CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005856] Bijlage 7 behorende bij 24bb005840 -Nota zienswijzen M4H

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 18 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Mobiliteit44.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

38 Reclamant 38, ontvangen d.d. 6 juli 2023 Samenvatting 38.1 De reclamant ageert tegen de generieke bouwhoogte van 40 meter in Merwehaven. 38.2 Verder stelt de reclamant voor het weilandje bij de Floating farm te bestemmen als Groen. Dit geeft een betere ruimtelijke kwaliteit dan het beoogde tijdelijke parkeerterrein. De andere kades in Merwehaven zijn ook bestemd als Groen. Reactie 38.1 Voor de samenvatting, reactie en ons voorstel op de bouwhoogte in de Marconistrip verwijzen wij naar onderdeel A (thema ‘bouwhoogte nieuwbouw Marconistrip’) van deze zienswijzennota. 38.2 Over de bestemming van het weilandje het volgende. Op korte termijn vertrekt de Floating Farm uit M4H. Het weilandje verdwijnt dan ook. Er is nu nog geen visie op de invulling van dit stukje M4H voor de periode na het vertrek. Een groenbestemming zoals de reclamant voorstelt is nu niet opportuun omdat wij niet weten of hier groen gaat komen. Daarom hebben wij deze gronden bestemd als Verkeer - Verblijfsgebied. Dit doen wij ook bij de andere gronden die braak liggen en waar nu nog geen visie op is. Binnen de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied zijn verschillende functies mogelijk, waar onder groen. Mocht er toch een andere functies gewenst zijn dan kan dit met een aparte ruimtelijke procedure mogelijk gemaakt worden.

Voorstel Wij stellen voor het deel van de zienswijze over de maximale bouwhoogte gegrond te verklaren (38.1) en het deel van de zienswijze over het weilandje ongegrond te verklaren (38.2).

72

4. Nota ambtshalve wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Merwe-Vierhavens’ 1. Ondergeschikte redactionele wijzigingen Wij stellen u voor om ondergeschikte, redactionele wijzigingen in het bestemmingsplan door te voeren. Denk hierbij aan correctie van tekstuele fouten, inhoudelijke fouten, actualisatie van passages en aanscherping en verduidelijking van passages en regels. De voorgestelde wijzigingen hebben geen juridische gevolgen hebben voor de uitvoering van het plan. De voorgestelde wijzigingen zijn opgenomen in het wijzigingendocument, maar niet gelabeld als ‘wijziging n.a.v. ambtshalve wijziging 1’. Alle wijzigingen die niet gelabeld zijn vallen dus onder deze ambtshalve wijziging. 2. Evenementenregeling In het ontwerpbestemmingsplan was nog geen regeling opgenomen voor evenementen in de openbare ruimte. Op het moment van terinzagelegging was de evenementenregeling nog niet voldoende uitgewerkt en dat is de reden dat er geen regeling opgenomen is. Er zijn ook diverse zienswijzen ingediend over het ontbreken van de regeling. Nu de regeling uitgewerkt is stellen wij voor deze aan het vast te stellen bestemmingsplan toe te voegen. Bij de beantwoording van de zienswijzen over dit onderwerp (zie ‘Thema B’ van de zienswijzennota) is uitgelegd welke inhoudelijke keuzes voor de evenementenregeling gemaakt zijn.

Hier onder doen wij een voorstel voor de (juridische) vertaling hiervan in het bestemmingsplan. Het voorstel voor de aanpassing van de verbeelding en planregels is omwille de overzichtelijkheid opgenomen in bijlage 1 van deze nota. Regels • Aan artikel 39 (Algemene aanduidingsregels) wordt een nieuw lid 39.7 ‘Evenementen’ toegevoegd, luidende: Zie bijlage 1 • Aan Hoofdstuk 3 (Algemene regels) wordt een nieuw artikel 44 ‘Evenementen’ toegevoegd, luidende: Zie bijlage 1 • Artikel 7 (Bedrijf – 4), lid 7.1 onder ‘t’ wordt geschrapt. Verbeelding Aan de verbeelding worden de volgende gebiedsaanduidingen toegevoegd: Zie bijlage 1 73

Toelichting • Aan paragraaf 2.3 (gemeentelijk beleid) wordt een algemene passage toegevoegd over het Beleidskader Evenementen 2019. In deze passage wordt ook uitgelegd welke inhoudelijke keuzes er voor M4H gemaakt zijn. Zie het wijzigingendocument voor ons tekstvoorstel; • Aan paragraaf 6.2 (juridische planbeschrijving) wordt een passage toegevoegd met een uitleg over de juridische regeling die de evenementen mogelijk maakt. Zie het wijzigingendocument voor ons tekstvoorstel. 3. Risicocontouren LPG-tankstation Gustoweg en verantwoording groepsrisico Per abuis zijn de risicocontouren (PR 10-6 contouren) van het LPG-tankstation aan de Gustoweg niet in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. De contour regelt dat er geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten mogen worden gebouwd in de nabijheid van de opslagtank, het vulpunt en de tankzuil. Wij stellen voor de contouren met bijbehorende regeling alsnog op te nemen in het bestemmingsplan. Dit heeft geen inhoudelijke gevolgen voor het bestemmingsplan. Voor het ontwerpbestemmingsplan is een verantwoording voor het groepsrisico (VGR) opgesteld. In de VGR is vanwege pragmatisme alleen gekeken naar de aardgasleiding die door het gebied loopt, omdat dit de enige risicobron is die van invloed is op het groepsrisico.

De invloed van het tankstation, de Nieuwe Maas, een LPG-transportroute en nog een aantal andere risicobronnen is dermate klein dat ze achterwege gelaten waren in het onderzoek. Voor de volledigheid hebben wij de VGR laten aanpassen zodat deze nu ook ziet op de andere risicobronnen in het gebied. Zo sluit de VGR beter aan bij de toelichting, waarin deze risicobronnen wel beschreven zijn. Dit heeft geen gevolgen voor het eerdere berekende groepsrisico van 0,661. Wel worden er een aantal extra maatregelen aanbevolen, bijvoorbeeld om gebouwen te voorzien van scherfvrij glas vanwege het risico op een gaswolkexplosie op de Nieuwe Maas. De maatregelen werken niet door in het bestemmingsplan omdat deze maatregelen beter kunnen worden vastgelegd in vergunningvoorschriften. De eerder aanbevolen maatregelen vanwege de gasleiding die wel doorwerken in het bestemmingsplan blijven van kracht. Ons college heeft bij de vrijgave van het bestemmingsplan voor vaststelling opnieuw besloten over de VGR. Wij stellen voor de aangepaste verantwoording op te nemen bij het vast te stellen bestemmingsplan en toelichting van het bestemmingsplan hierop aan te passen.

Regels Aan artikel 39 (algemene aanduidingsregels) wordt een nieuw lid 39.7 toegevoegd, luidende: 39.7 veiligheidszone – lpg Ter plaatse van de aanduiding veiligheidszone – lpg mogen geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd. Verbeelding

74

De contouren rondom de installaties worden toegevoegd aan de verbeelding met de gebiedsaanduiding ‘veiligheidzone – lpg’

Voorstel aanpassing verbeelding: links ontwerpbestemmingsplan, rechts vast te stellen bestemmingsplan. Toelichting • Bijlage 2 (de VGR d.d. 19-09-2022) wordt vervangen door de geactualiseerde VGR (d.d. 17-10-2023); • Paragraaf 5.8 (externe veiligheid) wordt aangepast op de geactualiseerde VGR. Zie het wijzigingendocument voor ons tekstvoorstel. 4. Geurcontour Stadshaven Brouwerij In het ontwerpbestemmingsplan is een geurcontour opgenomen rondom de Stadshaven Brouwerij. Op basis van deze contour is het verplicht om geuronderzoek te doen wanneer er geurgevoelige objecten zoals woningen binnen de contour gebouwd worden. Het onderzoek moet uitwijzen dat er geen geurhinder bij de toekomstige woningen ter verwachten is. En dat de brouwerij niet in haar activiteiten belemmerd wordt. Een deel van de contour ligt over de bestemming Woongebied – 1 in Merwehaven. Tussen de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en vaststelling heeft de DCMR nader onderzoek gedaan naar eventuele geurhinder van de brouwerij. Ook is het bedrijf bezocht om te kijken welke installaties aanwezig zijn om geurhinder te voorkomen. Uit het onderzoek blijkt dat er geen noemenswaardige geurhinder te verwachten is bij de toekomstige woningen. Dit komt door de maatregelen die het bedrijf al getroffen heeft (condenser en schoorsteen) en de afstand van de schoorsteen en brouwerij tot de nieuwbouw.

Evenwel kan enkele uren per jaar geur worden waargenomen bij de woningen, maar dit zal niet tot hinder leiden. De toekomstige woningen leiden niet tot een beperking van de bedrijfsvoering. De brouwerij kan conform hun vergunning 20.000 hectoliter bier per jaar blijven brouwen zoals zij nu ook doet. De contour uit het ontwerpbestemmingsplan is niet opgenomen in de vergunning. Ook heeft de brouwerij geen milieuvergunning of milieumaatwerkvoorschrift. Met oog op het bovenstaande stellen wij voor de contour uit het bestemmingsplan te halen conform onderstaand voorstel. Dit zorgt voor minder onderzoeksplicht wanneer de woningen gebouwd kunnen worden. Het onderzoek is nu immers al uitgevoerd. De contour kan verwijderd worden zonder dat de vergunning van de brouwerij aangepast hoeft te worden. Het verwijderen van de contour is afgestemd met DCMR en met de Stadshaven Brouwerij. Verbeelding 75

Wij stellen voor de aanduiding ‘milieuzone – geur 1’ ter plaatse van de Stadshaven Brouwerij van de verbeelding te halen.

Voorstel aanpassing verbeelding: links ontwerpbestemmingsplan, rechts vast te stellen bestemmingsplan. Toelichting Wij stellen voor paragraaf 5.5 en 6.2.4 aan te passen op het bovenstaande. Zie het wijzigingendocument voor ons tekstvoorstel. 5. Koffiebranderij Keilepand In het Keilepand aan de Keileweg 7-9 is een koffiebranderij aanwezig die per abuis niet bestemd is. Wij stellen voor de koffiebranderij alsnog te bestemmen conform onderstaand voorstel. Regels Artikel 3 (bedrijf), lid 3.1 onder ‘g’ wordt als volgt aangepast: g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 11': tevens voor een bedrijfsverzamelgebouw met een bierbrouwerij uit milieucategorie 3.1, meubelfabricage uit milieucategorie 3.2, een distributiecentrum voor boodschappen uit milieucategorie 3.1, een kleinschalige koffiebranderij en de vervaardiging van wijn uit milieucategorie 2;

6. Milieuzonering nieuwe stijl In het Galileipark is op de ontwikkelkavels een zogenaamde milieuzonering nieuwe stijl opgenomen. Kortgezegd wordt hiermee per kavel de toegestane geluidproductie geregeld door middel van zones op de kavel. In paragraaf 6.2.9.5 is een uitgebreide toelichting op de systematiek gegeven. Gebleken is dat deze uitleg iets aangevuld moet worden. Daarnaast stellen wij voor de milieuzonering nieuwe stijl toe te voegen op de kavels van Uniper en Stedin (kavel bedrijfsschool). Bij Uniper doen we dit om de geluidruimte van de nieuwe installaties deels te regelen. Zie ook zienswijze 6. Bij Stedin doen we dit om de geluidruimte te regelen voor de overgang naar gedezoneerd industrieterrein. Zie ook ambtshalve wijziging 19.

76

Toelichting Zie het wijzigingendocument (paragraaf 6.2.9.5) voor ons voorstel. 7. Geluidmaatregelen Europoint-torens II en III (Lee Towers) Uit de onderzoeken van de ruimtelijke procedure voor de transformatie van de Europointtorens (2018) komen een aantal geluidmaatregelen naar voren: een deel van de gevels moet doof uitgevoerd worden en een ander deel moet voorzien worden van een speciale gevelcontractie. Deze voorwaarden zijn bij verbouwing in acht genomen en de torens zijn voorzien van de maatregelen. Om ervoor te zorgen dat de maatregelen ook in stand gehouden worden stellen wij voor deze regels ook in het bestemmingsplan op te nemen. Dit heeft geen gevolgen voor de torens, de maatregelen zijn immers al getroffen. Regels • Aan artikel 23 (Wonen), wordt aan lid 23.3 een nieuw sublid 23.3.2 toegevoegd, luidende: 23.3.2 Voorwaardelijke bepaling De in lid 23.1 onder 'a' genoemde woningen mogen uitsluitend in gebruik worden genomen indien: a. de in bijlage 6 met 'uitvoeren als dubbele gevelconstructie' aangeduide geveldelen van de Europoint-torens II en III worden uitgevoerd als Dubbele gevel; b. de in met 'uitvoeren als 'dove' gevel' aangeduide geveldelen van de Europoint-torens II en III worden uitgevoerd als Dove gevel. • Aan de bijlagen van de regels wordt een nieuwe bijlage 6 toegevoegd Zie bijlage 2 van deze Nota 8.

Parkeerregeling In het MER is onderzocht welke maatregelen nodig zijn om de ambities ten aanzien van mobiliteit uit het Ruimtelijk Raamwerk te verwezenlijken. Hierbij is uitgegaan van een drie varianten die ieder een andere verkeersaantrekkende werking hebben. De gemeente heeft in de Mobiliteitsstrategie M4H (vastgesteld door B&W op 22 februari 2022) het mobiliteitsconcept verder uitgewerkt in drie scenario’s. In alle drie de scenario’s wordt geparkeerd in collectieve mobiliteitshubs. Ook wordt er gebruik gemaakt van korting op het aantal parkeerplaatsen vanwege dubbelgebruik, wanneer er OV in de nabijheid is, vanwege extra fietsparkeerplaatsen, vanwege de beschikbaarheid van deelauto’s en optioneel vanwege de aanwezigheid van first/last mile in combinatie met Mobility as a Service (MaaS). Zie voor meer informatie de passages ‘Mobiliteit’ en hoofdstuk 6 in het raadsvoorstel. Met het toepassen van de Mobiliteitsstrategie is de bereikbaarheid van het gebied geborgd. In het ontwerpbestemmingsplan is een regeling opgenomen die aansluit bij de Mobiliteitsstrategie. De regeling (artikel 35) bepaalt kortgezegd onder andere dat er geparkeerd moet worden in hubs en stelt het gebruik van de kortingsmogelijkheden van het huidige gemeentelijke parkeerbeleid (de ‘Beleidsregeling parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022’) verplicht.

Dit gebeurt via een dynamische verwijzing naar het externe parkeerbeleid zoals in vrijwel alle Rotterdamse bestemmingsplannen. Het ontwerpbestemmingsplan bevat dus geen eigen ‘statische’ parkeerregeling. Er wordt verwezen naar het huidige Rotterdamse parkeerbeleid en via regels in het bestemmingsplan worden sommige onderdelen daarvan verplicht gesteld, of zijn er aanvullende regels opgenomen. Tussen ontwerp en vaststelling is de parkeerregeling verder inhoudelijk uitgewerkt. Ook zijn er andere inzichten ontstaan over de systematiek met de dynamische verwijzing. Wij stellen voor af te stappen van de hierboven beschreven systematiek van planregels in combinatie met een dynamische verwijzen en een statische, gebiedspecifieke parkeerregeling op te 77

nemen in het vast te stellen bestemmingsplan. De parkeerregeling heeft als titel ‘Beleidsregeling parkeernormen voor auto en fiets Merwe-Vierhavens gemeente Rotterdam’ en is van toepassing op Merwehaven, Galileipark, Marconikwartier en Keilekwartier. Het is noodzakelijk om een statische regeling op te nemen om de uitgangspunten van het verkeersonderzoek in het MER publiekrechtelijk te borgen. Met andere woorden: de aannames over o.a. de wijze van parkeren (in hubs) en het aantal parkeerplaatsen (toepassen van kortingen en dubbelgebruik) die gehanteerd worden in het onderzoek van het MER moeten ook publiekrechtelijk vastgelegd worden in de regels van het bestemmingsplan. Verwijzen naar extern parkeerbeleid waarin de kortingsmogelijkheden etc. zijn opgenomen biedt onvoldoende rechtszekerheid. Ook is het voor ontwikkelende partijen duidelijk hoe het parkeren opgelost moet worden wanneer dit doorwerkt in de regels van het bestemmingsplan. Een integrale regeling in het bestemmingsplan geeft meer duidelijkheid dan een combinatie van regels in het bestemmingsplan en een verwijzing naar extern beleid. In het raadsvoorstel (hoofdstuk 6) wordt hier meer uitleg over gegeven. In de toelichting op de Beleidsregeling (bijlage 6 van deze Nota) is uitgebreid beschreven welke keuzes zijn gemaakt en hoe de parkeerregeling inhoudelijk en organisatorisch werkt.

In hoofdstuk 6 van het raadsvoorstel zijn beknopt de belangrijkste inhoudelijke en organisatorische aspecten beschreven. Concreet stellen wij de volgende wijzigingen aan het ontwerpbestemmingsplan voor. Regels • Artikel 35 wordt integraal vervangen door de regeling in bijlage 5 van deze Nota. Ook de titel van artikel wordt aangepast; • De gebiedspecifieke parkeerregeling plus toelichting ‘Beleidsregeling parkeernormen auto en fiets Merwe-Vierhavens gemeente Rotterdam’ (bijlage 6 van deze Nota) wordt opgenomen in de bijlagen van de regels van het bestemmingsplan (als bijlage 7); • Aan de volgende bestemmingen wordt aan het eerste lid ‘mobiliteitshubs en openbare collectieve parkeervoorzieningen op maaiveld’ toegevoegd en/of wordt ‘gebouwde parkeervoorzieningen’ of ‘parkeervoorzieningen’ of ‘parkeerplaatsen’ vervangen door ‘mobiliteitshubs en openbare collectieve parkeervoorzieningen op maaiveld’: o Bedrijf (artikel 3, lid 3.1) o Bedrijf – 4 (artikel 7, lid 7.1) o Bedrijf – 2 (artikel 5, lid 5.1) o Detailhandel – Perifeer (artikel 11, lid 11.1) o Horeca (artikel 13, lid 13.1) o Woongebied – 1 (artikel 24, lid 24.1) o Overig – Verkeer-Verblijfsgebied en Woongebied – 1 (artikel 16, lid 16.1) • Aan artikel 1 (begrippen) wordt een nieuw begrip ‘openbare collectieve parkeervoorziening op maaiveld’ opgenomen, luidende: Een collectieve parkeervoorziening voor (deel)auto’s op maaiveld

die openbaar toegankelijk is en meerdere bouwplots bedient. • Aan artikel 1 (begrippen) wordt een nieuw begrip ‘dynamische parkeerbalans’, opgenomen, luidende: Een door de gemeente beheerde periodiek te actualiseren parkeerbalans waarin inzichtelijk is gemaakt: o Welke omgevingsvergunningen er verleend zijn; o Locatie en hoeveelheid reeds gerealiseerde parkeerplaatsen; o Locatie en hoeveelheid te realiseren parkeerplaatsen. Verbeelding

78

Aan de verbeelding worden de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – parkeren 1’ en ‘overige zone - parkeren 2’ toegevoegd conform onderstaand voorstel.

Links (blauw aangeduid): ‘overige zone – parkeren 1’, rechts (rood aangeduid) ‘overige zone parkeren 2. Toelichting Zie het wijzigingendocument. 9. Regeling laagfrequent geluid In het ontwerpbestemmingsplan is nog geen regeling opgenomen met regels voor isolatie tegen laagfrequent geluid (hierna: ‘LFG’). LFG wordt met name veroorzaakt door het geluid van varende of stilliggende schepen en is dus aan de orde in het M4H gebied. LFG vergt een andere, betere gevelisolatie dan ander geluid zoals wegverkeerslawaai. Wij hebben een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om tegen LFG te isoleren. Het onderzoek is opgenomen in de ‘Oplegnotitie geluid’ die is opgesteld voor het vast te stellen bestemmingsplan. Uit het onderzoek volgen twee verschillende LFG-gevelpakketten met extra isolerend glas die afhankelijk van de hoogte van het LFG toegepast kunnen worden. Door toepassing van één van de twee gevelpakketten kan op vrijwel alle locaties worden voldaan aan de zogenaamde Vercammencurve, wat betekent dat er binnen in de woning veel minder kans is op hinder door LFG. Op enkele locaties kan niet voldaan worden. Hier is een beperkte overschrijding van de Vercammencurve. Dit wordt aanvaardbaar geacht omdat de berekende overschrijding naar verwachting slechts beperkt in tijd zal optreden. En omdat er in de berekeningen is uitgegaan van bovengemiddelde bronvermogenniveaus.

Bovendien kan het treffen van nog zwaardere bouwkundige maatregelen redelijkerwijs niet verlangd kan worden. Huizen moeten dan als bunkers gebouwd worden, met overwegend massieve steenachtige gevelconstructies. Het toepassen van voldoende glaspartijen, zonder zeer ingrijpende bouwkundige maatregelen, is dan niet meer mogelijk. Dit is financieel en stedenbouwkundig onwenselijk. De regels over isolatie in het ontwerpbestemmingsplan zijn niet voldoende om ook tegen het LFG te isoleren. Wij stellen daarom voor om de regels uit te breiden met de verplichting om in de woningen te voldoen aan de Vercammencurve, al dan niet met toepassing van één van de LFG-gevelpakketten. Voor de beperkte overschrijding van de Vercammencurve die op enkele locaties kan optreden wordt een afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Er kan alleen afgeweken worden indien het zwaarste LFG-gevelpakket wordt toegepast. Ook stellen wij voor de toelichting uit te breiden met een uitleg over LFG en het uitgevoerde onderzoek op te nemen in de bijlagen van de toelichting. Regels • Aan de begrippenlijst in artikel 1 worden 3 begrippen (1.49, 1.50 en 1.93) toegevoegd, luidende: 1.49 Gevelpakket LFG met geluidwerende beglazing 79

Een gevel met tenminste de volgende geluidwering tegen laagfrequent geluid (LFG): Gevelopbouw

25 Hz

31,5 Hz

40 Hz

50 Hz

63 Hz

80 Hz

100 Hz

125 Hz

gevel met geluidwerende beglazing

15

16

17

18

19

21

22

23

1.50 Gevelpakket LFG met extra geluidwerende beglazing Een gevel met tenminste de volgende geluidwering tegen laagfrequent geluid (LFG): Gevelopbouw

25 Hz

31,5 Hz

40 Hz

50 Hz

63 Hz

80 Hz

100 Hz

125 Hz

gevel met extra geluidwerende beglazing

19

20

21

22

23

25

27

29

1.93 Vercammencurve vanaf 25 Hz Referentiecurve Vercammen voor laagfrequent geluid Tertsband

25 31,5 40 50 63 80 100 125 Hz

Ongewogen geluidniveau binnen

65 59 55 50 46 42 39 36 dB

De overige artikelen worden doorgenummerd. •

•

•

•

Aan artikel 16 (Overig – Verkeer-Verblijfsgebied en Woongebied – 1) lid 16.3.4 wordt een nieuw sub ‘f’ toegevoegd, luidende: In geluidgevoelige ruimten van geluidgevoelige objecten wordt voldaan aan de Vercammencurve als bedoeld in artikel 1.93 voor wat betreft laagfrequent geluid door een stilliggend zeeschip (nestgeluid), al dan niet door toepassing van een ‘gevelpakket LFG met geluidwerende beglazing’ zoals bedoeld in artikel 1.49 of een ‘gevelpakket LFG met extra geluidwerende beglazing’ zoals bedoeld in artikel 1.50. Aan artikel 16 (Overig – Verkeer-Verblijfsgebied en Woongebied – 1) lid 16.4.1 wordt een nieuw sub ‘d’ toegevoegd, luidende: lid 16.3.4 onder 'f' wanneer een ‘gevelpakket LFG met extra geluidwerende beglazing’ zoals bedoeld in artikel 1.50 wordt toegepast en met dien verstande dat tot maximaal 2 dB afgeweken mag worden van de Vercammenwaarden als bedoeld in artikel 1.93; Aan artikel 24 (Woongebied – 1) lid 24.3.2 wordt een nieuw sub ‘f’ toegevoegd, luidende: in geluidgevoelige ruimten van geluidgevoelige objecten wordt voldaan aan de Vercammencurve als bedoeld in artikel 1.93 voor wat betreft laagfrequent geluid door een stilliggend zeeschip (nestgeluid), al dan niet door toepassing van een ‘gevelpakket LFG met geluidwerende beglazing’ zoals bedoeld in artikel 1.49 of een ‘gevelpakket LFG met extra geluidwerende beglazing’ zoals bedoeld in artikel 1.50.

Aan artikel 24 (Woongebied – 1) lid 24.4.1 wordt een nieuw sub ‘d’ toegevoegd, luidende: Lid 24.3.4 onder 'f' wanneer een ‘gevelpakket LFG met extra geluidwerende beglazing’ zoals bedoeld in artikel 1.50 wordt toegepast en met dien verstande dat: 1. tot maximaal 3 dB afgeweken mag worden van de Vercammenwaarden als bedoeld in artikel 1.93; 2. tot maximaal 2 dB afgeweken mag worden van de Vercammenwaarden als bedoeld in artikel 1.93 indien de bestemming ‘Overig – Bedrijf – 5 en Verkeer – Verblijfsgebied’ is verkleurd zoals bedoeld in artikel 15.3.1.

Toelichting

80

• •

Het onderzoek naar laagfrequent geluid (als onderdeel van de oplegnotitie van het akoestisch onderzoek) wordt opgenomen in bijlage 6 van de toelichting; De toelichting (paragraaf 5.3.2) wordt aangevuld op het bovenstaande, zie het wijzigingendocument.

10. Piekgeluiden Er is nader onderzoek gedaan naar de overschrijdingen van de maximale grenswaarde voor piekgeluiden die in het ontwerpbestemmingsplan geconstateerd zijn. Zie hiervoor de eerdergenoemde Oplegnotitie geluid. De overschrijdingen worden veroorzaakt door de bedrijven Van Uden (2 dB(A) overschrijding in de avondperiode) en Acces World Rotterdam (1 dB(A) in de avondperiode). De overschrijding door AWR zullen zich in de praktijk niet voordoen. Dit omdat de privaatrechtelijke toestemming voor AWR om de FTR-locatie te gebruiken in 2025 afloopt, en de woningen waar de overschrijding optreedt pas vanaf 2032 bebouwd mogen worden. De overschrijding door Van Uden worden aanvaardbaar geacht door de tijdelijkheid en de beperkte mate (2 dB(A)). Vanwege de fasering van de woningbouw en het vertrek van Van Uden in 2032 is er slechts 2 jaar sprake van een overschrijding. De isolatie van de woningen is dusdanig dat er binnen in de woningen ruimschoots voldaan wordt aan de normen. Verder zijn de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek dat de overschrijding uitwijst worst-case. Wij stellen voor de toelichting van het bestemmingsplan aan te vullen met deze onderbouwing. Toelichting Zie het wijzigingendocument 11. Aanscherping diverse bouwregels Gebleken is dat een aantal bouwregels aangescherpt kunnen worden zodat ze beter te interpreteren zijn voor de bouwinspectie.

De bouwinspectie gaat de toekomstige omgevingsvergunningen verlenen. Door de aanscherping sluiten de regels ook beter aan bij andere wetgeving zoals het Bouwbesluit en het Besluit omgevingsrecht. Wij stellen voor deze aanscherpingen door te voeren in de regels van het bestemmingsplan. Het gaat nadrukkelijk om een verfijning of aanvulling van regels zonder inhoudelijke gevolgen van het bestemmingsplan. De wijzigingen zijn daarom niet uitputtend opgesomd, ook omwille van de overzichtelijkheid van deze Nota. 12. Uitkragingen en dakterrassen Galileipark, zonnepanelen Het ontwerpbestemmingsplan bevat nog geen regels voor dakterrassen in het Galileipark. Wij stellen voor deze toe te voegen. Verder stellen wij een aanpassing voor aan de mogelijkheden voor overkragingen in het Galileipark. Nu is alleen ter plaatse van de westzijde van het Garagegebouw een overkraging toegestaan, op 15 m boven maaiveld. Wij stellen voor ook aan de zuidzijde een overkraging toe te staan. Ook stellen wij voor de voorwaarden aan te passen. Een overkraging is daardoor alleen toegestaan indien deze op minimaal 20 m boven maaiveld komt, en deze goed stedenbouwkundig ingepast wordt. De aanduiding voor een overkraging bij Beagle komt te vervallen omdat het bouwvlak daar aangepast wordt op basis van het te vergunnen bouwplan.

De beoogde overkraging valt nu binnen het bouwvlak en hoeft niet meer apart aangeduid te worden. Zie hiervoor onderstaand voorstel. Tot slot is er een regeling opgenomen die bepaalt dat de maximale bouwhoogte met 5 meter overschreden mag worden door zaken als liftopbouwen en glazenwasinstallaties. Wij stellen voor ‘zonnepanelen’ toe te voegen aan deze regeling zodat ook deze bouwwerken zijn toegestaan boven de maximale bouwhoogte.

81

Verbeelding Wij stellen voor de verbeelding aan te passen op het te vergunnen bouwplan van Beagle. Het bouwvlak wordt daarvoor iets uitgebreid.

Voorstel aanpassing verbeelding: links ontwerpbestemmingsplan, rechts vast te stellen bestemmingsplan Regels • Aan artikel 7 (Bedrijf – 4) wordt een nieuw sub ‘x’ toegevoegd, luidende: ‘dakterrassen met bijbehorende voorzieningen zoals toegangsgebouwen, groen, wateropvang, energieopwekking met zonnepanelen of wind’; • Artikel 38.4 (Overkragingen) wordt als volgt aangepast: Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – overkraging’ kunnen burgemeester en wethouders kunnen - gehoord de milieudeskundige stedenbouwkundige - bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.2 onder ‘d’ en artikel 19.2.1 onder ‘b’ teneinde een overkraging toe te staan, met dien verstande dat: a. De overkraging op minimaal 20 meter boven maaiveld komt; b. Er sprake is van een goede stedenbouwkundige inpassing. • Aan artikel 41.2 wordt ‘zonnepanelen’ toegevoegd aan de opsomming. 13. Feestzalen en Baronie – De Heer Feestzalen In het ontwerpbestemmingsplan (paragraaf 6.2.9.1) is beschreven dat er twee feestzalen in het gebied aanwezig zijn die niet aan de normen van het Activiteitenbesluit (nu: artikel 22.63 van de Bruidsschat) op de dichtstbijzijnde woningen in de Lee Towers voldoen. Dit blijkt uit een eerder uitgevoerd akoestisch onderzoek. Zowel de feestzalen als de woningen in de Lee Towers zijn legaal aanwezig.

Over deze situatie wordt gesteld dat er tussen ontwerp en vaststelling nader onderzoek uitgevoerd wordt naar een oplossing voor dit knelpunt. Hiervan wordt om verschillende redenen afgestapt. De belangrijkste reden is dat het een bestaande, legale situatie betreft en er een oplossing voor het knelpunt via de band van de exploitatievergunning en het Activiteitenbesluit (nu artikel 22.63 van de Bruidsschat) gevonden moet worden. Het geëigende moment daarvoor is wanneer de huidige exploitatievergunning afloopt en vernieuwd moet worden. Op dat moment (begin 2025) kan een akoestisch onderzoek verlangd worden. Hieruit kunnen maatregelen zoals een maatwerkvoorschrift en/of bouwtechnische maatregelen voortkomen. De ontwikkelaar van de Lee Towers (Europoint II en III) heeft aangegeven mee te willen werken aan het vinden van een oplossing, bijvoorbeeld door bouwkundige maatregelen te financieren. Wij stellen voor paragraaf 6.2.9.1 op het bovenstaande aan te passen. Toelichting Zie wijzigingendocument. 82

Baronie – De Heer In het ontwerpbestemmingsplan (paragraaf 6.2.9.1) is beschreven dat de chocoladefabriek van Baronie – De Heer niet voldoet aan de normen van het Activiteitenbesluit (nu: Besluit activiteiten leefomgeving) op de dichtstbijzijnde woningen. De overschrijdingen werden veroorzaakt door een defecte koelinstallatie. Deze is inmiddels vervangen door een nieuw, stiller exemplaar. Akoestisch onderzoek wijst uit dat nu wel voldaan kan worden aan de normen van het Activiteitenbesluit. Wij stellen daarom voor de passage over het knelpunt te schrappen. Toelichting Zie wijzigingendocument. 14. Aanpassingen bedrijfsbestemming Gustoweg Gebleken is dat een strook openbare parkeerplaatsen aan de Van Deventerstraat en NieuwMathenesserstraat zijn bestemd als ‘Bedrijventerrein’. Dit is niet wenselijk omdat er dan ook bedrijfsactiviteiten kunnen plaatsvinden. Wij stellen voor deze omissie te herstellen. Verbeelding De bestemming van de strook parkeerplaatsen wordt gewijzigd van ‘Bedrijventerrein’ naar ‘Verkeer – Wegverkeer’.

Voorstel aanpassing verbeelding: links ontwerpbestemmingsplan, rechts vast te stellen bestemmingsplan 15. Vergunning Kunst en Complex Voor Keileweg 26 is een vergunning verleend. Deze gaat uit van transformatie van de bestaande bebouwing naar horeca (bar/restaurant), kantoor en bedrijfsactiviteiten. Wij stellen voor deze functies, conform verleende vergunning, mogelijk te maken in het vast te stellen bestemmingsplan. Regels Aan artikel 3 (Bedrijf), lid 3.1 wordt na sub ‘q’ een nieuw sub ‘r’ toegevoegd, luidende: 83

Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – 3’ tevens voor dag- en avondhoreca en kantoren. Verbeelding Ter plaatse van de Keileweg 26 wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – 3’ toegevoegd.

Voorstel aanpassing verbeelding: links ontwerpbestemmingsplan, rechts vast te stellen bestemmingsplan 16. Aanduiding gezoneerd industrieterrein Op het terrein van Tennet is per abuis een smalle strook grond niet aangeduid als ‘gezoneerd industrieterrein’, terwijl dit wel had gemoeten. Wij stellen voor deze omissie als onderstaand te herstellen. Dit heeft geen inhoudelijke gevolgen voor het bestemmingsplan. Verbeelding De gebiedsaanduiding ‘overige zone – gezoneerd industrieterrein’ wordt uitgebreid tot aan de oostelijke perceelsgrens.

Voorstel aanpassing verbeelding: links ontwerpbestemmingsplan, rechts vast te stellen bestemmingsplan

84

17. Geactualiseerde woonvisie Op 14 maart 2024 heeft de gemeenteraad de Rotterdamse Woonvisie – een koers tot 2040 en acties voor de komende 5 jaar vastgesteld. Deze Woonvisie vervangt de Woonvisie uit 2016. Wij stellen voor de toelichting van het bestemmingsplan hierop te actualiseren. Toelichting Paragraaf 2.3.2 van de toelichting wordt vervangen door: Zie bijlage 4 voor het tekstvoorstel. 18. Geluidruimte bedrijfskavels buiten het gezoneerde industrieterrein Op grond van de beheersverordening die eerst gold was het hele M4H-gebied aangewezen als gezoneerd industrieterrein. Naast de kavelbudgetten gold voor de bedrijven in het gebied dat ze maximaal 50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter afstand van de inrichtingsgrens mochten produceren. Dit was vastgelegd in het Activiteitenbesluit, en vanaf 1 januari in het omgevingsplan gemeente Rotterdam (de zogenaamde Bruidsschatregels). Een groot deel van het gebied wordt met dit bestemmingsplan aan het gezoneerde industrieterrein onttrokken. Voor een deel van de bedrijven in het gedezoneerde deel van het gebied is het wenselijk het 50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter afstand-regime te behouden. Dit betreft de inrichtingen waarop tot 1 januari het Activiteitenbesluit van toepassing was, gelegen in het Marconikwartier, Keilekwartier, het bedrijventerrein Gustoweg en het percelen van AVR.

De meeste bedrijfskavels in het Galileipark hebben hun eigen specifieke geluidruimte door de milieuzonering nieuwe stijl of doordat ze nog onderdeel zijn van het gezoneerde industrieterrein. Het is wenselijk het 50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter afstand-regime te behouden omdat de toegestane geluidproductie anders bepaald wordt door de dichtstbijzijnde woning. Op grond van het Activiteitenbesluit (en na 1 januari het omgevingsplan Rotterdam) mag een bedrijf namelijk maximaal 50 dB(A) etmaalwaarde op de gevel van de dichtstbijzijnde woning produceren in plaats van op 50 meter afstand van de inrichtingsgrens. Op locaties waar woningen op grote afstand liggen ontstaat dan onbedoeld extra geluidruimte voor de bedrijven. Dit is met name in het Marconi- en Keilewartier niet wenselijk vanwege de toekomstige gebiedsontwikkeling. Om die reden stellen wij voor om bij de bedrijven in de drie genoemde gebieden het geluidregime van het gezoneerde industrieterrein te continueren en het bestemmingsplan als onderstaand aan te passen. Concreet betekent dit dat in de betreffende bestemmingen wordt bepaald dat inrichtingen niet meer dan 50 dB(A) etmaalwaarde (langtijdgemiddelde) op 50 meter van de grens van de inrichting mogen veroorzaken. Er zijn ook situaties waar woningen dichterbij staan dan 50 meter.

Dan geldt op grond van het Activiteitenbesluit (en vanaf 1 januari het omgevingsplan Rotterdam) dat een bedrijf niet meer dan 50 dB(A) etmaalwaarde op de gevel van deze woning mag produceren. Omdat dit laatste al uitputtend is geregeld is het niet nodig dit ook op te nemen in de regels. Voor de kavel van Stedin (bedrijfsschool) in het Galileipark is de geluidruimte nu overigens nog niet goed geregeld. Wij stellen voor hier ook de milieuzonering nieuwe stijl op te nemen, net als voor de andere percelen binnen Galileipark. Stedin mag met dit voorstel tot 55 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter produceren. Overigens zijn er nu geen concrete ontwikkelingen op dit kavel voorzien die deze geluidruimte ook nodig hebben. Regels • Aan artikel 3 (Bedrijf) wordt aan lid 3.3 een nieuw sublid 3.3.3 ‘Geluid van inrichtingen’ toegevoegd, luidende: Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, mag niet meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde op een afstand van 50 meter van de grens van de inrichting. 85

•

Aan artikel 3 (Bedrijf) wordt aan lid 3.4 een nieuw sublid 3.4.3 ‘Geluid van inrichtingen’ toegevoegd, luidende Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van 3.3.3 ‘Geluid van inrichtingen’, mits dit niet leidt tot een hogere etmaalwaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Bovenstaande wijziging wordt op dezelfde manier doorgevoerd bij de artikelen 6 (Bedrijf – 3), 9 (Bedrijf – Overig) en 10 (Bedrijventerrein). Voor de overzichtelijkheid van deze Nota zijn de voorgestelde wijzigingen aan deze artikelen niet uitgeschreven. •

Aan artikel 1 (begrippen) wordt na artikel 1.44 een nieuw begrip ‘etmaalwaarde’ opgenomen, luidende: De etmaalwaarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr, Lt in dB(A) met betrekking tot een inrichting is de hoogste van de volgende drie waarden: 36.6.1 de waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau over de periode 07.00–19.00 uur (dag); 36.6.2 de met 5 dB(A) verhoogde waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau over de periode 19.00–23.00 uur (avond); 36.6.3 de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau over de periode 23.00–07.00 uur (nacht);

Verbeelding Aan het perceel van Stedin worden de aanduidingen ‘overige zone – geluidruimte zone 1 t/m 4’ toegevoegd.

Voorstel aanpassing verbeelding: links ontwerpbestemmingsplan, rechts vast te stellen bestemmingsplan Toelichting Zie wijzigingendocument 19. Behoefteonderzoek fruit FTR Op de FTR-locatie is op korte termijn de realisatie van op- en overslag van fruit voorzien. Nu is er nog een andere functie aanwezig. Voor de toekomstige op- en overslag van fruit is een behoefteonderzoek uitgevoerd door Buck Consultants. Hieruit blijkt dat er in de regio behoefte is aan deze bedrijvigheid. Uit het onderzoek blijkt ook de specifieke kenmerken van de FTR-locatie, zoals voldoende diepgang en kaderuimte, de locatie zeer geschikt maken 86

voor de op- en overslag van fruit. Wij stellen voor het onderzoek op te nemen in de bijlagen van de toelichting en een korte passage op te nemen in de toelichting zelf. Toelichting • Het onderzoek van Buck Consultans wordt opgenomen in bijlage 7 van de toelichting; • In paragraaf 2.1.3.3 wordt een korte passage opgenomen over de uitkomsten van het onderzoek (zie het wijzigingendocument) 20. Geluidzone resterend industrieterrein Het akoestisch onderzoek naar industrielawaai uit het MER is om diverse redenen aangepast. De aanpassingen zijn verwerkt in de ‘Oplegnotitie geluid’ die is opgesteld voor het vast te stellen bestemmingsplan. De voornaamste redenen om het akoestisch onderzoek aan te passen zijn: • het Schiedamse deel van het industrieterrein HNOF is in de tussentijd gedezoneerd; • het transformatorstation van Stedin is toegevoegd aan gezoneerde industrieterrein (zienswijze 16); • de gewijzigde milieuvergunningen van Van Uden (zienswijze 32) en HIWA zijn verwerkt. Ook vanwege het toevoegen van een aantal Schiedamse bedrijven aan het geluidmodel en de aanpassing van de milieuzonering nieuwe stijl in het Galileipark is het akoestisch onderzoek aangepast. De bovengenoemde aanpassingen zorgen voor een verandering van de berekende hoeveelheid industrielawaai.

De overige geluidbronnen in het onderzoek (industrielawaai Waal-Eemhaven, nestgeluid, wegverkeerslawaai en scheepvaartlawaai) zijn niet gewijzigd. Door de wijzigingen verandert de geluidzone die binnen M4H rondom het resterende gezoneerde industrieterrein ligt. De geluidzone ligt nu niet langer over het perceel van Stedin, maar er omheen. Dit betekent dat de geluidzone iets groter wordt ter plaatse van het Marconikwartier en nu over het perceel van de Europoint-garage komt te liggen. Dit heeft geen gevolgen voor de toekomstige woningbouw omdat de geluidzone van Waal-Eemhaven ook al over deze locatie ligt en de veranderingen niet zorgen voor een hogere geluidbelasting. Wij stellen voor de gewijzigde geluidzone te verwerken in het aangepaste bestemmingsplan. De hierboven genoemde wijzigingen zorgen er ook voor dat de geluidzone wijzigt buiten het plangebied M4H. Zie hiervoor ambtshalve wijziging 2 van de ambtshalve wijzigingen van het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Havens Noord Oost-Frankenland’ verderop in deze nota. Verbeelding

87

De aanduiding ‘geluidzone – industrie 1’ wordt aangepast conform onderstaand voorstel.

Voorstel aanpassing verbeelding: boven ontwerpbestemmingsplan, onder vast te stellen bestemmingsplan Toelichting Wij stellen voor om: • De Oplegnotitie geluid (Royal Haskoning DHV, d.d. 1 juli 2024) toe te voegen aan de bijlagen van de toelichting (bijlage 6) van het vastgestelde bestemmingsplan; • Diverse passages van de toelichting aan te passen conform het voorstel in het wijzigingendocument 21. Invalidenparkeerplaatsen In de bestemming Woongebied – 1 (in deelgebied Merwehaven) is parkeren alleen in hubs toegestaan. Invalidenparkeerplaatsen op maaiveld zijn daardoor onbedoeld niet toegestaan. Wij stellen voor deze omissie te herstellen conform onderstaand voorstel.

88

Regels Aan artikel 24 (Woongebied – 1), lid 24.1 wordt aan sub ‘k’ toegevoegd: ‘invalidenparkeerplaatsen’; 22. Ontwikkelprogramma maakindustrie Galileipark In het ontwerpbestemmingsplan is bepaald dat op de ontwikkelgerichte kavels in het Galileipark maximaal 200.000 m² bvo maakindustrie gerealiseerd mag worden. Aanvullend mag 35.000 m² bvo aanvullende voorzieningen zoals horeca, cultuur en sport gerealiseerd worden. Deze maximumprogramma’s zijn vastgelegd in de regels om zo de uitgangspunten van het MER te borgen. In het MER zijn namelijk de effecten van 200.000 m² bvo bedrijvigheid met 35.000 m² bvo aanvullend programma (en onder andere ca. 2.800 woningen in Merwehaven) onderzocht. Bij dit programma, oftewel het Voorkeursalternatief, treden er geen milieu- of verkeerskundige knelpunten op. Daarom zijn de maximum metrages bedrijvigheid, aanvullende voorzieningen, de woningaantallen en het maximum metrage overig programma vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. De regeling behoeft echter aanscherping. In de onderzoeken van het MER is de bestaande bedrijvigheid op de ontwikkelkavels in het Galileipark namelijk ook onderdeel van het onderzochte programma van 200.000 m² bvo bedrijvigheid. Hetzelfde geldt voor de bestaande voorzieningen, deze zijn onderdeel van de onderzochte 35.000 m² bvo voorzieningen.

Op diverse kavels is bebouwing aanwezig die ook aanwezig blijft, denk aan de Stadshavenbrouwerij, de Werkplaats, het Steurgebouw en kavels van Stedin (bedrijfsschool) en Uniper. Hierin zijn bedrijvigheid en/of voorzieningen aanwezig. Wij stellen daarom voor het metrage bestaande bedrijvigheid en voorzieningen van het onderzochte programma af te trekken. Dat voorkomt dat bij een vergunningaanvraag uitgezocht moet worden hoeveel bestaande m² bedrijvigheid of voorzieningen er aanwezig is. Het metrage bestaande bedrijvigheid bedraagt ca. 39.000 m² bvo. Het metrage bestaande voorzieningen bedraagt ca. 15.500 m² bvo. Dit betekent dat de planregel in die zin aangepast moet worden dat er 161.000 m² bvo nieuwe maakindustrie is toegestaan op de ontwikkelgerichte kavels, en 19.500 m² bvo nieuwe voorzieningen. Bij het metrage van 15.500 m² bvo bestaande voorzieningen is rekening gehouden met de te verlenen omgevingsvergunning van Stedin voor de nieuwe bedrijfsschool (ca. 9.500 m² bvo). En bij het metrage van 39.000 m² bvo bestaande bedrijvigheid is rekening gehouden met de onherroepelijke omgevingsvergunning voor de transformatie en nieuwbouw van het Ferrokantoor (ca. 1.000 m² bvo).

Regels • Wij stellen voor artikel 7 (Bedrijf - 4), lid 7.4.9 als volgt aan te passen: Voor de functies Dag- en avondhoreca (met achtergrondmuziek), cultuur, sport, Kleinschalige detailhandel, Ondergeschikte detailhandel en dienstverlening geldt een gezamenlijk maximum bruto vloeroppervlak (bvo) van 19.500 m² . • Wij stellen voor artikel 7 (Bedrijf - 4), lid 7.4.10 als volgt aan te passen: Voor de functie Maakbedrijven geldt dat er maximaal 161.000 m² bvo nieuwe maakbedrijven is toegestaan. Toelichting Zie wijzigingendocument 23. Duurzame energieproductie De productie van duurzame energie is toegestaan onder de noemer ‘maakbedrijven’. Wij stellen voor een begrip op te nemen voor de productie van duurzame energie, zodat duidelijk is welke soort bedrijven daar onder vallen. Hierbij is de productie van duurzame energie met waterstof uitgesloten. Dit kan namelijk externe veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Dat wil niet zeggen dat bedrijven die duurzame energie uit waterstof produceren per definitie 89

onwenselijk zijn. Deze bedrijven kunnen na een ruimtelijke procedure met bijbehorend onderzoek alsnog worden toegestaan. Regels Wij stellen voor artikel 1 (begrippen) aan te vullen met een nieuw lid 1.44, luidende: 1.44 Duurzame energieproductie Onder duurzame energieproductie wordt verstaan de productie van energie uit uitsluitend duurzame bronnen, zoals energie uit wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa. Energieopwekking uit waterstof is hiervan uitgesloten. 24. Monitoring- en Evaluatieprogramma (MEP) Met het MER is onderzocht onder welke voorwaarden (spelregels) de geleidelijke transformatie van het havengebied M4H naar een innovatief woon-werkmilieu kan plaatsvinden. De Wet milieubeheer schrijft voor dat het bevoegd gezag de daadwerkelijk optredende milieugevolgen van een m.e.r.-plichtig besluit in beeld brengt. Tussen terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en vaststelling heeft de DCMR hiervoor het ‘Monitoring- en Evaluatieprogramma bestemmingsplan Merwe-Vierhavens’ opgesteld. De uitvoering van het MEP M4H dient verschillende doelen, zoals de milieueffecten toetsen aan het MER en vrijgekomen milieuruimte signaleren. Wij stellen voor het MEP op te nemen in de bijlagen van de toelichting en in paragraaf 5.17 van de toelichting een verwijzing op te nemen naar de bijlage.

Toelichting • het ‘Monitoring- en Evaluatieprogramma bestemmingsplan Merwe-Vierhavens’ wordt opgenomen in de bijlagen van de toelichting; • In paragraaf 5.17 wordt een verwijzing gemaakt naar het MEP in de bijlagen.

90

5. Nota ambtshalve wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Parapluherziening Havens Oost Noord-Frankenland’ 1. Ondergeschikte redactionele wijzigingen Wij stellen u voor om ondergeschikte, redactionele wijzigingen in het bestemmingsplan door te voeren, welke geen juridische gevolgen hebben voor de uitvoering van het plan. 2. Aanpassing geluidzone Door het toevoegen van het transformatorstation van Stedin aan het gezoneerde industrieterrein (zienswijze 16) en de wijziging milieuvergunning van Van Uden (zienswijze 32) verandert de geluidzone rondom het resterende gezoneerde industrieterrein. De geluidzone wordt iets ruimer ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Dit heeft geen gevolgen voor de hoeveelheid geluid ter plaatse van de geluidzone. Wij stellen voor de gewijzigde geluidzone te verwerken in het aangepaste bestemmingsplan. Verbeelding

91

De aanduiding ‘geluidzone – industrie 1’ wordt aangepast conform onderstaand voorstel.

Voorstel aanpassing verbeelding: links ontwerpbestemmingsplan, rechts vast te stellen bestemmingsplan Toelichting Zie het wijzigingendocument.

92

6. Aanvulling MER en Advies commissie voor de Milieueffectrapportage Advies commissie MER Na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: ‘de Commissie’) een voorlopig advies uitgebracht over het MER dat samen met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen. Het voorlopig advies is uitgebracht op 21 september 2023. Er wordt geadviseerd het MER op een aantal onderdelen aan te vullen: een betere beschrijving van de ruimtelijke inrichting van het voorkeursalternatief, een analyse van het aantal geluidgehinderden in het toekomstige woongebied en een beoordeling van de onderzochte energiesystemen op circulariteit. Wij hebben het MER op deze punten aangevuld. Op 26 maart 2024 heeft de Commissie opnieuw een advies uitgebracht. Hierin is aangegeven dat de aanvullingen tegemoet komen aan de eerder opgemerkte ontbrekende onderdelen. Eén onderdeel behoefde nog nadere uitleg, dat is afgestemd met de Commissie en inmiddels verwerkt. Hierdoor is er sprake van een positief advies van de Commissie. Hier onder volgt een korte omschrijving van de aan te vullen onderdelen en de wijze waarop wij hier uitwerking aan hebben gegeven.

Nadere toelichting op het ruimtelijk ontwerp van het voorkeursalternatief en de gemaakte keuzes voor de beoogde inrichting van de ontwikkelgebieden Merwehaven en Galileipark In de aanvulling is uitgelegd met welke instrumenten de gemeente stuurt op de gebiedsontwikkeling. Dit betreft o.a. bestemmingsplan, Masterplan Merwehaven, welstandsparagrafen, en stedenbouwkundige plannen. Ook is uitgelegd hoe het Masterplan Merwehaven tot stand is gekomen en waarom er voor één alternatief is gekozen in plaats van meerdere naast elkaar te onderzoeken. Er wordt ook meer uitleg gegeven over de inhoud van het Masterplan (dit was in eerste instantie verkort opgenomen in bestemmingsplan en MER) en de wijze waarop het Masterplan vertaald is in het bestemmingsplan. Over het Ontwikkelplan, beeldkwaliteitsplan en de welstandsparagraaf van het Galileipark is eenzelfde uitleg gegeven. Geluidgehinderden en slaapverstoring Ten aanzien van geluid is onderzocht wat het aantal toekomstige (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden is. De percentages (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden in de nieuwe woningen van M4H komen in hoofdlijnen overeen met de percentages voor heel Rotterdam. Ook is uitgelegd hoe met de stedenbouwkundige opzet geluidoverlast zo veel mogelijk beperkt kan worden.

Gevoeligheidsanalyse warm tapwatergebruik en milieu-impact duurzame energiesystemen Er is onderzocht hoeveel warm tapwater de beoogde functies nodig hebben per deelgebied en op welke manier (warmtenet of warmtepomp) dit het beste geleverd kan worden. Het onderzoek naar de duurzame energiesystemen bevestigt dat inzetten op collectieve voorzieningen in de driehoek warmtenet, warmtekoudeopslag (WKO) en thermische energie uit oppervlaktewater (TEO). Overige aanvullingen Het MER is ook om andere redenen op onderdelen aangevuld of herijkt. Hieronder volgt een korte beschrijving. Nadere aanvulling en herijking van de milieueffecten van het voorkeursalternatief (VKA) en nadere uitleg over de doorwerking van de spelregels van het VKA. De onderwerpen langzaam verkeer, openbaar vervoer en parkeren in mobiliteitshubs zijn aangevuld. Er is een korte extra uitleg gegeven over hittestress en wateroverlast- en veiligheid. De voortoets stikstofdepositie is geactualiseerd met als uitkomst dat er een 93

afname van stikstofdepositie plaatsvindt ten opzichte van de huidige situatie in het gebied. Ook het onderzoek naar beschermde soorten en biodiversiteit is aangevuld. Er is nader onderzoek gedaan naar energievraag en mogelijke netcongestie en de mogelijkheden voor duurzame energie. De aangevulde onderzoeken hebben geen advies op de eerdere beoordeling van het VKA. Tot slot is duidelijk aangegeven welke spelregel in welk kader (bijvoorbeeld bestemmingsplan, Masterplan, omgevingsvergunning, koop- of huurcontract) geborgd is of moet worden. Verdere effecten dezonering HNOF De begrenzing van het resterende gezoneerde industrieterrein is gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Het transformatorstation van Stedin is toegevoegd (zie zienswijze 16) en in Schiedam is het gezoneerde industrieterrein nu geheel gedezoneerd. In de aanvulling zijn de akoestische effecten hiervan berekend. Het voornaamste effect is een kleinere resterende geluidzone. Wij stellen voor de aanvulling op het MER op te nemen in de bijlagen van het bestemmingsplan (bijlage 5 van de toelichting). Ook stellen wij voor de toelichting van het bestemmingsplan aan te vullen met de inhoud van het aangevulde MER. Toelichting • De aanvulling op het MER wordt opgenomen in bijlage 5 van de toelichting; • De toelichting wordt aangevuld conform het wijzigingendocument.

94

7. Bijlagen ambtshalve wijzigingen 1.

Bijlage 1: Voorstel regels en verbeelding evenementenregeling

Voorstel regels 1 Aan artikel 39 wordt een nieuw lid 39.7 toegevoegd, luidende: 39.7.1 Binnen de aanduiding ‘Overige zone – Evenementen Merwehaven’ zijn de gronden tevens bestemd voor evenementen. De volgende evenementen zijn jaarlijks toegestaan: Categorie Maximaal Maximaal Maximaal Maximale geluidbelasting aantal aantal aantal ter plaatse van de gevel bezoekers evenementen evenementen- het dichtstbijzijnde gelijktijdig per jaar dagen per jaar geluidgevoelige object aanwezig Groot >2500 0 0 75 dB(A), 85 dB(C) Middel 501 tm 2500 0 0 70 dB(A), 80 dB(C) Klein <500 5 5 65 dB(A), 75 dB(C) 39.7.2 Binnen de aanduiding ‘Overige zone – Evenementen Marconi/Keilekwartier’ zijn de gronden tevens bestemd voor evenementen. De volgende evenementen zijn jaarlijks toegestaan: Categorie Maximaal aantal bezoekers gelijktijdig aanwezig Groot >2500 tm 4000 Middel 501 tm 2500 Klein <500

Maximaal aantal evenementen per jaar

Maximaal aantal evenementendagen per jaar

Maximale geluidbelasting ter plaatse van de gevel het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object

3 2 7

3 2 18

75 dB(A), 85 dB(C) 70 dB(A), 80 dB(C) 65 dB(A), 75 dB(C)

39.7.3 Binnen de aanduiding ‘Overige zone – Evenementen Galileipark 1’ (Bierbrouwerij) zijn de gronden tevens bestemd voor evenementen. De volgende evenementen zijn jaarlijks toegestaan: Categorie Maximaal aantal bezoekers gelijktijdig aanwezig Groot >2500 tm 3000 Middel 501 tm 2500 Klein <500

Maximaal aantal evenementen per jaar

Maximaal aantal evenementendagen per jaar

Maximale geluidbelasting ter plaatse van de gevel het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object

3 3 0

3 3 0

75 dB(A), 85 dB(C) 70 dB(A), 80 dB(C) 65 dB(A), 75 dB(C)

39.7.4 Binnen de aanduiding ‘Overige zone – Evenementen Galileipark 2’ (Kolenbak) zijn de gronden Bedrijf - 4 tevens bestemd voor evenementen. De volgende evenementen zijn jaarlijks toegestaan: Categorie Maximaal aantal bezoekers 95

Maximaal aantal

Maximaal aantal

Maximale geluidbelasting ter plaatse van de gevel

Groot Middel Klein I Klein II

gelijktijdig aanwezig >2500 501 t/m 1.500 <500 <500

evenementen per jaar 0 29 10 40

evenementendagen per jaar 0 29 10 40

het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object 75 dB(A), 85 dB(C) 70 dB(A), 80 dB(C) 65 dB(A), 75 dB(C) Zonder versterkte muziek

39.7.5 Binnen de aanduiding ‘Overige zone – Evenementen Galileipark 3’ (Ferroplein) zijn de gronden tevens bestemd voor evenementen. De volgende evenementen zijn jaarlijks toegestaan: Categorie Maximaal aantal bezoekers gelijktijdig aanwezig Groot >2500 tm 3000 Middel 501 tm 2500 Klein <500

Maximaal aantal evenementen per jaar

Maximaal aantal evenementendagen per jaar

Maximale geluidbelasting ter plaatse van de gevel het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object

0 0 8

0 0 8

75 dB(A), 85 dB(C) 70 dB(A), 80 dB(C) 65 dB(A), 75 dB(C)

39.7.6 ‘Overige zone - aandachtsgebied organisatie evenementen’ Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - aandachtsgebied organisatie evenementen' geldt in aanvulling tot het gestelde in lid 39.7.1 t/m 39.7.5 dat de organisator van een evenement: a. de aanwezigen dient te informeren over de risico's aangaande externe veiligheid waarbij verwezen dient te worden naar een schuilgelegenheid en/of vluchtroute, b. na advies van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond kan kiezen voor een maatwerkoplossing op grond waarvan het risico op of het effect van een incident aanvaardbaar wordt geacht. Voorstel regels 2 Aan hoofdstuk 3 (algemene regels) wordt een nieuw artikel 44 ‘Evenementen’ toegevoegd, luidende: 44.1.1 geluidsnormering Voor evenementen geldt dat het equivalente geluidsniveau (gemeten over een tijdsinterval van 3 minuten) veroorzaakt door het ten gehore brengen van muziek en/of het gebruik van geluidsapparatuur ter plaatse van de gevel van Geluidgevoelige objecten niet meer mag bedragen dan het bepaalde onder evenementen in lid 39.7.1 t/m 39.7.5 . 44.1.2 begin- en eindtijden van evenementen a. Een evenement is toegestaan tussen 08.00 - 23.00 uur. b. Bij evenementen vanwege de viering van oud- en nieuw geldt een eindtijd tot 01.00 uur. 44.1.3 op- en afbouwperiode a.

De op- en afbouwperiode mag in totaal niet meer dagen bedragen dan hieronder is opgenomen:  Voor evenementen vallend onder de Categorie Klein: maximaal 4 dagen  Voor evenementen vallend onder de Categorie Middel binnen parken: maximaal 10 dagen  Voor evenementen vallend onder de Categorie Middel buiten de parken: maximaal 7 dagen  Voor evenementen vallend onder de Categorie Groot binnen parken: maximaal 15 dagen 96

 Voor evenementen vallend onder de Categorie Groot buiten de parken: maximaal 7 dagen b. De op- en afbouw is uitsluitend toegestaan tussen 7.00 uur en 23.00 uur, en op zondag tussen 12.00 en 23.00 uur tenzij het noodzakelijke geluidsarme activiteiten betreft. 44.1.4 gebruiksruimte categorie Groot en Middel Indien blijkt dat ruimte resteert binnen de categorie Groot of Middel voor wat betreft het aantal evenementen en/of evenementdagen is het toegestaan gebruik te maken van de hogere evenementencategorie onder voorwaarde dat vastgehouden wordt aan de maximale geluidsbelasting en op- en afbouwperiode van de oorspronkelijke categorie. Voorstel verbeelding

• • • • •

97

Ter plaatse van de rode arcering wordt de aanduiding ‘overige zone – evenementen Merwehaven’ toegevoegd; Ter plaatse van de donkerblauwe arcering wordt de aanduiding ‘overige zone – evenementen Marconi/Keilekwartier’ toegevoegd Ter plaatse van de groene arcering wordt de aanduiding ‘overige zone – evenementen Galileipark 1 ’ toegevoegd Ter plaatse van de lichtblauwe arcering wordt de aanduiding ‘overige zone – evenementen Galileipark 2 ’ toegevoegd Ter plaatse van de roze arcering wordt de aanduiding ‘overige zone – evenementen Galileipark 3 ’ toegevoegd.

•

98

Ter plaatse van de grijze arcering wordt de aanduiding 'overige zone - aandachtsgebied organisatie evenementen’ toegevoegd.

2. Bijlage 2: Voorstel bijlage 6 bij de regels ‘Locatie dubbele gevels en dove gevels’

99

3. Bijlage 3: voorstel regels artikel 28 ‘Leiding – Warmte’ Artikel 28 28.1

Leiding - Warmte

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Warmte' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een ondergrondse warmtetransportleidingen, inclusief de bijbehorende voorzieningen, alsmede de bijbehorende belemmeringenstroken. 28.2 Bouwregels 28.2.1 Verbod Op de voor 'Leiding - Warmte' bestemde gronden mag, in afwijking van de bouwregels voor de andere voorkomende bestemming(en) dan 'Leiding - Warmte', binnen bedoelde zone niet worden gebouwd. 28.2.2 Uitzondering op verbod Het bouwverbod bedoeld in 33.2.1 geldt niet voor bebouwing welke is toegestaan ingevolge de bestemming 'Leiding - Warmte' en (vervangende nieuwbouw van) bebouwing welke aanwezig is op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 28.2.3 Toegestane bouwwerken Ten behoeve van de functie 'Leiding - Warmte' mogen worden gebouwd in de bestemming passende bouwwerken zoals pomp-, regel-, meetstations e.d., elk niet groter dan 80 m3 en niet hoger dan 3 meter. 28.3 Afwijken van de bouwregels 28.3.1 Omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen waarbij wordt afgeweken van het bepaalde in lid 33.2.1 ten behoeve van bouwwerken welke toegelaten zijn krachtens de andere toegelaten bestemming(en) dan 'Leiding - Warmte', mits het belang van de leiding hierdoor niet wordt geschaad.

28.3.2 Advies Alvorens de omgevingsvergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders het schriftelijk advies in bij de beheerder van de leiding aan de hand waarvan zij desgewenst voorwaarden kunnen verbinden aan de vergunning, ter bescherming van het belang van de leiding. 28.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 28.4.1 Verbod Op de voor 'Leiding - Warmte' bestemde gronden is het verboden zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de onderstaande werken (geen bouwwerken zijnde) en/of werkzaamheden uit te voeren: f. het aanbrengen/rooien van diepwortelende beplantingen en/of bomen; g. het indrijven van voorwerpen in de bodem (incl. heiwerkzaamheden); h. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven alsmede door ophogen; i. het aanbrengen van gesloten verhardingen; j. het verrichten van grondroer werkzaamheden, anders dan ten behoeve van leidingen; k. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; l. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; m. het permanent opslaan van goederen waaronder begrepen afvalstoffen. 28.4.2 Uitgezonderde werkzaamheden

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=01871649-a194-4b82-9598-12d7bb104052