CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005857] Bijlage 8 behorende bij 24bb005840 - Wijzigingendocument M4H en HNOF dd6-9-24

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 18 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen47.254 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

Dat variant 4 de hoogste belasting heeft is ook goed te verklaren: het gaat uit van het hoge woningbouwprogramma wat direct resulteert in meer verkeer, maar het gaat uit van het medium ambitieniveau (M) ten aanzien van mobiliteitsmaatregelen. De effecten in deze paragraaf zijn dus worst-case op basis van variant 4 in beeld gebracht.

95

Op de bestaande woningen aan de randen en binnen M4H verandert door de transformatie van M4H beperkt de geluidbelasting door wegverkeerlawaai. Op enkele locaties neemt de geluidbelasting met 1 dB af en op sommige andere locaties neemt deze met 1-2 dB toe, met een uitschieter van een toename van 5 dB op de bestaande woning aan de Keileweg 10A. Nergens overschrijdt deze de maximale ontheffingswaarde van 63 dB Bij de nieuwe beoogde woningen is juist aan de buitenranden van M4H de geluidbelasting door wegverkeerlawaai hoger, meer in het plangebied neemt de geluidbelasting af. Te zien is dat de doorgaande grotere straten hogere geluidbelastingen kennen. Zo ligt de geluidbelasting op leefniveau (5 meter) langs de Vierhavensstraat tegen de maximale ontheffingswaarde van 68 dB exclusief aftrek aan (65-67 dB), maar wordt deze nergens overschreden. De Marconistraat en Benjamin Franklinstraat hebben geluidbelastingen op leefniveau (5 m hoogte) tussen de 56-64 dB. De geluidbelastingen op straat langs de ontsluitingswegen in het plangebied zijn hiermee hoger dan dieper in M4H. Bijvoorbeeld op de pieren van de Merwehaven en de Keilehaven is duidelijk te zien dat het geluideffect van wegverkeer afneemt hoe dichter bij het water men komt. Op de kop van de Merwepieren ligt de geluidbelasting rondom de voorkeursgrenswaarde (48-51 dB).

Cumulatief Op de bestaande woningen buiten M4H neemt de cumulatieve geluidbelasting door het voornemen maximaal 3 dB af en bij de te bestaande woningen binnen het plangebied ten hoogste 11 dB. De geluidbelasting wijzigt bij het gros van de woningen niet of zeer beperkt (1 dB). Bij de nieuw beoogde woningen is de cumulatieve geluidbelasting het hoogst aan de pieren. De Merwehaven laat cumulatieve geluidbelastingen van boven de 75 dB zien, lokaal zelfs boven de 80 dB (tot maximaal 85 dB bij de oostzijde van de tweede pier van de Merwehaven). Ook het Keilekwartier kent cumulatieve geluidbelastingen op de meeste rekenpunten boven de 70 dB. In het Marconikwartier liggen de cumulatieve geluidbelastingen lager, omdat het effect door de scheepvaart beperkter is, maar ook hier liggen de cumulatieve geluidbelastingen veelal tussen de 61-70 dB. De mediaan op ontwikkellocaties is 69 dB. Het geluidklimaat op de locaties waar nieuwe woningen zijn beoogd is incidenteel tamelijk slecht, tot grotendeels slecht en zeer slecht. Zie tabel 5.7 voor een overzicht. Cumulatieve geluidbelasting in dB Hoogte

Merwehaven

Marconikwartier

Galileipark

Keilekwartier

5 meter

67-85

61-68

61-67

65-70

30 meter

67-84

65-69

65-69

67-73

50 meter

67-80

66-68

67-69

69-73

Tabel 5.7: cumulatieve geluidbelastingen per deelgebied Laagfrequent geluid Voor de bestaande woningen buiten het plangebied en de bestaande woningen binnen het plangebied blijft de kans op laagfrequent gelijk. Wat betreft de nieuwe beoogde woningen bedraagt het geluidsniveau door scheepvaart ten hoogste 55 dB. Uitgaande van een standaardgevel kan binnen een woning een overschrijding optreden van de richtwaarde van de Vercammen curve met (afgerond) 1 en 4 dB in respectievelijk de 63 en 125 Hz band. Deze overschrijding wordt niet alleen veroorzaakt door het laagfrequente karakter van het geluid, maar ook door het feit dat de geluidsbelasting vanwege scheepvaartverkeer hier hoog is: Een geluidsniveau op de gevel van 55 dB(A) in alle periodes van het etmaal, dat is 61 dB Lden.Voor woningen met een lagere geluidsbelasting zal de overschrijding geringer zijn: Bij een geluidsniveau op de gevel van 51 dB(A) op de gevel wordt (indicatief) overal voldaan aan de Vercammen curve. Een kanttekening hierbij is dat voor de varende schepen in de haven een gelijk toerental (zelfde geluidvermogen) is gebruikt als van de doorgaande scheepvaart. Dit is een worst-case aanname. Daarnaast zijn de berekende geluidsniveaus afhankelijk van de aannames over de verblijftijd en vaarsnelheid of dat de geluidemissie van varende schepen in de haven overschat kan zijn.

Wat betreft de nieuwe beoogde woningen bedraagt het geluidsniveau per situatie als gevolg van nestgeluid ten hoogste 69 dB. Uitgaande van een standaardgevel kan binnen een woning een overschrijding optreden van de richtwaarde van de Vercammen curve met (afgerond) 8, 13 en 16 dB in respectievelijke de 31,5, 63 en 125 Hz band. Deze overschrijding wordt niet alleen veroorzaakt door het laagfrequente karakter van het geluid, maar ook door het feit dat de geluidsbelasting vanwege nestgeluid hier erg hoog is: Een geluidsniveau op de gevel van 69 dB(A) in alle periodes van het etmaal,

96

oftewel een geluidsniveau van 75 dB Lden. Voor woningen met een lagere geluidsbelasting zal de overschrijding geringer zijn: Bij een geluidsniveau op de gevel van 55 dB(A) voldoen de 31,5 en 63 Hz banden (indicatief) aan de Vercammen curve. In de 125 Hz band treedt een overschrijding van de Vercammen curve met 2 dB op. Pas bij een geluidsniveau van 53 dB(A) op de gevel wordt (indicatief) overal voldaan aan de Vercammen curve. Een kanttekening is dat over een jaar gezien het laagfrequent geluid niet voortdurend aanwezig zal zijn. Er is immers rekening gehouden met jaargemiddelde aantallen in de berekeningen voor het nestgeluid en scheepvaartlawaai. Gerekend is met het hoogst voorkomende geluidsniveau op de rekenpunten in het etmaal. Het laagfrequent geluid zal plaatselijk zeker optreden, echter is het onwaarschijnlijk dat dit gelijktijdig over het gehele plangebied optreedt. Conclusie planvoornemen Uit het voorgaande is gebleken dat industrielawaai een belangrijke geluidbron is die voor de (zeer) hoge geluidbelastingen in M4H zorgt (tot maximaal 67 dB(A) op nieuwe woningen). Ook wegverkeerlawaai is hoog (tot maximaal 64 dB op nieuwe woningen langs de Vierhavensstraat), maar blijft in het binnengebied van M4H binnen de grenzen van de wettelijke normen.

Ook de gecumuleerde geluidbelasting, is met name door de bijdrage van het nestgeluid (zeer) hoog (maximaal 83 dB op nieuwe woningen). Voor M4H geldt de ambitie dat er een gezonde en leefbare wijk wordt ontwikkeld, door transformatie van een verouderd industrieterrein. Een deel van het gebied blijft echter gezoneerd industrieterrein. Ook een groot deel van de aanwezige ligplaatsen blijven. Dit resulteert zonder meer in negatieve milieueffecten. De transformatie leidt niet tot een verlaging van de geluidbelasting. In plaats daarvan worden er potentieel geluidgehinderden in een geluidbelast gebied gesitueerd. Ongeacht het programma (laag of hoog) is hier sprake van. In grote delen van deelgebieden kan niet worden voldaan de wettelijke grenswaarden van de Wet geluidhinder en in het kader van het cumulatief geluid is het geluidklimaat op de locaties waar nieuwe woningen zijn beoogd incidenteel tamelijk slecht, tot grotendeels slecht en zeer slecht. Dit resulteert in het niet behalen van de ambities voor gezondheid – sterker nog: het doet afbreuk daaraan. Het is daarom noodzakelijk gebleken alternatieven te onderzoeken ten aanzien van de omgang met geluid. Nadere keuzes en maatregelen die geresulteerd hebben in het voorkeursalternatief Uit voorgaande blijkt dat er nadere keuzes en maatregelen nodig zijn om met name de cumulatieve geluidbelasting te verminderen.

Drie bronnen, waarbij maatregelen mogelijk zijn, dragen met name bij aan de hoge (cumulatieve) geluidbelastingen. Hierna worden de te nemen keuzes en te treffen maatregelen per bronsoort beschreven. Industrielawaai gedeeltelijk gedezoneerd industrieterrein HNOF De positieve effecten van de gedeeltelijke dezonering van het industrieterrein HNOF zijn aanzienlijk. Toch blijft er sprake van overschrijdingen van de Wet geluidhinder, vooral in het Keilekwartier. De hoogst berekende waarde voor industrielawaai ligt daar na dezonering op 64 dB(A). Het Keilekwartier ligt ook meer binnen de geluidzone van de Waal- en Eemhaven (WEH) dan de andere deelgebieden Verdergaande dezonering van het HNOF is voorlopig niet aan de orde. In Vierhavens ten zuiden van Keilehaven zitten voorlopig nog havengebonden bedrijven. Wanneer deze bedrijven vertrekken, kan er sprake zijn van vrijkomende geluidruimte, als het bestemmingsplan op de vrijkomende terreinen daarop wordt aangepast. Echter, van deze of andere bedrijven in het HNOF is op dit moment nog geen zekerheid dat ze in de komende tien jaar of snel daarna zullen vertrekken. Bij FTR wordt het geluidbudget op de kavel via het bestemmingsplan M4H vastgelegd tot de maximale waarde voor industrielawaai van 55 dB(A) op de dichtstbijzijnde toekomstige woonbebouwing van Merwehaven.

Dit is haalbaar zonder dat al toegestane activiteiten daardoor onmogelijk worden gemaakt. Buiten het HNOF wordt in het bestemmingsplan M4H het lawaai afkomstig van het te ontwikkelen bedrijventerrein Galileipark door inwaartse zonering beperkt zodat de maximale waarde voor Industrielawaai van 55 dB(A) op de dichtstbijzijnde toekomstige woonbebouwing niet wordt overschreden. Dat geldt voor zowel Merwehaven, als het op langere termijn gewenste woonwerkgebied in Marconikwartier en het Keilekwartier. Dit wordt per nieuw te vestigen bedrijf apart getoetst. Er is geen sprake van een gezoneerd industrieterrein of een cumulatieve norm. Het aflopen van de erfpachtcontracten van RFW en Total Produce op de Merwepieren is al een feit en is een uitgangspunt voor dit MER. Daarmee komt geluidruimte vrij in Merwehaven. Met het aflopen van

97

het erfpachtcontract in 2032 van het bedrijf Van Uden aan de Gustoweg komt ook het industrielawaai van die inrichting te vervallen. En met deze havengebonden activiteiten ook het nestgeluid van de zeeschepen die tot deze inrichtingen behoren. Nestgeluid Een belangrijke bron van de hoge cumulatieve geluidbelasting is het zogeheten nestgeluid van afgemeerde schepen. Ten behoeve van de gebiedsontwikkeling en een acceptabele of aanvaardbare leefomgeving is daarom een op dit moment meest haalbaar maatregelenpakket voor nestgeluid samengesteld (zie figuur 5.5). Naast het eerdergenoemde vertrek van bedrijven uit de Merwehaven, en de daarmee samenhangende zeevaart, is besloten tot aanvullende maatregelen, die in afspraken tussen gemeente en Havenbedrijf worden geborgd in de Havenverordening. In het middelste waterbekken van Merwehaven komen de ligplaatsen voor zee- en binnenvaart te vervallen. Permanente ligplaatsen voor zeeslepers in Merwehaven komen eveneens te vervallen, maar pas zodra deze de nog op te leveren woningen nadelig beïnvloeden. Het aantal ligplaatsen voor binnenvaart rondom de Merwepieren wordt ten dele gehandhaafd of tijdelijk toegestaan (vanwege het huidige, grote tekort daaraan in de Rotterdamse haven). Daarbij is ook besloten tot het aanleggen van walstroom bij de te handhaven ligplaatsen.

De duur van tijdelijke ligplaatsen wordt afgestemd op een gefaseerde woningbouw in Merwehaven. Ook komt er walstroom voor zeevaart bij De Werkplaats (aan de westelijke zijde van het Galilieipark). Uitbreiding van walstroom richting overige ligplaatsen in het HNOF is deels afhankelijk van aflopende erfpachtcontracten en toekomstige planwijzigingen, die zijn in dit stadium vaak nog onzeker, met uitzondering van de voorgenomen walstroom bij Continental Juice.

Figuur 5.5: Maatregelen nestgeluid Bovengenoemde maatregelen aan het nestgeluid in M4H resulteren per saldo in een (soms forse) afname van de geluidbelasting, samen met de beschreven maatregelen voor bedrijvigheid en het beëindigen van de activiteiten van van Uden op de middellange termijn. Om een duidelijk beeld van het nestgeluid in de rest van het havengebied van Rotterdam te krijgen, wordt door de gemeente en het HbR nog een langjarig meetprogramma opgezet. Ook de WaalEemhaven aan de overzijde van de Nieuwe Maas wordt meegenomen in dit meetprogramma. Voor de ontwikkelingen van de M4H biedt dit mogelijk nog een wenkend perspectief. Waar nu bij de beoordeling van nestgeluid uitgegaan is van geëxtrapoleerde bronvermogens op basis van kortdurende metingen, zal deze informatie nog worden verrijkt en worden herijkt op basis van dit meetprogramma. Industrielawaai Waal- en Eemhaven (WEH) Als gevolg van het gezoneerde industrieterrein WEH, dat ten zuiden van M4H aan de Nieuwe Maas ligt, wordt de maximale ontheffingswaarde voor industrielawaai van 55 dB(A) vooral overschreden in

98

het Keilekwartier. Voor deze bron geldt dat er vooralsnog geen veranderingen voorzien zijn, omdat de betreffende geluidzone hiervan niet wijzigt. Woningbouw binnen deze geluidzone is daarom voorlopig niet mogelijk. Onderzoek naar mogelijkheden voor verkleining van deze zone is nu niet aan de orde. Voorkeursalternatief Met inachtneming van de hiervoor beschreven maatregelen en keuzes is het voor wat betreft geluid mogelijk om het deelgebied Merwehaven (bestaande uit de Marconistrip en Merwepieren) onder voorwaarden (zie het toetsingskader voor cumulatief geluid) te transformeren naar een gemengd woonen werkgebied. In onderstaande paragrafen wordt dit nader getoetst. Industrielawaai gedeeltelijk gedezoneerd industrieterrein HNOF Op het zuidelijk deel van de pieren is een geluidbelasting berekend tot 63 dB(A) (voor beëindiging activiteiten van Van Uden). Hierdoor is woningbouw nu nog niet mogelijk omdat dove gevels uit het oogpunt van woon- en leefkwaliteit en stedenbouwkundige kwaliteit niet wenselijk zijn. Op het noordelijk deel van de pieren kan wel voldaan worden aan de ontheffingswaarde van 55 dB(A). Na het beëindigen van de activiteiten van Van Uden daalt de belasting ook op de zuidelijke delen van de pieren naar 55 dB(A) of lager. Op de Marconistrip is geluidbelasting berekend variërend tussen de 43 dB(A) en 49 dB(A).

Deels kan er dus worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB(A) maar ook is het nodig om hogere waarden vast te stellen. Binnen de voorgestelde zonegrens liggen 4 woningen die door de dezonering binnen de nieuwe geluidzone komen te liggen. Deze woningen liggen nu nog op het industrieterrein. Uit de rekenresultaten blijkt dat op twee van deze woningen de geluidsbelasting vanwege industrieterrein HNOF meer dan 50 dB(A) etmaalwaarde bedraagt. Zie tabel 5.8. Voor deze woningen moeten hogere waarden worden vastgesteld.

Tabel 5.8: Hogere waarden bestaande woningen Na het beëindigen van de activiteiten van Van Uden zijn voor de te ontwikkelen locaties binnen de nieuwe geluidzone (Marconistrip en Merwepieren) geluidbelastingen berekend in de klasse 51-55 dB(A). Voor deze ontwikkellocaties worden hogere waarden voorgesteld van 55 dB(A). Bij lang niet alle woningen zal overigens een geluidbelasting optreden van 55 dB(A). Op het moment dat er een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt aangevraagd kan nader onderzoek naar de exacte geluidbelasting worden uitgevoerd. Door het vaststellen van een hogere waarde van maximaal 55 dB(A) zal de realisatie van de ontwikkeling van de Merwepieren gefaseerd moeten worden. Zo lang Van Uden in bedrijf is kan op een groot deel van de pieren niet aan de waarde van 55 dB(A) worden voldaan en kunnen er daar geen woningen worden opgeleverd. Om te voorkomen dat in de periode tot de bedrijfsbeëindiging Van Uden beperkt wordt door de vastgestelde hogere waarden van 55 dB(A) bij de woningen aan de zuidelijke Merwepieren is in de planregels vastgelegd dat de hogere waarden pas in werking treden, zodra de woningen zijn gebouwd. Industrielawaai WEH Voor de ontwikkellocaties Marconistrip en Merwepieren, waar het bestemmingsplan woonbebouwing mogelijk maakt, ligt de geluidbelasting vanwege industrieterrein Waal-Eemhaven in de geluidklasse 5155 dB(A).

Voor deze ontwikkellocaties worden hogere waarden voorgesteld van 55 dB(A). Bij lang niet alle woningen zal overigens een geluidbelasting optreden van 55 dB(A). Op het moment dat er een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt aangevraagd kan nader onderzoek naar de exacte geluidbelasting worden uitgevoerd. Wegverkeerslawaai Het wegverkeerlawaai is vooral relevant langs de Marconistrip. Hier ligt de Marconistraat wat een deel van het bestemmingsverkeer binnen M4H afwikkelt. Hier ligt de geluidbelasting op leefniveau rondom de 60 dB, wat relatief hoog is. Het wegverkeerslawaai op de Merwepieren ligt lager, omdat het een

99

gebied wordt, waarbij ruimte gemaakt wordt voor langzaam-verkeer en de ruimte voor autoverkeer wordt beperkt. Het wegverkeerslawaai ligt hier dan ook richting de zuidpunten van de Merwepieren onder de voorkeursgrenswaarde (< 48 dB). Desondanks heeft het grootste deel van de woningen wel te maken met het wegverkeerslawaai afkomstig van de Marconistraat en in zekere mate ook van de Schiedamseweg ten noorden van de Marconistrip. Uit de rekenresultaten blijkt dat bij alle rekenpunten de geluidsbelasting 68 dB of lager bedraagt. Wel worden er hogere waarden vastgesteld voor de nieuwe woningen die langs de bestaande wegen zijn geprojecteerd. Ook moet er voor de woning aan de Marconistraat 27 vanwege de nieuwe wegaanleg voor de Verlengde Galileistraat een hogere waarde worden vastgesteld van 60 dB. Hogere waarden De hogere waarden zijn geborgd in de regels van die bestemmingsplan (artikel Overige regels - hogere waarden). Da afweging om hogere waarden te verlenen is opgenomen in Bijlage 4 van de regels. In paragraaf 6.2.5 van de toelichting is meer uitleg gegeven over de systematiek. Cumulatief Merwepieren Uit de rekenresultaten blijkt bij een aantal gevels, vooral de eerstelijn langs de pieren hebben een hoge geluidbelasting (61-65 dB Lcum). In het gros van het binnengebied van de Merwepieren is de geluidbelasting echter aanmerkelijk lager (tot 55 dB Lcum).

Met name de binnenzijden van de bouwblokken zijn 'gezond' of 'acceptabel' (maximaal 55 dB Lcum). Hierdoor ontstaan er mogelijkheden voor woningbouw op de Merwepieren. De geluidbelasting op het zuidelijke deel van de pieren is dermate hoog dat niet mogelijk is hier nu al woningbouw te realiseren. Dit kan wel op het moment dat de activiteiten van Van Uden beëindigd zijn. Daarom is een zogenaamde kameleonbestemming opgenomen. Marconistrip Uit de rekenresultaten blijkt dat aan de buitenranden van de Marconistrip de geluidbelasting tussen 6670 dB Lcum bedraagt. Dit geldt zowel voor de noordzijde met name wegverkeer (langs de Schiedamseweg) en de zuidzijde (tegen de Merwepieren). De binnenzijden van de bouwblokken hebben een aanmerkelijk lagere geluidbelasting. Dit betekent dus dat op deze locaties de voorwaarde om aan de wettelijke grenswaarde voor wegverkeerlawaai niet wordt voldaan. Maatregelen zijn nodig om hier geluidgevoelige bestemmingen mogelijk te maken. Desondanks kan geconcludeerd worden dat de Marconistrip voor het overgrote deel ontwikkeld kan worden binnen het gestelde kader voor de cumulatieve geluidbelasting. Gezamenlijk geluid Naast de beschouwing van het cumulatieve geluid is ook inzicht in het gezamenlijk geluid relevant voor de afweging van de invulling van het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat de maximaal berekende waarde in de klasse van 61-65 dB valt.

Gelet op de gehanteerde maximale binnenwaarde van 33 dB is voor deze gevels een gevelwering benodigd van maximaal 32 dB. Dit is technisch uitvoerbaar. Laagfrequent geluid Door het toepassen van de maatregelen neemt de kans op hinder door laagfrequent geluid ook af. Het nestgeluid bedraagt na de maatregelen ten hoogste 63 dB in één etmaalperiode, wat een reductie van 6 dB is ten opzichte van het planvoornemen. De (indicatieve) overschrijding van de Vercammen curve wordt hierdoor beperkt tot maximaal 10 dB. Door het beëindigen van de activiteiten van Van Uden wordt het nestgeluid op de Merwepieren verder gereduceerd, echter blijft de in het plangebied hoogst berekende geluidimmissie 63 dB. Er is nader onderzoek uitgevoerd naar laagfrequent geluid (zie bijlage 6). Hieruit volgen twee verschillende LFG-gevelpakketten met extra isolerend glas die afhankelijk van de hoogte van het LFG toegepast kunnen worden. Door toepassing van één van de twee gevelpakketten kan op vrijwel alle locaties worden voldaan aan de zogenaamde Vercammencurve, wat betekent dat er binnen in de woning minder kans is op hinder van LFG. Op enkele locaties kan niet voldaan worden. Hier is een beperkte overschrijding van de Vercammencurve. Dit wordt aanvaardbaar geacht omdat de berekende overschrijding naar verwachting slechts beperkt in tijd zal optreden.

En omdat het treffen van nog zwaardere bouwkundige maatregelen redelijkerwijs niet verlangd kan worden. Huizen moeten dan als bunkers gebouwd worden, met afwijkende gevelconstructies. Dit is financieel en stedenbouwkundig onwenselijk. In de regels van de woonbestemmingen zijn bepalingen opgenomen over het toepassen

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=362ebb0e-8a08-4e75-8db9-46463aa78165