[24bb006015] Bijlage behorende bij 24bb006014 - Cluster Energie Strategie 2024
Tekst van het document
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE INDUSTRIECLUSTER ROTTERDAM-MOERDIJK
DERDE EDITIE, 2024
Management samenvatting Hoofdstuk 1-2
Hoofdstuk 4
Opbouw van nieuwe, duurzame waardeketens is cruciaal
Waterstof belangrijke drijfveer van verduurzaming en groeiende energievraag
Het behalen van de klimaatdoelen in 2030 en 2050 vergt één van de grootste transformaties van industrie en maatschappij in de Nederlandse geschiedenis. Daarbij staan niet alleen de klimaatdoelen op het spel, maar ook onze toekomstige welvaart en strategische onafhankelijkheid. Als grootste industriecluster van Nederland en energiehaven van Europa zet Rotterdam-Moerdijk hierbij in op het bouwen van duurzame waardeketens waarin we een strategisch voordeel hebben: waterstof, circulaire grondstoffen & brandstoffen en duurzaam transport. Hiervoor wordt door de industrie gewerkt aan meer dan 300 verduurzamingsprojecten in het cluster. Deze Cluster Energie Strategie (CES) geeft inzicht in de infrastructuur die nodig is voor deze transformatie.
Hoofdstuk 3 Goed beeld van de energievraag tot 2035 dankzij Data Safe House Deze derde editie van de CES is het resultaat van samenwerking tussen de havenbedrijven Rotterdam en Moerdijk, netbeheerders TenneT, Stedin, Enexis en Gasunie, de Provincies Zuid Holland en Noord Brabant, de gemeentes Rotterdam en Moerdijk en de meer dan 50 bedrijven die hebben meegewerkt aan de data studie. Hiervoor is via het Data Safe House en in persoonlijke gesprekken informatie opgehaald van meer dan 63 productielocaties. Deze vertegenwoordigen samen meer dan 95% van de huidige CO₂ uitstoot en energievraag in het cluster Rotterdam-Moerdijk.
Kijkend naar elektriciteit, aardgas en waterstof verdubbelt de totale energievraag grofweg tussen 2021 en 2035, waarbij met name de vraag naar elektriciteit zeer sterk toeneemt. Dit komt mede doordat energie die nu wordt aangevoerd in de vorm van kolen en olie, deels wordt vervangen door stroom uit wind op zee en waterstof: Circa drie kwart van de groeiende energiebehoefte is toe te schrijven aan de productie en het gebruik van waterstof. Een deel hiervan wordt geproduceerd uit hernieuwbare stroom en een deel zal uit aardgas worden gemaakt, in combinatie met de afvang en opslag van CO₂ (CCS).
Hoofdstuk 5 Elektriciteitsnetwerk blijft grootste knelpunt De infrastructuur voor methaan, waterstof, CO₂ en warmte is grotendeels toereikend voor de verwachte transportvolumes, mede dankzij omvangrijke projecten die gepland zijn voor de komende jaren. Op het elektriciteitsnetwerk in het cluster is op dit moment sprake van congestie en ondanks een groot aantal netverzwaringsprojecten worden ook de komende jaren op meerdere plekken knelpunten verwacht door de toenemende vraag naar elektriciteit. Dit vraagt om verdere versnelling en nieuwe oplossingen.
Het resultaat is een gedetailleerd beeld van vraag en aanbod voor elektriciteit, waterstof, methaan (aardgas en groen gas), CO₂ en warmte tussen 2021 en 2035. Tegelijk geven de bestaande projecten beperkt inzicht in ontwikkelingen op de lange termijn (2035-2050). Voor deze periode moet gebruik gemaakt worden van scenario’s om een inschatting te maken van de vraag.
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 2
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 8
Naast netverzwaring potentie voor verdere optimalisatie
Klimaatdoelen vragen om versnelling en verbetering investeringsklimaat Door congestie op het netwerk en een groeiend aantal andere knelpunten lopen verduurzamingsprojecten vertraging op en komen de klimaatdoelen voor 2030 in gevaar. Naast wachtlijsten voor een stroomaansluiting gaat het ook om uitdagingen op het gebied van vergunningen, stikstof, ruimte, stijgende kosten, trage marktontwikkeling en een gebrek aan personeel. Partijen zijn hierdoor terughoudend om lange-termijn investeringen te doen zonder voldoende perspectief op een business case. De transitie vraagt om meer snelheid en daadkracht om de klimaatdoelen te halen. Dat kan alleen gezamenlijk met een groene, weldoordachte industriepolitiek, bij voorkeur in Europees verband.
Voor deze CES is naast een infrastuctuuranalyse ook een uitgebreide cluster systeemanalyse uitgevoerd waarin verschillende scenario's zijn gemodelleerd. Hieruit blijkt dat er naast netverzwaring nog een aantal additionele manieren is om knelpunten op het elektriciteitsnet weg te nemen. Met name door bedrijven met een stijgende energievraag te stimuleren om op makkelijke en betaalbare wijze over te stappen naar een hoger netvlak kunnen veel knelpunten op het elektriciteitsnet weggenomen worden. Ook kan kleinschalige lokale elektriciteitsproductie een rol spelen. Naast deze optimalisaties blijft netverzwaring onverminderd urgent en noodzakelijk. Ook is er aandacht nodig voor grootschalige (landelijke) oplossingen voor de opslag van energie op de lange termijn, om fluctuaties uit het toenemende aanbod elektriciteit uit wind en zon op te vangen.
Hoofdstuk 7 MIEK projecten cruciaal voor de energietransitie Acht projecten die eerder zijn opgenomen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) blijven cruciaal voor de energietransitie. Daarnaast worden ook waterstof-elektrolysers op de Maasvlakte voorgedragen voor het MIEK om knelpunten weg te nemen in het transport van elektriciteit van wind op zee. — — — — —
Netverzwaring Aanlandingen wind op zee Nieuw: Elektrolysers op de Maasvlakte Waterstofnetwerk Rotterdam Waterstof-importterminals
— — — —
CO₂ opslag: Porthos en Aramis Warmtesysteem Zuid Holland Nieuw: De Brabantleiding Delta Rhine Corridor
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 3
DEN HAAG
Cruciale infrastructuur voor de energietransitie
RIJSWIJK
DEN HAAG ZUID-WEST
PORTHOS
OOSTLAND
ARAMIS BOOSTER DELFT
INFRASTRUCTUUR VOOR TRANSPORT EN OPSLAG VAN CO₂
DELFT
GLASTUINBOUW WESTLAND
200KM
WIND OP ZEE
WARMTENETWERKEN VAN INDUSTRIE NAAR GEBOUWDE OMGEVING EN KASSEN
IMPORTTERMINALS VOOR WATERSTOF
ELEKTROLYZERS
AANLANDING GROENE ELEKTRICITEIT VAN WINDPARKEN OP DE NOORDZEE
WATERSTOF NETWERK ROTTERDAM
UITBREIDING EN VERZWARING VAN HET ELEKTRICTEITSNETWERK
DELTA RHINE CORRIDOR BUISLEIDINGEN TUSSEN ROTTERDAM,MOERDIJK, GELEEN EN NOORDRIJN-WESTFALEN DE BRANBANTLEIDING
AANLANDING WIND OP ZEE NETVERZWARING MOGELIJKE UITBREIDING NAAR NORTH SEA PORT EN ANTWERPEN
Netverzwaring
Waterstofnetwerk Rotterdam
Warmtesysteem Zuid Holland
Aanlandingen wind op zee
Waterstof-importterminals
De Brabantleiding
Waterstof elektrolysers
CO₂ opslag: Porthos en Aramis
Delta Rhine Corridor
MOERDIJK
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 4
INHOUDSOPGAVE
01
05
EEN CRUCIALE TRANSFORMATIE
INFRASTRUCTUURANALYSE
Het belang van de Cluster Energie Strategie PAGINA 6
Potentiële knelpunten in infrastructuur PAGINA 22
02
06
VERDUURZAMINGSPROJECTEN
CLUSTER SYSTEEMANALYSE
PAGINA 10
Oplossingsrichtingen voor knelpunten in infrastructuur PAGINA 28
03
07
METHODOLOGIE
SLEUTELPROJECTEN VOOR HET MIEK
Energievraag van 300 projecten in beeld PAGINA 14
PAGINA 33
04
08
RESULTATEN VRAAGARTICULATIE
VERSNELLING NOODZAKELIJK
Energievraag van de industrie tot 2035 PAGINA 16
Knelpunten verduurzaming industrie PAGINA 48
APPENDIX PAGINA 55 CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 5
01 EEN CRUCIALE TRANSFORMATIE
Het behalen van de klimaatdoelen richting 2030 en 2050 vergt een grote transformatie van industrie en maatschappij in Nederland en daarbuiten. Op de kortere termijn zal een groot deel van de CO₂-reductie nog behaald kunnen worden met verbetering van efficiëntie en elektrificatie van bestaande industrieën op basis van wind en zon. Ook zal CCS een belangrijke rol spelen om emissies in 2030 te kunnen reduceren. Het realiseren van netto-nul emissies in 2050 vraagt echter niet alleen om reducties, maar ook om het opbouwen van nieuwe, duurzame waardeketens. Met deze transitie zijn niet alleen de klimaatdoelen gemoeid, maar staat ook de toekomstige inrichting van de Nederlandse economie en onze strategische onafhankelijkheid op het spel. Deze Cluster Energie Strategie Rotterdam-Moerdijk (CES) geeft inzicht in de infrastructuur die nodig is voor deze transformatie. Infrastructuur waarmee de industrie nu haar CO₂ uitstoot kan reduceren én die het fundament vormt voor de opbouw van een gezonde, duurzame economie voor de toekomst.
1.1. Metamorfose: de strategische opgave
Het belang van de cluster energie strategie
Rotterdam-Moerdijk is het grootste industriecluster van Nederland en een belangrijk deel van de energie en grondstoffen voor de Nederlandse industrie komt binnen via het cluster, waar deze verwerkt worden tot brandstoffen, kunststoffen, bouwmaterialen en andere materialen. Daarnaast is Rotterdam-Moerdijk de basis voor meer dan 3.000 bedrijven en de jaarlijkse overslag van 455 miljoen ton (Mton) goederen en producten voor ons dagelijks leven. Denk aan de import van wasmachines, auto’s, fruit en medicijnen of de export van landbouwproducten en goederen uit Nederland en Duitsland. Rotterdam-Moerdijk is daarmee van strategisch belang voor Noordwest Europa, dat voor een groot deel van het cluster afhankelijk is voor de import van energie en de import en export van goederen. In Nederland werken bijna 200.000 mensen in banen gerelateerd aan activiteiten in Rotterdam-Moerdijk, met een totale toegevoegde waarde van meer dan €30 miljard. De verduurzaming van het cluster is daarmee niet alleen van belang voor het klimaat, maar ook een strategisch vraagstuk over de inrichting van onze economie en maatschappij. Welke rol wil en kan Nederland vervullen in een nieuwe duurzame wereld? En hoe behouden we onze concurrentiepositie in deze transitie? Dit alles speelt zich af in een wereldwijde markt waarin naast duurzaamheid ook strategische autonomie en veiligheid een steeds grotere rol spelen.
Indien activiteiten zich naar het buitenland verplaatsen verliezen we niet alleen banen, maar neemt de wereldwijde CO₂-uitstoot mogelijk zelfs toe door langere productieketens en minder strenge regelgeving in andere delen van de wereld. Daarnaast worden we zo steeds afhankelijker van importen uit andere landen. 6
De energietransitie is een kans om een economie op te bouwen op basis van duurzame energie met minder CO₂-uitstoot en minder afhankelijkheid van landen buiten Europa. Hiervoor moeten we tot een investeringsklimaat komen dat gunstig is voor bedrijven om hier te blijven én te verduurzamen. Om dit vorm te geven zet het cluster Rotterdam-Moerdijk in op activiteiten waarin we een goede uitgangspositie hebben en die ook op de lange termijn van strategisch en economisch belang zijn voor Nederland. De basis voor het succes van Rotterdam-Moerdijk was en blijft de combinatie van een grote en goed toegankelijke zeehaven met uitstekende logistieke verbindingen naar het achterland. Hieruit is een industrieel cluster ontstaan waarin bedrijven nauw met elkaar verbonden zijn. Zo hebben we in Nederland veel kennis opgebouwd van complexe industrieën in onder andere olie, gas en basischemie. Tegenover deze sterke punten staan een aantal factoren die ons investeringsklimaat onder druk zetten, waaronder de stijgende kosten van productie en elektriciteit, congestie op het elektriciteitsnet, een krappe arbeidsmarkt en vertragingen in vergunningverlening. Dit vraagt om actief en voorspelbaar overheidsbeleid om de juiste randvoorwaarden te creëren voor nieuwe investeringen. Daarmee halen we niet alleen de klimaatdoelen maar leggen we het fundament voor een nieuwe industrie die uitgaat van onze kracht.
Een industrie op basis van wind en waterstof, circulaire productie en duurzame logistiek.
1.2 Wind en Waterstof Waterstof zal een sleutelrol spelen voor de verduurzaming van industriële processen, voor vormen van zwaar transport die niet kunnen worden geëlektrificeerd en als bouwsteen voor groene chemie. De productie en import van waterstof en waterstofdragers zoals ammoniak wordt daarmee van groot strategisch belang, net zoals olie dat nu is. Nederland heeft een goede uitgangspositie om hierin een belangrijke rol te spelen dankzij de ondiepe Noordzee met grote potentie voor wind op zee, bestaande infrastructuur voor aardgas en grote chemische clusters.1 Nederland wil in 2030 voor 21 Gigawatt (GW) aan wind op zee realiseren, waarvan 9,4 GW aanlandt bij Rotterdam en Moerdijk of Geertruidenberg. Een deel hiervan zal meteen na de aanlanding worden omgezet in groene waterstof. Daarnaast wordt er waterstof geproduceerd uit aardgas, in combinatie met de afvang en opslag van CO₂ (CCS).
1 — The Netherlands as a Future Hydrogen Hub for North West Europe, Research Institute for Sustainability (2023). 2 — Groene keuzes voor de Nederlandse basisindustrie, Sustainable Industry Lab (2023).
De waterstof zal worden gebruikt door industrie in de haven en worden vervoerd richting het achterland via het landelijk waterstofnetwerk en de Delta Rhine Corridor. Dankzij decennia ervaring en beschikking over een meervoudig uitgevoerd gasnetwerk dat aangepast kan worden voor transport van waterstof loopt Nederland wereldwijd voorop in de ontwikkeling van deze infrastructuur. Ook een groot deel van de waterstofimporten voor Noordwest Europa zal via Rotterdam verlopen. In de haven wordt door tientallen partijen gewerkt aan infrastructuur en terminals met als doel om vanaf 2030 circa 4 miljoen ton waterstof per jaar te kunnen importeren in de vorm van bijvoorbeeld ammoniak, methanol, of als een Liquid Organic Hydrogen Carrier (LOHC). Hiervoor zijn we niet afhankelijk van enkele leveranciers, maar werken we samen met landen over de hele wereld – van Zuid Amerika en Afrika tot Australië. Met de productie, import en vervoer van waterstof blijft Nederland niet alleen een belangrijke spil in het energiesysteem voor Noordwest-Europa, maar leggen we ook de basis voor de productie van circulaire brandstoffen en grondstoffen.
1.3 Circulaire productie Het cluster is de thuishaven voor enkele van de grootste raffinaderijen en chemische industrie van Europa. Dit zijn complexe installaties die investeringen vertegenwoordigen van vele miljarden over tientallen jaren en die niet zomaar opnieuw kunnen worden opgebouwd. Met de nodige aanpassingen kunnen dezelfde raffinaderijen duurzame brandstoffen produceren, door bijvoorbeeld groene waterstof te combineren met koolstof uit biomassa, afval of industriële processen. Deze producten blijven onder andere nodig voor de luchtvaart en de scheepvaart, die nog lang afhankelijk blijven van vloeibare brandstoffen.2 Ook kunnen hieruit duurzame materialen worden gemaakt zoals circulaire plastics, ter vervanging van producten uit aardolie. Een voorbeeld is Pryme, dat in Rotterdam werkt aan een fabriek waar jaarlijks 60.000 ton plastic afval wordt omgezet in pyrolyse-olie. Shell gaat dit gebruiken als grondstof voor krakers in Moerdijk en het Ruhrgebied voor het maken van circulaire chemische producten. Zo verandert de positie van Rotterdam-Moerdijk van een doorvoerhaven voor olie en fossiele brandstoffen tot een hub voor waterstof, duurzame brandstoffen en circulaire chemie.
We zijn dan steeds minder afhankelijk van gas uit Rusland, olie uit het Midden-Oosten of kolen uit Australië, maar gebruiken in plaats daarvan biomassa, plantaardige oliën, afvalstromen en waterstof uit de hele wereld als basis voor duurzame productie.
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 7
Het energiesysteem Rotterdam-Moerdijk in 2030 (versimpelde weergave)
IMPORT WATERSTOFDRAGERS
KRAKERS
WEGTRANSPORT, LUCHTVAART, SCHEEPVAART
BRANDSTOFFEN EN GRONDSTOFFEN
PRODUCTEN
Goederen worden in de toekomst klimaatneutraal vervoerd naar het achterland per spoor en met binnenvaartschepen en vrachtwagens op waterstof en elektriciteit. Hiervoor lopen al verschillende initiatieven, zoals bijvoorbeeld het Zero Emission Services (ZES) project voor elektrische binnenvaart dat sinds 2021 operationeel is.
ELEKTROLIZERS: GROENE WATERSTOF
AARDGAS
BLAUWE WATERSTOF
OPSLAG (CCS)
CO₂ AFVANG
Noordwest Europa is afhankelijk van Rotterdam-Moerdijk voor circa 30% van alle goederenimport en -export. Dankzij de uitstekende ligging van de havens aan rivieren in de delta en de goede spoorverbindingen zal het cluster ook in de toekomst een belangrijk logistiek hub blijven voor Noordwest Europa. Deze logistiek speelt ook een onmisbare rol in de circulaire economie voor het transport van bijvoorbeeld bio-gebaseerde grondstoffen of vervoer van producten die weer gerecycled worden. Een circulaire economie vraagt vaak meer bewerkingsstappen dan in de huidige lineaire ketens, waarmee slim en klimaatneutraal vervoer van, naar en binnen de havens nog belangrijker wordt.
WATERSTOF
WIND OP ZEE
1.4 Duurzame logistiek
RESTWARMTE
HERGEBRUIK (CCU)
Voor de zeevaart worden duurzame brandstoffen op basis van biomassa of waterstof cruciaal. Rotterdam is al de grootste bunkerhaven voor bio-brandstoffen ter wereld en koploper in de ontwikkeling van methanol en ammoniak als brandstoffen voor de scheepvaart. Om deze positie verder uit te bouwen zijn Green Corridor projecten gestart met andere havens, rederijen en brandstofleveranciers, die samen werken aan de inzet van duurzame brandstoffen op hun route van en naar Rotterdam en Moerdijk.
GEBOUWDE OMGEVING
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 8
1.5 Infrastructuur voor de Cluster Energie Strategie Om de transitie vorm te geven wordt gewerkt aan een strategie langs 4 pijlers. Drie van deze pijlers zijn de hierboven beschreven strategische richtingen energie & waterstof, circulaire productie en duurzaam transport. Hierlangs worden meer dan 300 kleine en grote projecten ontwikkeld die de basis leggen voor een duurzaam cluster. Deze projecten komen in hoofdstuk 2 aan bod.
Verduurzaming langs 4 pijlers: 1. Infrastructuur 2. Hernieuwbare energie & waterstof 3. Circulaire productie 4. Duurzaam transport
Dit alles steunt op de eerste pijler: de pijpleidingen, kabels, aanlandingen, onderstations en andere infrastructuur die de industrie nodig heeft om te kunnen verduurzamen. Daartoe behoort naast infrastructuur voor elektriciteit, waterstof en methaan ook infrastructuur voor warmte en CO₂. CCS is onontbeerlijk om de klimaatdoelen van 2030 te halen en op de lange termijn zal afgevangen CO₂, samen met andere vormen van koolstof, ook steeds meer worden (her)gebruikt als grondstof, met behulp van CCU.3 Ook zal er meer warmte van de industrie ingezet worden voor bijvoorbeeld de verwarming van de gebouwde omgeving of in kassen. Om de benodigde infrastructuur in kaart te brengen is voor deze CES is een uitgebreide datastudie gedaan naar de verschillende energiedragers die de industrie nodig heeft. Op basis hiervan is een Infrastructuuranalyse gemaakt van alle infrastructuur die hiervoor ontwikkeld moet worden. Ook is een cluster systeemanalyse uitgevoerd om te kijken hoe het systeem verder geoptimaliseerd kan worden om knelpunten in infrastructuur weg te nemen. Tot slot wordt in deze CES ook aandacht besteed aan de andere maatregelen die naast goede infrastructuur nodig zijn om de verduurzaming te versnellen.
3 — Trajectverkenning klimaatneutraal 2050, PBL (2024)..
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 9
02 VERDUURZAMINGSPROJECTEN
In totaal zijn voor deze CES meer dan 300 verduurzamingsprojecten geïdentificeerd in het cluster die invloed hebben op de toekomstige energievraag. Dit varieert van grote nieuwe fabrieken tot en met kleinere investeringen en incrementele verbeteringen binnen bestaande plants. De projecten hieronder zijn een selectie hieruit, op basis van de belangrijkste projecten die publiekelijk zijn aangekondigd. Kleinere of vertrouwelijke projecten binnen bestaande fabrieken zijn niet apart in deze lijst opgenomen, maar wel onderdeel van de data-analyse. Hierbij gaat het onder andere om elektrificatie van bestaande processen en veranderingen in het productievolume of de productportfolio. Projecten gemarkeerd met MIEK-project zijn opgenomen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) of worden hiervoor voorgedragen. Deze projecten worden nader toegelicht in hoofdstuk 7.
Waterstof Projecten
Status
Waterstofproductie Voorgedragen voor het MIEK: Elektrolysers Maasvlakte —
Holland Hydrogen I van Shell met een capaciteit van 200 megawatt op het FID genomen. conversiepark. Operationeel in 2025
—
H2-Fifty van BP en HyCC met een capaciteit van 250 megawatt op het conversiepark.
In voorbereiding
—
CurtHyl van Air Liquide met een capaciteit van 200 megawatt op het conversiepark
Ingebruikname gepland voor 2027.
—
Plannen voor een 4e waterstoffabriek op het eerste conversiepark van 200 megawatt (Initiatiefnemer nog niet publiek aangekondigd).
In voorbereiding
—
H2Maasvlakte van Uniper, met een uiteindelijke capaciteit van 500 megawatt, naast de huidige kolencentrale op de Maasvlakte.
Ingebruikname gepland voor 2030.
—
Eneco plant een 800 megawatt elektrolyser voor de productie groene waterstof, naast de Enecogen centrale in Europoort.
Ingebruikname voor eerste 50 MW gepland voor 2029.
—
Zeevonk II van Vattenfall en CIP op de Maasvlakte met een capaciteit van maximaal 1 GW. Geïntegreerd met stroom vanuit het windpark IJmuiden Ver Beta.
In planning
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 10
Projecten
Status
H-Vision: productie en het transport van koolstofarme waterstof uit restgassen die In voorbereiding met name in de industrie als brandstof kan worden ingezet. MultiPLHY: 's werelds eerste elektrolysers op hoge temperatuur van meerdere megawatt (~2,4 MW). Gepland in de raffinaderij voor hernieuwbare producten van Neste.
Projecten
Status
—
SPERAHydrogen: Havenbedrijf Rotterdam, Koole Terminals, Chiyoda Corporation en Mitsubishi Corporation onderzoeken de haalbaarheid van waterstofimport naar een van Koole's terminals met gebruikmaking van Chiyoda's waterstofopslag- en transporttechnologie SPERAHydrogen™.
Haalbaarheidsstudie
—
Project Green Crane: samenwerking Vopak en het Duitse waterstofbedrijf In voorbereiding Hydrogenious voor opslag, transport en levering van waterstof via waterstofdrager benzyltolueen. Aanvankelijke capaciteit van 12 ton per dag. IPCEI status verkregen.
—
LOHC Logistix: Joint Venture tussen Vopak en het Duitse waterstofbedrijf Hydrogenious om een hydogen release plant in de haven te ontwikkelen voor de omzetting van LOHC naar 1,5 ton waterstof per dag.
In aanbouw
AmpHytrite: project van Sif, Pondera, KCI en GE Renewable Energy om tot 750 ton Haalbaarheidsgroene waterstof per jaar op zee te produceren met behulp van offshore wind. studie Het project bestaat uit drie fasen. Onyx Power: productie van 300 kiloton koolstofarme, ‘blauwe’ waterstof per jaar
In voorbereiding
Smart Hydrogen hub: Battolyser Systems, Havenbedrijf Rotterdam, Platform Zero en Sunrock werken aan een smart hydrogen hub voor de productie van groene waterstof op basis van een 1MW(h) Battolyser®250.
Gepland voor 2024
In voorbereiding
Mobiliteit op basis waterstof
MIEK-project: Waterstof Importterminals
Air Liquide en Air Products opereren beiden waterstof tankstations in de haven
Operationeel sinds 2024
—
ACE Terminal: project van Gasunie en Vopak voor de import van waterstof via de drager ammoniak. Er zijn ook plannen voor een mogelijke kraker op de terminal.
In voorbereiding
Green Energy Refueling Station (GERS) wordt een kleinschalig waterstofbunkerstation voor de havengebonden scheepvaart. O.a. de watertaxi kan hier straks tanken.
In voorbereiding
—
Air Products en Gunvor Petroleum Rotterdam hebben plannen voor een ammoniak importterminal in Rotterdam. Er zijn ook plannen voor een mogelijke kraker op de terminal.
In voorbereiding, met doel eerste import in 2026
2030
—
Amplifhy: plannen voor een ammoniak opslag terminal en kraker van VTTI en Essent, om daarmee groene waterstof te importeren. Er zijn ook plannen voor een mogelijke kraker op de terminal.
In voorbereiding, met doel eerste import in 2026
HyTrucks: een initiatief van het Havenbedrijf Rotterdam, het Havenbedrijf Antwerpen, Duisport, Air Liquide en DATS 24 om met een brede coalitie van bedrijven in 2030 minimaal 1,000 vrachtwagens op waterstof te laten rijden tussen Antwerpen, Duisburg en Rotterdam. Condor H₂ (onderdeel van RH2INE): binnenvaart op waterstof op basis van schaalbare, modulaire oplossingen.
Op schaal operationeel vanaf 2033
—
OCI uitbreidingsproject voor import van de waterstofdrager ammoniak
FID genomen
—
OCI uitbreiding ammoniakterminal met extra tank.
Vergunning verleend.
—
GES: GES nam in 2021 een groot deel van de Stargate Terminal van Gunvor over. Op het terrein van ruim twintig hectare wil het bedrijf tankopslag en overslagfaciliteiten voor transitiegrondstoffen zoals biobrandstoffen, waterstof(dragers) en ammoniak realiseren.
—
Horisont Energi en Koole hebben een MoU ondertekend om samen te In voorbereiding werken aan de ontwikkeling van een CO₂ en ammoniak terminal en opslagfaciliteit in de haven van Rotterdam.
—
Advario nam in 2023 de erfpacht over van het Aluchemie terrein om hier de energieopslag terminal van de toekomst te bouwen. Het terrein zal eind 2025 aan Advario worden overgedragen.
In voorbereiding
Pijpleidingen MIEK-project: Waterstof netwerk Rotterdam Een open-access waterstofleiding die lokale productie, importterminals en doorvoer richting achterland integreert. De leiding wordt gerealiseerd door Hynetwork (dochter van Gasunie) en is onderdeel van het landelijk waterstofnetwerk.
FID genomen. Operationeel in 2025
Ingebruikname MIEK-project: Delta Rhine Corridor Geplande buisleidingen voor transport van waterstof, CO₂, gelijkstroom en moge- vanaf 2032 lijk ammoniak tussen het havengebied, Zuidoost Nederland en het Ruhrgebied
In voorbereiding
11
Elektrificatie
Warmte
Projecten
Status
Projecten
Status WarmtelinQ Fase I gereed in 2025, fase II in 2026 en fase III in 2027.
In uitvoering
MIEK-project: Warmtesysteem Zuid-Holland Het Warmtesysteem Zuid-Holland is een integrale aanpak voor de ontwikkeling van een warmtenetwerk in de regio. Het zorgt er onder andere voor dat industriële restwarmte uit de haven in de wijde omtrek gebruikt kan worden.
Elektrificatie binnen bestaande fabrieken: in totaal zijn er in de data-uitvraag 60 geïdentificeerd voor het elektrificeren van industriële processen. Deze zijn samen goed voor 14% van de verwachte CO₂ reductie in 2030. MIEK-project: Verzwaring van het elektriciteitsnet Zie hoofdstuk 4 en 6 voor details. MIEK-project: aanlandingen wind op zee In het cluster zijn volgende aanlandingen gepland voor wind op zee: •H ollandse Kust Zuid: 1,4 GW (in operatie sinds 2022) • IJmuiden Ver Beta: 2 GW • IJmuiden Ver Gamma: 2 GW •N ederwiek II: 2 GW. •N ederwiek III: 2 GW (bij Moerdijk of Geertruidenberg)
IJmuiden Ver Beta: 2029 IJmuiden Ver Gamma: 2030 Nederwiek II: 2030 Nederwiek III: 2032
Walstroom: in Rotterdam en Moerdijk wordt gewerkt aan walstroom om uitstoot aan de kade terug te dringen. Dit is reeds gerealiseerd voor Heerema in Calandkanaal, voor Boskalis in de Waalhaven en voor DFDS. Ook de Cruise terminal zal walstroom krijgen. Doel is dat in 2030 het grootste deel van de containerschepen, ferries en Roll-on-roll-off ‘aan de stekker’ gaat als ze aan de kade liggen.
Eerste operationeel in 2022
Laadplein voor trucks van Truckparkings Rotterdam Exploitatie (TRE) en Havenbedrijf Rotterdam
Operationeel sinds 2023
Zero Emission Services (ZES): In Rotterdam en Moerdijk wordt gewerkt aan een infrastructuur voor schone binnenvaart op basis van verwisselbare batterijen.
Operationeel sinds 2021
Batterijen: RWE wil middels het plaatsen van batterijen, op haar locaties in Moerdijk en Geertruidenberg, bijdragen aan het opslaan van duurzame elektriciteit en het balanceren van het hoogspanningsnet
Gefaseerde uitvoer
Ardagh Moerdijk heeft de ambitie om haar gasgestookte glasovens te vervangen door volledig elektrisch of hybride aangedreven glasovens.
Gepland voor 2029/2030
Onderdeel is o.a. een regionale hoofdtransportleiding (WarmtelinQ) voor warmte uit de Rotterdamse haven naar gebouwde omgeving en glastuinbouw in de regio. Voorgedragen voor het MIEK: Brabantleiding Transportleiding voor warmte uit de Moerdijkse haven naar huishoudens en kantoren in de regio Midden- en West-Brabant. In aanvulling op bestaande warmtenet. Samenwerking tussen Ennatuurlijk en industrie in Moerdijk en Geertruidenberg
In latere fase zijn ook projecten gepland voor BleiswijkZuidplaspolder, Drechtsteden, Oostland. Ook is een intentieverklaring getekend door 15 partijen voor een verbinding tussen Maasvlakte-Westland. Gepland voor 2030
Stoomnetwerk Botlek. Dit project verbindt industrieën die warmte Eerste deel in 2013 in gebruik in de vorm van stoom produceren met omliggende bedrijven die genomen en op dit moment in uitbreiding. stoom nodig hebben. Hierbij zijn onder andere betrokken: Cabot, AVR, Huntsman, LyondellBasell, Air Liquide, NetVerder (dochter van Stedin). Daarnaast loopt op dit moment een studie naar een eventuele tweede leiding om meer warmte te kunnen uitwisselen in het cluster.
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 12
CO₂ Projecten
Status
Projecten
Status
MIEK-project: Porthos Transport en opslag van 2,5 Mton CO₂ per jaar in lege gasvelden onder de Noordzee
In aanbouw. Gereed in 2026.
MIEK-project: Aramis Transport en opslag van 5 tot 22 Mton CO₂ per jaar in lege gasvelden onder de Noordzee
Gepland voor 2028
Pryme bouwt in Rotterdam een fabriek waar jaarlijks 60.000 ton plastic afval In aanbouw. wordt omgezet in pyrolyse-olie. Shell gaat dit gebruiken als grondstof voor haar Operationeel krakers in Moerdijk en het Ruhrgebied (Chemicals Park Rheinland) voor het maken in 2024. van circulaire chemische producten. Shell bouwt een biobrandstoffenfabriek met een capaciteit van 820.000 ton per jaar op het Shell Energie- en Chemiepark Rotterdam (Shell Pernis).
CO₂next: Gasunie en Vopak onderzoeken de ontwikkeling van een terminal op de Gepland voor 2028 Maasvlakte zodat CO₂ per schip naar Rotterdam gebracht kan worden en vanaf daar verder vervoerd kan worden naar opslagvelden. Grootschalige CO₂-afvang en uitkoppeling van warmte bij de afvalenergie- en de In voorbereiding biomassacentrales van de AVR in Rotterdam met toepassing in de glastuinbouw. Grootschalige CO₂-afvang en uitkoppeling van warmte bij de AEC van Attero/AZN in Moerdijk
In voorbereiding
Levering van afgevangen CO₂ middels (BE)CCUS aan de Delta Rhine Corridor vanuit Geertruidenberg en de Moerdijkse haven
Gepland voor 2032
Delta-Schelde CO₂nnection In planning Leiding voor transport van CO₂ met connectie vanuit Antwerpen, Zeeland richting Moerdijk-Rotterdam.
Circulaire en hernieuwbare brandstoffen en grondstoffen Projecten
Status
Alco Energy Rotterdam is de grootste bio-raffinaderij in Europa voor de productie van ethanol, veevoeder en groene CO₂. Op de site wordt ook elektriciteit geproduceerd.
Sinds 2010 operationeel
Neste bouwt op de Maasvlakte een nieuwe bioraffinaderij vlakbij de bestaande fabriek. Hierdoor verdubbelt de productie van biobrandstoffen door Neste in Rotterdam. De raffinaderij gaat vooral duurzame kerosine (sustainable aviation fuel) voor de luchtvaart maken.
In aanbouw. 2026 operationeel.
Het Rotterdamse bedrijf REKO heeft een nieuwe thermische reinigingsinstallatie gebouwd die jaarlijks 1,2 Mton reststoffen kan verwerken. In de installatie wordt asfalt in een ronddraaiende trommeloven bij temperaturen van 1.000 graden thermisch gereinigd. Dat levert schoon zand, grind en vulstof op dat hergebruikt kan worden. Daarnaast wekt de installatie voor maar liefst 50.000 huishoudens elektriciteit op en wordt sinds maart 2024 stoom geleverd aan buurbedrijf Koole.
Installatie is februari 2022 in gebruik genomen.
TES bouwt een fabriek in de haven van Rotterdam voor recycling van batterijen van elektrische voertuigen. De fabriek moet uiteindelijk 25.000 ton baterijen per jaar kunnen recyclen.
In aanbouw.
Bouw tijdelijk gepauzeerd. Operationeel in 2030
Het Finse bedrijf UPM heeft Rotterdam in beeld als beoogde locatie voor de bouw In onderzoek van een bioraffinaderij voor hoogwaardige hernieuwbare brandstoffen. Xycle gaat een fabriek bouwen die jaarlijks 20.000 ton aan niet-mechanisch In voorbereiding recyclebaar plastic omzet in hoogwaardige duurzame grondstof. Xycle is een joint venture van NoWit, Patpert Teknow Systems en Vopak. Rotterdam The Hague Airport (RTHA) zet met partners een stap in de productie van synthetische kerosine gemaakt van CO₂ uit lucht, water en hernieuwbare elektriciteit. Het betreft een proefopstelling op 5.000 m2 en 10.000 m2 voor de productie van 4.000 ton per jaar.
Studie naar aanleg demonstratieproject in 2026.
Daarnaast wordt met het programma DutcH2 Aviation Hub gewerkt aan de vliegen op waterstof (onderzoeksfase). WMC onderzoekt mogelijkheden voor een lithiumhydroxidefabriek in Rotterdam. Lithiumhydroxide is de voornaamste kritieke grondstof voor de productie van lithium-ion batterijen in elektrische auto’s en daarmee belangrijk om de wereldwijde net zero ambities te behalen.
In onderzoek
Shell Chemicals Park Moerdijk is bezig met de bouw van een PCE (Plastic Circulair Economy) fabriek. De nieuwe fabriek gaat ervoor zorgen dat van plastic afval weer nieuwe chemicaliën gemaakt worden.
In aanbouw. 2024 gereed.
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 13
03
3.1 Gedetailleerde uitvraag naar energiebehoefte industrie
METHODOLOGIE
Om meer inzicht in de vraag te krijgen is daarom het Data Safe House ingericht voor veilige uitwisseling van vertrouwelijke verduurzamingsplannen tussen grote industriële partijen en netbeheerders. Via dit Data Safe House en individuele gesprekken hebben bedrijven doorgegeven hoeveel elektriciteit, waterstof, methaan, warmte en CO₂-infrastructuur zij nodig hebben voor hun huidige verduurzamingsplannen.
Energievraag van 300 projecten in beeld
De afgelopen jaren zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de verwachte energievraag in het cluster voor de planning van infrastructuur, waaronder het Masterplan Haven Vol Nieuwe Energie (2019), de Energiemixstudie (2022), de Klimaat en Energie Verkenning (2023) en de vorige CES uit 2022. Deze gaven een beeld van de verwachte vraag voor het hele cluster maar de data was nog niet fijnmazig genoeg voor de gedetailleerde netwerkberekeningen die nodig zijn om te kunnen anticiperen op de energievraag.
In totaal is hiermee data opgehaald over verduurzamingsplannen en de toekomstige energievraag en geplande CO₂-afvang van 51 industriële partijen met in totaal meer dan 300 verduurzamingsprojecten verdeeld over 63 productielocaties in het cluster. Deze bedrijven vertegenwoordigen meer dan 95% van de huidige CO₂-uitstoot en energievraag in het cluster. Al deze informatie is aangevuld met verwachte projecten van nieuwe industrie waarvoor infrastructuur nodig is, zoals waterstoffabrieken, ammoniak krakers, nieuwe bio-raffinaderijen, recycling/circulaire bedrijven en e-trucks. Naast de energievraag zijn voor deze CES ook de plannen van de energieproducenten in het cluster opgehaald en is gekeken naar het verwachte aanbod van wind op zee. Hiervoor is zowel een uitvraag gedaan bij energieproducenten als gekeken naar de inzet van energiecentrales zoals bepaald in het investeringsplan van de netbeheerders (IP2024).
3.2. Meer inzicht op de korte termijn De bottom-up aanpak, waarbij de energievraag van concrete projecten wordt opgeteld, heeft als voordeel dat de data zeer gedetailleerd is. Daardoor kan per productielocatie worden gekeken hoeveel energie de komende jaren gevraagd is en welke infrastructuur hierbij komt kijken. Daarmee is een grote kwaliteitsslag gemaakt ten opzichte van eerdere edities van de CES. Tegelijkertijd geeft de opgehaalde data geen volledig beeld van ontwikkelingen op de lange termijn. Het gaat niet om een prognose maar om een optelsom van bestaande CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 14
bedrijfsplannen. Daarbij hebben bedrijven met name data aangeleverd van plannen die om nieuwe infrastructuur vragen. Ook zijn inschattingen gemaakt van verwachte nieuwe industrieën die nu nog niet opereren in het cluster. Dit betekent dat voorzichtigheid geboden is bij het gebruik van de data voor andere toepassingen dan waarvoor deze CES opgezet is, namelijk het bepalen van de benodigde energieinfrastructuur voor de verduurzaming van de industrie. Om meer inzicht te krijgen van plannen op de langere termijn zijn met de 22 grootste productielocaties aanvullende gesprekken gevoerd aan de hand van vier de verhaallijnen uit de Integrale Infrastructuurverkenning van de netbeheerders voor 2030-2050 (II3050).4 Deze scenario’s onderscheiden zich in de mate van nationale of internationale samenwerking in de toekomst en het type energiedrager waarop wordt ingezet. Hieruit volgen de volgende verhaallijnen: Decentrale Initiatieven (DEC), Nationaal Leiderschap (NAT), Europese Integratie (EUR) en Internationale Handel (INT). Deze worden in Appendix II verder toegelicht. Collectieve techniekkeuzes en regie door de overheid
Nationaal georienteerd, zoveel mogelijk zelfvoorzienend
NATIONAAL LEIDERSCHAP
DECENTRALE INITIATIEVEN
EUROPESE INTEGRATIE
International georienteerd, ruimte voor import
INTERNATIONALE HANDEL
Marktgedreven individuele oplossingen, overheid stelt kaders
Voor waterstof is naast de plannen van de industrie in het cluster ook gekeken naar de verwachte vraag buiten het cluster om de doorvoer (import/export) te bepalen. Denk daarbij aan inzet in de scheepvaart, de vraag vanuit andere industrie in Nederland en doorvoer naar het Ruhrgebied. Hiervoor is gebruik gemaakt van de waterstofvisie van het Havenbedrijf Rotterdam.
3.3. Infrastructuuranalyse en cluster systeemanalyse De vraag naar energie en CO₂-afvang is door netbeheerders vergeleken met hun bestaande investeringsplannen om te toetsen of nieuwe infrastructuur of uitbreidingen nodig zijn. Dit wordt in de infrastructuuranalyse (hoofdstuk 5) verder uiteengezet. Daarnaast is voor deze CES een cluster systeemanalyse gedaan om inzicht te geven in de samenhang van de verschillende projecten op het hele ecosysteem. Hiervoor is een model opgezet dat de verkregen industriedata combineert met informatie over de capaciteit van bestaande en geplande infrastructuur om zo onderlinge afhankelijkheden tussen energiestromen en projecten in kaart te brengen. Dit maakt het mogelijk om verschillende scenario’s te draaien waarbij wordt geoptimaliseerd op gebruik van infrastructuur, CO₂, kosten en andere factoren. Daarmee is getoetst of en hoe knelpunten in infrastructuur kunnen worden weggenomen en wat het effect van verschillende maatregelen is op de CO₂ uitstoot in het cluster (hoofdstuk 6). Op basis van de Infrastructuuranalyse en de cluster systeemanalyse is bepaald welke infrastructuurprojecten worden voorgedragen voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). Hfst 4
Het energiesysteem van de toekomst: de II3050-scenario's (PDF | 153
pagina'sis| 7,7 MB) de netbeheerders per industrieel cluster gekeken naar de energiebehoefte en Hierbij door de infrastructuur. Dit kan anders uitvallen voor het nationale energiesysteem als geheel.
DATA-UITVRAAG: Energievraag en -aanbod op basis van huidige plannen van industrie en energieproducenten Op basis van 63 productielocaties aangevuld met verwachtingen nieuwe industrie.
4 — https://www.netbeheernederland.nl/publicatie/ii3050-eindrapport
Hfst 5
Hfst 5
VERHAALLIJNEN NETBEHEERDERS:
INFRASTRUCTUUR ANALYSE:
Mogelijke vraagontwikkeling 2035-2050 op basis van vier verhaallijnen
Is er extra infrastructuur nodig?
Op basis additionele gesprekken met 22 bedrijven, aangevuld met data uit bestaande aanvragen, verwachtingen nieuwe industrie en het IP2024.
Hfst 6
Vergelijking bestaande investeringsplannen Netbeheerders met verwachtte energievraag
Hfst 7
CLUSTER SYSTEEM ANALYSE:
MIEK-PROJECTEN EN AANBEVELINGEN:
Integraal overzicht van de energie-infrastructuur in het cluster en mogelijke optimalisaties om knelpunten weg te nemen.
Welke infrastructuur en oplossingen verdienen prioriteit voor de enerietransitie?
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 15
04 RESULTATEN VRAAGARTICULATIE
Energievraag van de industrie tot 2035
4.1 Energievraag geplande verduurzamingsprojecten industrie Uit de uitvraag blijkt dat vraag naar elektriciteit en waterstof sterk toenemen in het hele cluster, terwijl de vraag naar methaan (aardgas, groen gas) op basis van de huidige plannen licht stijgt tot 2030 en daarna langzaam daalt.5 Kijkend naar methaan, elektriciteit en waterstof stijgt de totale energievraag van deze stromen in het cluster van 60 TWh in 2021 naar 114 TWh in 2035. Dit komt mede doordat energie die nu nog wordt aangevoerd per schip in de vorm van olie, deels wordt vervangen door stroom uit wind op zee en waterstof: circa driekwart van de stijging van de energievraag kan worden toegeschreven aan de productie of het gebruik van waterstof. 2021
2030
2035
TWh
TWh
TWh
Methaanvraag (aardgas, groen gas)
46,7
58
53,9
Elektriciteitsvraag
6,1
27,9
40,3
Waterstofvraag
13,8
25,1
26,2
Mton
Mton
Mton
0,6
12,4
14,1
CO₂-afvang
Vraag naar methaan, elektriciteit en waterstof Rotterdam-Moerdijk op basis van geplande projecten in TWh 120 Vraag naar methaan, elektriciteit en waterstof Energievraag in het cluster 2021-2035. Zie Appendix I voor de energievraag Rotterdam-Moerdijk op basis van geplande projectenper indeelgebied. TWh 100 120 80 100 60 80 40 60 20 40 0 20 2021 0
Waterstof Elektriciteit
2025
2030
2035
2025
2030
2035
Methaan Waterstof Elektriciteit Methaan
2021
5 — In het cluster worden ook kolen en biomassa gebruikt voor de opwek van elektriciteit en aardolie voor raffinage. Deze energiestromen zijn voor deze CES niet apart in kaart gebracht omdat deze geen gebruik maken van energie-infrastructuur in het cluster. CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 16
Energiestromen in het cluster Rotterdam-Moerdijk De data die is verkregen voor de CES laat goed zien hoe het cluster verandert tussen 2021 en 2035, van een fossiel systeem naar een complex ecosysteem op basis van steeds meer hernieuwbare elektriciteit en waterstof. Er worden in 2035 geen kolen meer gebruikt en ook de rol van gas voor energieproductie neemt af. In plaats daarvan komt veel elektriciteit uit wind op zee en ook biomassa.
2021
Ook worden grote volumes waterstof geproduceerd, deels uit wind op zee met behulp van elektrolyse maar ook op basis van bestaande industriële installaties uit aardgas of restgassen. Dit wordt gecombineerd met de afvang en opslag van CO₂ om de uitstoot verder te verlagen. Een deel van de waterstof wordt ingezet in het cluster en een deel wordt doorgevoerd naar het achterland. Zo wordt Rotterdam straks een belangrijke waterstof hub voor Noordwest Europa, net zoals het dat nu is voor olie.
2035
Import
Cluster
Export
Olie
Import
Cluster
Export
Olie
Kolen Biomassa
Biomassa CO₂-uitstoot 2,7 MT
Energie centrales
19,3 TWh
17,7 TWh
Energie centrales
13,6 TWh 11,1 TWh
4,0 TWh
Fossiele CO₂ afvang
0,6 MT 9,5 MT
10,1 TWh
CO₂-uitstoot 10,3 MT
Aardgas
CO₂-uitstoot 8,3 MT
Industrie
27,4 TWh
10,1 MT
inclusief eigen elektra-opwekking en grijze H₂ productie
Industrie
42,8 TWh
Aardgas
Blauwe H₂
35,5 TWh H₂
1,7 TWh
CO₂-uitstoot 16,0 MT
inclusief eigen elektra-opwekking
23,7 TWh
20,2 TWh
Wind op zee 29,6 TWh
0,9 TWh 35,5 TWh
16,0 TWh
24,4 TWh
1,7 TWh
Transport Laadpleinen & walstroom
0,9 TWh
Elektrolyzers 10,8 TWh H₂ 51,5 TWh
Conversie dragers naar H₂ 31,3 TWh H₂
Waterstofdragers en derivaten
Olie
Aardgas
Olie
Aardgas
Waterstof
Kolen
Elektriciteit
Kolen
Elektriciteit
Waterstofdragers
Biomassa
CCS / CCU
Biomassa
Figuren op basis van de energievraag van de industrie zoals opgegeven voor de CES 2024. Voor deze studie is alleen data opgehaald over energiestromen die om nieuwe infrastructuur vraagt. Stromen voor kolen, olie en biomassa zijn daarom niet gekwantificeerd in de figuur. CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 17
4.2 Elektriciteitsvraag en productie: van exporteur naar importeur De vraag naar elektriciteit blijft zeer snel stijgen in het cluster. In 2030 is meer dan drie keer zoveel elektriciteit nodig als in 2021. In 2035 is dit zelfs zes keer zoveel. Bijna de helft van deze toename komt door de vraag vanuit elektrolysers, voor de productie van groene waterstof. Dit is terug te zien in een grote stijging van de elektriciteitsvraag op de Maasvlakte (zie appendix I). Circa een kwart van de toegenomen vraag is voor directe elektrificatie van bestaande fabrieken en dan met name de inzet van e-boilers. Ook het kraken van ammoniak, de productie van blauwe waterstof, CCS projecten, walstroom en elektrisch transport vragen meer elektriciteit. Op dit moment wordt in Rotterdam-Moerdijk veel meer stroom geproduceerd dan er wordt gebruikt en het cluster is netto exporteur van elektriciteit. Wel is er sprake van congestie door een tekort aan transportcapaciteit op het stroomnetwerk (zie ook 5.1). Door de sterke groei in de vraag en omschakeling van fossiele energie naar duurzame elektriciteit kunnen bestaande centrales vanaf circa 2028 niet meer voorzien in de vraag maar komt een belangrijk deel van de elektriciteit van wind op zee. Hiervoor zijn op dit moment 7.4 GW aan nieuwe aanlandingen voor wind op zee gepland in Rotterdam die rond 2030 online komen.
Ook wordt er gekeken naar een aanlanding van 2 GW bij Moerdijk of Geertruidenberg.6 Rond deze periode is alle elektriciteit nodig in het cluster zelf, waardoor er nauwelijks meer elektriciteit geëxporteerd kan worden. Na 2035 zijn de geplande aanlandingen voor wind op zee ook niet meer toereikend en zijn nieuwe aanlandingen nodig om meer elektriciteit in Rotterdam aan wal te brengen.
Elektriciteitsvraag & aanbod in TWh 50 40 30 20 10
Productie in cluster Wind op zee
0
Elektriciteitsvraag
2020
2025
2030
2035
4.3 Waterstof 4.3.1 Waterstofvraag in het cluster De waterstofvraag in het cluster stijgt sterk richting 2030, met name door de inzet van waterstof voor raffinaderijen in het cluster. Ook groeit de vraag naar waterstof voor de productie van biobrandstoffen. Voor de periode na 2035 zijn nog weinig plannen van de industrie bekend of uitgewerkt.
Waterstofvraag in cluster in Mton 0,9 0,8 0,7 0,6 0,5 0,4 0,3 0,2
Energiecentrales
0,1 0,0
6 — Er is nog niet bepaald of Nederwiek III in Moerdijk aanlandt of in Geertruidenberg en deze aanlanding is daarom nog niet meegenomen in de data-studie voor het cluster.
Industrie (brandstof) Industrie (grondstof)
2021
2030
2035
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 18
Waterstofvraag & aanbod in Mton
4.3.2 Aanbod, import en doorvoer De waterstofproductie in het cluster neemt toe van circa 388 kton in 2021 tot 1.388 kton (1,4 Mton) in 2035. Van deze waterstof wordt 42% in 2035 geproduceerd uit groene stroom met behulp van elektrolyse (groene waterstof). De andere 58% komt uit restgassen of aardgas in combinatie met CCS (blauwe waterstof).
5
“Connect Deep Green” scenario: hoge vraag buiten cluster
4 3
2021
2025
2030
2035
Kton
Kton
Kton
Kton
2
Grijs
388
100%
375
91
0
0%
0
0%
Groen
0*
0%
36
9%
307
25%
582
42%
Blauw
0
Totaal
388
0%
0
0%
411
926 1.233
75%
806
“Protective Markets” scenario: lage vraag buiten cluster
58%
Productie cluster
1
Import Vraag binen en buiten cluster
0
Vraag cluster
2020
2025
2030
2035
1.388
wordt op dit moment door één bedrijf een kleine hoeveelheid groene waterstof geproduceerd. * ErDeze is wegens vertrouwelijkheid van informatie niet apart weergegeven in de cijfers voor 2021.
Rotterdam en Moerdijk hebben een belangrijke doorvoerfunctie voor Noordwest Europa en met name het Ruhrgebied. Deze levering van fossiele energie zal deels vervangen worden door waterstof die via Rotterdam binnenkomt. Dit stelt de industrie in andere delen van Nederland en Duitsland in staat om te verduurzamen en waarborgt de strategische hub-functie van Rotterdam voor energie. Ook ondersteunt Rotterdam hiermee de Europese ambitie in het kader van ‘RepowerEU’ uit 2022 en de stijgende afnameverplichting van waterstof uit hernieuwbare bronnen in de industrie die is vastgelegd in de RED III. Voor het inschatten van de waterstofvraag in Nederland en het achterland is een analyse gemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam, op basis van vier mogelijke economische scenario’s.7 Hieruit blijkt dat in 2030 naar verwachting 0,6 tot 1,8 Mton waterstof nodig is voor doorvoer van Rotterdam naar de rest van Nederland en het achterland en voor scheepvaart. Deze vraag buiten het cluster groeit door naar 1,5 tot 4,1 Mton in 2035.
4.4 Methaan (aardgas en groen gas) Voor methaan wordt tussen 2021 en 2030 een lichte stijging verwacht door de productie van blauwe waterstof uit aardgas in combinatie met CCS. Daarna zet een daling in, maar ook in 2035 ligt de totale gasconsumptie nog iets boven het niveau van 2021. In Pernis, Moerdijk en Europoort loopt het gebruik van aardgas terug. Deze reductie wordt grotendeels gerealiseerd door vervanging van aardgas door waterstof door de industrie, elektrificatie van de industrie en minder gebruik van aardgas voor de opwekking van elektriciteit in centrales.
Methaanvraag in cluster (aardgas, biogas) in TWh 70 60 50 40 30 20 Energiecentrales
10 0
7 — Toekomstscenario’s 2050 van Havenbedrijf Rotterdam, 2022
Industrie Blauwe waterstof
2021
2025
2030
2035
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 19
4.5 CO₂ afvang
4.6 CO₂ uitstoot
In 2030 verwacht de industrie meer dan 12 Mton CO₂ af te vangen voor opslag of hergebruik, met een groei naar meer dan 14 Mton in 2035. Circa een derde hiervan zal uit biogene bronnen komen zoals biomassa. De rest komt uit fossiele bronnen.
In 2021 bedroeg de CO₂-uitstoot in het cluster 26,3 Mton, waarvan 10,3 Mton voor energieproductie en 16 Mton voor industrie. Om de CO₂-uitstoot in het hele cluster Rotterdam-Moerdijk met 55% terug te brengen in vergelijking met 1990, moet deze worden teruggebracht tot 10,3 Mton.
Naast het aanbod van CO₂ (afvang) is er ook een vraag naar CO₂ in het cluster. Op dit moment wordt CO₂ al ingezet in de glastuinbouw. In de toekomst is ook een vraag voorzien voor de productie van synthetische brandstoffen en andere circulaire processen maar voor deze CES is beperkt CO₂-vraag opgegeven door de industrie ten behoeve van CCU. Voor de vraag naar CO₂ kan over het grootste deel van de periode voldoende afgevangen worden, met uitzondering van 2028, waar een mogelijk tijdelijk tekort aan CO₂ is door een stijgende vraag naar CO₂ vanuit de glastuinbouw. Dit effect wordt mogelijk verder versterkt indien een groeiend deel van de afgevangen CO₂ wordt opgeslagen met behulp van CCS.
CO₂ afvang in het cluster Rotterdam-Moerdijk in Mton 16
De komende jaren wordt de uitstoot in het cluster dankzij meer dan 300 projecten aanzienlijk gereduceerd, waarbij met name het uitfaseren van de kolencentrales, CO₂-opslag (CCS) en de inzet van waterstof voor grotere reductie zorgen. Ook toenemende elektrificatie en efficiëntie leveren een significante bijdrage. Tegelijkertijd leidt een toenemend aantal knelpunten in het gebied tot een vertraging van plannen, waarmee ook de doelen voor 2030 in gevaar komen. De huidige plannen die zijn opgegeven voor deze CES tellen daarmee nog niet op tot een reductie van 55% in 2030. Dit is deels te verklaren omdat veranderingen in productievolumes en andere projecten die niet om nieuwe infrastructuur vragen niet allemaal zijn opgegeven door bedrijven in de data-uitvraag. Daarnaast zijn er een aantal belangrijke structurele oorzaken: —
Vertraging door toenemende knelpunten – Door congestie op het netwerk en een groeiende aantal andere knelpunten kunnen bedrijven verduurzamings-projecten die waren gepland voor 2030 soms pas later realiseren. Naast wachtlijsten voor een stroomaansluiting gaat het ook om uitdagingen op het gebied van vergunningen, stikstof, ruimte, stijgende prijzen, toenemende onzekerheid en een gebrek aan personeel. Dit vraagt om een adequate en urgente nationale aanpak om de energietransitie te versnellen, die in hoofdstuk 8 verder wordt uitgediept.
—
Nieuwe activiteiten – Naast reductie van de huidige industrie is er ook sprake van circa 1,5 Mton CO₂-uitstoot uit nieuwe activiteiten, zoals de productie van duurzame synthetische brandstoffen. Deze leiden netto tot een lagere uitstoot verderop in de keten door gebruik van de brandstof, maar een hogere CO₂ uitstoot in het cluster.
—
Afvang biogene CO₂ niet meegeteld – In 2030 wordt naar verwachting circa 3,6 Mton aan biogene CO₂ afgevangen. Deze biogene CO₂ is eerst door planten uit de lucht gehaald en draagt niet bij aan netto emissies. Op dit moment worden emissies uit biogene bronnen daarom niet meegeteld. Tegelijkertijd ontbreekt het wetgevend kader om emissies te verlagen (netto reductie) indien biogene CO₂ wordt opgeslagen in plaats van uitgestoten. Indien de opslag van biogene CO₂ als netto reductie wordt gerekend zouden de doelstellingen voor 2030 gehaald worden.
14 12 10 8 6 4 2 0
Biogene CO₂ afvang Fossiele CO₂ afvang
2021
2025
2030
2035
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 20
CO₂-uitstoot cluster Rotterdam Moerdijk volgens opgave individuele bedrijven tbv CES 3.0 in Mton CO₂ uitstoot Rotterdam-Moerdijk op basis van geplande projecten. Om de transitie te versnellen moet een toenemend aantal knelpunten in de uitvoering worden aangepakt (zie ook hoofdstuk 8). Rotterdam Moerdijk in Mton CO₂-uitstoot cluster 30 25 20 15
9,0
0
6,7
9,1
9,0
10,3
10,3
4,5
10 5
6,9 5,4
8,4
1990
2021
2025
2,8 5,5
5,5
3,3
2,7
2030
2035
Energiecentrales Raffinaderijen Industrie 55% doel
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 21
05 INFRASTRUCTUURANALYSE
In de regio wordt door de netbeheerders gewerkt aan nieuwe infrastructuur en uitbreidingen van het bestaande netwerk om de energietransitie te faciliteren. Om te toetsen of dit voldoende is, zijn deze investerings- en uitbreidingsplannen van de netbeheerders vergeleken met de energievraag van de industrie.8 Voor elektriciteit zijn dit de investeringsplannen van TenneT voor hoogspanning (150 en 380 kV) en van Stedin en Enexis voor de lagere netspanning. Voor methaan (aardgas en groen gas), waterstof en CO₂-transport en opslag zijn dit de plannen van Gasunie (en dochterbedrijf Hynetwork). Bij deze analyses is gebruik gemaakt van de vier verhaallijnen van de netbeheerders voor de periode 2035-2050 (zie Annex II voor meer details).
5.1 Elektriciteit De opgegeven elektriciteitsvraag van de industrie valt binnen de bandbreedte van de bestaande scenario’s van de netbeheerders. Dit betekent dat in de bestaande investeringsplannen voor netverzwaring al rekening is gehouden met dit vraagvolume.
Elektriciteitsvraag Rotterdam-Moerdijk in TWh 100
Potentiële restopgave richting 2050; er zijn mogelijk extra projecten nodig na 2035 om bestaande processen te verduurzamen.
80 60
Basecase Verhaallijnen: Decentraal Europees Internationaal Nationaal Scenario’s netbeheerders
40 20 0
2020
2030
2040
2050
Figuur: De in de CES opgehaalde informatie is weergegeven met stippen, verdeeld over vier mogelijke verhaallijnen. Deze vraag is vergeleken met de scenario’s waar de bestaande investeringsplannen van netbeheerders op zijn gebaseerd (lichtblauwe vlak).
8 — Hierbij is o.a. gekeken naar IP2024, II3050 en infrastructuurvisies en -strategieën van netbedrijven voor de langere termijn (Target Grid van TenneT, Een Haven Vol Nieuwe Energie van Stedin en de InfraVisie van Gasunie). CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 22
5.1.1 Potentiële knelpunten op het elektriciteitsnetwerk Congestie: ‘file op het elektriciteitsnet’ In Rotterdam-Moerdijk is op dit moment, net als in veel delen van Nederland, sprake van congestie op het elektriciteitsnetwerk. Dit betekent dat er onvoldoende transportcapaciteit is om alle nieuwe partijen aan te sluiten op het netwerk. Er is daarom in veel gebieden een wachtlijst voor nieuwe aansluitingen. Congestie zorgt voor vertraging in de uitvoering van nieuwe projecten en is een belangrijk knelpunt waar op dit moment aan gewerkt wordt door netbeheerders en het Havenbedrijf Rotterdam. De infrastructuuranalyse in dit hoofdstuk richt zich vooral op de lange termijn, door te bepalen welke investeringen nodig zijn richting 2050 en zodat de elektriciteitsnetwerken voldoende zijn om de energietransitie te faciliteren.
Hoewel de totale elektriciteitsvraag binnen de verwachtingen valt, kunnen op specifieke plekken op bepaalde periodes knelpunten ontstaan. Hiervoor is door TenneT, Stedin en Enexis een analyse gedaan voor hun eigen netwerken en een cluster systeemanalyse uitgevoerd door QuoMare voor Rotterdam en door Water and Energy Solutions voor Moerdijk om te kijken naar effecten op het hele netwerk in dat gebied.
TenneT Voor TenneT gaat het op de korte termijn (2035) in de meeste gevallen om beperkte overschrijding gedurende een gering aantal uren van het jaar op het hoofdcircuit (het netwerk van TenneT is dubbel ingericht en naast het hoofdcircuit is altijd nog een nevencircuit beschikbaar om de betrouwbaarheid van het netwerk te waarborgen als er een circuit uitvalt). De potentiële knelpunten op het 150 kV net van TenneT kunnen daarnaast mogelijk weggenomen worden door bedrijven met een grote elektriciteitsvraag direct aan te sluiten op het 380 kV netwerk. Dit scenario wordt in hoofdstuk 6 verder toegelicht. In twee gevallen gaat het om overschrijdingen op het 380 kV net van TenneT:
Richting 2035 ligt de verwachte vraag van de industrie aan de bovenkant van de vraag waarmee rekening werd gehouden door netbeheerders. Op de langere termijn wordt in de bestaande scenario’s van de netbeheerders gerekend met een grotere spreiding en groei dan nu is opgegeven door de industrie. Daarbij gaan met name de scenario’s van de netbeheerders met de hoogste elektriciteitsvraag uit van een hogere productie van synthetische brandstoffen dan nu is opgegeven door de industrie. Dit bevestigt het beeld dat plannen voor de langere termijn veelal nog niet bekend of vastgelegd zijn. De investeringsplannen van TenneT lopen tot het jaar 2035. Voor de periode na 2035, als onderdeel van de ‘Target Grid’ strategie van TenneT, wordt vast begonnen met het voorbereiden voor mogelijke infrastructuurprojecten zonder meteen ook een investeringsbeslissing hiervoor te nemen. Concreet voor de clusters wil dit zeggen dat als er een grotere elektriciteitsvraag voor de toekomst wordt verwacht na 2035 (als uitkomst van een scenario) TenneT nu al wil beginnen met bijvoorbeeld strategische grondverwerving en de voorbereiding van de vergunningverlening.
—
Op de verbinding Maasvlakte-Europoort worden grotere overschrijdingen verwacht door een toename van aanbod van elektriciteit uit wind op zee op de Maasvlakte en een groeiende vraag in de Europoort. Hiervoor is mogelijk een uitbreiding nodig van de verbinding tussen Maasvlakte-Europoort. Ook kan dit deels opgelost worden door de extra vraag vanuit Europoort direct aan te sluiten op het station op de Maasvlakte of door wind op zee deels te laten aanlanden bij Europoort in plaats van de Maasvlakte. Deze oplossingsrichtingen moeten verder onderzocht worden. Tot slot vervullen de reeds geplande elektrolysers op de Maasvlakte een belangrijke rol om grotere knelpunten op het netwerk te voorkomen, door elektriciteit van wind op zee direct bij de aanlanding te gebruiken voor waterstofproductie.
— Op de verbinding Geertruidenberg – Halsteren (via Port of Moerdijk) is vanaf 2035 mogelijk ook sprake van een tekort aan capaciteit om elektriciteit uit wind op zee naar de industrie te brengen, indien Nederwiek III bij Geertruidenberg aanlandt. Hierbij gaat het echter om een zeer geringe overschrijding op het hoofdcircuit voor 1-3% van de tijd, die het best opgelost kan worden door vraag een aanbod tijdens dit geringe aantal piekuren beter te matchen.
CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 23
Mogelijke knelpunten netwerk TenneT Potentieel knelpunt
Oorzaak
380 kV verbinding vanuit Toename aanbod door Maasvlakte (richting aanlanding van wind Europoort en Simonshaven) op zee op Maasvlakte en groeiende vraag in Europoort.
Europoort transformator (380/150 kV)
Stedin Overschrijding
Oplossingsrichting
Vanaf 2035 in 15% van de tijd overschrijding van 60% op het hoofdcircuit.
Wordt verder onderzocht. Mogelijke oplossingen zijn het aansluiten industrie Europoort op Maasvlakte station, verschuiving aanlanding wind op zee naar Europoort of een uitbreiding van de 380 kV verbinding.
Groeiende vraag elektriciteit Vanaf 2035 in 5% van de tijd Directe aansluiting industrie industrie op 150 kV net meer dan 15% overschrijding op 380 kV op het hoofdcircuit (N-1). Vanaf 2050 mogelijk ook overschrijding op nevencircuit (N-0)
Simonshaven transformatoren (380/150 kV)
Groeiende vraag elektriciteit Vanaf 2035 in >5% van de Directe aansluiting industrie industrie op 150 kV net tijd meer dan 15% overschrij- op 380 kV ding op het hoofdcircuit (N-1). Vanaf 2050 mogelijk ook overschrijding op nevencircuit (N-0)