[24bb006238] Wethoudersbrief Lansink - Bastemeijer over MRDH- 10 jaars evaluatie
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam
Bestuurs- en Concernondersteuning Handhaving, Buitenruimte, Mobiliteit Pascal Lansink-Bastemeijer Website: www.rotterdam.nl Van: Clasien Leijten (BCO), Marc Stanescu, Robert van der Poel (SO) E-mail: bbo@rotterdam.nl
Retouradres: Postbus 70012, 3000 KP ROTTERDAM
Per email verzonden
Commissie MHEK Postbus 70012 3000 KP ROTTERDAM
Onderwerp: MRDH - 10 jrs evaluatie Datum: 16 september 2024
ontvangen bij de griffie op 200924
Geachte commissieleden, In november 2023 is de 10-jaars evaluatie van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (Gr MRDH) gestart met een fact based onderzoek door Berenschot (fase 1). De uitkomsten vormen de basis voor het gesprek over de doorontwikkeling van de samenwerking (fase 2). Op 5 juli 2024 heeft uw raad de uitkomsten van het fact based onderzoek door Berenschot (fase 1) ontvangen (24bb005003). Het algemeen bestuur van de MRDH heeft op 13 september (met een positief advies van de MRDH adviescommissies) ingestemd met het vervolgproces voor fase 2: de MRDH organiseert drie identieke regionale oplopen voor wethouders, burgemeesters en raadsleden op 30 september (Zoetermeer), 2 oktober (Delft) en 10 oktober (Vlaardingen). Aanvang om 18.00 u., vanaf 17.00 u. inloop met broodje. U bent uitgenodigd bij één van deze oplopen. de MRDH biedt aan om een 'verdiepend' evaluatiegesprek te organiseren met individuele gemeenten medio oktober. de uitkomsten van fase 1 en fase 2 worden verwerkt in een voorstel voor de doorontwikkeling van de MRDH samenwerking, dat eind 2024 in een zienswijzeprocedure aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten wordt voorgelegd. We stellen voor om als raad en college - zoveel als mogelijk- samen op te trekken en met afgestemde Rotterdamse inbreng aanwezig te zijn bij de komende regionale oplopen.
Hiermee wordt de Rotterdamse inbreng effectief over het voetlicht gebracht. Op verzoek van uw raadsleden in de MRDH adviescommissies volgt hieronder een korte toelichting op de belangrijkste onderzoeksuitkomsten van Berenschot met daarbij een voorstel voor de (hoofdlijnen)inbreng. De voorgestelde inbreng is in lijn met eerdere besluitvorming van uw raad met betrekking tot de zienswijzen over de beleidsarme aanpassing van de Gr MRDH (23bb007193) en de
aanbevelingen van het Reken kamerrapport 'Bijdragen aan de regionale economie (22bb007994). Hoofdconclusie Berenschot
De hoofdconclusie van Berenschot is dat de samenwerking in de MRDH bestaanswaarde en meerwaarde heeft, zowel op Verkeer en Vervoer als op Economische vestigingsklimaat. Opmerking hierbij is dat niet alle doelstellingen zoals die bij de start in 2014 zijn geformuleerd, om uiteenlopende redenen niet zijn gehaald. Ook de coronacrisis heeft veel impact gehad op de haalbaarheid van de doelstellingen. Verkeer en Vervoer
Berenschot constateert dat er veel is gepresteerd in een woelige context (o.a. de coronacrisis). Door goede samenwerking zijn grote investeringen binnengehaald. De MRDH samenwerking wordt gezien als waardevol en wordt gewaardeerd. Niet alle ambities zijn gerealiseerd. Gebleken is dat alle ambities samen niet goed aansluiten bij de beschikbare investeringsmiddelen en de beperkte ambtelijke capaciteit. Met de nieuwe strategische agenda en de op te stellen mobiliteitsvisie wordt een goede volgende stap gezet om te komen tot meer focus. Voorstel gezamenlijke inbreng: ►
Beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar OV is van vitaal belang voor de inwoners van de stad en de regio. Dit vraagt om intensivering van de lobby naar het Rijk voor verhoging van de Brede Doeluitkering (BDU).
►
De ambities voor de mobiliteit in de regio zijn groot. Dit vraagt om een duidelijke prioritering en focus. Met de strategische agenda is een goede, eerste stap gezet. Met de mobiliteitsvisie MRDH zal dit verder moeten worden uitgewerkt, met aandacht voor de diversiteit in de regio en de reeds ingezette ontwikkelingen in gemeenten.
►
Besluitvorming van de MRDH heeft een grote impact in het dagelijks leven van de inwoners in de regio. De huidige inspraak wordt als beperkt ervaren. Bij de mobiliteitsvisie wordt als pilot grootschalige participatie ingezet om inwoners en belanghebbenden te betrekken. Benut de ervaringen die hier worden opgedaan bijvoorbeeld ook om inwoners en belanghebbenden te betrekken bij de vervoersplanprocedure.
Economisch vestigingsklimaat
Berenschot constateert dat er herkenbare bijdragen geleverd aan de economische vernieuwing van de regio. Tegelijkertijd is de impact van de MRDH op het economisch vestigingsklimaat beperkt. Er is een onvoldoende, collectief gedeelde visie, de nadruk ligt op de uitvoering (bijdrageregeling). Belangrijke vraag is hoe er gestuurd kan worden op de gewenste bedrijvigheid. Er is behoefte aan een nieuwe economische visie waar een duidelijk profiel is uitgewerkt. Met daarbij voldoende aandacht voor de verschillende grote en urgente maatschappelijke opgaven voor de regio en de stad. Er zijn eerder al goede eerste stappen gezet. In de Strategische Agenda 2023- 2026 is meer focus aangebracht. Ook sluit de nieuwe bijdrageregeling beter aan bij de strategische doelstellingen. Voorstel gezamenlijke inbreng: r
op 3 juli 2024 heeft de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat besloten om een economische visie op te stellen. Van belang is dat de visie aansluit bij de andere strategische visies en gebiedsplannen, de havenvisie en de op te stellen mobiliteitsvisie. Kijk goed waar de toegevoegde waarde ligt vanuit de MRDH.
►
vanuit de aanpak van het Uitvoeringsprogramma's 2024 lopen diverse projecten en programma's die nu concrete resultaten opleveren. Dit vraagt aanzienlijke capaciteit. Om deze inzet op niveau te houden en tot goede uitvoering te komen, stellen we voor de capaciteit op de economische visie slim en gericht in te zetten. punt van aandacht is monitoring en verantwoording, zodat er meer planmatig gestuurd kan worden op resultaat en impact.
Democratische legitimiteit en participatie Berenschot stelt vast dat de samenwerking in formele zin sterk is gelegitimeerd (veel zienswijzen, instrumenten gemeenteraden enz). Er zijn goede stappen gezet door de MRDH. Tegelijkertijd wordt geconcludeerd dat de ervaren legitimiteit op onderdelen beperkt is. Een andere conclusie is dat participatie en het betrekken van andere partners punten van aandacht zijn. Berenschot -en eerder Rekenkamer Rotterdam (22bb007994)- geven de volgende overweging mee om de grip van de raad te vergroten binnen het huidige MRDH model: ►
Overwogen kan worden om de MRDH adviescommissies meer strategisch te betrekken met minder uitvoerende zaken op de agenda en meer ruimte om met elkaar van gedachten te wisselen.
►
Rekenkamer Den Haag heeft een vergelijking gemaakt van de positie van de raadsleden in de MRDH, de vervoersautoriteit Amsterdam (regioraad) en provincie Utrecht en geeft de Haagse raad onder andere de overweging mee om als raad zelf pro actief kaders mee te geven voor de inzet van de vertegenwoordigers in de MRDH (bijlage 2).
Met betrekking tot participatie constateert Berenschot het volgende: ►
de mogelijkheden binnen de MRDH voor inspraak en participatie van burgers en belangengroeperingen (inspraak bestuurlijke overleggen, vergaderingen die via videoverbinding te volgen zijn) worden beperkt benut. Gemeenten geven aan dat er te weinig ruimte is voor participatie binnen het besluitvormingsproces van de MRDH.
►
er is nog wel veel ruimte op regionaal niveau (MRDH) om partners directer te betrekken bij besluitvorming op het gebied van economie
Berenschot geeft hierbij aan dat samenwerken per definitie betekent dat je invloed deelt en beperkt invloed hebt op besluitvorming. Voorstel gezamenlijke inbreng: Versterking van de democratische legitimiteit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van college, raad en MRDH. Het is primair aan uw raad, met daarin de raadsleden in de MRDH adviescommissies, om een standpunt in te nemen over de gewenste doorontwikkeling van de MRDH adviescommissies. ►
Overwogen kan worden om MRDH te vragen om met -een delegatie van de- MRDH adviescommissies te verkennen hoe de adviescommissies meer strategisch in positie kunnen worden gebracht en dit uit te werken naar een voorstel voor de zienswijzeprocedure einde jaar. Hiervoor kunnen kaders worden meegegeven met betrekking tot bijvoorbeeld prioritering van voor de raden relevante dossiers, het
verminderen van vergaderdrukte en stukkenstroom en de gewenste regionale ondersteuning. ►
Met betrekking tot mogelijke verbeteringen in de werkwijze tussen college en raad, die we binnen Rotterdam zelf kunnen realiseren, stellen we het volgende voor: o
Het college stuurt al jaarlijks een brief per gemeenschappelijke regeling, met voor de raad relevante informatie. De jaarlijkse brief over de MRDH is bedoeld om - voorafgaand aan de begroting - het gesprek in de commissie te voeren en de raad meer kaderstellend te betrekken bij de inzet naar de MRDH. Het is goed om deze brief te betrekken bij de afweging om- in lijn van de overwegingen van de Haagse Rekenkamer- pro actieve kaders op te stellen.
o
We stellen voor om een MRDH klankbord te organiseren met de nieuwe burgemeester, de wethouders en uw raadsleden in de MRDH adviescommissies om de Rotterdamse prioriteiten voor 2025 te bepalen en werkafspraken te maken over onder andere ambtelijke ondersteuning van de raadsleden in de MRDH adviescommissies.
Participatie Met betrekking tot participatie van burgers en belangengroeperingen kan overwogen worden om de MRDH op te roepen om samen met de gemeenten een voorstel uit te werken over hoe regionale participatie -meer bindend- vorm kan krijgen. Hierbij kunnen kaders worden meegegeven voor de betrokkenheid van de MRDH adviescommissies en betere aansluiting van lokale en regionale besluitvorming. Tot slot We stellen met genoegen vast dat Berenschot positief kritisch heeft geoordeeld over de bereikte resultaten op het gebied van mobiliteit en economie. De ambities zijn groot, de ambtelijke capaciteit en de middelen zijn schaars. Samenvattend stellen we dan ook voor om in lijn van de voorgestelde inbreng bij de evaluatie te sturen op prioritering waarbij de focus gericht blijft op het effectief realiseren van de strategische agenda MRDH zoals die door de deelnemende gemeenten(raden) is vastgesteld. We hechten daarbij zeer aan goede betrokkenheid van de raad bij de regionale samenwerking en zien met vertrouwen uit naar de verdere samenwerking in de MRDH.
s'al Lansink-Bastem jjer Wethouder Handhaving, Buitenruimte, Mobiliteit mede namens, Robert Simons Haven, Economie, Horeca, Bestuur (wijken en kleine kernen) Bijlagen: 1.
Berenschot rapport
2. aanbiedingsbrief Rekenkamer Den Haag 'Vergelijking MRDH'