Afmetingen receptorgrid
x-max: 90.043 y-min: 435.380 y-max: 436.740
Aantal receptorpunten
8.625
Ruwheidslengte
Regionaal bepaalde ruwheid door OPS op basis van LGN7
Gebouwinvloed
Geen dominant gebouw in de omgeving, deze zijn opgenomen in de ruwheidslengtekaart
3.4
Deeltjesgrootteverdeling in OPS
In de depositieberekeningen is een deeltjesgrootteverdeling gebruikt die aansluit bij de methode die is gebruikt om de stofemissie te berekenen: Deeltjesgrootteverdeling rekenmethode 1 (TNO 1987) De deeltjesgrootteverdeling is beschreven in het onderzoek van TNO (voetnoot 1), paragraaf 3.3, de tabel op pagina 13. Daarin staan de volgende fracties bij stuifklassen: S1 = 20% < PM10, S3 = 10% < PM10, S5 = 5% PM10. Verdere verdeling in deeltjesgrootte ontbreekt in de tabel. Voor BSR van Uden resulteert dit in 16,9% PM10 als onderdeel van de totaalstofemissie. Deeltjesgrootteverdeling rekenmethode 2 (NTA 8029) Bij de NTA8029 is een aandeel PM10 (<10 µm) en een aandeel PM2,5 (<2,5 µm) opgegeven voor verschillende sectoren. In dit onderzoek zijn de gemiddelde waarden gebruikt voor de sector “storage and bulk handling” uit het Excelbestand Omrekenfactoren totaal stof 3. Hieruit volgt dat van het totaal stof 41,1% kleiner is dan 10 µm en 3,9% is kleiner dan 2,5 µm. Deze verdelingen zijn evenredig verdeeld over de klassen (classes) voor stof waarmee OPS kan rekenen (Tabel 3.4):
3
E-MJV, Database ‘Omrekenfactoren totaal stof’ behoort bij NTA8029 en is beschikbaar via URL: https://www.emjv.nl/sites/default/files/2020-01/190909%20Omrekenfactoren_TSP_PM10_PM2_5.xls 9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
10
Tabel 3.4: Deeltjesgrootteverdeling invoer OPS passend bij de specifieke rekenmethode voor stofemissie. Class1
Class2
Class3
Class4
Class5
Class6
Grootte
<0,95 µm
0,95-2,5 µm
2,5-4 µm
4-10 µm
10-20 µm
>20 µm
TNO1987
4,2
4,2
4,2
4,2
41,6
41,6
NTA8029
2,0
2,0
18,6
18,6
29,4
29,4
Gevoeligheid stofdepositie sterk afhankelijk van deeltjesgrootteverdeling Uit testberekeningen blijkt dat de stofdepositie erg gevoelig is voor de deeltjesgrootteverdeling die wordt gebruikt in de depositieberekening. Deeltjes met een diametergrootte groter dan 10 µm resulteren in een aanzienlijk grotere bijdrage in stofdepositie binnen enkele honderden meters tot een kilometer van de bron. Naar inschatting komt dit doordat deze grote stofdeeltjes minder gemakkelijk opwervelen, hierdoor lager bij de grond blijven en ook eerder en dichter bij de bron neerslaan (depositie). De stofdepositie is gevoelig voor de invoer van de deeltjesgrootteverdeling. Grotere deeltjes resulteren in een hogere stofdepositie in de directe omgeving van BSR van Uden. Deze deeltjesgrootteverdeling is ook sterk afhankelijk van het soort product dat wordt op- en overgeslagen door BSR van Uden. Deze kennis ontbreekt in dit onderzoek en er is daarom aangesloten bij algemeen beschikbare gegevens.
9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
11
4
Normstelling en resultaat stofdepositieberekeningen
4.1
Normstelling van hinderlijk stof
Voor stofdepositie geldt geen wettelijke norm waaraan de resultaten van de berekeningen kunnen worden getoetst. Daarnaast zijn er voor stofdepositie geen publicaties beschikbaar die lange termijn toetswaarden voorstellen die overeenkomen met het resultaat uit OPS; een stofdepositie in kg/ha/jaar. Wel zijn er publicaties gevonden over aanvaardbare hoeveelheden stofdepositie. Met deze publicaties is een hinderniveau vastgesteld waaraan kan worden getoetst. Buro Blauw 4 stelt in een onderzoek bij een bedrijf in Nederweert een norm vast voor hinder door stofdepositie. In dit onderzoek wordt aangesloten bij deze normering. Daarbij geldt dat voor BSR Van Uden zowel de lange als de kortere termijn stofdepositie relevant is gezien het karakter van de activiteiten bij BSR Van Uden. Buro Blauw kijkt bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid daarom naar de aanvaardbaarheid per dag, week en maand. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een waarnemingsgrens. De waarnemingsgrens (net zichtbaar) is gedefinieerd als een bepaalde bedekkingsgraad (depositie) waarbij 50% van de proefpersonen (in de andere studies) een schoon oppervlak van een bestoft oppervlak konden onderscheiden, resulterend in een range van 84 (wit oppervlak) tot 174 mg stof/m2 (rood oppervlak). Buro Blauw heeft daaruit de conservatieve algemene grens van zichtbaar stofdepositie van 100 mg/m2 gekozen, die geldt per dag.
Onaanvaardbare stofdepositie Een niet aanvaardbare hoeveelheid is dus 100 (of meer) mg/m2/dag. Deze waarde wordt gezien als bovenwaarde om de aanvaardbaarheid te beoordelen. Deze hindergrens komt overeen met het onderzoek van Vrins (uit 2003) 5, daarin wordt 0,1 gram stof/m2 genoemd als waarnemingsdrempel. De waarde van 100 mg/m²/dag komt overeen met 365 kg/ha/jaar. Dit betekent dagelijks zichtbare stofdepositie. Aanvaardbare stofdepositie Is de stofdepositie 5 dagen achter elkaar 20 mg/m² per dag of minder, dan is er geen sprake van een onaanvaardbare stofdepositie: de stofdepositie is niet te onderscheiden van zichtbaar stof. De waarde van 20 mg/m²/dag komt overeen met 73 kg/ha/jaar. Bij deze hoeveelheid is er wekelijks tot maandelijks sprake van zichtbare stofdepositie. Het is van belang om hierbij te realiseren dat stof ook kan wegspoelen door neerslag, vandaar dat een cumulatieperiode van 5 dagen is genomen. Volgens het meteorologische data zijn er in Nederland minimaal 106 dagen met neerslag 6, wat resulteert in gemiddeld 1 dag neerslag per 3,4 dagen. Het is daarmee onwaarschijnlijk dat er bij een lagere depositie nog significante kans is op zichtbare stofdepositie door een aanwijsbare bron. Dit stof zal dan al zijn weggespoeld door neerslag voordat het kan cumuleren.
Incidentele stofdepositie Bij een waarde van 3 mg/m2/dag (10 kg/ha/jaar) of lager is incidenteel tot maandelijks zichtbare stofhinder te verwachten. Buro Blauw (voetnoot 4) identificeert deze depositie als hindergrenswaarde voor een continue stofemissiebron. In Tabel 4.1 staan de benoemde hindergrenzen voor de jaarlijkse stofdepositie. 4
Buro Blauw: rapport “Stofdepositie onderzoek Rumal te Nederweert ”, d.d. 31 juli 2017 met rapportnummer BL2017.8165.01V02. 5 Vrins, Stofemissie bij van Uden Stevedoring, december 2003, conceptrapport Vr118. 6 Compendium voor de Leefomgeving, Meteorologische gegevens, 1990-2022, 27 maart 2023. Bezocht op 11 juli 2024 via URL: https://www.clo.nl/indicatoren/nl000425-meteorologische-gegevens-1990-2022 9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
12
Tabel 4.1: Normen voor toetsing van het hinderlijke niveau aan stofdepositie in de omgeving van BSR Van Uden. Depositie (mg/m2/dag)
Depositie (kg/ha/jaar)
50% waarnemingsgrens
100
365
5 dagen
Geen zichtbaar stof
20
73
1 jaar
Geen hinder
3
10
Belasting
Status
Middelingstijd
Omschrijving
Korte termijn
Bovenwaarde
1 dag
Korte termijn
Richtwaarde
Lange termijn
Richtwaarde
4.1.1
Toepassen van normen voor zichtbaar stof op modelresultaten
De berekeningen met OPS resulteren in een jaargemiddelde stofdepositie bij de vergunde bedrijfsvoering door BSR Van Uden. De resultaten van de verspreidingsberekeningen zijn weergegeven in stofdepositie contouren die overeenkomen met de hindergrenzen in Tabel 4.1. In dit onderzoek is de volgende interpretatie van resultaten gehanteerd, deze zijn afgeleid van de hinderwaarden in Tabel 4.1: -
3.650 kg/ha/jaar contour: Altijd zichtbare stofdepositie binnen een dag; 365 kg/ha/jaar contour: Dagelijks tot wekelijks zichtbare stofdepositie; 73 kg/ha/jaar contour: Wekelijks tot maandelijks zichtbare stofdepositie; 10 kg/ha/jaar contour: Incidenteel tot maandelijks zichtbare stofdepositie;
De berekende resultaten tonen alleen de stofdepositie door de vergunde activiteiten van BSR Van Uden. Andere (natuurlijke en antropogene) stofemissie bronnen, ofwel achtergronddepositie is niet meegenomen.
9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
13
4.2
Berekende stofdepositie met OPS
Figuur 4.1 toont het resultaat van de stofdepositieberekeningen met OPS. Daarin zijn de gemodelleerde emissiebronnen, het plangebied en de berekende depositie weergegeven in contouren. De contouren tonen de jaargemiddelde stofdepositie, binnen de contour is de stofdepositie hoger dan de contourwaarde. Deze contourwaarden komen overeen met de zichtbaar stof frequentie die is vastgesteld in paragraaf 4.1.1 en betekenen het volgende: -
In het gebied tussen de groene en gele contour is maandelijks tot incidenteel stof zichtbaar. In het gebied tussen de gele en oranje contour is wekelijks tot maandelijks stof zichtbaar. In het gebied tussen de oranje en rode contour ervaart dagelijks tot wekelijks stof zichtbaar. In het gebied binnen de rode contour is dagelijks stof zichtbaar.
Stofdepositie in rekenmethode 1: Stofemissie volgens TNO1987 Figuur 4.1 toont het volgende effect door stofdepositie: tot ongeveer 330 meter is er dagelijks tot wekelijks zichtbaar stof in de directe omgeving van BSR van Uden. Binnen deze contour kunnen volgens het bestemmingsplan M4H pas woningen gebouwd worden als het Bedrijf BSR van Uden zijn bedrijfsactiviteiten in 2032 heeft beëindigd (kameleonbestemming) Op een afstand van 330 meter tot ongeveer 920 meter van het bedrijf is wekelijks tot maandelijks stof zichtbaar. Binnen deze contour maakt het bestemmingsplan M4H nu al wel woningbouw mogelijk. Binnen de contouren is er verschil tussen de frequentie waarmee stof zichtbaar is. Hoe verder een locatie binnen een contour van het bedrijf is gelegen, des te lager is de kans op zichtbaar stof.
Figuur 4.1: Contouren van de berekende stofdepositie in de omgeving van BSR Van Uden, op basis van de vergunde doorzet aan bulkgoederen in verschillende stuifklassen. Rekenmethode 1: Stofemissies berekend met de TNO 1987-methode. (Achtergrondkaart: Luchtfoto PDOK)
9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
14
Stofdepositie in rekenmethode 2: Stofemissie volgens NTA8029 In verhouding tot het resultaat van rekenmethode 1 (in Figuur 4.1) neemt de contour met dagelijks tot wekelijkse zichtbaar stof iets af, tot ongeveer 220 afstand van BSR van Uden. De contour ligt nog steeds deels over de punten van de havenpieren van het deelgebied Merwehaven waar woningbouw niet mogelijk is zolang de bedrijfsactiviteiten van BSR Van Uden niet zijn beëindigd. De contour voor wekelijkse tot maandelijkse zichtbaar stof ligt wel over het woongebied Merwehaven. Maar wordt kleiner tot een afstand van ongeveer 630 meter van BSR van Uden. Het verschil tussen de beide rekenmethoden wordt voornamelijk veroorzaakt door de lagere totaal stofemissie en een kleiner aandeel grof stof (diameter > 10 µm) in rekenmethode 2 ten opzichte van rekenmethode 1.
Figuur 4.2: Contouren van de berekende stofdepositie in de omgeving van BSR Van Uden, op basis van de vergunde doorzet aan bulkgoederen in verschillende stuifklassen. Rekenmethode 2: Stofemissies berekend met de NTA 8029-methode. (Achtergrondkaart: Luchtfoto PDOK)
9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
15
5
Conclusie stofdepositie onderzoek
In dit onderzoek is gekeken naar de stofemissie en -depositie in het plangebied bij de Merwehaven in Rotterdam. Hierbij is gebruik gemaakt van het luchtkwaliteitsonderzoek dat onderdeel is van de vergunningaanvraag van BSR Van Uden en twee methoden om stofemissie te berekenen: van TNO uit 1987 en de NTA 8029. Voor BSR Van Uden is een op- en overslag van 3,5 miljoen ton aan stuifgevoelige goederen toegestaan. Daaruit volgt een ongereinigde emissie van 497,1 ton stof per jaar (TNO 1987) of 147,6 ton stof per jaar (NTA 8029). Bij toepassen van alle voorgeschreven maatregelen emitteert BSR van Uden naar inschatting echter nog maar 157,6 ton stof per jaar (TNO 1987) of 111,7 ton stof per jaar (NTA 8029), afhankelijk van de methode. Stofdepositie in de omgeving van BSR van Uden De stofdepositie die OPS berekent in de omgeving is weergegeven in Figuur 4.1 en Figuur 4.2. Uit de resultaten volgen twee conclusies over de stofdepositie in de omgeving van BSR van Uden: -
-
Een berekende stofdepositie van 365 kg stof/ha/jaar tot op een afstand van 220 - 330 meter tot de activiteiten van BSR Van Uden. Naar verwachting resulteert dat in dagelijks tot wekelijks zichtbare stof op auto’s, daken, kozijnen en andere objecten in de buitenlucht. Het bestemmingsplan maakt nu nog geen woningbouw mogelijk binnen deze ‘contour’. Een berekende stofdepositie van 73 kg stof/ha/jaar tot op een afstand van 630 - 920 meter tot de activiteiten van BSR Van Uden. Naar verwachting resulteert dat in wekelijks tot maandelijks zichtbare stof op auto’s, daken, kozijnen en andere objecten in de buitenlucht. Het bestemmingsplan maakt woningbouw mogelijk binnen deze ‘contour’
Uit gesprek met BSR van Uden blijkt dat er in de omgeving hinder door stof wordt ervaren. Dit is bevestigd met meldingen bij de DCMR Milieudienst Rijnmond. De resultaten bevestigen de bestaande ervaring in de omgeving. Deze stofdepositie blijft naar verwachting ook bestaan op het plangebied.
9 oktober 2024
STOFDEPOSITIE BSR VAN UDEN
BJ8672-IB-RP-241009-1538
16
Appendix 1 Invoer stofdepositiemodelen Modelinvoer OPS
A1
Invoer OPS
A1.1
Rekenmethode 1: Methode TNO 1987
Broninvoer OPS snr
x(m)
y(m)
q(g/s)
hc(MW)
h(m)
r(m)
s(m)
dv cat
area
ps
component
1
88122
435848
0,83
0
5
0
0
10002
528
-1
Stof
2
88060
435919
0,83
0
5
0
0
10002
528
-1
Stof
3
88044
436006
0,83
0
5
0
0
10002
528
-1
Stof
4
87991
436052
0,83
0
5
0
0
10002
528
-1
Stof
5
87992
436127
0,83
0
5
0
0
10002
528
-1
Stof
6
87936
436170
0,83
0
5
0
0
10002
528
-1
Stof
CTR-file OPS *-----------------------directory layer---------------------------------* DATADIR C:\Applics\OPS-Pro_2023\Data\ *-----------------------identification layer----------------------------* PROJECT Uden_Rotterdam_TNO1987 RUNID Uden_Rotterdam_TNO1987 YEAR 2024 *-----------------------substance layer---------------------------------* COMPCODE 0 COMPNAME Stof MOLWEIGHT 150 PHASE 0 LOSS 1 DDSPECTYPE DDPARVALUE WDSPECTYPE WDPARVALUE DIFFCOEFF WASHOUT CONVRATE LDCONVRATE *-----------------------emission layer----------------------------------* EMFILE C:\Applics\OPS-Pro_2023\Emission\Uden_groot_TNO1987.brn USDVEFILE USPSDFILE C:\Applics\OPS-Pro_2023\Particles\Particle_distribution.psd EMCORFAC 1.0 TARGETGROUP 0 COUNTRY 0 ROADS *-----------------------receptor layer----------------------------------* RECEPTYPE 2 XCENTER YCENTER NCOLS NROWS 9 oktober 2024
BJ8672-IB-RP-241009-1538
A1
RESO OUTER RCPFILE C:\Applics\OPS-Pro_2023\Data\Receptor\Uden_Grid2.rcp *-----------------------meteo & surface char layer----------------------* ROUGHNESS 0.0 Z0FILE C:\Applics\OPS-Pro_2023\Data\z0_jr_250_lgn7.ops LUFILE METEOTYPE 0 MTFILE C:\Applics\OPS-Pro_2023\Meteo\m005114c.* *-----------------------output layer------------------------------------* DEPUNIT 4 PLTFILE C:\Applics\OPS-Pro_2023\Output\Uden_Rotterdam_TNO1987.tab PRNFILE C:\Applics\OPS-Pro_2023\Output\Uden_Rotterdam_TNO1987.lpt INCLUDE 0 GUIMADE 1 OPS LPT-file Project : Uden_Rotterdam_TNO1987 Substance: Stof Date/time: 09-10-2024; 11:53:53 =============== OPS-version: W-5.1.1.0 18 jan 2023 ===============
Summary statistics for Stof Stof considered as aerosol ------------------------------------------------------------------------------average Stof concentration eff. chem. conv. rate
:
: 0.189E+02ug/m3 0.000 %/h
average dry deposition effective dry deposition velocity
: 0.187E+03 kg/ha/y : 3.134 cm/s
average wet deposition effective wet deposition rate annual precipitation amount
: 0.383E+01 kg/ha/y : 8.987 %/h : 807 mm
average deposition : 0.190E+03 kg/ha/y -------------------------------------------------------------------------------
9 oktober 2024
BJ8672-IB-RP-241009-1538
A2
Project : Uden_Rotterdam_TNO1987 Substance: Stof Date/time: 09-10-2024; 11:53:53 =============== OPS-version: W-5.1.1.0 18 jan 2023 ===============
No argument options used for this run. --------------------------------------
Meteorological statistics used: ------------------------------climatological area : The Netherlands (interpolated meteo) type of statistics : normal statistics climatological period: 050101 - 150101 long term period
Surface roughness (z0) data used: --------------------------------Regionally differentiated z0 values determined by OPS
Files used by OPS: -----------------Control parameter file : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Output\Uden_Rotterdam_TNO1987.ctr Emission data file : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Emission\Uden_groot_TNO1987.brn Diurnal variation file(s) - pre-defined : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Data\dvepre.ops Part. size distr. file(s) - pre-defined : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Data\pmdpre.ops - user defined : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Particles\Particle_distribution.psd Receptor data file : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Data\Receptor\Uden_Grid2.rcp Climatological data files : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Meteo\m005114c.001...006 Surface roughness file : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Data\z0_jr_250_lgn7.ops
Files produced by OPS: ---------------------Plotter output file : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Output\Uden_Rotterdam_TNO1987.tab Printer output file (this file): C:\Applics\OPS-Pro_2023\Output\Uden_Rotterdam_TNO1987.lpt
9 oktober 2024
BJ8672-IB-RP-241009-1538
A3
Project : Uden_Rotterdam_TNO1987 Substance: Stof Date/time: 09-10-2024; 11:53:53 =============== OPS-version: W-5.1.1.0 18 jan 2023 ===============
Emission source data: --------------------Applied correction factor: 1.0000
ssn x(m) y(m) q (g/s) hc(MW) h(m) d(m) s(m) tb dgr cat area subst. --- ------- ------- --------- ------ ----- ------ ----- --- ------ --- ---- -------1 88122 435848 0.830E+00 0.000 5.0 0. 0.0 1 -1 2 528 Stof 2 88060 435919 0.830E+00 0.000 5.0 0. 0.0 1 -1 2 528 Stof 3 88044 436006 0.830E+00 0.000 5.0 0. 0.0 1 -1 2 528 Stof 4 87991 436052 0.830E+00 0.000 5.0 0. 0.0 1 -1 2 528 Stof 5 87992 436127 0.830E+00 0.000 5.0 0. 0.0 1 -1 2 528 Stof 6 87936 436170 0.830E+00 0.000 5.0 0. 0.0 1 -1 2 528 Stof
9 oktober 2024
BJ8672-IB-RP-241009-1538
A4
A1.2
Rekenmethode 2: Methode NTA8029
Broninvoer OPS snr
x(m)
y(m)
q(g/s)
hc(MW)
h(m)
r(m)
s(m)
dv cat
area
ps
component
1
88122
435848
0,59
0
5
0
0
10002
528
-2
Stof
2
88060
435919
0,59
0
5
0
0
10002
528
-2
Stof
3
88044
436006
0,59
0
5
0
0
10002
528
-2
Stof
4
87991
436052
0,59
0
5
0
0
10002
528
-2
Stof
5
87992
436127
0,59
0
5
0
0
10002
528
-2
Stof
6
87936
436170
0,59
0
5
0
0
10002
528
-2
Stof
CTR-file OPS *-----------------------directory layer---------------------------------* DATADIR C:\Applics\OPS-Pro_2023\Data\ *-----------------------identification layer----------------------------* PROJECT Uden_Rotterdam_NTA8029 RUNID Uden_Rotterdam_NTA8029 YEAR 2024 *-----------------------substance layer---------------------------------* COMPCODE 0 COMPNAME Stof MOLWEIGHT 150 PHASE 0 LOSS 1 DDSPECTYPE DDPARVALUE WDSPECTYPE WDPARVALUE DIFFCOEFF WASHOUT CONVRATE LDCONVRATE *-----------------------emission layer----------------------------------* EMFILE C:\Applics\OPS-Pro_2023\Emission\Uden_groot_NTA8029.brn USDVEFILE USPSDFILE C:\Applics\OPS-Pro_2023\Particles\Particle_distribution.psd EMCORFAC 1.0 TARGETGROUP 0 COUNTRY 0 ROADS *-----------------------receptor layer----------------------------------* RECEPTYPE 2 XCENTER YCENTER NCOLS NROWS RESO OUTER RCPFILE C:\Applics\OPS-Pro_2023\Data\Receptor\Uden_Grid2.rcp 9 oktober 2024
BJ8672-IB-RP-241009-1538
A5
*-----------------------meteo & surface char layer----------------------* ROUGHNESS 0.0 Z0FILE C:\Applics\OPS-Pro_2023\Data\z0_jr_250_lgn7.ops LUFILE METEOTYPE 0 MTFILE C:\Applics\OPS-Pro_2023\Meteo\m005114c.* *-----------------------output layer------------------------------------* DEPUNIT 4 PLTFILE C:\Applics\OPS-Pro_2023\Output\Uden_Rotterdam_NTA8029.tab PRNFILE C:\Applics\OPS-Pro_2023\Output\Uden_Rotterdam_NTA8029.lpt INCLUDE 0 GUIMADE 1 OPS LPT-file Project : Uden_Rotterdam_NTA8029 Substance: Stof Date/time: 09-10-2024; 11:54:27 =============== OPS-version: W-5.1.1.0 18 jan 2023 ===============
Summary statistics for Stof Stof considered as aerosol ------------------------------------------------------------------------------average Stof concentration eff. chem. conv. rate
:
: 0.127E+02ug/m3 0.000 %/h
average dry deposition effective dry deposition velocity
: 0.102E+03 kg/ha/y : 2.532 cm/s
average wet deposition effective wet deposition rate annual precipitation amount
: 0.207E+01 kg/ha/y : 7.115 %/h : 807 mm
average deposition : 0.104E+03 kg/ha/y -------------------------------------------------------------------------------
9 oktober 2024
BJ8672-IB-RP-241009-1538
A6
Project : Uden_Rotterdam_NTA8029 Substance: Stof Date/time: 09-10-2024; 11:54:27 =============== OPS-version: W-5.1.1.0 18 jan 2023 ===============
No argument options used for this run. --------------------------------------
Meteorological statistics used: ------------------------------climatological area : The Netherlands (interpolated meteo) type of statistics : normal statistics climatological period: 050101 - 150101 long term period
Surface roughness (z0) data used: --------------------------------Regionally differentiated z0 values determined by OPS
Files used by OPS: -----------------Control parameter file : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Output\Uden_Rotterdam_NTA8029.ctr Emission data file : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Emission\Uden_groot_NTA8029.brn Diurnal variation file(s) - pre-defined : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Data\dvepre.ops Part. size distr. file(s) - pre-defined : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Data\pmdpre.ops - user defined : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Particles\Particle_distribution.psd Receptor data file : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Data\Receptor\Uden_Grid2.rcp Climatological data files : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Meteo\m005114c.001...006 Surface roughness file : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Data\z0_jr_250_lgn7.ops
Files produced by OPS: ---------------------Plotter output file : C:\Applics\OPS-Pro_2023\Output\Uden_Rotterdam_NTA8029.tab Printer output file (this file): C:\Applics\OPS-Pro_2023\Output\Uden_Rotterdam_NTA8029.lpt
9 oktober 2024
BJ8672-IB-RP-241009-1538
A7
Project : Uden_Rotterdam_NTA8029 Substance: Stof Date/time: 09-10-2024; 11:54:27 =============== OPS-version: W-5.1.1.0 18 jan 2023 ===============
Emission source data: --------------------Applied correction factor: 1.0000
ssn x(m) y(m) q (g/s) hc(MW) h(m) d(m) s(m) tb dgr cat area subst. --- ------- ------- --------- ------ ----- ------ ----- --- ------ --- ---- -------1 88122 435848 0.590E+00 0.000 5.0 0. 0.0 1 -2 2 528 Stof 2 88060 435919 0.590E+00 0.000 5.0 0. 0.0 1 -2 2 528 Stof 3 88044 436006 0.590E+00 0.000 5.0 0. 0.0 1 -2 2 528 Stof 4 87991 436052 0.590E+00 0.000 5.0 0. 0.0 1 -2 2 528 Stof 5 87992 436127 0.590E+00 0.000 5.0 0. 0.0 1 -2 2 528 Stof 6 87936 436170 0.590E+00 0.000 5.0 0. 0.0 1 -2 2 528 Stof
9 oktober 2024
BJ8672-IB-RP-241009-1538
A8
Appendix 2 Vaststellen rendementen maatregelen vergunning Vaststellen van de stofemissiereductierendementen op basis van de vergunningvoorschriften bij BSR van Uden
Toepassen van reductiefactoren bij maatregelen in de vergunning van BSR van Uden Op de volgende pagina staat de beoordeling van maatregelen en welk reductiepotentieel deze maatregelen hebben op de ongereinigde stofemissie. Deze reductiefactor is als volgt vastgesteld: 1. Een overzicht met voorschriften stofemissiereductie in de vergunning van BSR van Uden (opgave DCMR). 2. Per maatregel is beoordeeld of deze van toepassing is op basis van de stofemissie rekenmethode. Daarnaast is het reductiepotentieel berekend door het product te nemen van: a. Rendement (%) – haalbare stofemissiereductie door het toepassen van de maatregel b. Aandeel van doorzet (%) – is het aandeel van de doorzet of stofemissie waarop de maatregel van toepassing is. Het overdekken van opslaglocaties heeft bijvoorbeeld geen invloed op de emissie tijdens het verladen van producten met een grijper. 3. De reductiefactoren per maatregel zijn opgeteld om tot de totale reductiefactor te komen die wordt behaald door het toepassen van de maatregelen in vergunning van BSR van Uden.
9 oktober 2024
BJ8672-IB-RP-241009-1538
A10
Voorschrift
Toelichting
Toepasbaarheid en toepassing van BSR van Uden
9.1.1
Niet inerte goederen worden zodanig geladen, gelost, overgeslagen en getransporteerd dat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat stofverspreiding optreedt.
Algemeen toepasbaar intentievoorschrift; geen concrete winst omdat het geen specifieke maatregel betreft. Op de TNO methode is 5% rendement op alle emissie gerekend, omdat emissiebeperking in 1987 in de kinderschoenen stond.
0%
100%
0%
5%
100%
5%
9.1.2
Het tegengaan van stofverspreiding van opgeslagen goederen in de buitenlucht moet plaatsvinden door:
Toepassen van windreductieschermen
Toegepast bij de openluchtopslag van ijzerbrokken. Deze reductie is daarom toegepast op de emissies van Verwaaiing in de NTA methode. Deze is eveneens gelijk gehouden voor de TNO methode is deze maatregel aangehouden als 20% open opslag * 33% emissie door opslag van het totaal.
30%
0,95%
0%
30%
6,60%
2%
Oppervlakte van opslagdepots vochtig houden met water
Niet toepasbaar op metalen en ook niet toepasbaar op andere buitenluchtopslagplaatsen.
9.1.2.c
Oppervlakte van opslagdepots verdichten/solidificeren
Is toegepast bij stuifgevoelige producten: Deze reductie. Voor de NTA methode zijn deze opslagen niet meegerekend. Voor de TNO methode is ervanuitgegaan dat 33%*20% (van open opslag) van de emissies hier baat bij hebben omdat de emissiekentallen in die methode uitgaan van verlading en opslag. Hier is 33% gekozen omdat de emissie van TNO is verdeeld als 1/3e emissie door inkomende verlading, 1/3e emissie door opslag, 1/3e emissie door uitgaande verlading.
95%
0%
0%
95%
6,6%
6%
9.1.2.d
Korstvormende middelen toe te passen
Op het moment van locatiebezoek is deze situatie niet van toepassing bij BSR van Uden.
95%
0%
0%
95%
0%
0%
9.1.2.a 9.1.2.b
9 oktober 2024
NTA - methode Rendement Aandeel van (%) doorzet (%)
-
-
TNO - methode Reductie op Rendement Aandeel van totaalstofemissie (%) (%) doorzet (%)
-
-
-
BJ8672-IB-RP-241009-1538
Reductie op totaalstofemissie (%)
-
A11
Voorschrift
9.1.2.e
9.1.3
9.1.4 9.1.5
9.1.6
9 oktober 2024
Toelichting
Toepasbaarheid en toepassing van BSR van Uden
NTA - methode Rendement Aandeel van (%) doorzet (%)
TNO - methode Reductie op Rendement Aandeel van totaalstofemissie (%) (%) doorzet (%)
Reductie op totaalstofemissie (%)
Zoveel mogelijk op één hoop gooien i.p.v. meerdere hopen
Deze maatregel heeft een onbekend rendement en lijkt zeer beperkt van toepassing voor BSR van Uden, omdat het bedrijf producten altijd opslaat in een loods, een omheining of een overdekte locatie.
-
-
-
-
-
-
Handelingen met stoffen die leiden tot een visueel waarneembare stofverspreiding mogen niet worden uitgevoerd.
Rendement van deze maatregel is onduidelijk. Naar inschatting is dit eerder een indicatie van onjuist handelen van het bedrijf. Hiervoor zijn geen percentages berekend omdat we concrete maatregelen meenemen die stofemissie daadwerkelijke reduceren.
-
-
-
-
-
-
Bij losse buitenopslag mogen de grondstoffen, hulpstoffen en afvalstoffen niet door verschuiving, verwaaiing of anderszins buiten het terrein van de inrichting terecht komen. Gemorste stoffen moeten onmiddellijk na beëindiging van het verladen worden verwijderd.
Deze maatregel heeft een onbekend rendement en is alleen van toepassing op opslagplaatsen in de buitenlucht. Die plaatsen worden gebruikt voor grote metaalbrokken die niet door verwaaiing van het terrein afraken. Deze maatregel heeft naar inschatting een reductiepotentieel van 3% op alle emissies.
-
-
-
-
-
-
Stofemissies ten gevolge van het overslaan van stuifgevoelige stoffen moeten worden voorkomen door de storthoogte te beperken tot minder dan één meter.
Op navraag past BSR van Uden deze maatregel toe. Rendement is aangenomen als 5%. Aangenomen is dat het rendement van toepassing is op alleen de manipulatie van producten (dat is ca. 99% van de emissie bij NTAmethode en 66% bij de TNO-methode)
3%
100%
3%
3%
100%
3%
5%
99%
5%
5%
66%
3%
BJ8672-IB-RP-241009-1538
A12
Voorschrift
9.1.7
9.1.8
9.1.9
9 oktober 2024
Toelichting
Toepasbaarheid en toepassing van BSR van Uden
Activiteiten met stuifgevoelige stoffen met de stuifklasse S1 en S2 mogen niet plaatsvinden bij een windsnelheid van meer dan 8 m/s
Deze maatregel realiseert een emissiereductie in lijn met een windscherm (ca. 30%) want de verlading vind dan gewoon op een ander moment plaats. Uitgaande dat dit 10% van de tijd (zie emis.vito) plaatsvind voor 60,1% (aandeel S1 en S2 emissie) van de emissie NTA methode levert dat. Voor de TNO methode is het aandeel van 81,7% (aandeel S1 en S2) in de emissie.
30%
6%
1,8%
30%
4%
1,2%
Activiteiten met stuifgevoelige stoffen met de stuifklasse S3 mogen niet plaatsvinden bij een windsnelheid van meer dan 14 m/s
Deze maatregel realiseert een emissiereductie in lijn met een windscherm (ca. 30%) want de verlading vind dan gewoon op een ander moment plaats. Uitgaande dat dit 1% van de tijd (zie emis.vito) plaatsvind voor 24,5% (aandeel S3 emissie) van de emissie NTA methode levert dat. Voor de TNO methode is het aandeel van 16,3% (aandeel S3 emissie) in de emissie.
30%
0%
0%
30%
0%
0,0%
Activiteiten met stuifgevoelige stoffen met de stuifklasse S4 en S5 mogen niet plaatsvinden bij een windsnelheid van meer dan 20 m/s
Deze maatregel realiseert een emissiereductie in lijn met een windscherm (ca. 30%) want de verlading vind dan gewoon op een ander moment plaats. Uitgaande dat dit 0,25% van de tijd (zie emis.vito) plaatsvind voor 15,4% (aandeel S4 en S5 emissie) van de emissie NTA methode levert dat. Voor de TNO methode is het aandeel van 1% (aandeel S4 en S5) in de emissie
30%
0%
0%
30%
0%
0,0%
NTA - methode Rendement Aandeel van (%) doorzet (%)
TNO - methode Reductie op Rendement Aandeel van totaalstofemissie (%) (%) doorzet (%)
BJ8672-IB-RP-241009-1538
Reductie op totaalstofemissie (%)
A13
Voorschrift
Toelichting
9.1.10
Het opslaan en mengen van stuifgevoelige stoffen behorend tot stuifklassen S1 of S3 vindt plaats in gesloten ruimtes.
9.1.11
Ten behoeve van het vullen van de silo’s moet gebruik gemaakt worden van (gesloten) transportbanden.
Toepasbaarheid en toepassing van BSR van Uden
Voor de NTA methode is hier geen reductiepotentieel toepasbaar: Er is alleen gerekend met open opslag. Daarmee zijn overdekte opslagruimten aangenomen als emissieloos. Voor de TNO methode is gerekend met 80% inpandige of overdekte opslag en van toepassing op 33% van de emissies. Deze emissie is van toepassing op het op en overslaan van circa 16% van de manipulatieemissies. In geval van de TNO methode betreft dit circa 36% van de emissies omdat hier een sterke ophoogfactor wordt gebruikt voor indirecte verlading met transportbanden.
NTA - methode Rendement Aandeel van (%) doorzet (%)
TNO - methode Reductie op Rendement Aandeel van totaalstofemissie (%) (%) doorzet (%)
-
-
-
90%
16%
14,3%
99%
26,40%
26,1%
90%
23,76%
21,4%
Reductiefactor NTA 8029 methode Totale emissiereductiepercentage door maatregelen in de vergunning
9 oktober 2024
Reductie op totaalstofemissie (%)
Reductiefactor TNO-methode
24,4%
BJ8672-IB-RP-241009-1538
68,3%
A14