CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005856] Bijlage 7 behorende bij 24bb005840 -Nota zienswijzen M4H

Subcommissie bestemmingsplannen Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 15 oktober 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Hoorzitting44.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

7 juli 2023 Samenvatting De zienswijze is ingediend als pro-forma zienswijze maar later heeft de reclamant aangegeven hier geen gebruik meer van te willen maken. De op 7 juli ingediende zienswijze kan daarom als gewone zienswijze behandeld worden. Pinnacle 5 B.V. (hierna ‘Pinnacle’) is eigenaresse van het pand aan de Keileweg en Van Helmontstraat dat wordt verhuurd aan Leen Bakker, Praxis, Bouwbedrijf B.M.R. en Vleescentrum Paradijs. Pinnacle ageert tegen de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen bestemming ‘Detailhandel – Perifeer’. 31.1 In de geldende beheersverordening heeft het pand een bedrijfsbestemming waar bedrijven t/m milieucategorie 4 zijn toegestaan. Ook een bouwmarkt is toegestaan. De bestemming in het ontwerpbestemmingsplan staat alleen perifere detailhandel toe, wat een beperking ten opzichte van de beheersverordening betekent. Bovendien zijn de twee aanwezige bedrijven zo niet positief bestemd. Pinnacle verzoekt daarom om naast de detailhandel ook bedrijven t/m milieucategorie 2 mogelijk te maken. Deze categorie houdt rekening met toekomstige woningbouwontwikkelingen. 31.2 Daarnaast geeft Pinnacle aan dat zij teleurgesteld is dat het Marconikwartier conserverend is bestemd in plaats van ontwikkelgericht voor een woon-werkmilieu. Het is onduidelijk waarom Merwehaven wel ontwikkelgericht bestemd is en het Marconikwartier niet, ook niet voorwaardelijk.

Mogelijk heeft dit met grondposities te maken, en Pinnacle krijgt de indruk dat de keuze op onduidelijke en onrechtvaardige gronden is gemaakt. Dit is in strijd met een goede ruimtelijke ordening en de beginselen van behoorlijk bestuur. Pinnacle wordt hierdoor benadeeld en vraagt zich af in hoeverre de gemeente daadwerkelijk getracht heeft het pand en het Marconikwartier conform Ruimtelijk Raamwerk te ontwikkelen. Vanwege de uitvoeringsproblematiek van de Omgevingswet en duidelijkheid over het ontwikkelperspectief wordt verzocht om een kameleonbestemming. 31.3 Verder geeft Pinnacle aan dat er onvoldoende participatie heeft plaatsgevonden en onvoldoende is geïnventariseerd welke partijen in het gebied willen ontwikkelen. Reactie 56

31.1 Wat betreft het verzoek om naast detailhandel ook bedrijven t/m milieucategorie 2 mogelijk te maken het volgende. Deze categorie is inderdaad niet van invloed op de toekomstige herontwikkeling tot woon-werkgebied en vergroot de invulbaarheid van het pand. Wij stellen daarom voor tegemoet te komen aan dit verzoek en het bestemmingsplan als onderstaand aan te passen. Overigens zijn de zittende bedrijven in het ontwerpbestemmingsplan wel positief bestemd. Aan de noordzijde van het gebouw is hiervoor de aanduiding ‘gemengd’ opgenomen, die bedrijven en kantoren toestaat. 31.2 Pinnacle verzoekt om een kameleonbestemming om de herontwikkeling van de locatie mogelijk te maken. In de periode 2020 t/m 2022 zijn er diverse participatiemomenten geweest met de partijen in het Marconikwartier. In de afgelopen jaren is er nog een aantal keer contact geweest. Pinnacle heeft nog geen concreet ontwikkelplan voor deze locatie. In het Marconikwartier zijn er geen (grote) milieutechnische knelpunten om het in het Ruimtelijk Raamwerk beoogde programma te bestemmen. Wel is ook in dit gebied sprake van een hoge geluidbelasting en ligt het in de impact van de verschillende geluidbronnen (industrie, ligplaatsen voor schepen, autoverkeer). Daarom is sturing nodig om een acceptabel akoestisch klimaat te borgen. De gemeente heeft deels grip op de gronden in het Marconikwartier.

Doordat gronden ook in handen van particulieren zijn en er vanuit het Ruimtelijk Raamwerk en MER ruimtelijke en milieutechnische voorwaarden voor de transformatie gelden, is een integrale sturing op de beoogde kwaliteit noodzakelijk. Om die reden is het noodzakelijk om eerst een ruimtelijke visie op te stellen voordat het gebied ontwikkelgericht bestemd kan worden. Dit staat ook uitgebreider beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 4.2). Daarnaast zijn ook anterieure afspraken nodig om de financiële haalbaarheid van de transformatie aan te tonen. Op dit moment wordt tussen de gemeente en eigenaren in het Marconikwartier gewerkt aan een gezamenlijke ontwikkelvisie. Het streven is om de visie in 2025 te laten vaststellen door de raad. Dit is nodig om de ontwikkeling van de verschillende kavels in samenhang te kunnen bezien. Het programma moet gelijkelijk verdeeld worden over het deelgebied. Pinnacle heeft aangegeven nog na te denken over hun actieve betrokkenheid bij het proces van de ontwikkelvisie. Zoals in de toelichting beschreven is sorteert het bestemmingsplan M4H al wel voor op herontwikkeling: de gronden zijn gedezoneerd en nieuwe zware bedrijvigheid is uitgesloten. Evenwel begrijpen wij het standpunt van Pinnacle en onderschrijven we de behoefte aan nieuwe woningen. Het is alleen nu nog niet mogelijk die te bestemmen.

We hopen dat we in constructieve sfeer kunnen blijven samenwerken en snel aan de slag kunnen met herontwikkeling van het Marconikwartier. Met oog op het bovenstaande stellen wij voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen. 31.3 Wij zijn het niet met Pinnacle eens dat er te weinig participatiemomenten zijn geweest. Zoals hierboven aangegeven zijn er de afgelopen diverse participatiemomenten geweest en is er ook rechtstreeks contact gezocht met Pinnacle. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Voorstel Wij stellen voor deze zienswijze gegrond te verklaren voor zover het gaat om het verzoek het hele gebouw te bestemmen voor bedrijven t/m milieucategorie 2 (onderdeel 31.1). Wij stellen voor onderdeel 31.2 ter kennisgeving aan te nemen en onderdeel 31.3 ongegrond te verklaren. Regels Wij stellen voor bij artikel 11 (Detailhandel – Perifeer), lid 11.1 na sub ‘a’ • Een nieuw sub ‘b’ tussen te voegen luidende: ‘bedrijven t/m milieucategorie 2 als bedoeld in de Lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels en kantoren, uitsluitend op de begane grond’ en de overige subs door te nummeren; 57

•

Het nieuwe sub ‘c’ (voorheen sub ‘b’) aan te passen in: ‘ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' tevens voor kantoren, uitsluitend op de begane grond’.

32 LBP Sight namens Van Uden B.V., ontvangen d.d. 10 juli 2023 Samenvatting De zienswijze is ingediend namens BSR Van Uden Stevedoring B.V., Van Uden Logistic Site Investments B.V., V.O.F. Gusto Investments en haar firmanten (hierna ‘BSR Van Uden’). Van Uden richt zich op de op- en overslag van containers, bulkgoederen, afvalstoffen, stukgoederen zoals staalproducten van en naar zeeschip, binnenvaartschip en vrachtwagen. Producten die op- en overgeslagen worden zijn onder andere agribulk, kunstmest, biomassa, ijzererts, schroot, verontreinigde grond, afvalwater, vliegas, kolen, mineralen en diverse stukgoederen, waaronder heavy-lift en projectlading, staal, bosbouwproducten en non-ferro metalen. Bij de op- en overslag wordt gebruik gemaakt van big bags, coils, silo's, bunkers, pallets en containers. De activiteiten zorgen voor geluid, stofemissie, lichtverstoring en fijnstof- en stikstofoxiden als gevolg van verbranding. Het bedrijf heeft een omgevingsvergunning milieu uit 2019 en heeft 22 april 2023 een aanvraag voor de wijziging van de milieuvergunning aangevraagd. Van Uden maakt om onderstaande redenen bezwaar tegen het ontwerpbestemmingsplan. Wel staat Van Uden open voor een gesprek met de gemeente om de mogelijkheden voor een verplaatsing van het bedrijf naar een andere locatie te onderzoeken. 32.1 Milieuvergunning.

Op 22 april 2023 heeft Van Uden een aanvraag gedaan om haar milieuvergunning te wijzigen. Van Uden geeft aan dat er in het bestemmingsplan geen rekening is gehouden met deze aanvraag. Het gaat om een verandering van de verdeling van ligplaatsen en het toevoegen van de op- en overslag van containers als activiteit. De ligplaatsen worden in de aanvraag geconcentreerd bij het noordelijk deel van de kade. Dit is noodzakelijk vanwege de beperkingen die het Havenbedrijf heeft opgelegd bij het zuidelijk deel van de kade. Op basis van het akoestisch onderzoek dat bij de aanvraag zit stijgt het langtijdgemiddeld geluidniveau naar 55 dB(A) ter plaatse van de woonbestemming op de Merwepieren. Dit geluid is te hoog om te kunnen spreken van een acceptabel woon- en leefklimaat; 32.2 Milieuzonering. Van Uden refereert naar de generieke VNG-richtafstanden voor bedrijfsactiviteiten. Die schrijven op basis van de milieucategorie een bepaalde richtafstand tot woningen toe. Er had volgens Van Uden een richtafstand van 700 m (of 500 m in een gemengd gebied) aangehouden moeten worden tot de woningen vanwege de milieucategorie van 5.3 van hun bedrijf en de stofhinder die vrijkomt bij de op- en overslag van ertsen, mineralen en kolen. De afstand tot de woonbestemming in Merwehaven bedraagt 250 meter.

Dit is niet onderbouwd en daardoor is de aanvaardbaarheid van een goed woon- en leefklimaat niet onderbouwd; 32.3 Stofhinder. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is geconcludeerd dat er op basis van de milieuvergunning geen stofemissie buiten de inrichtingsgrens is toegestaan. Stofhinder is daardoor niet aan de orde. Van Uden geeft aan dat dit niet klopt en dat de vergunning en systematiek van de milieuregels impliciet rekening houden met een zekere verspreiding van stof. Dat werkt door in de eerder genoemde richtafstand voor stofhinder. Van Uden beschrijft een aantal voorschriften uit de vergunning. Zo moeten er windreductieschermen toegepast worden, moet de oppervlakte van opslagdepots vochtig gehouden worden en handelingen die tot een visueel waarneembare stofverspreiding leiden, zijn uitgesloten. Van Uden is van mening dat ze de best beschikbare technieken toepast. Desondanks blijft er een zekere mate van stofverspreiding. Deze moet als aanvaardbaar gezien worden, indien nodig ruimt Van Uden stof op in de directe omgeving. In de huidige milieuvergunning is een stofonderzoek opgenomen waaruit blijkt dat er ook bij toepassing van de best beschikbare technieken sprake is van stofemissie. In de zienswijze is een tabel uit de dit onderzoek opgenomen. Hieruit blijkt dat er jaarlijks 366,8 ton aan stof vrijkomt.

Vanwege de veel voorkomende zuidwestenwind zal een groot deel van dit stof richting 58

de woonbestemming op de Merwepieren waaien. Om dit te voorkomen dient er minimaal 700 m tussen de woonbestemming en Van Uden te worden aangehouden; 32.4 Lichthinder. Op donkere dagen staat verlichting aan bij het laden en lossen. Ook schepen hebben verlichting aan boord. Dit veroorzaakt lichthinder richting de Merwepieren. In het MER wordt ingegaan op het voorkomen van lichthinder door spelregels. Voor lichthinder vanuit omliggende bedrijven geldt de spelregel dat bedrijven geen nachtelijke verlichting laten schijnen; 32.5 Nestgeluid. Het nestgeluid van schepen die bij Van Uden aanleggen is ten onrechte niet opgenomen in de vergunning of in de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein. Het nestgeluid is in het verleden buiten beschouwing gelaten in vergunningen. Ook bij Van Uden is het niet vergund zodat het niet juridische verankerd is; 32.6 Ligplaatsen. Van Uden maakt bezwaar tegen de in het MER voorgestelde maatregelen om het nestgeluid in te perken. Diverse ligplaatsen waar nu zeeschepen voor Van Uden aanleggen worden opgeheven. Het gaat om ligplaatsen aan de korte en lange Merwepier. Het is voor Van Uden niet duidelijk om welke ligplaatsen het precies gaat en hoe het bedrijf hiervoor gecompenseerd wordt. In het MER is gerekend met verkeerde aannames over ligplaatsbezetting.

Er had bij de ligplaatsen van Van Uden gerekend moeten worden met de vergunde maximale etmaalintensiteit omdat dit de huidige geluidruimte van het bedrijf bepaalt. Ook liggen er schepen buiten de zones uit het rekenmodel. De ligduur en het aantal ligplaatsen bij Van Uden en de openbare ligplaatsen nemen toe omdat elders in M4H ligplaatsen worden opgeheven. Dit zit niet goed in het akoestisch onderzoek. Ook vraagt Van Uden zich af of de ligplaatsbezetting van de dagperiode ook is toegepast in de avond- en nachtperiode. Tot slot is het verminderen van ligplaatsen als geluidmaatregel mogelijk oneigenlijk als dat in het kader van de Havenverordening wordt besloten; 32.7 Geluid overig. In het MER is beschreven dat laagfrequent geluid (LFG) aanvaardbaar is op woningen tot een niveau van 53 dB. Uit het MER blijkt dat de geluidbelasting vanwege nestgeluid 63 dB is, en dat dit ook na vertrek van Van Uden 63 dB blijft. Dit betekent een overschrijding van de norm met 10 dB. Ten aanzien van piekgeluiden wordt opgemerkt dat verwezen wordt naar een niet (meer) bestaand artikel 2.19 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Uit het MER blijkt dat Van Uden piekgeluiden van 76 dB veroorzaakt op de punten Merwepieren. Uit het MER blijkt niet wat de geluidbelasting op het midden van pieren is. Van Uden vermoedt dat de piekgeluiden daar zo’n 68 dB bedragen in de avond- en nachtperiode.

Verder had ook het geluid van varende en manoeuvrerende schepen onderzocht moeten worden. 32.8 Geluid onder de Omgevingswet. De normen voor piekgeluiden in artikel 37 van het ontwerpbestemmingsplan wijken af van het Activiteitenbesluit. De normen anticiperen op artikel 5.65 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dat straks geldt onder de Omgevingswet. In dit artikel zijn geen eisen gesteld aan het maximale geluidniveau overdag. Een grondslag hiervoor ontbreekt. Artikel 5.65 mag volgens Van Uden niet los gezien worden van artikel 5.59 tweede lid Bkl. In dit artikel staan regels over de aanvaardbaarheid van geluid. De aanvaardbaarheid van piekgeluiden is niet voldoende onderbouwd in het bestemmingsplan. Ook zijn de piekgeluiden van de niet-gezoneerde bedrijven niet onderzocht omdat zij moeten voldoen aan de normen op korte afstand. Daarnaast zou het industrielawaai van Waal-Eemhaven en het resterende gezoneerde industrieterrein binnen M4H moeten worden opgeteld, conform artikel 3.25 van het Bkl. 32.9 Crisis- en herstelwet. Het bestemmingsplan M4H is niet genoemd in het 17e lid van artikel 7c van de Crisis- en herstelwet, anders dan in de toelichting beschreven is. 32.10 Kameleonbestemming en geluidzone. Op de punten van de pieren is een zogenaamde kameleonbestemming opgenomen. Woningbouw is daar pas toegestaan wanneer Van Uden de bedrijfsactiviteiten heeft beëindigd.

Dat is bepaald in de regels van de kameleonbestemming. Volgens van Uden kan dit ook later zijn en moeten de regels daarop aangepast worden. De woonbestemming op het noordelijke deel van de pieren staat meteen al woningen toe. Dit moet ook een kameleonbestemming worden omdat hier ook niet gebouwd kan worden zolang het bedrijf aanwezig is. De regels in artikel 39 (geluidzone – industrie) vormen een belemmering voor woningbouw. Vanwege het 59

bovenstaande staat niet vast dat het bestemmingsplan uitgevoerd kan worden binnen de termijn die genoemd is in artikel 3.1 lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening. Reactie Vooropgesteld begrijpen wij dat Van Uden de gebiedsontwikkeling als een bedreiging voor haar activiteiten kan zien. Wij hopen dat de zorgen met onderstaande uitleg verminderd kunnen worden. Er hebben ook diverse gesprekken met Van Uden plaatsgevonden. 32.1 Vergunning. De aanvraag voor de wijziging van de milieuvergunning is bij ons bekend. De aanvraag is gedaan vlak voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gegaan en zodoende kon er ook geen rekening gehouden worden met de aanvraag. Los daarvan is er een beperkt raakvlak tussen de aanvraag en het bestemmingsplan. Er hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden tussen DCMR en Van Uden om de inhoud van de aanvraag af te stemmen. Op 7 augustus 2024 heeft DCMR namens college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de definitieve beschikking verleend om de milieuvergunning te wijzigen. Dit besluit treedt in werking nadat de termijn op 26 september 2024 voor het indienen van een beroepschrift is verstreken.

De veranderingen ten opzichte van de geldende vergunning betreffen een andere verdeling van de ligplaatsen, het toevoegen van op- en overslag van containers, wijzigingen in de interne transportbewegingen en het toevoegen van nestgeluid aan de geluidberekeningen. Aan alle wensen van Van Uden is tegemoetgekomen. Uit akoestisch onderzoek (oplegnotitie) blijkt dat rekening houdend met de aanvraag van Van Uden de langtijdgemiddelde geluidbelasting vanwege het industrieterrein ter plaatse van de bestemming ‘Woongebied – 1’ nergens hoger is dan 55 dB(A) etmaalwaarde. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Dit betekent dat er hogere waarden voor deze geluidbelasting kunnen worden verleend. Zodoende vormt de geluidbelasting geen knelpunt voor de woningbouw. De hogere waarden zijn opgenomen in artikel 42 van de regels. Overigens bevat de gewijzigde vergunning geen Zone Immissie Punten (toetspunten) ter plaatse van de bestemming Woongebied – 1. Dit betekent dat er in het kader van de milieuvergunning geen rekening is gehouden met de toekomstige woningen. Dit omdat er op het moment van de aanvraag voor wijziging geen sprake is van een in werking getreden woonbestemming op de pieren.

Zoals aangegeven vormt de vergunde situatie geen knelpunt voor de woningbouw omdat de geluidbelasting ter plaatse van de bestemming ‘Woongebied – 1’ niet meer bedraagt dan 55 dB(A) etmaalwaarde. Verder heeft alleen het aspect ‘piekgeluiden’ een raakvlak met het bestemmingsplan. Zie hiervoor de beantwoording van onderdeel 32.7 van deze zienswijze. Voor het overige heeft de gewijzigde milieuvergunning geen raakvlak met het bestemmingsplan. Wij stellen daarom voor dit onderdeel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 32.2 Milieuzonering. De VNG-richtafstanden zijn generieke richtafstanden en geven een indicatie van de gewenste afstand tussen bedrijven en woningen. Dat betekent niet dat binnen de richtafstanden sprake is van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er kan gemotiveerd van de richtafstanden worden afgeweken op basis van nader onderzoek en/of locatiespecifieke kenmerken. Voor de activiteiten van Van Uden zijn de richtafstanden voor de aspecten ‘geluid’ en ‘stof’ relevant. De aspecten ‘gevaar’ en ‘geur’ zijn niet relevant. In het bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting van Van Uden. De stofemissie is in eerste instantie niet beschouwd omdat in de algemene regels van de milieuwetgeving is opgenomen dat er geen visueel waarneembare stofverspreiding op meer dan 2 meter van de bron mag zijn.

De in 2019 vergunde activiteiten van Van Uden zijn vastgelegd in een milieuvergunning. Deze activiteiten resulteren niet in een geluidbelasting van meer dan 55 dB(A) ter plaatse van de bestemming Woongebied – 1 op de Merwepieren en Marconistrip. Dit vormt geen beperking voor de woningbouw en andersom wordt Van Uden niet beperkt in haar bedrijfsvoering. Het nestgeluid is meegerekend bij de cumulatieve geluidberekeningen en ter plaatse van de genoemde bestemming bedraagt deze ten hoogste 65 dB Lcum. Hiermee wordt rekening gehouden bij het bepalen van de geluidwering van de gevels 60

van de toekomstige woningen. Ook dit vormt geen beperking voor de woningbouw of Van Uden. Ook het laagfrequent en piekgeluid van Van Uden vormt geen beperking voor de woningbouw (zie voor de piekgeluiden ambtshalve wijziging 1). Zie ook onze reactie op andere onderdelen van deze zienswijze. Wat betreft stof, zie onze reactie op het onderdeel ‘stofhinder’ van deze zienswijze (32.3). Resumerend kan gesteld worden dat onderbouwd afgeweken kan worden van de generieke VNG-richtafstanden en dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de toekomstige woningen. Andersom wordt Van Uden niet beperkt in haar bedrijfsvoering. Wij stellen voor deze zienswijze ongegrond te verklaren; 32.3 Stofhinder. De zienswijze van Van Uden heeft voor ons aanleiding gegeven de eerdere conclusie ten aanzien van stofhinder te heroverwegen. De milieuvoorschriften zijn in beginsel duidelijk: stofverspreiding dient zoveel mogelijk voorkomen te worden op een afstand van 2 meter of meer van de bron. De zienswijze moet ook in het licht van een recentelijke handhavingskwestie gezien worden en betreft het volgende. In 2019 heeft DCMR Van Uden een last onder dwangsom opgelegd vanwege het overtreden van de regels van het Activiteitenbesluit. De regels hebben als doel het zoveel mogelijk voorkomen van stofverspreiding die op een afstand van meer dan 2 meter zichtbaar is.

DCMR heeft in 2019 ook maatregelen geadviseerd: omkasting van de transporteur of het installeren van windreductieschermen of sproeiers bij de transporteur. Andere maatregelen met hetzelfde effect zijn ook mogelijk. Op 13 juli 2022 en 11 oktober 2022 heeft de DCMR geconstateerd dat er sprake was van zichtbare stofverspreiding bij overslagwerkzaamheden. Naar aanleiding van deze overtredingen is Van Uden een dwangsom opgelegd. Van Uden is hiertegen in bezwaar gegaan. Met als voornaamste reden dat het vanwege praktische redenen met betrekking tot het bedrijfsproces niet mogelijk was de geadviseerde of andere maatregelen te treffen om stofverspreiding tegen te gaan. Hierover heeft een rechtszaak plaatsgevonden. In de uitspraak is DCMR in het gelijk gesteld, met als voornaamste reden dat Van Uden de geadviseerde maatregelen niet getroffen heeft en ook geen andere doeltreffende maatregelen heeft onderzocht om stofverspreiding te voorkomen. In het kader van deze zienswijze zijn wij een traject gestart om de vergunde situatie scherper te krijgen. Hiervoor is een bezoek gebracht aan BSR Van Uden. Tijdens het bezoek is uitleg hebben gegeven over het bedrijfsproces.

Het traject wijst kortgezegd de volgende conclusies uit: • Artikel 3.32 eerste lid van Activiteitenbesluit verplicht bedrijven om maatregelen te treffen die ervoor zorgen dat de verspreiding van zichtbaar stof op een afstand van meer dan 2 meter van de bron zoveel mogelijk voorkomen wordt. Dit wordt ook gebruikt als signalering door de toezichthouder om vast te stellen of de stofbeheersende maatregelen in de vergunning in de praktijk optimaal functioneren of niet. Wanneer er sprake is van zichtbaar stof op meer dan 2 meter afstand van de bron dan is dit een teken dat de stofbeheersende maatregelen niet optimaal worden toegepast. Optimalisatie van de bestaande maatregelen dan wel aanvullende maatregelen zijn nodig om stofverspreiding te beperken. Om te voldoen aan artikel 3.32 moet BSR Van Uden stofbeheersende maatregelen treffen, die vastgelegd zijn in de vergunning en in algemene regels. Een deel van de maatregelen in de vergunning zijn overeenkomstig met artikelen 3.37 en 3.38 van het Activiteitenbesluit (verbod overslag boven bepaalde windsnelheden en opslaan en mengen van S1 en S3 goederen binnen). De andere maatregelen zijn bewezen maatregelen/technieken om stofverspreiding tegen te gaan, de zogenoemde Best Beschikbare Technieken (BBT).

Voor Van Uden gelden de BBT-conclusies uit het BREF-document 'Emissions from Storage' niet, aangezien Van Uden geen IPPCinstallatie heeft. Veel stofbeheersende maatregelen in het BREF-document ‘Emissions from Storage1’ uit 2006 zijn echter verwerkt in de vergunning, zoals het toepassen van windreductieschermen en keerwanden, oppervlakte van 1

https://eippcb.jrc.ec.europa.eu/reference/emissions-storage.

61

•

•

opslagdepots bevochtigen en de valhoogte verminderen bij het lossen. Aanvullend zijn maatregelen als bevochtigen van goederen en toepassen van korstvormers in de vergunning opgenomen. Hiermee kan gesteld worden dat de maatregelen in de vergunning BBT zijn. De maatregelen in de vergunning zijn onder andere het toepassen van windreductieschermen, bevochtigen van goederen, korstvormende middelen toepassen voor open opslag, beperking storthoogte (minder dan 1 meter) en het staken van activiteiten wanneer het hard waait (afhankelijk van de stuifklasse). Resumerend kan gesteld worden dat de vergunning en algemene regels in ieder geval voldoende maatregelen bevat om verspreiding van zichtbaar stof zo veel mogelijk tegen te gaan; Gemeente en DCMR zijn er echter niet van overtuigd dat Van Uden deze (BBT) maatregelen in de praktijk toepast om stofverspreiding zo veel mogelijk te voorkomen. In artikel 3.32 van het Ab staat dat visueel waarneembaar stofverspreiding op 2 meter van de bron zoveel mogelijk moet worden voorkomen. De handhavingskwestie wijst uit dat in ieder geval op het moment van de geconstateerde overtreding niet voldaan werd aan de plicht uit het Activiteitenbesluit om stofhinder zo veel mogelijk te voorkomen. De in 2019 geadviseerde maatregelen werden op het moment van de overtreding niet getroffen.

Ook de regelmatige klachten uit de omgeving onderschrijven dat BSR Van Uden niet afdoende maatregelen lijkt te treffen. Deze klachten worden onderschreven door BSR Van Uden zelf; Van Uden stelt dat zij op basis van de vergunning en met toepassing van de BBT 366,8 ton aan totaalstof mogen laten vrijkomen en neerkomen in de omgeving. Deze stelling is onjuist, aangezien de daadwerkelijke verspreiding van stof is beperkt in het Activiteitenbesluit. Alleen de verspreiding van een bepaalde hoeveelheid PM10 (fijnstof) is vergund. Dit betreft 3.668 kg per jaar, oftewel 1% van het totaal van 366,8 ton. Fijnstof is niet zichtbaar maar heeft wel effecten op de gezondheid en is daarom onderdeel van de vergunning. Voor fijnstof zijn er ook wettelijk vastgelegde grenswaarden. Van Uden heeft op basis van de vergunning geen recht op het veroorzaken van onaanvaardbare stofhinder in de omgeving. Op grond van het Activiteitenbesluit moet BSR Van Uden ervoor zorgen dat de verspreiding van zichtbaar stof op een afstand van meer dan 2 meter van de bron zoveel mogelijk wordt voorkomen. Naleven van de milieuvoorschriften uit de vergunniong zal de stofverspreiding (fors) beperken en daarmee ook de hinder. Het hieronder genoemde onderzoek wijst dit ook uit.

Na het treffen van maatregelen resteert een beperkte mate van stofhinder, vanwege de ligging in stedelijk gebied kan stofhinder niet helemaal voorkomen worden. Maar dit wordt aanvaardbaar geacht. Er gelden overigens geen grenswaarden voor zichtbaar stof. Wij hebben een onderzoek laten uitvoeren naar de te verwachten neerslag van zichtbaar stof in de situatie dat Van Uden de algemene maatregelen toepast en de maatregelen toepast die zijn voorgeschreven in de vergunning. Hierbij is gerekend met een doorzet van 4,03 miljoen ton verstuifbaar materiaal per jaar. Deze hoeveelheid wordt ook in het luchtkwaliteitsonderzoek uit 2017 dat bij de vergunning hoort aangehouden. In ons onderzoek is ook de verwachte uitstoot van fijnstof (PM10) beschouwd, omdat wij verwachten dat de vergunde hoeveelheid fijnstof (1% van het totaalstof oftewel 3.668 kg per jaar) een forse onderschatting is van de daadwerkelijke hoeveelheid fijnstof die vrijkomt. De 1%/3.668 kg/jaar komt voort uit het eerdergenoemde luchtkwaliteitonderzoek uit 2017. De emissiefactoren voor fijnstof uit het onderzoek uit 2017 komen niet overeen met de emissiefactoren uit de TNO systematiek. De TNO systematiek gaat er van uit dat 33% van het totaal aan vrijkomend stuifgevoelig stof bestaat uit fijnstof, in plaats van 1%.

Uit het onderzoek volgt dat er ter plaatse van de toekomstige woningen geen sprake is van onaanvaardbare stofhinder. Al is enige stofverspreiding niet te voorkomen

62

vanwege de activiteiten van BSR Van Uden. Door de afstand tussen het bedrijf en de woningen levert dat echter geen knelpunten op. Hoewel wij primair het standpunt innemen dat Van Uden zich aan de maatregelen moet houden die in de vergunning en algemene regels zijn vastgelegd, zijn wij ook in gesprek met hen over andere oplossingsrichtingen. In de zienswijze geeft BSR Van Uden aan dat zij open staan voor een gesprek over verplaatsing of beëindiging. Om die reden zijn er gesprekken gestart tussen gemeente en BSR Van Uden over het voortijdig beëindigen van hun activiteiten op deze locatie, of over het veranderen van de op- en overslag in niet-stuifgevoelige goederen. Daarnaast zijn er nog twee actuele ontwikkelingen die mogelijkheden bieden om de stofhinder te verminderen: een jointventure met AWR om de op- overslag van non-ferro van de FTR locatie naar Van Uden over te hevelen, en de optie om naar de zeehaven van Moerdijk te verhuizen. Op dit moment komen de ontvangt Van Uden de eerste ladingen van AWR. Vanaf 1 oktober zullen alle ladingen bij Van Uden aankomen. De op- en overslag van de lading van AWR (non-ferro) zorgt niet voor stofhinder. Concreet worden nu de volgende mogelijkheden verkend naast de bovengenoemde koers om maatregelen te treffen om aan de vergunningvoorschriften te voldoen: 1. Het vroegtijdig volledig beëindigen (namelijk per 1-1-2028 i.p.v.

juli 2032) van alle bedrijfsactiviteiten van BSR Van Uden. Waarbij de datum 1-1-2028 gebaseerd is op de verwachte oplevering eerste woningen in Merwehaven; 2. Het vroegtijdig volledig beëindigen (uiterlijk 1-1-2028 i.p.v. juli 2032) van alle bedrijfsactiviteiten van BSR Van Uden en verder gaan in Moerdijk met zowel stuifgevoelige bulk als stuk goederen; 3. Het gefaseerd stoppen met stuifgevoelige bulkgoederen en vanaf oplevering eerste woningen in Merwehaven (1-1-2028) enkel nog de op- en overslag van non ferro metalen (joint venture met AWR) tot einde erfpachtcontract; 4. Het gefaseerd overhevelen van stuifgevoelige bulkgoederen van M4H naar Moerdijk en vanaf oplevering eerste woningen in Merwehaven (1-1-2028) enkel nog de op- en overslag van non ferro metalen (joint venture met AWR) tot einde erfpachtcontract. Het uitgangspunt is dat er in de periode tot aan vaststelling door de raad (beoogd op 28 november 2024) duidelijkheid komt of één van bovengenoemde varianten aan de orde is. Met een herzien raadsvoorstel kan het bestemmingsplan of de beantwoording aangepast worden op de oplossingsrichting indien nodig. Vanuit de gemeente gaat de voorkeur uit naar het vinden van een minnelijke oplossing met Van Uden. 32.4 Lichthinder. Naar aanleiding van deze zienswijze hebben wij een lichthinderonderzoek uitgevoerd.

Er zijn twee zaken onderzocht: de verticale verlichtingssterkte (de hoeveelheid licht die in een raam invalt) en de richtingsafhankelijke lichtsterkte per armatuur (de hoeveelheid licht die in een bepaalde richting door een individuele lichtbron wordt uitgestraald). Op 12 februari 2024 zijn tussen 19.00 en 21.30 lichtmetingen uitgevoerd vanaf 9 locaties in het toekomstige woongebied Merwehaven. Vanaf deze locaties is de lichtsterkte van de lichtmasten, gebouwverlichting en overige verlichting bij Van Uden gemeten. De uitkomsten zijn als volgt. De verticale verlichtingssterkte op de meetlocaties voldoen aan de grenswaarde van 2 lux. Vrijwel alle individuele lichtbronnen bij Van Uden veroorzaken een overschrijding van de grenswaarde van 600-1.000 candela per lichtbron. De lichtmasten die de overschrijdingen veroorzaken dienen voor terreinverlichting. In beginsel geldt voor lichthinder hetzelfde als stofhinder: het gaat om een tijdelijke situatie en er gelden geen wettelijke normen. Een tijdelijke situatie met lichthinder is daarom acceptabel te achten met oog op de belangen van de gebiedsontwikkeling. Ook omdat de toekomstige bewoners zelf met afscherming van ramen of de inrichting van de woningen de eventuele hinder kunnen beperken. Het is echter de verwachting dat de 63

eventuele hinder die deze armaturen opleveren met eenvoudige bronmaatregelen is te voorkomen. Denk hierbij aan andere afstelling, plaatsing van kappen of het vervangen van de lampen. Dit is echter maatwerk en wij stellen voor hier pas nader onderzoek naar te doen op het moment dat de woningen gerealiseerd gaan worden, samen met Van Uden. Zo kunnen hun wensen en belangen goed meegewogen worden. Afhankelijk van de locatie worden de eerste woningen in het gebied niet eerder opgeleverd dan 2028. Vooralsnog lijkt het plaatsen van kappen de meest doelmatige oplossing. Door de kappen verlichten de armaturen alleen het gebied dat verlicht moet worden en wordt verdere lichtverspreiding voorkomen. Wanneer dit niet voldoende doelmatig is kan gekeken worden naar het vervangen van armaturen. De gemeente zal de kosten dragen van de maatregelen. Om te borgen dat er daadwerkelijk aanvullende onderzoek komt en de bijbehorende maatregelen getroffen worden, stellen wij voor een voorwaardelijke bepaling op te nemen in het bestemmingsplan. Zie hiervoor onderstaand voorstel. Van Uden heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan het treffen van maatregelen. Mocht Van Uden onverhoopt een ander standpunt innemen dan kan hiervan afgeweken worden op voorwaarde dat onderzoek wordt uitgevoerd naar maatregelen bij de woningen zelf.

Wij stellen voor dit deel van de zienswijze gegrond te verklaren; 32.5 Nestgeluid. In de aangepaste aanvraag, zoals verwoord onder reactie 32.1, is het aspect nestgeluid beschouwd volgens de staande uitvoeringpraktijk onder de Wet geluidhinder. Dit houdt in dat de ligplaatsen wel zijn benoemd in de vergunningaanvraag en zijn beoordeeld. In dit kader kan de vergunning worden verleend binnen de bestaande geluidzone. Het geluidniveau vanwege de afgemeerde schepen wordt niet toegekend aan de vergunning en de geluidzone, maar is in dit bestemmingsplan wel beschouwd bij bepaling van het gezamenlijke en cumulatieve geluidniveau. Wij stellen daarom voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 32.6 Ligplaatsen. Op basis van contractueel recht heeft Van Uden alleen recht om de ligplaatsen tussen bolder (meerpaal) 10 t/m 34 te gebruiken. Deze bolders bevinden zich allemaal op het terrein van Van Uden. Hier gaat geen generatorverbod gelden, er is dus geen sprake van een beperking. Van Uden legt ook duwbakken aan de kade ten noorden van hun terrein en aan de westelijke kade van de korte Merwepier. Het gaat nadrukkelijk om duwbakken die dus geen motor hebben en ook geen nestgeluid produceren. Duwbakken mogen aan kades liggen waar een generatorverbod geldt. Ook wat dit betreft is er dus geen inperking van rechten.

Incidenteel legt Van Uden na toestemming van de Havenmeester (die weer toestemming vraagt aan de gemeente, die de meeste ligplaatsen hier beheert) en na overleg met RFW (vooralsnog huurder en gebruiker van de Merwepieren) nog schepen aan de kade van de Merwepieren. Dit is echter geen recht. Omdat er geen rechten ingeperkt worden is compensatie niet aan de orde. In paragraaf 5.3.2 van de toelichting is uitgelegd wat er in M4H verandert ten aanzien van ligplaatsen. In het middelste waterbekken van Merwehaven komen de ligplaatsen voor zee- en binnenvaart te vervallen. Permanente ligplaatsen voor zeeslepers in Merwehaven komen eveneens te vervallen, maar pas zodra deze de nog op te leveren woningen nadelig beïnvloeden. Het aantal ligplaatsen voor binnenvaart rondom de Merwepieren wordt ten dele gehandhaafd of tijdelijk toegestaan (vanwege het huidige, grote tekort daaraan in de Rotterdamse haven). Daarbij is ook besloten tot het aanleggen van walstroom bij de te handhaven ligplaatsen. De duur van tijdelijke ligplaatsen wordt afgestemd op een gefaseerde woningbouw in Merwehaven. Ook komt er walstroom voor zeevaart bij De Werkplaats (aan de westelijke zijde van het Galilieipark). Het besluit om het aantal ligplaatsen te verminderen is genomen in het kader van een goede ruimtelijke ordening en dus in het kader van het bestemmingsplan.

Het daadwerkelijk verminderen van het aantal ligplaatsen kan echter niet geëffectueerd worden door middel van het bestemmingsplan. Hiervoor wordt de Havenverordening gebruikt, het geëigende instrument om aantal en locatie 64

van ligplaatsen te regelen. Wij stellen voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 32.7 Geluid overig. Wij hebben in een aanvulling op het geluidrapport nader onderzoek gedaan naar LFG (zie ambtshalve wijziging 9). Uit het onderzoek blijkt dat wanneer er aanvullende gevelmaatregelen worden getroffen, het LFG in de woningen kan worden beperkt tot een aanvaardbaar niveau. De aanvullende maatregelen worden in de planregels geborgd. Met inachtneming van deze regels is er ook voor wat betreft LFG sprake van een acceptabel akoestisch klimaat in de woningen, zonder dat van Uden daarbij in haar bedrijfsvoering wordt beperkt. Wat betreft de piekgeluiden het volgende. Het bestemmingsplan wordt vastgesteld op basis van het recht tot 1 januari 2024. Op basis van de Cwh zijn waarden voor piekgeluiden opgenomen. Zodra het bestemmingsplan van kracht wordt als onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan van Rotterdam gaan deze waarden voor op de waarden in de zogenaamde Bruidsschat, als opgenomen in afdeling 22.3 van het omgevingsplan Rotterdam. Dit volgt uit artikel 22.1 lid 1 van het omgevingsplan. Uit een aanvulling op het geluidrapport blijkt dat er geluidpieken optreden tot 67 dB op het midden van de pieren. In de aanvulling is onderbouwd dat die waarde tijdelijk, tot uiterlijk 2032, aanvaardbaar kan worden bevonden.

Het geluid van varende en manoeuvrerende schepen is in het geluidrapport bij het MER onderzocht. Ook worden er forse eisen gesteld aan de gevelisolatie van de nieuwe woningen. Wij stellen voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 32.8 Geluid onder de Omgevingswet. Van Uden is een geluidgezoneerd bedrijf en is geen belanghebbende voor de regeling voor piekgeluiden door niet-geluidgezoneerde bedrijven. Verder wordt het bestemmingsplan vastgesteld op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en alle op dat moment geldende wet- en regelgeving over geluid. De inhoud van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is daarom niet relevant voor dit bestemmingsplan. Wij stellen voor deze zienswijze ongegrond te verklaren; 32.9 Crisis- en herstelwet. Nieuwe experimenten (zoals bijvoorbeeld artikel 7c Besluit uitvoering Chw) werden mogelijk gemaakt met een AMvB en toegevoegd aan het Besluit Chw. Ook nieuwe gebieden werden aan een bestaand experiment toegevoegd bij besluit. In 2019 is de Crisis- en herstelwet gewijzigd. Vanaf dat moment kunnen nieuwe gebieden aan bestaande experimenten bij ministeriele regeling worden toegevoegd. Het plangebied Merwe-Vierhavens is opgenomen in paragraaf 3 (Innovatie), artikel 3.1, lid 1 onder sub ‘aa’ van de Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet. De toevoeging is op 11 december 2019 gepubliceerd in de Staatscourant.

M4H staat dus in de Regeling Chw (in plaats van in het Besluit Chw) omdat het na 2019 is aangemeld. Wij stellen voor deze zienswijze ongegrond te verklaren; 32.10 Kameleonbestemming en geluidzone. De onderzoeken van het bestemmingsplan en MER wijzen uit dat er ook mét de aanwezigheid van Van Uden bij de Marconistrip en de noordelijke delen van de Merwepieren sprake is van een acceptabel akoestisch klimaat. Ook de andere milieuaspecten zoals lichthinder en stof wijzen geen knelpunten uit, mits Van Uden de maatregelen ter voorkoming van stofhinder naleeft. Wij zien daarom geen reden om de kameleonbestemming in heel Merwehaven toe te passen. Ook de regels van de geluidzone vormen geen belemmering voor de woningbouw, voor beide geluidzones kunnen hogere waarden worden verleend. Artikel 3.1 lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening vormt ook geen beperking. Hierin is een termijn vastgelegd voor het verwezenlijken van een ‘reguliere’ tijdelijke bestemming (binnen 5 jaar). De kameleonbestemming in dit bestemmingsplan heeft zijn grondslag in de Crisis-en herstelwet en hiervoor geldt een termijn van 10 jaar na vaststelling. Wij stellen voor deze zienswijze ongegrond te verklaren; Voorstel Wij stellen voor zienswijzen 32.1, 32.5, 32.6 en 32.7 ter kennisgeving aan te nemen, en zienswijzen 32.2, 32.3, 32.8, 32.9 en 32.10 ongegrond te verklaren.

Wij stellen voor zienswijze 32.4 gegrond te verklaren en het bestemmingsplan als volgt aan te passen. 65

Regels • Aan artikel 24 (Woongebied – 1) lid 24.3 wordt een nieuw sublid 24.3.6 ‘Realiseren woningen’ toegevoegd, luidende: Woningen mogen uitsluitend in gebruik worden genomen indien: a. er bij het bedrijf Van Uden aan de Gustoweg 68 te Rotterdam maatregelen getroffen zijn om lichthinder bij de woningen te voorkomen, of; b. er bij de toekomstige woningen maatregelen getroffen zijn om lichthinder te voorkomen. • Aan artikel 24 (Woongebied – 1), lid 24.4.1 (afwijken ten behoeve van woningen) wordt een nieuw sub ‘e’ toegevoegd, luidende: d. lid 24.3.6 wanneer uit nader onderzoek blijkt hoe lichthinder bij de woningen kan worden voorkomen, al dan niet door het treffen van maatregelen bij de woningen. Toelichting Zie het wijzigingendocument. 33 Weelde, ontvangen d.d. 10 juli 2023 Samenvatting Weelde is sinds 2019 aanwezig aan de Marconistraat 37-39 met bijna 2 hectare grond, een grote tuin, verschillende loodsen en een grote kas. Het is een culturele vrijplaats met evenementen, kunst, cultuur, dag- en nachthoreca, verhuur van ruimtes en werkplekken. De evenementen zijn succesvol en Weelde heeft de afgelopen jaren een groot aantal bezoekers getrokken. Het is één van de placemakers van M4H. Op dit moment heeft Weelde een contract dat elke 4 maanden opgezegd kan worden in verband met de toekomstige ontwikkeling naar woongebied.

Hierdoor is er onvoldoende zekerheid voor de toekomst en stopt Weelde in haar huidige vorm. Hoewel Weelde dankbaar is voor de kans die ze hebben gekregen om op deze locatie te ondernemen hebben zij nu wel het gevoel na jaren hard werken met lege handen te staan. Kunst en (nacht) cultuur zijn net zo belangrijk voor de stad als nieuwe woningen. Door de verdichting verdwijnen steeds meer van deze plekken. Het is belangrijk dat er ruimte blijft voor initiatieven als Weelde. Concreet geeft Weelde aan dat het bestemmingsplan nu geen ruimte biedt voor creatieve plekken, experimenten en evenementen in algemene zin. Initiatieven als Weelde zitten in het DNA van M4H en kunnen niet zomaar opnieuw gestart worden elders in de stad. Verzocht wordt om concrete plekken aan te wijzen in het bestemmingsplan waar succesvolle creatieve spelers een plek van betekenis kunnen blijven houden. Er zijn diverse succesvolle voorbeelden waar deze activiteiten zich goed mengen met woningbouw. Reactie Vooropgesteld willen wij Weelde bedanken voor hun bijdrage aan het op de kaart zetten van M4H de afgelopen jaren. Wij willen Weelde en andere partijen in het gebied dan ook van harte uitnodigen om samen met projectontwikkelaars in te schrijven op de tenderprocedures die straks gaan lopen bij de gebiedsontwikkeling. Hopelijk kunnen wij deze partijen zo in M4H houden.

In het bestemmingsplan zijn geen specifieke locaties aangewezen voor creatieve plekken of experimenten. Wel is op een aantal locaties de functie ‘cultuur’ toegestaan (onder andere in het Galileipark en bij Atelier Van Lieshout). Binnen deze functie zijn creatieve plekken en experimenten mogelijk. Daarnaast zijn op een aantal locaties nieuwe horeca en maatschappelijke functies mogelijk. Ook deze bestemmingen bieden mogelijkheden. Tot slot is er mogelijk ruimte voor tijdelijke initiatieven in de aanloop naar de gebiedsontwikkeling. Deze zullen per initiatief beoordeeld en eventueel vergund worden. 66

Wij onderschrijven ook het belang van creatieve plekken en evenementen in de stad. In dat kader verwijzen wij naar onderdeel ‘B’ van deze zienswijzennota over het thema evenementen. Hier stellen wij voor een regeling in het bestemmingsplan op te nemen die evenementen in de openbare ruimte mogelijk maakt. Weelde huurt de locatie van Havensteder en heeft met deze partij een contract. Het gaat om een huurcontract voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van 4 maanden. Gemeente, Havensteder en Weelde overleggen periodiek over de voortgang van de gebiedsontwikkeling en het voortduren van het contract zodat Weelde goed weet wat het toekomstperspectief is. In deze gesprekken wordt Weelde ook gewezen op vrijkomende locaties elders in de stad die voor hen interessant kunnen zijn. Uitgangspunt is echter dat Weelde zo lang mogelijk op de huidige locatie kan blijven. Pas als de gebiedsontwikkeling in Merwehaven echt van start gaat wordt het contract beëindigd. In ieder geval kan Weelde nog heel 2024 blijven exploiteren, hiervoor is recentelijk een tijdelijke omgevingsvergunning verleend. Na afloop van deze vergunning zal bekeken worden of de vergunning verlengd wordt voor 2025. Voorstel Wij stellen voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen. Aan de opmerking dat er geen evenementenregeling in het ontwerpbestemmingsplan zit komen wij tegemoet bij thema ‘B’.

34 Stichting AVL Mundo, ontvangen d.d. 10 juli 2023 Samenvatting Atelier Van Lieshout, Stichting AVL Mundo (hierna ‘AVL’) en Stichting BRUTUS Art Space maken zich al lange tijd hard voor een levendig cultureel klimaat in Rotterdam en in M4H in het bijzonder. Deze partijen zijn als erfpachter en opstalhouder aanwezig op Keileweg 12a, 12b, 14a, 14b, 16, 18, 10 en 10a/b. Op dit terrein organiseert AVL/BRUTUS tentoonstellingen, events, muziek-, dans-, opera en filmvertoningen. Met het organiseren van deze evenementen levert AVL een bijdrage aan de placemaking van M4H en het is de bedoeling dat dit in de toekomst voortgezet wordt. In dit licht heeft AVL vraagtekens bij het ontwerpbestemmingsplan. Op bovengenoemde percelen zijn op basis van het ontwerpbestemmingsplan bedrijven t/m categorie 2, horeca, werkateliers voor kunstenaars, cultuur en ontspanning, kunst exposities en ateliers toegestaan. AVL geeft aan dat de evenementen die zij organiseert niet toegestaan zijn op basis van de deze regeling. Hierdoor moet telkens planologische toestemming gevraagd worden. Dit geldt ook voor de rest van het plangebied vanwege het ontbreken van een evenementenregeling. Verder is AVL verheugd dat er in het ontwerpbestemmingsplan geanticipeerd wordt op de toekomstige herontwikkeling van het Keilekwartier naar woon-werkgebied.

AVL en gemeente zijn in goed overleg over het realiseren van een kunst-woon-werkcomplex genaamd BRUTUS. Reactie Wij zijn verheugd om te horen dat AVL de gebiedsontwikkeling onderschrijft en wij hopen dat er in gezamenlijk overleg stappen gemaakt kunnen worden voor de ontwikkeling van BRUTUS. Hierover lopen momenteel gesprekken. Over de evenementen bij AVL het volgende. Voor de meeste tentoonstellingen en vertoningen bij AVL is geen evenementenvergunning nodig. Deze activiteiten horen bij de bedrijfsvoering van AVL en vallen onder de (toegestane) functies cultuur en ontspanning en exposities. Voor grotere evenementen, al dan niet in de buitenlucht en/of met alcohol, kan een evenementenvergunning nodig zijn, zoals dat nu ook 67

het geval is. Bij de afweging over het verlenen van een evenementenvergunning voor een evenement op eigen terrein en/of in eigen gebouw, zoals hier bij AVL, doet de bestemming niet ter zake. Het bestemmingsplan vormt dus geen beperking voor de evenementen bij AVL. Bij evenementen in de openbare ruimte speelt het bestemmingsplan wel een rol omdat evenementen niet zijn toegestaan zijn in de verkeers- en groenbestemmingen. Om die reden stellen wij bij thema B ‘evenementen’ voor een regeling op te nemen die evenementen in de openbare ruimte van M4H toestaat. Zo is niet meer voor elk evenement een omgevingsvergunning nodig, naast een evenementenvergunning. Voorstel Wij stellen voor deze zienwijze ter kennisgeving aan te nemen. 35 Bakkers Hommen, ontvangen d.d. 10 juli 2023 Samenvatting 35.1 Bakkers Hommen is de eigenaar van Europoint 5. Deze is in het ontwerpbestemmingsplan mede bestemd voor een gemeentewerf met milieucategorie 3.1. Bakkers Hommen verzoekt de milieucategorie van EP5 aan te passen naar categorie 2, omdat er geen afvalinzameling plaatsvindt (alleen kantoor en archiefruimte). 35.2 Verder refereert Bakkers Hommen naar het ontwikkelperspectief van het Marconikwartier dat is beschreven in paragraaf 4.2 van de toelichting. Om het Marconikwartier te kunnen ontwikkelen wordt een ontwikkelvisie opgesteld.

Bakkers Hommen benadrukt dat het belangrijk is dat het opstellen van de visie samen met de verschillende eigenaren en ontwikkelpartijen in het gebied gebeurt. En dat de eigenaren en partijen zo vroeg mogelijk in het proces betrokken worden. Als voorbeeld noemt Bakkers Hommen de Europoint-garage, waar zij deeleigenaar van is. Er zijn plannen om de garage op te knappen en om de garage in te zetten als één van de parkeerhubs in het kader van de Mobiliteitsstrategie in M4H. Het is belangrijk dit mee te nemen in de planvorming om te voorkomen dat er concurrentie gaat komen met de parkeerhubs in Merwehaven of elders. Omdat de herontwikkeling van EP5 en de garage niet in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dient de herontwikkeling geborgd te worden in het ontwikkelproces door een ontwikkelovereenkomst. Reactie 35.1 Europoint 5 wordt gebruikt als uitvalbasis voor het grondonderzoek van het gemeentelijk Ingenieursbureau. Er vindt met name opslag van materieel plaats en er is een laboratorium aanwezig (naast de kantoren en archieven). De milieueffecten zijn beperkt en vergelijkbaar met de VNG bedrijfsactiviteit ‘natuurwetenschappelijk speuren ontwikkelingswerk’ met milieucategorie 2. Wij stellen daarom voor tegemoet te komen aan de wens van Bakkers Hommen om de milieucategorie te verlagen naar 2.

Zie daarvoor onderstaand voorstel; 35.2 Verder onderschrijven wij een goede samenwerking met de partijen in het gebied bij het opstellen van de ontwikkelvisie voor het Marconikwartier. Onder andere om de realisatie van de mobiliteitshubs goed op elkaar af te stemmen, zoals Bakkers Hommen noemt. Dit proces loopt reeds. Voorstel Wij stellen voor deze zienswijze gegrond te verklaren voor zo ver het over het verlagen van de milieucategorie gaat (35.1) en het overige deel (35.2) voor kennisgeving aan te nemen. Regels 68

Bij artikel 3 (Bedrijf), lid 3.1 wordt sub ‘e’ ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 4': tevens voor een gemeentewerf uit milieucategorie 3.1 geschrapt. De overige subs worden doorgenummerd. Verbeelding Op de verbeelding wordt de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 4' verwijderd.

Voorstel aanpassing verbeelding: boven het ontwerpbestemmingsplan, onder het vast te stellen bestemmingsplan.

36 Miss Clark B.V. Marconistraat, ontvangen d.d. 7 juli 2023 Samenvatting Miss Clark is de aanstaande eigenaar van de Citrusveiling aan de Marconistraat 19-27. Miss Clark heeft een winnende inzending gedaan voor de herontwikkeling van het gebouw. Deze gaat uit van maak- en kantoorruimte, events, leisure, restaurant, een nachtclub, congresruimte, woningen en een muziekpodium. Ook de buitenruimte wordt herontwikkeld. De zienswijze begint met een compliment aan de gemeente voor het harde werk aan het bestemmingsplan de afgelopen jaren. Evenwel ageert Miss Clark tegen de opgenomen (conserverende) bedrijfsbestemming van het pand. De genoemde functies zijn niet mogelijk op basis van deze bestemming. Ook is de herontwikkeling niet beschreven in het onlangs vastgestelde Masterplan Merwehaven, terwijl de herontwikkeling wel benoemd is in het Ruimtelijk Raamwerk en het horecabeleid. Bovendien is de Citrusveiling onderdeel van het gebied Merwehaven en zou het ook om die reden ontwikkelingsgericht bestemd moeten worden. Verder heeft Miss Clark nog een aantal andere vragen en opmerkingen over het ontwerpbestemmingsplan. Deze zijn als volgt: 36.1 Monumenten. Alleen de veilingzaal en monsterzaal zijn monumentaal, dit staat verkeerd in de figuur in paragraaf 3.4.2. ; 36.2 Verkeer. De wegen nabij Kunst en Complex en de Citrusveiling zijn aangeduid als wegen voor zwaar verkeer.

Vanwege de verkeersveiligheid dient dit aangepast te worden; 36.3 Schiedamsedijk. Het is onduidelijk hoe de zijde van de Citrusveiling aan de zijde van de Schiedamsedijk in de toekomst gebruikt kan worden vanwege de dijkversterking. De doorsnedes en tekeningen zijn niet goed leesbaar en de maat van 20 m wijkt af van wat er in de bijlagen van de tenderprocedure staat; 36.4 Hoogspanningsleiding. Miss Clark gaat er van uit dat de 150 kV leiding van Tennet geen beperking vormt voor de herontwikkeling en anders op verzoek verplaatst kunnen worden; 36.5 Mobiliteit. Er wordt verzocht uit te leggen op welke wijze de mobiliteitshubs worden uitgewerkt, en wanneer. Alleen voor het gebied Merwehaven wordt hier iets over gezegd. Er staat ook een tegenstrijdigheid in het bestemmingsplan: er wordt gesproken over het wegnemen van parkeerplaatsen op maaiveld, en tegelijkertijd over dubbelgebruik op locaties waar hubs niet verplicht zijn; 69

36.6 Participatie. Miss Clark vraagt welke participatiemomenten er voor het bestemmingsplan zijn georganiseerd behalve de sessie van 21 maart 2022 over Merwehaven. Reactie Algemeen Het klopt dat Miss Clark de tender voor de herontwikkeling van het gebouw gewonnen heeft. Met Miss Clark is duidelijk afgesproken dat er een aparte ruimtelijke procedure gevolgd moet worden voor een deel van de functies die zij willen realiseren. Alleen de functies die mogelijk zijn op basis van het huidige erfpachtcontract/fase 1 van de tender (kantoor, evenementenruimte, dienstwoning, muziekstudio, restaurant) zijn in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Op dit moment wordt het proces om te komen tot een ambitiedocument voor het Marconikwartier gestart. Wij willen de locatie Citrusveiling hierin meenemen. Miss Clark is uitgenodigd deel te nemen aan deze gesprekken. Op basis van dit traject wordt een afweging gemaakt over de toekomst van deze locatie, de rol van beide partijen en worden mogelijk anterieure afspraken gemaakt. Over de realisatie van woningen zijn overigens nog geen afspraken met de gemeente gemaakt. Om die reden stellen wij voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Overig 36.1 Monumenten. De figuur is afkomstig uit de vastgestelde in 2018 Cultuurhistorische Verkenning. Het klopt dat per abuis de hele Citrusveiling is aangeduid als monument.

Dit staat ook als een omissie beschreven in de toelichting op de figuur. Het is niet mogelijk de figuur hierop aan te passen, deze is afkomstig uit vastgesteld beleid. Dit is ook niet nodig, de figuur verandert niets aan de monumentale status van het complex. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren; 36.2 Het bestemmingsplan regelt niet de zwaarte, snelheid of de hoeveelheid verkeer, dus hier kan via het bestemmingsplan niet op gestuurd worden. Daarnaast behouden de Benjamin Franklinstraat, Keileweg en Galileistraat ook in de toekomst hun functie voor zwaarder verkeer. Dit is vastgelegd in het Ruimtelijk Raamwerk. In de vorm van de Makersstraat/Havenallee ontsluit deze weg namelijk de bedrijvigheid in het Galileipark en op de FTR-locatie. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren; 36.3 Schiedamsedijk. Voor de toekomstige dijkversterking moet inderdaad een zone van ca. 20 m vrij blijven van bebouwing. Ook gelden er andere beperkingen. Dit heeft geen gevolgen voor het uitvoeren van fase 1 van de tender, dit gaat immers om een inpandige transformatie; Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 36.4 Hoogspanningsleiding. De aanname dat de 150 kV leiding geen beperking vormt is onjuist.

De aanwezigheid van de leiding brengt wel degelijk beperkingen met zich mee en daarom is er een dubbelbestemming opgenomen. Binnen de zone van de dubbelbestemming (5 m aan weerszijden van de leidingen) mag niet gebouwd worden en is het niet toegestaan zonder vergunning bepaalde werkzaamheden uit te voeren. Als Miss Clark de leiding verplaatst wil hebben zal zij in overleg moeten met Tennet, de beheerder van de leiding. De kosten voor het eventueel verleggen van de leiding komen niet voor rekening van de gemeente. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren; 36.5 Mobiliteit. Wij begrijpen het verzoek om duidelijkheid over de hubs maar op dit moment is nog niet duidelijk waar deze komen in de toekomst. In ieder geval zullen er op termijn ook hubs in het Galileipark, Marconikwartier en Merwehaven gerealiseerd worden. De hubs, waar collectief geparkeerd wordt, komen inderdaad in de plaats van straatparkeren en parkeren op eigen terrein. De nu aanwezige bedrijven kunnen gebruik blijven maken van de bestaande parkeervoorzieningen op straat en op eigen 70

terrein zolang er geen sprake is van herontwikkeling. Met dubbelgebruik wordt bedoeld dat bij het ontwikkelen van meerdere functies, zoals wonen, bedrijfsfuncties of winkelfuncties die op verschillende tijdstippen gebruik maken van parkeerplaatsen, een deel van de parkeerplaatsen dubbel gebruikt kan worden. De totale parkeereis voor het geheel wordt hierdoor lager dan de parkeereisen per functie afzonderlijk, omdat de daadwerkelijke vraag naar parkeerplaatsen per functie niet de hele dag hetzelfde is. Overdag is maar een deel van de bewoners thuis, zodat niet alle parkeerplaatsen bij de woningen bezet zijn. In beginsel zijn hubs overal verplicht maar in een aantal situaties kan tijdelijk afgeweken worden van die eis, en kan er bijvoorbeeld een tijdelijk parkeerterrein ontstaan. Ook daarbij is het principe van dubbelgebruik van toepassing. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 36.6 Participatie. In algemene zin worden er regelmatig informatie- en participatiemomenten georganiseerd over de gebiedsontwikkeling M4H. Deze worden via meerdere kanalen kenbaar gemaakt. Voor het bestemmingsplan is op 5 juni 2023 een informatiebijeenkomst georganiseerd over het ontwerpbestemmingsplan dat toen ter inzage lag. Specifiek voor het Marconikwartier zijn er geen sessies meer georganiseerd na 21 maart 2022.

Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; Voorstel Wij stellen voor de onderdelen 36.1, 36.2 en 36.4 ongegrond te verklaren en onderdelen 36.3, 36.5 en 36.6 ter kennisgeving aan te nemen. 37 Keilecafe, ontvangen d.d. 7 juli 2023 Samenvatting De zienswijze gaat over twee onderwerpen: het ontbreken van een evenementenregeling in het ontwerpbestemmingsplan en over het Keilecafe. Voor het onderwerp ‘evenementen’ verwijzen wij naar thema B ‘evenementen’ van deze zienswijzennota. Over het Keilecafé het volgende. Het Keilecafé is al zes jaar aanwezig in M4H, op het veld tussen Studio Roosegaarde en de Keilestraat. Het terrein wordt van de gemeente gehuurd op basis van een tijdelijk contract dat elk jaar verlengd kan worden. Het café, waar ook evenementen worden georganiseerd, is elk jaar zes maanden open en trekt vele mensen naar het gebied. Door de tijdelijke huur is het moeilijk om te investeren, maar toch is dit altijd gedaan vanwege de hoop op een vaste plek op de locatie of elders in M4H. In het ontwerpbestemmingsplan is een verkeersbestemming opgenomen, wat exploitatie van de horeca onmogelijk maakt. De exploitant van het Keilecafé zou echter graag op de locatie blijven en wil het liefst investeren in een permanente opstelling.

Het café is van toegevoegde waarde voor het gebied en de locatie is in het ontwerpbestemmingsplan niet aangewezen voor andere functies zoals wonen. Concreet wordt verzocht om een gemengde bestemming op hun kavel waarbinnen horeca mogelijk is. Reactie Wij onderschrijven de meerwaarde van initiatieven als het Keilecafé voor M4H. Het Keilecafé is de afgelopen jaren telkens toegestaan op basis van een tijdelijke omgevingsvergunning. Deze situatie kan de komende tijd voortgezet worden. Een tijdelijke vergunning kan ongeacht de onderliggende bestemming verleend worden, dus ook op basis van de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ die nu opgenomen is. Wij hebben overigens voor deze bestemming gekozen omdat alle braakliggende gronden in M4H op deze manier bestemd zijn.

71

Verder nodigen wij het Keilecafé van harte uit om in M4H te blijven, al dan niet in een permanente opstelling. Het is echter niet opportuun hier nu al een gemengde (of horeca) bestemming voor op te nemen. Het Keilekwartier maakt onderdeel uit van het gebied ‘Keilekwartier’. In het bestemmingsplan is uitgelegd dat er nu nog geen duidelijke visie is op dit gebied, vooral omdat de geluidbelasting nu nog te hoog is om woningen te bouwen. Om die reden hebben wij in dit gebied gekozen om de bestaande situatie te bestemmen. Voor de gronden waarop het Keilecafe staat is dat de bestemming verblijfsgebied. Herontwikkeling is pas in de toekomst aan de orde. Om die reden kunnen wij nu ook geen gemengde bestemming opnemen zoals Keilecafé wenst. Ook een solitaire horecavestiging op deze locatie past niet in de visie op dit gebied. Het is de bedoelding dat er een gemengd woonwerkmilieu ontstaat met gebouwen waarin wonen gecombineerd wordt met andere functies. Keilecafé kan wel samen met een projectontwikkelaar inschrijven op de tenderprocedures elders in het gebied die straks gaan lopen bij de gebiedsontwikkeling. In Merwehaven en Galileipark is wel ruimte voor nieuwe horeca. Voor de reactie en ons voorstel op de evenementenregeling verwijzen wij naar onderdeel B (thema ‘evenementen’) van deze zienswijzennota. Voorstel Wij stellen voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=bad89737-aa93-4fb1-b29b-2c3e664dab80