[24bb006922] Inspreekbijdrage B. Oudenaarden tbv MHEK 091024
Tekst van het document
Inspreekbijdrage – Energie van Rotterdam commissie MHEK 09-10-2024 Christel: Beste commissieleden, Dank dat wij vanavond mogen inspreken. Als actievelingen in de energiecooperaties in Rotterdam willen we uw raadscommissie graag onze overwegingen voorleggen die wij hebben bij de uitvoeringslijn Lokaal eigendom. Energie van Rotterdam is de koepelorganisatie van de Rotterdamse energie coöperaties. Van Hoek van Holland tot Rotterdam Alexander; in bijna alle gebieden van Rotterdam zijn nu lokale energie coöperaties actief. Wij vertegenwoordigen hier aan tafel dan ook 7 Rotterdamse coöperaties met 900 leden. In de regio zijn we deel van een samenwerkingsverband met 17 coöperaties van Voorne-Putte tot Krimpen. Ons doel is om de energietransitie dichterbij Rotterdammers te brengen. Dat doen we, onder andere, door lokaal, in de wijken, duurzame energie op te wekken op collectieve zonnedaken. Daarvan hebben we er nu 16 in onze stad. Samen wekken die daken jaarlijks voldoende energie op voor zo'n 560 Rotterdamse huishoudens en besparen we er jaarlijks bijna 600 ton CO2 mee. De leden van de energie coöperaties, – allemaal vrijwilligers – helpen met het verder bouwen aan hun coöperaties, het zoeken naar nieuwe daken, het vinden van nieuwe leden die mee willen investeren, en het herinvesteren van de winsten uit de daken in de wijk, via een wijkfonds.
Ons doel is dus ook dat iedere Rotterdammer op deze manier mee kan doen met de energietransitie en er profijt van heeft. Bas: Zoals gezegd, hebben we de afgelopen jaren als energie coöperaties in Rotterdam 16 daken succesvol met zonnepanelen belegd. Zo hebben we deze zomer met Zon op Zuid, waar ik voorzitter van ben, in totaal 1032 zonnepanelen op het Olympia College en het Gemeentekantoor aan de Zuiderparkweg geïnstalleerd. Landelijk zijn we met al meer dan 700 coöperaties. Onze grote voorbeelden zijn Deltawind en Betuwewind: coöperaties met veel grote windmolen projecten. Hun winst gaat naar hun eigen duurzame fonds, waarmee zij lokale duurzame, groene en sociale projecten financieren. Op die manier rendeert de lokale energietransitie dubbel: geld uit lokale energieprojecten gaat direct terug naar de lokale gemeenschappen die daarmee nieuwe initiatieven kunnen starten. Het gaat ons om die dubbele baat: De winst die terug de gemeenschap in vloeit. Deze uitvoeringslijn biedt onze stad diezelfde kans: geld van Rotterdammers gaat direct terug naar onze lokale gemeenschappen. Omdat in deze uitvoeringslijn gestreefd wordt naar 50% lokaal eigendom, vervullen energiecoöperaties daarin een sleutelrol. In onze coöperaties is het eigenaarschap en de zeggenschap over de duurzame energie goed geregeld.
Wij zorgen er zo voor dat het eigendom en de baten daaruit bij de Rotterdammer blijven. We zijn dan ook best heel positief over deze uitvoeringslijn. Maar we willen hier vanavond nog wel twee punten ter tafel brengen die ons zorgen baren. 1. Het eerste punt gaat over de vraag wat lokaal eigendom precies is. Deze uitvoeringslijn lijkt te zijn geschreven met een focus op de lasten van energieprojecten voor omwonenden op te vangen, waarna de conclusie getrokken lijkt te worden dat als er geen direct omwonenden zijn, de uitvoeringslijn niet toegepast hoeft te worden. Wat gebeurt er in de situatie dat er midden in het havengebied een zonnepark of windmolen komt? Wij hopen van harte dat er dan in een groter gebied gezocht wordt naar Rotterdammers die willen mee investeren in dit project. Als dat niet het geval is, en het project komt volledig in eigendom van een marktpartij, dan verdwijnt ook de winst uit de stad.
1
En hoe gaat deze uitvoeringslijn om met grote – tussen aanhalingstekens – (Rotterdamse) bedrijven, wordt dat ook gezien als lokaal eigendom? Hierin zien we als energiecoöperaties namelijk een groot risico, want juist via de Rotterdamse energiecoöperaties, komt de winst van deze projecten terug bij de Rotterdammer. Als we grote bedrijven zoals Shell als lokaal beschouwen, vloeien de winsten van duurzame energie opgewekt op Rotterdams grondgebied, alsnog weg. Christel: 2. Onze tweede zorg over deze uitvoeringslijn heeft betrekking op de monitoring. We zien in deze uitvoeringslijn nu geen mogelijkheid voor uw raad om te monitoren of en waar er eventueel afgeweken wordt van de uitvoeringslijn. Daarbij is ook de vraag wát er gebeurt als er wordt afgeweken van de uitvoeringslijn: wie beslist dat een afwijking mag plaatsvinden en of de onderbouwing hout snijdt? Dit alles om te voorkomen dat een commerciële ontwikkelaar zegt “ik heb mijn best gedaan maar het is niet gelukt” terwijl dat door de lokale omgeving – die misschien net even tijd nodig had om zich te organiseren – heel anders wordt ervaren. Wij voorzien een belangrijke rol van uw raad in de besluitvorming over duurzame opwekprojecten die van deze uitvoeringslijn afwijken.
Bedankt voor uw aandacht. We beantwoorden natuurlijk graag uw vragen.
2