[24bb005899] Brief Commissie voor de milieueffectrapportage advies RISE en Lumière, gemeente Rotterdam
Tekst van het document
10 september 2024 Persbericht
Langdurige hinder niet uit te sluiten door aanleg RISE en Lumière in de binnenstad van Rotterdam De milieueffecten van RISE en Lumière zijn grotendeels goed in beeld gebracht in de aangevulde milieuonderzoeken voor deze projecten. Ook zijn maatregelen beschreven om hinder tijdens de aanleg te voorkomen of beperken. Onduidelijk is nog of maatregelen op projectniveau hiervoor echt voldoende zijn, aangezien RISE, Lumière en de herinrichting van het Hofplein in hetzelfde hoogstedelijk gebied en in dezelfde periode worden uitgevoerd. Dat zegt de Commissie voor de milieueffectrapportage in haar advies over het aangevulde milieueffectrapport. De gemeente Rotterdam had de Commissie gevraagd dit rapport te beoordelen. Gemeente Rotterdam wil de binnenstad verder verdichten. Ze wil woningen bouwen en het gebied aantrekkelijker maken voor werken en recreëren. Rotterdam voert in de binnenstad verschillende herontwikkelingsprojecten tegelijk uit, waaronder RISE en Lumière. Samen omvatten deze twee projecten circa 2.000 woningen en maximaal 70.000 m2 aan andere functies, zoals kantoorruimte, een hotel en diverse maatschappelijke en commerciële voorzieningen. De aanvulling geeft nieuwe inzichten over de effecten van de projecten tijdens de aanlegfase en over verschillende andere onderwerpen. Nog onduidelijk blijven de (hinder)effecten van RISE en Lumière samen in de aanlegfase.
Daarnaast speelt ook de herinrichting van het Hofplein in hetzelfde gebied en de uitvoering is in dezelfde periode gepland. Gezamenlijk kunnen de projecten extra overlast veroorzaken. Onduidelijk is nu nog welke maatregelen en voorwaarden nodig zijn om hinder te beperken en normoverschrijdingen te voorkomen. Daarnaast constateert de Commissie in haar advies dat ook met de aangevulde onderzoeken onduidelijk blijft in hoeverre op de eigen kavels RISE en Lumière aan de energie- en warmtevraag van de gebouwen kan worden voldaan en wat de milieueffecten zijn van deze systemen. Vergelijkbare informatie mist nog voor de opvang van regenwater. Het is belangrijk om te weten hoeveel regenwater op de eigen kavels kan worden opgevangen, en welke hoeveelheid regenwater de gemeente nog moet kunnen afvoeren bij een piekbui. De Commissie adviseert het rapport aan te vullen voordat wordt besloten over de bestemmingsplannen voor RISE en Lumière. ----------------------------------------------------------De onafhankelijke Commissie mer is bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van milieueffectrapporten. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. De Commissie schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag - in dit geval de gemeenteraad van Rotterdam - besluit over het project.
Zie ook www.commissiemer.nl.
Noot voor de redactie Op de website vindt u het volledige advies. Voor meer informatie kunt u bellen met onze persvoorlichter: Daan de Wit, 06 15 28 37 74.
RISE en Lumière, gemeente Rotterdam Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 10 september / projectnummer: 3805
Advies over het aangevulde MER in het kort Rotterdam heeft een grote woningbouwopgave. De gemeente wil onder andere met twee herontwikkelingen in de binnenstad invulling geven aan deze opgave. Het gaat om een ontwikkeling aan het Hofplein (RISE) en aan de Lijnbaan (Lumière), zie figuur 1. Voor beide projecten wordt een apart bestemmingsplan vastgesteld. Voordat de gemeenteraad van Rotterdam besluit over de bestemmingsplannen, zijn de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport (MER).1 Eerder constateerde de Commissie dat in het MER belangrijke milieu-informatie ontbrak.2 De gemeente Rotterdam heeft het MER aangevuld en heeft de Commissie gevraagd te adviseren over de aanvulling op het MER (hierna: aanvulling).3 In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en volledigheid hiervan.
Wat staat in de aanvulling op het MER? In de aanvulling staat hoe de projecten bijdragen aan de gemeentelijke ambities voor de binnenstad. Ook is toegelicht dat een alternatief met lagere woondichtheden in het MER niet is onderzocht. De gegeven reden hiervoor is dat dit niet aansluit bij de verdichtingsambitie van de gemeente, waarbij de nadruk ligt op het verhogen van de woondichtheid. De aanvulling geeft nieuwe informatie over de aanlegfase met betrekking tot bouwlogistiek en effecten op geluid, trillingen en verkeer voor elk van de twee projecten. In de aanvulling zijn hiervoor geen berekeningen uitgevoerd, maar wordt verwezen naar de BLVC-plannen4 die voor de projecten zijn opgesteld. In deze plannen is op projectniveau beschreven hoe hinder tijdens de aanlegfase zoveel mogelijk wordt beperkt of voorkomen. Voor de gebruiksfase geeft de aanvulling nieuwe inzichten over de energievraag en productie van de projecten. Voor hemelwaterbeheersing en -afvoer zijn in de aanvulling maatregelen kwalitatief beschreven. De nieuwe inzichten in de aanvulling hebben niet geleid tot wijzigingen in de effectbeoordelingen in het MER.
Wat is het advies van de Commissie? De Commissie waardeert de gestructureerde opzet van de aanvulling. Alle punten uit het voorlopig advies van de Commissie zijn hierin geadresseerd. De Commissie constateert dat de aanvulling, samen met de BLVC-plannen, deels voorziet in de benodigde extra informatie. Zo is er voldoende informatie over de doelstelling, alternatieven, trillingen in de gebruiksfase en over knelpunten en maatregelen in de aanlegfase op projectniveau. De Commissie signaleert echter dat bij de toetsing van het aangevulde MER nog steeds belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het milieubelang volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over RISE en Lumière. In de aanvulling zijn geen nieuwe analyses of berekeningen uitgevoerd. Hierdoor ontbreken diepere inzichten en zijn conclusies in de aanvulling niet altijd goed te volgen. Het gaat om:
1 2 3 4
Milieueffectrapport Centrumontwikkeling RISE en Lumière te Rotterdam, Antea Group, 1 december 2023.
Voorlopig toetsingsadvies van de Commissie over het MER voor RISE en Lumière: a3805ts (commissiemer.nl).
Aanvulling MER n.a.v. Advies Commissie mer, MER Lumière RISE Rotterdam, Antea Group, 17 juli 2024.
BVLC staat voor Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie.
-1-
Cumulatieve hinder tijdens de aanlegfase: de BLVC-plannen geven op projectniveau een goed beeld van mogelijke knelpunten en maatregelen tijdens de aanlegfase. Inzicht
ontbreekt echter nog in de cumulatieve (hinder)effecten tussen RISE en Lumière en in samenhang met de herinrichting van het Hofplein.5 Hierdoor is onduidelijk welke
maatregelen of voorwaarden nodig zijn om hinder te beperken en normoverschrijdingen te voorkomen.
Cumulatieve geluidhinder in de gebruiksfase: de cumulatieve geluidsberekeningen zijn niet in lijn met de geldende voorschriften. Het advies van de Commissie op dit punt blijft daarom om de cumulatieve geluidsberekening in de aanvulling opnieuw uit te voeren.
Energie en warmte: hoewel de energievraag in de aanvulling in beeld is gebracht, blijft onduidelijk in hoeverre hier binnen de kavels van RISE en Lumière aan kan worden
voldaan. Dat geldt ook voor de warmtevraag. Daarnaast ontbreekt inzicht in de effecten
(inclusief ruimtevraag) en daarmee de uitvoerbaarheid van de geprefereerde energie- en warmteconcepten.
Regenwaterbeheersing: de wateropgave is in de aanvulling niet kwantitatief in beeld gebracht. Hierdoor blijft onduidelijk welke waterbergingscapaciteit binnen de kavels kan worden gerealiseerd en welke hoeveelheid regenwater de gemeente nog moet kunnen afvoeren bij een piekbui.
In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.
Figuur 1: Impressie Lumière (links) (bron: Toelichting Ontwerp Bestemmingsplan Lumière). Impressie RISE (rechts) (bron: Presentatie gemeente Rotterdam, 15 februari 2024).
5
Deze herinrichting wordt in dezelfde periode uitgevoerd.
-2-
Aanleiding MER Gemeente Rotterdam herontwikkelt verschillende centrumlocaties om tegemoet te komen aan de grote woningbouwopgave in Rotterdam. RISE en Lumière zijn twee van deze projecten. De projecten zijn merbeoordelingsplichtig op grond van categorie D11.2 van het Besluit mer: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. De gemeente heeft ervoor gekozen om de mer-beoordeling over te slaan en direct een project-MER op te stellen. Dit omdat de beide projecten, en verschillende andere projecten in de directe omgeving,6 samen cumulatieve effecten kunnen veroorzaken op het milieu en de leefomgeving. Het MER hoort bij twee concrete projecten (RISE en Lumière) en is daarom een project-mer. Voor beide projecten wordt een eigen bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad van Rotterdam. Het MER is een bijlage bij beide bestemmingsplannen. Wetgeving van toepassing op dit plan Voor deze projecten en het MER is de wetgeving van toepassing zoals die gold vóór 1 januari 2024 (zoals de Wet milieubeheer), en niet de huidige wetgeving (de Omgevingswet). Dit omdat de plannen ter inzage zijn gelegd voordat de Omgevingswet op 1 januari 2024 van kracht werd. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER.
Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer, in dit geval het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van gemeente Rotterdam – besluit over de bestemmingsplannen. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3805 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar beoordeling toe. Aan deze beoordeling koppelt zij adviezen en aanbevelingen. Adviezen staan in een tekstkader. Het uitvoeren daarvan is essentieel voor het volwaardig meewegen van het belang voor de leefomgeving bij het besluit over RISE en Lumière. Dit moet volgens de Commissie gebeuren voordat de gemeenteraad van Rotterdam een besluit neemt over de bestemmingsplannen. Aanbevelingen zijn gedaan in hoofdstuk 3 van dit advies.
Inhoud en diepgang aanvulling De aanvulling op het MER heeft een duidelijke structuur, die goed aansluit bij het voorlopig toetsingsadvies van de Commissie. De aanvulling is vooral kwalitatief van aard. Er zijn geen nieuwe analyses of berekeningen van omgevingseffecten toegevoegd. De conclusies uit de 6
In de directe omgeving zijn meer grootschalige projecten in ontwikkeling, waaronder Pompenburg, het Schiekadeblok en de aanpassing van het Hofplein.
-3-
aanvulling zijn hierdoor moeilijk of niet te verifiëren. Dit komt ook doordat op verschillende punten wordt verwezen naar het vervolgproces. Een voorbeeld hiervan is de afstemming van werkzaamheden voor verschillende projecten op elkaar. In de aanvulling wordt ook verwezen naar (concept) BLVC-plannen. Deze zijn niet als bijlage toegevoegd aan de aanvulling. De Commissie heeft de concept BLVC-plannen van de gemeente ontvangen en betrokken bij haar advisering.7 De Commissie adviseert de aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, aan te vullen met de BLVC-plannen (als bijlage). Hierdoor is het MER zelfstandig leesbaar en dit draagt bij aan de herleidbaarheid van conclusies in de aanvulling.
Aanlegfase In de aanvulling op het MER is aangegeven dat de planning en uitvoering van de aanlegfase nog niet in detail bekend is en dat verdere afstemming noodzakelijk is. Hierdoor blijven de milieueffecten8 van de aanlegfase in de aanvulling onduidelijk. De Commissie begrijpt dat details in deze fase nog niet bekend zijn. In deze fase is echter wel een inventarisatie mogelijk van knelpunten (kritische bouwactiviteiten) die kunnen ontstaan doordat RISE, Lumière en de herinrichting van het Hofplein in dezelfde periode, en in elkaars directe nabijheid, worden uitgevoerd. Deze inventarisatie is nodig om de uitvoerbaarheid van RISE en Lumière en de noodzaak en aard van daarvoor noodzakelijke maatregelen in beeld te brengen. In de BLVC-plannen staat informatie over de fasering van de projecten, werktijden, aanrijroutes, een beschrijving van de bouwlogistiek en een aanzet voor monitoring van hinder tijdens de aanlegfase. De BLVC-plannen geven daarmee een goed beeld van mogelijke knelpunten en maatregelen op projectniveau. De Commissie constateert op basis van de informatie uit de BLVC-plannen dat de effectbeoordeling in het MER over de aanlegfase mogelijk te gunstig is ingeschat (0/-, zonder maatregelen). Gezien de relatief lange sloopen bouwperiode en bijbehorende hindereffecten, lijkt een negatievere effectbeoordeling zonder maatregelen realistischer.
De interactie tussen RISE en Lumière blijft zowel in de aanvulling op het MER als in de BLVCplannen onduidelijk. Dit geldt ook voor de interactie met de herinrichting van het Hofplein. Juist in cumulatie kunnen de projecten knelpunten veroorzaken, vooral wat betreft verkeer, geluid- en trillinghinder. Het is belangrijk dat de cumulatieve effecten in de aanlegfase bekend zijn voor de besluitvorming over de bestemmingsplannen. Voor de uitvoerbaarheid van de projecten moet duidelijk zijn of sprake is van normoverschrijdingen en in hoeverre (en welke) maatregelen en/of andere voorwaarden9 nodig zijn om overschrijdingen te voorkomen. 7
De Commissie heeft de volgende versies van de BLVC-plannen ontvangen en betrokken bij de advisering:
Project Lumière BLVC plan – fase Omgevingsvergunningaanvraag (OMV), 15 september 2023.
Rotterdam – RISE, Concept BLVC-plan ontwerpfase, Bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie, 15 september 2023.
8 9
Het gaat bijvoorbeeld om effecten op het verkeer en hinder door geluid en trillingen.
Het kan bijvoorbeeld gaan om voorwaarden over de planning van de herinrichting van het Hofplein en RISE om cumulatieve hinder te beperken.
-4-
De Commissie adviseert om de aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, aan te vullen met:
een (beschouwing van de noodzaak voor) aanpassing van de effectbeoordeling in het MER, vanwege hindereffecten tijdens de aanlegfase;
een beschouwing van de samenhangende hindereffecten tijdens de aanlegfase van RISE, Lumière en het Hofplein;
een onderzoek naar (mogelijke) normoverschrijdingen door de gelijktijdige uitvoering
van RISE, Lumière en het Hofplein. Geef aan welke strategieën kunnen worden gevolgd en welke maatregelen kunnen worden genomen om dit te voorkomen. Geef ook aan in hoeverre hiervoor aanvullende voorwaarden nodig zijn. Daarnaast beveelt de Commissie aan om een tijdige inventarisatie van mogelijke knelpunten te maken voor alle projecten die gelijktijdig in de binnenstad worden uitgevoerd en strategieën te verkennen on deze te mitigeren. Dit kan onafhankelijk van de
bestemmingsplanprocedures voor RISE en Lumière gedaan worden. De inventarisatie is vooral van belang voor de regievoering door de gemeente, zodat overlast en normoverschrijdingen door cumulatieve effecten zoveel mogelijk voorkomen kunnen worden.
Gebruiksfase 2.3.1
Geluid in cumulatie In haar voorlopig advies constateerde de Commissie dat er mogelijk een rekenfout zit in de berekening van de gecumuleerde geluidsbelasting. In de aanvulling wordt gemotiveerd dat dit niet het geval is. In reactie hierop merkt de Commissie op dat het berekenen van de
bijdrage van railverkeer als industrielawaai, afwijkt van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG2012).10 De afwijking van het RMG2012 is niet onderbouwd en de berekening is daarmee onjuist uitgevoerd.
De Commissie adviseert om de aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, aan te vullen met nieuw uitgevoerde cumulatieve geluidsberekeningen. Daarbij moet het railverkeer niet beschouwd worden als industrielawaai. Geef aan in hoeverre de herberekening invloed heeft op de beoordeling in het MER.
2.3.2
Energie en warmte In de aanvulling staat dat, voor RISE, met zonnepanelen niet kan worden voldaan aan de energievraag. Afhankelijk van de gehanteerde uitgangspunten en definities wordt 6 tot 13% van de energievraag met zonne-energie ingevuld. Ook is aangegeven dat de uitwerking van het WKO-systeem11 in een latere fase plaatsvindt. Hierdoor is nog onduidelijk in hoeverre het mogelijk is om op eigen terrein aan de warmte- en koudebehoefte van het toekomstige gebouw te voldoen. Desondanks wordt in de aanvulling geconcludeerd dat voldaan kan
10 11
Voor meer informatie, zie wetten.nl - Regeling - Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 - BWBR0031722 (overheid.nl). WKO staat voor ‘warmte-koude opslag’.
-5-
worden aan de energiebehoefte van het gebouw. Deze conclusie kan de Commissie niet volgen op basis van de verstrekte informatie. Ook voor Lumière is de informatie nog summier. Aangegeven is dat wordt gekozen voor een WKO-systeem. Daarbij zijn nog drie varianten in beeld om aan de energievraag te voldoen: (1) open bodemenergiesysteem met stadswarmte, (2) stand-alone open bodemenergiesysteem en (3) gecombineerd energiesysteem. Voor de drie concepten is de energie-potentie niet berekend en is dus onduidelijk of aan de energievraag kan worden voldaan. Daarnaast zijn de milieueffecten en het ruimtebeslag van de drie varianten niet in beeld gebracht, waardoor de uitvoerbaarheid ook onduidelijk is. De Commissie adviseert om de aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, aan te vullen met een (zoveel mogelijk kwantitatieve) onderbouwing van de mate waarin energievraag en -aanbod op elkaar aansluiten. Licht toe welke (ontwerp)maatregelen worden genomen als de energievraag en -opwek niet op elkaar aansluiten en wat hiervan de milieueffecten zijn. Maak een vergelijkbare analyse voor de warmte- en koudevraag van beide projecten. Maak daarbij ook duidelijk in hoeverre de effectiviteit van de WKO-oplossing voor beide projecten beïnvloed wordt door WKO-oplossingen voor andere projecten in de nabijheid.
Regenwaterbeheersing Voor beide projecten lijkt een weloverwogen concept te zijn opgesteld voor opvang van hemelwater binnen de kavels. Er is echter niet (kwantitatief) onderbouwd hoeveel hemelwater daarmee per uur kan worden opgevangen. Daardoor is de conclusie dat het mogelijk is om 70 mm te bergen,12 niet te verifiëren. Onduidelijk is in hoeverre rekening is gehouden met de hoeveelheid extra water dat buiten het opvangsysteem mogelijk via een gevel (met name west - zuid-west) op het maaiveld komt. Gezien de hoogte van de gebouwen en omdat regenwater bijna nooit verticaal valt, kan dit resulteren in onvoldoende directe opvangcapaciteit binnen de kavel en de lozing van grote hoeveelheden water op plekken buiten de kavel. Een berekening is nodig om te weten hoeveel regenwater de gemeente nog moet kunnen afvoeren bij een piekbui, aanvullend op de berging op de eigen kavels. De Commissie adviseert om de aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, aan te vullen met een kwantitatieve onderbouwing van de hoeveelheid regenwater die op de eigen kavels kan worden opgeslagen en de hoeveelheid regenwater die de gemeente dan nog moet kunnen afvoeren bij een piekbui.
12
De tijdseenheid is in de aanvulling niet genoemd. De Commissie gaat ervan uit dat het gaat om 70 mm per uur.
-6-
Aanbevelingen voor het vervolg In haar voorlopig toetsingsadvies deed de Commissie verschillende aanbevelingen voor het vervolg. In paragraaf 2.7 van de aanvulling is al (uitgebreid) invulling gegeven aan deze aanbevelingen. De Commissie heeft ook deze informatie meegenomen bij de toetsing.13 Voor een zorgvuldige besluitvorming over de bestemmingsplannen voor RISE en Lumière, is het niet noodzakelijk om de hieronder gevraagde informatie in deze fase aan te vullen. De onderstaande paragrafen zijn bedoeld als aanbevelingen voor het vervolg, om een zorgvuldig proces en transparante communicatie met belanghebbenden te bevorderen.
Referentiesituatie geluid Momenteel loopt een Raad van State procedure tegen het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel (3 februari 2022).14 Er bestaat spanning tussen verleende rechten van bestaande nachthoreca aan het Stadhuisplein en de woonkwaliteit van (toekomstige) omwonenden. De lopende procedure leidt tot onzekerheid over de referentiesituatie voor toekomstige bewoners van RISE en Lumière. De Commissie beveelt aan om een overzicht te maken van onderzoeken die zijn uitgevoerd en van verleende rechten en plichten15 voor de afzonderlijke bestaande horeca. Maak hiermee de referentiesituatie duidelijker. Geef vervolgens aan hoe de woonkwaliteit van toekomstige bewoners geborgd wordt, als de gehanteerde referentiesituatie wijzigt door de Raad van State uitspraak. Duidelijk moet zijn welk geluidsniveau wordt geaccepteerd op de gevels van de nieuwe woningen en welke maatregelen worden getroffen om een overschrijding daarvan te voorkomen.
Wind- en schaduwhinder In haar voorlopig advies deed de Commissie de aanbeveling om een schaduwonderzoek uit te voeren voor de laagste zonnestand (in december). In de aanvulling is toegelicht dat deze aanbeveling niet is overgenomen, omdat dit geen gemeentelijk beleid is en omdat het aantal zonuren in december beperkt is.16 De Commissie kan deze redenering niet goed volgen. Ook op bewolkte dagen kan hoogbouw direct licht wegnemen bij omliggende woningen. Juist in de donkere winterperiode is direct licht waardevol voor bewoners. De Commissie blijft daarom bij haar aanbeveling om in een volgende ontwerpfase schaduwhinder op omwonenden op de kortste dag van het jaar in beeld te brengen, zodat de effecten voor hen duidelijk zijn.
13
Het is gebruikelijk dat de Commissie bij de toetsing van een aanvulling op het MER, alleen terugkomt op de adviespunten
uit het voorlopig toetsingsadvies. 14 15
Zie hierover ook de collegebief Geluid Stadhuisplein van 9 juli 2024.
Uit de Aanvulling (pagina 21, voetnoot 9) is te herleiden dat voor 9 horeca-inrichtingen nabij het Stadhuidplein in de
referentiesituatie maatwerkvoorschriften worden voorbereid, maar deze zijn medio juli 2024 niet via een onherroepelijk besluit vastgesteld. 16
Volgens de aanvulling gaat het om 58 uur in de maand december, gemiddeld 2 zonuren per dag.
-7-
Buitenruimte en ruimtelijke kwaliteit 3.3.1
Recreatiemogelijkheden in de buitenruimte In de aanvulling is verwezen naar de inspanningen van de gemeente voor de ontwikkeling van 20 hectare nieuw groen in de stad. Onduidelijk is nog in hoeverre RISE en Lumière bijdragen aan de gemeentelijke groenopgave en in hoeverre het nieuw te realiseren groen geschikt is voor recreatie. Het is belangrijk om de leefbaarheid in de stad te monitoren. De Commissie beveelt daarom aan om in een monitoringssysteem bij te houden hoeveel vierkante meter gebruiksgroen (binnen verschillende afstanden) toegankelijk is voor in het centrumgebied woonachtige bevolking.
3.3.2
Ruimtelijke kwaliteit De Commissie waardeert de visualisaties die in de aanvulling zijn toegevoegd en het overzicht van omliggende projecten in de binnenstad. Daarmee is invulling gegeven aan de aanbeveling van de Commissie om de projecten in samenhang met andere ontwikkelingen in de omgeving te beschouwen. Wat de Commissie nog mist zijn visualisaties op ooghoogte vanuit locaties in de wijdere omgeving, waarvandaan de torens goed zichtbaar zijn. De Commissie beveelt aan om deze alsnog te maken in een volgende ontwerpfase, zodat de effecten op de ruimtelijke kwaliteit duidelijk zijn.
Monitoring In de aanvulling is aangegeven dat de gemeente een projectoverstijgend monitoringprogramma wil opzetten. Daarnaast staat in de BLVC-plannen dat op projectniveau tijdens de aanlegfase gemonitord gaat worden op logistiek17 en op geluids- en trillingseffecten. De Commissie is hier positief over en onderstreept het belang van monitoring zowel op projectniveau als op stadsniveau. Uit de aanvulling blijkt nog niet welke andere milieueffecten worden meegenomen in de monitoring. Het is belangrijk dat milieueffecten systematisch worden gemonitord met vooraf opgezette toetsingscriteria. De Commissie beveelt aan om een monitoringssysteem op te zetten op (binnen)stadsniveau, waarbij de effecten van meerdere projecten worden bijgehouden. Monitor daarin bijvoorbeeld indicatoren met betrekking tot leefbaarheid, energie, verkeer18, bereikbaarheid en klimaat. Daarbij moeten ook de duur, frequentie en methode van monitoring duidelijk zijn.
17 18
Er is onder andere aandacht voor monitoring van verkeersveiligheid, toegankelijkheid en routering op projectniveau. Denk aan doorstroming en veiligheid.
-8-
BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie
De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of
onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de
ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit
wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het
gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: Ruwan Aluvihare BA. MDip LA prof. dr. ir. Rob van der Heijden ing. Gerard Krone ir. Kees Slingerland (voorzitter) Michelle Vanderschuren MSc (secretaris) Besluiten waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Bestemmingsplan Lumière en Bestemmingsplan RISE. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor projecten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een milieueffectrapport (MER) vereist zijn. Dit project valt onder de regelgeving van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024). Voor deze procedure volgt daarom nog uit onderdelen C en D van de bijlage bij het voormalige Besluit milieueffectrapportage dat een MER vereist is. Bevoegd gezag besluiten Gemeenteraad van de gemeente Rotterdam. Initiatiefnemer besluiten College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? De Commissie heeft alle zienswijzen en adviezen gelezen die het bevoegd gezag tot en met 22 februari 2024 heeft toegestuurd. Ze heeft ze in haar advies verwerkt, voor zover relevant voor het MER.
Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3805 in te vullen in het zoekvak.