[24bb006893] Inspreekbijdrage M. Moors tbv ZWCS 021024
Tekst van het document
Inspreekbijdrage Cultuurplan 2025-2028 Natuurhistorisch Museum Rotterdam Door Meike Moors, Directeur a.i. Woensdag 2 oktober 2024
Beste raadsleden, beste aanwezigen, Het Natuurhistorisch is al bijna 100 jaar een vaste waarde in de stad. Het geeft invulling aan de groene tak van het Rotterdamse culturele ecosysteem en draagt al bijna een eeuw bij aan de culturele infrastructuur. Ik zou bijna willen zeggen als dat geen culturele basis is? Aan die eeuw hopen we nog minstens een nieuwe eeuw vast te plakken. Daarom maak ik van de gelegenheid gebruik om in te spreken. Een natuurhistorisch museum als de onze, verbindt cultuur, natuur, wetenschap en kunst. We brengen de natuur en zijn betekenis, van lang geleden en van vandaag ook voor de toekomst in beeld. We dragen actief bij aan het kwalitatief beheer en behoud ervan. Met een groot team van vrijwilligers, een conservator en ecologen -die laatste kent u wellicht als Bureau stadsnatuur- en een beperkt aantal andere museum functies. We delen natuurkennis met iedereen die dat wil. Inclusief en toegankelijk. Binnen en buiten de muren van het museum, met bezoekers, in de wijken, met natuurliefhebbers, schoolgroepen, studenten, ondernemers, gemeenten, ons Rotterdamse havenbedrijf, wetenschappers, verzamelaars, kunstenaars enzovoorts. We betrekken Rotterdammers bij vraagstukken rondom natuur in hun eigen stad, biodiversiteitsherstel en klimaatverandering. We werken in deze diverse stad samen met veel partijen, dwars door alle beleidsvelden heen.
Hoe diverser, hoe beter want dat zorgt voor veerkracht, zo leert de natuur ons. We dragen actief bij aan de stedelijke agenda. Bijvoorbeeld via de tentoonstelling Nationaal Park Rotterdam die partijen en inwoners als één beweging verbindt. Dat wordt ook internationaal opgepikt. Ons museum draagt met de collectie zorg voor het natuurgeheugen van de stad en stadsregio. We zien de collectie terug in talloze wetenschappelijke publicaties en het vertelt het verhaal van de plek waarop deze stad én de haven zijn verrezen. Unieke collectiestukken uit de eeuwenoude Rotterdamse omgeving. Maasvlakte 2 kennen we van de bedrijvige haven maar behoort tot de internationale top als het gaat om de vindplaats van bijvoorbeeld ijstijdfossielen. De tapirkies van Maasvlakte 2, vertelt ons dat deze soort zo’n 2 miljoen jaar geleden hier leefde net als sabeltandtijgers, hyena’s en 18 meter lange baleinwalvissen. De collectie omvat ook soorten uit een recenter verleden, die nu uit de stad verdwenen zoals de wielewaal en kuifleeuwerik, en vele vlinders en bijen die we nu niet meer zien. En natuurlijk de nieuwe stadsbewoners: de eerste slechtvalk, vos of boommarter. Of het verdwenen authentiek akkermunt of ongewenste nieuwkomer Japanse duizendknoop in ons stadsherbarium.
Onderzoek op onze collectie biedt ook zicht op voorwaarden voor een leefbare stad in de toekomst, hoe overleven soorten het beste en kunnen mensen bijdragen.
Kortom, dit museum doet misschien meer dan u zich realiseerde. Meermalen is ons op het hart gedrukt daarover niet bescheiden te zijn. Daarom zeg ik het u. Ons museum is voor de stad van grote waarde. We worden alom gewaardeerd, zijn groot in bereik, dragen veel bij en zijn bescheiden van opzet, organisatie en financiële basis. Dat laatste is kwetsbaar. En daarom sta ik hier. Dit museum heeft, net als een diersoort die zich aanpast, al vele creatieve wegen bewandeld, is zuinig omgesprongen met z’n reserves en heeft cultureel ondernemerschap getoond. We halen op eigen kracht maar liefst 60% van onze inkomsten binnen. Wij zijn geen museum dat gewend om extra bijdragen te vragen, we hebben veel zelf opgelost maar het vet is van de botten. Ons zelf oplossend vermogen heeft zijn grenzen bereikt. Beste raadsleden, musea van onze omvang zijn de afgelopen jaren extra geraakt. U hoeft de onlangs gepubliceerde museumcijfers 2023 er maar op na te slaan. Ook bij ons blijven de kosten fors stijgen, we hebben omwille van de financiële situatie in 2023 ingegrepen, de kosten sterk teruggebracht en meerdere mensen moeten laten gaan. Dat zet de organisatie onder hoge druk. We vroegen daarom om een substantiële verhoging van ons subsidiebedrag van 450.000 euro zodat we zelf ook de inkomstenkant kunnen verhogen.
Dat geeft de organisatie weer enige veerkracht én maakt dat we programma’s van, voor en met Rotterdammers kunnen ontwikkelen. Dat er keuze gemaakt moeten worden begrijpen we. Het commissie advies om onze subsidie deels te verhogen met € 100.000 voor versterking van de organisatie voelt als een steun in de rug, net als het bijbehorende collegebesluit ondanks de afroming. Het geadviseerde bedrag is echter niet voldoende voor de versterking waar de commissie op doelt. Hiermee kunnen we hoofdzakelijk de salarissen in lijn brengen met de huidige cao en de prijsstijgingen waarin het subsidieaccres maar beperkt voorziet het hoofd te bieden. De druk blijft hoog, de mogelijkheden zeer beperkt en we moeten opnieuw de organisatie afschalen. Ik wil u dat graag duidelijk maken. En ik permitteer me om het heel concreet te maken. In 2023 ontvingen we 250.000 euro incidentele noodsteun, daarmee konden we een deel van de problemen oplossen. Maar de gestegen kosten zijn structureel. En het is niet toevallig dat dit ook het bedrag is waarmee we echt geholpen zouden zijn. Het is een investering waarmee we het grote team van collectie vrijwilligers beter organiseren en onze kleine organisatie versterken qua marketing en fondsenwerving. Een investering die rendeert, waardoor we ook zelf extra inkomsten kunnen verwerven.
Beste raadsleden, we vragen de gemeente om een extra investering van 150.000 euro, bovenop het op dit moment toegekende subsidiebedrag in overweging te nemen, met de stellige overtuiging dat dit zich dubbel en dwars zal uitbetalen in een grote waarde voor een de stad en de inwoners.